Hugo Pos / Jos de Roo – Oost en West en Nederland

90-6265-229-8HUGO POS/JOS DE ROO
Oost en West en Nederland

Nederland – Suriname Episodes
176 blz., paperback € 13,50
ISBN: 90-6265-229-8
Eerste uitgave 1986

Door een aaneenschakeling van toevalligheden was Hugo Pos (Paramaribo, 1913) ooggetuige van bijzondere historische gebeurtenissen: de evacuatie van de Engelsen bij Duinkerken in 1940, de aankomst van het eerste Nederlandse schip op Java na de oorlog, de berechting van oorlogsmisdadigers en de confrontatie met het pas verslagen Japan, het begin van het onafhankelijkheidsstreven in Suriname.
Vooral zijn ervaringen in het Verre Oosten illustreren de persoonlijke dilemma’s van de enkeling die in de maalstroom van grote historische processen terechtkomt. Als lid van de geallieerde strijdkrachten in de Stille Oceaan werd Hugo Pos aanklager bij processen tegen Indonesiërs die zich in de oorlog niet loyaal tegenover hun voormalige Nederlandse meesters hadden opgesteld. Met het besef dat de koloniale politiek hem van bevrijder tot bezetter dreigde te maken, vertrok Hugo Pos uit het oosten, om in Suriname en Nederland als rechter te gaan werken.
In 1985 debuteerde hij op 71-jarige leeftijd als schrijver met de verhalenbundel Het doosje van Toeti, gebaseerd op zijn vroege jeugd in Paramaribo.

Jos de Roo publiceerde eerder het Antilliaans literair logboek en De tijd zal het leren (over Sarnami hai van Bea Vianen). Hij heeft met Hugo Pos een serie gesprekken gevoerd over diens leven, die door Radio Nederland Wereldomroep – met name voor het publiek in Suriname – zijn uitgezonden. Oost en West en Nederland is een bewerking van deze gesprekken, met de nadruk op de oorlogsjaren.

Boeli van Leeuwen – De eerste Adam. Roman

90-6265-227-1Boeli van Leeuwen
De eerste Adam

Curaçao – Roman
Ingenaaid 238 blz., € 11,50
ISBN 90 6265 227-1
Derde druk 1986

In De eerste Adam wordt een boeiende confrontatie beschreven tussen pater Bodin de la Rochelle – een oudheidskundige die jarenlang zocht naar het skelet van de oudste mens op aarde, maar de levende mens nooit lief kreeg – en de hoofdpersoon Adam Polaar, zoon van het eiland Curaçao, die zijn grote liefde voor de mens uiteindelijk met de dood moet bekopen.

Het is prachtig dat binnen de Nederlandse literatuur romans bestaan als deze die zo nauw aansluiten bij de hier bejubelde vertaalde literatuur van Zuid-Amerika tot Trinidad; het is opmerkelijk dat ze als zodanig nauwelijks zijn (h)erkend.

«De schrijver geeft door zijn uitbundige, ‘on-Nederlandse’ taalgebruik en door zijn aforistische uitspraken het Nederlands nieuwe, ruimere dimensies en mogelijkheden; hij heeft een eigen, karakteristieke stijl. Dat is het belang van Boeli van Leeuwen als Nederlandstalige Curaçaos auteur.» – Wim Rutgers

Diana Ozon – Hup de zee. gedichten

90-6265-238-7DIANA OZON
Hup de zee

Nederland. Poëzie
Paperback, 56 blz. € 8,00
ISBN 90-6265-238-7
Eerste uitgave 1986
Uitverkocht

Diana Ozon (Amsterdam 1959), voortgekomen uit de punkbeweging, is tegenwoordig een van de meest gevraagde podiumdichters. In Hup de zee stelt zij een nieuwe fase in haar ontwikkeling te boek: proza-achtige teksten die zich laten lezen als registraties van dromen en visioenen, met beelden ontleend aan haar reizen, met name in Noord-Afrika, aan de geologie en aan de kracht van de natuur.

