«Mooi uitgegeven boek.»

978-90-6265-667-7Over ‘Boom’s Blues’ van Wim Verbei in Historisch Nieuwsblad, maart 2012:
Dit mooi uitgegeven boek bestaat uit twee delen: er is de biografie van Frans Boom, de Amsterdammer die in 1943 de eerste publicatie ter wereld schreef over de bluesmuziek. Wim Verbei vertelt hoe Boom in aanraking kwam met deze muziek, maar ook over zijn vriendschap met de musicoloog Will Gilbert, die in de oorlog voor de Kultuurkamer werkte en aan de wieg stond van het door de Duitsers uitgevaardigde Jazzverbod. Deel 2 bevat een uitgave van het manuscript van Boom: ‘De Blues, Satirische liederen van de Noord-Amerikaanse neger’. Bijgevoegd is een cd met bluesnummers uit Booms collectie.
Meer over Boom’s Blues
Wim Verbei, Frans Boom, biografie, bluesmuziek, Will Gilbert, Kultuurkamer, jazzverbod, De Blues -Satirische liederen van de Noord-Amerikaanse neger,

Tjeerd Ybeles Smit – Sterven doe je zo. Novelle

Sterven doe je zo
TJEERD YBELES SMIT
Sterven doe je zo.
Novelle
Nederland
Genaaid gebonden met stofomslag en met leeslint,
128 blz., € 17,50
september 2012
ISBN 978-90-6265-805-3

Presentatie 30 september 2012 in Pletterij Haarlem m.m.v. o.a. J.P. den Tex

Sterven doe je zo is het literaire debuut van Tjeerd Ybeles Smit.

Tjeerd Ybeles Smit kan schrijven. De helderheid en ook de personage Huidenkoper doen direct denken aan Lijmen/ Het been van Elsschot. Toch is dit boek van een heel andere orde, want Sterven doe je zo is een novelle over de dood. Tjeerd Ybeles Smit speelt met dit thema en de angst daarvoor, en hij doet dat zo natuurlijk dat je de novelle niet anders dan met veel plezier kunt lezen. Wat dat betreft is de titel uitstekend gekozen, het doet aan een ‘doe het zelf’-cursus denken en is dat misschien ook.

Sterven doe je zo staat met beide benen op de grond. Het verhaal is doordacht, heeft diepgang en is tegelijkertijd humoristisch. Tjeerd Ybeles Smit heeft een literair kleinood geschreven, een boek, dat zeker over dit onderwerp, nog geschreven moest worden.

De tijd is gekomen voor het tweede deel van de methode Sterven Doe Je Zo. Ik heb er zevenentwintig jaar over gedaan om deze schriftelijke cursus in elkaar te zetten, dus profiteert ervan. Nog nooit zijn mensen voor minder gestorven! Sterven voor niks! Zorg dat je erbij komt!

We verrijken ons leven met geleerdheid, maar van een cursus ‘sterven, hoe doe je dat?’ heb ik nog nooit gehoord. Als je vrouw een kind krijgt ga je als echtgenoot mee naar zwangerschapsgymnastiek om te leren persen, maar er is nergens een school waar je leert solidair te zijn met de stervenden. Laat staan dat er ergens een buurthuis is waar je onder het toeziende oog van een gediplomeerde leraar zelf een beetje kunt oefenen in doodgaan.

Theo Ruyter – Retourtje Afrika. Novelle

Retourtje Afrika
THEO RUYTER
Retourtje Afrika.
Novelle
Nederland
Genaaid gebrocheerd, 192 blz., € 16,50
2012
ISBN 978-90-6265-802-2

Als de vader nog één keer het land wil zien dat hij in de loop der jaren, diep in zijn hart, heeft bewaard als zijn tweede vaderland, stelt hij zijn kinderen voor met hem mee te gaan. Maar het land is niet meer wat het was. Een Japans restaurant en een pinautomaat zijn er even gewoon als in Parijs of Milaan. En het maakt weinig indruk op de kinderen. Alleen de aanwezigheid van een pooltafel doet Thijs opveren en, als verwende Hollandse puber, is Sanne in alle staten, wanneer zij genoegen moet nemen met een staplaats in de bus.
Naarmate de reis vordert, nemen de wederzijdse irritaties toe. De ene na de andere, door de vader bedachte, attractie valt in het water en als een roekeloze actie van Sanne amper goed is afgelopen, geeft de vader het op. Deze reis was een verkeerde beslissing. De rit uitzitten, meer kan hij niet doen.

