René Smeets – Met jou open ik oude nachten

wijngedichten
RENÉ SMEETS / PHILIPPE DEBEERST
Met jou open ik oude nachten

De mooiste wijngedichten uit de wereldliteratuur
Gebonden met stofomslag, geïllustreerd, 240 blz.
€ 29,50
Uitgeverij P, Leuven, 2004
In Nederland in de boekhandel gebracht door
Uitgeverij In de Knipscheer, oktober 2014
ISBN 978-90-6265-869-5

Met jou open ik oude nachten. De mooiste wijngedichten uit de wereldliteratuur is een prachtige bloemlezing in 10 hoofdstukken met pro- en epiloog, die de hele wijncultuur omvat. Van wingerd en wijngaard over druivenpluk en -persing tot het heerlijk savoureren van de godendrank! Samensteller René Smeets leerde bij de wijnclub Tastevin wijn degusteren. Zijn liefde voor de poëzie is nagenoeg even oud als die voor wijn en ooit moesten die twee elkaar ontmoeten. Het resultaat is een reis door de wereldliteratuur en de tijd. Van Chili tot China en van Rusland tot Zuid-Afrika. Van Homeros en Horatius over Neruda en Baudelaire tot Vondel, Villon en vele vele anderen. Begeleid door exclusieve paginagrote foto’s van Philippe Debeerst.
Samensteller René Smeets (1956) publiceert sinds 1999 publiceert literaire vertalingen, hoofdzakelijk uit het Duits en uit het Frans. Deze verschenen o.a. in tijdschriften als De Tweede Ronde, Dietsche Warande & Belfort, Poëziekrant en Deus ex Machina. Fotograaf Philippe Debeerst (1958) trok gefascineerd door het medium fotografie naar Gent om er het metier te leren. Hij verdiende zijn sporen in de industriële fotografie en werkt nu hoofdzakelijk voor uitgevers, met als specialiteiten kunstcollecties en architectuur.
Meer over René Smeets

Netty Simons wint met gedicht tweede prijs

465px-AnneldeNorePoëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart in Teylers Museum Haarlem, 4 juli 2004:
Onder haar eigen naam Netty Simons is de Surinaamse schrijfster Annel de Noré (‘De bruine zeemeermin’ en ‘Het kind met de grijze ogen’) tweede geworden op de poëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart. De finale vond zondag 4 juli plaats op De Dag van het Gebroken Hart in het befaamde Teylers Museum in Haarlem rondom de tentoonstelling ‘Het hart, een teken van leven’. Uit de meer dan honderd inzendingen uit Nederland, België, Zuid-Afrika en Suriname nomineerde de jury twintig dichters voor tien eervolle vermeldingen plus oorkonde. Onder de tien prijswinnaars bevonden zich onder meer de bekende dichteres Carla Bogaards en schrijfster Inge Bak, die dit voorjaar bij Uitgeverij In de Knipscheer debuteerde met de roman ‘Zon in het haar’. De prijzen werden overhandigd door de Haarlemse stadsdichter en juryvoorzitter George Moormann. De eerste prijs ging naar dichteres Sylvia Hubers, van wie in oktober een tweede bundel uitkomt bij de Amsterdamse uitgeverij Fagel. Netty Simons, die nog niét eerder poëzie publiceerde, werd verrassend tweede.

Gebroken: een oeroud stenen hart

Wekker, computer, afwasmachien,
douche, haardroger, wasmachien,
sleutel in slot, pinpas in automaat,

roltrap op,
trein in.
Fluit!

Rust…

Omlijst door driedimensionaal dagduister
reist in vlakke, onthullende, flitsvlagen
een ijl, vreemdbekend spiegelbeeld mee…

en ’t gisternacht doorgeseind noodsignaal
wreekt de gigabeet links onder het borstbeen
die eerst in, nu door de wind wordt geslagen.

Gevangen in technologie, digitaal en staal
breekt verweerd, oeroud, ’t hart van steen
alsnóg en weigert – uiterst banaal – dienst.

Meer over Annel de Noré bij Uitgeverij In de Knipscheer

Boeli van Leeuwen – Geniale anarchie

geniale anarchieBoeli van Leeuwen
Geniale Anarchie

Antillen, Columns
Paperback 196 blz. 15,00
ISBN 90 6265 325 1
Eerste druk 1990
6e druk 2007

De Curaçaose auteur Boeli van Leeuwen (1922) schreef gedurende een jaar een wekelijkse column in de Curaçaosche Courant. De neerslag van zijn ‘bloed, zweet en tranen’ is nu gebundeld in Geniale Anarchie en toont Van Leeuwen in topvorm. Op zijn kenmerkende onnavolgbare wijze schetst de auteur een messcherp beeld van zijn geboorte-eiland: fascinerend, soms keihard, maar altijd diepmenselijk. Curaçao, eens een ‘isla inutil’ en voor velen ‘De rots der struikeling’ in de letterlijke betekenis, is volgens de schrijver de laatste wijkplaats voor geniale anarchisten in een wereld die beheerst wordt door technocraten. Geniale anarchisten, die van niets toch altijd nog iets wonderbaarlijks weten te maken.

Mooie woorden over Geniale anarchie:
“Dat Boeli van Leeuwen een overtuigd auteur is van grote thema’s als doodsangst en existentiële twijfels bewees hij reeds in zijn vijf romans; dat hij ook onder druk van een wekelijkse deadline in staat is in de beperkte ruimte van een column literatuur van gehalte te produceren, is met deze bundel uit 1990 bewezen.” – NRC Handelsblad

“Boeli van Leeuwen blijkt het genre tot in de perfectie te beheersen. Hier is iemand aan het werk die houdt van schrijven. Dat werkt aanstekelijk, want niet alleen houdt hij ervan, hij kan het als de besten. Boeli van Leeuwen lees je voor het genot van het lezen.” – Cees Zoon in De Volkskrant

“Met Geniale Anarchie is duidelijk dat Boeli van Leeuwen zoniet zijn eigen ziel dan toch wel de ziel van Curaçao heeft blootgelegd. Geniaal? Jawel: ze zijn onmisbaar voor een beter begrip van de anarchie die Curaço is en van de geniale anarchist die Van Leeuwen is.” – Jos de Roo in Trouw

“Geniale Anarchie geeft een mooi beeld zowel van de samenleving op Curaçao als van de beschouwer daarvan, een sterk betrokken beeld vol zelfspot.” — Koos Hageraats in de De Tijd