«Een bundel waarin surrealisme en maatschappijkritiek elkaar op een verrassende, onnadrukkelijke manier afwisselen.» – De Waarheid

«Het nieuwe werk van Ozon is minder geëxalteerd, bedachtzamer. Het politieke engagement is meer naar de achtergrond verschoven, meer verpakt en daarom misschien juist doeltreffender. Toch is dit niet hetgeen dat deze gedichten bijzonder maakt. De kwaliteit schuilt eerder in de wijze waarop Ozon de logica der dingen doorbreekt. Vooral die gedichten waarin de vervreemding op een humoristische wijze is vorm gegeven, behoren tot de sterkste uit de bundel.» – De Held

«Diana Ozons nieuwe bundel (bevat) niet zulke duidelijke vermaningen meer, geen rijm, maar een fantasie, hoogst persoonlijk en, zoals het hoort: obsessioneel.» – NRC Handelsblad

voorplatOverdegrens-75Bea Vianen
Over de grens. Gedichten 1976-1986

Gedichten
Suriname
ISBN 978 90 6265 231 0
€ 15,00
Eerste uitgave 1986

Bea Vianen (Paramaribo, 1935 – RK Hindu) debuteerde in 1966 met het dichtbundeltje Cautal. In de periode 1969-1974 publiceerde zij vier romans en een dichtbundel: Sarnami, hai (1969), Strafhok (1970), Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972, 1984) Het paradijs van Oranje (1973, 1985) en Liggend stilstaan bij blijvende momenten (1974). In 1979 verscheen nog de roman Geen onderdelen.

Vanaf 1976 heeft Bea Vianen, met enkele korte onderbrekingen, in Zuid-Amerika gereisd en gewoond: Bolivia, Columbia, Peru, (vanwaar zij in 1979 een uitgebreide reportage schreef, die als speciale bijlage in Avenue werd gepubliceerd) en Ecuador. Medio 1986 kwam ze weer terug naar Nederland, met een schat aan gedichten en verhalen.

Over de grens. Gedichten 1976-1986, haar eerst publicatie sinds 1979, bestaat uit twee delen: Caribisch Reliëf met in hoofdzaak gedichten die herinneringen aan en gedachten over Suriname omvatten – en Zuidamerikaans Reliëf – met registraties van waarnemingen en ervaringen over de grens van landen en werelden. Poëzie met krachtige, soms fascinerende beelden, sprankelende details en onverwachte associaties, die een tweede bloeiperiode in het literaire leven van Bea Vianen lijkt in te luiden.

Hans Plomp – Open inrichting. Nieuw Amsterdams dodenboekje

HANS PLOMP
Open inrichting. Nieuw Amsterdams dodenboekje

Nederland / Verhalen
Paperback, 114 blz., € 12,50
ISBN 90-6265-206-9
Eerste druk 1985

Open inrichting. Nieuw Amsterdams dodenboekje is een zwerftocht door de fantastische en apocalyptische wereld van Amsterdam anno 1985. De belevenissen van de hoofdpersonen vormen een spiegel van onze samenleving, zoals die wordt ervaren door de vele merkwaardige wezens die Amsterdam herbergt. Met diabolische humor wordt de alledaagse werkelijkheid geschilderd, door de ogen van profeten en parasieten, punks en junks. De lezer betreedt een surrealistische dimensie, waarin alles mogelijk is en zelfs op muren gekrabbelde boodschappen van woeste zonderlingen een diepere betekenis krijgen. We worden opgenomen in de open inrichting Amsterdam, die door sommigen bestempeld wordt als het Sodom van het Westen, door anderen geprezen als het magisch centrum van onze tijd.

Bea Vianen – Het paradijs van Oranje. Roman

ParadijsvanoranjeBea Vianen
Het paradijs van Oranje

roman
Suriname /Nederland
gebrocheerd, 157 blz.
ISBN 978-90-6265-187-0
Tweede druk november 1985
Uitgeverij In de Knipscheer, uitverkocht

Deze roman speelt kort voor de onafhankelijkheid van Suriname. Via de hoofdfiguur, een in Nederland wonende Surinaamse schrijver, wordt een beeld gegeven van de moeilijke situatie van Suriname, door de slechte samenwerking van de verschillende groeperingen en de onverschilligheid van Nederland. Net als haar eerdere romans gaat ook dit boek over wat de schrijfster zelf het ‘ophangen van de vuile was’ genoemd heeft. Maar deze keer wordt Suriname-in-Nederland beschreven, vanaf de aankomst met de Bijmerexpres op Schiphol tot en met het werkelijke beeld van de Surinamer in Nederland: de binnenkant van de Surinaamse mens, vol heimwee en frustraties. De ik-figuur, een mannelijke auteur van Surinaams-hindostaanse origine, laat ons achter de schermen van het schijngeluk kijken, schrijvend en piekerend over vriendschap, familiebetrekkingen, woontoestanden, tolerantie en eerlijkheid, maar vooral over het zoeken naar zichzelf in een vreemde omgeving.

