Betty Roos – Zamira een bedoeïnenkind

978-90-6265-411-6BETTY ROOS
Zamira een bedoeïnenkind

Roman, Israël
Paperback 128 blz., € 13,50
Eerste druk 1996
ISBN 90-6265-411-6

Zamira is een bedoeïnenmeisje dat leeft in een vrijwel kaal gebied aan de zee. In dit harde leven van alledag spelen kamelen, geiten en een dolfijn een even belangrijke rol als het handjevol mensen met wie ze omgaat en die haar met hun verhalen scholen. Aan de vanzelfsprekendheid van dit eenvoudige, eerlijke bestaan komt abrupt een einde, wanneer een totaal onvoorziene oorlog het gebied teistert. Vanaf dat moment ontwaakt Zamira haast dagelijks in een nieuwe situatie; ze wordt een vluchtelinge, en niet lang daarna een wees.
Het verhaal – door het element van herhaling en symboliek haast Arabisch van toon – lijkt ruimschoots materiaal te bieden voor pathetiek en tragiek, maar de schrijfster laat dit zeer bewust liggen: het gaat haar erom te laten zien hoe kinderen omgaan met zulke situaties, en ze rekent daarbij duidelijk op een grote dosis veerkracht van hun kant.
In Zamira, een bedoeïnenkind is gemakkelijk een echto te horen van Betty Roos’indringende debuut Bonsai-kinderen, waarin ze haar jeugd (als joods kind in een jappenkamp in Indie en daarna als ‘Indische’ in joods Amsterdam) beschrijft, eveneens vanuit de ervaring en in de taal van een kind.

Simone Schwarz-Bart – Je knappe kapitein. Eenakter

978-90-6265-426-0Simone Schwarz-Bart
Je knappe kapitein
Guadeloupe
Vertaling Eveline van Hemert
Nawoord Kathleen Gyssels
Gebonden in stofomslag, 64 blz., € 11,50
ISBN 978-90-6265-426-0
maart 1996
Winkelprijs opgeheven.

Zoals zo veel andere auteurs van de Caribische archipel (Derek Walcott, Maryse Condé) begrijpt Simone Schwarz-Bart (Guadeloupe) dat het theater meer dan de roman in staat het lokale publiek te bereiken. Je knappe kapitein (Ton beau capitaine) richt zich heel duidelijk tot de bevolking van Guadeloupe en die ‘minderheid’ die er in steeds groteren getale haar toevlucht zoekt: de Haïtianen. De zetten helemaal niet als ‘knappe kapitein’ voet aan wal op hun adoptie-eiland, maar eerder als meelijkwekkende drenkelingen, wier overvaart herinnert aan de ‘Middle Passage’ van hun voorvaders.

Zo vergaat het Wilnor die zijn vrouw Marie-Ange verliet voor een baan in Guadeloupe op zoek naar een El Dorado. En dat is ook het idyllische beeld dat hij zijn achtergelaten echtgenote voorspiegelt, uit angst dat zij zich te veel om hem bekommert. In werkelijkheid is hij echter een hongerige miserabele ‘outsider’, alleen goed genoeg om suikerriet te kappen onder de brandende zon.

Zijn schrijnende eenzaamheid en afzondering probeert Wilnor te verdrijven door cassettes te sturen aan Marie-Ange. De cassette blijkt echter al gauw een ontoereikend communicatiemiddel voor de geliefden: de sten alleen volstaat niet om de afstand die heb scheidt, te overbruggen. Wanneer Marie-Ange opbiecht hem bedrogen te hebben, verbergt Wilnor zijn diepe droefheid en ontroostbare wanhoop in zang en dans – en in goedkope rum.

De uitgave van deze prachtige tekst uit 1987 completeert het uiterst kleine, maar bijzondere oeuvre van Simone Schwarz-Bart in Nederlandse vertaling. Zij debuteert in 1968 met de zeer aparte roman Een schotel varkensvlees. Logboek van een Antilliaanse vrouw, die samen met haar man André Schwarz-Bart schreef. In 1972 verschijnt haar met de Prix Fémina bekroonde bestseller Wind en zeil, in 1979 gevolgd door haar grote en grootse roman Horizont.

