Leon de Winter – Zoeken naar Eileen W.

Leon de WinterLEON DE WINTER
Zoeken naar Eileen W.

Nederland, Roman
Gebonden, 288 blz., 17,50
ISBN 90-6265-413-4
Achttiende druk 2001

In 1981 breekt Leon de Winter (in 1979) bekroond met de Reina Prinsen Geerligsprijs voor zijn debuutroman De (ver)wording van de jongere Dürer definitief door naar het grote lezerspubliek met Zoeken naar Eileen W. De eerste druk van de luxe paperbackeditie (met een omslag in zeven kleuren) bedraagt in 1981 meteen 10000 exemplaren, waarna vele herdrukken in diverse edities volgen.
In 1995, het jaar waarin Leon de Winter met Serenade auteur is van het Boekenweekgeschenk, verschijnt Zoeken naar Eileen W. voor het eerst in een gebonden editie. Inmiddels bedraagt de totale drukoplaag 125.000 exemplaren.

De verteller in Zoeken naar Eileen W. drijft een winkel in tweedehandsboeken in de Londense wijk Clapton en brengt zijn dagen door met het beschrijven van een zoektocht naar een zekere Eileen, een Iers meisje dat hij bij toeval heeft ontmoet maar dat plotseling van de aardbodem verdwenen lijkt te zijn. Wie was zij? Wat heeft haar bewogen om van de ene op de andere dag te verdwijnen? En waarom wordt hij zo door haar geobsedeerd?

In Noord-Ierland overziet hij stukje bij beetje de intrigerende en complexe positie waarin Eileen zich heeft bevonden. Op basis van deze inzichten en de summiere gegevens die hij over haar verzameld heeft schrijft hij haar `biografie’ – een klassiek geconstrueerd liefdesverhaal rond een meisje dat langzaam bezwijkt onder de druk van de omstandigheden. Zijn speurtocht naar Eileen is tevens een tocht door zijn eigen verbeeldingswereld, en naar het einde toe zijn deze twee steeds minder van elkaar te scheiden.

De pers over Zoeken naar Eileen W.
«Zoeken naar Eileen W. wordt gekenmerkt door twee belangrijke tegenstellingen: die tussen beweging en stilstand, en die tussen fantasie en werkelijkheid. Ze geven de vertelling een bijzondere dynamiek. Dat tot de werkelijkheid de Noord-Ierse actualiteit van twee elkaar op leven en dood bevechtende religies behoort, geeft de roman bij alle symboliek en complexiteit van de chronologie, een toets van ‘suspense’ die hem soms op een thriller doet lijken. De Noord-Ierse realiteit leidt geen eigen leven, maar is opgenomen in het geheel van de tegenstellingen die zorgvuldig en precies worden uitgewerkt, waardoor ze heel concreet een andere tegenstelling in het leven roepen: die tussen de enkeling en zijn omgeving. Het accent op de fantasie in dit boek benadrukt hoe schrijnend groot de afstand tussen eenling en maatschappij ervaren wordt… Vooral heb ik bewondering voor dit boek, omdat het een machtig pleidooi is voor de verbeelding, wier kracht in het huidige tijdsgewricht toch al te zeer gekortwiekt dreigt te worden.» – Volkskrant, Willem Kuipers

«Verbazend knap geconstrueerd… Leon de Winter heeft een fascinerende manier gevonden om het proces van verbeelden de vorm te geven van een verhaal.» – Trouw, Tom van Deel

«De Winter wekt bewondering op door zijn vaardigheid om essentiële thema’s een menselijke vorm te geven.» – Vrij Nederland, Carel Peeters

«Wat bij W.F. Hermans de oorlog is, wordt in De Winters roman Noord-Ierland, waar ieder individueel gedrag politieke reikwijdte krijgt. Zoeken naar Eileen W. is ongetwijfeld het beste boek dat Leon de Winter tot nu toe schreef.» – Haagse Post, Jaap Goedegebuure

