«Meesterwerk.» – Kees ’t Hart

Mark InsingelNajaar 2004 verscheen bij Uitgeverij Meulenhoff ‘Hoe hij rolt’, de nieuwe roman van Mark Insingel. In De Groene Amsterdammer van 24-09-2004 schrijft Kees ’t Hart onder de titel ‘Woedende pracht’: «Dit boek ademt en beweegt. Uitermate boeiende literatuur die het pijnlijke, egoïstische en dubbelzinnige van relaties glashelder demonstreert. Insingel is een schrijver pur sang. Hij vormde in dit meesterwerk een eigen taal waarmee hij aantrekking, afstoting, knechting en schaamte opnieuw onder woorden kon brengen.» Eigenlijk vormt ‘Hoe hij rolt’ een tweeluik met ‘Eenzaam lichaam’. Kees ‘t Hart: «Ook in zijn vorige boek Eenzaam lichaam zette hij een paar schijnbaar niet samenhangende levens en herinneringen bij elkaar en daar slaagde hij al in zijn opzet.» Was ‘Eenzaam lichaam’ ook al een meesterwerk?
Klik voor de recensies over ‘Eenzaam lichaam’
Meer over Mark Insingel op deze site

Harman Nielsen – De Hoge Stad. Fantasyroman

Harman NielsenHarman Nielsen
De Hoge Stad

Boek 3 in de romancyclus Het Verscholen Volk
Fantasy, Nederland
Ingenaaid, royaal formaat (14 x 21 cm), 440 blz.
€ 18,90
ISBN 978-90-6265-572-4
Eerste druk 2006
alleen rechtstreeks bij uitgever te bestellen

De Hoge Stad is boek drie uit de romancyclus Het Verscholen Volk, een verhaal dat in de toekomst speelt en waarin in Het Verscholen Volk niet de sterksten maar de zwaksten op Aarde als groepjes overleven, uitgroeien tot keldervolk, karavaanvolk en riviervolk en totaal nieuwe vaardigheden ontwikkelen. Twaalf jaar later is in De Laatste Jacht de buitenaardse vijand verdwenen, maar dienen zich nieuwe vijanden, nu uit eigen kring, aan. De mens heeft nog steeds zijn zwakten.

In De Hoge Stad zijn opnieuw twaalf jaren voorbijgegaan en schemer dreigt te vallen over de wereld van ‘het verscholen volk’. Sommigen geven de oude bestaanswijze op om onderdak te zoeken in een van de verlaten steden. De Hoge Stad is donker door de hoogbouw, nauw door de stegen. De Muur die erom is opgeworpen, door puin te storten in half neergehaalde hoogbouw, is een gordel van versteende, opeengestapelde oude angst. Zoals een kathedraal die op instorten staat van ouderdom, waar geen licht meer in wil vallen, waar het wrak van een prelaat uit angst voor de eigen dood macht over het nabestaan pretendeert, en waar groepen mensen gedwongen komen geloven.. Zo is De Hoge Stad de veruiterlijking van het gekluisterd worden, het opgesloten zijn in andermans angst en machtshonger. In onvrijheid gaat de mens dood; maar uiteindelijk komt hij aan de Muur en weet er door te dringen.

De romancyclus Het Verscholen Volk is door de pers eensluidend bestempeld tot eigentijds hoogtepunt in het genre.

Harman Nielsen in een essay in 2006 voor NCSF:
“Als iemand me vraagt, waarom ik Fantasy heb geschreven, kan ik dus eigenlijk alleen maar antwoorden: waarom niet? Maar in werkelijkheid heb ik me nooit zo erg afgevraagd of het schrijven van een Fantasy-cyclus nu wel of niet lite-ratuur zou opleveren. Ik ben aan de cyclus begonnen, omdat Fantasy me de vrijheid gaf te vertellen over een speciale wereld met een speciale problematiek. Die vrijheid moet volgens mij trouwens aan alle kunst ten grondslag liggen. Maar in Science Fiction – en al helemaal in Fantasy – komt die vrijheid wel heel specifiek tot uitdrukking. De vrijheid van de verbeelding.”

