‘Groenewegen slaagt wonderwel.’ ‘Mooie biografie zet aan tot het ontdekken van Ottens literaire werk.’

Historisch Nieuwsblad over ‘Te leven op duizend plaatsen. Jo Otten 1901-1940’ (nummer 01, jaargang 2012):
Iets te dikke, maar mooie biografie van de jong gestorven Rotterdamse schrijver en wetenschapper Jo Otten, die in 1928 promoveerde op een interessant proefschrift over het Italiaanse fascisme. Groenewegen geeft een levendig beeld van het literaire leven in het Interbellum, waarin Otten contact had met essayist Menno ter Braak. Beiden stierven in de meidagen van 1940: Ter Braak door zelfmoord, Otten door een bombardement. Waar Ter Braak een plek in de literatuurgeschiedenis verwierf, raakte Otten in de vergetelheid. Groenewegen doet een poging hem daaraan te ontrukken en slaagt wonderwel. Hij schetst het beeld van een overgevoelige en eenzame jongen, die zijn heil zocht, en vond, in boeken. Lezing van dit proefschrift, waarvan deze uitgave een handelseditie is, zet aan tot het ontdekken van Ottens literaire werk.

«Eén grote satire.» – Fred de Haas

Compa NanziOver ‘Compa Nanzi’s Capriolen’ van Joan Leslie in Ñapa/Amigoe, 7 januari 2012:
De Arubaanse schrijfster Joan Leslie heeft Nanzi een nieuw jasje aangetrokken. In haar ‘Compa Nanzi’s Capriolen’ leeft Nanzi in onze moderne tijd. In Amsterdam nog wel. Het Sodom en Gomorra van de Nederlandse multiculturele samenleving! Er wordt ruim baan gemaakt voor spottende verwijzingen naar populistisch politieke partijen als ‘Trots op Nederland’. We komen ook een hybride ‘Rita Verburg’ tegen, een symbiose van de voormalige ministers Rita Verdonk met haar ‘valse lach’ en de truttig overkomende Gerda Verburg. Venijnige kritiek wordt geleverd op het huichelachtige begrip ‘Vrijheid van Meningsuiting’ dat wordt misbruikt om allochtonen te vernederen. (…) Maar je kan in het boek ook lachen om een verhitte discussie over de benaming ‘Negerzoenen’ (een prachtnaam voor een Hollandse met chocola omhulde lekkernij) die – zogenaamd – als discriminerend wordt ervaren, maar door Rita Verburg met hand en tand wordt verdedigd. Het boek is, kortom, één grote satire met oplichter Nanzi als leidende figuur. (…) ‘Nanzi’s Capriolen’ zou uitstekend geschikt zijn om dienst te doen bij inburgeringslessen al was het maar omdat het boek een uitgebreid en ironisch perspectief biedt op de gewoonten in Nederland en de multiculturele problematiek. De auteur geeft er blijk van dat ze een uitstekende kijk heeft op het reilen en zeilen van onze volkse multiculti-samenleving.

Lees hier het artikel

Meer over Compa Nanzi’s Capriolen

‘Als gitaren schreeuwen’ een religieuze ervaring

Muziek- en literatuurrecensent Rob de Haan in Musicmaker (22 december 2011):

Als gitaren schreeuwen
Als gitaren schreeuwen is een zeer onconventioneel boek. Pennock is sterk beïnvloed door het surrealisme en er zitten veel absurdistische wendingen in het verhaal. (…) Dat neemt niet weg dat ik deze fascinerende novelle in één adem heb uitgelezen, omdat ik steeds fanatieker werd en wilde weten hoe dit uitermate merkwaardige, wonderlijke verhaal verder zou gaan.

