Ernst Jansz – Molenbeekstraat. Boek en CD

Ernst JanszERNST JANSZ
Molenbeekstraat. Een liefdeslied – Boek en CD

Nederland – Nederlands Indië, Biografische roman, 1948-1970
Ingenaaid met flappen, 272 blz. met Liedteksten en incl. 16 fotopagina’s € 28,50
ISBN 90-6265-579-3
Eerste druk 2006

De Amsterdamse Molenbeekstraat, Ernst Jansz werd er geboren en woonde er tot zijn 21ste, is de plek waar de hoofdstukken in dit boek, die dezelfde titels dragen als de 14 nummers op de bijgevoegde CD, zich afspelen of hun oorsprong vinden. Want behalve over leven en liefdes van de verteller, Ernst, gaat Molenbeekstraat ook over de andere bewoners van ‘dit huis boven de grote portiek’, met name over het lief en leed van zijn moeder Jopie en zijn Indische vader Rudi. Beide verhalen zijn een ontroerend, en soms tragisch, liefdeslied.
Jansz ziet zijn eigen jeugd tot in detail terug als hij het huis leegruimt bij het vertrek van zijn moeder naar een verzorgingstehuis. Van kleuterschool tot universiteit in de woelige jaren zestig, van geluk en verdriet, van samen op pad met zijn vader tot diens dood toen hijzelf nog maar een jongen van zeventien was, van vroege vriendinnetjes tot een allereerste liefde, die hij zich in datzelfde jaar laat ontglippen, van dwalend van feest naar feest tot liftend naar het buitenland, van luisteren naar Blonde on Blonde en De Stones tot het eerste eigen bandje met zijn vrienden Huib en Joost.
Maar ook het leven van zijn ouders trekt aan hem voorbij als hij de laatste dozen opent met tal van brieven, foto’s en spulletjes. Hun ontwapende verliefdheid eind jaren dertig, zo op de proef gesteld door de oorlog die hen in het verzet dwingt, het trauma dat Rudi daar later steeds zichtbaarder aan overhoudt, Rudi’s eenzame strijd voor een vrij Indonesië, hun huwelijk van 1940 tot Rudi’s dood in 1965, dat evenwel korte tijd ontbonden was.

Zie voor CD ook www.V2music.nl

Ngugi wa Thiong’o – Slechts een korrel graan. Roman

90-6265-364-2NGUGI WA THIONG’O
Slechts een korrel graan

Roman, Kenia
de Afrikaanse Bibliotheek
Vertaling: Lieke Frese
Nawoord: Jan Kees van de Werk
Paperback, 316 blz. € 16,50
ISBN 978-90-6265-364-5
Tweede druk 1992

Ngugi wa Thiong’o herschept in zijn romans de geschiedenis van Kenia en brengt inspirerend de vrijheidsstrijders weer in levende herinnering. Zijn grote roman Slechts een korrel graan werd drie jaar na de onafhankelijkheid van Kenia gepubliceerd en behoort inmiddels tot de ‘klassieken’ van de Afrikaanse literatuur.
De roman speelt zich af op het snijpunt van de machtswisseling. De Engelsen vertrekken. Hoe zal het nieuwe bewind de gewonnen vrijheid verwerken? Ngugi onthult de verborgen barsten in de geloofwaardigheid van de bereikte vrijheid, toont de scheuren van het verraad aan de Mau Mau-strijders en waarschuwt voor de kater na de Uhuru-roes. Sinds 1982, één jaar na het verschijnen van zijn epische roman Bloesems van bloed, is Ngugi uit Kenia verbannen, is hij woordvoerder van de ondergrondse oppositiebeweging Mwakenya en is zijn roman Slechts een korrel graan van profetie tot actualiteit geworden.

«Een spannend boek, behorend tot het beste uit de Afrikaanse literatuur.» – De Volkskrant

«Een universele roman die niet aan evocatieve kracht heeft ingeboet.» – NRC Handelsblad

«Ngugi wa Thiong’o bewijst, zo dat al nodig is, dat Afrikaanse literatuur leesavontuur van de eerste orde biedt.» – Vrij Nederland
Meer over Ngugi wa Thiong’o

Ngugi wa Thiong’o – Bloesems van bloed

90-6265-236-0NGUGI WA THIONG’O
Bloesems van bloed
Kenia, Roman
de Afrikaanse Bibliotheek
Vertaling: Annelies & Karel Roskam
Nawoord Jan Kees van de Werk
Paperback, 552 blz., € 20,–
ISBN 978-90-6265-236-5
Eerste druk 1988

