Harman Nielsen – De Hoge Stad. Fantasyroman

Harman NielsenHarman Nielsen
De Hoge Stad

Boek 3 in de romancyclus Het Verscholen Volk
Fantasy, Nederland
Ingenaaid, royaal formaat (14 x 21 cm), 440 blz.
ISBN 978-90-6265-572-4
Eerste druk 2006

De Hoge Stad is boek drie uit de romancyclus Het Verscholen Volk, een verhaal dat in de toekomst speelt en waarin in Het Verscholen Volk niet de sterksten maar de zwaksten op Aarde als groepjes overleven, uitgroeien tot keldervolk, karavaanvolk en riviervolk en totaal nieuwe vaardigheden ontwikkelen. Twaalf jaar later is in De Laatste Jacht de buitenaardse vijand verdwenen, maar dienen zich nieuwe vijanden, nu uit eigen kring, aan. De mens heeft nog steeds zijn zwakten.

In De Hoge Stad zijn opnieuw twaalf jaren voorbijgegaan en schemer dreigt te vallen over de wereld van ‘het verscholen volk’. Sommigen geven de oude bestaanswijze op om onderdak te zoeken in een van de verlaten steden. De Hoge Stad is donker door de hoogbouw, nauw door de stegen. De Muur die erom is opgeworpen, door puin te storten in half neergehaalde hoogbouw, is een gordel van versteende, opeengestapelde oude angst. Zoals een kathedraal die op instorten staat van ouderdom, waar geen licht meer in wil vallen, waar het wrak van een prelaat uit angst voor de eigen dood macht over het nabestaan pretendeert, en waar groepen mensen gedwongen komen geloven.. Zo is De Hoge Stad de veruiterlijking van het gekluisterd worden, het opgesloten zijn in andermans angst en machtshonger. In onvrijheid gaat de mens dood; maar uiteindelijk komt hij aan de Muur en weet er door te dringen.

De romancyclus Het Verscholen Volk is door de pers eensluidend bestempeld tot eigentijds hoogtepunt in het genre.

Harman Nielsen in een essay in 2006 voor NCSF:
“Als iemand me vraagt, waarom ik Fantasy heb geschreven, kan ik dus eigenlijk alleen maar antwoorden: waarom niet? Maar in werkelijkheid heb ik me nooit zo erg afgevraagd of het schrijven van een Fantasy-cyclus nu wel of niet lite-ratuur zou opleveren. Ik ben aan de cyclus begonnen, omdat Fantasy me de vrijheid gaf te vertellen over een speciale wereld met een speciale problematiek. Die vrijheid moet volgens mij trouwens aan alle kunst ten grondslag liggen. Maar in Science Fiction – en al helemaal in Fantasy – komt die vrijheid wel heel specifiek tot uitdrukking. De vrijheid van de verbeelding.”

«Na Het verscholen Volk en De Laatste Jacht heb ik met veel spanning gewacht op het derde deel van de Nederlandse schrijver Harman Nielsen. De reeks gaat over de Aarde ver in de toekomst. Buitenaardse slavenhalers hebben de Aarde leeggehaald. En alleen de zwakken zijn gebleven. Na honderden jaren heeft de mensheid de draad weer opgepakt. Het Wagenvolk trekt over de vlakten, het Riviervolk bevaart de wateren en het Keldervolk woont in de vernielde steden. Over de wereld heerst een stilte en een gestage waakzaamheid. De slavenhalers kunnen immers terugkomen! Gepraat wordt er nauwelijks; men communiceert door een soort vingertaal. In de vorige twee delen hebben we gezien dat er veranderingen optraden. Er is een nieuwe zelfbewustzijn ontstaan en dit heeft de psychische talenten versterkt. In De Hoge Stad is een nieuwe ontwikkeling gaande. De Witte Vrouwe roept, en velen van het Wagen- en Riviervolk hebben gehoor gegeven. De stad is afgesloten door een hoge wal, en wie binnenkomt mag niet meer weg. Wat betekent dit?
Ik kan niet anders dan enthousiast zijn. Het verhaal wordt met veel verve verteld, en het eind is sterk en met stijl. Een absolute topper.» – Dagblad De Limburger