«Na Het verscholen Volk en De Laatste Jacht heb ik met veel spanning gewacht op het derde deel van de Nederlandse schrijver Harman Nielsen. De reeks gaat over de Aarde ver in de toekomst. Buitenaardse slavenhalers hebben de Aarde leeggehaald. En alleen de zwakken zijn gebleven. Na honderden jaren heeft de mensheid de draad weer opgepakt. Het Wagenvolk trekt over de vlakten, het Riviervolk bevaart de wateren en het Keldervolk woont in de vernielde steden. Over de wereld heerst een stilte en een gestage waakzaamheid. De slavenhalers kunnen immers terugkomen! Gepraat wordt er nauwelijks; men communiceert door een soort vingertaal. In de vorige twee delen hebben we gezien dat er veranderingen optraden. Er is een nieuwe zelfbewustzijn ontstaan en dit heeft de psychische talenten versterkt. In De Hoge Stad is een nieuwe ontwikkeling gaande. De Witte Vrouwe roept, en velen van het Wagen- en Riviervolk hebben gehoor gegeven. De stad is afgesloten door een hoge wal, en wie binnenkomt mag niet meer weg. Wat betekent dit?
Ik kan niet anders dan enthousiast zijn. Het verhaal wordt met veel verve verteld, en het eind is sterk en met stijl. Een absolute topper.» – Dagblad De Limburger

«Harman Nielsen heeft zich in mijn ogen bovenaan de lijst van Nederlandse schrijvers geplaatst met zijn prachtige vertelling over een toekomstige Aarde, beroofd van zijn menselijke bewoners door een ras van slavenhalers. Hun bedoeld lot was uit te sterven. Na eeuwen heeft zich toch weer een gemeenschap ontwikkeld. Het gesproken woord is vervangen door een vingertaal. En nog altijd werpen de mensen steels hun blik naar de hemel. De mensen ontwikkelen nieuwe talenten. Sterke geestelijke vermogens geven sommigen van hen een enmorme potentie. In De Hoge Stad volgen we de bekende hoofdpersonen. Er is een nieuwe dreiging. De Witte Vrouwe roept het Volk naar de stad. Ze is ommuurd, en wie naar binnen gaat, komt niet meer naar buiten. Vluchters worden genadeloos opgejaagd. Wie is de Witte Vrouwe, en hoe kan haar roep zo lokkend zijn? Niet iedereen van het Volk accepteert deze ontwikkeling en er dreigt een confrontatie. Zal er weer bloed vloeien op Aarde, waar de vrede zo lang geheerst heeft?
Wederom een sprankelend feest van stijl, originaliteit en poëtische pracht. Nielsen heeft niet enkel een mooi verhaal geschreven, hij brengt de lezer bij zichzelf en de wereld van nu. Kunst is de projectie van het heden en roept daardoor emotie op. En dat doet dit verhaal. Ik heb het al eerder gezegd: een juweeltje!!!» – Gerrie van Kooij, SF Terra nr. 196

«Met de Het Verscholen Volk-cyclus waagt Harman Nielsen (pseudoniem van Kees Glimmerveen) zich voor het eerst in de fantasy. De wereld die hij neerzet, is weemoedig en zwart. Buitenaardse slavenhalers hebben eeuwen geleden het grootste gedeelte van de mensheid ontvoerd. Alleen de zwakken glipten door het net; de Aarde is een wereld van losers die winnaars zijn geworden. Er zijn nu drie bevolkingsgroepen, elk met eigen talenten: het Wagenvolk, het Riviervolk en het Keldervolk die in de restanten van de steden wonen. Andere volken mijden de steden, maar in dit deel, een vervolg op ‘De Laatste Jacht’ worden de kinderen van Mus gedwongen naar de mythische en verboden Hoge Stad te gaan. Vergelijkbaar met Ursula Le Guin. Het beste dat de Nederlandse fantasy te bieden heeft.» – NBD/Biblion