Meer over Simone Schwarz-Bart

Denis Johnson – Jezus’ zoon

Hugo PosDENIS JOHNSON
Jezus’ zoon

Amerika, verhalen
vertaling Rob van Erkelens
paperback , 160 blz., € 15,00
ISBN 978-90-6265-407-9
Eerste uitgave 1995

De verteller in Jezus’ zoon, in alle elf – onderling verbonden – verhalen dezelfde, is herstellende van een alcohol- en drugsverslaving. Hij weet zich met moeite in leven te houden en krijgt bij zijn dwaaltochten door een bijna surreële, neonverlichte wereld, ondermeer te maken met een gruwelijk auto-ongeluk, moordaanslagen, krankzinnigheid, verloren liefdes en stervende vrienden. Maar achter zijn eenzame wanhoop gaat en innige, ontroerende liefde voor de mensheid schuil.
Jezus’ zoon is Denis Johnsons hallucinatoire visie op het hedendaagse Amerika. In een sobere en uiterst suggestieve stijl geef hij in deze verhalen een spookachtig mooi beeld van de ontluistering en de hoop van het leven aan de zelfkant.

«Voor de verteller van deze verhalen […] worden dromen werkelijkheid, lijken hallucinaties op de realiteit en bootsen die na: een toestand die Mr Johnson ruim de gelegenheid geeft om zijn betoverende talent voor poëtische taal, zijn natuurlijke gevoel voor beeldspraak en de zeggingskracht tentoon te spreiden.» – New York Times

«Johnson onderscheidt zich doordat hij zowel een dichter is als de schrijver van een ruw-realistisch proza die de taal gebruikt als een fileermes om tot op het bot van zijn onderwerpen te snijden… Deze verhalen zijn zo gespierd en strak als een wasbord-buik, en resonerend als een trommel.» – People

Denis Johnson (1949) werd in 1994 door NRC Handelsblad `een der verborgen grootheden van de Amerikaanse literatuur’ genoemd.

Meer over Denis Johnson en Jezus’ Zoon

Hugo Pos – In Triplo. Autobiografie

Hugo PosHUGO POS
In Triplo

Nederland, Autobiografie
Gebonden met stofomslag 256 blz., € 17,90
ISBN: 90-6265-423-1
Eerste uitgave 1995

Hugo Pos (Paramaribo, 1913) debuteerde pas op 71-jarige leeftijd als schrijver met de verhalenbundel Het doosje van Toeti, sindsdien gevolgd door nog zeven bundels verhalen en kwatrijnen. Veel van zijn literair werk vindt zijn oorsprong in het kleurrijke leven dat hij leidde.

In zijn autobiografie In Triplo beschrijft Hugo Pos dit leven en de drie verschillende facetten van zijn persoon: Surinamer, Nederlander, jood – die soms uit elkaar liepen maar tenslotte een eenheid vormden. Pos komt op 14-jarige leeftijd naar Nederland, studeert rechten in Leiden en Parijs in een tijd (de Spaanse Burgeroorlog en de opkomst van Hitler) die de groei van zijn persoonlijkheid bepaalt.

Na de capitulatie in Nederland ontvlucht hij via Rusland en Japan naar Engeland. Hij krijgt een officiersopleiding, wordt in Australië ingedeeld bij de Netherlands Indies Civil Affairs en in 1944 naar Nieuw Guinea gezonden. Als Japan capituleert is hij bij de eerste troepen die met kolonel Spoor in Batavia/Jakarta aankomen en maakt aldaar het begin van de revolutie mee. Hij krijgt de opdracht om in Portugees Timor onderzoek te doen naar Japanse oorlogsmidsaden en wordt t.b.v. het Internationaal Tribunaal in Tokio benoemd tot Prosecutor Minor War Crimes.

Vanaf 1950 werkt hij in Suriname als rechter en als procureur-generaal. Op zijn vijftigste keert hij met zijn gezin terug naar Nederland, wordt eerst rechter in Amsterdam in de Provo-tijd en dan raadsheer in Den haag. Na zijn pensionering wordt hij literair recensent van Het Parool en Trouw en sinds 1985 wijdt hij zich in toenemende mate aan zijn schrijversschap.

In Triplo boekstaaft niet alleen deze opmerkelijke en avontuurlijk levensloop, maar vooral de innerlijke problemen die daarmee gepaard gaan: zijn houding ten aanzien van de onafhankelijkheid van Indonesië, nadat hij eerder doodstraffen wegens collaboratie had geëist, zijn opvattingen over de berechting van oorlogsmisdadigers in Japan, de opkomst van het nationalisme in Suriname, de verboren plekken van het rechterschap, de achtergrond van zijn verhalen en de boeken die hem hebben beïnvloed.

