Hans Plomp – Een schizofreen is nooit alleen

90-6265-142-9Hans Plomp
Een schizofreen is nooit alleen
Over de grenzen van het rationalisme

Essays, Nederland
Paperback, 101 blz.,
ISBN 90-6265-142-9
Eerste druk 1983
Uitverkocht

Hans Plomp wil “de enorme machten, krachten en mogelijkheden verkennen, die nu nog voor een deel verborgen zijn, maar misschien spoedig ter beschikking komen. Mijn werk probeert een pad te hakken door overal opschietende en woekerende crisisgezwellen op zoek naar een betere toekomst… Ik wil de lezers nooit vervelen met wanhoop en ellende, ziekte en uitzichtloosheid; ik wil hen opbeuren en moed influisteren.”

In deze eerste verzameling essays roept Hans Plomp de lezer op zich open te stellen voor de spirituele avonturen in het leven, en de producten van de menselijke fantasie evenzeer als onderdeel van de werkelijkheid te zien als de tastbare materie. De surrealistische kunstenaars en denkers plaatst hij naast andere profeten en zieners, die de barrière tussen bewustzijn en onderbewustzijn – gehandhaafd in het belang van een fictieve orde en een beperkt verstand – proberen af te breken.

Een schizofreen is nooit alleen betekent: wie zich openstelt voor de surrealistische impulsen kan meer inzicht en kennis opdoen dan wie zich niet buiten de scherp afgebakende paden van het rationalisme of het religieuze gezag waagt.

Hans Plomp – Gedroomde reizen met vrouwen

90-6265-110-0HANS PLOMP
Gedroomde reizen met vrouwen

Nederland / Verhalen
Paperback, 128 blz., 9,50
ISBN 90-6265-110-0
Eerste druk 1982
Uitverkocht

Ik beschouw mezelf als een vrijdenker die geen taboes kent behalve het aantasten van andermans vrijheden. Met schrijvers als Kesey, Lennon, Castaneda en Snyder deel ik een belangstelling voor andere wekelijkheden, ook al is dat verdacht in Nederland. Maar time is on my side. Zonder andere werkelijkheden dan de huidige, is er geen toekomst.

De dichter en verteller Hans Plomp is befaamd om zijn diepzinnig bespelen van de grote vragen en mysteries van het leven. Het thema van deze verhalenbundel is het ontstaan en liefst de ondergang van het patriarchaat. Tijd en ruimte overstijgend zoekt de auteur naar situaties en breekpunten die het wezen van de vrouw-manrelatie kunnen hebben bepaald, of die tot de beslissende ommekeer kunnen leiden.
Door zijn rijke fantasie en buitengewone kennis weet Hans Plomp beelden op te roepen die even zinnenprikkelend als van diepgaande religieus-mystieke betekenis zijn. Zijn droomwereld, waarin hij ons met deze bundel een kijkje gunt, wordt gevoed uit bronnen die met hun natuurlijke kracht en ongeremdheid de gebruikelijke en geaccepteerde leerstellingen van Darwin, Freud of Christus te buiten gaan.

Mooie woorden (6) over Het genie van Rome van Margreet Hofland

margreet hoflandDe pers over ‘Het genie van Rome’:
«Als toneelrecensent Lucas Antheunissen (33) in 1985 kunstacademie-docente Eline (32) leert kennen, ziet deze al gauw een grote uiterlijke en innerlijke gelijkenis tussen hem en de Italiaanse schilder Caravaggio (1573-1610). Eline ontdekt dat een verre voorvader van Lucas uit Italië kwam en de onwettige zoon van Caravaggio was. Deze originele debuutroman speelt afwisselend in de 20ste eeuw (1951-1985) en de 16de eeuwse wereld van Caravaggio. Het levendige verhaal zal vooral liefhebbers van de Italiaanse renaissanceschilderkunst boeien. Een kleurrijk debuut.» – NBD/Biblion

