Netty Simons wint met gedicht tweede prijs

465px-AnneldeNorePoëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart in Teylers Museum Haarlem, 4 juli 2004:
Onder haar eigen naam Netty Simons is de Surinaamse schrijfster Annel de Noré (‘De bruine zeemeermin’ en ‘Het kind met de grijze ogen’) tweede geworden op de poëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart. De finale vond zondag 4 juli plaats op De Dag van het Gebroken Hart in het befaamde Teylers Museum in Haarlem rondom de tentoonstelling ‘Het hart, een teken van leven’. Uit de meer dan honderd inzendingen uit Nederland, België, Zuid-Afrika en Suriname nomineerde de jury twintig dichters voor tien eervolle vermeldingen plus oorkonde. Onder de tien prijswinnaars bevonden zich onder meer de bekende dichteres Carla Bogaards en schrijfster Inge Bak, die dit voorjaar bij Uitgeverij In de Knipscheer debuteerde met de roman ‘Zon in het haar’. De prijzen werden overhandigd door de Haarlemse stadsdichter en juryvoorzitter George Moormann. De eerste prijs ging naar dichteres Sylvia Hubers, van wie in oktober een tweede bundel uitkomt bij de Amsterdamse uitgeverij Fagel. Netty Simons, die nog niét eerder poëzie publiceerde, werd verrassend tweede.

Gebroken: een oeroud stenen hart

Wekker, computer, afwasmachien,
douche, haardroger, wasmachien,
sleutel in slot, pinpas in automaat,

roltrap op,
trein in.
Fluit!

Rust…

Omlijst door driedimensionaal dagduister
reist in vlakke, onthullende, flitsvlagen
een ijl, vreemdbekend spiegelbeeld mee…

en ’t gisternacht doorgeseind noodsignaal
wreekt de gigabeet links onder het borstbeen
die eerst in, nu door de wind wordt geslagen.

Gevangen in technologie, digitaal en staal
breekt verweerd, oeroud, ’t hart van steen
alsnóg en weigert – uiterst banaal – dienst.

Meer over Annel de Noré bij Uitgeverij In de Knipscheer

Hans Plomp – Venus in Holland

venus1HANS PLOMP
Venus in Holland

Nederland / Poëzie
Paperback, 80 blz., € 12,50
Eerste druk 1981
ISBN 90-6265-052-X
uitverkocht

Hans Plomp (1944) is bij het lezerspubliek vooral bekend als prozaschrijver. Voor de groeiende schare bezoekers van poëziemanifestaties overal in het land behoort hij daarentegen met o.m. Vinkenoog en Deelder tot de bekendste en meest gevraagde Nederlandse dichters van nu.
Plomp stamt uit de generatie van Provo en woont al jaren met geestverwanten in het gekraakte dorp Ruigoord. Zijn gedichten sluiten aan bij de enorme veranderingen die zich in onze maatschappij voltrekken en munten uit door helderheid en strijdbaarheid.
In zijn eigen woorden: De nieuwe poëzie moet direct en aangrijpend zijn, wil zij weer de belangrijke rol kunnen spelen die essentieel is voor een samenleving: het in stand houden van de poëtische werkelijkheid. Poëzie moet weer begrijpelijker worden dan de atoombom!

In Venus in Holland heeft Hans Plomp zijn persoonlijke, definitieve selectie bijeengebracht uit de gedichten die hij tussen 1960 en 1981 geschreven heeft en die voor het merendeel niet eerder werden gepubliceerd.

«Omdat mijn hoofd in de wolken is zie ik soms te weinig.» – Annel de Noré

465px-AnneldeNoreAnnel de Noré in gesprek met Marieke Visser over schrijven in De Ware Tijd Literair, 21 augustus 2004:
Ze was even terug in Suriname, Netty Simons, tegenwoordig ook bekend als Annel de Noré auteur van de roman ‘De bruine zeemeermin’ (2000) en van de verhalenbundel ‘Het kind met de grijze ogen’ (2004).

“Als ik een goed verhaal wil schrijven, dan moet ik een begin en een einde hebben, en zo’n beetje weten hoe het verhaal loopt. Dan ga ik schrijven en gebeurt er van alles. Je hebt personages waarover je nadenkt, en je ziet iemand op straat die er heel aardig uitziet en dan opeens heel naar uitvalt, onverwacht. Dat gebruik je dan. Bij ‘De bruine zeemeermin’ hebben heel wat mensen zich in mijn personages herkend: onterecht, want het boek gaat niet over bestaande personen. Het moet zelfs niet echt zijn, want het blijft een spel. Schrijvers liegen de waarheid. Als je een leugen vertelt kan het nooit over de realiteit gaan.”

