Maryse Condé – Guadeloupe. Waargebeurde verhalen uit mijn jeugd

Opmaak 1MARYSE CONDÉ
Guadeloupe. Waargebeurde verhalen uit mijn jeugd
Verhalen

Guadeloupe
Vertaling: Eveline van Hemert
Gebonden, 160 blz. € 19,50
ISBN 978-90-6265-522-9
Eerste druk 2001

Onderscheiden met Le prix Marguerite Yourcenar

Maryse Condé beschrijft het Guadeloupe van de jaren vijftig van de vorige eeuw, de wereld waarin ze als tiener opgroeide, vanuit het verbaasde kind dat ze ooit was. Het is een tijd van verborgen verdriet, verzwegen armoede en naast elkaar levende rassen: men huilt niet als een dierbare is overleden, spreekt geen creools in het openbaar, ontslaat nog kindermeisjes op staande voet.

De jonge Maryse ervaart dat blanke kinderen haar neerbuigend behandelen en denken haar te mogen slaan, enkel omdat ze een negerin is. Zelf groeit ze echter ook op als iemand van de betere klasse: ze behoort tot de keurig geklede, goed geschoeide kinderen die naar school gaan om later iemand te worden. Ze ontdekt dat het schrijven ban een opstel grote gevolgen kan hebben en het begin kan zijn van een schrijversleven waarin haar vluchten in fantasie en de droom van zelfstandigheid samenkomen

«Of ze nu fictie schrijft, sagen of verhalen, of dat ze, zoals hier, de pen pakt om te vertellen over haar eigen jeugd, in oprechte bewoordingen zonder opsmuk, ze blijft de grote Maryse Condé. – La Dépêche

«De lezer zal in het verhaal de persoonlijkheid herkennen van deze grande dame van de literatuur, die met recht mag zeggen dat ze de eed uit haar jeugd trouw is gebleven.» – L’Autre Afrique

«Deze terugkeer naar de gebarsten herinneringen van haar jeugd is voor haar de manier om haar moeilijke weg te begrijpen. En voor de lezer werpt het op boeiende wijze licht op haar bewustwordingsproces.» – Le Temps

Meer over Maryse Condé op deze site

John Leefmans – Retro. Gedichten

John LeefmansJohn Leefmans
Retro. Gedichten

Suriname, Poëzie
Ingenaaid, 104 blz., 15,75
ISBN 90 6265 498 3
Eerste druk 2001

John Leefmans (Suriname, 1933) verliet op 15-jarige leeftijd Suriname. Maakte carrière als diplomaat en woont pas sinds 1995 weer definitief in Nederland. Hij is secretaris van het Surinaamse Forum, voorzitter van de stichting Surinaams Muziek Collectief en lid van de redactieraad van OSO, tijdschrift van het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek. Hij was met onder andere Pim de la Parra, Rudi Kross en Ronald Venetiaan redacteur van/publicist in het Surinaamse tijdschrift Mamjo, en mede-oprichter van het toentertijd in Leiden geruchtmakende (anti)-literaire blad Kat t-t kaf. Bij Radio Nederland had hij eind jaren vijftig een wekelijkse rubriek Fa un tan.
In 1981 verscheen zijn eerste dichtbundel Intro onder het pseudoniem Jo Löffel. Retro, nu onder zijn eigen naam, beschouwt hij als zijn tweede bundel. Hij nam in 2000 deel aan Poetry International en vertaalde poëzie van onder meer Jules Deelder in het Sranan.

De pers over Retro
“Sisyphus hak ik dagelijks hier rust / vlecht kransen ongevraagd onbesteld / in ’t grauwe vlak, codes voor archeologen / en dagelijks de dullen moor / de muur bestormend met zijn hoofd / maar alle stenen blijven boven / gereserveerd voor de donder” (uit ‘Nocturne’).

De bundel zelf wil ik kort en krachtig samenvatten onder het motto ‘Genieten voor erudieten’. De gedichten van Leefmans voeren de lezer mee naar verre landen, Tantalus wisselt even snel met Xenophoon als Angelen plaatsmaken voor Saksen. De gedichten stomen verder en gunnen je geen enkele moment rust.