De moord op drie vooraanstaande inwoners in een bordeel vormt het begin van een tocht langs mythe en werkelijkheid. Tot de ontknoping van het drama voert Ngugi wa Thiong’o (Limuru, Kenia, 1938) de lezer mee door dorpen en steden, over de barre hoogvlakte en door de bergen en dalen der menselijke emoties.
Een voormalige Mau Mau-strijder, een onderwijzer, een prostituee en een vakbondsman zijn de verdachten. Door te verhalen over de levens van slachtoffers en verdachten, geeft Ngugi een indrukwekkend beeld van de wederwaardigheden van zijn volk voor, tijdens en na de onafhankelijkheidsstrijd. Zijn diepe verbondenheid met de mensen, zijn afkeer van wreedheid en onrecht maken dat hij de lotgevallen van de inwoners van een Keniaas dorp tot een boeiend en universeel verhaal verwerkt. Gebruik makend van satire en metafoor, fel realistisch en met een zeldzame poëtische kracht heeft Ngugi wa Thiong’o met Bloesems van bloed een epische roman geschreven die het menselijke gezicht van de geschiedenis van Oost-Afrika benadrukt en die een groots moment in de wereldliteratuur werd.

Ngugi wat Thiong’o heeft zeven romans, tal van kinderboeken, toneelstukken, verhalen en essays gepubliceerd.

«Een aangrijpend boek… subtiel en eigenzinnig; zonder zich af te zetten tegen de Engelse literaire traditie verrijkt Ngugi zijn werk met vele geslaagde en van taaldwang bevrijde vernieuwingen.». The Sunday Times

Pierre Lauffer – Cancionero Papiamento CD

Pierre LaufferPIERRE LAUFFER
Cancionero Papiamento

Pierre Lauffer Jr. Sings and Recites Pierre Lauffer Sr.
poëzie, muziek, Nederlandse Antillen, Curaçao
Digipack, CD 48:31
18 liederen en gedichten
inclusief tekstboek 44 blz.
€ 18,00
ISBN 90-6265-575-0
Uitgave Music & Words in de boekhandel gebracht door In de Knipscheer.

Pierre Lauffer Sr. (1920-1981) wordt tot een van de voornaamste schrijvers van Curaçao gerekend. Het eiland, het slavernijverleden en het Papiaments zijn de hoofdthema’s in zijn werk, dat behalve tal van verhalen- en dichtbundels ook publicaties over taalkunde en voor het onderwijs omvat. Hij is een van de grondleggers van Cancionero Papiamento, de eerste zangbundel in zijn moedertaal, een klassieker van het Papiamentse lied. In 1969 werd hij op de Antillen bekroond met de Cola Debrot-prijs, de belangrijkste literaire onderscheiding voor Antilliaanse auteurs, en in 1975 in Nederland met de Sticusa-prijs voor zijn gehele oeuvre.

Nu, in 2006, vijfentwintig jaar na zijn overlijden op 14 juni 1981, brengt componist en muzikant Pierre Lauffer Jr. een album uit met meestal op Antilliaanse ritmes getoonzette gedichten van zijn vader, een prachtig eerbetoon van de musicus aan de dichter. In het bij de CD gevoegde uitgebreide tekstboekje zijn de vertolkte 9 liederen en de 8 gedichten van Lauffer Sr. voor het eerst bijeengebracht in zowel het Papiaments als in Nederlandse en Engelse vertaling dankzij de medewerking van een aantal bekende vertalers en kenners van de Antilliaanse literatuur, zoals Henry Habibe, Walter Palm, Aart G. Broek, August Willemsen, Scott Rollins.
De CD bevat een bonustrack met een historische opname uit 1950 waarop Pierre Lauffer Sr. als zanger en gitarist optreedt met het Trio Lauffer.

Dirk Johan Stromberg – Tropendrift / Tropical Drift CD

Dirk Johan StrombergDirk Johan Stromberg
Tropendrift / Tropical Drift
(2006)
music, USA / poetry, The Netherlands – Indonesia
Dubbel-CD (57:00 en 44:00), 18 nummers
€ 18,00, ISBN 90-6265-601-3

Hagenaars/Stromberg
Tropendrift / Tropical Drift
Boek + CD’s in buikband
€ 29,50 set, ISBN 90-6265-600-5

Kijk hier naar de poëzievideo van het gedicht ‘Singapore: Bugis Street’

Indonesië staat centraal in Tropendrift (zie Fonds 2003), een bundel die door zijn terugkerende personages en opvallende compositie (berustend op de structuur van de Borobudur) het verhaal terugbrengt in de poëzie: 48 gedichten van elk driemaal vier regels. Belangrijkste thema’s zijn de liefde en het besef dat oorlog niet ophoudt bij het sluiten van vrede, dat voor verwerking van leed inzicht nodig is.

Tropendrift is tweetalig uitgegeven, de vertaling Tropical Drift is van John Irons.

