‘De mooie mond van Bobby Cespedes’ (2)

VoorplatSeguraTweede verhaalfragment uit ‘De mooie mond van Bobby Cespedes’ van Ulises Segura:
«Ik leerde Donald kennen tijdens een strandfeest op Long Island: een zwarte achtentwintigjarige man die extatisch danste op Martha and the Vandellas en The Shangri-Las en werkte voor een opkomend bedrijf dat betaalbare polshorloges maakte. De sambuca vloeide rijkelijk en voor we het beseften zaten we tot diep in de nacht rond het kampvuur, deelden mezcal en onze fascinatie voor Pollock en straatkunst en bespraken hoe we New York van een drekhol tot een iets meer aantrekkelijk krocht konden opsmukken. Donald nam me mee naar de pier en daar lieten we de fles mezcal van mond tot mond gaan, althans zo doet mijn geheugen het me in ieder geval geloven. Toen ik, schijtlaars die ik was, te lang wachtte om initiatief te nemen, verloor hij zijn geduld en trok me tegen zich aan. Ik deed het verdomme in mijn broek. Een eerste kus vergeet je nooit. En zulke ogen liet je niet zomaar aan je voorbijgaan als je de kans kreeg.»
Lees hier verder
Meer over ‘De mooie mond van Bobby Cespedes’

Delen op uw favoriete social network!

Jeanette Bos – Statia Song

JEANETTE_STASIA_COVER-75Jeanette Bos
Statia Song

Fotografie – Sint-Eustatius / Nederland
172 blz. + 8 blz. omslag op formaat 32×24 cm
87 foto’s (kleur en zwartwit) in spreads op expositieformaat: 48x32cm!
Genaaid gebrocheerd met gekleurd garen en open rug
Tekst in het Nederlands en het Engels aan binnenzijden gevouwen omslagplatten
Boekontwerp & fotoredactie SYB / Sybren Kuiper
Lithografie & productie Colour & Books / Sebastiaan Hanekroot
De boekpublicatie komt mede tot stand dankzij Prins Bernhard Cultuurfonds Caribisch Gebied
ISBN 978-90-6265-920-3 € 39,50
Eerste luxe editie 2016

Statia Song schetst een portret van het eilandje Sint-Eustatius oftewel Statia, half zo groot als Schiermonnikoog. Sinds 10 oktober 2010, toen het land Nederlandse Antillen werd opgeheven, is Statia een Nederlandse gemeente maar niemand hier kent dit nieuwe stukje Nederland. Statia Song biedt een intieme kennismaking met het leven op dit snippertje Nederland in de Caribische Zee.

Statia Song is een intense reis over het eiland. Het boek opent met adembenemende beelden van de woeste natuur van het eiland: de hoge vulkaan begroeid met oerbos, de rotsige prairies vol immense keien en uitgebleekt hout, het mysterieuze noordelijke heuvelland. In deze natuur doemen geleidelijk sporen op van menselijk leven – een eeuwenoude waterput, traditionele visfuiken, een eigentijdse bezem, die leiden naar de bewoonde wereld en de tegenwoordige tijd, en vooral naar het eigenlijke onderwerp van dit boek: de Statianen. Een hechte gemeenschap van vaak onderling verwante Afro-Caribische families die al eeuwenlang op dit minuscule eiland wonen en die vrijwel allemaal vlak bij elkaar, tezamen, zijn opgegroeid. ‘Wij zijn één grote familie!’ In 1996 vormde deze groep de overgrote meerderheid van de bevolking. Sindsdien is het bevolkingsaantal vrijwel verdubbeld, door een enorme instroom uit omliggende eilanden en uit Nederland, en nu zijn de Statianen getalsmatig een minderheid op hun eigen eiland. Het traditionele Statiaanse leven en de familiestructuur van de gemeenschap staan onder druk, veel tradities verdwijnen, maar de Statianen behouden hun levenskunst en hun liefde voor elkaar en voor hun eiland. Statia Song schetst het dagelijks leven van de Statiaanse familie in intieme en indringende portretten, zowel in krachtig zwartwit als in zwierige kleur. Aan het eind van het boek verdwijnen de mensen geleidelijk aan weer in het indrukwekkende, magische landschap. Statia Song is een vervoerende, overrompelende reis die zich blijvend in de ervaring nestelt en die lang stof tot nadenken zal geven.