Theo Ruyter is een vroege babyboomer, die na zijn studie de dienstplicht wilde omzeilen en zijn geluk zocht in Afrika. Zijn laatste publicaties in boekvorm zijn Requiem voor de Hulp (2005) en De koe lacht niet meer (2009).

Ik hoor de kikkers niet meer! Toen ik gisteren de vensters van de kamer naar de tuin opende, klonk hun gebrul me als een juichend welkom in de oren. Dit in tegenstelling tot de omvangrijke non van de receptie in haar verschoten witte pij, die de indruk had gewekt dat het haar volkomen koud liet of we hier onze intrek namen of niet. De schemering moest nog vallen, maar ik zag er geen een bewegen. Net als die allereerste keer, toen ik in het donker – met onvaste tred en bang voor alles – de directe omgeving van mijn debuuthotel in Dar es Salaam verkende.

Rogi Wieg – Khazarenbloed. Gedichten

Khazarenbloed
ROGI WIEG
Khazarenbloed. Gedichten

Nederland
september 2012
Ingenaaid, 72 blz., € 17,50
ISBN 978-90-6265-807-7

Met tekeningen van Abys Kovács

Presentatie 21 oktober in Pletterij Haarlem

Rogi Wieg publiceerde zijn eerste bundels op twintigjarige leeftijd in 1982. Sindsdien verschenen van hem zo’n 25 titels, waaronder ook romans, novellen en verhalen, en werd hij gelauwerd met diverse belangrijke poëzieprijzen. Hij werd geïnterviewd door onder meer Ischa Meijer en Theo van Gogh.

Vooral de laatste 15 jaar vecht hij tegen zware depressies. Hij schreef er in 2003 – wat kan een schrijver anders doen? – een boek over: Kameraad Scheermes. Op onthutsende maar ook geestige wijze beschrijft hij hierin de lijdensweg van iemand die lange tijd op de rand van het bestaan heeft gebalanceerd.

Van Rogi Wieg zijn de regels: Ik ben niet jong meer, ik heb in het gesticht gezeten, mijn vingers staan stijf van de medicijnen, en toch ga ik een blues spelen op de piano.

In Khazarenbloed speelt Rogi Wieg de blues in een reeks indringende en persoonlijke gedichten. Zo schrijft hij voor het eerst over zijn overleden vader. Zoals voor de Khazaren de keuze voor het Jodendom een overlevingsmechanisme was, is het schrijven van gedichten dit ook voor Rogi Wieg.

‘Poëzie is een daad van bevestiging,’ zoals Remco Campert ooit schreef. Zolang Wieg leeft, wil hij, op die momenten dat hij de kracht nog heeft, bevestigen dat hij nog bestaat.

«Rogi Wieg is een van onze grote dichters.» – Arie Storm (2012)

Abys Kovács (Hongarije, 1976) woont en werkt in Nederland. Zij volgde de Gerrit Rietveld Academie, is beeldend kunstenaar en exposeerde schilderijen, tekeningen en installaties in diverse landen. Tekeningen van haar hand verschenen ook in de Nederlandse literaire tijdschriften De Gids en Nynade. Kovács studeerde in Hongarije Nederlands en Geschiedenis, is promovenda in Hongarije en bereidt zich tevens voor op een promotie aan de VU in Amsterdam.