“Hier zijn we dan, mijn vrouw en ik / net levend, een werk van Westerik / Wij praten vol wijsheid met elkaar / en worden wat ouder met het jaar / Soms vliegen we uit, uit de duiventil / maar keren terug, als de melker het wil” (uit ‘Ecce’).» – geciteerd uit Yves Joris in Meander 196

Klaas Jager – Windwakken in de tijd

Klaas JagerKlaas Jager
Windwakken in de tijd. Gedichten

Nederland, Poëzie
Ingenaaid, 80 blz., 13,50
ISBN 90 6265 528 9
Eerste druk 2001

Een jeugd in het bos en open veenweidegebied van Oranjewoud en het Lage Midden vlakbij Heerenveen brengt Klaas Jager, (Luinjeberd, 1961) dichter tot zichzelf. Hij ontwikkelt een grote passie voor de natuur en gaat in dialoog met zijn omgeving, waarin het dode en het levende bij waarneming tot leven komen en als het ware een bewustzijn krijgen: alles verkeert in zijn eigen tijd en heeft zijn eigen beleving. Zijn professie als veldbioloog, specifiek gericht op vogelonderzoek, zorgt voor de kennis en ervaringen die de voedingsbodem vormen voor zijn poëzie. Tijdens het langdurige verblijf in de natuur denkt hij in sterk naar de tijd verwijzende metaforen na over het leven, de dood en het dichten.

Zijn passie voor de natuur heeft hij goed binnen een breed kader weten te verwoorden met een eigen invulling die zijn waarnemingen uit hun beperktheid tillen. (Het Nederlandse boek). Met zijn poëzie is iets bijzonders aan de hand: die is namelijk behoorlijk goed. (VPRO, Anton de Goede). Natuurliefde wordt in de stapel recente bundels het meest overtuigend in beeld gebracht met Windwakken in de tijd. Door neologismen en vakjargon (bijvoorbeeld woordledig, uitvlieggat en zondagmorgenik) plus typografische wendingen en een niet aflatende soms bezwerende toon weet hij een origineel ervaringsveld te scheppen. Onverwachte sprongen van de ene werkelijkheid in de andere kom je niet vaak tegen bij een debutant. (Haagsche Courant)

De pers over Windwakken in de tijd
«Zijn professie als veldbioloog, specifiek gericht op vogelonderzoek, zorgt voor de kennis en ervaringen die de voedingsbodem vormen voor zijn poëie, lees ik op de achterflap. Hij ontwikkelt een grote passie voor de natuur en gaat in dialoog met zijn omgeving, waarin het dode en het levende bij waarneming tot leven komen en als het ware een bewustzijn krijgen. De dichtbundel bestaat uit een grillig samengaan van verschillende dichtvormen: een eigen geschapen natuur die doorheen de pagina’s woekert en zich niet laat temmen door vaste vormen.
Een fragment als “Woord, ternauwernood / geschreven, dun / drijvend kroos over / het oppervlak, door / een zwakke bries / uiteengedreven / zo goed als los / van waar het was / in het niet te zeggen / niets vooraf.” (uit ‘WOORDEN’) staat in schril contrast met de voortwoekerende woordenstroom in ‘Contact’: “Ook vandaag weer, een hand van het licht / Zoekt en betast de dingen / In de kamer, // Veert op tegen de muur, rekt zich uit.”

Bij momenten krijgt men de indruk de natuurdichter Alberto Caeiro (een alter ego van F. Pessoa) aan het woord te horen:

Pessoa: “(…) ik zag dat er geen Natuur is, / dat Natuur niet bestaat, / Dat er bergen zijn, valleien, vlakten, / Dat er bomen zijn, bloemen en grassen, / dat er stenen zijn, rivieren, / Maar dat er geen geheel is waartoe dit behoort, / dat een ware, werkelijke samenhang / een ziekte van ons denken is”

Klaas Jager: “in de hartslag / van de tijd, het / peristaltische ogenblik // brekend op de rand / van een volgend weer / uiteen tot een ander” (uit ‘Denken dat het waar kan zijn).

