Harman Nielsen – Esther

Harman NielsenHARMAN NIELSEN
Esther

Nederland / Roman
Paperback, 200 blz., 15,75
ISBN 90-6265-521-1
Eerste druk 2001

Esther Kan gaat het niet om de toppen, het gaat om het klimmen. In haar zoektocht naar het paradijs dat acher de bergen lijkt te liggen, ontmoet ze gelijkgezinden, groepen klimmers die het eerder om de hoogte gaat. Het zijn vluchtige ontmoetingen die echter niet gespeend gaan van intense ervaringen en grote intimiteit, zeker met de vrouwelijke klimmers. Esther zoekt naar meer dan dat en vindt het inde grootsheid en eenzaamheid van de natuur; haar droom is een traverse van twaalf kilometer, klimmen over een wand waar geen einde aan komt, zonder dat je hoger moet of terug moet naar het dal.
Ze ontmoet Horst Brandl, een berggids en merkt dat ze net als voorheen door de bergen, nu door hem wordt aangetrokken. De gastvrijheid die ze bij hem en zijn oom Bonatti ondervindt maakt dat ze meer dan ooit naar de ijle hoogten van het hooggebergte terug wil, maar nu met Horst.
In het beeld dat, gelijk op met de vertelling, van haar uit graniet gehakt wordt door de beeldhouwster Hanna Kan, komen steeds duidelijker Esthers contouren naar voren, zoals ook haar leven in de vertelling steeds meer details krijgt. Maar gaandeweg ontdekt de lezer dat de avontuurlijke, erotische bergbeklimster het verzinsel is van de wat saaie en stille beeldhouwster, dat Esther de vrouw is die Hanna eigenlijk had willen zijn, een gebeeldhouwd zelfportret van haar alter ego.

De pers over Esther
«Onder de handen van beeldhouwster Hanna Kan ontstaat Esther, haar ‘andere’ of ‘nieuwe’ ik, die uit een blok graniet tevoorschijn komt. Eigenlijk is Esther het liefst alleen, althans in het begin van het boek. Hanna geeft Esther het nodige van haar karakter en achtergronden mee. Een passie die ze samen delen is de bergsport. Esthers eigenzinnigheid komt het best tot zijn recht in de bergen. Daar is ze in haar element, al valt het haar moeilijk haar beweegredenen te peilen. De hardheid van steen, de kou, het gevaar, een leven teruggebracht tot de essentie, tot het minimum, dat alles wordt op suggestieve wijze verwoord. Toch komt de lezer niet dichter bij de figuur van Esther of Hanna. Ze blijven raadselachtig, sfinxen. Esther moet het vooral hebben van de sfeervol vertelde klimtaferelen.» – Leeuwarder Courant

Pauline J. van Munster – De geheime brieven van Marta

Pauline J. van MunsterPAULINE J. VAN MUNSTER
De geheime brieven van Marta
Nederland Roman
paperback, 160 blz., € 13,50
ISBN 90-6265-514-9
Eerste druk 2001

De frustraties van de vader over zijn ziekte, en over de kerk waar hij vergeefs zijn heil zocht, verworden tot tirannie over zijn vrouw en beide dochters. De oudste gaat het huis uit en de jongste neemt haar toevlucht tot het schrijven van brieven aan haar beminde beiden hunkerend naar gemiste liefde en warmte. Zo maken zij zijn onmacht pijnlijk duidelijk, en dat besef drijft hem tot het uiterste.
De brieven zijn plotseling in een ander licht komen te staan. En de lezer weet dat hij over de sleutel op het boek heeft heengelezen.

De afwisseling van bijtend realisme, haast klassieke liefdesbrieven en broeierige erotiek maken deze roman tot een waardige opvolger van Pauline J. van Munsters veelgeprezen romandebuut Het evangelie volgens Daphne (2000).

