E. de Haan – Ik belde mijn muze. Gedichten

ezra de haanE. DE HAAN
Ik belde mijn muze. Gedichten

Nederland / Poëzie
Paperback, 64 blz., 12,50
ISBN 90 6265 559 5
Alleen nog rechtstreeks te bestellen bij de uitgever

Het pogen intense gevoelens, het ‘woordloze’, te vatten in woorden is de essentie van Ezra de Haans poëziedebuut Ik belde mijn muze. Het gewoel en het gevecht in de menselijke geest krijgen hier een beeldende dimensie.

Relaties laten soms littekens na, maar telkens is er een zalving, die mooie taal waaraan een mens zich kan optrekken, de herinnering dat het mooi was, en het verlangen dat gekoesterd kan blijven. De Haans poëzie is niet beschrijvend of verklarend, maar laat plaats voor interpretatie.

Tegelijk is het plezier van de dichter om het spelen met de taal van de gedichten af te lezen. Het spelen is echter geen doel op zich, het heeft een functie: de melodieën en alliteraties zorgen voor sfeer; prachtige woordassociaties roepen beelden op en zetten vraagtekens die nopen tot herlezen. In die zin is deze poëzie verleidend: een minnaar die met mondjesmaat verleidt, die niet alles in een keer prijsgeeft, die indrukken achterlaat ter overdenking en die doet verlangen naar meer.

Eerder verschenen van E. de Haan (1957) in 1996 de vertelling Vonk (‘Een uiterst boeiend geschreven debuutnovelle over de eind dertiger Vonk die in een wat vroege midlife crisis geraakt,’ Biblion) en in 1999 de korte roman Kermis in de hel over één dag uit het leven van een boekhandelaar: ‘Deze dinsdag stapelen de ergernissen zich op tot een catastrofale climax. Ezra de Haan weet de beklemmende sfeer goed te vatten. Met het dichtslaan van het boek heb je het idee dat het allemaal nog wat langer had mogen duren.’ – Boom Pers

De pers over Ik belde mijn muze
«De nieuwe ontwikkeling in de poëzie wordt gekenmerkt door een breedsprakige zegging; een beroep op de straattaal met al haar trendy
uitdrukkingen; een lichamelijk gebonden beeldspraak; en een haast vanzelfsprekende aandacht voor het snijpunt van enerzijds de volslanke dagelijkse realiteit en anderzijds het intieme, soms intiemste domein.
Grootste gemene deler is het plezier waarmee het materiaal taal onder handen wordt genomen. Over de ruggen van de stromingen van de laatste veertig jaar heen doet het werk van de dichters Ezra de Haan, Tjitske Jansen en Mustafa Stitou denken aan dat van de Vijftigers, de gematigde vleugel om precies te zijn, zonder evenwel daardoor duidelijk beïnvloed te zijn.

Ezra de Haan (1957), die pas in 1996 debuteerde, is een interessante exponent van bedoelde groep. Eén van zijn beginregels, Ik zal woorden voor je kneden, heeft programmatische kracht. In Ik belde mijn muze is zijn taal weliswaar kariger dan dat van de meeste anderen, maar door zijn tekstuele koprollen en hinkstapsprongen krijgen de gedichten een veel grotere interactie dan je op basis van het aantal woorden zou vermoeden. De Haan is op z’n best als hij de lezer van regel tot regel bijstuurt, en even zo vaak weet te verrassen: Geen hond zit als een mens / En toch zit ze zo: / Een als mens vermomde hond / Zoals de wolf in ons / Maar dan zonder schaapskleren. Beide betekenismogelijkheden in de slotregel hebben geldigheid. De hond komt als motief overigens op veel plaatsen terug in het boek, soms in komische combinaties: De luim van God komt mij voor / Als de muil van een dog: fel, vol lef / Dat wel. Melk alles uit, maar sta klem / Ik snak naar een kans, ratel over later / Maar leed valt mij ten deel. De in de Nederlandse poëzie weinig populaire palindromen kunnen hun geluk niet op met De Haan!» – Haagsche Courant, 2004