In 2005 zette de Amerikaanse geluidskunstenaar Dirk Johan Stromberg 18 gedichten op muziek (bedoeld als een performance) die later in 2006 op DUBBEL-CD officiëel worden uitgebracht. Speciaal voor de Nederlandse liefhebbers een kleine ‘voor-editie’ gemaakt.

«Ik las Tropendrift voor het eerst in december 2004. Ik voelde me er meteen toe aangetrokken door de seksualiteit, het verlangen en de schoonheid. Ik reisde af naar Azië om een beter begrip te krijgen van de principes die aan het boek ten grondslag liggen. Het werk nam het ritme over waarin vrienden voor me zongen, alsmede de andere tijdservaring en alle nieuwe geluiden om me heen – die van tuk-tuks, natte markten en talen vol monotone melodieën. Gedurende dit proces was ik telkens verbaasd over de diepte van het boek.» – Dirk Johan Stromberg

Dirk Johan Stromberg is een Amerikaanse geluidskunstenaar die in Europa opgroeide. Zijn muzikale interesse reikt van klassiek en improvisaties tot industriële en computermuziek. Geboeid door intieme optredens, schrijft hij tevens kamermuziek met behulp van computers en een sleutelrol voor geautomatiseerde diffusie en ‘artificial intelligence’. Hij haalde zijn kandidaats Muziek aan de Texas Tech University en zijn doctoraal examen aan het Brooklyn College in New York. Momenteel doceert hij aan de Bilgi Universiteit in Istanbul. Aan Tropendrift / Tropical Drift werken verder mee de musici Douglas Cohen (stem), Andrea La Rose (fluit en piccolo), Christopher Bacas (saxofoon en fluit), Alfredo Marin (gitaar) en Andrew Livingston (bas). Douglas Cohen studeerde compositie bij o.a. Louis Andriessen, Chris Bacas speelde o.a. in de band van Buddy Rich en op North Sea Jazz Festival. Meer informatie over de musici op «Composer Dirk Johan Stromberg and personel».

Albert Hagenaars
Tropendrift / Tropical Drift
(2003)
Boek, ing. 128 blz.
€ 16,90, ISBN 90-6265-538-6

Hagenaars/Stromberg
Tropendrift / Tropical Drift
Boek + CD’s in buikband
€ 29,50 set, ISBN 90-6265-600-5

De pers over Tropendrift/Tropical Drift«Dirk Johan Stromberg reisde naar Azië om de sfeer te proeven en voorzag achttien gedichten uit Albert Hagenaars ‘Tropical Drift’ van muziek. Hoewel akoestische instrumenten zijn gebruikt, is het eindresultaat van deze ‘gesproken opera’ zozeer met de computer bewerkt dat het zich toch vooral laat beluisteren als elektronische muziek. De gedichten worden gesproken door Douglas Cohen. De muziek is in hoofdzaak opgevat als een sfeertekening en is dus sterk programmatisch. Persoonlijk heb ik hierbij de neiging uitsluitend nog naar de klankschildering te luisteren en de inhoud van de teksten aan mij voorbij te laten gaan, maar als muzikale productie vind ik deze interpretatie van ‘Tropendrift’ wel degelijk een mooi geheel.» – Lauran Toorians in Brabant Cultureel-Brabant Literair. Tijdschrift voor kunst, cultuur en literatuur (jrg. 55, nr. 4) – Brabant Cultureel

Jan Kees van de Werk – Gevleugeld vuur

Jan Kees van de WerkJan Kees van de Werk
gevleugeld vuur
poëzie, Nederland
Ingenaaid, 128 blz.,
€ 16,50
ISBN 90-6265-571-8
Eerste druk 2006

De nieuwe dichtbundel van Jan Kees van de Werk bestaat uit twee delen: gevleugeld vuur en woorden op de wind.
Het eerste deel verwoordt zijn directe levensomgeving, het tweede deel roept zijn Afrikaanse ervaringen op. Twee werelden die elkaar overlappen, aanvullen en in evenwicht houden, en waarin de natuur een bindend element is. De staccato vormgegeven en hoofdletterloze gedichten worden voor de lezer een vloeiend verhaal waaraan hij zijn eigen interpunctie kan geven. “Een kunstenaar maakt slechts de helft van zijn kunstwerk.”