Jeanette Bos (wijsgerig-historisch pedagoge, voormalig universitair docent en literair vertaler) publiceerde in 1998 het fotoboek Speransa, een aangrijpend en indringend portret van het Antilliaanse leven in Nederland en van de achtergronden van de migratie. In het kader van het Speransa-project bezocht zij ook het eiland Sint-Eustatius (gewoonlijk Statia genoemd). Het was liefde op het eerste gezicht, en de liefde is gebleven. Al twintig jaar brengt zij er zo veel mogelijk tijd door. Zij heeft er familie gekregen, zij heeft er muziek leren maken en is al tien jaar lid van de traditionele stringband, en zij maakt deel uit van een vrouwengroepje dat zingt in de traditionele waken aan de vooravond van begrafenissen. Als weinig anderen is zij opgegaan in het leven van de Statiaanse familie en weinig anderen zijn zozeer door deze familie in het hart gesloten. Nergens voelt Jeanette Bos zich zo intens thuis als op Statia, in het gezelschap van Statianen. De vertrouwdheid en warmte tussen de fotografe en de Statianen geeft de foto’s hun unieke kwaliteit en hun indringend karakter. Als fotograaf heeft zij o.a. 21 solo-exposities op haar naam staan; ze maakte in 2011 deel uit van Dutch Delight (New York Photo Festival).

Delen op uw favoriete social network!

De verhalen van Joost Belinfante uit ‘Doe Maar Lijf aan lijf’ [1]

Henny Vrienten: “De scherpste schets die ooit van ons gemaakt is.”
Ernst Jansz: “Ontroerend, geestig, indrukwekkend.”

DoeMaar1-5

[1] ‘Veehal’ door Joost Belinfante:
Een veehal, aan de rand van de stad. Zondagnamiddag. Buiten, tussen de hekken waar doordeweeks het vee staat, wachten de meisjes al. Een paar honderd meisjes. Iedere auto die het terrein op rijdt veroorzaakt een opgewonden beweging in de rij. Ook de mijne. Ze weten wie ik ben, maar ze durven me niet goed te benaderen. Een heel clubje komt aangerend, ze staan te aarzelen en te schutteren. Ik draai mijn raampje maar open. Handen reiken naar binnen. Ze hebben tekeningen, zelfgehaakte roze met groene dassen, en met meisjeshandschrift beschreven vellen papier. ‘Meneer, wilt U dit aan Ernst geven? Meneer, wilt U dit aan Henny geven?’
Lees hier het hele verhaal met meer foto’s uit het boek

Topfotografen Bert Nienhuis en Kees Tabak legden in 1983 de meest succesvolle tournee van Doe Maar vast. Toch zou dit hoogtepunt de groep uiteindelijk doen besluiten te stoppen. Joost Belinfante levert anno 2008 met acht verhalen een prachtig commentaar op dat onvergetelijke jaar. Werden destijds uit hun duizenden foto’s vooral de foto’s van de bandleden gepubliceerd, vijfentwintig jaar later komen in dit boek juist ook de foto’s aan bod die toen niét afgedrukt werden: het wachten en het inspelen voor het concert, de spanning en het dollen in de geïmproviseerde kleedkamers in veehallen, veilinghallen en sporthallen – en vooral het publiek, dat massale publiek dat gaandeweg de tournee almaar jonger leek te worden. Je kunt niet anders dan deze foto’s met dubbelfocus bekijken: 1983 vanuit 2008 en het plezier, de ontroering en later ook de verbijstering meebeleven met Ernst, Henny, Jan H. en Jan P. Onlosmakelijk bij dit boek hoort het dubbelalbum Lijf aan lijf dat tijdens déze gefotografeerde concerten in Loosbroek, Goes, Assen, Tiel en Joure werd opgenomen en – in 2008 perfect geremasterd – aan het boek is toegevoegd. Op de cd’s hoor je letterlijk het publiek dat in dit boek met de prachtige foto’s een onuitwisbaar gezicht gekregen heeft.

