Adriaan Bontebal in memoriam

Foto: Hapé Smeele
Oom Adriaan

Wanneer, op familiefeestjes, mijn neefjes en nichtjes jengelen: ‘Oom Adriaan: een leuk verhaal?’… Wanneer ik er echt niet meer onderuit kom, dan vertel ik, met veel oog voor detail, het verhaal van de zeven jonge katjes, het huisdierenoverschot en de voorhamer van de buurman.
Ik mag dan weer vroeg naar huis.

We schrijven mei 1990 en ik citeer de Nieuwe Revue van juni dat jaar:
«Het was onlangs in Den Haag een droevige toestand. In Het Paard werd de nieuwe verhalenbundel van Adriaan Bontebal, De Ark, gepresenteerd.
Onder de medewerkenden bevonden zich twee van Neerlands meest sombere schrijvers, Hans Dorrestijn en Levi Weemoedt.
“Het meest treurige van deze avond vind ik nog dat er weer een goede droevige schrijver is bijgekomen,” verzuchtte Dorrestijn.
“Weet waar je aan begint, jongen,” sprak Weemoedt in de kleedkamer vaderlijk tot Bontebal. “Het meest trieste van het schrijverschap is dat na verloop van tijd de groupies steeds meer op je schoonmoeder beginnen te lijken.”»

Twee jaar eerder in 1988 debuteerde Adriaan Bontebal, die in het dagelijkse leven Aad van Rijn heette, voortgekomen uit de Haagse krakersscene, met de verhaaltjesbundel Een goot met uitzicht. Voor dat boek maakte de uitgeverij een optreedaffiche met een foto waarop Adriaan Bontebal was afgebeeld samen met zijn lijfwacht die hem ook op het podium zwijgzaam vergezelde. Geheel strokend met de humor van Bontebal luidde de onderste regel van de affiche: Uitgeverij In de Knipscheer: met minstens één been op de grond, een zinspeling op het feit dat Bontebal sinds 1969 met één been door het leven ging. Dat werd natuurlijk gebracht als een theatrale grap. Voor Bontebal was die lijfwacht zijn tweede been, ook voor zijn mentale evenwicht om de voortdurende plankenkoorts te onderdrukken. Toch had hij juist dat podium nodig om zijn schrijverschap te bewijzen, want een veelschrijver was hij niet.

Om die reden regen de jaren waarin er geen contact was tussen Adriaan Bontebal en de uitgeverij zich aaneen, ook doordat zijn vaste redacteuren Jos Knipscheer (overleden) en Howard Krol (eigen ondernemer) er niet meer waren. Des te opmerkelijker (en ook des te ontroerender) was het dat Adriaan Bontebal wel prominent aanwezig was toen de uitgeverij in 2002 op de ambassade van Suriname geridderd werd voor haar verdiensten voor de Surinaamse letteren en hij dat feestje apetrots meevierde alsof hijzelf het lintje opgespeld had gekregen.

Adriaan Bontebal is zaterdag 11 februari 2012 overleden, 59 jaar oud.

franc knipscheer

De tussenlanding op planeet aarde was het leven waard!

In Memoriam Erich Zielinski

Tot op het laatste moment wilde ik niet echt geloven dat Erich Zielinski het loodje zou leggen. Hij leek immers een kat met zeven levens te zijn en volgens mij waren die nog niet alle zeven voorbij. Bij het afsluiten van een van die levens kon hij bijzonder troostrijk zijn voor hen die het met de eindigheid van één leven moesten stellen.

Op 11 augustus 2011 mailde hij me nog: ‘Waarschijnlijk ben ik in het najaar in Nederland.’ Dat was een vertrouwenwekkende aankondiging die hij sinds 2004 elk jaar deed en ook nakwam. Zijn bezoeken aan de uitgeverij hadden iets van een jaarlijks uitje, een feestje, dankzij zijn goedgemutstheid (altijd die zwarte alpinopet), met zowel van zijn als van onze kant traktaties op tafel. En natuurlijk werd er ook gewerkt aan de manuscripten. Maar afgelopen najaar is hij niet meer naar Nederland gekomen.

Erich Zielinski bleef altijd iets jongensachtig houden. Hij smeedde plannen, richtte fundashons op, die niet altijd een lang leven beschoren waren. Maar de plannen, de ideeën, dié waren belangrijk, die getuigden van zijn levenslust en enthousiasme. Toch was Erich Zielinski voor mij ook een man van de oude stempel, niet wat leeftijd betreft, maar simpelweg omdat hij moeiteloos lange strofen van de ene grote dichter na de andere (ik herinner me bijvoorbeeld Pierre Lauffer, Pablo Neruda, Koos Schuur) uit het hoofd kon (re)citeren – en inderdaad ongeacht of dat nu in het Nederlands, het Papiaments of het Spaans was. Kom daar nog maar eens om vandaag de dag. Daar was ik strontjaloers op.