Wat over zijn eerder verschenen poëzie geschreven is geldt evenzeer voor gevleugeld vuur:

“Bij Jan Kees van de Werk is de verbeelding aan de macht. Met de verwondering van een kind en het inzicht van een volwassene zuigt hij indrukken op, met de kracht van het woord verbeeldt hij zijn ervaringen, ontmoetingen, gevoelens.” – Amersfoortse Courant

“Hij neemt de tijd om betekenis toe te kennen aan de bewegingen in het zand, aan het onzekere licht van een nieuwe dag op de horizon, (…), aan de schaduwen van het leven die over de gezichten van de mensen trekken.” – Breyten Breytenbach

“Geurende poëzie van de enige Nederlandse griot.” – de Volkskrant

Jan Kees van de Werk is ‘de peetvader’ van de Afrikaanse literatuur in Nederlandse vertaling. Hij startte in 1978 de Afrikaanse Bibliotheek waarin in 20 jaar 50 delen zijn verschenen en maakte zo de literatuur uit Afrika bekend in Nederland en België. Voor zijn journalistieke werk over Afrika en voor de Afrikaanse literatuur werd hij meermalen bekroond zowel in Nederland (Dick Scherpenzeelprijs, 1992) als in Afrika (o.a. APNET Award for Support to African Publishing, 2002). Als dichter werd hem in 2002 de Imbongi Yesizwe Poetry International Award toegekend.

De pers over Gevleugeld vuur«Bij deze dichter speelt de natuur een allesoverheersende rol. Het is de natuur van wandelen en vondsten oprapen, van ruiken, horen, voelen en proeven. De dichter roept, via indringende impressies, kleine herinneringen op aan zijn gezin, maar ook aan de sfeer van vroeger: de bewonderde, nu dementerende moeder die zo mooi piano speelde. In het tweede deel verplaatst het decor zich, bijna ongemerkt, naar het Afrikaanse landschap: het is dezelfde manier van kijken, nu naar een kleurrijker flora en fauna en met meer tromgeroffel. Daartussendoor poogt hij de vreemde cultuur te doorgronden. De vorm is liedjesachtig: korte regels, weing lidwoorden, maar wel veel alliteratie en assonantie. De intieme natuurimpressies van deze reiziger, Afrikakenner en dichter lijken door hun vorm en zangerigheid meer geschikt om te beluisteren dan om te lezen.» – Els van Geene NBD/Biblion

Jan Kees van de Werk: dichter, reiziger, waarnemer

«Jan Kees van de Werk is dichter, reiziger, waarnemer. In een vroeger leven was hij uitgever van de Afrikaanse Bibliotheek en vurig pleitbezorger voor een paar van de meest verrassende schrijvers die het continent heeft voorgebracht: veel te vroeg overleden kunstenaars als Sony Labou Tansi uit Congo en Yvonne Vera uit Zimbabwe; of Werewere Liking die in Ivoorkust werkt. Mensen die op hun eigen manier de taal naar hun hand hebben gezet.
Poëzie is een geconcentreerde vorm van de taal naar je hand zetten en Jan Kees van de Werk doet dat op een heel eigenzinnige manier. Hij stript de taal. Geen hoofdletters, punten of komma’s. Vaak niet meer dan één enkel woord op een dichtregel. Schaars gebruik van bijvoeglijke naamwoorden waar anderen zo vaak en zo kwistig mee strooien.
Als je zijn nieuwste bundel – Gevleugeld vuur – opendoet loop je dus geen overdadig geornamenteerde kathedraal binnen. Eerder bevind je je in een eenvoudige witgeschilderde dorpskerk, waar geen beeldenstorm woedt die je naar adem doet happen.
Toch is er veel te zien. Hollandse landschappen in het eerste deel van de bundel: de bossen in de buurt van het huis van de dichter, de hemel
erboven, reigers, vee en grijze regen. De Afrikaanse landschappen in het tweede deel zetten je in de schroeiende woestijnzon. Ook daar heerst de
hemel, lopen olifanten en kamelen over de pagina’s. Die landschappen worden ook bevolkt. In Afrika trekken de vrouwen de aandacht. Van de Werk beschrijft ze met een combinatie van verrukking en bewondering, zoals de zinnelijke godinnen op het eiland Gorée voor de kust van Senegal. Daar gaan ze, in “sirenen van goree”, bevrijd van de loden herinnering aan de slavernij, waar het eiland ooit de (Hollandse!) draaischijf van was. In Nederland staat zijn eigen familie meer op de voorgrond, vooral zijn dochters die hij liefdevol portretteert.