Elodie Heloise – Woestijnzand. Verhalen

Woestijnzand
ELODIE HELOISE
Woestijnzand

Curaçao
Genaaid gebrocheerd, 192 blz., € 16,50
september 2012
ISBN 978-90-6265-803-9

Presentatie 16 september in Podium Mozaïek in Amsterdam

Maria ‘Shon Chia’ Emerencia zit in haar schommelstoel op de porch als ik met mijn pick-up het zandpad oprij dat naar haar landhuis leidt. Ze weet dat ik kom. Vanaf haar heuvel heeft ze mijn stofspoor allang gezien.
Ik parkeer in de schaduw van een amandelboom en als ik het portier opendoe, proef ik het fijne zand dat ik zelf heb doen opstuiven. Saharazand. Op de adem van de wind is het over zee gereisd. Om duizenden mijlen verderop de Curaçaose bodem te bedekken. De oorsprong ervan is onderweg verloren gegaan. Is vermengd met zoutkristallen, geschuurd door passaatwinden en gewassen door tropische regens. Ik weet dat ik daarom bij Shon Chia ben. Shon Chia heeft nog een stuk van de oorsprong in handen.

Met deze verhalenbundel Woestijnzand neemt Elodie Heloise de lezer mee in de verschillende lagen die de Curaçaose samenleving kent. Van eigentijdse perikelen tot verhalen die ver in de tijd teruggaan maar die nog altijd zijn weerslag hebben op het nu.

Elodie Heloise (1968) woont en werkt op Curaçao. Ze maakt portretten van ‘gewone’ Curaçaoënaars voor het Antilliaans Dagblad, werkt er op de redactie, schrijft voor onlinemagazine Cpost.nl. Momenteel werkt zij aan een roman. De rode draad in alles: een levende liefde voor het eiland Curaçao.

Hans Vaders – Terug tot Tovar. Novelle

Terug tot TovarHANS VADERS
Terug tot Tovar

Curaçao
Genaaid gebonden met stofomslag, 104 blz., € 16,50
september 2012
ISBN 978-90-6265-697-4

Presentatie 16 september in Podium Mozaïek Amsterdam

Een rum en absinth drinkende voormalige danseres op een koude hotelkamer. Een leraar en wetenschapper op zoek naar zijn roots in Colonia Tovar, Venezuela. Twee levens die elkaar net niet raken. Tussen haar speelgoedbeesten leeft Ilse Smiedt in een fantasiewereld bevolkt met herinneringen aan haar danscarrière en aan een gestrande liefdesrelatie. Bij het schrijven van zijn proefschrift blijkt Wim Liebknecht een geschiedvorser op zoek naar wie zijn vader was. Puzzelstukje voor summier puzzelstuk brengen de geschriften en flashbacks van Ramón Ro-mero, een bandleider en zakenman in ruste, een geschiedenis aan het licht die de levens heeft bepaald van de danseres en de wetenschapper. In een vroeger leven zat deze bandleider aan het stuur van een Studebaker. Met een snurkende Venezolaan van Duitse origine op de achterbank, koerste hij over de uitgestrekte llano’s met opdrachten van de Auslands-Organisation van de nazi’s.

Hans Vaders (Curaçao) speelt een subtiel spel met parallelle verhalen. Verleden en heden schuiven in elkaar en omhullen de lotgevallen van de hoofdpersonen met een fatale betovering. Zo is Terug tot Tovar een labyrint van terugblikken en gebeurtenissen. Personages scheren langs elkaar heen. In een flamboyante stijl roept Vaders een raadselachtige atmosfeer op die herinnert aan de wereld van Gabriel García Márquez en William Faulkner.

Over Otrobanda, Vaders’ tweede prozaboek, schreef Michiel van Kempen: ‘Bevat juweeltjes van beschrijvingskunst’.

‘Ik, Ramón Romero de las Rosas, heb de mannen voorzichtig in die greppel gelegd. Met eerbied ja, met eerbied, zoals je alleen voor een mens, een kameraad, al is het de vijand, kunt opbrengen. Aan alles komt evenwel een einde en het uitzicht over de glinsterende, snelstromende Tuy in het dal was overweldigend met Tovar in de verte.’

