Ngugi wa Thiong’o – Bloesems van bloed

90-6265-236-0NGUGI WA THIONG’O
Bloesems van bloed
Kenia, Roman
de Afrikaanse Bibliotheek
Vertaling: Annelies & Karel Roskam
Nawoord Jan Kees van de Werk
Paperback, 552 blz., € 20,–
ISBN 978-90-6265-236-5
Eerste druk 1988

De moord op drie vooraanstaande inwoners in een bordeel vormt het begin van een tocht langs mythe en werkelijkheid. Tot de ontknoping van het drama voert Ngugi wa Thiong’o (Limuru, Kenia, 1938) de lezer mee door dorpen en steden, over de barre hoogvlakte en door de bergen en dalen der menselijke emoties.
Een voormalige Mau Mau-strijder, een onderwijzer, een prostituee en een vakbondsman zijn de verdachten. Door te verhalen over de levens van slachtoffers en verdachten, geeft Ngugi een indrukwekkend beeld van de wederwaardigheden van zijn volk voor, tijdens en na de onafhankelijkheidsstrijd. Zijn diepe verbondenheid met de mensen, zijn afkeer van wreedheid en onrecht maken dat hij de lotgevallen van de inwoners van een Keniaas dorp tot een boeiend en universeel verhaal verwerkt. Gebruik makend van satire en metafoor, fel realistisch en met een zeldzame poëtische kracht heeft Ngugi wa Thiong’o met Bloesems van bloed een epische roman geschreven die het menselijke gezicht van de geschiedenis van Oost-Afrika benadrukt en die een groots moment in de wereldliteratuur werd.

Ngugi wat Thiong’o heeft zeven romans, tal van kinderboeken, toneelstukken, verhalen en essays gepubliceerd.

«Een aangrijpend boek… subtiel en eigenzinnig; zonder zich af te zetten tegen de Engelse literaire traditie verrijkt Ngugi zijn werk met vele geslaagde en van taaldwang bevrijde vernieuwingen.». The Sunday Times

Hugo Pos – Een uitroep zonder uitroepteken

90-6265-247-6HUGO POS
Een uitroep zonder uitroepteken

Nederland – Kwatrijnen
72 blz., paperback
€ 12,50
ISBN: 90-6265-247-6
Eerste uitgave 1987

Hugo Pos (1913) debuteerde in 1985 met de verhalenbundel Het doosje van Toeti (over zijn vroege jeugd in Paramaribo). Episodes uit zijn bewogen leven vertelde hij aan Jos de Roo in Oost en West en Nederland (1986). En zo is Pos na zijn pensionering als rechter nu plotseling schrijver geworden.
Maar schrijven voor zijn plezier heeft hij al sinds zijn studentenjaren gedaan, kwatrijnen met name, een vorm die hem op het lijf geschreven lijkt – vierregelige gedichten waarin op speelse toon de grote thema’s van de poëzie – liefde, leven en dood – aan bod komen:

Eros en Thanatos, fut, kameraad,
ze zijn de ruggengraat van mijn kwatrijnen
houd maar je dagboek bij, in grote lijnen
is gisteren even vrolijk als vandaag

Uit al die her en der gepubliceerde (in tijdschriften, als motto’s in zijn beide boeken, in de particuliere gelegenheidsuitgaven 12 Kwatrijnen en Het tweede dozijn kwatrijnen en nooit eerder gepubliceerde kwatrijnen, heeft Hugo Pos er zestig samengebracht in Een uitroep zonder uitroepteken – Een boekje om te koesteren.

Ik hijgde leven, leven, leven,
als ik naar bed moest ben ik opgebleven
tot ik erachter kwam: `La Vida breve’,
hooguit een uitroep zonder uitroepteken.