“Het leven is een spel. Een boek is een spel dat geschreven is over een spel: dubbelop een spel dus.” Gevraagd naar het plezier dat het spelen van het spel haar brengt, begint de schrijfster te stralen. “Ongelofelijk! Het ís heerlijk! Je bent als schrijver in een bevoordeelde positie. Je moet ’t niet te vaak doen, maar je kan je eigen frustraties kwijt in je verhalen. Je kan iemand van repliek dienen.”

Een andere reden waarom zij zo geniet van haar schrijverschap is dat ze al schrijvend de wereld om haar heen lijkt te verklaren. “Ik ben een idealistische realist. Ik loop met mijn hoofd in de wolken, maar sta met mijn voeten op de grond. Omdat mijn hoofd in de wolken is zie ik soms te weinig. Ik verwacht altijd redelijkheid, terwijl die er niet is, niet bestaat. In mijn verhaal ‘De vloek’ probeer ik aan te geven waarom mensen dingen doen. Mensen zijn gewoon niet redelijk. Ik probeer situaties te creëren in mijn verhalen waar beweegredenen, motieven duidelijk worden. Op jezelf heb je niet goed zicht. Vandaar mijn lievelingsspreekwoord: advocaat voor jezelf, rechter voor de ander.”

Voelt zij zich méér schrijfster nu ze gepubliceerd heeft? “Mijn grootste droom is in vervulling gegaan. Ik dacht dat ik nooit iets zou durven laten lezen aan een ander. Dat heb ik nu wel gedaan en dat voelt goed.” Simons heeft haar hele leven geschreven, zolang als ze zich kan herinneren. Zelfs bij de sommetjes schrijf je een verhaal, zei een onderwijzer op de lagere school tegen de kleine Netty. “Ik heb dat nooit zo gezien. Het schrijverschap, en in het bijzonder het publiceren, is – behalve natuurlijk mijn kinderen – het beste dat me overkomen is.”
Meer over Annel de Noré bij Uitgeverij In de Knipscheer

Erich Zielinski – De engelenbron

erich zielinskiErich Zielinski
De Engelenbron
Curaçao, Nederland
Paperback, Ingenaaid, 254 blz., 15,75
ISBN 90-6265-561-0

In het oude stadsdeel Otrobanda op Curaçao meent Monchín zijn evenwicht te hebben gevonden. De Harley Davidson waarop hij als politieman reed is met keilbouten verankerd in een betonplaat op een oude waterput. Op die motorfiets vlucht Monchín uit de werkelijkheid en houdt hij existentiële monologen met zijn alter ego ‘Broeder Abt…’

Zielinski schildert met een gevarieerd pallet van emoties in De Engelenbron een wonderlijk en veelkleurig Caribisch decor waarin de mens te zien is, getekend door zijn noden en de verleidingen van het leven. De humor is nooit ver te zoeken, evenmin als de kritische ondertoon waar het penseel vluchtig overheen strijkt.

Handelen in drugs is een kunst, zoals balletdansen in een mijnenveld kunst is. Je moet goed opletten waar je je voeten neerzet en toch geen enkele noot missen van de muziek.

De personages in het boek ontkomen niet aan de dans. Petchie, Monchín en Hendrik van Alsum raken verstrikt in een mislukte drugsaffaire waarin twee vrouwen uiteindelijk de touwtjes in handen hebben: Aura die opgroeide in een sloppenwijk in Santo Domingo waar het instinct tot zelfbehoud sterker is dan alle deugden bij elkaar, en Rona. Zij was een Hindoestaanse, en dat alleen al omringde een deel van het huis met mystiek alsof daarin knielende mensen wierook offerden. Zij had een non kunnen zijn; een kloosterlinge die alleen nog haar God diende.
In dat huis ligt de invalide Hendrik en luistert naar Piaf: Et on danse, on danse, on danse

Erich Zielinski, zoon van een Duitse vader en een Curaçaose moeder, werd in 1942 geboren op Bonaire, maar groeide op in het oude stadsdeel Otrobanda op Curaçao. Na zijn opleiding in Nederland keerde Zielinski terug naar de Nederlandse Antillen waar hij werkzaam was als onderwijzer. Hij werd in die tijd oprichter en redacteur van het tijdschrift Vitó dat in de woelige jaren zestig als `kritisch tijdschrift tegen het establishment op de Nederlandse Antillen ageerde. Op Curaçao voltooide hij zijn rechtenstudie en vestigde hij zich als advocaat. Begin jaren zeventig was hij korte tijd hoofdredacteur van het voormalige dagblad Beurs- en Nieuwsberichten, waarna hij toch weer koos voor de advocatuur. De Engelenbron is zijn eerste roman.