«In Nederland worden weinig fantasyboeken geschreven, het land telt dan ook maar een paar fantasyschrijvers. Harman Nielsen (een pseudoniem van Kees Glimmerveen) is er zo een. Hij heeft ook ‘gewone’ romans geschreven, zoals Judas, Waanzin en Michelangelo’s Marmer. Een paar jaar geleden is hij begonnen met het schrijven van een fantasy-trilogie, Het Verscholen Volk, en nu heeft hij heeft het derde deel geschreven. In deze episode, De Hoge Stad, bouwt hij verder op het verhaal dat hij is begonnen in Het Verscholen Volk (2003) en /De Laatste Jacht (2004).
De serie begint met het verhaal van een buitenaards ras, de K’zan, die een groot deel van de mensheid heeft weggevoerd als slaven. Alleen de zwakken blijven uit de handen van de K’zan en zij leven dan ook verder, als riviervolk dat met boten over de rivieren trekt of als wagenvolk dat met karren over de vlaktes reist. In het laatste deel van de trilogie is een deel van deze volkeren in de kelders van de steden gaan wonen, en zij heten nu het keldervolk. Om zich te kunnen voortplanten komen de drie volkeren bij elkaar op de vlaktes. Zo nu en dan worden er Sprekers geboren, dat zijn mensen met speciale krachten waarmee ze bijvoorbeeld mensen kunnen genezen of het kunnen laten sneeuwen. Bron en Beer, en ook hun vader Mus, zijn zulke Sprekers. Zij komen erachter dat het wagen- en riviervolk massaal naar de Hoge Stad trekt en om een mysterieuze reden niet meer terugkomt. Als ze willen uitzoeken waarom, worden ze hierbij geholpen door Bles, een vrouw die met wolven reist, en Kauw, die in de Stad woont. Als ze ontdekken wat het volk tegenhoudt, gaan ze dit gevaar te lijf en proberen ze het te bevrijden.
Een minpunt is dat deze roman nogal eens in vaagheden vervalt wanneer het aankomt op de magische krachten van de hoofdpersonen en de belangrijke verhaallijnen. Er wordt bijvoorbeeld een lange tijd gesproken over een ‘schemer’ en een ‘helling’, waarvan op een later punt in het boek pas duidelijker wordt wat ermee bedoeld wordt, namelijk een soort hiernamaals. Daar gebeuren belangrijke dingen, want blijkbaar kunnen Sprekers de doden achterna gaan, met het risico dat ze zelf niet meer terug kunnen komen. Ook kunnen zij dieren temmen en het weer beïnvloeden, maar het wordt pas geleidelijk aan duidelijk dat dit met (een speciale) energie gebeurt. De vaagheden in de verhaallijnen liggen waarschijnlijk aan het feit dat een groot deel van het verhaal al is uitgelegd in de andere twee boeken. Dat maakt dat dit boek toch minder goed individueel te lezen is, want de informatie van de eerste twee verhalen is wel nodig om dit deel beter te kunnen begrijpen.
Toch is er nog genoeg van het verhaal helder om erachter te komen waar het over gaat. De parallelle gebeurtenissen worden om en om verteld en dat houdt de spanning er goed in. Terwijl Beer naar de stad reist en Bron bij het wagenvolk blijft, probeert Bles Mus te helpen bij het verlies van zijn vrouw, Grit. Een ander element versterkt de spanning. In de Hoge Stad heerst een duister, dat veroorzaakt wordt door de muur. Het schemerdonker dat Nielsen opwekt dringt door in het hele boek, wat met de magische krachten van de hoofdpersonen een mystieke sfeer creëert.
Het taalgebruik in het boek doet meer aan Engels denken dan aan Nederlands en voegt meer toe aan de betoverende vertelling. Er wordt veel ‘gesproken’ door middel van handgebaren, en bovendien hebben de volkeren hun eigen manier van spreken. Met woorden als ‘dat is de waarheid’ en ‘zo is het’ zetten de mensen hun uitingen kracht bij. Het vreemde taalgebruik neemt het alledaagse weg uit een taal die we al zo goed kennen. Ook de namen van de karakters zijn interessant omdat ze verwijzen naar de aard van de persoon. In een fantasiewereld komt dit uitstekend tot zijn recht.
Fantasy is een genre dat de meeste mensen al snel met Engelse boeken zullen associeren; The Lord of the Rings of Harry Potter zijn populaire voorbeelden. Deze Nederlandse trilogie wijkt af van de standaardformule die fantasy kent: geen elfen of dwergen, geen grote queeste die met behulp van magische voorwerpen volbracht moet worden. Nielsen beschrijft een samenleving die op de Middeleeuwen lijkt, maar dan gesitueerd in de toekomst. Niet alleen schrijft hij goed, hij geeft ook een eigen draai aan het genre. Met dit boek bewijst hij dat ook een Nederlands fantasyboek prachtig uit de verf kan komen.» – Marjolein Tamis op www.recensieweb.nl