Dit is geen dichtbundel die je even op een rustige namiddag doorleest, tenzij je een groot deel van de woordenkracht niet wilt proeven. Elke keer weer wordt de aandacht van de lezer getrokken naar nieuwe details in de tekst. Gelukkig wisselen hermetische teksten af met lichtvoetige natuurobservaties, want wie de ganse tijd door het dichte struikgewas moet wringen, dreigt immers al snel het geheel van de natuur uit het oog te verliezen.» – Yves Joris in Meander 196

Chawwa Wijnberg – Matses en monsters. Gedichten

Chawwa WijnbergCHAWWA WIJNBERG
Matses & monsters

Nederland / Poëzie
Paperback, 76 blz., 13,50
ISBN 90-6265-491-6
Eerste druk 2001

‘Ik probeer een ademhaling te schrijven, lucht tegen het stikken.’ – Chawwa Wijnberg in een interview in de PZC 2001.

Welke woorden kunnen beschrijven wat overlevenden van de holocaust nog dagelijks ervaren. Chawwa Wijnberg vond ze en schreef een bundel aangrijpende poëzie. In deze gedichten draait alles om dit ene thema. het is het onaanvaardbare, het onbespreekbare dat iedere keer weer om woorden vraagt. Telkens wanneer een lege plek of een brief datgene oprakelt wat nooit had mogen gebeuren, maar ook nooit vergeten mag worden.
Chawwa Wijnberg (1942) is beeldend kunstenaar en dichter. Ze was een onderduikkind. Haar vader zat in het verzet en werd in de oorlog gefusilleerd. Zij debuteerde in 1989 met Aan mij is niets te zien.

De pers over Matses en monsters
‘Zang en dans dus, tot op de laatste bladzijde. De poëzie van Chawwa Wijnberg is onontkoombaar uitnodigend. Wie haar leest gaat met haar mee op reis.’ – Paul Gellings

‘Deze bundel is meer; meer doorleefd, met meer verfijning en tederheid, maar ook harder.’ – Margriet Hogewind

Zoals de titel Matses & Monsters reeds doet vermoeden, wordt de lezer in de derde bundel van Chawwa Wijnberg geconfronteerd met de pijn en het lijden van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is het onaanvaardbare, het onuitspreekbare dat iedere keer weer om woorden vraagt, telkens wanneer een lege plek of een brief datgene oprakelt wat nooit had mogen gebeuren, maar ook nooit vergeten mag worden. Als enig kind van joodse ouders overleefde zij alleen met haar moeder, een oom en een tante de oorlog. In korte, heldere verzen tracht de auteur de pijn van dit verleden van zich af te schrijven. De gedichten willen een antwoord bieden op de vraag naar het waarom van dit lijden.

“(…) want als we het vergeten, begint het weer opnieuw (…)”, zingt Stef Bos in ‘Hier vertrok de trein’. Nadeel is dat wie in herhaling valt, de boodschap aan zijn neus ziet voorbijgaan. Deze bundel beschrijft bij momenten heel mooi de vreselijke oorlogsjaren, maar na een aantal bladzijden treedt verzadiging op.

“Morgen staat de krant vol honger / uitgebrand en weggefikt / morgen is de oorlog van soldaten / heer en meesters en hun jongens / morgen is de dag van generaals / morgen zal je sterven van de honger / slaap maar zacht / slaap is je galgenmaal”
(fragment uit ‘Morgen’).

Chawwa Wijnberg debuteerde in 1989 met de bundel ‘Aan mij is niets te zien’. – Yves Joris in Meander 196

Michel Szulc-Krzyzanowski, Henny Arendse – Henny zelf. Fotoboek

Michel Szulc KrzyzanowskiSZULC-KRZYZANOWSKI, MICHEL
ARENDSE, HENNY
Henny Zelf

Fotoboek
Nederlands € 29,50
Gebonden, 24,5 x 29 cm, ruim 150 foto’s, 96 in kleur.
Eerste druk 2001
ISBN 90 6265 527 0

Met de publicatie van Henny zelf is het leven van Henny over een periode van 24 jaar in foto’s gedocumenteerd, een uniek project van fotograaf MICHEL SZULC-KRZYZANOWSKI dat zijns gelijke niet kent.