De pers over De geheime brieven van Marta
«De plot zit weer even listig in het verhaal verstopt als in Van Munsters debuutroman pas aan het eind besef je dat het lot van de meisjes en hun ouders al op de eerste bladzijden was vastgelegd. Zo is uiteindelijk De geheime brieven van Marta net zo’n perfecte tweede roman als Het evangelie volgens Daphne een echt eerste roman was.» – De Volkskrant

«Pas halverwege het boek begint het de lezer te dagen dat er heel goed sprake kan zijn van een incestueuze verhouding. Volstrekt geloofwaardig ontvouwt zich een relatie die zowel spannend als tragisch is. Geen woord te veel, geen zin overbodig.» – Trouw

«In deze originele roman valt het contrast op tussen de vaak, soms wat dramatisch beschreven broeierige, ook wel erotische sfeer in huis en de brieven waarin Marta getuigt van haar liefde. Een originele en goed opgebouwde roman, waarin het slot een nieuwe wending aan het verhaal geeft.» – Biblion

Hans Vaders – Tropische winters. Roman

Hans VadersVADERS, HANS
Tropische winters

Nederlandse Antillen Roman
Paperback 128 blz., 13,50
ISBN 90-6265-520-3
Eerste druk 2001

Verward door zijn van goedkope wodka doordrenkte dromen kijkt Alejandrino Horace Lee terug op zijn leven. Hij is stervende, en op het harde matras van zijn klamme ziekenhuisbed in de tropen herhalen zich telkens weer de hallucinaties die verhalen over zijn verleden en dat van zijn vader, grootvader en overgrootvaders.

Het begint allemaal in 1812 met de vluchtende William Lee die zijn moederland, Schotland, moest verlaten omdat hij bij een ongelukkig uitgevallen braspartij zijn vriend een uitbeenmes tussen de schouderbladen had gedrukt. Het is de start van een ontheemd zijn dat generaties doorgaat. In de kleinschalige wereld van het eiland Curaçao vindt Lee zijn vaderland.

Ook Curaçaoënaar Alex Lee, als mulat in Nederland geboren, heeft het rusteloze van zijn voorouders. Als journalist reist hij veel en schrijft hij over wat hij tegenkomt. Zijn ooggetuigenverslag van de bloedige rellen in het Haïti ten tijde van Baby Doc Duvalier is beklemmend en hilarisch tegelijk.

Maar ook de verhalen van toevallige passanten, vaak opgedaan in een bruine kroeg of rokerig stamlokaal, zijn zo indrukwekkend dat ze een caleidoscopisch beeld schetsen van de afgelopen eeuw: beelden van stinkende regenwouden, giftige serpenten en de rammelende Fokker die daarboven steigert tijdens het behoedzame dalen in alweer een nieuwe luchttrog; gedachten over Dachau en de vrouw die hij niet krijgen kon, maar ook aan de dominospelende grijsaards in het koele café aan het plein van Moncofar.

Hans Vaders (1949) woont op Curaçao en is neerlandicus. Hij is docent, maar werkte en werkt tevens als eindredacteur bij diverse Curaçaose kranten.

De pers over Tropische winters
«Sleutelfiguur in Tropische winters is Alex Lee. Terwijl hij ligt te creperen krioelen herinneringen als maden in zijn hoofd. Lee’s beroep, journalist, maakt hem tot een ideaal doorgeefluik voor andermans verhalen. Een breed scala aan eilanders legt in korte, krachtige episodes de ziel bloot.» – Eindhovens Dagblad

«Op zijn sterfbed in een Curaçaos ziekenhuis overdenkt een in Nederland geboren curaçaoënaar, die nazaat is van een in de 19de eeuw naar Curaçao gevluchte Schot, in een roes van alcohol zijn rusteloze leven. Het gevoel ontheemd te zijn vormt het grondthema. Vaders‘ vlotte, bij vlagen amusante stijl, maakt dat het boek blijft boeien.» – Biblion

«Vaders schetst een caleidoscopisch beeld van Alex’ laatste nacht. De verhalen afgewisseld met reisverslagen onder andere naar het oerwoud van Mexico, ademen een zekere moedeloosheid en vergeefsheid uit. Wat men ook doet, alles blijft bij het oude, alle idealen verdampen onder de hete zon.» – Leeuwarder Courant