«Er is veel gebeurd sinds eeuwen geleden de slavenschepen van K’zan de aardse bevolking hebben weggevoerd. Al die tijd heeft de bevolking in kleine stammen geleefd en zijn ze als nomaden over het land en het water getrokken. Maar daar komt nu verandering in, want de mensen worden opgeroepen om naar De Stad te komen. En wanneer ze hier eenmaal zijn, is het haast onmogelijk om er weer weg te komen. Enkelen lukt het, maar zij moeten dit soms met hun eigen leven betalen. Wanneer Bron en Beer (intussen volwassen geworden) hier wat aan besluiten te doen, blijken er nog meer factoren mee te spelen. Want waarom zouden mensen die van de velden en rivieren houden zich op laten sluiten in een vervallen stad? Zoals bij alle boeken uit deze serie, moet je in het begin even weer in het verhaal komen. Maar deze schrijver/filosoof is een meester in de vertelkunst en vooral de overtuigende karakters maken dit boek voor mij om te smullen.» – Sandra Pellegrom Elf Fantasy

Meer over ‘De Hoge Stad’
Meer over de Het verscholen Volk-cyclus

Didi de Paris op gedichtendag 2005

Erfgoedhuis AntwerpenUitgerekend in het fraaie interieur van de Hofkamer van het Erfgoedhuis, door de fiere stad Antwerpen in 1772 verbouwd om er belangrijke gasten te ontvangen, en met de rijkdom de buitenwereld te overbluffen, zullen op de avond van 27 januari, Nationale Gedichtendag, vier vreemde vogels neerstrijken: Eva Cox, Didi de Paris, Han van der Vegt en Peter Holvoet-Hanssen.

De deelnemers/sters zullen er hun poëticaal werk confronteren met het begin van de moderne Nederlandstalige poëzie: Paul van Ostaijen. Als deze een vrouw geweest was dan zou hij geklonken hebben als Eva Cox. Het voorbije jaar debuteerde ze ijzersterk met “Pritt.stift.lippe”. Op papier tast ze of er inkt er in haar vingers zit en op een podium zet ze letters op stem. Hoe je het draait of keert, Cox on stage is een sensatie.

Didi de Paris portretteert Van Ostaijen als die eind 1918 als banneling in Berlijn verblijft. Tussen de diepe wonden die een wereldoorlog slaat en de wreedheid waarmee een revolutie de kop ingedrukt wordt, zoekt de dichter asiel in een dadaïstisch no man’s land. Aan een gelijkaardige vrijstaat bouwt de dichter. De voorbije 25 jaar zwierf De Paris als een troubadour door de lage landen en door de literatuur. Dit jaar hoopt hij rust te vinden in een dichtbundel.

Peter Holvoet-Hanssen verraste het voorbije jaar met zijn prozadebuut ‘De vliegende monnik’, leest voor de gelegenheid oorlogsgedichten voor uit zijn alom gewaardeerd poëticaal drieluik Strombolicchio, Dwangbuis van Houdini en Santander, legt linken met Van Ostaijen en breng ook verzen van de grootmeester. ‘Gedichten moeten / een belevenis zijn, niet geschreven lijken.’ zegt hij. Wellicht krijgen we ook materiaal te horen krijgen uit zijn nieuwste poëzieproject : Spinalonga. Bij elk nieuw werk van deze auteur horen we Van Ostaijen zeggen “Allen daar heen!”

De Last Post wordt geblazen door Han van der Vegt. Als opwarmertje brengt hij een hommage aan Baader. Hiermee katapulteert hij u naar de Berlijnse Dada Club van oktober 1918. Van hieruit vertrekt u in pole position door een bezwerend gedicht. Het voorbije jaar publiceerde Van der Vegt het magistrale “Ratel”. Hij wordt bijgestaan door Filip Vandebril op contrabas. Engelen, duivels, of gewoon een interventie van het ruimteschip Exorbitans? De combinatie was onaards. The perfect poem to blow your mind.