De pers over De engelenbron
«Monchín, bijna gepensioneerd politieagent op Curaçao, houdt er een merkwaardige gewoonte op na: met regelmaat kruipt hij op zijn Harley Davidson die met keilbouten is verankerd boven een put, en terwijl hij de motor laat brullen, praat hij tot zijn betere ik, ‘Broeder Abt’. Hij woont in het grote huis De Engelenbron, waar ook de Dominicaanse prostituée Aura met haar dochter woont, en de verlamde zakenman Hendrik met wiens vrouw Monchín de liefde bedrijft. Er ontspint zich een intrige rond de drugsdealer Petchie die tot een dramatisch hoogtepunt komt wanneer Aura’s dochter overlijdt aan het slikken van drugsbolletjes. Deze eerste roman van Zielinski (Bonaire, 1942) is een schot in de roos. Aan de actuele drugsproblematiek van Curaçao geeft hij trefzeker een rijk decor als van een grote Latijns-Amerikaanse roman. Hij bouwt de spanning voortreffelijk op, schrijft soepel, geestig en met veel menselijk medeleven. Het lijdt geen twijfel: dit is het belangrijkste Antilliaanse romandebuut sinds Frank Martinus Arion.» – Michiel van Kempen voor Biblion

«Er is voor de lezer veel te beleven in De Engelenbron. Zo speelt een aantal intrigerende motieven op mysterieuze wijze door en met elkaar, wat het lezen ervan tot een spel maakt en wat zijn uitdrukking in het lichtvoetige taalgebruik vindt. Ik kan u verzekeren dat met het debuut van Erich Zielinski het eiland Curaçao een schrijver rijker is geworden, omdat De Engelenbron inhoudelijk interessant is en bovendien een originele vorm heeft met een knappe structuur en persoonlijke stijl». – Wim Rutgers in Amigoe

«Deze eerste roman van Zielinski (Bonaire, 1942) is een schot in de roos. Aan de actuele drugsproblematiek van Curaçao geeft hij trefzeker een rijk decor als van een grote Latijns-Amerikaanse roman. Hij bouwt de spanning voortreffelijk op, schrijft soepel, geestig en met veel menselijk medeleven. Het lijdt geen twijfel: dit is het belangrijkste Antilliaanse romandebuut sinds Frank Martinus Arion.» – Michiel van Kempen voor Biblion

«Een roman doordesemd van drugs, niet van de verslaving eraan maar van hun maatschappelijke invloed, is tamelijk uniek – en over Curaçao al helemaal. Wat de Nederlandse lezer ogenblikkelijk treft is het karakter van smeltkroes dat Otrobanda in de onnadrukkelijke weergave van Zielinski heeft. De lezer ziet het bonte en verwarrende leven in de hellende steegjes van Otrobanda met hun pastelkleurige huisjes voor zich, decor voor moord en overspel met humor. In De Engelenbron ontkracht Zielinski het cliché dat van drugs alleen een paar superdealers profiteren: de oneervol ontslagen politieman kan er zijn schamele zolderwoning van opknappen, de oudere Dominicaanse prostituee verwerft een pand al verliest ze haar dochter aan de bolletjesslikkerij. De plot is een thriller waardig, een oningewijde moet goed opletten om de deals in drugs en onroerend goed te volgen.» – John Jansen van Galen in Het Parool

«Boeiend beeld van de Antilliaanse ‘escape’-mentaliteit.

«De eerste keer dat de argeloze Nederlander het boek ‘De Engelenbron’ van de Antilliaanse schrijver Erich Zielinski leest, raakt hij wellicht geschokt. Prostitutie, buitenechtelijke kinderen als een geaccepterd verschijnsel, drugshandel, moord; het komt er allemaal in voor. Een boek om van je af te schuiven, zeker vanwege het lugubere slot, waarin een lijk met man en macht van een zolder naar beneden wordt gesjord om buiten in een put gedumpt te worden. Wanneer de lezer echter een tweede keer naar het werk grijpt, raakt hij onder de indruk van de gevoelig uitgebeelde personages, die tezamen een indringend tijdsbeeld geven van het leven op het zonnige rijksdeel Curaçao.» Uit: Haagsche Courant, 13 juli 2004