«De verhalen die verteld worden zijn legio en in hun verscheidenheid beslist de moeite waard. Mooie verhalen over Alex’ voorouders, over zijn mede-eilandbewoners. Alles kan bij Vaders. En het is nog sympathiek ook.» – Haagsche Courant

«De hoofdstukken over Haïti en de al en vlucht van Jean Claude Duvalier in februari 1986 en de daarop volgende volksopstand tegen de gehate tontons macoute, de sfeer van onheil en het gewelddadige herstel van rust, orde en militaiche macht vond ik tot het beste deel van Tropische winters behoren.» – Wim Rutgers in Amigoe

«Boeiend van opzet. Geschiedenis en verzinsels wisselen elkaar haast ongemerkt af. In de losse, schijnbaar nauwelijks iets met elkaar te maken hebben alinea’s valt genoeg te bleven. Voral op het gebied van beschrijvingenen observaties.» – Algemeen Dagblad.

Betty Roos – Galila van Galilea

978-90-6265-488-8BETTY ROOS
Galila van Galilea

Roman
€ 14,50
Eerste druk 2001
ISBN 978-90-6265-488-8

In het niemandsland tussen Israël en Libanon schrikken Israëlische soldaten van een Arabische kreet om hulp. Een van de soldaten verliest zijn zelfbeheersing en gooit een handgranaat. Een zwangere vrouw komt om het leven. Haar dochtertje raakt een hand en een oog kwijt. Arjeh de commandant, doet alles om het meisje te redden en zorgt voor het vervoer per helikopter. En van hem krijgt ze ook een naam: Galila van Galilea.

In het hospitaal ontmoet Arjeh Margareta, een vrijwilligster. Het is het begin van een bijzondere relatie met de Arabische, die hem meer dan eens confronteert met de onmogelijke situatie waarin zijn land verkeert. We volgen Arjeh in de Gaza, leven mee met Margareta en haar vriendin Fatima en maken ook de zinloze zoektocht van de moslimherder naar zijn omgekomen christen-echtgenote meer.

Galila van Galilea is een indrukwekkende korte roman over hoe mensen (samen-)leven in een anno 2000 verscheurde regio.

Over Bonsai-kinderen, haar debuutroman uit 1995, schreef NRC Handelsblad: «In intensiteit, gevoeligheid en beeldende kracht een opmerkelijk boek over aangrijpende ervaringen.»

Betty Roos werd geboren in voormalig Nederlands-Indië, belandde als vijfjarig joods meisje in 1941 in het jappenkamp, kwam direct na de oorlog als ‘Indisch’ kind naar joods-Amsterdam en vond in de jaren zestig haar thuis in Israël. Ze schrijft direct in het Nederlands, nu haar tweede taal, in een stijl en met een woordkeus waarmee ze heel effectief een beklijvende sfeer oproept.

Hanneke van der Hoeven – In Afrika. Beeldroman

Hanneke van der HoevenHANNEKE VAN DER HOEVEN
In Afrika. Beeldroman

Afrika, Beeldroman
Paperback, Groot formaat, 128 blz. Geïllustreerd
ISBN 90-6265-516-5
Eerste druk 2001
€ 15,75

In de ‘beeldroman’ In Afrika bundelt Hanneke van der Hoeven haar impressies van Ghana, Burkina Fasso en Mali, impressies die nauwelijks woorden behoeven. De beelden die op het netvlies bleven branden vonden hun neerslag in dit boek waarin de lezer letterlijk met Hanneke van der Hoeven meekijkt tijdens haar reis.

Als geen ander weet ze de soepele gang van de vrouwen met hun felgekleurde, doorstikte jurken in de brandende zon te schetsen. Ze toont ons het wonderschone landschap, de huizen van ongebakken klei, de moskee van Mopti, versierd met ornamenten en torentjes. Maar ook heeft ze ook voor het verval, het vuil en de oprdringerige verkopers. Het is de contrastrijke wereld van de Bambara, Toeareg, Dogon, Peul die voor ons zichtbaar wordt in een krachtige stijl.