Meer over E. de Haan bij In de Knipscheer

«Een interessante combinatie van fictie en werkelijkheid.» – Drs. E.A. van Kemenade

Marc WildemeerschOver ‘Knijp nu je ogen dicht’ van Marc Wildemeersch voor NBD/Biblion, 01-05-2003:
Marc Wildemeersch (1958) maakt met ‘Knijp nu je ogen dicht’ zijn romandebuut voor volwassenen. Zijn verhaal is sterk. Een jongeman uit de kringen van Paul van Ostaijen emigreert, mislukt en keert als soldaat terug in de Eerste Wereldoorlog. Hij beleeft de verschrikkingen en overleeft o.a. vanwege zijn liefde voor Anna, die hij als emigrant achterliet. Na de oorlog reizen ze naar Berlijn waar ze met ‘collaborateurs’ als Van Ostaijen wachten op een veilige terugkeer naar België. Een goed verhaal, een interessant onderwerp en goede thema’s.
Lees hier de hele recensie
Meer over ‘Knijp nu je ogen dicht’

Mooie woorden (8) over In passie verdronken van Hans van Hartevelt

Hans van HarteveltDe pers over ‘In passie verdronken’:

«Zijn beste roman tot nu toe.» – Maarten ‘t Hart

«Portret van een onevenwichtige jong man die binnen- en buitenwereld nooit met elkaar heeft kunnen verzoenen. Tegenover de absoluutheid van Bach moest alles wel tekort schieten.» – Leeuwarder Courant

«De schrijver heeft een personage neer willen zetten dat door zijn omgeving niet wordt begrepen, steeds meer in zichzelf opgesloten raakt en uiteindelijk niet is opgewassen tegen het levenslawaai, letterlijk en figuurlijk.» – Friesch Dagblad

«Ik kan niet nalaten direct na het lezen van In passie verdronken mijn bewondering op papier te zetten. Ik las het boek in één keer uit. Boeiend hoe J.S. Bach zo centraal kan staan in 2002/3. U schreef een prachtig boek.» – Ton Koopman

«In ‘De binocle’, verhaal uit 1918 van Louis Couperus raakt een hypernerveuze schouwburgbezoeker, die vanaf het balkon ‘Die Walküre’ volgt, zo geobsedeerd door de kale schedel van een bezoeker in de zaal dat hij er tenslotte zijn binocle naartoe smijt (die overigens een ander treft). Obsessieve, pathologische personages die in de literatuur van rond 1900 ook voorkwamen in de romans van bijvoorbeeld Van Oudshoorn of Coenen en in hun vervreemding van de normale samenleving al aardig modernistisch aandoen.
Zo’n personage, door zijn obsessie onafwendbaar op het noodlot afstevenend, treffen we ook aan in de beklemmende roman ‘In passie verdronken’ van auteur Hans van Hartevelt. De hoofdpersoon heet Johan. En waarom ook niet in een roman die klinkt als een ode aan Bach.
Deze op het oog rustige Leidse student Spaans ontwikkelt niettemin algauw een verontrustende geluidfobie, die met elke bladzijde toeneemt en zijn agressie aanwakkert. Tot hij zelfs bij het gladstrijken van een programma door een andere schouwburgbezoeker bijna door het lint gaat. In deze als onverdraaglijke kakofonie ervaren buitenwereld lijkt de muziek van Bach lang gids en redding bij werk, liefde en op zijn woonboot in het Zuid-Hollandse polderland. Dat Johans einde hoe dan ook in de boeken geschreven staat, valt op te maken uit met name het Leitmotiv ‘water’ dat soms helder en dan weer nadrukkelijk donker door het verhaal stroomt. Eigenlijk lang geen gek geschreven boek. Maar dralend bij dat pessimistische naturalisme van weleer durft de zich overigens meer als misdaadauteur afficherende Van Hartevelt naar mijn smaak te weinig vernieuwende bokkensprongen te maken.» – Birgitte Jonkers, Eindhovens Dagblad