En de dichter zelf? Hij gaat, hij valt, hij krijgt een doorn in zijn voet ergens in een droge bijna-woestijn. En thuis wordt hij beslopen door een vuile ziekte, die hij verbeeldt in “menière”, een huiveringwekkende ervaring die alleen beëindigd wordt door de geruststellende aanwezigheid van één van zijn dochters.
‘geen visa/nodig/voor stilte/en geluiden’ begint het Afrika-deel van de bundel ferm. De dichter verlaat Nederland, trekt door delen van Afrika, maakt daar prachtige reisverslagen van (ze heten “de karavaan van de verbeelding” en “kaurischelpen en kamelen”) en sleept zijn eigen taal, het Nederlands met zich mee. Zo kan het zelfs gebeuren dat een groep toehoorders ergens in een dorp in Mali zich de regels ‘henna kleurt hand’ (uit “zandtaal”) eigen maakt en als een soort avondmantra blijft herhalen. Prachtig beschreven in “de karavaan…” Het kan best zijn dat voor sommigen de dichter teveel weglaat of te grote gedachtesprongen maakt. Dan helpt het wanneer je de Hollandse polder, de Zimbabwaanse savanne of de Sahel kent. Dan vallen de beelden goed op hun plek. Maar vaak hoeft dat helemaal niet; dan staat er gewoon wat er staat. Dat heeft te maken met het ritme dat Jan-Kees van de Werk zijn poëzie meegeeft, een metrum dat je oppakt als je de gedichten hardop leest. Het heeft ook te maken met de verassende woordwendingen. Ergens regent het ‘cirkels op de sloot’. Elders wast een meisje zich in de rivier en ‘hangt druppels in de lucht’. Denk maar eens aan het beeldgebruik van iemand als Dylan Thomas, die in Under Milkwood de nachtelijke zee beschrijft als ‘starless and bible-black’… Lees dus niet alleen de regels, lees er vooral ook naast en tussen. Daar zit je eigen verbeelding en die krijgt in gevleugeld vuur en de andere bundels van Van de Werk alle ruimte.» – Bram Posthumus (Kinshasa) in www.veritate.net/edm/viewer.jsp?m=djyN&s=l7RFC

C.H. Glimmerveen – Klavecimbelstemmen

Dr. C.H. GlimmerveenDr. C.H. Glimmerveen
Klavecimbelstemmen

Studie, Nederland
genaaid gebonden, 14 x 19 cm,
144 blz. + 4 blz. in vierkleuren,
€ 19,50
ISBN 978-90-6265-574-8
Eerste druk 2006

Kees Glimmerveen is een van die auteurs die zijn hart behalve aan het schrijven aan de muziek verpand heeft, als cembalist, organist en componist. Hij publiceerde vanaf 1991 drie romans en een novelle (onder de naam Mackay) bij Uitgeverij de Prom en vanaf 1997 (als Harman Nielsen) vier romans en de zeven delen tellende fantasyromancyclus Het Verscholen Volk bij Uitgeverij In de Knipscheer. Glimmerveen studeerde o.a. astronomie en is gepromoveerd als filosoof.

Voor de vele liefhebbers en bespelers van het klavecimbel schreef hij deze cultureel-wetenschappelijke verhandeling over de geschiedenis van de theorie en de praktijk van het stemmen van toetsinstrumenten, een pleidooi voor een gedifferentieerde (muziek)cultuur. Nog altijd gangbare vooroordelen en misvattingen worden erin weerlegd; het is daarmee zowel wetenschappelijk als cultureel gezien zeer actueel. De auteur wil met de publicatie bereiken dat oude stemmingen nog minder het domein worden van theoretici en meer van musici.

«Tegenwoordig gaan we bij het musiceren vrijwel altijd uit van de evenredigzwevende stemming, waarbij het octaaf in twaalf gelijke delen is verdeeld. Dit systeem is sinds het einde van de 18de eeuw de standaard in de westerse muziek. Wanneer men echter oudere muziek authentiek wil uitvoeren zijn andere stemmingen noodzakelijk. Dat roept vooral problemen op voor bespelers van toetsinstrumenten die vooraf gestemd moeten worden. Vrijwel alle eerder verschenen publicaties over dit onderwerp waren voor mensen die wat minder gevoel voor wiskunde hebben onbegrijpelijk. Astronoom/filosoof/musicus/schrijver C.H. Glimmerveen heeft nu een handig boek geschreven waarmee de meeste bespelers van klavecimbel en klavichord (beroeps zowel als amateur) in staat zullen zijn om hun instrument zelf te stemmen. Hij biedt theoriegeschiedenis (met inde noten veel achtergrondgegevens, stempraktijk (met schema’s), keuzebepaling en diverse andere gegevens en tabellen. Opvallend duidelijke beschrijving van een voor velen (ook musici) onduidelijke materie.» NBD/ Biblion juni 2006

Harman Nielsen – De Hoge Stad. Fantasyroman

Harman NielsenHarman Nielsen
De Hoge Stad

Boek 3 in de romancyclus Het Verscholen Volk
Fantasy, Nederland
Ingenaaid, royaal formaat (14 x 21 cm), 440 blz.
ISBN 978-90-6265-572-4
Eerste druk 2006

De Hoge Stad is boek drie uit de romancyclus Het Verscholen Volk, een verhaal dat in de toekomst speelt en waarin in Het Verscholen Volk niet de sterksten maar de zwaksten op Aarde als groepjes overleven, uitgroeien tot keldervolk, karavaanvolk en riviervolk en totaal nieuwe vaardigheden ontwikkelen. Twaalf jaar later is in De Laatste Jacht de buitenaardse vijand verdwenen, maar dienen zich nieuwe vijanden, nu uit eigen kring, aan. De mens heeft nog steeds zijn zwakten.