«De Engelenbron is zéér de moeite waard
Ik krijg regelmatig per mail ontzettend wervende aanbiedingen van boeken van de relatief kleine uitgeverij In de Knipscheer en nu heb ik al een paar keer zo’n aangeprezen boek gelezen en telkens blijkt dat de moeite waard.
Zo las ik een heel bijzondere roman van een Antilliaanse schrijver, van Erich Zielinski, geboren op Bonaire, maar opgegroeid in de volkswijk Otrobanda in Willemstad op Curaçao. Eerst was hij onderwijzer, later advocaat. Hij heeft altijd geschreven, vooral poëzie en dan in het Papiaments. Nu is er zijn eerste roman De Engelenbron, op zijn 61ste, een laat debuut dus. Hij schreef het in het Nederlands en het zou best eens de laatste Antilliaanse schrijver kunnen zijn die dat doet, want de nieuwe generatie op de Antillen beheerst het Nederlands steeds minder. Curaçao is meer en meer een smeltkroes van nationaliteiten: natuurlijk veel Surinamers, wat Nederlanders, maar ook veel Venezolanen, Colombianen en mensen uit de Dominicaanse Republiek enz. en dat zie je mooi weerspiegeld in de roman, die zich ook in Otrobanda afspeelt. Drugs spelen een grote rol, het speelt zich tenslotte af op Curaçao, en het is echt fascinerend om te zien hoe enorm de maatschappelijke invloed ervan op de eilandbewoners is. Ze zijn er niet aan verslaafd en toch heeft iedereen er op een bepaalde manier wel mee te maken, want uiteindelijk sijpelt dat grote drugsgeld door naar de onderste regionen, niet alleen naar die arme bolletjesslikkers, maar ook bijvoorbeeld naar die oude politieman die door zijn kop in het zand te steken een kleine tegemoetkoming ontvangt. In ieder geval realiseer je je dat dat drugsgeld ondertussen een economische en sociale factor van belang is geworden. Erich Zielinski bevolkt zijn roman met kleurrijke types en bouwt zijn plot zorgvuldig en spannend op. Het boek is een beetje een thriller en in het juryrapport van de Gouden Strop dit jaar werd zijn debuut ook met name genoemd en geprezen en zelfs aanbevolen, maar de jury vond het om duistere redenen nú niet voldoen aan hun thrillermaatstaven. Hoe dan ook, De Engelenbron is zéér de moeite waard.» Uit: Adeline van Lier tipt boeken, KRO-radio Dolce Vita 25 juni 2004

«De slechtste mens heeft nog iets goeds
Caribische schrijvers denken niet zwart-wit

Hoe schrijvers in het Nederlandstalig Caribisch gebied tegen hun omgeving aankijken, weten we eigenlijk niet, omdat hun werk nauwelijks tot Nederland doordringt. Er is hier wel een uitgebreide migrantenliteratuur, maar daaruit komen we vooral te weten wat de migrant in Nederland ervaart. Twee nieuwe boeken uit het Caribisch gebied zelf (‘Het kind met de grijze ogen’ en ‘De Engelenbron’) laten zien dat schrijvers dáár (Annel de Noré en Erich Zielinski) heel andere oriëntatiepunten hebben.
[…]
Realistischer is ‘De Engelenbron’, het debuut van de 62-jarige Curaçaose advocaat Erich Zielinski. Met duidelijk plezier beschrijft hij het bruisende leven in de Curaçaose volksbuurt Otrobanda. Centrale figuur is Monchín, een voormalig motoragent, die ontslagen is omdat hij naakt uit een bordeel de straat opliep. Dat was op zichzelf niet zo erg, maar de kranten gingen erover schrijven, zodat het een politiek gevoelige zaak werd. De macho Monchín heeft groteske trekken die hem onvergetelijk maken. Zo heeft hij zijn motor verankerd op een cementen sokkel, elke maand start hij hem om denkbeeldige ritten op de stilstaande motor te maken. Zielinski’s levendige debuut is ook een eerbetoon aan een volk dat zelf de handen uit de mouwen steekt om rond te komen, ook al gaat dat op een manier die de officiële wereld niet accepteert – bijvoorbeeld via de handel in drugs.
Kennelijk leeft bij deze twee Caribische schrijvers het besef dat goed en kwaad met elkaar zijn verbonden. Ze omarmen hun werkelijkheid, al zien ze de fouten van hun landgenoten ook. Ze wijzen niet met een beschuldigende vinger naar Nederland: die werkelijkheid speelt in hun verhalen geen rol.» – Jos de Roo in Trouw

Hans Plomp – Lokomotive

90-6265-239-5HANS PLOMP
Lokomotive

Nederland / Roman
Paperback, 176 blz., € 13,50
ISBN 90-6265-239-5
Eerste uitgave 1986
Uitverkocht

‘In godsnaam, Dina, overleef me niet,’ smeekt in gedachten een ouder wordende zakenman aan het begin van de roman Lokomotive. De vrouw komt kort daarop aan haar einde, en met haar de banden die de man in het burgerlijk gareel houden.
Hiermee begint zijn reis terug in de tijd: naar het Berlijn van de jaren twintig, het milieu van dadaïsten en expressionisten. ‘Lokomotive’ was de bijnaam die de verteller, toen een jonge Nederlandse student, kreeg in de kring rond Raoul Hausmann, Claire en Yvan Goll, George Grosz en Richard Huelsenbeck. De ontmoetingen met deze mensen en zijn andere Berlijnse belevenissen hebben een onuitwisbare indruk op hem achtergelaten. Nu hij ongebonden is tracht hij de draad weer op te pakken: hij schrijft aan een boek, gaat naar Berlijn en onderneemt van alles om de mensen het genie van zijn toenmalige vrienden te laten inzien.

