Erich Zielinski – De prijs van de zee

Erich Zielinski
De prijs van de zee

Roman. Nederlandse Antillen, Bonaire
Ingenaaid, 200 blz.
ISBN 978-90-6265-595-3 € 16,90
Tweede druk, nieuw omslag, 2009

Verscheen in 2008 alweer de derde druk van Zielinski’s debuutroman De Engelenbron, met De prijs van de zee lijkt het dezelfde kant op te gaan! In een gewijzigd en op De Engelenbron aangepast omslag verschijnt de tweede druk van deze opmerkelijke roman over een mysterieuze verdwijning op Bonaire.

«Erich Zielinski heeft het lef gehad een opvolger van zijn debuut te schrijven dat niet beantwoordt aan de verwachtingen. De prijs van de zee is een totaal andere roman dan De Engelenbron, zowel qua stijl als qua onderwerp. Eigenlijk is het een roman noir die aan alle normen van het genre voldoet: moord, een fatale vrouw, geld en intrige. Waarin deze roman zich onderscheidt van andere romans in dit genre is de locatie: Bonaire, Playa Frans, een vissersdorp, ver verwijderd van de bewoonde wereld. De combinatie van zich ontwikkelende karakters binnen deze roman met voortdurende suspense zorgt ervoor dat je De prijs van de zee zelfs een literaire thriller zou kunnen noemen, ware het niet dat het literaire uitgangspunt zo overduidelijk door de auteur gekozen is. Als Zielinski iets heeft duidelijk gemaakt met deze roman dan is het dat hij van vele markten thuis is. Ver verwijderd van de Nederlandse literatuur schrijft hij te Curaçao verder aan zijn oeuvre dat direct herinnert aan zijn legendarische voorgangers: Boeli van Leeuwen en Tip Marugg.» – Ezra de Haan op Literatuurplein.nl (april 2009)

«De – vele – vooruitwijzingen zijn kenmerkend voor de hechte opbouw van deze roman, die ogenschijnlijk ‘losjes’ geschreven is maar geraffineerd in elkaar steekt. We hebben hier te maken met een kundig auteur, die relatief grote groepen van lezers zal aanspreken en die het verdient om in bredere kring bekend te worden. De schrijver laat, in beperkte mate, de dramatiek naar voren komen, zoals hij dat ook doet met de seksualiteit. Hij weet dat alles, evenals de spanning, uitstekend te doseren, tot op het laatst toe, en dat is een knappe prestatie. Beetje bij beetje onthult Zielinski de ware toedracht van de crime passionel die zich heeft afgespeeld.» – Joost Minnaard in OSO, Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied (juni 2009)

Herman van Bergen e.a. – Snèk Book Curaçao Boek + CD

Herman van Bergen e.a.
Snèk Book Curaçao
Nederlandse Antillen, Curaçao
Genaaid gebonden, groot formaat, 168 blz.,
geïll met 250 foto’s en 40 tekeningen in kleur
+ cd Los Presidentes
ISBN 978-99904-0-934-5 € 34,50
2009
Uitverkocht

Nederlandstalige editie 2009

Curaçao heeft honderden snèks. Ze heten Papa Ku Pechi, Frena Pretu, El Provocon of 4th of July. Ze zijn vernoemd naar een Flamboyan of een Shimaruku, die er inmiddels al jaren niet meer staat, naar een wijk of naar het spel dat er het meest gespeeld wordt: domino.

Het zijn (vaak huiselijke) ontmoetingsplekken waar je een koel drankje kunt drinken, een heerlijk hapje kunt eten, muziek kunt luisteren, waar je mannen en vrouwen tegenkomt met wie je een praatje kunt maken over van alles en nog wat. Elke snèk is uniek. Immers elke eigenaar geeft de snèk zijn eigen gezicht, heeft zijn eigen muzikale voorkeur, en trekt zo zijn eigen klantenkring.