«De weergave van de verhoren zijn knap uitgewerkt.» – Maarten Rommens

Hans van HarteveltOver ‘De kwelling’ van Hans van Hartevelt op Recensieweb, 23 augustus 2005:
Het predicaat ‘roman’ siert de titelpagina onder de titel, maar ‘(literaire) thriller’ is hier meer op zijn plaats. Op de eerste bladzijde wordt een vredelievende douchebeurt ruw onderbroken door een schel rinkelende telefoon. Eenmaal afgedroogd wordt er teruggebeld. Al op bladzijde twee volgt het schokkende nieuws: moord! Het is niet makkelijk om als schrijver in een verhaal van 217 bladzijden, verdeeld over twintig korte hoofdstukken, de suspense vast te houden. Zoals het een goede thriller betaamt, krijgt de lezer via de hoofdpersoon stukje bij beetje informatie over de toedracht van het delict. De weergave van de verhoren, doorspekt met gedachten van de verhoorde zijn knap uitgewerkt.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De kwelling’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Ik herlees Jezus’ Zoon sinds het verscheen. Steeds weer met de dwanggedachte: zo moet het, er is geen andere weg.» – Tommy Wieringa

Hugo PosOver ‘Jezus’ Zoon’ van Denis Johnson in La Vie en Rose, juli 2005:
Zijn boek is een gevaarlijke vriend die je overhaalt dingen te doen die je niet kunt. Denis Johnson beschrijft een onverschillig universum van een eeuwig zoemende koppijn en iets dat mist. De verhalen van Jezus’ Zoon zijn even schitterend als de afzonderlijke zinnen. Alles is bezield, maar de zielen zwerven losgeslagen van elkaar door een harteloze wereld.

Lees hier de recensie

Meer over Denis Johnson

«Geen misdaadroman maar een roman over een misdaad.» – Dr. Theo Hoogbergen

Hans van HarteveltOver ‘De kwelling’ van Hans van Hartevelt voor NBD Biblion, 6 januari 2005:
In twintig korte hoofdstukjes ontrolt zich het beklemmende drama van een moord op een mysterieuze, ondoorgrondelijke vrouw van 34 jaar … Plotseling blijkt iedereen verdacht. Uitlatingen, brieven, e-mail, verhoudingen, relaties worden in verband gebracht met de vreselijke en bijna ondenkbare geschiedenis. De beschuldigingen komen wel heel dicht bij, verdachtmakingen, insinuaties, vroegere gesprekken, relaties, financiële transacties. Niets lijkt de echte moordenaar te kunnen onthullen. Ook het gerechtelijk proces schept geen helderheid. Een onverklaarbare zelfmoord en de dood van een andere medewerker geven wel of geen oplossing. Spannend met een opvallend inlevingsvermogen in alle bij het drama betrokken personen. Geen misdaadroman maar een roman over een misdaad.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De kwelling’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

Boeli van Leeuwen – Geniale anarchie

geniale anarchieBoeli van Leeuwen
Geniale Anarchie

Antillen, Columns
Paperback 196 blz. 15,00
ISBN 90 6265 325 1
Eerste druk 1990
6e druk 2007

De Curaçaose auteur Boeli van Leeuwen (1922) schreef gedurende een jaar een wekelijkse column in de Curaçaosche Courant. De neerslag van zijn ‘bloed, zweet en tranen’ is nu gebundeld in Geniale Anarchie en toont Van Leeuwen in topvorm. Op zijn kenmerkende onnavolgbare wijze schetst de auteur een messcherp beeld van zijn geboorte-eiland: fascinerend, soms keihard, maar altijd diepmenselijk. Curaçao, eens een ‘isla inutil’ en voor velen ‘De rots der struikeling’ in de letterlijke betekenis, is volgens de schrijver de laatste wijkplaats voor geniale anarchisten in een wereld die beheerst wordt door technocraten. Geniale anarchisten, die van niets toch altijd nog iets wonderbaarlijks weten te maken.

Mooie woorden over Geniale anarchie:
“Dat Boeli van Leeuwen een overtuigd auteur is van grote thema’s als doodsangst en existentiële twijfels bewees hij reeds in zijn vijf romans; dat hij ook onder druk van een wekelijkse deadline in staat is in de beperkte ruimte van een column literatuur van gehalte te produceren, is met deze bundel uit 1990 bewezen.” – NRC Handelsblad

“Boeli van Leeuwen blijkt het genre tot in de perfectie te beheersen. Hier is iemand aan het werk die houdt van schrijven. Dat werkt aanstekelijk, want niet alleen houdt hij ervan, hij kan het als de besten. Boeli van Leeuwen lees je voor het genot van het lezen.” – Cees Zoon in De Volkskrant

“Met Geniale Anarchie is duidelijk dat Boeli van Leeuwen zoniet zijn eigen ziel dan toch wel de ziel van Curaçao heeft blootgelegd. Geniaal? Jawel: ze zijn onmisbaar voor een beter begrip van de anarchie die Curaço is en van de geniale anarchist die Van Leeuwen is.” – Jos de Roo in Trouw