Hans Plomp is als verteller, dichter en essayist bekend om zijn treffend verbeelden van eigentijdse verschijnselen. Met Lokomotive presenteert hij zich als goed onderlegde gids naar het begin van deze eeuw.

Hans Plomp – Een schizofreen is nooit alleen

90-6265-142-9Hans Plomp
Een schizofreen is nooit alleen
Over de grenzen van het rationalisme

Essays, Nederland
Paperback, 101 blz.,
ISBN 90-6265-142-9
Eerste druk 1983
Uitverkocht

Hans Plomp wil “de enorme machten, krachten en mogelijkheden verkennen, die nu nog voor een deel verborgen zijn, maar misschien spoedig ter beschikking komen. Mijn werk probeert een pad te hakken door overal opschietende en woekerende crisisgezwellen op zoek naar een betere toekomst… Ik wil de lezers nooit vervelen met wanhoop en ellende, ziekte en uitzichtloosheid; ik wil hen opbeuren en moed influisteren.”

In deze eerste verzameling essays roept Hans Plomp de lezer op zich open te stellen voor de spirituele avonturen in het leven, en de producten van de menselijke fantasie evenzeer als onderdeel van de werkelijkheid te zien als de tastbare materie. De surrealistische kunstenaars en denkers plaatst hij naast andere profeten en zieners, die de barrière tussen bewustzijn en onderbewustzijn – gehandhaafd in het belang van een fictieve orde en een beperkt verstand – proberen af te breken.

Een schizofreen is nooit alleen betekent: wie zich openstelt voor de surrealistische impulsen kan meer inzicht en kennis opdoen dan wie zich niet buiten de scherp afgebakende paden van het rationalisme of het religieuze gezag waagt.

Hans Plomp – Gedroomde reizen met vrouwen

90-6265-110-0HANS PLOMP
Gedroomde reizen met vrouwen

Nederland / Verhalen
Paperback, 128 blz., 9,50
ISBN 90-6265-110-0
Eerste druk 1982
Uitverkocht

Ik beschouw mezelf als een vrijdenker die geen taboes kent behalve het aantasten van andermans vrijheden. Met schrijvers als Kesey, Lennon, Castaneda en Snyder deel ik een belangstelling voor andere wekelijkheden, ook al is dat verdacht in Nederland. Maar time is on my side. Zonder andere werkelijkheden dan de huidige, is er geen toekomst.

De dichter en verteller Hans Plomp is befaamd om zijn diepzinnig bespelen van de grote vragen en mysteries van het leven. Het thema van deze verhalenbundel is het ontstaan en liefst de ondergang van het patriarchaat. Tijd en ruimte overstijgend zoekt de auteur naar situaties en breekpunten die het wezen van de vrouw-manrelatie kunnen hebben bepaald, of die tot de beslissende ommekeer kunnen leiden.
Door zijn rijke fantasie en buitengewone kennis weet Hans Plomp beelden op te roepen die even zinnenprikkelend als van diepgaande religieus-mystieke betekenis zijn. Zijn droomwereld, waarin hij ons met deze bundel een kijkje gunt, wordt gevoed uit bronnen die met hun natuurlijke kracht en ongeremdheid de gebruikelijke en geaccepteerde leerstellingen van Darwin, Freud of Christus te buiten gaan.

Harman Nielsen – Het Verscholen Volk. Fantasyroman

harman nielsenHarman Nielsen
Het Verscholen Volk

Boek 1 in de romancyclus Het Verscholen Volk
Nederland / Roman
Paperback, royaal formaat, 256 blz., 16,90
ISBN 978 90 6265 560 1
Eerste druk 2003

Tot nog niet zo lang geleden leek het genre fantasy vooral voorbehouden aan Engelstalige schrijvers en was de fantasyroman een stiefkind van de Nederlandstalige literatuur, in Nederland nog meer dan in België. Uitgeverij In de Knipscheer waagde zich pas in 2001 met een Nederlands auteur aan dit genre, nl. met de debuutroman Ravens Imperium van Edith Louw. Harman Nielsen is geen debutant, want heeft bij In de Knipscheer inmiddels drie gewone literaire romans op zijn naam staan. Laat u nu verrassen door zijn eerste fantasyroman!