Klik voor de optredens in 2016
Meer over DoeMaar op deze site

Delen op uw favoriete social network!

Doe Maar opnieuw Lijf aan lijf in 2016!

Optredens:
Zaterdag 4 juni Deventer (try out)
Zondag 5 juni Deventer (try out)
Vrijdag 10 juni Antwerpen Lotto Arena
Zaterdag 11 juni Pinkpop
Dinsdag 14 juni Ziggo Dome
Woensdag 15 juni Ziggo Dome
Zaterdag 18 juni Ziggo Dome

Vanaf 4 juni is de winkelprijs van de boekuitgave Doe Maar Lijf aan Lijf + 2 CD tijdelijk verlaagd van € 29,50 tot € 25,00.

Joost Belinfante, Bert Nienhuis, Kees Tabak
Doe Maar Lijf aan Lijf + 2 CD

Gebonden, 22,6 x 22,6 cm
132 blz, met meer dan 100 paginagrote foto’s
Dubbel-CD in 2008 geremasterd
Prijs: tijdelijk vanaf 4 juni 2016 € 25,00
ISBN 978-906265-634-9
Henny Vrienten: “De scherpste schets die ooit van ons gemaakt is.”
Ernst Jansz: “Ontroerend, geestig, indrukwekkend.”

Meer over Doe Maar op deze site

Delen op uw favoriete social network!

«Het is een erg egoïstisch beroep.» – Chris Hinze

CoverHinzeDef2.inddChris Hinze op Ikon-tv (NPO2) op zondag 22 mei 2016, 1.15:
Fluitist en componist Chris Hinze onderbrak begin jaren negentig zijn carrière en reisde af naar Azië om zich te bezinnen. Een gesprek met programmamaakster Colet van der Ven over spiritualiteit en het ego van de muzikant naar aanleiding van zijn door Kees Ruys geschreven autobiografie. Een tweede nachtzoen van Chris Hinze.
Kijk hier naar de uitzending
Meer over ‘Chris Hinze. Een biografie’

Delen op uw favoriete social network!

Boeken van In de Knipscheer op Tong Tong Fair

TongTong2016Zoals altijd veel (nieuwe) boeken van Uitgeverij In de Knipscheer op de Tong Tong Fair (v/h Pasar Malam Besar) op het Malieveld in Den Haag van 28 mei t/m 5 juni 2016 op de stands van Boekhandel Van Stockum en/of op de stand van Tong-Tong-Theater.
O.a. ‘Koude Sambal’ van Peter Andriesse (‘een zeer mooie verhalenbundel, die schittert in zijn eenvoud!’) en ‘Rood en wit met blauw’ van Barney Agerbeek (‘Indo’s in Holland: opnieuw is een standbeeld voor u opgericht.’) en ‘Chris Hinze – Een autobiografie’ van Kees Ruys (‘de nu bijna 78-jarige Indische dirigentenzoon, die kind was op Java en daarna in Europa een onwaarschijnlijke carrière maakte.’) en een handvol titels van de onvolprezen tweede generatie Indoschrijver Alfred Birney. Laatstgenoemde en Barney Agerbeek, alsook letterkundige Michiel van Kempen, zijn geprogrammeerd in het Tong-Tong-Theater.
Meer over Peter Andriesse
Meer over Barney Agerbeek
Meer over Kees Ruys / Chris Hinze
Meer over Alfred Birney

Delen op uw favoriete social network!

Gedicht van Astrid H. Roemer voor Jos Knipscheer

Jos1988Astrid H. Roemer schreef dit gedicht op 12 februari 1997 (Den Haag-Kijkduin) naar aanleiding van het overlijden van Jos Knipscheer op 10 februari 1997. Het werd in een Engelse vertaling van Nancy Forest-Flier gepubliceerd in Callaloo [A Journal of African-American and African Arts and Letters], Volume 21, No. 3, Summer, 1998, voorafgaand aan een door haar geschreven in memoriam met de titel ‘An Angel Among Publishers’. De trilogie Gewaagd leven (1996), Lijken op Liefde (1997) en Was Getekend (1998) is door de auteur postuum opgedragen aan Jos Knipscheer (1945-1997).

voor Jos Knipscheer

Schrijf, zei je. Laat desnoods jouw
nachtmerries draven over het papier. Troost je
met de schoonheid van hun wervelende beelden. Raak
bevrucht, zei je.
Open je lijf voor het zaad van het woord.
Jij moet het blanke vel met verhalen vullen.
Maak de wonden die de ervaring je slaat tot merktekens
van wijsheid: houd hoe dan ook de leegte in toom.