De Afrikaanse beelden die ze ooit verwonderd had bekeken in de musea van Afrikaanse kunsten bleken dichter bij de werkelijkheid te staan dan ze dacht, en ook haar eigen tekeningen hebben soms die bizarre vervormingen – als in een door malaria opgewekte koortsaanval.

Hanneke van der Hoeven (1955) is schilder. Zij voltooide de kunstacademie in Groningen, publiceerde strips in onder meer de Groene Amsterdammer en maakte kinderboeken voor Querido, o.a. Staartenboek en het bekroonde Gijsbrecht.

De pers over In Afrika
«Bijzondere tekeningen en trefzekere ‘bijschriften’. De sobere impressie in zwart-wit vormen een sterke reeks.» – De Volkskrant

Mala Kishoendajal – Dame Blanche

Mala KishoendajalMALA KISHOENDAJAL
Dame Blanche

Nederland, Hindoestaans, Roman
Paperback, 224 blz. 15,75
ISBN 90-6265-510-6
Eerste druk 2001

De thematiek van migratie en identiteit (India, Cariben, Europa/Amerika) kennen we vooral als stroming in de Engelstalige literatuur (V.S. Naipaul, Neil Bissoondath), maar is ook deel van de Nederlandstalige literatuur. Zo verhaalt Mala Kishoendajal (Paramaribo, 1959) in haar debuutroman Dame Blanche over vier generaties Hindoestaans leven van zelfs voor de komst naar Suriname uit India tot vooral hier en nu in Nederland.

Rode draad in deze raamvertelling is de jonge vrouw Indrani die haar verhaal verbindt met die van haar zoontje Ravi en haar dochter Lakshmi, met die van haar grootouders, haar ouders, haar (gewezen) echtgenoot Radjinder en Maarten, met die van Lila (en haar Casanova), Celia (de Haagse hoer), Dewi (versus buitenvrouw) en nicht Shalini (en haar huwelijk met Haagse Bart) en met de verhalen uit Narayan’s versie van het grote Indiase epos Ramayana.

Mala Kishoendajal heeft twee scenario’s voor theater op haar naam staan: Geen weg terug, over de immigratie van Brits Indiërs naar Suriname en van Surinamers naar Nederland, en Sita, de vrouw, waarin de traditionele vrouw uit de Ramayana naast de moderne westerse Hindoestaan wordt neergezet. Als journalist is zij de vrouw die in ‘de zaak Tara Singh Varma’ haar geveinsde ziekte naar buiten bracht.

De pers over Dame Blanche
«Tegen een kakelbonte achtergrond van Hindoestaanse gebruiken en rituelen doet Indrani verwoede pogingen zich staande te houden als hoofdredacteur van een tijdschrift en tegelijkertijd haar dochtertje op te voeden. Dankzij de laconieke humor van Kishoendajal is Dame Blanche geen particuliere klaagzang maar een moderne Bildungsroman die een energieke indruk achterlaat.» – Onze Wereld

«De kracht van deze roman schuilt vooral in de beschrijving van de emoties van een jonge vrouw die op zoek is naar het geluk op het kruispunt tussen twee culturen. Die emoties worden als het ware ingekaderd in de portretten van alle personeges die in haar leven een rol spelen.» – Friesch Dagblad

«Dame Blanche: een klein monument over de Hindoestanen. In deze roman draait elk verhaal om een persoon die levensecht wordt doordat de auteur soms ver in de tijd terug gaat om gebeurtenissen in hun perspectief te plaatsen.» – Weekkrant Suriname

«Mala Kishoendajal heeft een boek geschreven vol traditionele Hindoestaanse gebruiken rond huwelijk en begrafenis, Indiase films, muziek en dans. Maar het is tegelijkertijd heel Nederlands als het werk, collega’s, vrienden en uitgaan betreft. Traditie en moderniteit zijn hier niet meer een dilemma tussen verwestersen en eigen cultuurbehoud, zoals o.a. in Anil Ramdas’ novelle Het besluit van Mai, maar lopen in deze roman dwars door autochtoon en allochtoon heen.» – Amigoe