Zoals de titel Als gitaren schreeuwen al doet vermoeden, spelen gitaren een grote rol in de nieuwe novelle van Glenn Pennock. De hoofdrolspeler in dit boek heet Joe. De liefde van Joe voor zijn Fender Stratocaster is ‘een liefde die niet voorbijgaat. Als geen ander artefact vertegenwoordigt deze gitaar mijn ziel.’
In het dagelijks leven is Joe de beheerder en eigenaar van een online community. De bezoekers van die site geeft hij advies op het gebied van de liefde. Deze online community heeft 300.000 leden en is een groot commercieel succes. (…) Joe heeft op een gegeven moment besloten dat hij een nieuw leven wil beginnen. Een groot deel van deze novelle gaat over de voorbereidingen van Joe op dit nieuwe bestaan. Hij wil zich voorgoed in zijn appartement opsluiten en alleen nog maar middels het internet communiceren met de buitenwereld.
Alleen in geval van nood zouden mensen uit de buitenwereld zijn woning nog fysiek mogen betreden. ‘Wanneer er brand zou uitbreken, mocht de brandweer uiteraard zichzelf toegang verschaffen tot mijn woning. En als mijn katjes onverhoopt ziek zouden worden, moest ik natuurlijk de dierenarts bellen. Ik zou namelijk niet willen dat ze de dupe werden van mijn strenge regels’.

«Een sterk boek, gezet in een boeiende stijl met aansprekende karakters, in een verfrissende mengeling van fantasy en sciencefiction.» – R. van Rossenberg

harman nielsenOver ‘De Oudste Zang’ van Harman Nielsen voor NBD Biblion, 27 december 2011:
De wereld is in beroering; de steden worden herbevolkt, waarbij het keldervolk verdreven wordt naar de bergen. Uil, de laatste Oude op aarde, ziet dit met lede ogen aan. Zij neemt de wees Kat, de laatste nakomeling van Spreker Mus, onder haar hoede en voedt hem op. Zij weet niet wat Kat precies is; is hij een Spreker die de volkeren kan verenigen? Vijfde deel in de serie ‘Het Verscholen Volk’. In deze sterke voortzetting van de romancyclus is de sfeer melancholischer dan voorheen. Het thema van de onvermijdelijke aftakeling doordringt alles, waardoor het sterven van een belangrijk karakter niet onverwachts kwam. Centraal staat de ontdekking van Kat, wie hij is en wat zijn rol is. Die rol zal hij verder moeten uitspelen in het volgende deel, waarvan achter in het boek al een voorproefje is opgenomen. Een sterk boek, gezet in een boeiende stijl met aansprekende karakters, in een verfrissende mengeling van fantasy en sciencefiction.

Meer over Harman Nielsen

Mooie woorden (3) over Te leven op duizend plaatsen van Rob Groenewegen

1. Nelleke Noordervliet, schrijver, recensent:
Jo Otten was een romanticus uit Rotterdam. Het lijkt een contradictio in terminis, maar die karakterisering geeft precies de sfeer van de man en zijn tijd weer: dynamisch, controversieel. Otten was een eenzaat, een rusteloze reiziger, een gekweld mens. Verlegen en stoutmoedig, ambitieus en arrogant, talentvol en maar half geslaagd als schrijver, een persoonlijkheid waar je niet makkelijk de vinger achter krijgt. Juist doordat er over hem weinig of geen voorgekookte kennis bestaat, lezen we zijn biografie met de onbevangenheid die garant staat voor verrassingen. Het interbellum, dat we zo goed kennen via de mannen van Forum en al wat er over hen is geschreven, krijgt diepte in de uitstekende biografie van Jo Otten door Rob Groenewegen.

2. Elsbeth Etty in NRC, zaterdag 1 oktober 2011:
Naar de schrijver Jo Otten, die in 1928 promoveerde op de dissertatie Het Fascisme en in 1932 de opwindende novelle Bed en wereld publiceerde, ben ik al lang nieuwsgierig. Als bewonderaar en ijverig lezer van Menno ter Braak, E. du Perron en andere schrijvers uit het interbellum kwam ik zijn naam herhaaldelijk tegen. Nu weet ik alles van hem, dankzij de gedetailleerde biografie waarop neerlandicus Rob Groenewegen jongstleden 29 september in Leiden promoveerde. Te leven op duizend plaatsen. Jo Otten 1901-1940 (In de Knipscheer, 814 blz. € 45) vertelt het tragische levensverhaal van deze overgevoelige Rotterdamse intellectueel. In een defensief nawoord probeert de biograaf te rechtvaardigen waarom “een vergeten literaire figuur” zo’n omvangrijke biografie verdient. Overbodig: een goed boek als dit, over een fascinerend mens in een belangrijke historische periode heeft geen rechtvaardiging nodig.