Niemand zegent je.
Zegen jezelf, zei je.
Niemand lauwert je. Maak van wintergroen je
eigen kransen.
Twijfel wordt nooit drukinkt.
Twijfel niet, zei je. Leef op de scherpe snede van het vel
en bouw jouw kastelen tussen de regels
in de herfst, zei je.

Lees hier de Engelse vertaling
Lees hier het IM ‘An Angel Among Publishers’

Delen op uw favoriete social network!

«Een epos dat van generatie tot generatie verteld moet gaan worden.» – Ezra de Haan

VoorplatParelmoer-72Over ‘Parelmoerpoeder’ van Clyde R. Lo A Njoe op Literatuurplein, 24 mei 2016:
‘Parelmoerpoeder’ […] is een epos dat ogenschijnlijk eenvoudig begint met de ontmoeting van de twee belangrijkste karakters in de roman. Dird, een armlastige kunstenaar, en Esther Anders, een jonge joodse vrouw. (…) Er ontstaat een romance. Als een ware Shéhérazade weet Esther Anders Dird niet alleen met haar schoonheid maar ook door middel van het vertellen van verhalen aan zich te binden. Zo leert hij niet alleen haar levensverhaal kennen maar ook dat van haar ouders. Steeds stopt ze echter halverwege het ongelooflijke verhaal, zodat de kunstenaar wel terug moet komen. Het verhaal dat in delen tot Dird komt, behelst het verhaal van Esthers ouders, twee Duitse joden. Haar vader past zich steeds als een kameleon aan, zelfs wanneer Nederland bezet is en hij te maken krijgt met de Jodenvervolging. (…) Soms viel er niet aan te ontkomen tegen collaboratie aan te schurken, als datgene wat het opleverde belangrijker was. Ook viel verraad onder de mogelijkheden die overwogen werden om tegenstanders of mogelijke verraders te elimineren. ‘Parelmoerpoeder’ schenkt vooral aandacht aan al die anoniem gebleven verzetshelden, de mensen die deden wat er gedaan moest worden, ondanks dat ze daarmee hun leven in gevaar brachten. (…) De lezer [blijft] tegelijkertijd nieuwsgierig naar het verloop van de liefde tussen Esther en Dird. Gaat er gebeuren wat ze hem keer op keer belooft, maar ‘waar ze nog niet aan toe is’? Of houdt ze de kunstenaar aan het lijntje, zoals ze dat ook met haar nooit eindigende verhaal lijkt te doen? […] Pas wanneer al die schakeringen van alle verhalen en vooral alle verbanden die ze met elkaar hebben duidelijk worden, komt het ware idee van ‘Parelmoerpoeder’ tot je. De auteur toont op een volstrekt authentieke wijze aan dat ons denken over het verleden, en zeker over de Tweede Wereldoorlog, veel te simpel is. In die dagen kon de kleinste fout enorme gevolgen hebben. Lo A Njoe laat tevens zien dat die oorlog doorklinkt tot op de dag van vandaag. (…) Je bent geneigd te spreken over een noodlot wanneer een gebeurtenis zo ver in het verleden en een ontmoeting in het heden samenkomen en het tot noodlottige gevolgen leidt. In een roman als van Clyde Lo A Njoe heb je het over een duizelingwekkend Perzisch tapijt waarop je, hoe langer je kijkt, steeds meer taferelen ontwaart. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Parelmoerpoeder’
Meer over Clyde Lo A Njoe op deze site

Delen op uw favoriete social network!