“Er is veel meer in te vinden dan een ironische beschrijving van de positie van het eiland Curaçao. Veel meer dan in zijn eerste werken is Boeli van Leeuwen de auteur geworden, die in een beeldende en knap gereconstrueerde taal een samensmelting bereikt tussen de Nederlandse literaire tradities en opvattingen en de Latijnsamerikaanse evocatieve en hartstochtelijke literatuur, waarin de verbeelding vande auteur door alle grenzen van werkelijkheid en de ordening heen moet breken.” – Jan Verstappen

Hans Plomp – Venus in Holland

venus1HANS PLOMP
Venus in Holland

Nederland / Poëzie
Paperback, 80 blz., € 12,50
Eerste druk 1981
ISBN 90-6265-052-X
uitverkocht

Hans Plomp (1944) is bij het lezerspubliek vooral bekend als prozaschrijver. Voor de groeiende schare bezoekers van poëziemanifestaties overal in het land behoort hij daarentegen met o.m. Vinkenoog en Deelder tot de bekendste en meest gevraagde Nederlandse dichters van nu.
Plomp stamt uit de generatie van Provo en woont al jaren met geestverwanten in het gekraakte dorp Ruigoord. Zijn gedichten sluiten aan bij de enorme veranderingen die zich in onze maatschappij voltrekken en munten uit door helderheid en strijdbaarheid.
In zijn eigen woorden: De nieuwe poëzie moet direct en aangrijpend zijn, wil zij weer de belangrijke rol kunnen spelen die essentieel is voor een samenleving: het in stand houden van de poëtische werkelijkheid. Poëzie moet weer begrijpelijker worden dan de atoombom!

In Venus in Holland heeft Hans Plomp zijn persoonlijke, definitieve selectie bijeengebracht uit de gedichten die hij tussen 1960 en 1981 geschreven heeft en die voor het merendeel niet eerder werden gepubliceerd.

Harman Nielsen – De Laatste Jacht. Fantasyroman

harman nielsenHarman Nielsen
De Laatste Jacht
Boek 2 in de romancyclus Het Verscholen Volk
Nederland. Fantasyroman
Genaaid gebrocheerd, 352 blz., € 17,90
Eerste druk 2004
ISBN 978 90 6265 568 7

Als in de slavenschepen van de K’zan de Aardse bevolking wordt weggevoerd, ontkomt een kleine, kwetsbare groep. Voor het eerst overleven niet de sterksten, maar de zwaksten – onvermoed gadegeslagen door achtergelaten wachters.
Drie eeuwen gaan voorbij en voor de wachters, traag verouderd, nadert het einde. Een van hen weigert echter haar lot te aanvaarden; ze riskeert het weerkeren van de K’zan en een zekere dood voor de mensen. Met hen verbindt zich haar soortgenoot Kauw. Vergezeld door het karavaanmeisje Bles, de jonge Spreker Mus, en Grit, een kleine vrouw uit het keldervolk, achtervolgt hij zijn verwante. Hoe hun tocht verliep, werd verteld in Het Verscholen Volk, het eerste boek uit de grote romancyclus van Harman Nielsen. Maar twaalf jaar later blijkt Kauws verbond onverhoopte gevolgen te hebben. Een bijna vergeten gevaar neemt een nieuwe vorm aan. En hij, Mus en de anderen verzamelen zich wanhopig voor De Laatste Jacht.

Bles keek naar de wolf. Het grote dier stond met opgestoken oren tegen haar aan en luisterde behoedzaam, terwijl hij de vreemde lucht opsnoof met traag slaande neusvleugels. Ze trok haar draagzak vaster tegen haar rug, ontweek de kleine waterval en liet zich lenig zakken op het pad. Met de wolf warm naast zich voelde ze de eerste kilte van de nevel beneden haar terwijl ze vlug afdaalden, langs de rotswand, dan tussen de varens. In de broeiende hemel rommelde het opnieuw en ze kreeg het gevoel dat ze hier tussen twee lagen wolken liep, maar vergat het toen bont haar benen raakte, links en rechts. Tussen de deinende ruggen van de andere dieren uit het pak versnelde Bles haar pas. Ze wist nog niet waarop. Maar ze joeg.

«Binnen de context van de internationale groten zoals Tolkien, Williams, Goodkind etc. scoort Nielsen goed. Hij schept in “De Laatste Jacht” een herkenbaar post-apocalyptisch beeld van een wereld waar de resterende bevolking zich in groepjes verbergt zodat ze niet opvallen. De opbouw van het verhaal is logisch, spannend en vlot. De hoofdpersonen zijn herkenbaar en veel elementen die fantasy aantrekkelijk maken, zoals romantische sfeerbeschrijvingen afgewisseld met spannende momenten zijn in ruime mate aanwezig. Het boek leest in één adem uit. Je zou verwachten dat deze auteur tot de internationale stal van Luitingh of de Boekerij behoort. Kortom ik vind Harman Nielsen een aanwinst voor het fantasy contingent van eigen bodem. Hij past zo in het rijtje van Maryson, Schaap en de hiervoor genoemde groten. Bij Boekhandel van der Meer kijken we graag uit naar de volgende fantasy roman van Nielsen.» – ‘Boekverkopers kiezen’ in Boekblad, Peter van Blanken (Boekhandel van der Meer)

«Deze filosoof schreef voorheen werken die onder het kopje Literatuur vallen, en dat valt in zijn fantasywerk te merken. Het zijn vooral de beeldende stijl die aanspreekt en het verfrissende taalgebruik dat opvalt. Zijn zinnen zijn verzorgd, met geen woord te veel; iets wat je van menig fantasy-schrijver niet kunt zeggen. Deel twee speelt twaalf jaar later na het eerste boek ‘Het Verscholen Volk’: men moet nu de consequenties van Kauws acties uit deel een onder ogen zien. Een gemeenschap van Keldervolk wordt uitgemoord, de weinige overlevenden worden meegevoerd door Volk uit het Noorden. Men zet de achtervolging in om wraak te nemen en om te ontdekken wie dit Volk is en waarom zij als eersten na eeuwen weer een moord hebben gepleegd. Het plot is consistent en is ook te volgen als het eerste boek niet gelezen is (al valt dit niet aan te bevelen). De personages worden goed uitgediept en de lezer wordt deelgenoot gemaakt van hun psychologische ontwikkeling. Een sterk boek van zondermeer de beste Nederlandstalige fantasy-schrijver.» – Rene van Rosenberg voor NBD/Biblion, 7 april 2006