Je vindt ze overal. Populaire snèks, duidelijk zichtbaar langs de kant van de weg, en verborgen snèks die alleen bekend zijn bij de vaste bezoekers. Hooggelegen met een uitzicht op huizen, bomen en heuvels in de wijde omtrek, midden in het centrum tussen winkels of onder de rook van de raffinaderij.
De snèks hebben een ding met elkaar gemeen, namelijk dat ze een onlosmakelijk deel van de Curaçaose samenleving vormen. In die mate dat er sprake is van een snèkcultuur, onvergelijkbaar met de rol van bars, cafés, restaurants en winkels elders in de wereld. Een cultuur met een eigen taal en eigen gewoontes, misschien zelfs met eigen normen en waarden, voortgekomen uit de Curaçaose, de Zuid-Amerikaanse, de Portugese, de Chinese en de Nederlandse culturen.

Over die cultuur gaat dit snèkboek: over het dagelijkse leven op Curaçao, over de eigenaren, het personeel en de bezoekers van de snèk. De snèkcultuur van Curaçao in woord en beeld in kaart gebracht met foto’s, tekeningen en verhalen van o.a. Otti Thomas, Erich Zielinski, Hans Vaders, Carlos Weeber, Philip Rademaker.
En in muziek op de bijgeleverde cd.

Mala Kishoendajal – Pijn in Parlando

Mala Kishoendajal
Pijn in parlando
Gedichten. Nederland-Suriname
Ingenaaid, 80 blz.,
ISBN 978-90-6265-647-9 € 15,75
Eerste druk 2009

Tijdens het festival «In de sporen van India» in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag werd op 19 september 2009 de eerste dichtbundel van Mala Kishoendajal gepresenteerd: Pijn in parlando.

Mala Kishoedajal beschrijft in deze bundel de diverse werelden die haar beroeren. Het afscheid op Zanderij (Paramaribo) en later te Scheveningen van haar vader, de herinneringen aan een klerenhanger, de teruggevonden foto van de familie bij de vijver van Clingendael zijn de aanleiding tot zeer persoonlijke gedichten. Kishoendajal gaat die intimiteit niet uit de weg.

Ook de doorgaans gesloten Hindostaanse wereld legt ze bloot met haar tweetalige reeks Hindostani hart. In Erfenis van rijst en thee vertelt ze over haar nanie (grootmoeder) en in Broers liefde over wellicht het grootste taboe.

Vaak laat ze twee werelden samenkomen, zoals in Neon lichtfeest:

‘De manager van het roodpluchen wegwerptheater / lispelt een multicultureel welkom, / met sap en een glimlach, geperst uit een pak.’

In een reeks reisgedichten gaat het Kishoendajal vooral om de ervaringen die ze elders opdoet. Straatkinderen in Rio en Ethiopië maken een stroom aan emoties los. Ze ziet de schoonheid van het land, maar meer nog het verval en de ellende die ze overal tegenkomt. Mala Kishoendajal herkent die pijn en weet dit in heldere, bezwerende taal vast te leggen. Dat levert ook indrukwekkende gedichten over India en Iran op.

‘Op een dag sta je oog in oog met een kudde / in het nauw gedreven berouw en /een leeggehuild hart.’

Mala Kishoendjal is de auteur van twee romans: Dame Blanche en Het Boegbeeld.

Aletta Beaujon – De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue

Aletta Beaujon
De schoonheid van blauw/The Beauty of Blue
Gedichten. Nederlandse Antillen
Genaaid gebonden met stofomslag, met leeslint, 304 blz.
ISBN 978-90-6265-646-2 € 34,50
Eerste druk 2009

Bezorgd en van een Nawoord voorzien door Aart G. Broek en Klaas de Groot
Aletta C. Beaujon werd in 1933 op Curaçao geboren. Zij groeide er op, terwijl zij vakanties doorbracht op de familieplantage Slagbaai op Bonaire. Als jonge vrouw van begin twintig publiceerde zij een sprankelende verzameling Nederlands- en Engelstalige poëzie: Gedichten aan de Baai en elders. Ze werkte jarenlang als psychologe op Aruba, waar zij in 2001 overleed.

In de Openbare Bibliotheek van Den Haag werd recentelijk een kantooragenda aangetroffen uit het jaar 1957. Hierin staan achtenzeventig gedichten die zij schreef gedurende haar verblijf in Griekenland in de zomer van dat jaar. Meer dan driekwart van deze gedichten werd niet eerder gepubliceerd.