Meer over ‘In passie verdronken’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

Hans van Hartevelt – In passie verdronken. Roman

Hans van HarteveltHANS VAN HARTEVELT
In passie verdronken

Nederland Roman
Paperback, 224 blz., 15,75
90-6265-532-7
Eerste druk 2002

‘Vaak droom ik ervan. Dan hang ik onder een blauwe luchtballon en zweef ik hoog boven de wereld, en ik stijg maar verder, totdat er geen ruisen van de wind meer klinkt.’
‘En wat zie je daar?’
‘Muziek.’
‘Muziek? Daar zíe je muziek?’
‘Daar zie je muziek, ja; élk zintuig neemt daar muziek waar. Alle componisten, van Palestrina tot Mahler, van Lasso en Monteverdi tot Wagner, en jouw Ludwig ook, spelen samen onder leiding van Bach. Alle instrumenten en alle stemmen staan daar in dienst van zijn hemels orkest en harmoniëen met én alle kunsten én al het weten én alle liefde in een goddelijk allegro dat begin noch einde kent. De blinde Bach schept. En vanuit dat allesomvattende komt het leven voort.’
‘Volgens mij ben jij gek.’

De levensenergie die de sympathieke en muzikale Johan nodig heeft, vindt hij in Bach, zijn passie, of in afzondering waar hij zich laaft aan de stilte die voor hem als de symfonie van het leven klinkt. Als reisleider vergt hij het uiterste van zichzelf: of hij nu een boottocht door de jungle van Costa Rica leidt, tussen de ruïnes in Tikal in Guatemala uitleg geeft, of op paradijselijke eilandjes vertoeft; iedere reis door Midden-Amerika tast zijn reserves verder aan. Terug in Nederland merkt ook zijn grote liefde niet dat de druk die Johan zichzelf oplegt onhoudbaar wordt en dat zelfs Bach hem niet meer kan helpen en dat de neurose die hij ontwikkelt uiteindelijk tot een passie in de zin van een lijdensweg leidt.

HANS VAN HARTEVELT (1953) studeerde in Leiden boeddhistische wijsbegeerte en Tibetaanse taal- en letterkunde. Hij is verbonden aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam. Voorafgaand aan In passie verdronken (2002) publiceerde hij de romans Op zijn Chinees (1997) en Depressie over Java. (1999).

Meer over ‘In passie verdronken’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

Het Volk – Het mannelijk onvermogen in 8 toneelstukken

Het VolkHet Volk
Het mannelijk onvermogen in 8 toneelstukken

Met een Inleiding van Egbert van Paridon (oprichter van de toneelgroepen Puck en Centrum).
Luxe paperback met flappen, royaal formaat, 448 blz. incl. kleurkatern van 16 blz. met ruim 60 illustraties.
€ 18,00
978 90 6265 530 4
Eerste uitgave 2002

De taalgrappen doen soms denken aan een Van Kooten op zijn best, de scènes aan een Jiskefet avant la lettre. Je zou wensen dat de VPRO-televisie de in 1993 gemaakte drie afleveringen van Het Mannelijk Onvermogen weer eens uitzendt.

Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum in december van de Haarlemse Toneelgroep Het Volk verscheen Het Volk, het mannelijk onvermogen in 8 toneelstukken.

Deze gelegenheidsuitgave (die niet eerder in onze catalogus werd opgenomen) is geselecteerd als een van de Best Verzorgde Boeken van 2001.

Het boek bundelt de integrale teksten van de acht stukken die Het Volk zelf schreef (Blauwdruk, Kaaljakkers, Het Laatste Kievitsei, Nooit Meer Dansen, Golden Fiction, Het Volk in Dothan, Gebakken Meeuw en Een Zomerjurk Vol Verdriet) en wordt voorafgegaan door een uitgebreide beschouwing door Ko van Leeuwen waarin ook de vele bewerkingen en/of eigen producties van bestaande stukken alsmede hun samenwerking met o.a. Adrian Brine van de Shakespeare Company, met Gerardjan Rijnders van het Publiekstheater en met De Gebroeders Flint worden gememoreerd.