«De Surinaamse schrijver Sirdjal Singh gaat met zijn neef naar Schiphol om een familielid af te halen. Op Schiphol wordt Sirdjal geconfronteerd met de schijnwereld waarin veel Surinamers in Nederland leven. Firoz, een vroegere leerling van hem, is vrijwel de enige waarmee Sirdjal contact heeft. Als Firoz naar Suriname vertrekt en binnen 3 weken weer terug is in Nederland, beseft Sirdjal dat ook hij, ondanks zijn heimwee, vermoedelijk nooit naar Suriname zal terugkeren. Bea Vianen is een Surinaamse schrijfster, die vanaf 1969 een aantal romans heeft gepubliceerd. Haar boeken hebben alle als centraal thema: het vinden van een eigen identiteit. Deze roman probeert een beeld te geven van de gedachtewereld van Surinamers (Hindostanen) in Nederland, waarbij deze gedachtewereld vaak wat verwrongen overkomt. Bepaalde situaties echter zullen veel Surinaamse lezers zeer bekend voorkomen.» – Marijke van Geest, NBD | Biblion

Meer over Bea Vianen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Bea Vianen – Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan

Bea Vianen
Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan

Roman
Suriname
Tweede druk oktober 1984
ISBN 978 90 6265 172 6
€ 15,00

Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan is de eerste van een reeks heruitgaven van de vroege romans van de Surinaamse schrijfster Bea Vianan (Paramaribo, 1935). Deze, haar derde na Sarnami hai en Strafhok dateert uit 1972 en vertelt de geschiedenis van enkele schooljongens in een stadsinternaat. In heel treffende bewoordingen laat Bea Vianen zien hoe de dubbele moraal en de armoede hun invloed hebben op het doen en laten van de schooljongens – die uit verschillende bevolkingsgroepen afkomstig zijn – en hoe de vooroordelen verdwijnen in gezamenlijk verzet tegen de ouderen.

Dit schrijnende, sombere, maar aan het slot toch enigszins hoopvolle verhaal krijgt er een dimensie bij doordat men al spoedig beseft dat Bea Vianen met het internaat, waarin men de jeugd tracht klein te houden, een situatie heeft beschreven die op heel Suriname van toepassing is.

Aldert Walrecht schreef over deze roman: ‘In dit “eetboek” zit voor de fijnproever een maaltijd verborgen, waarin hij steeds meer ingredienten ontdekt.’ En Rabin Gangadin over haar oevre: ‘Vianen geeft in haar werken, die de indruk wekken van aan het werkelijke leven ontleende verhalen, de kleur, het aanschijn en de bewogenheid van het ware Suriname.’

Craig Strete – Met de pijn die het liefheeft en haat. Jeugdroman

90-6265-145-3CRAIG STRETE
Met de pijn die het liefheeft en haat

Amerika, Indiaans, Jeugdroman
Vertaling: Jos Knipscheer
Gebonden, 92 blz.,
ISBN 90-6265-145-3
Eerste druk 1983
UITVERKOCHT

Op een dag vindt het meisje Natina bij het bessen plukken een kreupele jonge witkophavik. Zij verzorgt het gewonde dier liefdevol en al snel blijkt dat de vogel ‘goede medicijn’ is en voorspoed brengt aan Natina’s door armoe en ziekte getroffen familie.
Maar niet iedereen is blij voor Natina: Blauwe Sneeuw voelt alleen maar afgunst en haat. Hij steelt de witkophavik uit Natina’s hut en maakt de vogel dood…
Dan duikt daar opeens weer die geheimzinnige oude man op, die al vanaf het begin van het verhaal een rol speelt en voor wie iedereen bang is omdat hij nooit een woord zegt en alleen maar, dag in dag uit, naar de spelende kinderen kijkt…