“Geniale Anarchie geeft een mooi beeld zowel van de samenleving op Curaçao als van de beschouwer daarvan, een sterk betrokken beeld vol zelfspot.” — Koos Hageraats in de De Tijd

“Er is veel meer in te vinden dan een ironische beschrijving van de positie van het eiland Curaçao. Veel meer dan in zijn eerste werken is Boeli van Leeuwen de auteur geworden, die in een beeldende en knap gereconstrueerde taal een samensmelting bereikt tussen de Nederlandse literaire tradities en opvattingen en de Latijnsamerikaanse evocatieve en hartstochtelijke literatuur, waarin de verbeelding vande auteur door alle grenzen van werkelijkheid en de ordening heen moet breken.” – Jan Verstappen

Inge Bak – Zon in het haar

inge bak zon in het haarINGE BAK
Zon in het haar

Nederland / Indiaans, Roman
Ingenaaid, 224 blz., € 15,00
ISBN 90-6265-544-0
Eerste druk 2004

Linn probeert zich staande te houden in de chaos van het dagelijks bestaan. Een alternatieve levensstijl vormt een cocon die haar moet beschermen tegen de buitenwereld. Dan ontmoet ze Kit die haar in zijn greep krijgt. Hun verhouding is louter gebaseerd op lichamelijke aantrekkingskracht. Linn raakt meer en meer verstrikt in deze verstikkende relatie. Om te overleven vlucht ze steeds vaker in herinneringen van ver voor haar geboorte. Als de Navajo Todacheene verschijnt, beginnen levens door elkaar te lopen. Neemt de tijd een loopje met haar of haalt het verleden haar in?

Opgerold lag ze in de houten trog te stoven. Wij kwamen net terug van ons veldje. De leren riemen sneden me onder het gewicht van de oogst in de schouders. Ik boog me voorover om me van mijn zware last te ontdoen. De maïskorrels vielen over mijn hoofd heen de trog in en maakten de slapende slang wakker. Ik hoorde de bulderende lach van mijn vader….

In haar debuutroman Zon in het haar beschrijft Inge Nicole Bak (1968) het ‘dubbelleven’ van Linn op zoek naar zichzelf; twee verhalen die dichter en dichter bij elkaar komen. Uiteindelijk neemt Linn het lot in eigen hand, neemt op een verrassende wijze wraak op Kit en komt thuis.

‘Maar ik snap nog niet wat er met je gebeurt als je dood bent. Waar gaan al die andere stukjes van jou naartoe, pap?’ ‘Nergens. De wormen ruimen mijn restjes op,’ zei hij en hij keek naar een overvliegende blauwe reiger.

De pers over Zon in het haar:
‘ZON IN HET HAAR’, ROMANDEBUUT VAN INGE BAK

STILSTAND IS STERVEN

In het romandebuut ‘Zon in het Haar’ van Inge Bak (1968) vlucht een jonge vrouw in een fantasiewereld om het hoofd te bieden aan de ondraaglijke alledaagse werkelijkheid.

Hoofdpersoon Linn is een onafhankelijke jonge vrouw die zich niettemin gemakkelijk bindt. Ze is een dromer die zichzelf opsluit in een cocon van fantasieën: “Ik wil dat de wolken een geheim blijven, ook al weet ik dat ze uit waterdamp bestaan.” Ze ontmoet ene Kit, bij wie ze tamelijk snel intrekt. Ze laat zich door deze heerszuchtige man, deze ‘knurft’, kleineren en koeioneren. “Linn trekt voortdurend de verkeerde mannen aan”, stelt haar schoonzuster dan ook fijntjes vast. Pas na enige tijd slaat ze van zich af, probeert hem subtiel af te troeven, wat hem razend maakt.
Onderwijl idealiseert ze de wereld van de Navajo-indianen, geïnspireerd op de verhalen die haar vader haar vroeger heeft verteld. Pas als ze met haar vriend breekt, het heft in eigen hand durft te nemen en in Amerika terechtkomt bij de Navajo-indianen, komt ze tot rust en verzoent zich met het leven. Ze voelt zich eindelijk ‘thuis’, alsof ze het spoor van een vroeger leven terugvindt. Dat laatste klinkt nogal zweverig, en soms is het dat ook, maar doorgaans weet Inge Bak die klippen behendig te imzeilen.
‘Zon in het Haar’, genoemd naar de indiaanse ‘naam’ van de hoofdpersoon, is een boek dat zich langzaam laat veroveren. Het doet in dat opzicht denken aan de romans van Willem Brakman. Bij hem heb je vaak het idee dat je verzeild bent geraakt in een labyrint en niet weet of je nu gebeurtenissen, herinneringen of de hersenschimmen van de hoofdpersoon leest. In het debuut van Inge Bak gaan surrealisme en realisme ook moeiteloos samen. Ook hier is soms nauwelijks verschil tussen wat de hoofdpersoon werkelijk beleeft en de spoken in haar hoofd.