«Uitstekend geschreven roman, gebaseerd op sterk empirisch materiaal.» – Cor Gout

VoorplatMonkhorst-72Over ‘De blijmoedige leugenaar’ van Theo Monkhorst op Extaze.nl, 23 mei 2016:
(…) Een echte sleutelroman is ‘De blijmoedige leugenaar’ niet. Er zijn sleutels te vinden, maar die vallen niet altijd even gemakkelijk in het slot. Bovendien biedt het verhaal naast ‘versleutelde’ personages ook plaats aan personen die met hun werkelijke namen worden aangeduid. (…) Als je een sleutelroman (of een satire, wat een sleutelroman meestal is… ook dit boek) half-fictie kan noemen, dan bestaat het boek uit fictie, half-fictie en journalistiek. (…) De fictie verbreidt zich met name rond Tiddo, die de openheid van zijn Gronings landschap is kwijtgeraakt en, sinds de stad hem in zijn greep heeft gekregen, een politieke manipulator en leugenaar is geworden. (…) Ook de uitbeelding van de perikelen rond de ‘Culture Dome’ kent fictieve momenten, maar toch vooral journalistieke. De wijze waarop dit ultieme voorbeeld van Haagse hoogmoed via goedkope verkooptechnieken aan de man (het volk) is gebracht, heeft Monkhorst met verve en naar waarheid opgetekend. (…) Hoe Tiddo met machiavellistische technieken het gevaar te lijf gaat is te komisch beschreven om de passage hier te resumeren. Welk een genot om weer eens een boek te lezen over dingen die er toe doen, doortrokken van historisch besef en gekruid met kritiek, waarbij ook kleinere onderwerpen de aandacht krijgen. (…) ‘De blijmoedige leugenaar’ is een uitstekend geschreven roman, gebaseerd op sterk empirisch materiaal. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘De blijmoedige leugenaar’

Delen op uw favoriete social network!

«Sporadisch duiken er toch nieuwe namen op in het Surinaamse schrijverslandschap.» – Pieter van Maele

VoorplatGeenwegterug75 VoorplatLachmisingOver o.a. Karin Lachmising en Iraida van Dijk-Ooft in Trouw, 18 mei 2016:
Terwijl Astrid H. Roemer morgen de prestigieuze P.C. Hooftprijs voor letterkunde in ontvangst neemt, verkeert de literaire wereld in haar geboorteland Suriname in crisis. Er zijn amper schrijvers, amper lezers, en er is amper literair vuur. (…) Karin Lachmising: ‘Ik heb veel respect voor de auteurs uit de jaren zestig en zeventig, maar op zich was dat vanuit literair oogpunt een makkelijke tijd. Er was één duidelijke vijand, de witte man. Hoe geweldig is het niet om als schrijver een kolonisator te hebben, te kunnen schrijven over de zucht naar vrijheid en zo grote massa’s ter been te brengen? Nu die staatkundige onafhankelijkheid is verwezenlijkt, moeten we nog van zoveel andere dingen vrijkomen. We moeten vooral leren vrijkomen van onszelf, we moeten durven met elkaar het conflict aan te gaan en de gevestigde orde te veranderen. Als ik een alomvattend thema moet noemen waar de Surinaamse literatuur mee aan de slag moet gaan, dan is dat het wel.’ (…) Iraida van Dijk-Ooft: ‘Het klinkt ontzettend idealistisch, maar zelfs in zulke tijden van grote twijfel heeft de literatuur een taak te vervullen. Het zal mij niet lukken het systeem te veranderen. Dat is ook niet mijn bedoeling. Ik wil door te schrijven wat veranderen bij de mens, al is het maar bij één lezer. Ik wil Surinamers doen inzien dat we in deze multi-etnische samenleving veel te veel langs elkaar heen leven, we leven erop los, zonder na te denken over het waarom. Wat zijn de oorzaken van onze angsten, ons verdriet, ons gebrek aan zelfvertrouwen? Daar wil ik het over hebben. Mij maakt het niet uit dat ik niet aan de wieg zal staan van een massabeweging. Als er bij iemand maar een vonkje is.’
Lees hier het artikel/interview
Meer over Karin Lachmising
Meer over Iraida van Dijk-Ooft
Meer over Astrid H. Roemer

Delen op uw favoriete social network!