Erich Zielinski was ook een ‘family man’. Zijn kinderen en kleinkinderen waren – eerlijk is eerlijk – de werkelijke reden om met regelmaat naar Nederland te komen… Hij mailde vorig jaar: ‘Ik zie van dag tot dag het leven aan: de planten en dieren in de tuin en vooral mijn kleinkinderen wanneer die op bezoek zijn.’

Aan een van zijn doktoren schreef hij bijna een jaar geleden als opdracht in De Engelenbron: ‘Aan een vriend en reisgenoot in de oneindigheid van tijd en ruimte in het universum; de tussenlanding op planeet aarde was het leven waard!’

franc knipscheer

Adriaan Bontebal (1952-2012) – waarnemer van alledaagse rariteiten

(foto Sandra de la Combé)

Schrijver en podiumdichter Adriaan Bontebal, die eigenlijk Aad van Rijn heette, overleed afgelopen zaterdag op 59-jarige leeftijd in zijn woonplaats Den Haag. Met zijn geestige proza over zijn eigen lotgevallen en zijn humoristische optredens was Bontebal een markante verschijning in de Nederlandse literatuur.

‘Schrijvers zijn over het algemeen in gezelschap van de mooiste vrouwen. Zo zijn er meer vraagtekens bij mijn schrijverschap te zetten,’ schrijft Adriaan Bontebal in zijn verhalenbundel Een goot met uitzicht uit 1988. Bontebal was onzeker over zijn eigen kwaliteiten. En hoewel andere auteurs hem bejubelden – zo noemde Herman Brusselmans hem ‘een aanwinst voor de Nederlandse literatuur’ – bleef die onzekerheid hem zijn hele schrijversloopbaan lang dwarszitten.
In 1982 begon Bontebal als dichter op te treden. Hij was een opvallende verschijning, met zijn zwarte krakersjas, zijn lange haar en zijn hinkende tred (een aantal jaren daarvoor was hij bij een motorongeluk een been kwijtgeraakt). Zijn eerste gedichten waren komisch en radikaal links. Bontebal was een overtuigd politiek anarchist en exponent van de eigenbeheer-punkgeneratie. Hij behoorde ook tot de krakers van het legendarische Haagse kraakpand De Blauwe Aanslag.
De dichter Bontebal vond al snel aansluiting bij geestverwanten in het toenmalige krakers- en undergroundcircuit. Met onder meer Frank Starik, Koos Dalstra, Arthur Lava, Eddie Kagie en Jaap Blonk vormde hij in ’83 de dichtersgroep H.J. van de Bijl. Er zouden meer podiumsamenwerkingen volgen. Zo trad hij op met filmmaker Theo van Gogh en striptekenaar Eric Schreurs. En in 1998 bracht hij samen met de Haagse cabaretier Sjaak Bral het theaterprogramma Uit de Haagse School geklapt op de planken.
Adriaan Bontebal publiceerde verschillende verhalen- en gedichtenbundels. Zijn belangrijkste werk verscheen bij uitgeverij In de Knipscheer: de verhalenbundels Een goot met uitzicht (1988) en De Ark (1990). In veel van deze korte, vaak autobiografische verhaaltjes beschrijft Bontebal op geestige wijze zijn aanvaringen met agenten, zijn teleurstellende ontmoetingen met vrouwen en andere belevenissen in het Haagse stadsleven of op de podia. Hierbij schroomt hij niet om de werkelijkheid soms nog even een extra absurdistische touch te geven.
Verder was Bontebal een aantal jaren verbonden aan het VPRO-radioprogramma Music-Hall, waarvoor hij verhalen schreef en voorlas. Ook schreef hij enkele toneelstukken in opdracht.
Als voordrachtskunstenaar was Adriaan Bontebal onovertroffen. Met zijn markante voorkomen, zijn Haagse tongval en zijn ietwat schuchtere, humoristische manier van voordragen wist hij het publiek altijd voor zich in te nemen en aan het lachen te brengen. Met gedichten als deze:

ONTWAKEN

Ieder ontwaken
een feest

Ik sta op
rek me uit en
krab me eens flink
aan het onderlijf

Als rijpe vruchten
vallen de eitjes
van mijn schaamluis
op het dauwvochtige
slaapkamerzeil

Iedere morgen
een feest

Zwarte koffie
zware shag en
scharreleieren
bij het ontbijt

Adriaan Bontebal was zeker in zijn woonstad Den Haag een inspiratiebron voor menig beginnend dichter. Hij initieerde tal van literaire avonden, met als klapstuk De Haagse Nach van de Literatuur in 1987, die hij mede-programmeerde.
Een paar jaar geleden zette Bontebal een punt achter de optredens. Hij had er zo’n duizend gedaan, vertelde hij, en dat was genoeg. Een hele prestatie trouwens, die duizend, als je bedenkt dat de schrijver/dichter vooral in zijn latere jaren erg veel last had van straatvrees. Naar een optreden afreizen, was voor hem een enorme opgave. Adriaan Bontebal mag in de herinnering blijven als een authentieke literaire cultfiguur en een warme persoonlijkheid, die in het leven wel wat moest incasseren. Maar, zo verklaarde hij vlak voor zijn dood: ‘Ik ben hoe dan ook heel tevreden over mijn leven.’

Harry Zevenbergen
Howard Krol
Robert-Jan Rueb

Howard Krol is oud-redacteur van Uitgeverij In de Knipscheer

«Het is te hopen dat ‘Extaze’ het een tijdje gaat volhouden.» – Coen Peppelenbos

Extaze 2Over Extaze [2012] nr. 2 op Literair weblog Tzum, 13 februari 2012:
Dwars tegen de ontwikkelingen in startte vorig jaar in Den Haag het literaire tijdschrift ‘Extaze’. Dat is maar goed ook, want al is het literaire tijdschrift als medium bijna overleden, een tijdschrift kan wel aandacht besteden aan schrijvers die elders niet meer aan bod komen. In het tweede nummer staat een verhaal uit de nalatenschap van Willem Bijsterbosch, een schrijver die in de jaren tachtig juichende recensies kreeg in de krantenbijvoegsels, maar die bij zijn plotselinge dood in 2010 geen enkel in memoriam kreeg in diezelfde kranten. In het nul-nummer stond al een artikel over deze Haagse schrijver en nu komt het tijdschrift met het nog ongepubliceerd verhaal ‘De hond’. (…) Alleen dit verhaal maakt de aanschaf van het blad meer dan waard. Centraal in het tijdschrift staat de kunstenaar Philip Akkerman. Wim Noordhoek schrijft een interviewachtig stuk over hem, in het blad staan veel zelfportretten van Akkerman en ook worden nogal wat bladzijden ingeruimd voor zijn dagboekaantekeningen. (…) De afbeeldingen van de schilderijen vergoeden echter veel. Een ander hoogtepunt in het tijdschrift is het korte verhaal van Kees ‘t Hart. (…) Het is te hopen dat ‘Extaze’ het een tijdje gaat volhouden.
Lees hier de recensie
Meer over Extaze

«‘Te leven op duizend plaatsen’ is het lezen zeker waard.» – Joost van der Vleuten

Rob GroenewegenOver ‘Te leven op duizend plaatsen. Jo Otten 1901 – 1940’ van Rob Groenewegen op Literair Nederland, 26 januari 2012:
Groenewegen doet alle moeite doet om de wereld van de schrijver tot leven te wekken. Hij geeft een beeld van Rotterdam in de eerste decennia van de twintigste eeuw, dat zich schoksgewijs ontwikkelde tot wereldhaven. Hij beschrijft het culturele leven: het was de tijd van de filmliga, de charleston en de grammofoonplatenfeestjes, de tijd ook van nieuwe zakelijkheid, vitalisme en futurisme. Groenewegen schetst de gecompliceerde veelvormigheid van de Nederlandse literatuur uit die tijd, met allerlei avant-gardebewegingen die over elkaar heen tuimelen. En hij doet een verdienstelijke poging de waardering van Otten en vele anderen voor het fascisme en andere autoritair-populistische stromingen te begrijpen in de context van hun tijd. (…) Rob Groenewegen heeft het allemaal grondig uitgezocht, opgeschreven en met gulle hand van illustraties voorzien.