Het begon allemaal in 1977 met Neem nou Henny. Zomaar een werkende jongere over de toen 16-jarige Henny, die aan de lopende band in de koekjesfabriek werkte. De loop van haar leven gaf om de vijf, zes jaar aanleiding tot een vervolg: in 1983 Henny, een vrouw, in 1988 Henny, 10 jaar uit haar leven en in 1993 Henny, een nieuw leven.

Henny zelf vertelt over hoe het haar sindsdien verging. Dit vijfde boek maakt duidelijk dat in de voorgaande boeken veel verzwegen bleef. Nu pas is Henny in staat vrijuit te spreken over hoe ze als kind jarenlang seksueel is misbruikt, hoe zij heeft geleden onder het alcoholisme van haar vader en zijn dramatische dood, wat het voor haar betekent om ADHD-patiënt te zijn en het medicijn Ritalin te slikken en hoe zij omgaat met het feit dat al haar zes kinderen gehandicapt zijn.

Henny zelf is zowel een voortzetting van als een breuk met de eerder verschenen Henny-boeken. Want dit vijfde boek is geen boek óver Henny, maar een boek ván Henny. HENNY ARENDSE stelde zelf de inhoud samen, in woord en in beeld. Dit gewijzigde concept had ook een andere vormgeving tot gevolg: van klein naar groot formaat, van zwart-witfotografie naar kleurfotografie.

Evenals bij de vorige boeken (o.a. Vrij Nederland, Sonja Barend) zullen kranten en tijdschriften aandacht wijden aan Henny zelf. In november vindt een expositie van de fotos plaats in De Melkweg te Amsterdam.

Michel Szulc-Krzyzanowski (Oosterhout, 1949) maakte naam met artistiek-conceptuele fotografie en met sociaal-documentaire fotografie waarmee hij driemaal de Zilveren Camera-prijs won. www.szulc.info

Alejo Carpentier – Het koninkrijk van deze wereld

Alejo CarpentierALEJO CARPENTIER
Het koninkrijk van deze wereld
Cuba, Haïti, Roman
Vertaling Arthur H. Seelemann
Paperback, 176 blz., 12,50
ISBN 90-6265 478-9
Eerste druk 1997
Tweede druk 2001

Het koninkrijk van deze wereld (1949) is het fascinerende verhaal van de gebeurtenissen op Haïti in het begin van de negentiende eeuw. De slavenopstand leidt tenslotte tot het eerste zwarte koninkrijk met een zwarte koning. Maar de tirannie blijkt slechts van kleur te zijn veranderd… In deze korte historische roman, waarin naast veel ellende en strijd ook erotiek, voodoo, pracht en praal een rol spelen, geeft Carpentier blijk van zijn visie op het kwaad van de macht en van zijn schitterende, soms poëtische verteltechniek, die hij lo ral maravilloso noemde en waarmee hij grondlegger werd van het magisch realisme.

Het koninkrijk van deze wereld kwam voor het eerst in 1997 uit in Nederlandse vertaling. Deze heruitgave in Reprise Literair is uitgebreid met Carpentiers beroemde proloog Het wonderbaarlijke werkelijke die, hoewel tot dusver alleen gepubliceerd in de eerste Spaanstalige editie, wordt beschouwd als een baanbrekend document.

In 2000 verscheen zijn novelle De achtervolging, voorafgegaan door drie verhalen in de door hem zelf samengestelde uitgave Tijdoorlog.

De pers over Het koninkrijk van deze wereld
Alejo Carpentier werd in 1904 op Curba geboren als zoon van een Franse architect en een Russische moeder. Hij zat enige tijd in de gevangenis wegens zijn verzet tegen de Cubaanse dictator Machado. Vanaf 1966 woonde hij in Parijs, waar hij tot zijn dood in 1980 een belangrijke diplomatieke betrekking had. Carpentier wordt algemeen beschouwd als Cuba’s grootste romanschrijver. In 1977 kreeg hij de Premio Cervantes, de grote Spaanse prijs voor de letteren.