3. Rob Hartmans in De Groene Amsterdammer op 20 oktober 2011 onder de titel ‘Tamelijk irritant’ (fragment):
Zoals zoveel intellectuelen van zijn generatie flirtte hij met Mussolini en in 1928 promoveerde hij op een proefschrift over het Italiaanse fascisme. Hij was bevriend met de uitgever van bibliofiele boeken A.A.M. Stols en ging begin jaren dertig om met de in Rotterdam docerende Menno ter Braak, met wie hij tevens in de redactie van het blad Filmliga zat. Zijn letterkundige activiteiten werden echter maar matig gewaardeerd en de kliek rond Ter Braak nam hem niet echt serieus, wat later resulteerde in een eindeloze reeks uiterst negatieve recensies. De ironie van het lot wilde dat de Rotterdammer Otten halverwege de jaren dertig naar Den Haag verhuisde, waar hij op 10 mei 1940 werd geraakt door een van de drie bommen die op de Hofstad vielen.
Doordat de zogenaamde Forum-generatie van Ter Braak en Du Perron vooral na de oorlog buitenproportioneel werd opgehemeld, raakte Otten in de vergetelheid en stond hij, bij de weinigen die zijn naam nog kenden, te boek als een derde- of vierderangs literator. In hoeverre is dat terecht? In zijn biografie van Otten wil Rob Groenewegen niet op deze vraag ingaan, en wil hij slechts ‘begrip kweken voor het leven en werk van een bijzonder mens, iemand die nauwelijks tegen het leven was opgewassen en een kruistocht voerde tegen de wetmatigheden waaruit dat leven bestond.’ Hiermee heeft hij zich een even moeilijke als ondankbare taak op de hals gehaald. (…)
Interessant aan het boek is dat Groenewegen vrij adequaat het literaire en intellectuele klimaat van het interbellum schetst en terecht wat kanttekeningen plaatst bij de reputatie van Ter Braak en de zijnen. Maar door dit op te hangen aan de tamelijk irritante figuur van Jo Otten vergt hij veel van de lezer.

4. In Vandaar dit boek van Meindert van der Kaaij in Trouw, zaterdag 22 oktober 2011:
Toen ik met mijn onderzoek begon was Otten min of meer van de aardbodem verdwenen. Niemand kende hem meer. Zijn werk was onbekend en bijna nergens te krijgen, terwijl mannen zoals Ter Braak, Du Perron en Marsman beroemd zijn. Het lijkt nu soms wel alsof er in het interbellum geen andere mensen waren die iets zinnigs te zeggen hadden en dat is volgens mij historisch gezien onjuist.
Ook het belang van het maandschrift Forum, waarin Ter Braak en Du Perron schreven, is overdreven door naoorlogse literatuurhistorici. Dat blad had welgeteld driehonderd abonnees. Ik denk dat, hoe invloedrijk Forum ook ongetwijfeld was, dit tijdschrift niet de hegemonie had in het literaire discours van toen zoals het huidige beeld suggereert.
Juist zijn onbekendheid en het feit dat hij een schrijver van het tweede plan was maakte Otten zo geschikt voor een biografie. Ik vind dat je van een cultuur ook kennis kunt nemen via de verliezers en de derderangs figuren, vaak zelfs nog beter dan via de winnaars. Antihelden hebben net zo goed invloed op een cultuur als helden. Het is goed om van de ideeën van de antihelden uit de literatuur te belichten om zo het beeld te completeren en zelfs te wijzigen.
Otten had contact met de schrijvers die na de oorlog bekend werden en via een omweg schonk dat me een blik achter de schermen.
Zie