27 januari 2005,
Erfgoedhuis Den Wolsack, Hofkamer, Oude Beurs 27, 2000 Antwerpen. 03/212.29.73
Toegang €3 Deuren 20u – aanvang 20u30 Duur 90 minuten

Didi de Paris confronteert samen met drie andere deelnemers zijn poëtisch werk met het begin van de moderne Nederlandstalige poëzie: Paul van Ostaijen.

Didi de Paris – Maladie d’Amour. Roman

90-6265-259-xDidi de Paris
Maladie d’Amour

Roman, België
Paperback, 128 blz.,
ISBN 90-6265-259-X
Eerste druk 1987

«Psychiatrisch patiënt geneest zichzelf.»

“Lieve zuster, zie hier de eerste bladzijde van mijn allegorisch dagboek! Op mijn zoektocht ben ik slechts geïnteresseerd in de eigen mythe – en het doorbreken ervan! Nauwkeuriger dan de modernste apparatuur waarover men hier beschikt, zal ik mijn lelijkheid beschrijven, haarfijn, tot ik ’n sprankeltje schoonheid vinden zal. De resultaten van mijn onderzoek zal ik aan u overdragen.”

Zo ontstond Maladie d’Amour, het eerste boek van Didi de Paris. Men zou het een therapeutische roman kunnen noemen, omdat het is opgezet als een fragmentarisch verslag van problematische ervaringen (in relaties, met werkloosheid, enz.) die tot een crisissituatie en opname in een psychiatrische kliniek hebben geleid, en van zijn verblijf aldaar.

Maar vooral is het een vlijmscherp tijdsbeeld, geschreven in een spontaan proza, dat gekenmerkt wordt door verrassende, soms schokkende beelden, wrange humor en een meeslepend eigentijds ritme.

“Oh! Daar gaat de bel, de zuster brengt mij mijn avondmaal. Ik leg dus maar vlug mijn pennetje neer, vooraleer ik er opnieuw mee in mijn arm begin te griffen.”

«Een bespreking van dit boek is overbodig. Je moet het gewoon ondergaan. Van de hak op de tak stuurt Didi je immers de psychiatrische inrichting in. Maar hij doet dat met zo’n virtuositeit dat je er paf van staat!» – Weirdo’s

«Het schijnbaar spontane verslag van iemand die een psychische crisis doormaakt. Tegelijkertijd wordt in de individuele crisis een beeld geschetst van de crisis van de maatschappij… Het boek bestaat uit een aantal korte fragmenten. Ze lijken sterk associatief geschreven, maar vertonen een grote onderlinge samenhang.» – De Waarheid

«Een verzameling invallen, vele erg geestig… Een vlot romandebuut. Iets wat van andere debutanten uit de punkgeneratie niet gezegd kan worden.» – De Gazet van Antwerpen

Didi de Paris – Hors d’Oeuvre. Roman

90-6265-306-5Didi de Paris
Hors d’Oeuvre

Roman, België
Paperback, 251 blz.
ISBN 90-6265-306-5
eerste druk 1989

Didi de Paris debuteerde in 1987 met de “verrassend, chaotisch, cynische en eerlijk geschreven roman Maladie d’Amour over de geschiedenis van een persoonlijke crisis die tegelijk een maatschappelijke crisis is.

In zijn nieuwe boek, Hors d’Oeuvre, hangt Didi de Paris, samen met zijn vrienden Didier Rathee en D,J. Blazee, een sprekend beeld op van onze samenleving, onze kunst(jes) en vooral van de wondere wereld der schone letteren, en geeft hij à volonté aan alle would be-schrijvers tips om in deze woelige postmoderne tijden het hoofd boven water te houden.

Hors d’Oeuvre leest als een stripverhaal met rake klappen en grappen op elke bladzijde en met als enige boodschap aan de lezer: Denk zelf!

“De Paris heeft een volstrekt eigen toon die het lezen tot een (ritmisch) genot maakt.” – Opscene

Hans van Hartevelt – De kwelling

Hans van HarteveltHANS VAN HARTVELT
De kwelling

Nederland Roman
224 blz., paperback
Gebrocheerd, 224 blz., € 15,75
Eerste uitgave 2005
ISBN: 90-6265-569-6

Beklemmende roman over de ondenkbare geschiedenis van misdaad in eigen kring.