«Harman Nielsen heeft zich in mijn ogen bovenaan de lijst van Nederlandse schrijvers geplaatst met zijn prachtige vertelling over een toekomstige Aarde, beroofd van zijn menselijke bewoners door een ras van slavenhalers. Hun bedoeld lot was uit te sterven. Na eeuwen heeft zich toch weer een gemeenschap ontwikkeld. Het gesproken woord is vervangen door een vingertaal. En nog altijd werpen de mensen steels hun blik naar de hemel. De mensen ontwikkelen nieuwe talenten. Sterke geestelijke vermogens geven sommigen van hen een enmorme potentie. In De Hoge Stad volgen we de bekende hoofdpersonen. Er is een nieuwe dreiging. De Witte Vrouwe roept het Volk naar de stad. Ze is ommuurd, en wie naar binnen gaat, komt niet meer naar buiten. Vluchters worden genadeloos opgejaagd. Wie is de Witte Vrouwe, en hoe kan haar roep zo lokkend zijn? Niet iedereen van het Volk accepteert deze ontwikkeling en er dreigt een confrontatie. Zal er weer bloed vloeien op Aarde, waar de vrede zo lang geheerst heeft?
Wederom een sprankelend feest van stijl, originaliteit en poëtische pracht. Nielsen heeft niet enkel een mooi verhaal geschreven, hij brengt de lezer bij zichzelf en de wereld van nu. Kunst is de projectie van het heden en roept daardoor emotie op. En dat doet dit verhaal. Ik heb het al eerder gezegd: een juweeltje!!!» – Gerrie van Kooij, SF Terra nr. 196

«Met de Het Verscholen Volk-cyclus waagt Harman Nielsen (pseudoniem van Kees Glimmerveen) zich voor het eerst in de fantasy. De wereld die hij neerzet, is weemoedig en zwart. Buitenaardse slavenhalers hebben eeuwen geleden het grootste gedeelte van de mensheid ontvoerd. Alleen de zwakken glipten door het net; de Aarde is een wereld van losers die winnaars zijn geworden. Er zijn nu drie bevolkingsgroepen, elk met eigen talenten: het Wagenvolk, het Riviervolk en het Keldervolk die in de restanten van de steden wonen. Andere volken mijden de steden, maar in dit deel, een vervolg op ‘De Laatste Jacht’ worden de kinderen van Mus gedwongen naar de mythische en verboden Hoge Stad te gaan. Vergelijkbaar met Ursula Le Guin. Het beste dat de Nederlandse fantasy te bieden heeft.» – NBD/Biblion