De twee cycli vormen, tezamen met de verspreid ge-publiceerde gedichten, haar poëtisch werk. Dat verschijnt nu voor het eerst in één uitgave.

Uit de lovende ontvangst van haar debuut:

«[De gedichten] ademen toch de hele wereld: baaien, bloemen en planten van de Antillen. Elders kabbelen de grachten van Amsterdam, langs de grachten dromen de huizen; verderop Griekenland pralend met goden en beelden, terwijl in de verte eensklaps het beeld van Singapore opdoemt. Aletta’s bundel is een grillige, fantastische reis: de reis die kinderen soms in hun dromen maken of waarvan heel blijde mensen soms spreken, als het leven hun goedgezind is.» – Frank Martinus Arion

Deze uitgave kan in deze vorm mede tot stand komen dankzij bijdragen van o.a. het Nederlands Literair Productie en Vertalingen fonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds Nederlandse Antillen en Aruba.

Eric de Brabander – Het hiernamaals van Doña Lisa

Eric de Brabander
Het hiernamaals van Doña Lisa
Roman. Nederlandse Antillen, Curaçao
Ingenaaid, 272 blz.
ISBN 978-90-6265-643-1 € 16,90
Eerste druk 2009

Het hiernamaals van Doña Lisa gaat over het leven in wat Eric de Brabander eens ‘de kakofonische orkestbak van de Cariben’ noemde, ook over óverleven, maar vooral over menswaardig leven.

Het is vrijdag 30 mei 1969 als Boyo Raven ziet hoe een molotovcocktail zijn tandartsenpraktijk in de as legt. Een arbeidersstaking mondt uit in geweld. Winkels worden geplunderd. ‘De macht van het noodlot is voor eenieder onontkoombaar.’ De woorden van Boyo’s vader klinken onheilspellend. In zijn oude vissersboot zet Boyo koers richting Venezuela, weg van een brandend Curaçao, samen met zijn vriend Kai, de visser. En met hun tot de rolstoel veroordeelde vriend JonJon, die zelf zijn leven al te lang vindt duren.

In Tucacas wil Boyo een nieuwe, polyester boot uit één mal laten maken. Hij valt voor de weduwe Doña Lisa, de eigenares van het fabriekje waar de polyester in lagen in de houten mal gegoten wordt. Boyo raakt verstrikt in haar dodelijke machtsstrijd met een projectontwikkelaar. Overhaast kiezen de mannen zee in hun tot Doña Lisa gedoopte nieuwe boot voor een lange terugtocht naar Curaçao. Met welk doel? De wijze woorden van Boyo’s vader dreigen opnieuw bewaarheid te worden.

Eric de Brabander (1953) groeide op op Curaçao. Hij studeerde tandheelkunde in Nederland, werkte enige tijd aan een universiteit in New York en keerde daarna definitief terug naar Curaçao. Het hiernamaals van Doña Lisa is zijn eerste roman.

Walter Palm – Sierlijke golven krullen van plezier

Walter Palm
Sierlijke golven krullen van plezier
Gedichten. Nederland / Curaçao
Ingenaaid, royaal formaat, 64 blz.
ISBN 978-90-6265-644-8 € 15,00
Eerste druk 2009

In het openingsdeel Curaçao klinken de gedichten de lezer als muziek in de oren als ze vertellen over de snikkende hitte, de uitdrogende savannes en de azuurblauwe zee. Hij ziet Curaçao voor zich: de boerse tropenzon die onvermoeibaar de hemel ploegt, de raffinaderij bij nacht. Hij droomt mee over de spoken van slaven, hoort knallende zweepslagen, swingt op een son montuno en geniet van de oden aan Pierre Lauffer, Tip Marugg en Jan Gerard Palm.

Curaçao echoot ook in het middenstuk Curaçao in het hart van Den Haag. Tropische klanken kleuren de bleke herfstnacht als de muziek van zijn betovergrootvader zingt. En ook de Zwarte Madonna van Carel Weeber, Madurodam en de mango’s op de Haagse markt verwijzen naar het eiland waar Walter Palm geboren werd.