In De Hoge Stad zijn opnieuw twaalf jaren voorbijgegaan en schemer dreigt te vallen over de wereld van ‘het verscholen volk’. Sommigen geven de oude bestaanswijze op om onderdak te zoeken in een van de verlaten steden. De Hoge Stad is donker door de hoogbouw, nauw door de stegen. De Muur die erom is opgeworpen, door puin te storten in half neergehaalde hoogbouw, is een gordel van versteende, opeengestapelde oude angst. Zoals een kathedraal die op instorten staat van ouderdom, waar geen licht meer in wil vallen, waar het wrak van een prelaat uit angst voor de eigen dood macht over het nabestaan pretendeert, en waar groepen mensen gedwongen komen geloven.. Zo is De Hoge Stad de veruiterlijking van het gekluisterd worden, het opgesloten zijn in andermans angst en machtshonger. In onvrijheid gaat de mens dood; maar uiteindelijk komt hij aan de Muur en weet er door te dringen.

De romancyclus Het Verscholen Volk is door de pers eensluidend bestempeld tot eigentijds hoogtepunt in het genre.

Harman Nielsen in een essay in 2006 voor NCSF:
“Als iemand me vraagt, waarom ik Fantasy heb geschreven, kan ik dus eigenlijk alleen maar antwoorden: waarom niet? Maar in werkelijkheid heb ik me nooit zo erg afgevraagd of het schrijven van een Fantasy-cyclus nu wel of niet lite-ratuur zou opleveren. Ik ben aan de cyclus begonnen, omdat Fantasy me de vrijheid gaf te vertellen over een speciale wereld met een speciale problematiek. Die vrijheid moet volgens mij trouwens aan alle kunst ten grondslag liggen. Maar in Science Fiction – en al helemaal in Fantasy – komt die vrijheid wel heel specifiek tot uitdrukking. De vrijheid van de verbeelding.”

«Na Het verscholen Volk en De Laatste Jacht heb ik met veel spanning gewacht op het derde deel van de Nederlandse schrijver Harman Nielsen. De reeks gaat over de Aarde ver in de toekomst. Buitenaardse slavenhalers hebben de Aarde leeggehaald. En alleen de zwakken zijn gebleven. Na honderden jaren heeft de mensheid de draad weer opgepakt. Het Wagenvolk trekt over de vlakten, het Riviervolk bevaart de wateren en het Keldervolk woont in de vernielde steden. Over de wereld heerst een stilte en een gestage waakzaamheid. De slavenhalers kunnen immers terugkomen! Gepraat wordt er nauwelijks; men communiceert door een soort vingertaal. In de vorige twee delen hebben we gezien dat er veranderingen optraden. Er is een nieuwe zelfbewustzijn ontstaan en dit heeft de psychische talenten versterkt. In De Hoge Stad is een nieuwe ontwikkeling gaande. De Witte Vrouwe roept, en velen van het Wagen- en Riviervolk hebben gehoor gegeven. De stad is afgesloten door een hoge wal, en wie binnenkomt mag niet meer weg. Wat betekent dit?
Ik kan niet anders dan enthousiast zijn. Het verhaal wordt met veel verve verteld, en het eind is sterk en met stijl. Een absolute topper.» – Dagblad De Limburger

«Harman Nielsen heeft zich in mijn ogen bovenaan de lijst van Nederlandse schrijvers geplaatst met zijn prachtige vertelling over een toekomstige Aarde, beroofd van zijn menselijke bewoners door een ras van slavenhalers. Hun bedoeld lot was uit te sterven. Na eeuwen heeft zich toch weer een gemeenschap ontwikkeld. Het gesproken woord is vervangen door een vingertaal. En nog altijd werpen de mensen steels hun blik naar de hemel. De mensen ontwikkelen nieuwe talenten. Sterke geestelijke vermogens geven sommigen van hen een enmorme potentie. In De Hoge Stad volgen we de bekende hoofdpersonen. Er is een nieuwe dreiging. De Witte Vrouwe roept het Volk naar de stad. Ze is ommuurd, en wie naar binnen gaat, komt niet meer naar buiten. Vluchters worden genadeloos opgejaagd. Wie is de Witte Vrouwe, en hoe kan haar roep zo lokkend zijn? Niet iedereen van het Volk accepteert deze ontwikkeling en er dreigt een confrontatie. Zal er weer bloed vloeien op Aarde, waar de vrede zo lang geheerst heeft?
Wederom een sprankelend feest van stijl, originaliteit en poëtische pracht. Nielsen heeft niet enkel een mooi verhaal geschreven, hij brengt de lezer bij zichzelf en de wereld van nu. Kunst is de projectie van het heden en roept daardoor emotie op. En dat doet dit verhaal. Ik heb het al eerder gezegd: een juweeltje!!!» – Gerrie van Kooij, SF Terra nr. 196