In de slavenschepen van de K’zan is de aardse bevolking weggevoerd. Slechts een kleine, kwetsbare groep ontkwam. Voor het eerst overleven niet de sterksten, maar de zwaksten…

‘Hij had zich afgevraagd waarom.
Hij had gezien dat ze in de schaduwen bleven en de stegen verkozen boven de straten. Pleinen meden ze; open ruimte leek voor hen een bron van angst. Hun voedsel verzamelden ze in de sloppen en de kelderruimtes: schimmels, wortels, grassen, en de kleine dieren die er hun eigen voedsel zochten. Ze leefden in de schemer.
Maar ze leefden. En ze hadden licht. Toen de tweede nacht was gevallen, had hij zich verwonderd over het schijnsel dat uit hun kelders straalde. Pas in de ochtendschemer van de volgende dag had hij de bron ervan gezien: een kind was uit een deur geglipt, en in een steeg verdwenen, met een bevende blauwe vlam op zijn hand.’

Welke vergeten gaven bezit dit kleine, verscholen volk? Hoe slaagt het erin te blijven bestaan? Ongemerkt wordt het gadegeslagen door dienaren van de K’zan. Maar nu, na drie eeuwen, moeten deze dienaren kiezen tussen hun eigen leven en het broze, stille, andere, dat ze zo lang hebben gespaard. Het Verscholen Volk combineert overtuigend thriller en legende tot originele fantasy in prachtig beeldende taal. Harman Nielsen, als ervaren verteller, heeft een feeërieke wereld geschapen vol vaart en actie waarin de lezer onweerstaanbaar wordt meegezogen.

Mooi Woorden over Het Verscholen Volk
«Nederlandstalige sciencefiction is schaars en het valt deze schrijver, die voorheen vooral historische romans schreef, te prijzen dat hij deze roman heeft geschreven. De wereld is vrijwel ontvolkt omdat eeuwen geleden een buitenaards ras de aarde heeft leeggeroofd. De restanten van de mensheid zijn nu in gevaar omdat een achtergebleven toezichthouder van de K’zan hen terug naar de planeet wil roepen. De post-apocalyptische wereld wordt gedetailleerd beschreven en met name de cultuur van de verschillende stammen wordt treffend verhaald. Wat opvalt, is de fraaie, geheel eigen stijl van de auteur, die niet alleen beeldend is, maar ook verrassend origineel in de bewoordingen. Het plot komt tot een bevredigende conclusie.» – Biblion

«Een fantasieroman spelend in de toekomst als de bewoners van de aarde zijn afgevoerd in de slavenschepen van de K’zan. Slechts enkelen blijven als verscholen volk en kelderbewoners achter, zij het wel onder toezicht van K’zan-vertegenwoordigers die de eeuwen blijken te kunnen weerstaan. Waar leidt dat heen als het contact met de K’zan verbroken lijkt? Een roman met thrillerachtig karakter.» – Het Nederlandse Boek

«Midden in de nacht komt de K’zan met hun slavenschepen. Ver boven de aarde laten zij hun sleepnetten van angst los, energetische velden, om alle bewoners in te vangen. Waarheen de gevangenen gaan, weet niemand. Wat hun lot is? Misschien worden ze slaaf, fokdier of voedsel. De aarde blijft eenzaam achter. Na een aantal eeuwen zijn de steden vervallen en de bossen tot onherbergzame wouden geworden. Vrijwel niemand weet te ontkomen aan de netten van de K’zan. Soms glippen er een aantal bewoners door maar alleen vinden zij al snel de dood. 300 jaar na de komst van de slavendrijvers is er echter nog steeds leven op aarde. In de krochten van de vervallen steden woont het keldervolk en door de graslanden trekt het karavaanvolk. Maar ze zijn niet alleen. Kauw is één van de wachters van K’zan, achtergelaten door zijn bevelhebbers om te waken over de toestand op aarde. Na drie eeuwen is de aarde hun thuis geworden maar worden hun lichamen broos. Ze moeten kiezen tussen hun eigen leven of het aanroepen van de K’zan en het ombrengen van het verscholen volk. Nielsen is filosoof en dat merk je aan zijn beeldende en ritmische taalgebruik. Waar in fantasyromans de zinnen vaak snel en fantasieloos geschreven zijn en het verhaal centraal staat, gaat het hier juist om de poëzie van de woorden. Op een derde van het boek kom je meer te weten over de komst van de K’zan en begint de strijd tussen de wachters die de K’zan willen aanroepen en degenen die het verscholen volk willen redden. Dan leest het verhaal als een trein. Harman Nielsen laat met Het Verscholen Volk zien dat Nederland de fantasymarkt iets bijzonders te bieden heeft.» – Marinka Copier in Elf Fantasy Magazine (april 2004)