In het slotdeel van de bundel, De vluchtige kus van de zwarte vlinder, komen mijmeringen over het levenseinde langs, vergruisde illusies, de dagen dat het niet meer hoeft en de vraag hoe een volgend leven zal zijn. Maar in de beeldtaal blijft Curaçao aanwezig: de smorende zon, de kale vlakten van het hart en het wiegenlied van de zee. Niet voor niets schrijft Walter Palm: ‘Als ik sterf / krommen de golven van verdriet.’

Walter Palm presenteert zich in 2002 voor het eerst officieel aan een Nederlands le-zerspubliek met zijn ‘verzamelde gedichten’ Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker. In 2005 wordt hij opgenomen in de prestigieuze ‘Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst’. Sierlijke golven krullen van plezier is zijn eerste bundel sedertdien.

«Curaçao blijft hem inspireren, maar andere dingen houden hem even sterk bezig, zoals in het spartelende, sprankelende gedicht Beschaving, onweerstaanbaar als van M. Vasalis.» – Mario Molegraaf in PZC

Giselle Ecury – Glas in lood

Giselle Ecury
Glas in lood
Roman. Nederland / Aruba
Ingenaaid, 360 blz.
ISBN 978-90-6265-645-5 € 18.50
Eerste druk 2009

Clarissa woont met haar dochter Inca aan een dijk tussen de kassen in een lieflijk tuindersdorp. Het kind heeft in haar oude buurman de ideale en toegewijde grootvader gevonden. Dan gebeurt er een ongeluk met opa Veer. Zonder zwaailicht en sirene is de ambulance weggereden. ‘Gek, dat alles door blijft gaan. Dat het al maar later wordt en nooit meer vroeger,’ zegt het kind. En juist dat herkent Clarissa uit haar eigen jeugd, die begon op het platteland en die zich daarna deels op Aruba afspeelde, ver weg van de mensen bij wie ze zich thuis voelde. Totdat ze uiteindelijk in een Frans dorp bij de oudere François-Xavier de rust vindt – en vrijwel direct weer verliest.

De wijsheid van Inca werkt soms confronterend. Het brengt moeder en dochter terug naar Frankrijk. Daar is de vader van het dan nog ongeboren kind omgekomen als hij een glas-in-loodraam verwijdert tijdens restauratiewerkzaamheden.

Clarissa en Inca leggen samen de weg af die hen beiden terugbrengt naar de oorsprong, naar huis. En dan blijkt de sleutel tot Clarissa’s eigen leven dichterbij te liggen dan zij ooit heeft gedacht.

Glas in lood is de tweede roman van Giselle Ecury. Zij werd geboren op Aruba, waar haar vader vandaan kwam. Het gezin vertrok naar Nederland toen ze ruim zes jaar oud was. Regelmatig keert ze echter voor korte tijd terug naar het Caribisch gebied waar een deel van haar familie nog steeds woont.

Erfdeel, haar eerste roman, speelt zich even-eens af in Nederland en op de Antillen:
«De zwaarte van andermans hartzeer invoelen is niet makkelijk. Het kan als gezeur overkomen of het kan je raken van binnen, echt ontroeren. In dit laatste geval is de verteller erin geslaagd de hoofdpersoon kwetsbaar neer te zetten; dan wil je als lezer weten hoe het verdriet wordt geleden en verwerkt tot mogelijk een bron van (nieuw) geluk. Giselle Ecury is zo’n verteller die het lukt om verdriet dusdanig te beschrijven dat het ‘mooi’ wordt, dat het meer is dan alleen maar wat ze beschrijft, dat het kunst wordt, letter-kunst.» – Jeroen Heuvel in Antilliaans Dagblad

Edgar Cairo – Djari – Erven

90-6265-025-2Edgar Cairo
Djari/Erven
Suriname/Nederland
Paperback, 452 blz.,
ISBN 90-6265-025-2
Eerste druk 1978

Het verlangen om vooruit te komen staat centraal in de derde roman van de Surinaamse auteur Edgar Cairo (Paramaribo, 1948) die zich afspeelt in de kleurrijke wereld van het Surinaamse erfleven.