«Het wonderbaarlijke werkelijke van de verbeelding enerzijds en de pijnlijke historische feiten anderzijds vinden in dit indrukwekkende boek een juiste balans.» – Vrij Nederland

«Een verrassing deze Nederlandse vertaling. De beschrijvingen zijn tastbaar, de oorsprong legendarisch. Daarenboven is het boek ongenadig ontroerend.» – De Groene

«Zelfs na een halve eeuw blijft dit boek overeind als een waardevolle aanvulling op de literatuur over Haïti.» – NRC

«Het is een tijdloze fabel die nog steeds indruk maakt. Uitgesproken literair, beeldrijk en sensueel.» – Trouw

«Al lezende wordt al snel duidelijk waarom deze roman nog altijd genoemd wordt. Carpentier is de wegbereider voor García Márquez, Vargas Llosa en Fuentes.» – Leeuwarder Courant

«Een verbijsterend boek, een triomfzang op de heldhaftige stijd en de vrijmaking van de slaven.» – Martin Ros

«Carpentiers Haïti is doorlopend bijna tastbaar concreet en de ondertoon van het relaas onweerstaanbaar ironisch.» – De Morgen

«Eerlijk gezegd vind ik de boeken van Carpentier veel beter en vooral dieper dan die van García Márquez.» – Robert Lemm

Mark Insingel – Gezichten. Gedichten

Gezichten gedichtenMark Insingel
Gezichten

Gedichten
België
Losbladige cassette met 80 gedichten € 35,–
ISBN 90 6265 226 3
Eerste druk 2000
Nog rechtstreeks te bestellen bij de uitgever

In 2000, het jaar waarin Mark Insingel 65 wordt, verschijnt deze bijzondere selectie uit zijn dichterlijk oeuvre. De bundel bevat een 80-tal gedichten die in de loop der jaren extra aandacht hebben gekregen door opname in een bloemlezing, door tentoonstellingen, poëziefestivals, uitgave op poster, ansichtkaart of T-shirt, door vertaling, bespreking of studie. Zo bezien is Gezichten de keuze van de lezer. Alleen een het gedicht Aan de Nederlandse Taal werd niet eerder gebundeld.
Veel van deze gedichten zijn ook aparte ‘gezichten’. Vanwege dit visuele en grafische aspect zijn de gedichten, gedrukt op kunstdrukpapier op het vierkante formaat van 30 x 30 cm, losbladig verzameld in een transparante cassette die tevens geschikt is als ‘wissellijst’.
Het colofonblad is door de auteur genummerd en gesigneerd. Deze oplage zal rond de 250 exemplaren bedragen.
De cassette bevat teven het tekstkatern We maakten zulke mooie dingen, waarin Tom van Deel het werk van Insingel indringend voorstelt:
«Zijn gedichten zijn voor het oog te zien (…) Insingel is zicht geod bewust van het feit dat taal niet alleen betekenis heeft, maar ook klank en vorm, vandaar dat hij in zijn teksten de muzikale en beeldende kant van woorden benut. (…) Hun schoonheid is gelegen in hun constructie, hun vorm, en die is hier tot in de puntjes doordacht en bedoeld. (…) Het resultaat is een taallichaam dat zo gedegen in elkaar zit dat het een grote houdbaarheid heeft en minder kwetsbaar is dan de mens die het heeft gemaakt. (…) De intense zuiverheid die hij aan zijn werk meegeeft zorgt voor een stehetische ervaring van de eerste orde.»

Annel de Noré – De bruine zeemeermin

annel de noréANNEL DE NORÉ
De Bruine Zeemeermin

Suriname Roman
Paperback, 256 blz., 15,75
ISBN 90-6265-480-0
Eerste druk 2000
Tweede druk 2001

De Bruine Zeemeermin is de debuutroman van de in Suriname geboren Annel de Noré (Paramaribo, 1950). Ze won er in Caracas de eerste prijs mee in een literaire prijsvraag voor ingezetenen van het Caribisch gebied.