STOF
In het begin werkt dat storend; dat geldt vooral voor de cursief gedrukte verhalen over de gedroomde Navajo-indianen. Gaandeweg krijgt de schrijfster echter meer vat op haar stof. Het verhaal wordt dwingender, ze gaat ook beter schrijven. Dat demonstreert ze met treffende observaties en pregnante zinnen die veel zeggen over de drijfveren van de hoofdpersoon: “Ik hield van het kind in mij en wilde daar geen afstand van doen.” Of als ze zich weer door haar ex-minnaar dreigt te laten inpalmen: “Onze lippen raken elkaar vluchtig, alsof ze het nog niet helemaal vertrouwen.”
Uiteindelijk gaat ‘Zon in het Haar’ vooral over de vrije wil, over keuzes maken. En over het volgen van je hart, al blijf je – of je wilt of niet – afhankelijk van anderen; je moet weer verder ondanks alle ellende en rottigheid die je op je pad vindt. Want ‘stilstand is sterven’. “Je allerdiepste gevoelens kun je niet omzetten in taal”, zegt Linn ergens. Naar die woorden is Inge Bak wél op zoek gegaan. Het resultaat is een boek dat intrigeert.
– Nico de Boer in Noordhollands Dagblad, 22 april 2004

Mooie Woorden

Opvallende debuutroman over reïncarnatie.
De jonge vrouw Linn voelt zich een buitenbeentje – en buitenstaander – in de maatschappij. Ze leidt een teruggetrokken leven zonder moderne gemakken. Bij het uitlaten van haar hond ontmoet ze Kit, industrieel vormgever, wel aangepast, met wie ze in een dwangmatige, seksuele relatie belandt. Geprikkeld door zijn overheersende gedrag zoekt Linn meer dan ooit haar ware identiteit, en focust op ‘een vorig leven’ waarin ze deel uitmaakte van de Navajo-indianenstam. Ze maakt zich met geweld los van Kit, waarbij de grens tussen fantasie en werkelijkheid vaag blijft. Een dramatische debuutroman van Inge Bak (1968) die in elk geval tot denken aanzet, met name over reïncarnatie. – Biblion

Zon in het haar: Verrassende debuutroman van Inge Bak

In ‘Zon in het haar’ volgen we drie jaar van het leven van de dertigjarige Linn Overzee; omdat dat gebeurt in 32 hoofdstukken en een epiloog komen aan het eind van het boek vorm en inhoud niet toevallig samen in het getal 33: de leeftijd van de aardse voleinding, het getal dus dat bij uitstek de afronding, de geslotenheid vertegenwoordigt. Het is één voorbeeld uit vele hoe in dit boek alles met alles samenhangt.
Linn is een kwetsbare persoonlijkheid, met een grote mate van authenticiteit. Tijdens het uitlaten van haar hond komt ze in contact met een zekere Kit. De relatie die ontstaat blijkt in geen enkel opzicht gelijkwaardig en vooral in seksueel opzicht wordt zij geïntimideerd. Naarmate zij haar eigen leven meer en meer verliest, gaan passages in het boek die verhalen over ingrijpende gebeurtenissen die honderd jaar geleden bij een Navajovolk plaatsvonden, een steeds belangrijkere rol spelen en wordt het duidelijk dat de personages uit beide verhaallijnen op een mysterieuze wijze verbonden zijn, dat de gebeurtenissen elkaar zonder de beperkingen van plaats en tijd spiegelen. Als de verhouding met Kit, die haar alles afneemt en geestelijk en lichamelijk kapot maakt, haar noodlottige ontknoping dreigt te krijgen, nemen de verhalen over het Diné-volk steeds meer de vorm aan van hallucinaties en wordt de lezer als het ware voor de keuze gesteld Linn te zien als iemand die psychotisch is, in ieder geval een schijnwereld opbouwt, of als iemand voor wie regressieve ervaringen uit een vorig leven werkelijkheid worden. Het is knap hoe het boek beide mogelijkheden openhoudt en de lezer zelf laat kiezen hoe hij het dramatische slot en Linns uiteindelijke ‘bevrijding’ moet zien.
Inge Bak heeft het zichzelf met deze roman over een ‘dubbelleven’ niet gemakkelijk gemaakt, maar ze slaagt erin om ook de meer rationeel ingestelde lezer mee te trekken in een beslist vlot en onderhoudend geschreven verhaal. Aanvankelijk lijkt ze in haar drang alles in parallellen en spiegelingen ‘kloppend’ te maken sterk te overdrijven, maar daarmee zet ze de lezer ook bewust op het verkeerde been. Of het goede, want het is een intrigerend boek. – geciteerd uit ‘Verrassende debuutroman van Inge Bak’ door Joop Leibbrand in Meander, 6 juni 2004