Boeli van Leeuwen – Een vreemdeling op aarde. Roman

Een vreemdeling op aarde
BOELI VAN LEEUWEN
Een vreemdeling op aarde

Nederland/ Curaçao
Genaaid gebonden, met leeslint, 208 blz., € 17,90
Heruitgave, 5de editie, 1 oktober 2015
ISBN 978-90-6265-808-4

«Een van onze grootste schrijvers.»
– Tommy Wieringa

Een vreemdeling op aarde is het vierde boek uit het oeuvre van Boeli (dr. mr. W.C.J.) van Leeuwen (1922-2007) dat conform de gebonden edities van De eerste Adam, Schilden van leem en Het teken van Jona opnieuw verschijnt. De roman (1962) is samen met de romans De rots der struikeling (1959) en De eerste Adam (1966) wel ‘de trilogie van een displaced person’ genoemd.

Kai, zoon van een Venezolaanse moeder en een Friese vader is op Curaçao geboren. Hij zoekt zijn heil in Nederland – weg van het mislukte huwelijk van zijn ouders op Curaçao, weg van zijn blanke wortels in een zwarte samenleving. Maar in Amsterdam kan hij niet aarden in het Amsterdamse Leidsepleinleven van de jaren vijftig. Op de vlucht voor zijn alcoholverslaving hervindt Kai in Spanje zijn geschonden vertrouwen in de liefde en in de medemens in een tijdelijke relatie met een getrouwde vrouw die de uiteindelijke terugkeer naar Curaçao mogelijk maakt.

Van Een vreemdeling op aarde verscheen in 2006 een Engelse vertaling bij Peter Lang Press als A Stranger on Earth. Voor De rots der struikeling ontving Boeli van Leeuwen in Nederland de Vijverbergprijs (de tegenwoordige F. Bordewijkprijs. In 1983 werd hij voor zijn literaire werk bekroond met de Cola Debrotprijs, de belangrijkste Antilliaanse culturele onderscheiding. Na zijn pensionering dat jaar werkte hij als pro-Deo-advocaat in de armenwijken die hij ‘schaduwzijde van the neat Dutch treat in the Caribbean’ noemde. Ook wijdde hij zich opnieuw aan het schrijven, wat onder mee resulteerde in de romans Schilden van leem (1985), Het teken van Jona (1988) en zijn befaamde columnverzameling Geniale anarchie (1990) waarmee hij een nieuwe lezersgeneratie aan zich wist te binden. In 2007 werd hem door het Fonds voor de Letteren als waardering voor zijn hele oeuvre een eregeld toegekend.

Michiel van Kempen – Wat geen teken is maar leeft. Gedichten

Wat geen teken is
MICHIEL VAN KEMPEN
Wat geen teken is maar leeft

Nederland
Ingenaaid, 56 blz., € 15,–
september 2012
ISBN 978-90-6265-698-1

Presentatie 23 september 2012 in Vereniging Ons Suriname in Amsterdam

Op de grens van poëzie en proza schrijft Michiel van Kempen vaak lange gedichten die hoogst persoonlijk van toon zijn. Niet voor het eerst wordt de liefde in de literatuur bezongen en ook het einde daarvan, maar wat deze bundel zo bijzonder maakt is het beschrijven van de breuklijn daartussen. Hoe er toch nog iets tussen mensen kan zijn als het overduidelijk voorbij is. De ooit zo begeerde wordt haast een vreemde. Zelfs woorden krijgen een nieuwe betekenis. Een bed wordt lits-jumeaux.

Hoe kan een taal die wij beiden
vanaf de eerste aai blindelings spraken
met open ogen zo ontregeld raken.

Van Kempen beschrijft de totale ontluistering na het verlies en spaart de ‘ik’ daarbij geen moment.