Alfred Birney – Indische gezichten

Alfred BirneyAlfred Birney
Indische Gezichten

Reprise Literair
Nederland
Paperback 336 blz. € 15,–
Eerste uitgave 2002
ISBN 90 6265 479 7

Indische Gezichten verenigt Alfred Birney’s meest uitgesproken Indische romans Vogels rond een vrouw en De onschuld van een vis in één band.

Beide boeken geven een onvergetelijk beeld van de Indische vader, inmiddels een klassieke figuur in de Nederlandse literatuur. In het eerste boek wordt hij geschetst als slachtoffer van de oorlog in het voormalige Nederlands-Indë, in het tweede boek als schuldige aan zijn oorlogsverleden en de nawerking ervan in zijn huwelijk en op zijn kinderen.

Betty Roos – Galila van Galilea

978-90-6265-488-8BETTY ROOS
Galila van Galilea

Roman
€ 14,50
Eerste druk 2001
ISBN 978-90-6265-488-8

In het niemandsland tussen Israël en Libanon schrikken Israëlische soldaten van een Arabische kreet om hulp. Een van de soldaten verliest zijn zelfbeheersing en gooit een handgranaat. Een zwangere vrouw komt om het leven. Haar dochtertje raakt een hand en een oog kwijt. Arjeh de commandant, doet alles om het meisje te redden en zorgt voor het vervoer per helikopter. En van hem krijgt ze ook een naam: Galila van Galilea.

In het hospitaal ontmoet Arjeh Margareta, een vrijwilligster. Het is het begin van een bijzondere relatie met de Arabische, die hem meer dan eens confronteert met de onmogelijke situatie waarin zijn land verkeert. We volgen Arjeh in de Gaza, leven mee met Margareta en haar vriendin Fatima en maken ook de zinloze zoektocht van de moslimherder naar zijn omgekomen christen-echtgenote meer.

Galila van Galilea is een indrukwekkende korte roman over hoe mensen (samen-)leven in een anno 2000 verscheurde regio.

Over Bonsai-kinderen, haar debuutroman uit 1995, schreef NRC Handelsblad: «In intensiteit, gevoeligheid en beeldende kracht een opmerkelijk boek over aangrijpende ervaringen.»

Betty Roos werd geboren in voormalig Nederlands-Indië, belandde als vijfjarig joods meisje in 1941 in het jappenkamp, kwam direct na de oorlog als ‘Indisch’ kind naar joods-Amsterdam en vond in de jaren zestig haar thuis in Israël. Ze schrijft direct in het Nederlands, nu haar tweede taal, in een stijl en met een woordkeus waarmee ze heel effectief een beklijvende sfeer oproept.

Maryse Condé – Segou II. De verkruimelde aarde

Opmaak 1MARYSE CONDÉ
Ségou II, De verkruimelde aarde
Roman

Guadeloupe, Mali
Vertaling: Edith Klapwijk
Paperback, ca. 480 blz. € 19,50
ISBN 978-90-6265-287-7
Eerste druk, gebonden 1987
Zevende editie, november 2018

Ter gelegenheid van het toekennen van de Alternatieve Nobelprijs voor Literatuur 2018 aan Maryse Condé verschijnen Ségou I en Ségou II weer als aparte paperbacks.

Het verval van een trots en onafhankelijk rijk in Noordwest-Afrika zoals dat werd beleefd door een vooraanstaande familie – dit is het thema van De verkruimelde aarde, de tweede roman van Maryse Condé’s monumentale cyclus Ségou.