5. Corinna van Schendel (E. du Perron Genootschap), 24 oktober 2011:
Wat een leesbaar en evenwichtig boek is de biografie van Otten geworden! Nelleke Noordervliet heeft gelijk. Ik las het boek moeiteloos uit, terwijl Otten me niks zei. Dankzij de korte hoofdstukken werd ik als lezer stap voor stap door een mij onbekend milieu en idem Rotterdam gevoerd naar de Boschbesstraat en Casuariestraat in Den Haag, die me wel wat zeggen. Via de eigenzinnige levenslijn van Jo, een niet steeds innemend persoon, wordt het interbellum vanuit een nieuwe invalshoek belicht. Dat geldt ook voor figuren als Menno ter Braak, E. du Perron, Stols, Buckland Wright.
Rob Groenewegen blijft gelukkig steeds kritisch over zijn held (en zijn tijdgenoten), zet vraagtekens bij motieven, redeneringen en gedragingen of zoekt naar een verklaring. Het slot met Ottens citaat ‘Dood zijn is zo erg nog niet…’ is een prachtige afsluiting van zijn biografie. Dankzij het register is het boek een prima naslagwerk over allerlei personen.

6. Ezra de Haan op Literatuurplein.nl, 2 november 2011:
Rob Groenewegen brengt dit leven in kaart. Het is een prestatie die bewonderenswaardig is. Van de wereld die Otten kende is weinig overgebleven. Toch wist Rob Groenewegen genoeg boven water te halen. Hierdoor komt niet alleen Jo Otten maar ook literair Nederland ten tijde van het interbellum tot leven. Het schrijven van een biografie is geen sinecure. Het schrijven van een biografie van Jo Otten zeker niet. (…) De vergelijking met een waterval komt nog het best overeen met het effect dat het lezen van deze biografie op de lezer heeft. Rob Groenewegens biografie leest als een trein. Ook merk je dat hij een duidelijke zielsverwantschap heeft met zijn onderwerp. Daarmee is Rob Groenewegen de kunstenaar die je volgens Otten als biograaf moet zijn en wordt ook het ‘innerlijk contact’ dat je met de gebiografeerde moest hebben aangetoond. Te leven op duizend plaatsen voldoet volledig aan Ottens eisen van weleer. ‘Geschiedenis schrijven is herscheppen en herscheppen is niet mogelijk zonder verbeelding.’ (…) Daarmee is Te leven op duizend plaatsen een welverdiend monument voor Jo Otten geworden. Niet alleen wordt de periode waarin hij leefde uitstekend beschreven, ook de vele facetten van zijn persoonlijkheid krijgen genoeg aandacht. De tot nu toe enigszins vergeten schrijver komt als een ware feniks weer tot leven en met hem een van de modernisten in de Nederlandse literatuur. Rob Groenewegen toont zich in deze biografie de gedroomde biograaf van Jo Otten. Als een valse hond heeft hij zich in de ogenschijnlijk ongrijpbare mobiele mens Otten vastgebeten en hij wist vast te houden totdat diens levensverhaal vastlag.
Lees meer

7. NBD/Biblion, 10 november 2011:
In deze ruim achthonderd pagina’s dikke biografie (oorspronkelijk een proefschrift) beschrijft Rob Groenewegen op gedetailleerde wijze het korte leven en werk van de in Rotterdam geboren Otten, op veel pagina’s staat wel een lang citaat in de vorm van een tekstblok.
Lees meer

8. Chrétien Breukers, schrijver, redacteur, 14 november 2011:
‘Verdient Otten dan wel zo’n uitgebreide biografie?’ Daarop is maar één antwoord mogelijk: ‘Ja.’
Vergeten auteurs waren ooit onderdeel van ‘het’ literaire leven. Hun werk is – ooit – opgenomen in het weefsel van teksten dat literatuur nu eenmaal is. Er werd op gereageerd. Het werd bewonderd of afgekeurd.
Dat Groenewegen (met schaarse bronnen) een deel van dat leven weet te presenteren, in een boek dat a good read is, dwingt bewondering af.
Lees meer

9. Rien van den Berg in Nederlands Dagblad, 25 november 2011:
Deze biografie is een duizelingwekkend verhaal vol wetenswaardigheden rond het Rotterdamse (literaire) leven tijdens het interbellum. Groenewegen laat niets onbesproken en is uiterst zorgvuldig en volledig (misschien té) in zijn analyse van Otten en de tijd waarin hij leefde. Daarmee is deze biografie veel meer dan de levensbeschrijving van een man geworden. Het biedt ook een schat aan informatie over architectuur, kunst, film, politieke stromingen, etc. (…) Als veelzijdige, grillige figuur is Otten geen gemakkelijk ‘materiaal’ voor een biograaf. Groenewegen is er desondanks in geslaagd een evenwichtig beeld te schetsen van diens leven en tijd en daarmee is de biografie een aanwinst voor wie geïnteresseerd is n deze literaire periode.
Lees