«In de roman Het genie van Rome vertelt Margreet Hofland het verhaal van de Italiaanse schilder Caravaggio en zijn mogelijk afstammeling Lucas Antheunissen. De verhaallijnen van het meeslepende verhaal zijn op meesterlijke wijze vervlochten. De setting is het Italië van de zestiende eeuw en het hedendaagse Europa. Een geniale roman.» – Grande (België)

«Schrijvers debuteren over het algemeen voorzichtig. Met een bundel korte verhalen bijvoorbeeld of een novelle. Bij uitgeverij In de Knipscheer gaat het anders. Het genie van Rome is een 550 pagina’s tellende roman van Margreet Hofland waarin het levensverhaal van de meesterschilder Caravaggio wordt vervlochten met dat van een aantal personen in onze tijd. Zo krijgt Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) een 20ste-eeuwse tegenhanger in de persoon van Lucas Antheunissen, een verzonnen verre nazaat van de meester van het clair-obscur. De schrijfster schildert een even kleurig als genuanceerd portret van de jong gestorven meester en zijn omgeving. Caravaggio komt in dit boek zo goed uit de verf dat je je afvraagt of Hofland niet beter een gewone historische roman over hem had kunnen schrijven. Maar toch is Hofland er wel in geslaagd er een meeslepend verhaal van de te maken.» – Sijthoff Pers

«In haar roman Het genie van Rome speelt Margreet Hofland een intrigerend dubbelspel met personen en tijden. En altijd is Caravaggio het middelpunt.» – Haagsche Courant

«Margreet Hofland weeft roman rond driftig genie Caravaggio.» – Haarlems Dagblad

«Onmiskenbaar kent de Nederlandse schrijfster Margreet Hofland het grillige Italiaanse schildersgenie Caravaggio (1571-1610) en diens magistrale doeken door en door. Om zijn leven na te vertellen, koos ze een ingewikkelde omweg: een hedendaagse Nederlander geraakt geobsedeerd door Caravaggio en treedt griezelig precies in diens voetsporen. Het genie van Rome overtuigt als vertelling en portrettering.» – Trends (België)

Albert Hagenaars – Tropendrift

albert hagenaarsALBERT HAGENAARS
Tropendrift

Nederland / Poëzie
In het Engels vertaald door John Irons
Pap., 128 blz., 15,00
ISBN 90-6265-538-6
Eerste druk 2003

Kijk hier naar de poëzievideo van het gedicht ‘Singapore: Bugis Street’

Evenals zijn romans en vorige poëziebundels staat Tropendrift in het teken van reizen, interculturele relaties en bovenal de liefde, en wel de liefde in al haar aspecten. De bundel is het verslag van een poëtische reis door enkele landen in Zuidoost-Azië telt zeven cycli die alle gebonden zijn aan een locatie: Thailand, Maleisië & Singapore, Sumatra, Java, Bali, Singapore & Maleisië, Thailand.

Het centrale thema is het besef dat oorlog niet ophoudt bij het sluiten van vrede, dat voor verwerking van leed inzicht nodig is. Verwezen wordt naar de Tweede Wereldoorlog (o.a. de internering van Hollandse en Indische Nederlanders in Japanse kampen en de inzet van Nederlandse krijgsgevangenen aan de beruchte Birma Spoorlijn), de Politionele Acties, de coup van Soeharto in 1965 en de Vietnam-oorlog.

De compositie van respectievelijk 3-6-9-12-9-6-3 gedichten berust op de structuur van de Borobudur. Deze bekende Boeddhistische tempel, een boek met in steen uitgehouwen reliëfs ter lering en vermaak, staat in het midden van Java, dat op zich weer het geografisch centrale en belangrijkste eiland van de Indonesische archipel vormt. Indonesië wordt in de compositie van de bundel als het ware omarmd door de plaatsen die onderweg aangedaan worden door de hoofdpersonen, een ik met meereizende familie.