De Bruine Zeemeermin is een wervelende Caribische roman over een Surinaamse familie. De hoofdstukken, telkens vanuit een ander perspectief geschreven, vertellen allemaal een onderdeel van het ietwat weemoedige levensverhaal van een aantal vrouwen wier geschiedenissen nauw met elkaar verstrengeld zijn. Ieder van hen krijgt op eigen wijze te maken met de traditionele ongeschrevenwetten van het ‘systeem’ van seksuele ontrouw en van buitenvrouwen in de Caribische samenleving. De centrale figuur is Ingrid, een vrouw die gevangen zit in een relatie met een man die haar soms mishandelt. Marjorie, haar dochter, lijdt daar als kind zeer onder en sluit zich ter bescherming emotioneel af. Als ze ontdekt dat haar moeder een geheime liefde had komt er een keerpunt in haar leven.

Voor de vrouw in de roman betekent liefde vooral opoffering. Geen van de vrouwen in het verhaal heeft alles wat ze wil: allemaal moeten ze keuzes maken die hun leven bepalen. Ik wil niet zozeer de keuzes uitleggen, maar wel laten zien dat we niet alles kunnen begrijpen. Soms begrijp je op een bepaald moment van je leven opeens wat de ander destijds heeft bewogen en soms zal je het nooit begrijpen. En: Ik heb geen enkel vooroordeel: niet op het gebied van ras, seksuele geaardheid, godsdienst of wat dan ook. Het is eerder omgekeerd. Ik wil de lezer een spiegel voorhouden, juist laten zien hoeveel vooroordelen er bestaan. Ik beschrijf wat ik zie en wat ik hoor om me heen. – Annel de Noré in De Ware Tijd

De pers over De Bruine Zeemeermin
«Uit het niets debuteert de Surinaamse Annel de Noré (50) met de prachtig uitgebalanceerde roman De Bruine Zeemeermin. Het verhaal lijkt eenvoudig: het beschrijft de geschiedenis van de familie Baas gedurende een eeuw. Maar al in de proloog blijkt hoe gecompliceerd die geschiedenis eigenlijk is. De oermoeder van de familie, Peetje, heeft zelf geen kinderen, maar neemt sinds 1895 alle vierendertig kinderen in haar huis op, die haar drie broers in het wilde weg hadden verwekt.» – Jos de Roo in Trouw

«Annel de Noré heeft met De Bruine Zeemeermin een psychologisch familieportret neergezet dat vergeleken kan worden met de familieromans van andere Caraïbische schrijfsters die de laatste jaren tot de populaire en veelgelezen auteurs zijn gaan behoren. Haar werk past in deze traditie en kan zich met het niveau van deze auteurs zonder meer meten. Een prachtig debuut! – Wim Rutgers in Amigoe

«Een verhaal van overspel, echtscheiding, vreugde en opgroeien in een Surinaamse familie. Maar hoe beschreven! De stijl is schitterend. Kinderen en volwassenen worden op hetzelfde psychologische plan gebracht. Geen zwart-wit tekening, maar een `moeras van tegenstrijdige emoties’. Aangrijpend en overtuigend. Het beste Caraïbische debuut sinds Bea Vianen en Astrid Roemer.» – Michiel van Kempen voor Biblion

Wiebren Rijkeboer – Voorbijland

Wiebren RijkeboerWIEBREN RIJKEBOER
Voorbijland

Nederland Roman
Paperback, 240 blz., € 15,75
ISBN 90-6265-490-8
Eerste druk 2000

In zijn debuut Voorbijland bezingt Wiebren Rijkeboer in een drieluik het verleden, het heden en de toekomst van ‘zijn’ eiland.

In Voorbijland keert Titus terug naar het eiland en wordt door de kleine, hechte gemeenschap die alles van elkaar weet al als buitenstaander beschouwd. Terwijl hij naar het veleden zoekt, schrijft Jan Veeboot zijn gedichten en verhalen: ‘gekkenpraat’ waarin de waarheid besloten ligt en slechts goed om in brievenbussen gestopt te worden.

In Getijdengebied wordt een meisje verliefd op Eusebio, ‘de eerste neger die ze ontmoette’. De opbloeiende liefde verscherpt haar zinnen en wordt verwoord in uiterst sensitief proza. De bemanning van de Wantij, het schip waarop haar vader kapitein is, kan niets anders doen dan reageren.