«In Nederland worden weinig fantasyboeken geschreven, het land telt dan ook maar een paar fantasyschrijvers. Harman Nielsen (een pseudoniem van Kees Glimmerveen) is er zo een. Hij heeft ook ‘gewone’ romans geschreven, zoals Judas, Waanzin en Michelangelo’s Marmer. Een paar jaar geleden is hij begonnen met het schrijven van een fantasy-trilogie, Het Verscholen Volk, en nu heeft hij heeft het derde deel geschreven. In deze episode, De Hoge Stad, bouwt hij verder op het verhaal dat hij is begonnen in Het Verscholen Volk (2003) en /De Laatste Jacht (2004).
De serie begint met het verhaal van een buitenaards ras, de K’zan, die een groot deel van de mensheid heeft weggevoerd als slaven. Alleen de zwakken blijven uit de handen van de K’zan en zij leven dan ook verder, als riviervolk dat met boten over de rivieren trekt of als wagenvolk dat met karren over de vlaktes reist. In het laatste deel van de trilogie is een deel van deze volkeren in de kelders van de steden gaan wonen, en zij heten nu het keldervolk. Om zich te kunnen voortplanten komen de drie volkeren bij elkaar op de vlaktes. Zo nu en dan worden er Sprekers geboren, dat zijn mensen met speciale krachten waarmee ze bijvoorbeeld mensen kunnen genezen of het kunnen laten sneeuwen. Bron en Beer, en ook hun vader Mus, zijn zulke Sprekers. Zij komen erachter dat het wagen- en riviervolk massaal naar de Hoge Stad trekt en om een mysterieuze reden niet meer terugkomt. Als ze willen uitzoeken waarom, worden ze hierbij geholpen door Bles, een vrouw die met wolven reist, en Kauw, die in de Stad woont. Als ze ontdekken wat het volk tegenhoudt, gaan ze dit gevaar te lijf en proberen ze het te bevrijden.
Een minpunt is dat deze roman nogal eens in vaagheden vervalt wanneer het aankomt op de magische krachten van de hoofdpersonen en de belangrijke verhaallijnen. Er wordt bijvoorbeeld een lange tijd gesproken over een ‘schemer’ en een ‘helling’, waarvan op een later punt in het boek pas duidelijker wordt wat ermee bedoeld wordt, namelijk een soort hiernamaals. Daar gebeuren belangrijke dingen, want blijkbaar kunnen Sprekers de doden achterna gaan, met het risico dat ze zelf niet meer terug kunnen komen. Ook kunnen zij dieren temmen en het weer beïnvloeden, maar het wordt pas geleidelijk aan duidelijk dat dit met (een speciale) energie gebeurt. De vaagheden in de verhaallijnen liggen waarschijnlijk aan het feit dat een groot deel van het verhaal al is uitgelegd in de andere twee boeken. Dat maakt dat dit boek toch minder goed individueel te lezen is, want de informatie van de eerste twee verhalen is wel nodig om dit deel beter te kunnen begrijpen.
Toch is er nog genoeg van het verhaal helder om erachter te komen waar het over gaat. De parallelle gebeurtenissen worden om en om verteld en dat houdt de spanning er goed in. Terwijl Beer naar de stad reist en Bron bij het wagenvolk blijft, probeert Bles Mus te helpen bij het verlies van zijn vrouw, Grit. Een ander element versterkt de spanning. In de Hoge Stad heerst een duister, dat veroorzaakt wordt door de muur. Het schemerdonker dat Nielsen opwekt dringt door in het hele boek, wat met de magische krachten van de hoofdpersonen een mystieke sfeer creëert.
Het taalgebruik in het boek doet meer aan Engels denken dan aan Nederlands en voegt meer toe aan de betoverende vertelling. Er wordt veel ‘gesproken’ door middel van handgebaren, en bovendien hebben de volkeren hun eigen manier van spreken. Met woorden als ‘dat is de waarheid’ en ‘zo is het’ zetten de mensen hun uitingen kracht bij. Het vreemde taalgebruik neemt het alledaagse weg uit een taal die we al zo goed kennen. Ook de namen van de karakters zijn interessant omdat ze verwijzen naar de aard van de persoon. In een fantasiewereld komt dit uitstekend tot zijn recht.
Fantasy is een genre dat de meeste mensen al snel met Engelse boeken zullen associeren; The Lord of the Rings of Harry Potter zijn populaire voorbeelden. Deze Nederlandse trilogie wijkt af van de standaardformule die fantasy kent: geen elfen of dwergen, geen grote queeste die met behulp van magische voorwerpen volbracht moet worden. Nielsen beschrijft een samenleving die op de Middeleeuwen lijkt, maar dan gesitueerd in de toekomst. Niet alleen schrijft hij goed, hij geeft ook een eigen draai aan het genre. Met dit boek bewijst hij dat ook een Nederlands fantasyboek prachtig uit de verf kan komen.» – Marjolein Tamis op www.recensieweb.nl

«Er is veel gebeurd sinds eeuwen geleden de slavenschepen van K’zan de aardse bevolking hebben weggevoerd. Al die tijd heeft de bevolking in kleine stammen geleefd en zijn ze als nomaden over het land en het water getrokken. Maar daar komt nu verandering in, want de mensen worden opgeroepen om naar De Stad te komen. En wanneer ze hier eenmaal zijn, is het haast onmogelijk om er weer weg te komen. Enkelen lukt het, maar zij moeten dit soms met hun eigen leven betalen. Wanneer Bron en Beer (intussen volwassen geworden) hier wat aan besluiten te doen, blijken er nog meer factoren mee te spelen. Want waarom zouden mensen die van de velden en rivieren houden zich op laten sluiten in een vervallen stad? Zoals bij alle boeken uit deze serie, moet je in het begin even weer in het verhaal komen. Maar deze schrijver/filosoof is een meester in de vertelkunst en vooral de overtuigende karakters maken dit boek voor mij om te smullen.» – Sandra Pellegrom Elf Fantasy

Meer over ‘De Hoge Stad’
Meer over de Het verscholen Volk-cyclus

Delen op uw favoriete social network!