Lof van lezers voor de biografie van Rob Groenewegen over Jo Otten

Herman Romer:
Rob Groenewegen moet op een ongelofelijke wijze door de figuur van Jo Otten gefascineerd zijn geweest. Eindelijk een hoogwaardige medestander die ook vindt, dat het vaak weggedrukte literaire leven in Rotterdam meer in de schijnwerper moet worden geplaatst!
Otten voelde zich duidelijk al jong anders dan anderen, een bewustzijn dat hij in wezen tijdens zijn hele leven heeft behouden. Hij lijkt me een rasindividualist te zijn geweest, die in aanleg al afstand nam van vastgeroeste opvattingen en prietpraat. En dat terwijl zich zich in zijn vrij korte leven juist op diverse terreinen ingrijpende ontwikkelingen voordeden. Ontwikkelingen die bijna smeekten om afwijkers van de norm, mensen met een geheel eigen visie op het maatschappelijk leven. Ook in zijn tijd was er kennelijk al sprake van lieden die anderen buitensloten en elkaar bij voortduring het balletje toespeelden.
Mensen als Otten voelen zich als non-conformist al jong eenzaam en geïsoleerd in een gemeenschap, die wegduikt voor dwarse en oorspronkelijke visies.
Ik heb grote bewondering voor wat Groenewegen allemaal in de biografie ‘Te leven op duizend plaatsen‘ nog boven water heeft gekregen. Niet minder voor het titanenwerk dat hij ervoor heeft moeten verrichten. Uit mijn bescheiden ervaring op dit terrein weet ik, hoeveel niet aflatende inzet dit kost, wat dikwijls door anderen niet wordt gezien, laat staan erkend. Alle hulde!
Bron: e-mail aan de auteur (29-01-2012)

Rinus Spruit (Nieuwdorp):
De afgelopen dagen las ik de door u geschreven biografie van Jo Otten met de prachtige titel Te leven op duizend plaatsen. Ik heb veel respect voor wat u tot stand heeft gebracht. Het moet welhaast een levenswerk geweest zijn. U hebt met uw biografie een boeiend portret gecomponeerd van een man die eigenlijk voortdurend bezig was zich te bewijzen, die voortdurend duidelijk wilde maken dat hij wel degelijk “iets waard” was. Ik denk dat de man leed aan minderwaardigheidsgevoelens die hij voortdurend trachtte te compenseren door te zoeken naar erkenning voor zijn literaire prestaties. Mijn dank en respect voor uw werk.
Bron: e-mail aan de uitgever

André van der Laan:
Ontegenzeggelijk een briljante biografie. Biograaf Rob Groenewegen legt pijnlijk bloot hoezeer Ter Braak en Forum het aangezicht van het interbellum hebben bepaald en figuren als Otten e.v.a. van deze starre zienswijze het slachtoffer zijn geworden. Ottens novelle ‘Bed en wereld’ uit 1932 is een waar meesterwerk, diens essay ‘Mobiliteit en revolutie’ (1932) zeer verrassend. Ook andere boeken en figuren die Groenewegen in deze biografie de revue laat passeren doen je terugverlangen naar een lang vervlogen tijd. Tien met een griffel deze biografie.
Bron

Hans C. Janssen:
Eén van de betere Nederlandse biografieën. Allemachtig wat is dit op de juiste – nuchtere – manier geschreven. De hoofdstukken over Rotterdam, het fascisme, de Filmliga en Ottens ‘Bed en wereld’ zijn zelfs briljant te noemen. Wat draagt Groenewegen onnoemelijk veel nieuwe informatie aan. Verplichte kost voor iedereen die in het interbellum geïnteresseerd is, ongeacht zijn of haar interessesfeer.
Bron

H. Leijtens:
Een verrassend sterke biografie. Al na een paar bladzijden voel je dat je een heel apart verhaal te wachten staat, zoveel spanning is er dan al ontstaan. Na enkele hoofdstukken raakte ik dus al aan dit verhaal verslaafd. Het knappe van deze biografie is ook dat biograaf Groenewegen op een briljante wijze ongemerkt heel veel nieuwe informatie aandraagt over het interbellum, wat deze biografie tot iets onvergelijkbaars maakt. De zeer vele voetnoten die Groenewegen ons schenkt zijn om je vingers bij af te likken. Groenewegen heeft een nuchtere stijl en is in staat om de meest complexe materie helder en vaak met weinig omhaal van woorden uit de doeken te doen. Dat maakt het lezen van zijn biografe, die veel méér is dan een biografie, over de complexe figuur Jo Otten tot een waar feest. Het boek is schitterend vormgegeven en voorzien van een hoop fotomateriaal.
Bron

Tim Donker 05-01-2012 22:41:
Bed en wereld’ was geniaal! geniaal, mensen! geniaal, geniaal!!!
Bron