Maryse Condé – De laatste koningszoon

Albert HelmanMARYSE CONDÉ
De laatste koningszoon

Guadeloupe, Roman
Vertaling: Eveline van Hemert
Gebonden, 282 blz. € 20,–
ISBN 90-6265-415-0
Eerste druk 1995

Op Guadeloupe vereert een Antilliaanse familie hun voorvader die lang geleden de koning was van het Afrikaanse land Dahomey. Zijn portret prijkt als decennia lang boven het buffet. Door de jaren heen is er een ware cultus ontstaan en zijn afstammelingen blijven zijn naam eren met een exotisch ritueel dat in de loop der tijden echter meer lachwekkend dan heilig geworden is.

Tegen deze kleurrijke achtergrond speelt het verhaal van Spéro en zijn Amerikaanse vrouw Debbie. Spéro is kunstenaar, en de achterkleinzoon van de Afrikaanse koning. Zijn afstamming blijkt tot op heden een grote invloed op zijn persoonlijke leven te hebben, maar zijn intellectuele vrouw verwijt hem dat hij niet op de hoogte is van de ‘echte’ zwarte geschiedenis.

Met veel warmte en humor vertelt Maryse Condé het verhaal van een familie waarvan het verleden op allerlei manieren uitwerking heeft op het heden. Door de ingenieuze structuur, waarbij de gebeurtenissen in het heden worden afgewisseld met flashbacks en notities uit het verleden, leidt Spéro’s zoektocht langzaamaan naar de wortels van zijn bestaan.

Maryse Condé (1937, Guadeloupe) verwierf grote faam met haar epos over Afrika Ségou, dat in Nederland een gigantische bestseller werd. Voor Tituba. De zwarte heks van Salem kreeg zij de Grand Prix littéraire de la Femme en voor Het valse leven de Prix Anaïs Nin de l’Académie française.
In 1993 werd Maryse Condé als eerste vrouw voor haar gehele oeuvre bekroond met de prestigieuze Amerikaanse Puterbaugh Prize voor Frans- en Spaanstalige literatuur.

De pers over De laatste koningszoon
«Met deze roman voegt Condé zich bij de grote zwarte Amerikaanse romanschrijfsters Alice Walker en Toni Morisson.» – Daniele Mazingarbe

«Zowel een zwarte familiekroniek als een scherpe sociale satire. Een aaneenschakeling van fraaie verhalen.» – Vrij Nederland

«Het verlangen naar Afrika als mythisch houvast wordt in mootjes gehakt. De roman klopt als een jong hart.» – Algemeen Dagblad

«Twee benamingen zijn van toepassing op deze geschiedenis van Maryse Condé: kostelijk en subliem. Een geestig en knap geschreven verhaal dat, zoals goede literatuur hoort te doen, toch tot nadenken stemt over de werkelijkheid.» – Le Monde

Tommy Wieringa – Dormantique’s manco

Tommy WieringaTOMMY WIERINGA
Dormantique’s Manco

Nederland. Roman
Paperback, 232 blz., € 15,75
ISBN 978-90-6265-410-9
Eerste druk 1995
Uitverkocht

Bas Dormantique is afwasser in een Mexicaans restaurant. Zijn leven verkeert in een impasse: hij is vrijgezel en armoedzaaier, en zijn ooit vaag vermoede talenten zijn op geen enkele manier tot ontwikkeling gekomen. Door eigen schuld is hij uit het paradijs verstoten en de rest van zijn leven is een niet aflatende poging om het terug te vinden. Hij herinnert zich tot in details zijn jeugd met zijn vrienden – de cynische, door hem bovenmatig bewonderde broers Louis en Friedrich – en zijn grote liefde Nina.

Wanneer hij wordt afgetuigd door een reusachtige straatvechter en als voyeur betrokken raakt bij een sadomasochistische driehoeksverhouding tussen twee serveersters en een appelboer, wordt Dormantique’s impasse verbroken. Alles wijst erop dat zijn leven ene rigoreuze wending zal gaan nemen.