Van Albert Hagenaars (Bergen op Zoom, 1955) verscheen werk in Duitse, Engelse en Franse vertalingen. De Engelse vertaling Tropical Drift is van John Irons, die onder andere ook Bernlef, Claus en Komrij vertaalde.
zie ook het blogspot over Tropendrift

De pers over Tropendrift
‘Stilistisch vertoont Albert Hagenaars een opvallende voorkeur voor het kwatrijn. Zijn beeldspraak getuigt van een sterk poëische trefkracht.’ – Poëziekrant.

‘Waar Hagenaars ook over schrijft, of het nu gaat over het leven in grote Europese steden of over de vervreemding van het eigen verleden, telkens onthult zich een onvermoeibaar streven naar (her)formulering van de dichterlijke plaatsbepaling. En laat ik het onomwonden zeggen: Albert Hagenaars weet waar hij het over heeft, kent de wetten van het vers en laat zich niet verleiden tot klakkeloze opname in de oneigenlijke verzuiling van onze dichtersbent.’ – Vrij Nederland.

‘Het verwerken van sterk symbolisch geladen motieven en de ongewone, koele, soms zelfs sinistere beeldspraak verlenen de toon van deze poëzie iets obsessioneels en vaak iets intrigerends.’ – Prisma Lectuurvoorziening.

‘Taalstructuren die hun spanning ontlenen aan een geheimzinnige, moeilijk ontleedbare uitstraling. Taalbouwsels waarin als het ware het artistieke temperament van de dichter rechtstreeks werd neergeslagen. Dit neerslaan en uitstralen levert dan een poëzie op die niet in proza kan worden omschreven, maar wel sterk is en fascineert. Raadselachtig, verre van makkelijk, markant en mooi.’ – Brabantia.

‘IJle taalschetsen die intrigeren door hun opzettelijk tekort. De vorm is ook voor Hagenaars niet een vanzelfsprekend iets, maar een ding van buiten waarbij weerstand noodzakelijk is.’ – Haarlems Dagblad.

«De dichter onderneemt in diverse gedaanten zijn tocht door Zuid-Azië. Hij verplaatst zich in ouders en kinderen, soldaten en geliefden. Ook schrijft hij over de speciale band tussen moeders en zonen en die tussen vaders en dochters en het dwangmatige aspect daarvan. In de relatie van de ik met zijn oosterse geliefde is er sprake van een synthese. Het gaat dus om verplaatsingen in de meest ruime zin. Hij reist door de geografische ruimte. De tijd omvat behalve de duur van de reis ook het verleden, tijd vóór zijn geboorte. Daarbij verplaatst hij zich in mensen die hij leert kennen of hoort en leest in verhalen. Albert Hagenaars past dit toe op een niet-expliciete manier die intrigeert. Hij houdt het geheim in deze zeer consistente cyclus gevangen.
De levens van ouders hebben hun directe neerslag op die van de kinderen. En wij allen zijn indirect verbonden met de vele, vele mensen, die door de grote gebeurtenissen in de geschiedenis werden en worden getroffen. Steeds worden ook verhalen uit die geschiedenis herschreven, vervalst of verzwegen. Formules die de wereld willen verklaren, geven geen verklaring voor het leed. Sterk in deze poëzie is dat Hagenaars geregeld de fictieve gedaante benadrukt van de opgevoerde personages. Gelijk de ik een literair personage is. Zij zijn de uitkomsten van feiten, voorstellingen en vervalsingen. Dat maakte hen nog tragischer. Het ware kan niet worden achterhaald.» – Yvonne Né in BN/De Stem

«Zo blijkt de reis een tocht naar binnen. Naar het eigen leven, naar de eigen relaties, naar eigen emoties, inzichten, herinneringen en eerlijkheid. En daarmee is het niet altijd even goed gesteld. Verraad, onbespreekbare familiegeheimen, ontucht en landverhuizers op een zondige weg naar een volgende toekomst, dat zijn de betekenissen en associaties die deze goed geconstrueerde regels projecteren tegen het achterdoek van een exotisch en woelig verleden. Oorlog en geweld zijn de themas waar het in deze bundel om draait. De Jappenkampen, de Birmaspoorlijn, ook de oorlog in Vietnam en de coup van Suharto, maar al deze voorbeelden uit de menselijke geschiedenis worden niet uitsluitend aangehaald om te bewijzen hoe slecht het met de vooruitgang is gesteld. Ze bewijzen dat vrede geen zaken van staten is maar van mensen die tot inzicht zijn gekomen. Die geleden hebben en dat grote en het kleine persoonlijke leed verwerkt hebben.
Hagenaars wil met deze knappe gedichten ook internationaal erkenning afdwingen. Daarom is de bundel tweetalig, links steeds de fraaie Engelse vertaling door John Irons, rechts daaropvolgend het oorspronkelijke Nederlands.» – Camiel Hamans in Brabant Cultureel