Lees hier de recensie

Meer over deze biografie

«Een surrealistische queeste naar de oerbron van muzikaal meesterschap.» – Jan van Bergen en Henegouwen

Als gitaren schreeuwenOver ‘Als gitaren schreeuwen’ van Glenn Pennock voor NBD Biblion, 24 januari 2012:
Deze roman is een surrealistische queeste naar de oerbron van muzikaal meesterschap en waarin bijna alle thema’s van de rock ‘n’ roll langs komen: verlichting, seks, geweld, (Indische) familieverbanden en onbereikbare liefde. Onderweg schieten overledenen (ondermeer zijn gitaarhelden Hendrix, Healy en Harrison) te hulp. Door met je smartphone een tag te scannen op het stofomslag is de muziek van deze helden te beluisteren. Een roman waarin wordt geschakeld tussen droom en werkelijkheid. De stijl is helder en bevat veel dialoog. Roman voor een publiek dat van boeken over popmuziek en levenskunst houdt.

Lees hier de recensie

Meer over deze novelle

Lof van lezers voor de biografie van Rob Groenewegen over Jo Otten

Herman Romer:
Rob Groenewegen moet op een ongelofelijke wijze door de figuur van Jo Otten gefascineerd zijn geweest. Eindelijk een hoogwaardige medestander die ook vindt, dat het vaak weggedrukte literaire leven in Rotterdam meer in de schijnwerper moet worden geplaatst!
Otten voelde zich duidelijk al jong anders dan anderen, een bewustzijn dat hij in wezen tijdens zijn hele leven heeft behouden. Hij lijkt me een rasindividualist te zijn geweest, die in aanleg al afstand nam van vastgeroeste opvattingen en prietpraat. En dat terwijl zich zich in zijn vrij korte leven juist op diverse terreinen ingrijpende ontwikkelingen voordeden. Ontwikkelingen die bijna smeekten om afwijkers van de norm, mensen met een geheel eigen visie op het maatschappelijk leven. Ook in zijn tijd was er kennelijk al sprake van lieden die anderen buitensloten en elkaar bij voortduring het balletje toespeelden.
Mensen als Otten voelen zich als non-conformist al jong eenzaam en geïsoleerd in een gemeenschap, die wegduikt voor dwarse en oorspronkelijke visies.
Ik heb grote bewondering voor wat Groenewegen allemaal in de biografie ‘Te leven op duizend plaatsen‘ nog boven water heeft gekregen. Niet minder voor het titanenwerk dat hij ervoor heeft moeten verrichten. Uit mijn bescheiden ervaring op dit terrein weet ik, hoeveel niet aflatende inzet dit kost, wat dikwijls door anderen niet wordt gezien, laat staan erkend. Alle hulde!
Bron: e-mail aan de auteur (29-01-2012)

Rinus Spruit (Nieuwdorp):
De afgelopen dagen las ik de door u geschreven biografie van Jo Otten met de prachtige titel Te leven op duizend plaatsen. Ik heb veel respect voor wat u tot stand heeft gebracht. Het moet welhaast een levenswerk geweest zijn. U hebt met uw biografie een boeiend portret gecomponeerd van een man die eigenlijk voortdurend bezig was zich te bewijzen, die voortdurend duidelijk wilde maken dat hij wel degelijk “iets waard” was. Ik denk dat de man leed aan minderwaardigheidsgevoelens die hij voortdurend trachtte te compenseren door te zoeken naar erkenning voor zijn literaire prestaties. Mijn dank en respect voor uw werk.
Bron: e-mail aan de uitgever

André van der Laan:
Ontegenzeggelijk een briljante biografie. Biograaf Rob Groenewegen legt pijnlijk bloot hoezeer Ter Braak en Forum het aangezicht van het interbellum hebben bepaald en figuren als Otten e.v.a. van deze starre zienswijze het slachtoffer zijn geworden. Ottens novelle ‘Bed en wereld’ uit 1932 is een waar meesterwerk, diens essay ‘Mobiliteit en revolutie’ (1932) zeer verrassend. Ook andere boeken en figuren die Groenewegen in deze biografie de revue laat passeren doen je terugverlangen naar een lang vervlogen tijd. Tien met een griffel deze biografie.
Bron

Hans C. Janssen:
Eén van de betere Nederlandse biografieën. Allemachtig wat is dit op de juiste – nuchtere – manier geschreven. De hoofdstukken over Rotterdam, het fascisme, de Filmliga en Ottens ‘Bed en wereld’ zijn zelfs briljant te noemen. Wat draagt Groenewegen onnoemelijk veel nieuwe informatie aan. Verplichte kost voor iedereen die in het interbellum geïnteresseerd is, ongeacht zijn of haar interessesfeer.
Bron

H. Leijtens:
Een verrassend sterke biografie. Al na een paar bladzijden voel je dat je een heel apart verhaal te wachten staat, zoveel spanning is er dan al ontstaan. Na enkele hoofdstukken raakte ik dus al aan dit verhaal verslaafd. Het knappe van deze biografie is ook dat biograaf Groenewegen op een briljante wijze ongemerkt heel veel nieuwe informatie aandraagt over het interbellum, wat deze biografie tot iets onvergelijkbaars maakt. De zeer vele voetnoten die Groenewegen ons schenkt zijn om je vingers bij af te likken. Groenewegen heeft een nuchtere stijl en is in staat om de meest complexe materie helder en vaak met weinig omhaal van woorden uit de doeken te doen. Dat maakt het lezen van zijn biografe, die veel méér is dan een biografie, over de complexe figuur Jo Otten tot een waar feest. Het boek is schitterend vormgegeven en voorzien van een hoop fotomateriaal.
Bron

Tim Donker 05-01-2012 22:41:
Bed en wereld’ was geniaal! geniaal, mensen! geniaal, geniaal!!!
Bron

«U moet deze bundel zelf lezen.»

ezra de haan
Harry Vaandrager op Literatuurplein.nl over Scheren zonder spiegel van Ezra de Haan:
(…) We hebben dus de series ‘Zin’ en ‘Waan’ gehad. Dan, heel dialectisch, eindigt de bundel met ‘Waanzin’. Daarin wordt naar mijn idee de waanzin bedoeld die schuilt in de dagelijksheid en de koppen van ons tweevoeters. Die duivelse krachten zijn angstwekkend gespierd. Er wordt dan ook een helse strijd gevoerd tegen de waanzin. Ik zou er met graagte veel uit citeren. Doe dat niet. U moet deze bundel zelf lezen.
Maar wees gewaarschuwd: Ezra De Haan is een wilde dichter, hij heeft het lef in het wild te denken en te dichten. Een man die niet bang is voor wonden en zich scheert zonder spiegel.
Lees meer

Schrijvers van In de Knipscheer op Writers Unlimited Winternachten festival Den Haag

Op vrijdag 20 januari is Raj Mohan (van wie in 2011 de dichtbundel Tihá /Troost en de cd Daayra verscheen) een van de auteurs in het programma ‘Droomtaal’ in de Kleine zaal van het Theater aan het Spui.
Op hetzelfde moment (van 22:45 tot 23:40 uur) heeft Extaze in zaal 7 van het Filmhuis haar eigen podium op het festival en presenteert het nieuwe literair tijdschrift zes Haagse debutanten. Opvallend is dat veel van deze schrijvers in meer dan één discipline actief zijn en dat ze dat op deze avond ook op het podium zullen laten zien. Zo zal Nina Roos voordragen en tekenen, Ronnie Krepel zingen en voorlezen, Theo van der Wacht tango dansen en voordragen, Hugo Wapperom voorlezen en foto´s tonen. Tot slot zijn er met Gertrude Kunze en Murat Tuncel ook nog twee schrijvers die ´slechts´ voorlezen. Op die dag verschijnt ook het nieuwe, derde nummer: Extaze-2 (na Extaze-0 en Extaze-1).
Zaterdag 21 januari wordt van 20:00 tot 21:00 uur in Filmhuis zaal 6 de kortere (televisie-)versie vertoond van Edgar Cairo: Ik ga dood om jullie hoofd, de film van Cindy Kerseborn die onlangs ook op dvd is uitgebracht.

Werk van vier In de Knipscheer-dichters bij De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2012

Dit jaar stelde Kathleen Ferrier, juryvoorzitter van de VSB Poëzieprijs 2012 (de belangrijkste prijs voor dichters in het Nederlands taalgebied), de 100 beste gedichten samen.

De selectie is gemaakt op basis van 122 ingezonden dichtbundels die verschenen tussen 1 september 2010 en 31 augustus 2011. Werk uit vier door In de Knipscheer uitgegeven bundels is in deze selectie opgenomen, in totaal zeven gedichten:

Van Aart G. Broek het gedicht ‘Een eiland verzonken’ uit de bundel Het lichten van de jaren.
Van Giselle Ecury het gedicht ‘vroeger later’ uit de bundel Vogelvlucht.
Van Ezra de Haan de gedichten ‘Paramaribo’, ‘Suriname’ en ‘Twat twa’ uit de bundel Scheren zonder spiegel.
Van Raj Mohan de gedichten ‘Ik wil’ en ‘Integratie’ uit de bundel Tihá / Troost.