«Het Verscholen Volk van Harman Nielsen onderscheidt zich zo wezenlijk van anderen, zowel nationaal als internationaal, dat ik dit juweeltje de trouwe lezer niet wil onthouden. Op een aarde ver in de toekomst heeft het noodlot toegeslagen. De K’zan, een volk van slavenhalers, hebben de aardse bevolking weggehaald. Enkel de zwakken, die niet bevattelijk waren voor elektronische netten, wisten de dans te ontspringen. En nadat de K’zan weer verdwenen, ontwikkelde zich in de honderden jaren erna weer een beschaving. Een beschaving van zwijgende mensen, die zich verschuilen en altijd steelse blikken werpen naar de hemel. Die bovendien telepatische en telekinetische krachten ontwikkelen zoals de mensheid in zijn geschiedenis nog nooit heeft gekend. Een nieuwe dreiging duikt op als blijkt dat de K’zan waarnemers hebben achtergelaten. Een van die waarnemers is op weg naar het baken, dat de K’zan driehonderd jaar geleden hebben achtergelaten. Een baken dat hen zal waarschuwen dat er een nieuwe oogst op hen wacht op aarde. Er is echter onenigheid tussen de waarnemers. Een van hen verbindt zich met enkele aardlingen om de dreiging af te wenden. De centrale vraag is: is er een toekomst?
De Nederlandse schrijver Harman Nielsen heeft in mijn ogen een geweldig boek geschreven. Een oorspronkelijk verhaal, prachtig gestileerd in zijn taal en met een zeer goede spanningsopbouw. Zelfs zodanig dat je met spijt de laatste bladzijde omslaat.» – Uit: Dagblad De Limburger, 1 juni 2004

«Ik krijg regelmatig per mail ontzettend wervende aanbiedingen van boeken van de relatief kleine uitgeverij In de Knipscheer en nu heb ik al een paar keer zon aangeprezen boek gelezen en telkens blijkt dat de moeite waard. Zo las ik Het Verscholen Volk van Harman Nielsen, een pseudoniem voor de Friese filosoof Kees Glimmerveen. Hij schreef de afgelopen jaren al een aantal romans en heeft zich nu voor het eerst aan het genre fantasy gewaagd. Daar ben ik helemaal niet dol op en ik lees het ook nooit, behalve dan Harry Potter natuurlijk, maar Het Verscholen Volk is echt een boeiend boek! En vooral de stijl van schrijven vond ik erg mooi, heel beeldend en vaak erg origineel: het leest als een trein en neemt je moeiteloos mee in de fantasie. Het verhaal speelt zich af in een verre toekomst als de aarde leeggeplunderd is door buitenaardse wezens. Wat er aan menselijks achterbleef leeft in de spelonken van de verwoeste steden of in kleine groepjes in het veld, zwijgend en steeds hun sporen uitwissend. Langzaamaan zijn zo nieuwe beschavingen ontstaan, die heel andere talenten hebben moeten ontwikkelen. De dreiging nu wordt gevormd door de waarnemers die de buitenaardsen achterlieten. Eén van hen wil het baken ontsteken om hen te waarschuwen dat ze weer een nieuwe oogst aan mensen kunnen ophalen. Anderen sluiten zich juist aan bij de mensen om dat te voorkomen. Bijzonder spannend allemaal. Ik vond het boek echt een ontdekking en een klein wondertje, want hier in Nederland bestaat geen enkele traditie in het fantasygenre.» – Adeline van Lier tipt boeken, KRO-radio Dolce Vita 25 juni 2004

«Hoewel de literaire critici van tegenwoordig fantasy maar al te graag als lectuur beschouwen, en een fantasyroman in grote nationale dagbladen hooguit in themanummers wordt besproken, kreeg ik onlangs echter een roman onder ogen die zeker tot de literatuur gerekend kan worden. Het Verscholen Volk van Harman Nielsen vertelt over de Aarde in de toekomst. Een buitenaards volk, de K’zan’, is naar de Aarde gekomen, heeft de bevolking met behulp van grote netten gevangen en meegenomen als slaven – maar niet de gehele bevolking. In de kelders van oude steden ontwikkelt zich een verborgen volk met bijzondere gaven. Driehonderd jaar na de komst van de K’zan is de aardse bevolking al weer hard gegroeid, hoewel zij zich totaal anders ontwikkelt dan de eerdere aardse bevolking. Dit volk is altijd de angst blijven houden dat de K’zan weer terugkomen. Wanneer een vrouw, achtergelaten door de K’zan om samen met een aantal anderen de Aarde in de gaten te houden, op het punt staat om K’zan weer naar de Aarde te roepen, moet alles op alles gezet worden om dit tegen te houden en toont dit zwakke volk krachtiger te zijn dan het lijkt. Dit boek is werkelijk subliem, niet alleen door de opbouw, die maakt dat je het boek in één ruk uit wilt lezen en die haast de spanning opwekt alsof je een thriller leest, maar ook door het schitterende poëtische taalgebruik waardoor je soms de idee krijgt dat je één groot verhalend gedicht leest. Het originele concept maakt dit boek werkelijk uniek en een aanrader voor iedere Tolkienliefhebber.» – Lembas, tijdschrift van het Tolkien Genootschap Unquendor