«De bundel Tropendrift vormt de neerslag van een bedevaart door Zuid-Oost Azië en de Gordel van Smaragd. De tocht staat symbool voor de menselijke speurtocht naar harmonie. In de Borobudur, het boeddhistische heiligdom op het Indonesische eiland Java, vond Hagenaars een blauwdruk voor de structuur van Tropendrift. Bij de Borobudur passeer je al die reliëfs, vergelijkbaar met onze reliëfs, die op de computer staan. Maar op het hoogste punt, bij de bovenste stoepa, vind je niets, dat wil zeggen: geen godheid die aanbeden wordt. Tenslotte draait het om je eigen inzicht.» – Nick J. Swart in Brabants Dagblad

«In deze tweetalige dichtbundel (Nederlands en Engels) beantwoorden de tropen allang niet meer aan jongensachtige dromen van palmen, tempels en aapjes. Glas, staal en razend verkeer contrasteren met loerende ogen in het struikgewas, oosterse trots verzet zich tegen westerse hoogmoed. Vooral in het huidige Indonesië speelt het verleden van lang verzwegen familiegeheimen mee. Vaak wordt dat gesymboliseerd in de figuur van de vader: angstwekkend geniformeerd of met lieve kampogen. Op de Borobudur kan de wijsheid van de Boeddha de realiteit van afval en stank nauwelijks verhullen. Wat sterk overkomt, is de sfeer van dreiging en angst. Een verrassende bundel.» – Els van Geene voor Biblion (Nederlandse Bibliotheek Dienst)

«Bij Albert Hagenaars is het trouwens sowieso onduidelijk of hij het wel over zijn huidige zelf heeft, want hij torst immers meerdere zielen in de borst, getuige in mijn hoofd, waar de mannen die ik ben denken te slapen (uit De tempel van de poëzie I). Intrigerend is de vervlechting van heden en verleden, een procédé dat Hagenaars geregeld pakkend toepast. Albert Hagenaars staat ook garant voor beklijvende beelden als: Het meer te diep voor de zon. Jij voor mij en Ik was een jonge man en bevocht het niet en Toen ik vroeg naar vroeger en Het lemmet trilt na in de stam. Jij in mij en vooral het onvergetelijke het kwaad dat over de rand van de doopvont komt. De bundel is zo hecht gecomponeerd dat de gedichten amper op zich gelezen kunnen worden. Dat geeft het geheel een verhalend karakter. Je zou deze bundel kunnen lezen als een poëtisch reisverslag.» – Bert Bevers in Stroom (nr. 12, maart 2004)

E. de Haan – Ik belde mijn muze. Gedichten

ezra de haanE. DE HAAN
Ik belde mijn muze. Gedichten

Nederland / Poëzie
Paperback, 64 blz., 12,50
ISBN 90 6265 559 5
Alleen nog rechtstreeks te bestellen bij de uitgever

Het pogen intense gevoelens, het ‘woordloze’, te vatten in woorden is de essentie van Ezra de Haans poëziedebuut Ik belde mijn muze. Het gewoel en het gevecht in de menselijke geest krijgen hier een beeldende dimensie.

Relaties laten soms littekens na, maar telkens is er een zalving, die mooie taal waaraan een mens zich kan optrekken, de herinnering dat het mooi was, en het verlangen dat gekoesterd kan blijven. De Haans poëzie is niet beschrijvend of verklarend, maar laat plaats voor interpretatie.