«Combinatie van goed gehanteerde literaire middelen als stijl en compositie en een uitdagende stellingname tegen clichébeelden die tussen twee culturen heersen.» – Trouw

José Lezama Lima – Mijn ziel rust niet in een asbak

José Lezama LimaJOSÉ LEZAMA LIMA
Mijn ziel rust niet in een asbak
Cuba, Poëzie
Vertaling : Stefaan van den Bremt
Paperback, 120 blz. € 17,90
ISBN 90-6265-523-8
Eerste druk 2001

De Cubaan José Lezama Lima (1910-1976) is een van de topauteurs uit de Spaans-Amerikaanse literatuur: hij wordt nu eens de Caribische Joyce genoemd, dan weer de Caribische Proust. Niet eerder werd van hem een boek in Nederlandse vertaling uitgebracht. Zoals vaak bracht proza hem de wereldroem die hij als dichter al verdiende.

In Mijn ziel rust niet in een asbak brengt vertaler Stefaan van den Bremt een belangrijke keuze van Lezama Lima’s poëzie en poëtisch proza bijeen uit elk van zijn vijf van 1941 tot 1977 uitgebrachte gedichtenbundels, zijn debuut uitgezonderd: ‘Zijn eerste dichtbundel was een revelatie. De tweede was een revolutie. De overvloed aan beelden is getemperd om een hogere vlucht te gunnen aan hyperbolische taferelen die werkelijkheid en droom laten fuseren.’ (Max Henriaquez Urena in Panorama historico de la literatura cubana).

Voor Lezama’s is poëzie een antwoord op de uitdaging van de werkelijkheid. De dichter transformeert alles wat tot het rijk van zijn verbeelding wordt toegelaten. Het onderscheid tussen mythe en wetenschappelijk feit is snel opgeheven.

Stefaan van den Bremt (1941, Aalst), sinds 2000 lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, is een erkend dichter van een 15-tal bundels (waarvan deels vertalingen verschenen in het Duits, Frans, Engels, Italiaans en Spaans) en vertaler van een dozijn werken uit het Frans (o.m. Ségou I van Maryse Condé), Spaans (o.a. Octavio Paz) en Duits (Bertolt Brecht en Franz Kafka). Zijn werk is meermalen bekroond, o.a. met de prijs voor het beste literaire debuut in 1968 en met de Belgische staatsprijs voor literair vertaalwerk in 1988.

Maryse Condé – Segou II. De verkruimelde aarde

Opmaak 1MARYSE CONDÉ
Ségou II, De verkruimelde aarde
Roman

Guadeloupe, Mali
Vertaling: Edith Klapwijk
Paperback, ca. 480 blz. € 19,50
ISBN 978-90-6265-287-7
Eerste druk, gebonden 1987
Zevende editie, november 2018

Ter gelegenheid van het toekennen van de Alternatieve Nobelprijs voor Literatuur 2018 aan Maryse Condé verschijnen Ségou I en Ségou II weer als aparte paperbacks.

Het verval van een trots en onafhankelijk rijk in Noordwest-Afrika zoals dat werd beleefd door een vooraanstaande familie – dit is het thema van De verkruimelde aarde, de tweede roman van Maryse Condé’s monumentale cyclus Ségou.

Na de zegevierende intocht van de islamitische veroveraar El-Hadje Omar in Ségou is de inheemse dynastie verjaagd en zijn de fetisjen verbrand: de minaretten verrijzen achter de aarden wallen en de vrouwen bedekken zedig hun haar en hun borsten. Ségou bekeert zich tot het geloof aan de ware God, al is hij bij velen niet meer dan een sluier die hun dierbaarste tradities bedekt.
Nu het spookbeeld van de vreemde overheersing werkelijkheid is geworden en de mensen zich zo goed mogelijk in hun nieuwe lot schikken, doemt een nieuwe bedreiging op: de blanken stellen zich niet langer tevreden met hun handelsconcessies en nederzettingen langs de kust; hun kanonneerboten varen de rivieren op, expedities worden naar de binnenlanden gestuurd en spoorwegen worden gepland om Afrika’s rijkdommen te ontsluiten.
De verscheurdheid van de Bambara’s, het volk dat Ségou had gesticht, vindt zijn weerslag in de lotgevallen van de familie Traoré: zij verspreiden zich in alle windrichtingen, tot aan Brazilië en Jamaïca toe; de een vecht voor het rijk van Allah terwijl een ander in Franse dienst treedt en een derde de roeping van de kerk van de God der blanken volgt. De strijd om de overheersing van Afrika wordt ook de strijd om de ziel van de Afrikaan.

De pers over Ségou
«Ségou is niet de overbekende geschiedenis van de kolonisatie; het is de – vooralsnog genegeerde – geschiedenis van de Afrikanen… Een wereld openbaart zich tegelijk met haar verval. Maryse Condé weet door haar overtuigende verteltrant afstanden te overbruggen.» – L’Express

«Dit werk van Maryse Condé laat zich op de eerste plaats lezen als een goed geschreven avonturenroman, rijk aan verwikkelingen en onvoorziene gebeurtenissen.» – Le Figaro

«Ik heb Afrika zijn lompen willen afnemen waarin het tegenwoordig gekleed gaat.» – Maryse Condé

Meer over Maryse Condé op deze site

Maryse Condé – Ségou I. De aarden wallen

Opmaak 1MARYSE CONDÉ
Ségou I, De aarden wallen
Roman

Guadeloupe, Mali
Vertaling: Stefaan van den Bremt
Paperback, ca. 512 blz. € 19,50
ISBN 978-90-6265-286-0
Eerste druk, gebonden 1987
Zevende editie, november 2018

Ter gelegenheid van het toekennen van de Alternatieve Nobelprijs voor Literatuur 2018 aan Maryse Condé verschijnen Ségou I en Ségou II weer als aparte paperbacks.

Ségou, ‘de tuin der listen’, is de hoofdstad van een machtig rijk in Noordwest-Afrika. De burgers aanbidden hun fetisjen en genieten van hun voorrechten als heersers over vele onderworpen volkeren in de omstreek. Totdat in het midden van de vorige eeuw vanuit het noorden de roep naar Allah doorklinkt – en zich in dezelfde tijd de eerste blanke voor de poorten van Ségou aandient. De priesters raadplegen de heilige voorwerpen en duiden de tekens: het einde van het leven zoals zij het kennen is in zicht; niets meer zal zijn zoals het was…

Met haar monumentale saga Ségou ontsluit Maryse Condé een geheel onbekende wereld.
Gesitueerd in het 19-de eeuwse Mali worden de lotgevallen gevolgd van Dousika Traoré, vertrouweling van de koning van Ségou, en zijn vrouwen. Hun nazaten symboliseren de dilemma’s en gevaren waarvoor zich de Afrikanen geplaatst zien: de aantrekkingskracht van een universele godsdienst, de verleidingen van de Europese beschaving, de alom loerende slavenhalers, het lokkende vooruitzicht om het onveilige vaderland te verlaten en het geluk in vreemde dienst te zoeken.
De historische achtergrond van dit familie-epos vormt de neergang van een der laatste authentieke Afrikaanse rijken, dat van de Bambara met de hoofdstad Ségou. Dit krijgshaftig volk van landbouwers die de oude Afrikaanse tradities aanhangen, worden uitgedaagd door de oprukkende islam. Steeds meer onderworpen nomadenvolkeneren uit de streek worden bekeerd en de rivaliserende handelssteden Tombouctou en Djenné zijn tot centra van Arabische (god)geleerdheid geworden. Maar ook onder de bevolking van de hoofdstad – tot zelfs in de families der edelen – neemt de invloed van deze godsdienst toe.
Een andere permanente dreiging gaat uit van de Europese Nederzettingen langs de Golf van Guinee. Zij moeten met een gestage stroom slaven voor de Nieuwe Wereld worden voorzien, en de blanken hebben plannen om hun gebieden uit te breiden en grote plantages in Afrika op te zetten.

De pers over Ségou
«Deze geschiedenis mag zich dan anderhalve eeuw geleden afspelen onder zwarten uit het verre Mali, als hedendaagse blanke lezer herken je moeiteloos hun drijfveren en emoties, hun worsteling met zichzelf en de wereld om hen heen. Het collectieve drama van de geschiedenis en de individuele tragedie van de mens zijn in dit epos op meesterlijke wijze op elkaar betrokken. Zelden las ik zo’n geslaagde poging het leven in al zijn dimensies te verbeelden.» – Vrij Nederland

«Met Ségou heeft Maryse Condé een nieuwe standaard gevestigd voor de historische roman over Afrika.» – De Volkskrant

«Een van de beste romans die ik sinds lang gelezen heb en waar ik meer dan vijfhonderd bladzijden lang genoten heb. Maryse Condé levert hier een pareltje van verplichte literatuur.» – Het Volk

«Deze magistrale saga, waarin ook onvergetelijke vrouwenfiguren, speelt in het oude animistische Afrika aan het eind van de achttiende eeuw. De geschiedenis van het binnendringen van de islam in Afrika is nog niet erg bekend; zeker in romanvorm is er weinig over geschreven.» – NRC Handelsblad

Meer over Maryse Condé op deze site

Rita Rahman – Liefdesgeuren. Roman

Rita RahmanRITA RAHMAN
Liefdesgeuren

Suriname Roman
Paperback, 176 blz., 16,05
ISBN 90-6265-518-1
Eerste druk 2001

Myrna, milieuactivist in de Cariben, ontmoet in Nederland op Wereldvoedseldag de staatssecretaris van Landbouw. Deze Arno blijkt aan slapeloosheid te lijden en op haar aanbod hem ervan te genezen middels een slaaptherapie, waarin haar oma haar heeft ingewijd gaat hij gretig in.
Myrna’s verhaal gaat over een vrouw S. die na een heftige liefdesnacht verslag doet aan haar minnaar van haar werk in krottenwijken en over haar relatie met een politiek strijder voor en na de onafhankelijkheid van haar Caribische eiland.

Net als Isabel Allende in Het goud van Tomas Vargas, gebruikt Rita Rahman Sheherazades eeuwenoude procédé, schijnbaar tegen Arno’s slapeloosheid maar in werkelijkheid om hem zijn ogen te openen.

De intriges van beide verhalen, de affaire tussen Myrna en Arno, en het slaaptherapieverhaal, dat verandert in een politiek geladen liefdesverhaal van S., maken Liefdesgeuren tot een verrassende roman met een verhaal binnen een verhaal binnen een verhaal, waarin de auteur de lezer regelmatig op het verkeerde been zet,

Rita Rahman (Aruba, 1952) groeide op in Suriname en was tot haar vertrek in 1980 naar Nederland werkzaam bij het Ministerie van Onderwijs. Sinds haar studie niet-westerse sociologie in Leiden is zij actief op het terrein van de internationale samenwerking. Ze was onder andere bestuurslid van de Europese Werkgroep Racisme Bestrijding en publiceerde onder meer over de slavenhandel en de slavernij in Suriname en over zwarte en migrantenvrouwen in verenigd Europa. Vanaf 2000 is zij gevolmachtigd minister en plaatsvervangend ambassadeur op de Nederlandse ambassade in New Delhi.

De pers over Liefdesgeuren
«Liefdesgeuren is een indringende roman met een misleidende titel. Wil Rita Rahman er lezers mee lokken? Dan hoop ik dat ze in die val trappen. Ze is bijna nog slimmer dan Sheherazade zelf.» – De Ware Tijd

«Rita Rahman heeft een literaire vorm gevonden om de fundamentele vraag te stellen hoe het zover kon komen in Suriname. Compositorisch en stilistisch een droomdebuut.» – Trouw