«Harman Nielsen publiceerde al drie romans bij In de Knipscheer. Twee daarvan waren historische romans: Skaldenzang speelde zich af in Friesland in 719. Michelangelo’s Marmer speelt zich af met de Spaanse Burgeroorlog op de achtergrond. Ester ging over een kunstenares die tegelijk een bedreven bergbeklimmer is. Met Het Verscholen Volk pakt Nielsen sciencefiction aan. Het verhaal speelt zich af op Aarde in een verre toekomst. De mens is niet meer het enige wezen op de planeet, en de ontmoeting met een ander ras is slecht afgelopen. Tussen de twee rassen die op Aarde aanwezig zijn, groeit een nieuwe verstandhouding. Nielsen kan de nieuwsgierigheid van de lezer opwekken. Hij schrijft enigszins wijdlopig doordat hij veel aandacht besteedt aan de omgeving, en hij doet dat vanaf de eerste pagina. Voor een roman met heel weinig actiescènes slaagt hij er wel in om de lezer gaande te houden. Zijn stijl is bewogen. Het Verscholen Volk is een roman waar velen een goede herinnering aan zullen overhouden. We kijken uit naar De Laatste Jacht, het vervolg op Het Verscholen Volk, dat dit jaar verschijnt.» – De Tijdlijn, zomer 2004

Meer over ‘Het Verscholen Volk Boek 1’
Meer over de Het verscholen Volk-cyclus

Hans van Hartevelt – In passie verdronken. Roman

Hans van HarteveltHANS VAN HARTEVELT
In passie verdronken

Nederland Roman
Paperback, 224 blz., 15,75
90-6265-532-7
Eerste druk 2002

‘Vaak droom ik ervan. Dan hang ik onder een blauwe luchtballon en zweef ik hoog boven de wereld, en ik stijg maar verder, totdat er geen ruisen van de wind meer klinkt.’
‘En wat zie je daar?’
‘Muziek.’
‘Muziek? Daar zíe je muziek?’
‘Daar zie je muziek, ja; élk zintuig neemt daar muziek waar. Alle componisten, van Palestrina tot Mahler, van Lasso en Monteverdi tot Wagner, en jouw Ludwig ook, spelen samen onder leiding van Bach. Alle instrumenten en alle stemmen staan daar in dienst van zijn hemels orkest en harmoniëen met én alle kunsten én al het weten én alle liefde in een goddelijk allegro dat begin noch einde kent. De blinde Bach schept. En vanuit dat allesomvattende komt het leven voort.’
‘Volgens mij ben jij gek.’

De levensenergie die de sympathieke en muzikale Johan nodig heeft, vindt hij in Bach, zijn passie, of in afzondering waar hij zich laaft aan de stilte die voor hem als de symfonie van het leven klinkt. Als reisleider vergt hij het uiterste van zichzelf: of hij nu een boottocht door de jungle van Costa Rica leidt, tussen de ruïnes in Tikal in Guatemala uitleg geeft, of op paradijselijke eilandjes vertoeft; iedere reis door Midden-Amerika tast zijn reserves verder aan. Terug in Nederland merkt ook zijn grote liefde niet dat de druk die Johan zichzelf oplegt onhoudbaar wordt en dat zelfs Bach hem niet meer kan helpen en dat de neurose die hij ontwikkelt uiteindelijk tot een passie in de zin van een lijdensweg leidt.

HANS VAN HARTEVELT (1953) studeerde in Leiden boeddhistische wijsbegeerte en Tibetaanse taal- en letterkunde. Hij is verbonden aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam. Voorafgaand aan In passie verdronken (2002) publiceerde hij de romans Op zijn Chinees (1997) en Depressie over Java. (1999).

Meer over ‘In passie verdronken’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

Alfred Birney – Indische gezichten

Alfred BirneyAlfred Birney
Indische Gezichten

Reprise Literair
Nederland
Paperback 336 blz. € 15,–
Eerste uitgave 2002
ISBN 90 6265 479 7

Indische Gezichten verenigt Alfred Birney’s meest uitgesproken Indische romans Vogels rond een vrouw en De onschuld van een vis in één band.

Beide boeken geven een onvergetelijk beeld van de Indische vader, inmiddels een klassieke figuur in de Nederlandse literatuur. In het eerste boek wordt hij geschetst als slachtoffer van de oorlog in het voormalige Nederlands-Indë, in het tweede boek als schuldige aan zijn oorlogsverleden en de nawerking ervan in zijn huwelijk en op zijn kinderen.