De oplossing geeft een scherpe en kritische kijk op het eiland: de schoonheid van de wuivende helmen en de stranden en tegelijkertijd de verwording door een Oerol-festival dat buitenproportioneel gegroeid is. Met veel compassie beschrijft Rijkeboer een gezin dat worstelt met het verdriet rond een dement geworden vader, een gestorven zoon en de verminkte Lodewijk die op haast oud-testamentische wijze het verhaal tot een eind brengt.

De pers over Voorbijland
«Zijn kritische kanttekening bij Oerol in fictieve vorm (het verhaal speelt in 2003) in het laatste verhaal doet toch zeker niets af aan de faam van Oerol. Integendeel. Nee, volgend jaar hoort Wiebren Rijkeboer zelf op Oerol te staan, in een speciale tent voor poëzie of ‘gesproken woord’, een kunstvorm die opvallend genoeg nu nog ontbreekt in het verder rijke totaal-aanbod. Wie naar Oerol gaat, maar ook wie niet in staat is het festival te bezoeken of op een geheel ander niveau kennis wenst te maken met het ‘eilandgevoel’ schaffe zich in de boekhandel onmiddellijk VOORBIJLAND aan.» – Paul Schaaps in Soft Secrets

«Met zijn bundel legt Rijkeboer een niet te verontachtzamen mening op tafel. Dat is ook een kwaliteit. (…) Een opmerkelijke bundel, al met al. Een normaal mens komt er eigenlijk niet in voor, wel Starfighters, proefboringen in de Waddenzee, cruiseschepen, een stormvloed van toeristen en dat megalomane Oerol. De eilanders. Wie zijn zij eigenlijk? Het antwoord op deze vraag ligt in de boekhandel: VOORBIJLAND. – André Matthijsse in Haagsche Courant

“Terug naar Terschelling” zou het openingsverhaal hebben kunnen heten.
Alleen bestond die meezinger van Hessel in 1978 nog niet, het jaar dat Titus Kracht op zijn geboorteplek weerkeert. Hij komt met een tweeledige missie naar het eiland: wie was zijn onbekende vader en wie is hijzelf? De sluimerende gewelddadigheid en bitterheid uit dit eerste verhaal zetten zich versterkt door in het derde. Het middelste verhaal ademt een heel andere sfeer. Een vrouw denkt terug aan haar eerste grote liefde voor een zachtmoedige zwarte scheepsjongen. Er vindt een geheimzinnige wisselwerking plaats tussen haar ontwakende gevoelens en haar angst voor de zwemlessen in zee: ‘Ik zwom naar ze toe, naar de andere kant, naar de veiligheid en ik overwon de diepte onder mij.’ – Gerrit Jan Zwier in Leeuwarder Courant

Craig Strete – Een mes in de geest

craig streteCRAIG STRETE
Een mes in de geest

Amerika, Indiaans, Roman
Vertaling: Irma van Dam
Paperback, 380 blz., € 20,–
ISBN 90-6265-487-8
Eerste druk 2000

Een mes in de geest vertelt, met een tijdeloze schoonheid en hartstocht, het trieste verhaal van angst en verlies, van grenzeloze eerzucht en wroeging van Makona en neemt de lezer mee naar nieuwe domeinen van de verbeelding.
Er bestaat geen tweede roman zoals deze. Hij roept een wereld op van een millenium geleden, een schimmig land waarin kalebasratels de doden wekken, waarin Kachina’s alles beloven maar uiteindelijk alleen de dood schenken, waarin mannen die oorlog voeren tegen de wereld leven en sterven in een woestijn zonder menselijke troost.
Deze visionaire roman is de pueblo-Indiaanse versie van Shakespeares tragedie Macbeth

Craig Strete (Cheriokee, 1950) is schrijver van romans, verhalenbundels, toneelstukken en kinderboeken.

«Strete gebruikt zijn Indiaanse erfgoed om een totaal nieuw soort fictie te creëren.» – The New York Times.

Jorge Luis Borges noemde Strete «een weergaloos artiest» en Salvador Dali schreef over hem: «Ik roem deze niet-nobele wilde wiens proza mij zegt dat de nachtmerrie werkelijkheid is.»