‘Na een tijdje realiseerde Bas zich dat hij al de hele tijd naar zichzelf keek; zichzelf zoals weerspiegeld in de glazen conus van de wasmachine. Hij zat volkomen verstijfd, terwijl de was rond zijn beeltenis cirkelde. Zijn meest lucide ingeving van jaren kwam met een klap: alles was in beweging, alles draaide… en hij stond volkomen stil. Als in het oog van de cycloon keek hij verbijsterd naar al die turbulentie om hem heen: alles werd omhoog en omlaag getrokken, verdween, ging verder, werd elders neergeworpen, en hij keek maar, onmachtig, altijd te laat om eraan deel te nemen, iedere keer verbaasd en bedroefd als het hem weer voorbij was…
Het stond hem helder voor de geest wat hem te doen stond.’

De pers over Dormantique’s manco
«Hoofdpersoon Bas Dormantique is een verliezer. Ooit is hij van school gestuurd, een jeugdliefde liep ongelukkig af. Het thema van conformisme tegenover non-conformisme krijgt in dit boek gestalte. Een zeer eigentijdse versie van Nescio’s Titaantjes.» – Nederlandse Bibliotheekdienst

«Wieringa scoort behoorlijk met zijn eersteling. Het portret dat hij schildert van Nina’s ouders, aanhangers van een boeddhistische meester, die ze in Zwitserland gaan opzoeken om uiteindelijk te vernemen dat de meester ermee kapt, getuigt van feeling voor ironie. Aangrijpend zijn de bladzijden over de dood van Louis, maar het sterkst is het slot, waar op een fatale manier een einde komt aan een absurde situatie.» – De Vrijzinnige Lezer

«Roman over een fataal voortknagende jeugdliefde.» – De Volkskrant

«Een dikke roman, want het ‘manco’ van Dormantique blijkt dat hij zich alles herinnert.» – Provinciale Zeeuwse Courant

«Krachtig beschreven herinneringen aan Dormantique’s geknakte jeugd.» – Eindhovens Dagblad

«Wieringa heeft genoeg ideeën – schrijver ontmoet zijn personage. Dat werkt goed.» – NRC Handelsblad

«De uitstorting van het vergeefse leed: de schrijver laat zich geen enkel detail ontgaan.» – Vrij Nederland

Didi de Paris! – Voyeur

Hugo PosDidi de Paris
Voyeur

België , Verhalen
Paperback, 184 blz.,
ISBN 90-6265-402-9
Eerste druk 1995

In de verrassende verhalen in Voyeur is de verteller steeds dezelfde jongeman en worden absurdistische en surrealistische scènes afgewisseld met ingetogen, bijna verlegen momenten. Daardoor krijgt het boek een lichte en speelse toon, waarin de scherpe humor nooit ver te zoeken is.

Didi de Paris (Leuven, 1957) wisselt ingehouden seksualiteit af met komische verhalen over virtual reality, computerspelletjes en de menselijke kant van de moderne techniek. Voortdurend is er een onderhuidse erotische spanning voelbaar. En, zoals het hoort bij erotiek: juíst in de suggestie schuilt de aantrekkingskracht. Door dingen en gebeurtenissen te suggereren in plaats van ze expliciet en daardoor oppervlakkig te beschrijven, maakt de auteur zijn lezer tot voyeur.

Albert Helman – Zomaar wat kinderen

Albert HelmanALBERT HELMAN
Zomaar wat kinderen

Suriname, Roman
Paperback, 92 blz. € 12,50
ISBN 90-6265-422-3
Eerste druk 1995
Nog beperkt leverbaar bij uitgever

Met tegenzin bij zijn komst in Nederland, maar door zijn ouders gedwongen bezoekt de twaalfjarige jongen Richenel een bont bevolkte school in de Randstad. Daar deze uitstekend geleid wordt reageren Richenel en zijn schoolkameraadjes veeleer met humor dan met verdriet of ergernis op de vele uitingen van vooringenomenheid en racisme waaraan zij zijn blootgesteld.
Toch blijkt uit wat Richenel van zijn belevenissen thuis vertelt en zo luchtig, vol zelfvertrouwen van zich afzet, dat deze voorvallen hem wel degelijk pijn doen, net als zijn ouders en de volwassen allochtonen om hem heen. Komt dit doordat zij allen onbewust zich in hun land van herkomst zelf evenzeer aan discriminatie schuldig maakten?
Tragisch wordt dit alles pas wanneer een aardige jongen als Richenel door de illegaliteit van zijn ouders ervaart dat ‘de wetten’ op nog onbarmhartiger wijze dan de racistische mensen ‘discrimineren’ en hij gedwongen is niet alleen de school, maar het hele land te verlaten.