«Met de Het Verscholen Volk-cyclus waagt Harman Nielsen (pseudoniem van Kees Glimmerveen) zich voor het eerst in de fantasy. De wereld die hij neerzet, is weemoedig en zwart. Buitenaardse slavenhalers hebben eeuwen geleden het grootste gedeelte van de mensheid ontvoerd. Alleen de zwakken glipten door het net; de Aarde is een wereld van losers die winnaars zijn geworden. Er zijn nu drie bevolkingsgroepen, elk met eigen talenten: het Wagenvolk, het Riviervolk en het Keldervolk die in de restanten van de steden wonen. Andere volken mijden de steden, maar in dit deel, een vervolg op ‘De Laatste Jacht’ worden de kinderen van Mus gedwongen naar de mythische en verboden Hoge Stad te gaan. Vergelijkbaar met Ursula Le Guin. Het beste dat de Nederlandse fantasy te bieden heeft.» – NBD/Biblion

«In Nederland worden weinig fantasyboeken geschreven, het land telt dan ook maar een paar fantasyschrijvers. Harman Nielsen (een pseudoniem van Kees Glimmerveen) is er zo een. Hij heeft ook ‘gewone’ romans geschreven, zoals Judas, Waanzin en Michelangelo’s Marmer. Een paar jaar geleden is hij begonnen met het schrijven van een fantasy-trilogie, Het Verscholen Volk, en nu heeft hij heeft het derde deel geschreven. In deze episode, De Hoge Stad, bouwt hij verder op het verhaal dat hij is begonnen in Het Verscholen Volk (2003) en /De Laatste Jacht (2004).
De serie begint met het verhaal van een buitenaards ras, de K’zan, die een groot deel van de mensheid heeft weggevoerd als slaven. Alleen de zwakken blijven uit de handen van de K’zan en zij leven dan ook verder, als riviervolk dat met boten over de rivieren trekt of als wagenvolk dat met karren over de vlaktes reist. In het laatste deel van de trilogie is een deel van deze volkeren in de kelders van de steden gaan wonen, en zij heten nu het keldervolk. Om zich te kunnen voortplanten komen de drie volkeren bij elkaar op de vlaktes. Zo nu en dan worden er Sprekers geboren, dat zijn mensen met speciale krachten waarmee ze bijvoorbeeld mensen kunnen genezen of het kunnen laten sneeuwen. Bron en Beer, en ook hun vader Mus, zijn zulke Sprekers. Zij komen erachter dat het wagen- en riviervolk massaal naar de Hoge Stad trekt en om een mysterieuze reden niet meer terugkomt. Als ze willen uitzoeken waarom, worden ze hierbij geholpen door Bles, een vrouw die met wolven reist, en Kauw, die in de Stad woont. Als ze ontdekken wat het volk tegenhoudt, gaan ze dit gevaar te lijf en proberen ze het te bevrijden.
Een minpunt is dat deze roman nogal eens in vaagheden vervalt wanneer het aankomt op de magische krachten van de hoofdpersonen en de belangrijke verhaallijnen. Er wordt bijvoorbeeld een lange tijd gesproken over een ‘schemer’ en een ‘helling’, waarvan op een later punt in het boek pas duidelijker wordt wat ermee bedoeld wordt, namelijk een soort hiernamaals. Daar gebeuren belangrijke dingen, want blijkbaar kunnen Sprekers de doden achterna gaan, met het risico dat ze zelf niet meer terug kunnen komen. Ook kunnen zij dieren temmen en het weer beïnvloeden, maar het wordt pas geleidelijk aan duidelijk dat dit met (een speciale) energie gebeurt. De vaagheden in de verhaallijnen liggen waarschijnlijk aan het feit dat een groot deel van het verhaal al is uitgelegd in de andere twee boeken. Dat maakt dat dit boek toch minder goed individueel te lezen is, want de informatie van de eerste twee verhalen is wel nodig om dit deel beter te kunnen begrijpen.
Toch is er nog genoeg van het verhaal helder om erachter te komen waar het over gaat. De parallelle gebeurtenissen worden om en om verteld en dat houdt de spanning er goed in. Terwijl Beer naar de stad reist en Bron bij het wagenvolk blijft, probeert Bles Mus te helpen bij het verlies van zijn vrouw, Grit. Een ander element versterkt de spanning. In de Hoge Stad heerst een duister, dat veroorzaakt wordt door de muur. Het schemerdonker dat Nielsen opwekt dringt door in het hele boek, wat met de magische krachten van de hoofdpersonen een mystieke sfeer creëert.
Het taalgebruik in het boek doet meer aan Engels denken dan aan Nederlands en voegt meer toe aan de betoverende vertelling. Er wordt veel ‘gesproken’ door middel van handgebaren, en bovendien hebben de volkeren hun eigen manier van spreken. Met woorden als ‘dat is de waarheid’ en ‘zo is het’ zetten de mensen hun uitingen kracht bij. Het vreemde taalgebruik neemt het alledaagse weg uit een taal die we al zo goed kennen. Ook de namen van de karakters zijn interessant omdat ze verwijzen naar de aard van de persoon. In een fantasiewereld komt dit uitstekend tot zijn recht.
Fantasy is een genre dat de meeste mensen al snel met Engelse boeken zullen associeren; The Lord of the Rings of Harry Potter zijn populaire voorbeelden. Deze Nederlandse trilogie wijkt af van de standaardformule die fantasy kent: geen elfen of dwergen, geen grote queeste die met behulp van magische voorwerpen volbracht moet worden. Nielsen beschrijft een samenleving die op de Middeleeuwen lijkt, maar dan gesitueerd in de toekomst. Niet alleen schrijft hij goed, hij geeft ook een eigen draai aan het genre. Met dit boek bewijst hij dat ook een Nederlands fantasyboek prachtig uit de verf kan komen.» – Marjolein Tamis op www.recensieweb.nl

«Er is veel gebeurd sinds eeuwen geleden de slavenschepen van K’zan de aardse bevolking hebben weggevoerd. Al die tijd heeft de bevolking in kleine stammen geleefd en zijn ze als nomaden over het land en het water getrokken. Maar daar komt nu verandering in, want de mensen worden opgeroepen om naar De Stad te komen. En wanneer ze hier eenmaal zijn, is het haast onmogelijk om er weer weg te komen. Enkelen lukt het, maar zij moeten dit soms met hun eigen leven betalen. Wanneer Bron en Beer (intussen volwassen geworden) hier wat aan besluiten te doen, blijken er nog meer factoren mee te spelen. Want waarom zouden mensen die van de velden en rivieren houden zich op laten sluiten in een vervallen stad? Zoals bij alle boeken uit deze serie, moet je in het begin even weer in het verhaal komen. Maar deze schrijver/filosoof is een meester in de vertelkunst en vooral de overtuigende karakters maken dit boek voor mij om te smullen.» – Sandra Pellegrom Elf Fantasy

Meer over ‘De Hoge Stad’
Meer over de Het verscholen Volk-cyclus

Mark Insingel op longlist Libris Literatuur Prijs 2005

Mijn territoriumDe jury van de Libris Literatuur Prijs 2005 heeft op 27 januari 2005 ‘Hoe hij rolt’, de in najaar 2004 bij Meulenhoff verschenen nieuwe roman van Mark Insingel, op de longlist geplaatst. In 1975 werd werk van Mark Insingel bekroond met de ANV-Visser Neerlandia-prijs. Voor zijn eerste roman bij Uitgeverij In de Knipscheer, ‘Mijn Territorium’, werd hem net niét de Multatuli-prijs 1981 toegekend.
Meer over Mark Insingel op deze site

Hugo Pos – Een uitroep zonder uitroepteken

90-6265-247-6HUGO POS
Een uitroep zonder uitroepteken

Nederland – Kwatrijnen
72 blz., paperback
€ 12,50
ISBN: 90-6265-247-6
Eerste uitgave 1987

Hugo Pos (1913) debuteerde in 1985 met de verhalenbundel Het doosje van Toeti (over zijn vroege jeugd in Paramaribo). Episodes uit zijn bewogen leven vertelde hij aan Jos de Roo in Oost en West en Nederland (1986). En zo is Pos na zijn pensionering als rechter nu plotseling schrijver geworden.
Maar schrijven voor zijn plezier heeft hij al sinds zijn studentenjaren gedaan, kwatrijnen met name, een vorm die hem op het lijf geschreven lijkt – vierregelige gedichten waarin op speelse toon de grote thema’s van de poëzie – liefde, leven en dood – aan bod komen:

Eros en Thanatos, fut, kameraad,
ze zijn de ruggengraat van mijn kwatrijnen
houd maar je dagboek bij, in grote lijnen
is gisteren even vrolijk als vandaag

Uit al die her en der gepubliceerde (in tijdschriften, als motto’s in zijn beide boeken, in de particuliere gelegenheidsuitgaven 12 Kwatrijnen en Het tweede dozijn kwatrijnen en nooit eerder gepubliceerde kwatrijnen, heeft Hugo Pos er zestig samengebracht in Een uitroep zonder uitroepteken – Een boekje om te koesteren.

Ik hijgde leven, leven, leven,
als ik naar bed moest ben ik opgebleven
tot ik erachter kwam: `La Vida breve’,
hooguit een uitroep zonder uitroepteken.