Na de zegevierende intocht van de islamitische veroveraar El-Hadje Omar in Ségou is de inheemse dynastie verjaagd en zijn de fetisjen verbrand: de minaretten verrijzen achter de aarden wallen en de vrouwen bedekken zedig hun haar en hun borsten. Ségou bekeert zich tot het geloof aan de ware God, al is hij bij velen niet meer dan een sluier die hun dierbaarste tradities bedekt.
Nu het spookbeeld van de vreemde overheersing werkelijkheid is geworden en de mensen zich zo goed mogelijk in hun nieuwe lot schikken, doemt een nieuwe bedreiging op: de blanken stellen zich niet langer tevreden met hun handelsconcessies en nederzettingen langs de kust; hun kanonneerboten varen de rivieren op, expedities worden naar de binnenlanden gestuurd en spoorwegen worden gepland om Afrika’s rijkdommen te ontsluiten.
De verscheurdheid van de Bambara’s, het volk dat Ségou had gesticht, vindt zijn weerslag in de lotgevallen van de familie Traoré: zij verspreiden zich in alle windrichtingen, tot aan Brazilië en Jamaïca toe; de een vecht voor het rijk van Allah terwijl een ander in Franse dienst treedt en een derde de roeping van de kerk van de God der blanken volgt. De strijd om de overheersing van Afrika wordt ook de strijd om de ziel van de Afrikaan.

De pers over Ségou
«Ségou is niet de overbekende geschiedenis van de kolonisatie; het is de – vooralsnog genegeerde – geschiedenis van de Afrikanen… Een wereld openbaart zich tegelijk met haar verval. Maryse Condé weet door haar overtuigende verteltrant afstanden te overbruggen.» – L’Express

«Dit werk van Maryse Condé laat zich op de eerste plaats lezen als een goed geschreven avonturenroman, rijk aan verwikkelingen en onvoorziene gebeurtenissen.» – Le Figaro

«Ik heb Afrika zijn lompen willen afnemen waarin het tegenwoordig gekleed gaat.» – Maryse Condé

Meer over Maryse Condé op deze site

Maryse Condé – Ségou I. De aarden wallen

Opmaak 1MARYSE CONDÉ
Ségou I, De aarden wallen
Roman

Guadeloupe, Mali
Vertaling: Stefaan van den Bremt
Paperback, ca. 512 blz. € 19,50
ISBN 978-90-6265-286-0
Eerste druk, gebonden 1987
Zevende editie, november 2018

Ter gelegenheid van het toekennen van de Alternatieve Nobelprijs voor Literatuur 2018 aan Maryse Condé verschijnen Ségou I en Ségou II weer als aparte paperbacks.

Ségou, ‘de tuin der listen’, is de hoofdstad van een machtig rijk in Noordwest-Afrika. De burgers aanbidden hun fetisjen en genieten van hun voorrechten als heersers over vele onderworpen volkeren in de omstreek. Totdat in het midden van de vorige eeuw vanuit het noorden de roep naar Allah doorklinkt – en zich in dezelfde tijd de eerste blanke voor de poorten van Ségou aandient. De priesters raadplegen de heilige voorwerpen en duiden de tekens: het einde van het leven zoals zij het kennen is in zicht; niets meer zal zijn zoals het was…

Met haar monumentale saga Ségou ontsluit Maryse Condé een geheel onbekende wereld.
Gesitueerd in het 19-de eeuwse Mali worden de lotgevallen gevolgd van Dousika Traoré, vertrouweling van de koning van Ségou, en zijn vrouwen. Hun nazaten symboliseren de dilemma’s en gevaren waarvoor zich de Afrikanen geplaatst zien: de aantrekkingskracht van een universele godsdienst, de verleidingen van de Europese beschaving, de alom loerende slavenhalers, het lokkende vooruitzicht om het onveilige vaderland te verlaten en het geluk in vreemde dienst te zoeken.
De historische achtergrond van dit familie-epos vormt de neergang van een der laatste authentieke Afrikaanse rijken, dat van de Bambara met de hoofdstad Ségou. Dit krijgshaftig volk van landbouwers die de oude Afrikaanse tradities aanhangen, worden uitgedaagd door de oprukkende islam. Steeds meer onderworpen nomadenvolkeneren uit de streek worden bekeerd en de rivaliserende handelssteden Tombouctou en Djenné zijn tot centra van Arabische (god)geleerdheid geworden. Maar ook onder de bevolking van de hoofdstad – tot zelfs in de families der edelen – neemt de invloed van deze godsdienst toe.
Een andere permanente dreiging gaat uit van de Europese Nederzettingen langs de Golf van Guinee. Zij moeten met een gestage stroom slaven voor de Nieuwe Wereld worden voorzien, en de blanken hebben plannen om hun gebieden uit te breiden en grote plantages in Afrika op te zetten.

De pers over Ségou
«Deze geschiedenis mag zich dan anderhalve eeuw geleden afspelen onder zwarten uit het verre Mali, als hedendaagse blanke lezer herken je moeiteloos hun drijfveren en emoties, hun worsteling met zichzelf en de wereld om hen heen. Het collectieve drama van de geschiedenis en de individuele tragedie van de mens zijn in dit epos op meesterlijke wijze op elkaar betrokken. Zelden las ik zo’n geslaagde poging het leven in al zijn dimensies te verbeelden.» – Vrij Nederland

«Met Ségou heeft Maryse Condé een nieuwe standaard gevestigd voor de historische roman over Afrika.» – De Volkskrant

«Een van de beste romans die ik sinds lang gelezen heb en waar ik meer dan vijfhonderd bladzijden lang genoten heb. Maryse Condé levert hier een pareltje van verplichte literatuur.» – Het Volk

«Deze magistrale saga, waarin ook onvergetelijke vrouwenfiguren, speelt in het oude animistische Afrika aan het eind van de achttiende eeuw. De geschiedenis van het binnendringen van de islam in Afrika is nog niet erg bekend; zeker in romanvorm is er weinig over geschreven.» – NRC Handelsblad

Meer over Maryse Condé op deze site

Maryse Condé – Guadeloupe. Waargebeurde verhalen uit mijn jeugd

Opmaak 1MARYSE CONDÉ
Guadeloupe. Waargebeurde verhalen uit mijn jeugd
Verhalen

Guadeloupe
Vertaling: Eveline van Hemert
Gebonden, 160 blz. € 19,50
ISBN 978-90-6265-522-9
Eerste druk 2001

Onderscheiden met Le prix Marguerite Yourcenar

Maryse Condé beschrijft het Guadeloupe van de jaren vijftig van de vorige eeuw, de wereld waarin ze als tiener opgroeide, vanuit het verbaasde kind dat ze ooit was. Het is een tijd van verborgen verdriet, verzwegen armoede en naast elkaar levende rassen: men huilt niet als een dierbare is overleden, spreekt geen creools in het openbaar, ontslaat nog kindermeisjes op staande voet.

De jonge Maryse ervaart dat blanke kinderen haar neerbuigend behandelen en denken haar te mogen slaan, enkel omdat ze een negerin is. Zelf groeit ze echter ook op als iemand van de betere klasse: ze behoort tot de keurig geklede, goed geschoeide kinderen die naar school gaan om later iemand te worden. Ze ontdekt dat het schrijven ban een opstel grote gevolgen kan hebben en het begin kan zijn van een schrijversleven waarin haar vluchten in fantasie en de droom van zelfstandigheid samenkomen

«Of ze nu fictie schrijft, sagen of verhalen, of dat ze, zoals hier, de pen pakt om te vertellen over haar eigen jeugd, in oprechte bewoordingen zonder opsmuk, ze blijft de grote Maryse Condé. – La Dépêche

«De lezer zal in het verhaal de persoonlijkheid herkennen van deze grande dame van de literatuur, die met recht mag zeggen dat ze de eed uit haar jeugd trouw is gebleven.» – L’Autre Afrique

«Deze terugkeer naar de gebarsten herinneringen van haar jeugd is voor haar de manier om haar moeilijke weg te begrijpen. En voor de lezer werpt het op boeiende wijze licht op haar bewustwordingsproces.» – Le Temps

Meer over Maryse Condé op deze site