Schrijvers van In de Knipscheer op Writers Unlimited Winternachten festival Den Haag

Op vrijdag 20 januari is Raj Mohan (van wie in 2011 de dichtbundel Tihá /Troost en de cd Daayra verscheen) een van de auteurs in het programma ‘Droomtaal’ in de Kleine zaal van het Theater aan het Spui.
Op hetzelfde moment (van 22:45 tot 23:40 uur) heeft Extaze in zaal 7 van het Filmhuis haar eigen podium op het festival en presenteert het nieuwe literair tijdschrift zes Haagse debutanten. Opvallend is dat veel van deze schrijvers in meer dan één discipline actief zijn en dat ze dat op deze avond ook op het podium zullen laten zien. Zo zal Nina Roos voordragen en tekenen, Ronnie Krepel zingen en voorlezen, Theo van der Wacht tango dansen en voordragen, Hugo Wapperom voorlezen en foto´s tonen. Tot slot zijn er met Gertrude Kunze en Murat Tuncel ook nog twee schrijvers die ´slechts´ voorlezen. Op die dag verschijnt ook het nieuwe, derde nummer: Extaze-2 (na Extaze-0 en Extaze-1).
Zaterdag 21 januari wordt van 20:00 tot 21:00 uur in Filmhuis zaal 6 de kortere (televisie-)versie vertoond van Edgar Cairo: Ik ga dood om jullie hoofd, de film van Cindy Kerseborn die onlangs ook op dvd is uitgebracht.

Werk van vier In de Knipscheer-dichters bij De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2012

Dit jaar stelde Kathleen Ferrier, juryvoorzitter van de VSB Poëzieprijs 2012 (de belangrijkste prijs voor dichters in het Nederlands taalgebied), de 100 beste gedichten samen.

De selectie is gemaakt op basis van 122 ingezonden dichtbundels die verschenen tussen 1 september 2010 en 31 augustus 2011. Werk uit vier door In de Knipscheer uitgegeven bundels is in deze selectie opgenomen, in totaal zeven gedichten:

Van Aart G. Broek het gedicht ‘Een eiland verzonken’ uit de bundel Het lichten van de jaren.
Van Giselle Ecury het gedicht ‘vroeger later’ uit de bundel Vogelvlucht.
Van Ezra de Haan de gedichten ‘Paramaribo’, ‘Suriname’ en ‘Twat twa’ uit de bundel Scheren zonder spiegel.
Van Raj Mohan de gedichten ‘Ik wil’ en ‘Integratie’ uit de bundel Tihá / Troost.

De Ware Tijd Literair over Ashetu

Het zuur van de citroen en de scherpte van het mes.’

Nicolaas Porter in De Ware Tijd Literair (Suriname), 07-01-2012:
Heel soms overkomt het je dat er een boek op je bureau ligt waar je helemaal door van je sokken wordt geblazen. Dat is precies wat mij overkwam met de dichtbundel ‘Dat ik je liefheb’ van Bernardo Ashetu. (…) Een dichter die wat mij betreft zonder meer in aanmerking komt voor de Nobelprijs-literatuur, terwijl veel mensen waarschijnlijk nog nooit gehoord hebben van deze grote dichter van Surinaamse afkomst.
Lees

«Hedendaagse belevenissen van de spin Compa Nanzi uit de Antilliaanse verteltraditie.» – Walter Palm

Compa NanziOver ‘Compa Nanzi’s capriolen’ van Joan Leslie voor NBD/Biblion, 12-01-2012:
Compa Nanzi figureert als slimme spin in talloze kinderverhalen in het Caraïbisch gebied (vergelijkbaar met de Surinaamse spin Anansi) en behoort tot het cultureel erfgoed van dat gebied. De Arubaanse schrijfster borduurt met ‘Compa Nanzi’s Capriolen’ voort op de Compa Nanzi-traditie. De bundel is vernieuwend in die zin dat de verhalen zich afspelen in deze moderne tijd, terwijl tegelijkertijd het vermakelijk karakter van de traditionele Compa Nanzi-verhalen wordt gehandhaafd. Een mooie prestatie.

Lees hier de recensie

Meer over ‘Compa Nanzi’s Capriolen’

Joan Leslie, Aruba, Caraïbische letteren, Compa Nanzi’s Capriolen, Anansi, Suriname, Compa Nanzi-traditie,

Eigenzinnige kijk op de blues

Menno Pot in De Volkskrant op vrij 06-01-2012 over Boom’s Blues van Wim Verbei:
De jonggestorven Frans Boom schreef tijdens de oorlog de eerste serieuze bluesstudie ter wereld. Nu is ze eindelijk gepubliceerd . (…) Booms studie beslaat de helft van het boek. De andere helft is een opzienbarende biografie van de vergeten auteur. (…) Boom’s Blues is een belangrijk boek, dat een stuk verloren gewaande, zeventig jaar oude Nederlandse popjournalistiek avant la lettre bevat. Het is ook belangrijk omdat het de man introduceert die Nederland probeerde bij de brengen dat om de muzikale klaagzangen der negers ook gegrinnikt mag worden.
Lees

“Bernardo Ashetu heel goed in de kleine waarneming.”