Er passeert geen dag zonder dat wij ons in onledigheid kunnen vermaken met moord en doodslag. Wee de dag waarop de knop niet kan worden omgedraaid, waarop het boek niet kan worden dichtgeslagen, waarop moord niet plaatsvindt in een andere plaats, niet gepleegd is onder criminelen, maar bijna onder je eigen ogen. Vrees het moment dat daders worden gezocht in eigen kring, jouw geliefde kring, dat zelfs jij als Kaïn wordt heengezonden terwijl je rouwt omdat ook jij het slachtoffer hebt gekoesterd. Intussen dool je rond in vertwijfeling en grievend zelfverwijt, omdat jij het – misschien, misschien – toch had kunnen voorkomen.
Meer over ‘De kwelling’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer [ = http://www.indeknipscheer.com/?s=Hans+van+Hartevelt ]

Hugo Pos / Erwin de Vries – Twaalf Balladen

Hugo PosHUGO POS
ERWIN DE VRIES
Twaalf Balladen

Poëzie, Suriname
40 blz., geïllustreerd, ingenaaid, april 2005.
Formaat: 34,3 (h) x 24,8 (b) cm.
€ 24,50
ISBN: 90-6265-535-1
Eerste uitgave 2005
Uitverkocht

In de maanden voorafgaand aan zijn dood op 11 november 2000 voltooide Hugo Pos (Paramaribo, 1913) Twaalf Balladen. Op zijn verzoek maakte Erwin de Vries (Paramaribo, 1929) bij elke ballade een tekening, die in dit boek op ware grootte is afgedrukt. Twaalf Balladen bundelt zo het unieke talent van twee grote zonen van Suriname.

Hugo Pos studeerde rechten in Leiden en Parijs. Hij werkte 13 jaar in Suriname als rechter en procureur-generaal en was vanaf 1964 rechter in Amsterdam en raadsheer in Den Haag. Na zijn pensionering krijgt zijn liefde voor literatuur de ruimte, eerst als recensent van Het Parool en Trouw en vanaf 1985 als schrijver van een 15-tal bundels kwatrijnen en verhalen en van zijn met de E. du Perron-prijs bekroonde autobiografie In Triplo (1995).

Schilder en beeldhouwer Erwin de Vries wordt als een van de belangrijkste hedendaagse kunstenaars beschouwd. Hij volgde zijn opleiding tekenen en beeldhouwen in Den Haag en Amsterdam en had zijn eerste tentoonstelling op 19-jarige leeftijd. In de jaren vijftig van de vorige eeuw was hij tijdelijk kunstdocent in Suriname, waar hij zich vanaf 1984 opnieuw vestigde. In 1998 had Erwin de Vries een tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam. Hij is de maker van het Nationaal Monument Slavernijverleden (2002).

De tekeningen van Erwin de Vries zijn in Twaalf Balladen in duotone gedrukt op 150 grams houtvrij mat papier. De bundel kon op deze wijze worden uitgegeven dankzij het Prins Claus Fonds.

Kijk voor meer informatie over Erwin de Vries op Erwin de Vries 75 jaar. http://www.suriname.nu/210cult/index.htm

René Smeets – Met jou open ik oude nachten

wijngedichten
RENÉ SMEETS / PHILIPPE DEBEERST
Met jou open ik oude nachten

De mooiste wijngedichten uit de wereldliteratuur
Gebonden met stofomslag, geïllustreerd, 240 blz.
€ 29,50
Uitgeverij P, Leuven, 2004
In Nederland in de boekhandel gebracht door
Uitgeverij In de Knipscheer, oktober 2014
ISBN 978-90-6265-869-5