10. Boekenpost [116, jrg. 19], nov/dec 2011:
Groenewegen schetst hierin het beeld van een auteur in het interbellum die zocht naar erkenning, maar die vanuit de kantlijn van de literatuur machteloos moest toezien hoe zijn medestrevers, onder wie de essayist en criticus Menno ter Braak, de dienst uitmaakten. (…) Het gevoel en de verbeelding, het verstand en de werkelijkheid: het zijn de belangrijkste thema’s in dit boek. In het zicht van een nieuwe wereldoorlog trachtte Otten een geschikte balans te vinden tussen deze ongelijksoortige grootheden, waarbij hij zich liet leiden door angst. Van dit proces deed hij onder meer verslag in zijn caleidoscopische novelle Bed en wereld (1932) en het theoretische supplement, het modernistische essay Mobiliteit en revolutie (1932), dat als bijlage in Te leven op duizend plaatsen is opgenomen. Literatuur, architectuur, studentenleven, film, politiek en filosofie komen samen in deze biografie, waarin het leven van Otten wordt ontrafeld tegen de achtergrond van het culturele leven in Rotterdam tijdens het interbellum. Als uniek document is aan dit boek toegevoegd van de Rotterdamse journalist-schrijver Ben Stroman (1902-1985), die op 8 maart 1940 tijdens de boeken week zijn licht liet schijnen over de ‘letterkundige schimmels en kasplanten’ van de Maasstad.

Mooie woorden (2) over De tranen van de zeegans van Inge Nicole

inge bak

1. Jan van Damme in PZC (19 december 2011):
Ik heb de novelle gelezen. En ben daar nog steeds en voor altijd heel blij om. (…) Elk drama blijft in woorden op afstand en komt daardoor des te harder aan.
Lees meer

2. Het Nederlands Dagblad op 13 mei 2011 [De lotgevallen van een prostituee]:
Inge Nicole laat zien hoe het verschil in macht, wel moeten leiden tot de tragische en noodlottige daad van Aleida aan het eind van de novelle. Door de krachtige beelden en het poëtische taalgebruik is het effect van de schokkende gebeurtenissen des te groter
Lees: DE LOTGEVALLEN VAN EEN PROSTITUEE.

3. NBD|Biblion:
Poëtisch geschreven novelle die je in een ruk uitleest. Zonder plastische beschrijvingen weet de schrijfster toch heel nauwkeurig de verschrikkingen die Aleida ondergaat te treffen, zodat je het verhaal als een film voor je ziet.
Lees meer

4. Ezra de Haan op Literatuurplein.nl:
Dit is schrijven. Vaak vergeet je dat je slechts een paar bladzijden hebt gelezen, zoveel indruk maakt dat wat je gelezen hebt. Je krijgt het gevoel een film te hebben gezien, een klassieker te hebben gelezen. De naïeve Aleida en haar pooier Pons, die niet te vertrouwen was tot hij gevoelens voor haar kreeg, vormen het ideale duo voor deze zeer goed geschreven novelle. Inge Nicole heeft ermee bewezen zeer getalenteerd te zijn op de korte baan.
Lees meer

5. Wilma van den Brink, historica:
Het boek geeft een interessant tijdsbeeld en weet door de poëtische schrijfstijl de lezer te boeien.
Lees meer

6. Karel de Vey Mestdagh, schrijver, recensent:
Ik heb net je boek gelezen. Een ontroerend verhaal dat je prachtig hebt geschreven! Met je subtiele taalgebruik uit een verder verleden voerde je mij terug in de tijd en hield je mij gevangen in je verdrietige vertelling. Ik heb er werkelijk bewondering voor hoe je dat in zo’n kort bestek zo geloofwaardig kon doen. Zoals al bij de presentatie naar voren kwam: geen woord te veel. Als schrijver weet ik maar al te goed hoe moeilijk dat is. En na het lezen ervan zeg ik eens te meer: wat een prachtige titel!