www.ingebak.nl

«Interessant thema en een verrassend einde.»

“De alternatieve Linn heeft er moeite mee zich staande te houden in het dagelijkse leven. Ze gaat een relatie aan met de gewelddadige Kit. Door dit verhaal heen lopen haar herinneringen aan een vroeger leven waarin zij een Indiaanse was. Zon in het haar heeft een interessant thema en een verrassend einde.” – geciteerd uit: Vrouw & Kultuur Debuutprijs 2006 in Nieuwsbrief Vrouw & Kultuur, jrg 17-br 1, januari 2005

Mooie woorden (6) over Het genie van Rome van Margreet Hofland

margreet hoflandDe pers over ‘Het genie van Rome’:
«Als toneelrecensent Lucas Antheunissen (33) in 1985 kunstacademie-docente Eline (32) leert kennen, ziet deze al gauw een grote uiterlijke en innerlijke gelijkenis tussen hem en de Italiaanse schilder Caravaggio (1573-1610). Eline ontdekt dat een verre voorvader van Lucas uit Italië kwam en de onwettige zoon van Caravaggio was. Deze originele debuutroman speelt afwisselend in de 20ste eeuw (1951-1985) en de 16de eeuwse wereld van Caravaggio. Het levendige verhaal zal vooral liefhebbers van de Italiaanse renaissanceschilderkunst boeien. Een kleurrijk debuut.» – NBD/Biblion

«In de roman Het genie van Rome vertelt Margreet Hofland het verhaal van de Italiaanse schilder Caravaggio en zijn mogelijk afstammeling Lucas Antheunissen. De verhaallijnen van het meeslepende verhaal zijn op meesterlijke wijze vervlochten. De setting is het Italië van de zestiende eeuw en het hedendaagse Europa. Een geniale roman.» – Grande (België)

«Schrijvers debuteren over het algemeen voorzichtig. Met een bundel korte verhalen bijvoorbeeld of een novelle. Bij uitgeverij In de Knipscheer gaat het anders. Het genie van Rome is een 550 pagina’s tellende roman van Margreet Hofland waarin het levensverhaal van de meesterschilder Caravaggio wordt vervlochten met dat van een aantal personen in onze tijd. Zo krijgt Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) een 20ste-eeuwse tegenhanger in de persoon van Lucas Antheunissen, een verzonnen verre nazaat van de meester van het clair-obscur. De schrijfster schildert een even kleurig als genuanceerd portret van de jong gestorven meester en zijn omgeving. Caravaggio komt in dit boek zo goed uit de verf dat je je afvraagt of Hofland niet beter een gewone historische roman over hem had kunnen schrijven. Maar toch is Hofland er wel in geslaagd er een meeslepend verhaal van de te maken.» – Sijthoff Pers

«In haar roman Het genie van Rome speelt Margreet Hofland een intrigerend dubbelspel met personen en tijden. En altijd is Caravaggio het middelpunt.» – Haagsche Courant