Thuis is niet waar jij je hebt verbeeld dat thuis was
Aankomst is gesmolten sneeuw en vreemdheid die verdampt

Hij laat zien dat het menselijk bedrijf slechts de spelers ervan betreft. De wereld draait door alsof er niets aan de hand is en ook de natuur laat zich nog steeds van haar beste kant zien.

en wij die binnen de klanken van dit waterland
wonen, laten geen traan, want wat niet zinkt
en wat niet drijft en wat niet zweeft
en wat geen teken is maar leeft
en is en is en is, begraaft de waan
het is van geen betekenis geweest

Michiel van Kempen is wetenschapper en schrijver. Hij is de auteur van verschillende bloemlezingen en essaybundels over Surinaamse literatuur en van diverse romans en verhalenbundels. Wat geen teken is maar leeft is zijn eerste dichtbundel.

Michaël Slory – Torent een man hoog met zijn poëzie. Bloemlezing

Dubieuzen
MICHAËL SLORY
Torent een man hoog met zijn poëzie

Suriname/Nederland
Genaaid gebonden met stofomslag en leeslint, 80 blz., € 17,50
september 2012
ISBN 978-90-6265-806-0

Presentatie 23 september 2012 in Vereniging Ons Suriname in Amsterdam

Bezorgd door en met een Nawoord van
Michiel van Kempen

Michaël Slory is een meertalige dichter, die sinds hij in 1961 zijn debuut maakte met Sarka/Bittere strijd, een belangrijk deel van zijn oeuvre heeft geschreven in het Sranantongo. In de tweede helft van de jaren ’80 van de 20ste eeuw legde hij zich geheel toe op het schrijven in het Nederlands en het Spaans. Het werk van Slory tot 1991 werd gebloemleesd in de bloemlezing met vertalingen Ik zal zingen om de zon te laten opkomen. In Torent een man hoog met zijn poëzie is een ruime keuze opgenomen van het Nederlandstalige werk dat hij schreef in de jaren 1995-2005, en verder een keuze uit gedichten in het Sranantongo waarvan de eerste versie ontstond in de jaren 1973-1975. Zo goed als alle gedichten heeft Slory zelf grondig gereviseerd in 2011, en hij heeft die gedichten nog aangevuld met nieuw geschreven werk. John Leefmans tekende voor nieuwe vertalingen van Slory’s Sranantongo poëzie naar het Nederlands.

Slory is zich scherp bewust van de taak die hij als dichter heeft te vervullen, een ethische taak met esthetische middelen: de wachter te zijn van een paradijs dat misschien alleen bestaat in het hoofd van de dichter, maar dat juist dáárom maakt dat voor de dichter geen alledaagse taak is weggelegd. Zelfs al betekent dat ook vaak een positie in isolement. Want een man die hoog torent met zijn poëzie, reikt met zijn taal naar iets waar anderen niet komen. Michaël Slory heeft deze bundel zelf willen zien als zijn testament op de 75-jarige leeftijd die hij in 2010 bereikte. Dat is deze bundel maar tot op zeer relatieve hoogte geworden. En dat kán deze bundel immers ook niet zijn, zolang de levende dichter nog elke dag zijn levensenergie omzet in nieuwe poëzie.

«De bondige zinnen schieten altijd raak en verbazen je van de eerste tot de laatste regel.» – Leon Mosselman

De laatste paradeOver ‘De laatste parade’ van Ruth San A Jong op Recensieweb, 19 februari 2012:
De dood speelt in alle verhalen een rol. De tradities die hierbij horen zijn uiteraard anders dan bij ons, en zo kan men via deze verhalen het eigene van de Surinaamse cultuur ervaren. Dit folkloristische aspect geeft een extra dimensie aan deze verhalen, die in hun geconcentreerde vorm stilistisch hoogstaand zijn. In een pagina of tien voert San A Jong je binnen in een compleet andere wereld. De kwalitatief sterke, bijzondere verhalen die je bovendien een andere cultuur doen ondergaan, maken dit bundeltje tot een waar leesgenot.

Lees hier de recensie

Meer over ‘De laatste parade’