7. Guus Bauer, schrijver, recensent:
Een boek is een huis waar je in kunt wonen. Een schrijver schept een wereld, de lezer voegt daar zijn of haar eigen beleving aan toe. Zo ontstaat er een derde wereld met een eigen mythologie die noch aan de een noch aan de ander behoort. De Tranen van de Zeegans is een novelle die staat als een huis, een beschrijving van een hoerenkast in de 19de eeuw, met als hoofdthema de ongelijke verhoudingen. In het pand gebeuren zaken die intrigeren en afstoten tegelijk. Dat is wat literatuur moet doen.

Inge Nicole
De Tranen van de Zeegans. Novelle
Genaaid gebonden met stofomslag, 100 blz.
ISBN 978-90-6265-663-9
€ 16,50

Mooie woorden (1) over Hot Brazilian Wax van Eric de Brabander

HBW Eric de Brabander

1. Wim Rutgers op Caraïbisch Uitzicht:
Meergelaagdheid van verhalen leidt tot vragen en discussie, iets wat aan een eendimensionaal verhaal ontbreekt. Zei de bekende Nederlandse auteur Simon Vestdijk niet ooit: een roman die het niet waard is twee keer te lezen, is het ook niet waard een keer te lezen? Ik heb de roman inderdaad met een flinke tussenpoos twee keer gelezen, de tweede keer intensiever en met evenveel plezier. In de wetenschap dat interpretatie nooit definitief is, zal ik het boek ooit nog een derde keer gaan lezen.
Lees meer

2. Ezra de Haan op Literatuurplein.nl:
Met Hot Brazilian Wax en het requiem van Arthur Booi heeft Eric de Brabander een roman geschreven die zich steeds weer tussen twee werelden beweegt. Die van Nederland en Curaçao, die van de medische wetenschap en die van de kwakzalverij, die van leven en dood. Vooral bij het laatste komt regelmatig de herinnering op aan André Malraux’ roman La conditon humaine, Het menselijk tekort, een boek uit de tijd van Sartre en Camus. De Brabander plaatst de vragen van toen in de tijd van nu. Hij schetst waartoe de mens in staat is en laat de lezer daar zijn vraagtekens bij zetten. Dat hij zijn geliefde Curaçao uitkoos als podium voor dit toch wel morbide verhaal toont aan dat hij als schrijver werkelijk voor niets uit de weg gaat. Het levert een roman op die tot nadenken stemt over dat wat er meer zou kunnen zijn tussen hemel en aarde. Met Hot Brazilian Wax… heeft Eric de Brabander een uniek boek aan de Caraïbische literatuur toegevoegd.
Lees meer

3. Karel de Vey Mestdagh in Antilliaans Dagblad:
De spanning wordt opgebouwd vanaf het begin, dat nog in Nederland speelt, en wordt steeds drukkender en verhitter naarmate, via een oversteek per schip, de tropen in beeld komen. Eenmaal op Curaçao toont de schrijver zich niet alleen een kind van het eiland, maar ook een auteur die de zo eigen literaire stijl van zijn land en zijn streek in zijn pen heeft. Hot Brazilian Wax fascineert tot de laatste pagina. ‘Voorbij’ is het dus zeker nog niet in de Nederlands-Antilliaanse literatuur. (Antilliaans Dagblad Vrijdag 14 oktober 2011)
Lees meer

4. NBD/Biblion:
Arthur Booi is een geneeskunde student, afkomstig van Curaçao. Hij is een aparte man met speciale interesse in de alternatieve, holistische kant van de geneeskunde. Zijn latere vrouw Estelle houdt hem nog met een been in de realiteit. Wanneer Arthur met Estelle teruggaat naar Curaçao om daar een praktijk als huisarts te beginnen, komt hij steeds dichter bij de grens van de waanzin. Wat is daarin de rol van een plaatselijke kruidenvrouw met wie hij samenwerkt? Prettig geschreven en fijn vormgegeven roman. De auteur (1953) is zelf Curaçaenaar en studeerde tandheelkunde. Hij debuteerde met de roman ‘Het hiernamaals van Dona Lisa’. (S.M.J. Angenent)

5. Jan Bouman in Antilliaans Dagblad, 29 september 2011:
In dit raamwerk van het verhaal speelt zich eigenlijk af, wat ‘Arthur’ probeert te meten: het verschil tussen ergens zijn en niet-zijn, leven en dood. In het taalgebruik van de schrijver is de plaats van het niet-zijn Nederland. De zinnen zijn hoekig. Zodra we echter voet aan wal hebben gezet op Curaçao, gaat de taal vloeien. Hier vallen de woorden op hun plaats. Hier is het leven echt. Estelle is van Curaçao; haar familie woont er en we maken
er kennis mee. De persoon van Arthur verbleekt erdoor. De werkelijkheid van het eiland gaat domineren in de figuur van mevrouw Da Silva. Zij blijkt de echte meesteres. Het is een boek geworden om in één ruk uit te lezen.
Lees meer

6. Stanley Brown (Curaçao) in Amigoe, 14 oktober 2011:
Met een ongebreidelde fantasie zonder zijn geloofwaardigheid te verliezen sleept Eric de Brabander je chronologisch en op herkenbare plaatsen van het ene avontuur van Arthur naar het andere zodat je op het laatst niet meer weet wat misschien autobiografisch is of wat gefantaseerd en waar het toeval een soms te grote rol speelt. Zoals schilders in bepaalde periodes van hun leven onder invloed van grote meesters staan is in dit boek zoals bij vele Latijns-Amerikaanse en Caribische schrijvers duidelijk de invloed merkbaar van Gabriel Garcia Marquez. Klonten aarde vallen knallend uit de mond van een patiënt, vlinders vliegen door scheepsgangen achterna gezeten door kakkerlakken, kolibries vliegen midden in de nacht om lampen en pikken ogen uit, chuchubis met een zwart kapje voor hun oog bezoeken doden, blauwe landkrabben kruipen uit een dode mond en de warawara opgeroepen door een voodooritueel zorgt uiteindelijk voor een gruwelijke einde van de hoofdfiguur. Het is dan ook een boek waarbij ik u alvast waarschuw voor schokkende beelden en dat u niet moet lezen als u alleen thuis bent en van dieren houdt en religieus bent en in gebedsgenezers, handopleggers, voodoo gelooft.
Lees meer

«Deze verhalenbundel is een welkome proeve van proza.» – A. Rampadarath

De laatste paradeOver ‘De laatste parade’ van Ruth San A Jong voor NBD Biblion, 13 december 2011:
Surinaamse literatuur is schaars en deze verhalenbundel is een welkome proeve van proza uit het voormalige overzeese koninkrijksgebied. De verhalen in deze debuutbundel hebben min of meer hetzelfde thema, namelijk de dood. Er komen naast het centrale thema ook diverse Surinaamse kwesties aan bod zoals winti, buitenvrouwen, maar ook universele problemen zoals euthanasie en pesten. Surinaamse woorden en begrippen worden niet apart verklaard, maar subtiel kenbaar gemaakt in de context. De bundel maakt benieuwd naar andere thema’s en verhalen van deze eigentijdse Surinaamse auteur.

Lees hier de recensie

Meer over ‘De laatste parade’

«Geslaagde meesterproef.» – Ezra de Haan

De laatste paradeOver ‘De laatste parade’ van Ruth San A Jong op Literatuurplein, 10 december 2011:
Eigenlijk is het verrassend hoeveel Ruth San A Jong in deze negen verhalen weet kwijt te raken. En natuurlijk gaan het niet alleen maar over de dood. Want ook het leven komt aan bod en de liefde, het alledaagse Surinaamse leven. Juist al die doodgewone dingen die je zelden in een roman tegenkomt. Door geen taboe uit de weg te gaan en veel humor te gebruiken is De laatste parade een mooi en erg bijzonder boek geworden. Misschien schreef de auteur de verhalen met de laatste woorden van Baas Hugo in het achterhoofd ‘Mi no wani no wan babari’: Mocht ik ooit sterven dan geen schandaal aan mijn oren, maar wel vrolijkheid en plezier.

Lees hier de recensie

Meer over ‘De laatste parade’