Albert Helman koos voor de behandeling van dit hachelijke gegeven de vorm van een eenvoudige, bijna kinderlijke vertelling in simpele bewoordingen, om deze ‘gevoelige’ materie niet alleen voor de volwassen lezers, maar zelfs voor de jongere boeiend en begrijpelijk te doen zijn.

Albert Helman schreef Zomaar wat kinderen om naar eigen zeggen ‘de cyclus van een lang leven te sluiten’ door daarin het thema ‘onderwijs’ centraal te stellen en te actualiseren. Helman begon zijn loopbaan zowel in Suriname als in Nederland als onderwijzer en was later in Suriname o.a. minister van Onderwijs.

Albert Helman – Kroniek van Eldorado. II. Gefolterden zonder verweer

Albert HelmanALBERT HELMAN
Kroniek van Eldorado
II Gefolterden zonder verweer

Suriname, Kroniek
Globe Pocket, 440 blz. € 9,50
ISBN 90-6265-733-8
Eerste druk als Globe Pocket 1995
Nog beperkt leverbaar bij uitgever

«Dit meesterwerk van de romancier is een historisch werk geworden.» – Trouw

Gefolterden zonder verweer (boek II van de in 1995 geactualiseerde Kroniek van Eldorado) brengt de turbulente geschiedenis van de Guyana’s, waaronder Suriname, vanaf 1900 tot medio 1995 ongemeen boeiend in kaart.

Hoe veelomvattend de gebeurtenissen van de twintigste eeuw ook in dat gebied zijn, Helman’s samenhangende presentatie ervan maakt duidelijk dat de gevolgen, van wat eeuwen geleden begon met de jacht op het goud dat de semi-legendarische El Dorado zou bezitten, tot op de dag van vandaag zichtbaar en nog geenszins uitgewerkt zijn.

Met deze herziene en tot medio 1995 aangevulde tweedelige uitgave (Boek I, tot 1900: Folteraars over en weer is Albert Helman’s veelgezochte opus magnum De foltering van Eldorado voor een breed publiek beschikbaar gemaakt.

«Dit is een van de zeldzame boeken die meer geven dan de flap belooft.» – Het Parool

Albert Helman – Kroniek van Eldorado. I. Folteraars over en weer

Albert HelmanALBERT HELMAN
Kroniek van Eldorado
I Folteraars over en weer

Suriname, Kroniek
Globe Pocket, 568 blz. € 9,50
ISBN 90-6265-732-X
Eerste druk als Globe Pocket 1995
Uitverkocht

«Een verhelderende en stichtende donderpreek.» – Aad Nuis

Folteraars over en weer (boek I van de in 1995 geactualiseerde Kroniek van Eldorado) geeft de Indiaanse visie weer op de schokkende gebeurtenissen die zich tot 1900 afspeelden in Groot-Guyana, een onafzienbaar gebied tussen de Atlantische Oceaan, de Amazone en de Orinoco-rivier, ooit opgedeeld in zeven, later vijf Guyana’s. Hiervan zijn drie ex-kolonies waaronder Suriname nog vaak ‘in het nieuws’.
Vanuit het gezichtspunt van de oorspronkelijke bewoners, de Arawak en de Carib, vertelt deze kroniek meeslepend en toch zakelijk, hoe zij met de trawanten van Columbus, onderweg naar het goud van Eldorado, de eerste van een lange rij folteraars ontmoetten. De ‘Indianen’ echter wisten op hun beurt de indringers te folteren door met velerlei middelen hun onlesbare gouddorst aan te wakkeren en … te frustreren.

Met deze herziene en tot 1995 aangevulde tweedelige uitgave (Boek II: Gefolterden zonder verweer) is Albert Helman’s veelgezochte opus magnum De foltering van Eldorado voor een breed publiek beschikbaar gemaakt.

«Een goed, helder en overzichtelijke boek met letterlijk een ‘eldorado’ aan kennis. De schrijver schittert als hij de Indianen beschrijft. Groots en boeiend.» – De Volkskrant

«Een adembenemend werk, vol geschiedenissen die geen romanschrijver had kunnen verzinnen. Maar Helman beschrijft ze zo meeslepend dat dit meesterwerk van de romancier een historisch werk is geworden.» – Trouw