Ewald Vanvugt – Brief aan een nieuwe werkloze. Essay

90-6265-072-4EWALD VANVUGT
Brief aan een nieuwe werkloze

Nederland, essay
Paperback, 136 blz., uitverkocht
ISBN 90-6265-072-4
Eerste druk 1983

Honderdduizenden mensen zijn werkloos gemaakt, zij zijn van de ene dag op de andere uit hun positie gemikt. Zo komt het dat niet alleen bejaarden, invaliden en zieken, maar honderdduizenden gezonde mensen de hele dag en elke dag zijn verplicht te niksen. Zij mogen lanterfanten en klaplopen, en baliekluiven en slabakken, suffen, klunzen, stilzitten, pierewaaien en duimendraaien – en voor de rest moeten ze maar zien wat ze doen.
Misschien vind jij het niet eens zo’n grote rotstreek dat naar willekeur met je wordt omgesprongen. Misschien ben je uit gewoonte al bereid je aan de nieuwe omstandigheden aan te passen, en voel je je vooral zo beroerd omdat je graag een wat belangrijker bijdrage aan de samenleving zou willen leveren dan twee keer per week een volle vuilniszak.
Nu ook jou je werk is afgenomen en ook jij tot een lichamelijke en maatschappelijke kneus dreigt te worden gemaakt, moet ik met alle hartstocht die in me is je vertellen, dat de opvatting van arbeid als de zin van het leven misschien niet eens de halve waarheid, maar juist een vuile leugen is. De ontmaskering van die leugen is de bedoeling van dze brief.

De Ervaren Lanterfanter aan Zijn Broer die Werkloos is geworden:
‘Jij schijnt je goed de pleuris te zijn geschrokken nu je zonder werk zit. Ik heb gehoord dat je de dag na je ontslag ziek in bed bent gebleven en nu ’s avonds zelfs je borrel laat staan. Nu wil ik de vrijheid nemen je een riem onder het hart te steken…’

Mahmoud Darwish – Ahmad Zaatar. gedichten

90-6265-009-0MAHMOUD DARWISH
Ahmad Zaatar

Poëzie. Palestina
Tweetalig Nederlands-Arabisch
Vertaling Lieve Joris
Tekeningen Kamal Boullata
Paperback 32 blz.
ISBN 90-6265-009-0
Eerste editie in Mandalareeks september 1977
Tweede uitgave november 1982

In de nacht van 13 op 14 augustus 1976 viel de Islamitische wijk Tel Zaatar (Heuvel van Tijm) in oostelijk Beiroet. Na bijna twee maanden vechten tegen de belegering van rechtse Christenen moesten de Palestijnen en de andere linkse Islamieten zich uiteindelijk gewonnen geven. Niet lang daarna werd Tel Zaatar met de grond gelijkgemaakt. Een massagraf voor 5000 doden…
Mahmoud Darwish schreef Ahmad Zaatar in de week voorafgaande aan de val van Tel Zaatar, een bewoner van het kamp, die hij nu eens toespreekt, dan weer aan het woord laat, en met wie hij zich soms ook identificeert. Ahmad Zaatar is als het ware de stem van het Palestijnse volk. Hij is zonder thuis en zonder identiteit, een van de ontelbare slachtoffers van het Palestijnse dilemma.
Ahmad Zaatar is een indrukwekkende getuigenis, die – ook om zijn poëtische kracht – in de hele wereld gehoord verdient te worden.

Mahmoud Darwish (1942) zat als radicaal student meerdere malen gevangen in Israel. Zijn eerste dichtbundel verscheen in 1964 en leverde hem internationale faam op als ‘dichter van het Palestijnse verzet’. In 1970 werd hem in Moskou de Lotusprijs toegekend. In 1972 was hij te gast op het Poetry International Festival in Rotterdam. In 1980 kreeg hij de Poëzieprijs van de Middellandse-Zeelanden en in 1982 trad hij op in Amsterdam op het One World Poetry Festival.

«Opvallend zijn de overeenkomsten die Darwish tekent, vooral waar hij Tel al Zaatar Massada noemt, het joodse symbool van heldenmoed in de strijd tegen de Romeinen.» – Albert Stol in Onze Wereld (november 1977)