Arturo Uslar Pietri – Rode lansen

Arturo Uslar PietriARTURO USLAR PIETRI
Rode lansen

Venezuela, Roman
Vertaling : Rikkie Degenaar
Gebonden, 224 blz. € 20,00
ISBN 90-6265-517-3
Eerste druk 2001

De Venezolaanse schrijver Arturo Uslar Pietri (Caracas, 1906-2000) gebruikte in 1948 als eerste de term `magisch realisme’ om de Latijns-Amerikaanse literatuur te beschrijven. Begin jaren dertig deelde hij zijn woning in Parijs met Alejo Carpentier en Miguel Angel Asturias en schreef hij Rode lansen, zijn beroemde historische roman over de onafhankelijkheidsoorlog van 1811-1821 in Venezuela.

Het verhaal verloopt lineair en kent drie hoofdpersonen. Presentación Campos is opzichter van El Altar, het landgoed van Fernando Fonta. Als de oorlog uitbreekt, met alle gruwelijkheden van de strijd, komen ook zij tegenover elkaar te staan: Campos komt met de slaven in opstand en schaart zich aarzelend aan de Spaanse kant, terwijl Fonta uit ideologische overwegingen voor het revolutionaire leger kiest. De derde hoofdpersoon, en uiteindelijke triomfator, is Simon Bolívar, die in de roman wel alom tegenwoordig is via anderen, maar alleen in het begin en aan het eind in eigen persoon aanwezig is. Daardoorheen speelt de liefde tussen de zus van Fernando, Inés, en zijn vriend, de Engelse kapitein David. Deze liefdesgeschiedenis krijgt een noodlottige wending wanneer Campos Inés verkracht en voorgoed een einde maakt aan de oude verhoudingen door ook haar ouderlijk landhuis in brand te steken.

Uslar Pietri is getuige geweest van de geschiedenis van Latijns-Amerika in de twintigste eeuw en was een van de voornaamste critici van Venezuela. Rode lansen, een jeugdwerk, wordt gezien als de eerste ‘moderne’ Spaans-Amerikaanse roman, die de Latijns-Amerikaanse vertelkunst op historische wijze heeft vernieuwd.

Rode lansen is spannend, mede dankzij de verhaalstructuur waarin de verteller buiten het verhaal staat en zich van commentaar onthoudt. De Nederlandse vertaling van deze klassieker is uitgebreid met een Voorwoord dat Uslar Pietri in 1995 schreef.

Maryse Condé – Guadeloupe. Waargebeurde verhalen uit mijn jeugd

Maryse CondéMARYSE CONDÉ
Guadeloupe. Waargebeurde verhalen uit mijn jeugd.

Guadeloupe, Verhalen
Vertaling: Eveline van Hemert
Gebonden, 160 blz. 17,90
ISBN 90-6265-522-x
Eerste druk 2001

Onderscheiden met Le prix Marguerite Yourcenar Maryse Condé beschrijft het Guadeloupe van de jaren vijftig, de wereld waarin ze als tiener opgroeide, vanuit het verbaasde kind dat ze ooit was. Het is een tijd van verborgen verdriet, verzwegen armoede en naast elkaar levende rassen: men huilt niet als een dierbare is overleden, spreekt geen creools in het openbaar, ontslaat nog kindermeisjes op staande voet.