Bo, de hoofdpersoon, kiest een vrouw en samen met hun kinderen gaan zij wonen op een stukje ‘godsaarde’. Om vooruit te komen wil Bo zijn nog niet afbetaalde erf met winst verkopen, zodat hij de koopsom kan aflossen én een nieuw stuk erf kopen, vrij van lasten. Maar de werkelijkheid van het dagelijkse bestaan pakt anders uit. Een erf is meer dan alleen een stuk grond: er zit een stuk historie aan vast; er heerst een Erf-Moeder waar men onvermijdelijk mee te maken krijgt. Voeg daarbij Bo’s fysieke handicap en de afgunst en wraakgevoelens van zijn omgeving en de dramatische gevolgen kunnen niet uitblijven.

Djari/Erven is een nieuw hoogtepunt in het oeuvre van Cairo, over wie Elseviers Magazine schreef: ‘Cairo is een natuurtalent. Hij sleept je mee. Hij laat je Paramaribo en de Surinaamse natuur zien, horen, ruiken proeven, voelen.’

Edgar Cairo – Lelu! Lelu! Het lied der vervreemding

90-6265-150-xEdgar Cairo
Lelu! Lelu! Het lied der vervreemding
Suriname/Nederland. Gedichten
Gebonden. 880 blz.,
ISBN 90-6265-150-x
Eerste druk 1984
Uitverkocht; nog beperkt leverbaar rechtstreeks bij de uitgever

Edgar Cairo geniet in Nederland voornamelijk bekendheid als romanschrijver en columnist. Daarnaast neemt de poëzie in zijn oeuvre – ook binnen de romans en toneelstukken – een zeer belangrijke plaats in. In deze verzamelbundel heeft Cairo zijn dichtwerk opnieuw geselecteerd en deels voorzien van nieuwe vertalingen.

De auteur opent dit ‘handboek van de orale letterkunde’ met een uitvoerige inleiding, waarin hij zijn werk plaatst in het grotere geheel van de Surinaamse en Surinaams-Nederlandse literatuur en waarin hij de ontstaansgeschiedenis beschrijft van de in Lelu! Lelu! opgenomen bundels.

Deze uitgave bewijst dat Edgar Cairo een uitzonderlijke dichter is veelzijdig, eigenzinnig en met een grootse verbeeldingskracht.

Edgar Cairo – Jeje Disi – Karakters krachten

90-6265-069-4 Edgar Cairo
Jeje Disi/ Karakters krachten
Suriname/Nederland
Paperback, 560 blz.,
ISBN 90-6265-069-4
Eerste druk 1978
Uitverkocht; nog beperkt leverbaar rechtstreeks bij de uitgever

Jeje Disi/Karakters krachten speelt zich af in een kolonie in de jaren vijftig en heeft als hoofdthema het conflict dat het kolonialisme tussen de blanke en de zwarte mens geschapen heeft (met name zoals het door de zwarte man ervaren is): ‘Zwartemans opvoeding in confrontatie met de opvoeding der witte school’.

Janki, de blanke onderzoeker, heimelijk aangetast door het falen van de westerse beschaving in de juist voorbije Tweede Wereldoorlog, voelt zich als mens één worden met de door hem onderzochte cultuur van de negers. Tegelijk verkracht hij ongewild deze cultuur. Onderzoeksbegeleider en opvoedingsdeskundige professor Mann is degene die als blanke zelfs bewust de ‘negercultuur’ afwijst. Hij wil het bezochte volk met ‘beschaving’ opvoeden. Zijn rol ten opzichte van de Mulattin zegt evenwel erg veel. Zij is als mengvloed van blank en zwart bijna symbool te noemen van versmelting van de culturen. Evi, het negermeisje, speelt tijdens een groot negerritueel Lauku – de rol van de flauwvallende Afraw. Wat is de betekenis van dit alles? Mandwe, die kleine negerjongen, komt als negerkind steeds voor een gesloten front van volwassenen te staan. Hij mag zijn eigen cultuur niet leren kennen. En toch! Juist in zijn eigen huis woedt deze strijd van de volwassen wereld – tussen grootvader en grootmoeder, vader en moeder, man en vrouw.