Guus Middag in NRC Handelsblad [Boeken] over Dat ik je liefheb, vrij 06-01-2012:

Bernardo Ashetu

Dit is de poëzie van Bernardo Ashetu: surrealistische sfeer, veel verschillende invallen tegelijk, associatieve sprongen. Dat zorgt voor raadselachtige gedichten. (…) Misschien moet je dit soort poëzie dan maar schouderophalend opzij leggen, maar dat lukt mij niet. Daarvoor moet ik er toch te vaak om grinniken. (…) Zijn wonderlijke gedichten zijn altijd kort, zonder rijm en zonder vaste vorm. Het is poëzie van losse waarnemingen. Soms nemen ze de vorm aan van simpele liedjes, licht en kinderlijk, maar meestal zitten er gaten in. (…) Klein oeuvre, kleine gedichten, heel goed in de kleine waarneming.

Eerder schreef Guus Middag al over Bernardo Ashetu in NRC Handelsblad:
Ashetu heeft een mooi vervreemde, vervreemdende blik op de werkelijkheid. Hij kan met nieuwe ogen kijken naar zoiets alledaags als een wekker. Hij kan als een kind, of een geliefde, opgaan in magische handelingen, altijd in oorspronkelijke bewoordingen. (…) De poëzie van Ashetu is mal, vreemd, kinderlijk – maar ook altijd fris. De beelden zijn verrassend en onvoorspelbaar, nooit belegen en nooit cliché.

‘Groenewegen slaagt wonderwel.’ ‘Mooie biografie zet aan tot het ontdekken van Ottens literaire werk.’

Historisch Nieuwsblad over ‘Te leven op duizend plaatsen. Jo Otten 1901-1940’ (nummer 01, jaargang 2012):
Iets te dikke, maar mooie biografie van de jong gestorven Rotterdamse schrijver en wetenschapper Jo Otten, die in 1928 promoveerde op een interessant proefschrift over het Italiaanse fascisme. Groenewegen geeft een levendig beeld van het literaire leven in het Interbellum, waarin Otten contact had met essayist Menno ter Braak. Beiden stierven in de meidagen van 1940: Ter Braak door zelfmoord, Otten door een bombardement. Waar Ter Braak een plek in de literatuurgeschiedenis verwierf, raakte Otten in de vergetelheid. Groenewegen doet een poging hem daaraan te ontrukken en slaagt wonderwel. Hij schetst het beeld van een overgevoelige en eenzame jongen, die zijn heil zocht, en vond, in boeken. Lezing van dit proefschrift, waarvan deze uitgave een handelseditie is, zet aan tot het ontdekken van Ottens literaire werk.

«Eén grote satire.» – Fred de Haas

Compa NanziOver ‘Compa Nanzi’s Capriolen’ van Joan Leslie in Ñapa/Amigoe, 7 januari 2012:
De Arubaanse schrijfster Joan Leslie heeft Nanzi een nieuw jasje aangetrokken. In haar ‘Compa Nanzi’s Capriolen’ leeft Nanzi in onze moderne tijd. In Amsterdam nog wel. Het Sodom en Gomorra van de Nederlandse multiculturele samenleving! Er wordt ruim baan gemaakt voor spottende verwijzingen naar populistisch politieke partijen als ‘Trots op Nederland’. We komen ook een hybride ‘Rita Verburg’ tegen, een symbiose van de voormalige ministers Rita Verdonk met haar ‘valse lach’ en de truttig overkomende Gerda Verburg. Venijnige kritiek wordt geleverd op het huichelachtige begrip ‘Vrijheid van Meningsuiting’ dat wordt misbruikt om allochtonen te vernederen. (…) Maar je kan in het boek ook lachen om een verhitte discussie over de benaming ‘Negerzoenen’ (een prachtnaam voor een Hollandse met chocola omhulde lekkernij) die – zogenaamd – als discriminerend wordt ervaren, maar door Rita Verburg met hand en tand wordt verdedigd. Het boek is, kortom, één grote satire met oplichter Nanzi als leidende figuur. (…) ‘Nanzi’s Capriolen’ zou uitstekend geschikt zijn om dienst te doen bij inburgeringslessen al was het maar omdat het boek een uitgebreid en ironisch perspectief biedt op de gewoonten in Nederland en de multiculturele problematiek. De auteur geeft er blijk van dat ze een uitstekende kijk heeft op het reilen en zeilen van onze volkse multiculti-samenleving.

Lees hier het artikel

Meer over Compa Nanzi’s Capriolen