De jonge Maryse ervaart dat blanke kinderen haar neerbuigend behandelen en denken haar te mogen slaan, enkel omdat ze een negerin is. Zelf groeit ze echter ook op als iemand van de betere klasse: ze behoort tot de keurig geklede, goed geschoeide kinderen die naar school gaan om later iemand te worden. Ze ontdekt dat het schrijven ban een opstel grote gevolgen kan hebben en het begin kan zijn van een schrijversleven waarin haar vluchten in fantasie en de droom van zelfstandigheid samenkomen

«Of ze nu fictie schrijft, sagen of verhalen, of dat ze, zoals hier, de pen pakt om te vertellen over haar eigen jeugd, in oprechte bewoordingen zonder opsmuk, ze blijft de grote Maryse Condé. – La Dépêche

«De lezer zal in het verhaal de persoonlijkheid herkennen van deze grande dame van de literatuur, die met recht mag zeggen dat ze de eed uit haar jeugd trouw is gebleven.» – L’Autre Afrique

«Deze terugkeer naar de gebarsten herinneringen van haar jeugd is voor haar de manier om haar moeilijke weg te begrijpen. En voor de lezer werpt het op boeiende wijze licht op haar bewustwordingsproces.» – Le Temps

John Leefmans – Retro. Gedichten

John LeefmansJohn Leefmans
Retro. Gedichten

Suriname, Poëzie
Ingenaaid, 104 blz., 15,75
ISBN 90 6265 498 3
Eerste druk 2001

John Leefmans (Suriname, 1933) verliet op 15-jarige leeftijd Suriname. Maakte carrière als diplomaat en woont pas sinds 1995 weer definitief in Nederland. Hij is secretaris van het Surinaamse Forum, voorzitter van de stichting Surinaams Muziek Collectief en lid van de redactieraad van OSO, tijdschrift van het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek. Hij was met onder andere Pim de la Parra, Rudi Kross en Ronald Venetiaan redacteur van/publicist in het Surinaamse tijdschrift Mamjo, en mede-oprichter van het toentertijd in Leiden geruchtmakende (anti)-literaire blad Kat t-t kaf. Bij Radio Nederland had hij eind jaren vijftig een wekelijkse rubriek Fa un tan.
In 1981 verscheen zijn eerste dichtbundel Intro onder het pseudoniem Jo Löffel. Retro, nu onder zijn eigen naam, beschouwt hij als zijn tweede bundel. Hij nam in 2000 deel aan Poetry International en vertaalde poëzie van onder meer Jules Deelder in het Sranan.

De pers over Retro
“Sisyphus hak ik dagelijks hier rust / vlecht kransen ongevraagd onbesteld / in ’t grauwe vlak, codes voor archeologen / en dagelijks de dullen moor / de muur bestormend met zijn hoofd / maar alle stenen blijven boven / gereserveerd voor de donder” (uit ‘Nocturne’).

De bundel zelf wil ik kort en krachtig samenvatten onder het motto ‘Genieten voor erudieten’. De gedichten van Leefmans voeren de lezer mee naar verre landen, Tantalus wisselt even snel met Xenophoon als Angelen plaatsmaken voor Saksen. De gedichten stomen verder en gunnen je geen enkele moment rust.

“Hier zijn we dan, mijn vrouw en ik / net levend, een werk van Westerik / Wij praten vol wijsheid met elkaar / en worden wat ouder met het jaar / Soms vliegen we uit, uit de duiventil / maar keren terug, als de melker het wil” (uit ‘Ecce’).» – geciteerd uit Yves Joris in Meander 196

Neil Bissoondath – Yasmins werelden

Neil BissoondathNEIL BISSOONDATH
Yasmins werelden

Trinidad Roman
Vertaling: Peter Abspoel en Hanneke Nutbey
Paperback, 480 blz. 20,00
ISBN 90-6265-486-X
Eerste druk 2001

Na de dood van haar moeder verlaat Yasmin de Canadese stad waarin ze woont om voor het eerst sinds haar jeugd terug te keren naar het Caribische eiland waar ze geboren is. Ze doet dat in eerste instantie om de belofte aan haar moeder in te lossen: ze brengt haar as terug in haar koffer. Ze verwelkomt ook de adempauze in haar moeizame huwelijk met de Canadees Jim.

De lezer wordt ingesponnen in Yasmins subtiel beschreven ervaringen op het eiland, waar haar familieleden en anderen een verleden, waar ze niets van wist, tot leven wekken. Een verleden waarin haar vader, een niet als te scrupuleus politiek leider die door moord om het leven kwam, een centrale rol speelt.

Even essentiële ingrediënten van het verhaal zijn de resonanties van eerder momenten uit Yasmins eigen leven, en de stem van haar moeder, die zich los van haar dochter door het boek beweegt, als om de onafhankelijkheid van de geest van deze vrouw te benadrukken.

En elke van de opgedoemde werelden – die van moeder en dochter, die van het huwelijk, van de familie, van de geschiedenis van het eiland – breekt als het ware door interne spanning open, en vraagt van Yasmin een heroriëntatie op haar leven en afkomst. Maar vreemd genoeg leveren ze ook het materiaal voor nieuwe vormen van levensaanvaarding. Vanwege het gezonde verstand en de spontaniteit waarmee Yasmin de dilemma’s confronteert, wordt het verhaal boven de bijzondere omstandigheden uitgetild, en krijgt het – niet ondanks, maar juist dankzij het ontbreken van grootste pretenties – een universele strekking.

Neil Bissoondath (Trinidad, 1955), neef van V.S. Naipaul, woont sinds 1973 in Canada.
Naast Yasmins werelden schreef hij nog twee romans, waaronder A Casual Brutality. In zijn essaybundel Selling Illusions: The Cult of Multiculturalism, noemt hij het benadrukken van de verschillen in etnische afkomst `een zachte vorm van culturele apartheid’.

«Een aangrijpend verhaal, schitterend geschreven.» – The Toronto Sun, 1999

«Een menselijke en meevoelende stem die ons kan helpen met andere ogen naar de moderne wereld te kijken.» – Publishers Weekly

Klaas Jager – Windwakken in de tijd

Klaas JagerKlaas Jager
Windwakken in de tijd. Gedichten

Nederland, Poëzie
Ingenaaid, 80 blz., 13,50
ISBN 90 6265 528 9
Eerste druk 2001

Een jeugd in het bos en open veenweidegebied van Oranjewoud en het Lage Midden vlakbij Heerenveen brengt Klaas Jager, (Luinjeberd, 1961) dichter tot zichzelf. Hij ontwikkelt een grote passie voor de natuur en gaat in dialoog met zijn omgeving, waarin het dode en het levende bij waarneming tot leven komen en als het ware een bewustzijn krijgen: alles verkeert in zijn eigen tijd en heeft zijn eigen beleving. Zijn professie als veldbioloog, specifiek gericht op vogelonderzoek, zorgt voor de kennis en ervaringen die de voedingsbodem vormen voor zijn poëzie. Tijdens het langdurige verblijf in de natuur denkt hij in sterk naar de tijd verwijzende metaforen na over het leven, de dood en het dichten.

Zijn passie voor de natuur heeft hij goed binnen een breed kader weten te verwoorden met een eigen invulling die zijn waarnemingen uit hun beperktheid tillen. (Het Nederlandse boek). Met zijn poëzie is iets bijzonders aan de hand: die is namelijk behoorlijk goed. (VPRO, Anton de Goede). Natuurliefde wordt in de stapel recente bundels het meest overtuigend in beeld gebracht met Windwakken in de tijd. Door neologismen en vakjargon (bijvoorbeeld woordledig, uitvlieggat en zondagmorgenik) plus typografische wendingen en een niet aflatende soms bezwerende toon weet hij een origineel ervaringsveld te scheppen. Onverwachte sprongen van de ene werkelijkheid in de andere kom je niet vaak tegen bij een debutant. (Haagsche Courant)

De pers over Windwakken in de tijd
«Zijn professie als veldbioloog, specifiek gericht op vogelonderzoek, zorgt voor de kennis en ervaringen die de voedingsbodem vormen voor zijn poëie, lees ik op de achterflap. Hij ontwikkelt een grote passie voor de natuur en gaat in dialoog met zijn omgeving, waarin het dode en het levende bij waarneming tot leven komen en als het ware een bewustzijn krijgen. De dichtbundel bestaat uit een grillig samengaan van verschillende dichtvormen: een eigen geschapen natuur die doorheen de pagina’s woekert en zich niet laat temmen door vaste vormen.
Een fragment als “Woord, ternauwernood / geschreven, dun / drijvend kroos over / het oppervlak, door / een zwakke bries / uiteengedreven / zo goed als los / van waar het was / in het niet te zeggen / niets vooraf.” (uit ‘WOORDEN’) staat in schril contrast met de voortwoekerende woordenstroom in ‘Contact’: “Ook vandaag weer, een hand van het licht / Zoekt en betast de dingen / In de kamer, // Veert op tegen de muur, rekt zich uit.”

Bij momenten krijgt men de indruk de natuurdichter Alberto Caeiro (een alter ego van F. Pessoa) aan het woord te horen:

Pessoa: “(…) ik zag dat er geen Natuur is, / dat Natuur niet bestaat, / Dat er bergen zijn, valleien, vlakten, / Dat er bomen zijn, bloemen en grassen, / dat er stenen zijn, rivieren, / Maar dat er geen geheel is waartoe dit behoort, / dat een ware, werkelijke samenhang / een ziekte van ons denken is”

Klaas Jager: “in de hartslag / van de tijd, het / peristaltische ogenblik // brekend op de rand / van een volgend weer / uiteen tot een ander” (uit ‘Denken dat het waar kan zijn).

Dit is geen dichtbundel die je even op een rustige namiddag doorleest, tenzij je een groot deel van de woordenkracht niet wilt proeven. Elke keer weer wordt de aandacht van de lezer getrokken naar nieuwe details in de tekst. Gelukkig wisselen hermetische teksten af met lichtvoetige natuurobservaties, want wie de ganse tijd door het dichte struikgewas moet wringen, dreigt immers al snel het geheel van de natuur uit het oog te verliezen.» – Yves Joris in Meander 196

Carel de Haseth – Zolang er kusten zijn. Gedichten

Carel de HasethCAREL DE HASETH
Zolang er kusten zijn

Curaçao, Gedichten
Ingenaaid, 40 blz. 12,50
ISBN 90-6265-524-6
Eerste druk 2001

langs de zoom van de zee
zullen wij hem ongetwijfeld vinden
mensen van onbekende streken
langs kusten van goud, ivoor of slaven
of al was het maar in simpele hutten
aan de monding van een modderrivier
of op overigens nutteloze eilanden

mensen zullen wij zeker vinden
zolang er kusten zijn
waar vis uit het water spoelt
waar schepen komen

en waar wij mensen treffen
zullen wij met hen spreken
in taal, gebaar of daad
: van mens tot mens

Carel de Haseth (Curaçao, 1950 debuteerde in 1969 met de dichtbundel 2 dagen vóór Eva. Hij schrijf zowel in het Papiaments als in het Nederlands. Zolang er kusten zijn is zijn vijfde (en tweede geheel Nederlandstalige) bundel. Over Bida na koló/Kleuren van Leven (1981) schreef Jos de Roo in Trouw: ‘onafhankelijkheidspoëzie van hoog gehalte.’
Voor zijn prozadebuut Katibu di Shon ontving De Haseth in 1989 de Cola Debotprijs van het Eilandgebied Curaçao.

Boeli van Leeuwen – De rots der struikeling

Boeli van LeeuwenBOELI VAN LEEUWEN
De rots der struikeling

Nederlands / Curaçao
Paperback, 176 blz. 12,50
ISBN 90 6265 119 4
Zesde editie 2001
Uitverkocht; heruitgave in voorbereiding

De rots der struikeling, in 1960 bekroond met de Vijverbergprijs, is met recht een klassieker uit de Nederlandse literatuur. De roman is wellicht het enige werk dat, behalve in de originele gebonden en paperbackedities, in drie pocketreeksen werd gepubliceerd, te weten als Salamander pocket, als Rainbow pocketboek en als Ooievaar.

De rots der struikeling is het verhaal van Eddy Lejeune, die in Curaçao opgroeit, in Nederland studeert, in een concentratiekamp belandt en in Venezuela op raadselachtige wijze aan zijn eind komt bij het zoeken naar diamanten.

Deze opmerkelijke roman vertelt dit relaas in een sterke dagboekvorm en begint bij het einde van zijn leven. Daarvóór wordt zijn schooltijd beschreven, zijn opgroeien in een pleeggezin, de oorlog die hem als student overvalt, het kamp. Met name zijn oorlogservaringen blijken van grote invloed te zijn op zijn denken.

De pers over De rots der struikeling
«Het directe taalgebruik, hard, soms grof; de plastische taferelen geschilderd met meesterhand en met een strenge soberheid van woorden, scheppen een nerveus, snijdend verhaal. Je leest het in één adem uit.» – F. Castillo in El Dia, Mexico, 1964

«Dit boek bevestigt het idee dat literatuur en cultuur heden ten dage universele geldigheid hebben. Hoewel de achtergrond waartegen het verhaal zich afspeelt Curaçao voor de meesten van ons onbekend is, identificeren wij ons met de fundamentele waarden van de mens, zijn onveranderlijke karaktertrekken, ongeacht tijd, afstand, gewoontes en belangen.» – Angelina Muétz in Excelsior, Mexico, 1964

«Een schrijver, met een zeer eigen stijl, een eigen visie, een bewonderenswaardige taalbeheersing en het vermogen om van de stof, die hem zo na aan het hart ligt, afstand te kunnen nemen.» – Miep Diekmann

«Levendig en met evenveel vaart als intelligentie geschreven. – Vrij Nederland

«De romans van Boeli van Leeuwen zijn fascinerend en irriterend tegelijk, grillig van compositie met razendknappe gedeelten: meeslepende dichterlijke passages worden afgewisseld door de droge opmerkingen van de kroniekschrijver. Een waardevolle aanwinst voor onze literatuur.» – Ab Visser

Chawwa Wijnberg – Matses en monsters. Gedichten

Chawwa WijnbergCHAWWA WIJNBERG
Matses & monsters

Nederland / Poëzie
Paperback, 76 blz., 13,50
ISBN 90-6265-491-6
Eerste druk 2001

‘Ik probeer een ademhaling te schrijven, lucht tegen het stikken.’ – Chawwa Wijnberg in een interview in de PZC 2001.

Welke woorden kunnen beschrijven wat overlevenden van de holocaust nog dagelijks ervaren. Chawwa Wijnberg vond ze en schreef een bundel aangrijpende poëzie. In deze gedichten draait alles om dit ene thema. het is het onaanvaardbare, het onbespreekbare dat iedere keer weer om woorden vraagt. Telkens wanneer een lege plek of een brief datgene oprakelt wat nooit had mogen gebeuren, maar ook nooit vergeten mag worden.
Chawwa Wijnberg (1942) is beeldend kunstenaar en dichter. Ze was een onderduikkind. Haar vader zat in het verzet en werd in de oorlog gefusilleerd. Zij debuteerde in 1989 met Aan mij is niets te zien.

De pers over Matses en monsters
‘Zang en dans dus, tot op de laatste bladzijde. De poëzie van Chawwa Wijnberg is onontkoombaar uitnodigend. Wie haar leest gaat met haar mee op reis.’ – Paul Gellings

‘Deze bundel is meer; meer doorleefd, met meer verfijning en tederheid, maar ook harder.’ – Margriet Hogewind

Zoals de titel Matses & Monsters reeds doet vermoeden, wordt de lezer in de derde bundel van Chawwa Wijnberg geconfronteerd met de pijn en het lijden van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is het onaanvaardbare, het onuitspreekbare dat iedere keer weer om woorden vraagt, telkens wanneer een lege plek of een brief datgene oprakelt wat nooit had mogen gebeuren, maar ook nooit vergeten mag worden. Als enig kind van joodse ouders overleefde zij alleen met haar moeder, een oom en een tante de oorlog. In korte, heldere verzen tracht de auteur de pijn van dit verleden van zich af te schrijven. De gedichten willen een antwoord bieden op de vraag naar het waarom van dit lijden.

“(…) want als we het vergeten, begint het weer opnieuw (…)”, zingt Stef Bos in ‘Hier vertrok de trein’. Nadeel is dat wie in herhaling valt, de boodschap aan zijn neus ziet voorbijgaan. Deze bundel beschrijft bij momenten heel mooi de vreselijke oorlogsjaren, maar na een aantal bladzijden treedt verzadiging op.

“Morgen staat de krant vol honger / uitgebrand en weggefikt / morgen is de oorlog van soldaten / heer en meesters en hun jongens / morgen is de dag van generaals / morgen zal je sterven van de honger / slaap maar zacht / slaap is je galgenmaal”
(fragment uit ‘Morgen’).

Chawwa Wijnberg debuteerde in 1989 met de bundel ‘Aan mij is niets te zien’. – Yves Joris in Meander 196

Michel Szulc-Krzyzanowski, Henny Arendse – Henny zelf. Fotoboek

Michel Szulc KrzyzanowskiSZULC-KRZYZANOWSKI, MICHEL
ARENDSE, HENNY
Henny Zelf

Fotoboek
Nederlands € 29,50
Gebonden, 24,5 x 29 cm, ruim 150 foto’s, 96 in kleur.
Eerste druk 2001
ISBN 90 6265 527 0

Met de publicatie van Henny zelf is het leven van Henny over een periode van 24 jaar in foto’s gedocumenteerd, een uniek project van fotograaf MICHEL SZULC-KRZYZANOWSKI dat zijns gelijke niet kent.

Het begon allemaal in 1977 met Neem nou Henny. Zomaar een werkende jongere over de toen 16-jarige Henny, die aan de lopende band in de koekjesfabriek werkte. De loop van haar leven gaf om de vijf, zes jaar aanleiding tot een vervolg: in 1983 Henny, een vrouw, in 1988 Henny, 10 jaar uit haar leven en in 1993 Henny, een nieuw leven.

Henny zelf vertelt over hoe het haar sindsdien verging. Dit vijfde boek maakt duidelijk dat in de voorgaande boeken veel verzwegen bleef. Nu pas is Henny in staat vrijuit te spreken over hoe ze als kind jarenlang seksueel is misbruikt, hoe zij heeft geleden onder het alcoholisme van haar vader en zijn dramatische dood, wat het voor haar betekent om ADHD-patiënt te zijn en het medicijn Ritalin te slikken en hoe zij omgaat met het feit dat al haar zes kinderen gehandicapt zijn.

Henny zelf is zowel een voortzetting van als een breuk met de eerder verschenen Henny-boeken. Want dit vijfde boek is geen boek óver Henny, maar een boek ván Henny. HENNY ARENDSE stelde zelf de inhoud samen, in woord en in beeld. Dit gewijzigde concept had ook een andere vormgeving tot gevolg: van klein naar groot formaat, van zwart-witfotografie naar kleurfotografie.

Evenals bij de vorige boeken (o.a. Vrij Nederland, Sonja Barend) zullen kranten en tijdschriften aandacht wijden aan Henny zelf. In november vindt een expositie van de fotos plaats in De Melkweg te Amsterdam.

Michel Szulc-Krzyzanowski (Oosterhout, 1949) maakte naam met artistiek-conceptuele fotografie en met sociaal-documentaire fotografie waarmee hij driemaal de Zilveren Camera-prijs won. www.szulc.info