Tegelijk is het plezier van de dichter om het spelen met de taal van de gedichten af te lezen. Het spelen is echter geen doel op zich, het heeft een functie: de melodieën en alliteraties zorgen voor sfeer; prachtige woordassociaties roepen beelden op en zetten vraagtekens die nopen tot herlezen. In die zin is deze poëzie verleidend: een minnaar die met mondjesmaat verleidt, die niet alles in een keer prijsgeeft, die indrukken achterlaat ter overdenking en die doet verlangen naar meer.

Eerder verschenen van E. de Haan (1957) in 1996 de vertelling Vonk (‘Een uiterst boeiend geschreven debuutnovelle over de eind dertiger Vonk die in een wat vroege midlife crisis geraakt,’ Biblion) en in 1999 de korte roman Kermis in de hel over één dag uit het leven van een boekhandelaar: ‘Deze dinsdag stapelen de ergernissen zich op tot een catastrofale climax. Ezra de Haan weet de beklemmende sfeer goed te vatten. Met het dichtslaan van het boek heb je het idee dat het allemaal nog wat langer had mogen duren.’ – Boom Pers

De pers over Ik belde mijn muze
«De nieuwe ontwikkeling in de poëzie wordt gekenmerkt door een breedsprakige zegging; een beroep op de straattaal met al haar trendy
uitdrukkingen; een lichamelijk gebonden beeldspraak; en een haast vanzelfsprekende aandacht voor het snijpunt van enerzijds de volslanke dagelijkse realiteit en anderzijds het intieme, soms intiemste domein.
Grootste gemene deler is het plezier waarmee het materiaal taal onder handen wordt genomen. Over de ruggen van de stromingen van de laatste veertig jaar heen doet het werk van de dichters Ezra de Haan, Tjitske Jansen en Mustafa Stitou denken aan dat van de Vijftigers, de gematigde vleugel om precies te zijn, zonder evenwel daardoor duidelijk beïnvloed te zijn.

Ezra de Haan (1957), die pas in 1996 debuteerde, is een interessante exponent van bedoelde groep. Eén van zijn beginregels, Ik zal woorden voor je kneden, heeft programmatische kracht. In Ik belde mijn muze is zijn taal weliswaar kariger dan dat van de meeste anderen, maar door zijn tekstuele koprollen en hinkstapsprongen krijgen de gedichten een veel grotere interactie dan je op basis van het aantal woorden zou vermoeden. De Haan is op z’n best als hij de lezer van regel tot regel bijstuurt, en even zo vaak weet te verrassen: Geen hond zit als een mens / En toch zit ze zo: / Een als mens vermomde hond / Zoals de wolf in ons / Maar dan zonder schaapskleren. Beide betekenismogelijkheden in de slotregel hebben geldigheid. De hond komt als motief overigens op veel plaatsen terug in het boek, soms in komische combinaties: De luim van God komt mij voor / Als de muil van een dog: fel, vol lef / Dat wel. Melk alles uit, maar sta klem / Ik snak naar een kans, ratel over later / Maar leed valt mij ten deel. De in de Nederlandse poëzie weinig populaire palindromen kunnen hun geluk niet op met De Haan!» – Haagsche Courant, 2004

Meer over E. de Haan bij In de Knipscheer

«Een interessante combinatie van fictie en werkelijkheid.» – Drs. E.A. van Kemenade

Marc WildemeerschOver ‘Knijp nu je ogen dicht’ van Marc Wildemeersch voor NBD/Biblion, 01-05-2003:
Marc Wildemeersch (1958) maakt met ‘Knijp nu je ogen dicht’ zijn romandebuut voor volwassenen. Zijn verhaal is sterk. Een jongeman uit de kringen van Paul van Ostaijen emigreert, mislukt en keert als soldaat terug in de Eerste Wereldoorlog. Hij beleeft de verschrikkingen en overleeft o.a. vanwege zijn liefde voor Anna, die hij als emigrant achterliet. Na de oorlog reizen ze naar Berlijn waar ze met ‘collaborateurs’ als Van Ostaijen wachten op een veilige terugkeer naar België. Een goed verhaal, een interessant onderwerp en goede thema’s.
Lees hier de hele recensie
Meer over ‘Knijp nu je ogen dicht’

Mooie woorden (8) over In passie verdronken van Hans van Hartevelt

Hans van HarteveltDe pers over ‘In passie verdronken’:

«Zijn beste roman tot nu toe.» – Maarten ‘t Hart

«Portret van een onevenwichtige jong man die binnen- en buitenwereld nooit met elkaar heeft kunnen verzoenen. Tegenover de absoluutheid van Bach moest alles wel tekort schieten.» – Leeuwarder Courant

«De schrijver heeft een personage neer willen zetten dat door zijn omgeving niet wordt begrepen, steeds meer in zichzelf opgesloten raakt en uiteindelijk niet is opgewassen tegen het levenslawaai, letterlijk en figuurlijk.» – Friesch Dagblad

«Ik kan niet nalaten direct na het lezen van In passie verdronken mijn bewondering op papier te zetten. Ik las het boek in één keer uit. Boeiend hoe J.S. Bach zo centraal kan staan in 2002/3. U schreef een prachtig boek.» – Ton Koopman

«In ‘De binocle’, verhaal uit 1918 van Louis Couperus raakt een hypernerveuze schouwburgbezoeker, die vanaf het balkon ‘Die Walküre’ volgt, zo geobsedeerd door de kale schedel van een bezoeker in de zaal dat hij er tenslotte zijn binocle naartoe smijt (die overigens een ander treft). Obsessieve, pathologische personages die in de literatuur van rond 1900 ook voorkwamen in de romans van bijvoorbeeld Van Oudshoorn of Coenen en in hun vervreemding van de normale samenleving al aardig modernistisch aandoen.
Zo’n personage, door zijn obsessie onafwendbaar op het noodlot afstevenend, treffen we ook aan in de beklemmende roman ‘In passie verdronken’ van auteur Hans van Hartevelt. De hoofdpersoon heet Johan. En waarom ook niet in een roman die klinkt als een ode aan Bach.
Deze op het oog rustige Leidse student Spaans ontwikkelt niettemin algauw een verontrustende geluidfobie, die met elke bladzijde toeneemt en zijn agressie aanwakkert. Tot hij zelfs bij het gladstrijken van een programma door een andere schouwburgbezoeker bijna door het lint gaat. In deze als onverdraaglijke kakofonie ervaren buitenwereld lijkt de muziek van Bach lang gids en redding bij werk, liefde en op zijn woonboot in het Zuid-Hollandse polderland. Dat Johans einde hoe dan ook in de boeken geschreven staat, valt op te maken uit met name het Leitmotiv ‘water’ dat soms helder en dan weer nadrukkelijk donker door het verhaal stroomt. Eigenlijk lang geen gek geschreven boek. Maar dralend bij dat pessimistische naturalisme van weleer durft de zich overigens meer als misdaadauteur afficherende Van Hartevelt naar mijn smaak te weinig vernieuwende bokkensprongen te maken.» – Birgitte Jonkers, Eindhovens Dagblad

Meer over ‘In passie verdronken’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

Hans van Hartevelt – In passie verdronken. Roman

Hans van HarteveltHANS VAN HARTEVELT
In passie verdronken

Nederland Roman
Paperback, 224 blz., 15,75
90-6265-532-7
Eerste druk 2002

‘Vaak droom ik ervan. Dan hang ik onder een blauwe luchtballon en zweef ik hoog boven de wereld, en ik stijg maar verder, totdat er geen ruisen van de wind meer klinkt.’
‘En wat zie je daar?’
‘Muziek.’
‘Muziek? Daar zíe je muziek?’
‘Daar zie je muziek, ja; élk zintuig neemt daar muziek waar. Alle componisten, van Palestrina tot Mahler, van Lasso en Monteverdi tot Wagner, en jouw Ludwig ook, spelen samen onder leiding van Bach. Alle instrumenten en alle stemmen staan daar in dienst van zijn hemels orkest en harmoniëen met én alle kunsten én al het weten én alle liefde in een goddelijk allegro dat begin noch einde kent. De blinde Bach schept. En vanuit dat allesomvattende komt het leven voort.’
‘Volgens mij ben jij gek.’

De levensenergie die de sympathieke en muzikale Johan nodig heeft, vindt hij in Bach, zijn passie, of in afzondering waar hij zich laaft aan de stilte die voor hem als de symfonie van het leven klinkt. Als reisleider vergt hij het uiterste van zichzelf: of hij nu een boottocht door de jungle van Costa Rica leidt, tussen de ruïnes in Tikal in Guatemala uitleg geeft, of op paradijselijke eilandjes vertoeft; iedere reis door Midden-Amerika tast zijn reserves verder aan. Terug in Nederland merkt ook zijn grote liefde niet dat de druk die Johan zichzelf oplegt onhoudbaar wordt en dat zelfs Bach hem niet meer kan helpen en dat de neurose die hij ontwikkelt uiteindelijk tot een passie in de zin van een lijdensweg leidt.

HANS VAN HARTEVELT (1953) studeerde in Leiden boeddhistische wijsbegeerte en Tibetaanse taal- en letterkunde. Hij is verbonden aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam. Voorafgaand aan In passie verdronken (2002) publiceerde hij de romans Op zijn Chinees (1997) en Depressie over Java. (1999).

Meer over ‘In passie verdronken’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

Het Volk – Het mannelijk onvermogen in 8 toneelstukken

Het VolkHet Volk
Het mannelijk onvermogen in 8 toneelstukken

Met een Inleiding van Egbert van Paridon (oprichter van de toneelgroepen Puck en Centrum).
Luxe paperback met flappen, royaal formaat, 448 blz. incl. kleurkatern van 16 blz. met ruim 60 illustraties.
€ 18,00
978 90 6265 530 4
Eerste uitgave 2002

De taalgrappen doen soms denken aan een Van Kooten op zijn best, de scènes aan een Jiskefet avant la lettre. Je zou wensen dat de VPRO-televisie de in 1993 gemaakte drie afleveringen van Het Mannelijk Onvermogen weer eens uitzendt.

Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum in december van de Haarlemse Toneelgroep Het Volk verscheen Het Volk, het mannelijk onvermogen in 8 toneelstukken.

Deze gelegenheidsuitgave (die niet eerder in onze catalogus werd opgenomen) is geselecteerd als een van de Best Verzorgde Boeken van 2001.

Het boek bundelt de integrale teksten van de acht stukken die Het Volk zelf schreef (Blauwdruk, Kaaljakkers, Het Laatste Kievitsei, Nooit Meer Dansen, Golden Fiction, Het Volk in Dothan, Gebakken Meeuw en Een Zomerjurk Vol Verdriet) en wordt voorafgegaan door een uitgebreide beschouwing door Ko van Leeuwen waarin ook de vele bewerkingen en/of eigen producties van bestaande stukken alsmede hun samenwerking met o.a. Adrian Brine van de Shakespeare Company, met Gerardjan Rijnders van het Publiekstheater en met De Gebroeders Flint worden gememoreerd.

Alfred Birney – Indische gezichten

Alfred BirneyAlfred Birney
Indische Gezichten

Reprise Literair
Nederland
Paperback 336 blz. € 15,–
Eerste uitgave 2002
ISBN 90 6265 479 7

Indische Gezichten verenigt Alfred Birney’s meest uitgesproken Indische romans Vogels rond een vrouw en De onschuld van een vis in één band.

Beide boeken geven een onvergetelijk beeld van de Indische vader, inmiddels een klassieke figuur in de Nederlandse literatuur. In het eerste boek wordt hij geschetst als slachtoffer van de oorlog in het voormalige Nederlands-Indë, in het tweede boek als schuldige aan zijn oorlogsverleden en de nawerking ervan in zijn huwelijk en op zijn kinderen.