Meer over ‘De Laatste Jacht’
Meer over de Het verscholen Volk-cyclus

Pablo Neruda – Boek der vragen

pablo neruda Pablo Neruda
Boek der vragen
Poëzie. Chili
Vertaling Stefaan van den Bremt
Paperback 96 blz. € 15,75
ISBN 90 6265 567 X

Boek der vragen is een feestelijke dichtbundel waarmee Pablo Neruda in 1974 zijn 70ste verjaardag had willen vieren. Neruda had er namelijk een traditie van gemaakt om, van decennium tot decennium, zijn geboortedag te gedenken met een belangrijke publicatie. Libro de las preguntas zag postuum het licht in Buenos Aires in 1974 en verschijnt anno 2004 voor het eerst compleet in een Nederlandse vertaling van Stefaan van den Bremt. Boek der vragen wordt als een van Neruda’s origineelste en vernieuwendste bundels beschouwd.

In Boek der vragen trakteert Neruda zijn lezers op een reeks van 74 gedichten die uitmunten door hun karige en bondige verwoording. De hele cyclus omvat 314 vragen die, op het eerste gezicht, van de hak op de tak springen op een soms vrij absurdistische wijze. Ten onrechte wordt Boek der vragen soms tot het subgenre van de kinderpoëzie gerekend. De jeugdige lezer die erdoor wordt aangesproken, zal in de eerste plaats het kind zijn geweest in de bijna zeventigjarige Neruda met zijn speelse zucht naar buitenissige vragen die op verrassende wijze de meest verscheiden antwoorden oproepen. Het thematische vertrekpunt van het boek, een dichter die zijn einde voelt naderen en met een tomeloze scheppingsdrift afscheid wil nemen van het leven, zit zorgvuldig verborgen in het hart van de bundel in een cyclus waarvan zowel de aanhef als het slot eindeloos lijken uit te waaieren.
Neruda werkt aan Boek der vragen vanaf 1971 tot 1973. Kort voordat hij in 1971 de Nobelprijs voor literatuur in ontvangst neemt, verergeren de symptomen van de kwaal waaraan hij lijdt. Na twee operaties begrijpt de dichter dat hij zijn ambassadeursambt in Parijs, daarin benoemd door president Salvador Allende, neer moet leggen. Na zijn terugkeer in Chili in november 1972 neemt Pablo Neruda zijn intrek in zijn huis te Isla Negra, waar hij op 23 september 1973, slechts enkele dagen na de militaire staatsgreep, overlijdt.

Dat 2004 het Pablo Neruda-jaar is omdat Pablo Neruda (Nobelprijs Literatuur 1971) honderd jaar geleden werd geboren (12 juli 1904) zal de Meanderlezer niet ontgaan zijn. In Meander 248, 249 en 250 besprak Yves Joris onlangs Canto General (Rainbowpocket), Honderd liefdessonnetten en Verblijf op aarde (beide uitg. P). In de Knipscheer kwam deze maand met Boek der vragen, een vertaling door Stefaan van den Bremt van Libro de las preguntas, een dichtbundel waarmee Neruda in 1974 zijn 70ste verjaardag had willen vieren – Neruda had er een traditie van gemaakt om, van decennium tot decennium, zijn geboortedag te gedenken met een nieuwe publicatie – maar die uiteindelijk in dat jaar postuum in Buenos Aires verscheen.
Boek der vragen, dat als een van Neruda’s origineelste en vernieuwendste bundels wordt beschouwd, bestaat uit een reeks van 74 gedichten die uitsluitend vragen bevatten, regel na regel, strofe na strofe. Ze zijn in het algemeen bondig verwoord, lijken van de hak op de tak te springen, zijn speels, buitenissig, soms bijna nonsensicaal en absurdistisch.

IV

Hoeveel kerken heeft de hemel?

Waarom waagt de haai geen aanval
op de onverschrokken sirenen?

Smoezelt de rook met de wolken?

Is het waar dat alle hoop
besproeid moet worden met dauw?

Verborgen in het hart van de bundel (35 t/m 39) zit het thematische vertrekpunt van het boek: een dichter die zijn einde voelt naderen en met een tomeloze scheppingsdrift afscheid wil nemen van het leven:

XXXV

Is ons leven niet een tunnel
tussen twee vage klaarten?

Of is het niet een klaarte
tussen twee donkere driehoeken?

Of is het leven niet een vis,
klaar voor een bestaan als vogel?

Bestaat de dood uit niet-bestaan
of uit een gevaarlijke massa?

Una pregunta trae otra. De ene vraag lokt de andere uit, 314 vragen in totaal, en op geen enkele past een antwoord. Duidelijker kon Neruda de absurditeit van het leven niet verwoorden.  – Meander 252, literair magazine sinds 1995

Meandermagazine
klassieke gedichten

Postuum in 1974 verschenen dichtbundel, oorspronkelijk bestemd voor de viering van de zeventigste verjaardag van de maker. Pablo Neruda (1904-1973, Nobelprijswinnaar Literatuur in 1971) was een Chileense diplomaat-schrijver. Hij heeft talloze dichtbundels nagelaten, van het magnum opus ‘Canto General’, een lofzang op Latijns Amerika, tot lichtvoetige liefdespoëzie in ‘Twintig liefdesgedichten en een lied van wanhoop’. ‘Boek der vragen’ behoort tot de laatste categorie. Het zijn 70 negenlettergrepige verzen in vraagvorm die in de periode 1971-1973 zijn ontstaan en getuigen van een ongekende scheppingsdrift. Onderwerpen zijn historische figuren als Nixon en Hitler naast absurdistische verzen over bijtende vlooien en een verbod op interplanetaire zoenen. Ook zelfspot ontbreekt niet. Deze verzen laten het kind in de dichter zien dat zich niets van de logica aantrekt en zijn daarom voor een breed publiek geschikt. De vertaling leest soepel. Met een verhelderende nawoord over de ontstaansgeschiedenis en noten. Verschenen in het honderdste geboortejaar van Neruda. – Biblion 9 december 2004

8 februari 2005 De Recensent over Pablo Neruda – Boek der vragen

Boek vol vragen & het telefoonnummer van de wereld

«Neruda stort een schier oneindige reeks vragen uit over zijn lezers, als peuters over de hoofden van hun ouders. Dat is als ze in de waarom-fase zijn, die peuters. En het moet zijn dat Neruda de waarom-fase nooit verlaten heeft: in deze bundel stelt hij 314 vragen, verdeeld over 74 gedichten. (…) Veelal is het een gejaagd vragen, een vragen om het vragen, een radicaal vragen. De vraag zelve is poëzie geworden; de vraag is tot kunstvorm verheven. Het is dan ook categorieloos, en dient niet een concreet waartoe. De lezer kan niet anders dan zich onder te dompelen in de vragen, en de diverse sferen aan zich voorbij te laten komen: kinderlijk, filosofisch, dichterlijk, absurd, of humoristisch. (…)
Het zal duidelijk zijn dat de vragen niet tot antwoorden moeten leiden; het gaat eerst en vooral om de ontvankelijkheid voor de vraag, of liever voor het vragen in het algemeen. De vragen moeten het bouwwerk van rotsvaste antwoorden in ons leven steen voor steen afbreken, en dat werkt ontregelend. Wie volwassen is, heeft immers maar al te vaak de pretentie alle antwoorden te hebben. Neruda ontmaskert die pretentie en werpt de lezer onverbiddelijk terug in verwondering en soms in verbijstering. (…) Boek der Vragen is onklasseerbaar, ontregelt en stelt een hele hoop vervelende vragen waarop geen antwoord is. (…) Al diegenen wier hersenen nog een jeugdige souplesse bezitten: lees Boek der Vragen. Weest geamuseerd, geschokt, verpletterd, verwonderd, verbijsterd. Weest weer kind. Lees, léés (in plaats van altijd maar gelezen te hebben).»

-geciteerd uit: Tim Donker in De Recensent (Lees hier de hele recensie)
– Milla van der Have – Pablo Neruda (essay)

«Omdat mijn hoofd in de wolken is zie ik soms te weinig.» – Annel de Noré

465px-AnneldeNoreAnnel de Noré in gesprek met Marieke Visser over schrijven in De Ware Tijd Literair, 21 augustus 2004:
Ze was even terug in Suriname, Netty Simons, tegenwoordig ook bekend als Annel de Noré auteur van de roman ‘De bruine zeemeermin’ (2000) en van de verhalenbundel ‘Het kind met de grijze ogen’ (2004).

“Als ik een goed verhaal wil schrijven, dan moet ik een begin en een einde hebben, en zo’n beetje weten hoe het verhaal loopt. Dan ga ik schrijven en gebeurt er van alles. Je hebt personages waarover je nadenkt, en je ziet iemand op straat die er heel aardig uitziet en dan opeens heel naar uitvalt, onverwacht. Dat gebruik je dan. Bij ‘De bruine zeemeermin’ hebben heel wat mensen zich in mijn personages herkend: onterecht, want het boek gaat niet over bestaande personen. Het moet zelfs niet echt zijn, want het blijft een spel. Schrijvers liegen de waarheid. Als je een leugen vertelt kan het nooit over de realiteit gaan.”

“Het leven is een spel. Een boek is een spel dat geschreven is over een spel: dubbelop een spel dus.” Gevraagd naar het plezier dat het spelen van het spel haar brengt, begint de schrijfster te stralen. “Ongelofelijk! Het ís heerlijk! Je bent als schrijver in een bevoordeelde positie. Je moet ’t niet te vaak doen, maar je kan je eigen frustraties kwijt in je verhalen. Je kan iemand van repliek dienen.”

Een andere reden waarom zij zo geniet van haar schrijverschap is dat ze al schrijvend de wereld om haar heen lijkt te verklaren. “Ik ben een idealistische realist. Ik loop met mijn hoofd in de wolken, maar sta met mijn voeten op de grond. Omdat mijn hoofd in de wolken is zie ik soms te weinig. Ik verwacht altijd redelijkheid, terwijl die er niet is, niet bestaat. In mijn verhaal ‘De vloek’ probeer ik aan te geven waarom mensen dingen doen. Mensen zijn gewoon niet redelijk. Ik probeer situaties te creëren in mijn verhalen waar beweegredenen, motieven duidelijk worden. Op jezelf heb je niet goed zicht. Vandaar mijn lievelingsspreekwoord: advocaat voor jezelf, rechter voor de ander.”

Voelt zij zich méér schrijfster nu ze gepubliceerd heeft? “Mijn grootste droom is in vervulling gegaan. Ik dacht dat ik nooit iets zou durven laten lezen aan een ander. Dat heb ik nu wel gedaan en dat voelt goed.” Simons heeft haar hele leven geschreven, zolang als ze zich kan herinneren. Zelfs bij de sommetjes schrijf je een verhaal, zei een onderwijzer op de lagere school tegen de kleine Netty. “Ik heb dat nooit zo gezien. Het schrijverschap, en in het bijzonder het publiceren, is – behalve natuurlijk mijn kinderen – het beste dat me overkomen is.”
Meer over Annel de Noré bij Uitgeverij In de Knipscheer

Lex van de Haterd – Om hart en vurigheid. De gemeenschap.

lex van de haterd Lex van de Haterd
Om hart en vurigheid
Over schrijvers en kunstenaars van tijdschrift en uitgeverij De Gemeenschap 1925-1941

Nederland
Groot formaat 17 bij 24 cm.
Rijk geïllustreerd, inclusief kleurkatern
Ingenaaid, 352 blz. € 29,50
ISBN 90-6265-566-1
Eerste druk 2004

In Om hart en vurigheid beschrijft Lex van de Haterd in ruim twintig portretten de belangrijkste medewerkers van het progressief-katholieke culturele tijdschrift De Gemeenschap (1925-1941). Zowel van de toonaangevende redacteuren en auteurs als Jan Engelman, Albert Kuyle en Anton van Duinkerken, als van de belangrijkste vormgevers en illustrators geeft hij een compleet overzicht van leven en werk, toegespitst op hun belang voor De Gemeenschap. Van sommige van deze kunstenaars is het de eerste keer dat een dergelijk portret in boekvorm verschijnt: van de verrassend moderne ontwerper en typograaf Andries Oosterbaan en van de architect Willem Maas bijvoorbeeld. Maar ook van de constructieve typografische ontwerpen van Gerrit Rietveld en Sybold van Ravesteyn is informatie opgenomen die nergens anders te vinden is.

Vanaf eind 1925 geeft De Gemeenschap ook boeken uit. In Om hart en vurigheid wordt voor het eerst een complete fondslijst van deze uitgeverij gepubliceerd. Om het karakter van een standaard- en naslag-werk over De Gemeenschap te versterken is verder een encyclopedie met korte beschrijvingen van de overige medewerkers van het tijdschrift opgenomen. Dat maakt dit boek samen met de uitgebreide literair- en kunsthistorische inleiding en de bijna tweehonderd illustraties tot een must voor iedereen die geïnteresseerd is in de literatuur en de beeldende kunst van het interbellum.

Om hart en vurigheid kon worden voorzien van een extra kleurkatern van 16 bladzijden (met afbeeldingen van 19 omslagen waarvan 15 paginagroot) mede dankzij een bijdrage van het Prins Bernhard Cultuurfonds

lex van de haterdLex van de Haterd (1954) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en schreef eerder artikelen in diverse boeken en tijdschriften over auteurs en kunstenaars uit het interbellum. In 2000 publiceerde hij bij In de Knipscheer Bloemen in het zand, een monografie over de beeldend kunstenaar Pieter Wiegersma.

(…)Het tweede uitgebreide deel geeft de portretten van schrijvers en illustratoren weer, die in de redactie plaats namen en/of artikelen, omslagen en tekeningen leverden of polemieken aangingen met Ter Braak en Du Perron. (…) Wat startte als een rooms-katholiek progressief blad viel in 1934 uiteen in ‘De Gemeenschap en ‘De Nieuwe Gemeenschap’. ‘De Gemeenschap’ zelf ging door onder Van Duinkerken en Engelman en vanaf dat moment volgde het tijdschrift de progressieve koers van het begin. Tijdens het eerste Europese treffen met het fascisme in de Spaanse Burgeroorlog publiceerde ‘De Gemeenschap’ niet alleen artikelen ten gunste van de Republikeinen, maar nam ook poëzie op van een schrijver als Jef Last. Interessant is dat de auteur achterin het boek een fondslijst van Uitgeverij De Gemeenschap op naam van de schrijvers publiceert. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat Blokken (1931), Knorrende Beesten (1933) en Bint (1934) van Bordewijk bij ‘De Gemeenschap’ zijn uitgegeven. – De Stad Amersfoort, 20-10-2004

De biografische portretten vormen werkelijk een aanvulling op de bestaande literatuur. Zeker waar hij illustratoren en vormgevers van De Gemeenschap portretteert. Waar kun je anders iets vinden over Andries Oosterbaan of Cuno van den Steene. – Biblion

Boek over toonaangevend tijdschrift

Lex van de Haterd stelde een boek over De Gemeenschap samen, dat uitgroeide tot een ‘encyclopedie’ over het tijdschrift, compleet met een fondslijst van de uitgeverij. Typografie neemt een belangrijke plaats in. – De Telegraaf, 22-10-2004

Literair Kort
door Joop Leibbrand

Om hart en vurigheid. Over schrijvers en kunstenaars van tijdschrift en uitgeverij De Gemeenschap 1925-1941 van Lex van de Haterd biedt precies wat de titel belooft: een gedreven, haast met een zekere overgave geschreven overzicht van alles wat de Nederlandse variant van het Vlaamse Ruimte in die hectische periode van het interbellum te bieden had. In zijn voorwoord zegt Van de Haterd dat eerdere studies geen aandacht hadden voor de uitgeverij en zich bovendien uitsluitend richtten op de inhoud van het progressief-katholieke maandblad dat zijn wortels had in Utrecht. Hij stelde zich ten doel met name het artistieke aspect (typografie, omslagontwerpen en de illustraties passen binnen het figuratieve expressionisme en het abstracte constructivisme van De Stijl en De Nieuwe Zakelijkheid) systematisch te onderzoeken en het blad aldus een plaats in de kunstgeschiedenis te geven.

Meandermagazine
klassieke gedichten

In deel I schetst hij uitgebreid het literair- en kunsthistorisch kader. Hij gaat binnen de specifieke politieke en sociaal-economische context van die dagen in op het culturele klimaat, behandelt de belangrijkste ‘concurrenten’ (De Gemeenschap haalde ooit 1700 abonnees, Forum kwam nooit tot meer dan 400) en gaat nauwkeurig de receptiegeschiedenis na. De formule van het door Jan Engelman, Willem Maas en de broers Henk en Louis Kuitenbrouwer (de laatste alias Albert Kuyle) opgerichte blad was gebaseerd op het evenwicht tussen artistieke vrijheid en literaire esthetiek enerzijds en een radicaal sociaal engagement vanuit een katholieke levensvisie anderzijds.
De titel blijkt gebaseerd te zijn op een citaat van Anton van Duinkerken, uit de brochure Wij en de politiek uit 1930, een pamflet tegen de compromissenpolitiek en de beginselloosheid van de Rooms-Katholieke Staats Partij, waarbij het hart stond voor de rechtvaardige, liefdevolle samenleving en de vurigheid voor een geestdriftige beleving van de kracht van het geloof. De Gemeenschap beleed een ideaal, streed daartoe eensgezind tegen bisschoppelijke censuur, maar nauwelijks latente fascistische en anti-joodse gevoelens brachten een deel van de redactie in 1934 tot de oprichting van De Nieuwe Gemeenschap, een blad dat drie jaar zou bestaan. De Gemeenschap zelf werd in 1941 door de bezetter verboden.

Deel II bestaat uit 21 portretten van de belangrijkste medewerkers. ZZowel van de toonaangevende redacteuren en auteurs als Jan Engelman, Albert Kuyle en Anton van Duinkerken, als van de belangrijkste vormgevers en illustrators is er een compleet overzicht van leven en werk, toegespitst op hun belang voor De Gemeenschap. Zeer lezenswaardig is het uitgebreide portret van de Gentse graficus en beeldhouwer Jozef Cantré. Van sommige van deze kunstenaars is het de eerste keer dat een dergelijk portret in boekvorm verschijnt: van de verrassend moderne ontwerper en typograaf Andries Oosterbaan bijvoorbeeld of van de architect Willem Maas. Maar ook over Gerrit Rietveld en Sybold van Ravesteyn is informatie opgenomen die nergens anders te vinden is. Vanaf eind 1925 geeft De Gemeenschap ook boeken uit. In deel III wordt de complete fondslijst gepubliceerd, waaruit blijkt dat ook niet-katholieken als Bordewijk, Marsman en Van Ostaijen werden uitgegeven. Toegevoegd is nog een ‘encyclopedie’ met korte beschrijvingen van de overige medewerkers van het tijdschrift.

Alhoewel Van de Haterd neerlandicus is, afficheert hij zich helaas soms wat al te nadrukkelijk als de liefhebber, de verzamelaar, die hij zegt te zijn. Zelfs de futielste feiten vinden een plaats en werkelijk alles wordt verklaard en toegelicht in een neiging tot encyclopedische volledigheid die soms amateuristisch aandoet. Maar plezierig is dan weer wel dat het uitgebreide notenapparaat van aantekeningen, toelichtingen en verwijzingen is opgenomen in de marges, waardoor dit een integraal onderdeel van de tekst uitmaakt en de lezer veel bladerwerk bespaard blijft. Het boek is schitterend vormgegeven, waarbij omslag en illustraties geheel in ‘stijl’ zijn. Staalkaart . – Meander 252 literair magazine

“Over de kunstenaars en vormgevers die meewerkten aan De Gemeenschap – zoals Hendrik Wiegersma, Jozef Cantré, Otto van Rees en de drukker A.M. Oosterbaan – is nu een eerste, omvangrijk boek verschenen. Het is een enthousiast boek, dat de lezer warm probeert te laten lopen voor het uiterlijk van tijdschrift en uitgeverij. Alleen al door de vele illustraties is die poging geslaagd. De waarde van het boek is gelegen in de zeldzaam complete fondslijst van uitgeverij De Gemeenschap én in de uitgebreide portrettengalerij van de meest opmerkelijke medewerkers.” – Uit: Alles is mooi en prachtig. – Sjoerd van Faassen in NRC Handelsblad, 12 november 2004

“Een zeer grondige publicatie. Alles wat je zou willen weten over dit literaire en katholiek progressieve culturele tijdschrift staat erin. (…) Ondanks de betrokkenheid van beeldend kunstenaars en schrijvers bij de inhoud van het tijdschrift wordt De Gemeenschap in de belangrijkste naslagwerken over de Nederlandse kunstgeschiedenis nauwelijks of niet genoemd. Auteur Lex van de Haterd corrigeert dit ruimschoots met zijn tentoonstelling en boek.” – Uit: Utrechts Nieuwsblad (Thea Figee), 12 november 2004

Juni 2005 TMG over Lex van de Haterd Om hart en vurigheid

«Van de Haterd bepleit een herwaardering van de uiterlijke vormgeving van ‘De Gemeenschap’. En vormgeving houdt voor hem niet op bij een omslag van Gerrit Rietveld, een incidentele illustratie van Wiegersma of een fotoserie van Eva Besnyö. Nauwgezet analyseert de auteur de vernieuwende typografie en de bijzondere illustraties. Hij reconstrueert de levensgeschiedenissen van ‘vakmensen’ die het beeld van het blad bepaalden: de graficus en illustrator Jozef Cantré, de Limburgse drukker en typograaf Charles Nypels, de boekbinder en typograaf A.M. Oosterbaan – alleen zijn geboorte- en sterfdag zijn bekend uit schriftelijke bron: een bidprentje – en enkele katholieke schilders die vooral in eigen kring bekend zijn, onder wie Charles Eijck. (…) De levendige biografietjes en de vele prachtige en zinvol gebruikte afbeeldingen ontsluiten een bijzondere leefwereld waarin heel veel is te zien. Voor de doorzetter wordt het verleden tastbaar en voelbaar. En om dit mogelijk te maken is misschien juist een ‘insider’ nodig.» – geciteerd uit: Ilja van den Broek in Tijdschrift voor Mediageschiedenis, 8 [1] 2005

December 2005 TNTL over Lex van de Haterd Om hart en vurigheid

«(…)Maar bij al die aandacht is het vormgevingsaspect waar ‘De Gemeenschap’ zo in uitblonk (de typografie, de omslagontwerpen, de illustraties en de fotografie) zo goed als buiten beschouwing gebleven. Van de Haterd wil met zijn studie deze lacune opvullen. Het is een in vele opzichten uiterst interessant boek geworden. Het vormgevingsaspect krijgt inderdaad volop aandacht, maar toch is het veel meer geworden dan een supplement over alleen dit aspect van ‘De Gemeenschap’.» – Frans Ruiter in Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde (jrg. 121, nr. 4, 2005)

Gehele Artikel

Klaas Jager – Klipgeiten

klaas jagerKlaas Jager
Klipgeiten. Gedichten

Nederland, Poëzie
Ingenaaid, 96 blz., € 14,50
ISBN 90 6265 564 5
Eerste druk 2004

Klaas Jager (Friesland, 1961) debuteerde in 2001 met Windwakken in de tijd, een dichtbundel waarin liefde voor de natuur en filosofie en fascinatie voor het mysterie tijd op subtiele en schitterende wijze in de taal tot uiting komen.

Klipgeiten, de tweede bundel van Klaas Jager, laat meer facetten van deze dichter zien. In persoonlijke herinneringen, dagboekfragmenten en existentiële beschouwingen verdicht hij het leven zoals hij dat ervaart. De alles verslindende tijd, een onnavolgbare eekhoorn in zijn takkenbos van hartslagen, is een voortdurende bron om uit te putten. Een verdwenen open plek van een voormalige kapvlakte, het wachtkamergevoel zich tussen twee werelden te bevinden, het eenkennige verlangen, ‘een luikje dat naar een kant toe opengaat’: het zijn allemaal ijkpunten van een scherpe waarnemer die niets onopgemerkt aan zich voorbij laat gaan.
Klaas Jager laveert met woorden door de wereld van kleine en grote gebeurtenissen. Hij probeert antwoord, een rustplek, te vinden voor het overschot aan vragen, soms lyrisch, soms ingehouden en bijna analytisch, maar steeds in authentieke metaforen en met oog voor het detail. Hij is het rusteloze beest dat dezelfde stenen om blijft keren tot er woorden verschijnen, zoals kleine kuddes klipgeiten tegen de witsteile wand.

Iemand moet zijn in plaats van worden, schrijft de dichter in een van zijn gedichten. Als Klaas Jager iets is, dan is het wel dichter.

Het gevecht met de tijd, vooral met aftakeling en ouderdom in het vooruitzicht, is voor Jager (1961) bijna dagwerk geworden. Uiterlijk is alles “naar wens”. Hij probeert de “dagdingen” maar over zich heen te laten komen. Maar onafwendbaar is daar het uurwerk dat geen sprookjes meer vertelt, het kortstondige van de liefde en alle andere verworvenheden. De dichter probeert dan de tijd te vertragen (het liefst zou hij “roestend op een zijspoor” willen staan) of tenminste even overtuigend als Engelse toneelspelers te “doen alsof”. De blije blik en onverwoestbare hoop van de EO-op-tv is evenmin aan hem besteed. Hij heeft alleen zijn eigen woorden, “als kleine klipgeiten tegen de witsteile wand”, om nog wat leven te veroveren. De dichter verbeeldt kortom de mens in gevecht met tijd en afbraak. Soms verliest hij zich daarbij in filosofische analyses, waar dan weer prachtmetaforen tegenoverstaan. Voor poëzieliefhebbers. – Els van Geene, Biblion

‘Windwakken in de tijd’, het debuut van Klaas Jager uit 2001, stond vooral in het teken van de natuur. In ‘Klipgeiten’ de nieuwe gedichtenbundel, laat de dichter zich van meer kanten zien. Zo komen intermenselijke relaties veelvuldig aan bod en durft Jager zijn persoonlijke gevoelens op dit gebied prijs te geven. Veel van dit nieuwe werk valt op door een grote mate van toegankelijkheid. En daarbij maakt hij gebruik van uitstekende klankritmes.
Bijzonder is de gedichtencyclus die hij over het park De Overtuin in Oranjewoud schreef. Een mooi voorbeeld van wat Jager met De Overtuin als inspiratiebron aan de muze ontworstelde is het volgende gedicht:

We zaten op het vale bankje
naast de kruidentuin, in de
walm van tijm en lavendel.

Je vroeg of ik weten wilde
hoe het met ons aflopen zou,
van a tot z, ofschoon je niet

echt in de mond durfde te
nemen wat in de schoot
van de nabije toekomst lag,

het zinloos vond om verder
dan een dag vooruit te kijken.

Dus sprak ik niet uit wat
ook jij voorzag, dus haalde

ik jou innig aan en zei dat
het nooit voorbij zou gaan.

– Heerenveense Courant, 14 juli 2004

In de fascinerende diversiteit van zijn nieuwe bundel overheerst een lichte melancholie, de stemming van iemand die de hete adem van de tijd in zijn nek voelt, zonder zwaarmoedig te raken. Het is duidelijk geen jongeling die spreekt in ‘Takkenbos van hartslagen’ (fragment): – Y. van der Molen in de Woudklank, 22 juli 2004

Want het is huiveringwekkend hoe
vliegensvlug het allemaal, als een

onnavolgbare eekhoorn in zijn takkenbos
van hartslagen, naar de allerlaatste springt.

Toch verliest Klaas Jager het heden geen moment uit het oog. In ‘Hars’,
ontstaan op een terras in Gorredijk waar hij graag zit (fragment):

Het water tegenover het terras
bij de Vergulde Turf ligt al in de
schaduw van de brug en de brug al
in die van de hoge winkelpanden.

De herfst is ophanden, ligt gereed
voor de kust om op te stomen, maar
vandaag kleeft de zomer nog als
hars aan de jonge vrouwen vast.

Hoewel natuurelementen een belangrijke inspiratiebron voor hem zijn, wil Jager beslist niet als ‘natuurdichter’ door het leven, het gaat hem nu vooral om mensen. Als hij enkele liefdesgedichten plaatst in een decor van een oud park (de Overtuin) is daar meteen weer het element tijd: hij houdt van oude parken vanwege hun geordende natuur die gaandeweg is overwoekerd. Toch is er geen sprake van echte wanorde: net als verzen die het pad effenen door een chaos van woorden. En zo geeft het schrijven van poëzie, het oproepen van een onzichtbare maar duidelijk waarneembare wereld, structuur aan het leven. Die samenhang is terug te vinden in zijn werk, dat opvalt door zuiverheid. Nergens dendert vals pathos over de pagina’s.

Het gaat over vertraging, verstilling, het gaat over kleine ogenblikken, zo klein dat je een microscoop nodig hebt om ze te zien. Maar in het bos dat Klipgeiten is kun je ze met het blote oog zien en wees Klaas Jager daar eeuwig dankbaar voor. – Tim Donker in De Recensent, 06-09-2004

‘Klipgeiten’ is de tweede gedichtenbundel van Klaas Jager. Goed aansprekende poëzie met oog voor details en dat vanuit een persoonlijke benadering, waardoor de afstand wel eens kleiner is dan je als lezer zou willen. – Het Nederlandse Boek, november 2004

Wiebren Rijkeboer – Road

wiebren rijkeboer Wiebren Rijkeboer – Road
Nederland
Ingenaaid, 432 blz., € 19,50
ISBN 90 6265 565 3
Eerste druk 2004

Een vuistdikke roman over een fictieve Amerikaanse popgroep die eind jaren zestig begin jaren zeventig van de vorige eeuw furore maakte.

ROAD is het tweede boek van Wiebren Rijkeboer. Rijkeboer (1959) debuteerde in 2000 met Voorbijland, een drieluik over het verleden, het heden en de toekomst van ‘zijn’ eiland Terschelling.

Met ROAD levert Wiebren Rijkeboer een grote debuutroman af die elke veertiger en vijftiger van nu eigenlijk het liefst zelf had willen schrijven…

Wanneer popmuzikant in ruste Wayne Grady wordt overgehaald zijn levensverhaal te vertellen, neemt zijn biograaf hem op sleeptouw door de VS. Deze zet de lijnen uit naar betekenisvolle locaties; de achtergronden waartegen Wayne’s tong moet worden losgemaakt, geholpen door de drank op de voorgrond en een niet aflatende stroom van peuken uit het dashboardkastje. De memorecorder op de achterbank van de Ford Thunderbird ontgaat niets, maar kan dat ook van Wayne gezegd worden, die zich met het steeds eigenaardiger wordende gedrag van zijn biograaf geconfronteerd weet?

Wiebren Rijkeboer zet met zijn tweede boek Road een unieke hybride neer tussen popcultuur en literatuur. Met toepassing van cut-uptechnieken à la Bowie en Burroughs wordt de opkomst en ondergang geschetst van een Amerikaanse band eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Rijkeboer creëert een bhne voor de tijdgeest waarin seksuele vrijheid, drank en drugs een soms verraderlijk naïeve rol spelen. De gedetailleerdheid waarmee de muziektechnische aspecten eveneens aan bod komen, maakt de roman compleet van opzet. Een muzikale ‘mix’ avant la lettre, verplichte kost voor liefhebbers.

Rijkeboer vertelt het verhaal van Wayne Grady, een popmuzikant in ruste. Hij laat zich door de biograaf Drew niet alleen overhalen om zijn levensverhaal te vertellen, maar ook nog eens meenemen op een bizarre tocht door de Verenigde Staten. Een reis langs de belangrijke plekken uit zijn verleden, in de hoop dat hij daar meer over prijsgeeft. ‘Road’ zit barstensvol muziek.” – Dagblad De Limburger

Het leven van een fictieve rocker

‘Road’ is het verhaal van een popmuzikant. Wiebren Rijkeboer heeft zijn taak serieus opgevat: zijn held krijgt achterin zelfs een complete discografie mee. Daarin worden de albums die hij met zijn groepen heeft opgenomen uitgebreid beschreven, tot en met een lijst van de meespelenden en van de liedjes.
Samen met gitarist Steven Goudreau en nog wat aanhangende muzikanten trekt Wayne Grady vanuit St. Louis naar het westen, naar Los Angeles. Ze zijn anno 1969, met hun zachtmoedige folkrock ietwat laat in het snel verhardende en psychedelischer wordende muzikale klimaat van die stad, maar de band is toch redelijk succesvol. Zulks ondanks, of misschien wel dankzij de strubbelingen, muzikaal en anderszins, tussen de muzikanten. Zangeres Charlotte onderhoudt seksuele betrekkingen met alle bandleden, terwijl Goudreau steeds gewelddadiger wordt.
Het verhaal van Grady wordt in twee lagen verteld. Eind jaren negentig wordt Grady, die zich dan al meer dan twintig jaar uit de actieve muziekbeoefening heeft teruggetrokken, op sleeptouw genomen door een journalist, die zijn biografie wil schrijven. Tijdens een zwerftocht per Ford Thunderbird spreekt Grady zijn levensverhaal in op de bandjes van een memorecorder.
De vertelconstructie werkt op zich wel, en Rijkeboer geeft bovendien een mooi beeld van hoe het was, of hoe het geweest had kunnen zijn, in het Los Angeles en omstreken van de late jaren zestig en vroege jaren zeventig. De reis van Grady en zijn vreemde biograaf door het zuiden van de Verenigde Staten is ook al mooi beschreven: een ‘road novel’ in een fictieve autobiografie vervlochten. Dit boek druipt van de liefde voor Amerika en de Amerikaanse popmuziek.
– Jacob Haagsma in Leeuwarder Courant

Bestaat er zoiets als ‘de poproman’ in Nederland? Sinds het verschijnen van ‘Nozzing but ze bloes’ van Bert Jansen (1975) en ‘Met stip’ van Jip Golsteijn (1978) groeit het aantal romans waarin popmuziek een bepalende rol speelt in ieder geval gestaag. Na ‘De laatste dichters’ van Christine Otten en ‘Comeback’ van Rick de Leeuw is ROAD van Wiebren Rijkeboer dit jaar alweer de derde poproman op rij. Rijkeboer bewandelt het pad, dat door Jack Kerouac werd uitgestippeld in `On the road’, het prototype van de poproman in 1957. In ROAD zijn de seks, drugs en de zoektocht van Kerouac gebleven, maar is de jazz vervangen door rock, en dan met name het soort dat men tegenwoordig Americana placht te noemen.
Hoofdpersoon is Wayne Grady, een muzikant die begin jaren zeventig als bandlid enig succes kende en een kwart eeuw later door de jonge biograaf Drew Mussburger in een auto van motel naar motel wordt gereden om zijn levensverhaal te vertellen. Grady is als artiest succesvol noch tragisch: geen wereldhits, geen stadionconcerten. Hij wordt welgesteld met een nummer voor een reclamespot en laat daarna zijn muzikale partner in de steek. Die stap blijkt cruciaal voor zijn carrière.
Rijkeboer concentreert zich in ROAD veel op de vorm en minder op het karakter van zijn personages. Hij wisselt keurig per hoofdstuk van tijdperk om uiteindelijk heden en verleden in het plot samen te laten komen. Als sfeertekening van de Amerikaanse popscene aan het begin van de jaren ’70 is ROAD wel geslaagd. Er is veel werk gemaakt van de beschrijvingen van het leven in Sin City, Los Angeles. En al zullen veel details (het druggbruik, de vrije seksuele moraal, de ondeugdelijke manager, de muzikantenttaal) door popkenners als cliché worden afgedaan, je moet Rijkeboer nageven dat hij met veel respect en liefde omspringt met de ‘scene’ uit die periode.
– Dagblad van het Noorden

“Een gewezen popmusicus reist in maart 1997 met zijn vermeende biograaf door Amerika. Hij bereist het landschap van zijn muzikale successen en zijn uiteindelijke neergang (waar drank, drugs en vrije seksuele moraal niet geheel vreemd aan zijn) tussen 1965 en 1975. Hoofdstukken over de jaren zestig en zeventig – een memorecorder op de achterbank van de Ford Thunderbird registreert de herinneringen (in de verleden tijd weergegeven) – worden afgewisseld met het verslag van de week van de reis (in de tegenwoordige tijd weergegeven). Uiteindelijk blijkt de bewonderende biograaf niet zo belangeloos als hij aanvankelijk deed voorkomen. Deze roman is weids als het landschap van Amerika waardoorheen gereisd wordt. Een interessant beeld van de popcultuur in de jaren ’60 en ’70 in Amerika.”
– Biblion, 13 augustus 2004

‘Road’ is het levensverhaal van een popmuzikant, weergegeven in de vorm van een dagboek en bezoeken aan locaties waaraan voor de muzikant herinneringen vastzitten en daardoor de mogelijkheden bieden om wat te vertellen over de achtergronden. Spelend in de Verenigde Staten van Amerika en tevens een beeld van het muzikanten- en muziekleven in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. – Het Nederlandse Boek, november 2004

‘En op mijn vakantieadres was het alsof ik niet alleen maar rondreed in Andalusië, maar ook in de regio’s die Wayne Grady in heden en verleden bestreek. Zodat Road voor mij geen boek meer was, maar iets reëels: iets waarin men rond kon rijden.’ – Tim Donker in De Recensent, 20-12-2004

Lees ook Wiebren Rijkeboer over popmuziek in:

wiebren rijkeboer