Met jou open ik oude nachten. De mooiste wijngedichten uit de wereldliteratuur is een prachtige bloemlezing in 10 hoofdstukken met pro- en epiloog, die de hele wijncultuur omvat. Van wingerd en wijngaard over druivenpluk en -persing tot het heerlijk savoureren van de godendrank! Samensteller René Smeets leerde bij de wijnclub Tastevin wijn degusteren. Zijn liefde voor de poëzie is nagenoeg even oud als die voor wijn en ooit moesten die twee elkaar ontmoeten. Het resultaat is een reis door de wereldliteratuur en de tijd. Van Chili tot China en van Rusland tot Zuid-Afrika. Van Homeros en Horatius over Neruda en Baudelaire tot Vondel, Villon en vele vele anderen. Begeleid door exclusieve paginagrote foto’s van Philippe Debeerst.
Samensteller René Smeets (1956) publiceert sinds 1999 publiceert literaire vertalingen, hoofdzakelijk uit het Duits en uit het Frans. Deze verschenen o.a. in tijdschriften als De Tweede Ronde, Dietsche Warande & Belfort, Poëziekrant en Deus ex Machina. Fotograaf Philippe Debeerst (1958) trok gefascineerd door het medium fotografie naar Gent om er het metier te leren. Hij verdiende zijn sporen in de industriële fotografie en werkt nu hoofdzakelijk voor uitgevers, met als specialiteiten kunstcollecties en architectuur.
Meer over René Smeets

Netty Simons wint met gedicht tweede prijs

465px-AnneldeNorePoëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart in Teylers Museum Haarlem, 4 juli 2004:
Onder haar eigen naam Netty Simons is de Surinaamse schrijfster Annel de Noré (‘De bruine zeemeermin’ en ‘Het kind met de grijze ogen’) tweede geworden op de poëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart. De finale vond zondag 4 juli plaats op De Dag van het Gebroken Hart in het befaamde Teylers Museum in Haarlem rondom de tentoonstelling ‘Het hart, een teken van leven’. Uit de meer dan honderd inzendingen uit Nederland, België, Zuid-Afrika en Suriname nomineerde de jury twintig dichters voor tien eervolle vermeldingen plus oorkonde. Onder de tien prijswinnaars bevonden zich onder meer de bekende dichteres Carla Bogaards en schrijfster Inge Bak, die dit voorjaar bij Uitgeverij In de Knipscheer debuteerde met de roman ‘Zon in het haar’. De prijzen werden overhandigd door de Haarlemse stadsdichter en juryvoorzitter George Moormann. De eerste prijs ging naar dichteres Sylvia Hubers, van wie in oktober een tweede bundel uitkomt bij de Amsterdamse uitgeverij Fagel. Netty Simons, die nog niét eerder poëzie publiceerde, werd verrassend tweede.

Gebroken: een oeroud stenen hart

Wekker, computer, afwasmachien,
douche, haardroger, wasmachien,
sleutel in slot, pinpas in automaat,

roltrap op,
trein in.
Fluit!

Rust…

Omlijst door driedimensionaal dagduister
reist in vlakke, onthullende, flitsvlagen
een ijl, vreemdbekend spiegelbeeld mee…

en ’t gisternacht doorgeseind noodsignaal
wreekt de gigabeet links onder het borstbeen
die eerst in, nu door de wind wordt geslagen.

Gevangen in technologie, digitaal en staal
breekt verweerd, oeroud, ’t hart van steen
alsnóg en weigert – uiterst banaal – dienst.

Meer over Annel de Noré bij Uitgeverij In de Knipscheer

Hans Plomp – Venus in Holland

venus1HANS PLOMP
Venus in Holland

Nederland / Poëzie
Paperback, 80 blz., € 12,50
Eerste druk 1981
ISBN 90-6265-052-X
uitverkocht

Hans Plomp (1944) is bij het lezerspubliek vooral bekend als prozaschrijver. Voor de groeiende schare bezoekers van poëziemanifestaties overal in het land behoort hij daarentegen met o.m. Vinkenoog en Deelder tot de bekendste en meest gevraagde Nederlandse dichters van nu.
Plomp stamt uit de generatie van Provo en woont al jaren met geestverwanten in het gekraakte dorp Ruigoord. Zijn gedichten sluiten aan bij de enorme veranderingen die zich in onze maatschappij voltrekken en munten uit door helderheid en strijdbaarheid.
In zijn eigen woorden: De nieuwe poëzie moet direct en aangrijpend zijn, wil zij weer de belangrijke rol kunnen spelen die essentieel is voor een samenleving: het in stand houden van de poëtische werkelijkheid. Poëzie moet weer begrijpelijker worden dan de atoombom!

In Venus in Holland heeft Hans Plomp zijn persoonlijke, definitieve selectie bijeengebracht uit de gedichten die hij tussen 1960 en 1981 geschreven heeft en die voor het merendeel niet eerder werden gepubliceerd.