«Margreet Hofland weeft roman rond driftig genie Caravaggio.» – Haarlems Dagblad

«Onmiskenbaar kent de Nederlandse schrijfster Margreet Hofland het grillige Italiaanse schildersgenie Caravaggio (1571-1610) en diens magistrale doeken door en door. Om zijn leven na te vertellen, koos ze een ingewikkelde omweg: een hedendaagse Nederlander geraakt geobsedeerd door Caravaggio en treedt griezelig precies in diens voetsporen. Het genie van Rome overtuigt als vertelling en portrettering.» – Trends (België)

«Een interessante combinatie van fictie en werkelijkheid.» – Drs. E.A. van Kemenade

Marc WildemeerschOver ‘Knijp nu je ogen dicht’ van Marc Wildemeersch voor NBD/Biblion, 01-05-2003:
Marc Wildemeersch (1958) maakt met ‘Knijp nu je ogen dicht’ zijn romandebuut voor volwassenen. Zijn verhaal is sterk. Een jongeman uit de kringen van Paul van Ostaijen emigreert, mislukt en keert als soldaat terug in de Eerste Wereldoorlog. Hij beleeft de verschrikkingen en overleeft o.a. vanwege zijn liefde voor Anna, die hij als emigrant achterliet. Na de oorlog reizen ze naar Berlijn waar ze met ‘collaborateurs’ als Van Ostaijen wachten op een veilige terugkeer naar België. Een goed verhaal, een interessant onderwerp en goede thema’s.
Lees hier de hele recensie
Meer over ‘Knijp nu je ogen dicht’

Mooie woorden (8) over In passie verdronken van Hans van Hartevelt

Hans van HarteveltDe pers over ‘In passie verdronken’:

«Zijn beste roman tot nu toe.» – Maarten ‘t Hart

«Portret van een onevenwichtige jong man die binnen- en buitenwereld nooit met elkaar heeft kunnen verzoenen. Tegenover de absoluutheid van Bach moest alles wel tekort schieten.» – Leeuwarder Courant

«De schrijver heeft een personage neer willen zetten dat door zijn omgeving niet wordt begrepen, steeds meer in zichzelf opgesloten raakt en uiteindelijk niet is opgewassen tegen het levenslawaai, letterlijk en figuurlijk.» – Friesch Dagblad

«Ik kan niet nalaten direct na het lezen van In passie verdronken mijn bewondering op papier te zetten. Ik las het boek in één keer uit. Boeiend hoe J.S. Bach zo centraal kan staan in 2002/3. U schreef een prachtig boek.» – Ton Koopman

«In ‘De binocle’, verhaal uit 1918 van Louis Couperus raakt een hypernerveuze schouwburgbezoeker, die vanaf het balkon ‘Die Walküre’ volgt, zo geobsedeerd door de kale schedel van een bezoeker in de zaal dat hij er tenslotte zijn binocle naartoe smijt (die overigens een ander treft). Obsessieve, pathologische personages die in de literatuur van rond 1900 ook voorkwamen in de romans van bijvoorbeeld Van Oudshoorn of Coenen en in hun vervreemding van de normale samenleving al aardig modernistisch aandoen.
Zo’n personage, door zijn obsessie onafwendbaar op het noodlot afstevenend, treffen we ook aan in de beklemmende roman ‘In passie verdronken’ van auteur Hans van Hartevelt. De hoofdpersoon heet Johan. En waarom ook niet in een roman die klinkt als een ode aan Bach.
Deze op het oog rustige Leidse student Spaans ontwikkelt niettemin algauw een verontrustende geluidfobie, die met elke bladzijde toeneemt en zijn agressie aanwakkert. Tot hij zelfs bij het gladstrijken van een programma door een andere schouwburgbezoeker bijna door het lint gaat. In deze als onverdraaglijke kakofonie ervaren buitenwereld lijkt de muziek van Bach lang gids en redding bij werk, liefde en op zijn woonboot in het Zuid-Hollandse polderland. Dat Johans einde hoe dan ook in de boeken geschreven staat, valt op te maken uit met name het Leitmotiv ‘water’ dat soms helder en dan weer nadrukkelijk donker door het verhaal stroomt. Eigenlijk lang geen gek geschreven boek. Maar dralend bij dat pessimistische naturalisme van weleer durft de zich overigens meer als misdaadauteur afficherende Van Hartevelt naar mijn smaak te weinig vernieuwende bokkensprongen te maken.» – Birgitte Jonkers, Eindhovens Dagblad

Meer over ‘In passie verdronken’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer