«Bloemlezing van tien dichters in de jaren tien resulteert in soms verrassende literatuur.» – Drs. Erik Kreytz

cover10voor10Over ‘10 voor 10. Tien Extaze-dichters van de jaren tien’ voor NBD / Biblion, 9 mei 2019:
Tien dichters die in de jaren tien van deze eeuw publiceerden in het literair tijdschrift ‘Extaze’ zijn nu, aan het eind van dit decennium, door de uitgever geselecteerd voor een bloemlezing: Merel van Slobbe, Hanz Mirck, Dorien Dijkhuis, Daniel Bras, Heidi Koren, Giuseppe Minervini, Estelle Boelsma, Arnold Jansen op de Haar, Lisa Rooijackers, Maria van Oorsouw. Van elke dichter zijn vijf gedichten opgenomen. Van de dichters worden korte biografieën vermeld, waaruit blijkt dat de meesten ook in andere tijdschriften publiceerden. De inleider beperkt zich tot een kort overzicht van de gedichten, die geen tijdsbeeld bieden maar zich wel uitspreken over een plaats of over de taal waarin naar een thuis of behuizing wordt gezocht. (…) Deze gedichten zijn meer persoonlijke gedachtegangen, verhalend en toegankelijk, op zoek naar een plek binnen de nieuwe tijd van tien jaren die bijna zijn verlopen en worden gevolgd door een andere, nog niet te omschrijven ‘Extaze’. Dat resulteert in soms verrassende literatuur. Mooi uitgegeven.
Lees hier de recensie
Meer over ‘10 voor 10. Tien Extaze-dichters van de jaren tien’

«Schrijnend maar hoopvol portret van de erbarmelijke leefomstandigheden.» – Theo Jordaan

VoorplatLichtverkoper-75Over ‘De Lichtverkoper’ van Ton van Reen op Alles over boeken en schrijvers, 4 mei 2019:
(…) ‘De Lichtverkoper’ is een goed geschreven en boeiende historische roman die een schrijnend beeld schetst van de erbarmelijke omstandigheden waarin de arbeiders in de jaren 70 en 80 van de 19de eeuw moesten zien te overleven in Maastricht. Daarnaast laat de roman zien hoe meedogenloos overtuigt de grootindustriëlen waren van de rechtmatigheid van hun uitbuiting en hoe ze hierin door vrijwel de gehele katholieke elite gesterkt werden. Alhoewel gesitueerd in Limburg zal het in de rest van Nederland er op een vergelijkbare manier aan toe gegaan zijn. (…) Middels de hoofdpersoon van de roman, de 12-jarige Caspar Marres, schetst Ton van Reen een indringend beeld van de armoede waarin de meeste inwoners van Maastricht probeerde te overleven. (…) Na een ongeluk in de fabriek waar hij als jonge tiener aan het werk is raakt hij zwaargewond. Hij komt in het ziekenhuis terecht waar hij kennismaakt met Troef. Dit wakkert de wens tot vrijheid, de wens tot een beter bestaan en het bestrijden van onrecht die latent aanwezig waren bij Caspar nog verder aan. Op zijn eigen kracht en met een enorme dosis doorzettingsvermogen weet Caspar een beter bestaan op te bouwen en zich te onttrekken aan de voorbestemde armoede. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘De Lichtverkoper’
Meer over Ton van Reen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Die zoektocht naar zijn vader loopt duidelijk als een rode draad door zijn leven.» – Harriët Salm

Over verzetsman Rudi Jansz in Trouw, 3 mei 2019:
(…) Rudi Jansz was een held, zegt historicus Herman Keppy. En hij is zeker niet de enige Indische jongen die zich tegen de Duitsers verzette. “Hij is, zoals velen onder die Indische groep, nooit gedecoreerd of anderszins bedankt voor zijn strijd voor de bevrijding van Nederland. Dat is onterecht.” (…) Als de Duitsers Nederland invallen in mei 1940 vecht [Rudi Jansz, de vader van Ernst Jansz] tot de capitulatie mee in het Nederlandse leger. Hij trouwt na terugkeer met de Hollandse Jopie Becht, afkomstig uit een communistisch milieu. Via haar familie raakt hij betrokken bij het verzet. Persoonsbewijzen vervalsen, illegale kranten drukken en verspreiden, en vanaf 1943 ook Joden helpen onderduiken. Hij vormt samen met zijn vriend Tutti Webb in 1944 een eigen verzetsgroep met alleen Indische jongens. Ze werken onder andere samen met Indonesische studenten. Dat zijn jongens, met twee Indonesische ouders, die al voor de oorlog tot een politieke groepering behoren die voor de onafhankelijkheid van Indonesië strijdt. Ook deze studenten zijn zeer actief in het verzet tegen de Duitsers. (…) Het verzetswerk stopt op die augustusdag in 1944 voor Rudi, als hij wordt gearresteerd. Dit heeft grote gevolgen. Zijn vriend Tutti wil vervolgens Jansz uit de gevangenis op de Weteringschans bevrijden. Als een soort proef besluit hij met wederom een voornamelijk Indische groep verzetsmensen eerst in Den Haag een distributiekantoor te overvallen. “Een vingeroefening voor het grote werk”, zegt Ernst Jansz. Ook zijn moeder Jopie is bij die overval. (…) De actie loopt uiteindelijk mis, Tutti wordt gearresteerd en in september 1944 in Vught gefusilleerd. Jopie zit vijf weken in de beruchte gevangenis in Scheveningen, het Oranjehotel. Zij komt daarna vrij. Jansz wordt in januari 1945 naar Kamp Amersfoort overgebracht. Daar blijft hij tot de bevrijding. De gebeurtenissen hebben hun weerslag op zijn leven na de oorlog én op dat van zijn zoon, geboren in 1948. Vader Rudi overlijdt aan kanker als Ernst 17 jaar oud is. (…)
Lees hier of hier het artikel ‘Het was de wens van verzetsman Rudi Jansz: eerst Nederland vrij, daarna Indonesië’ van Harriët Salm in Trouw
Ernst Jansz verhaalde over het verzet van zijn ouders in de Tweede Wereldoorlog in zijn romans ‘De Overkant’, ‘Molenbeekstraat’ en ‘De Neerkant’.

«Ook al is maar een deel gebaseerd op de waarheid, dan nog is het behoorlijk ontluisterend.» – Margot Poll

VoorplatDeweinigen-75Over ‘De Weinigen’ van Lucas Hirsch in NRC Handelsblad, 3 mei 2019:
(…) Hoofdpersoon Staal krijgt het zwaar te verduren als hij zelf onderzoek wil doen naar verdachte transacties waarbij de bank is betrokken en hem wordt gesommeerd te zwijgen omdat anders zelfs de overheid in problemen komt. Zijn manager Martin ziet een concurrent in hem en blijkt vooral bang voor de ‘corpsbal’ Jonas die te veel wil weten. De manager verzint een valstrik en Jonas trapt er in. Dat geeft de roman een interessante tweede component: naast de bank aan de Zuidas schetst Hirsch ook de mores van het Amsterdamse studentencorps aan de Warmoesstraat. Dat gaat goed totdat Jonas dreigt de geheimhoudingsplicht van het corps te verzaken. Een derde draad door het web is zijn huwelijk; Jonas loopt thuis ‘op eieren als mijnen’ omdat zijn vrouw zich aan hem irriteert. Hij neemt zijn werk te veel mee naar huis, heeft te weinig aandacht voor haar en voorziet het dagelijkse nieuws van ergerlijk commentaar door zijn ‘securityperspectief’.
Lees hier of hier de recensie ‘Intimidaties aan de Zuidas.’
Meer over ‘De weinigen’

«Je leest met verbijstering hoe dat wereldje in elkaar zit.» – Marjo van Turnhout

VoorplatDeweinigen-75Over ‘De Weinigen, of Het verhaal van de bankier in de buik van het beest’ van Lucas Hirsch op Leestafel, 30 april 2019:
(…) In een vrij droge stijl, met korte zinnen en dialogen die to the point zijn – hetgeen natuurlijk helemaal bij het onderwerp van de roman past – schetst Lucas Hirsch de bankwereld op zo’n manier dat je na het lezen geen enkele vertrouwen meer hebt in de financiële wereld. Je voelt hoe Jonas tegen zijn zin steeds meer aangetast wordt in zijn integriteit, hoe hij dan maar meegaat met de stroom. Ook al weet je vanaf het begin dat het fout zal lopen, je leest met verbijstering hoe dat wereldje in elkaar zit. ‘De Weinigen’ is de debuutroman van dichter Lucas Hirsch. Hij heeft zelf een tijd bij een bank gewerkt en putte voor dit boek uit zijn ervaringen. Dat er autobiografische elementen in verwerkt zijn blijkt uit een hoofdstuk waarin verteld wordt over de studietijd van de hoofdpersoon. En Kat Boef, zijn eigen kat, krijgt ook een rolletje…
Lees hier de recensie
Meer over ‘De weinigen’

«Goed leesbare roman.» – Dr. N.J.P.M. Bos

VoorplatLichtverkoper-75Over ‘De Lichtverkoper’ van Ton van Reen voor NBD / Biblion, 2 mei 2019:
De auteur (1941), schrijver van talloze romans, kinderboeken en dichtbundels, beschrijft in deze roman drie jaar (1873-1875) uit het leven van Caspar, een twaalfjarig arbeiderskind dat in het vroeg industriële Maastricht moet zien te overleven. Hij woont in het beroemde Cité Ouvrière, een voor die tijd moderne woonkazerne die later naam heeft gemaakt als ‘menschenpakhuis’. Met de inkomsten als straatventer van kaarsen moet hij het altijd tekortschietende gezinsinkomen aanvullen. Ook werkt hij enige tijd in de aardewerkfabriek van de grootindustrieel Regout. Het gaat hem beter als hij als hulp van een fotograaf aan de slag kan. De belevenissen van Caspar zijn ingebed in de toenmalige schrijnende maatschappelijke context van armoede, kindersterfte, drankmisbruik, prostitutie en ook van het ontluikend zelfbewustzijn van de arbeidersklasse. Goed leesbare roman, inclusief personenregister, woorden- en begrippenregister en nawoord.
Meer over ‘De Lichtverkoper’
Meer over Ton van Reen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Geheimhouding over ernstige misdragingen van corpsvrienden.» – Mr. J.J. Groen

WeinigenOver ‘De Weinigen, of Het verhaal van de bankier in de buik van het beest’ van Lucas Hirsch voor NBD / Biblion, 30 april 2019:
Lucas Hirsch (1975, dichter en onder andere voormalig bankmedewerker) beschrijft in deze debuutroman hoe zijn protagonist Jonas Staal in de bankencrisis zelf ook ten onder gaat. De vertelling beslaat de periode 1997, als Jonas nog student is en lid van het Corps, tot juni 2009. Jonas is integriteitsonderzoeker bij een grote bank. Daar leeft hij het luxe leventje van bankier, inclusief een expliciet beschreven buitenechtelijke escapade. Zijn huwelijk met Evi stelt weinig meer voor. Als in één grote waterval storten huwelijk en baan in. Jonas grootste zwakte blijkt zijn gebondenheid aan zijn oude corpsleven en de geheimhouding over ernstige misdragingen van corpsvrienden uit die tijd: de weinigen die door afkomst een glanzende carrière wacht. In op zich goed toegankelijke taal beschrijft Hirsch, met net wat te veel bankjargon, het bankiersbestaan. Er zit voldoende vaart in het verhaal, alleen blijven de karakters oppervlakkig: misschien is dat wel de kern van het snelle bankleven.
Meer over ‘De weinigen’

«Merkwaardig is dat je je ook als lezer aanwezig waant.» – Cor Gout

VoorplatZwijguren2_Opmaak 1.qxdOver ‘De Zwijguren’ van E. de Haan op Extaze.nl, 30 april 2019:
Op 23 februari 2019 presenteerde Peter de Rijk, alias E(zra) de Haan, op wel zeer bijzondere wijze zijn verhalenboek ‘De Zwijguren’. Tegen de achtergrond van een reeks reisfoto’s zwierde hij verbaal door de vijftien hoofdstukken van zijn boek. Aantekeningen had hij daarbij niet nodig. De onderwerpen waarover zijn inleiding ging, een zeventiental door hem bewonderde schrijvers en de voetstappen die zij in de ruimte en tijd van de geschiedenis hadden achtergelaten, heeft hij, reizend en trekkend door Europa en Noord-Afrika, geïncorporeerd. Met zijn kennis van hun leven en werk in zijn ransel, heeft hij zijn voetzolen op hun voetafdrukken gedrukt, de plaatsen waar zij woonden of tijdelijk verbleven in zich opgenomen, hen voor zich gezien en hen aangesproken. In het hoofdstuk over Kafka is die gespreksvorm op papier gekomen: ‘Dit jaar vroeg iemand mij een brief aan mijn vader te schrijven. Net als jij. Ik weet nu hoe jij je hebt gevoeld.’ In dit hoofdstuk zijn subject en object nog duidelijker zichtbaar, hoorbaar en voelbaar dan ze elders in het boek al zijn. Merkwaardig is dat je je ook als lezer aanwezig waant. De Rijk is geen promeneur solitaire, hij neemt je mee op reis. (…) Wie denkt dat ‘De Zwijguren’ slechts ernstige kost te bieden heeft vergist zich. (…) Aaneengesloten zou je de reizen van Peter de Rijk kunnen kenschetsen als een Odyssee, als omzwervingen door ervaringen van lust en lijden, waarbij kijk ontstaat op het waarom van dit alles, waarom hij dit alles onderneemt, waarom hij dit alles op zich neemt. Dat is om te worden wie hij is, om thuis te komen waar zijn thuis is. In zijn ouderlijk huis, zijn vormende jaren, zijn vallen en opstaan, zijn educatie, zijn kennis, zijn liefde voor schoonheid, voor kunst, voor het woord. Zijn beloning is ‘het onbeslist’ in de strijd met dat begrip waar zo velen van ons hulpeloos mee worstelen: het zijn.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De Zwijguren’

«Alfa en omega van Chawwa Wijnbergs meesterschap.» – Paul Gellings

VoorplatOntbreken75Over ‘Het ontbreken hoor je niet’ en ‘Aan mij is niets te zien’ van Chawwa Wijnberg op PaulGellings.nl, 29 april 2019:
Geen betere manier om de ontwikkeling van een dichter in beeld te brengen dan een eerste en laatste bundel naast elkaar te leggen. (…) ‘Het ontbreken hoor je niet’ is zeker zo vitaal, speels, krachtig, grappig, lichtvoetig, getormenteerd, oorspronkelijk, sprankelend, betoverend en verrassend als haar eerste: ‘Aan mij is niets te zien’. Alleen de titels al, in het eerste geval verwijzend naar iets wat niet te zien is, in het tweede naar iets wat niet te horen valt. (…) Daar ligt de grondslag om in taal dingen zichtbaar en hoorbaar te maken die dat anders niet zijn. Kortom, pure magie. Toch zijn er verschillen – en hier komt het begrip ontwikkeling om de hoek kijken – tussen deze alfa en omega van dit meesterlijke dichterschap, tussen 1989 en 2019, aan te wijzen. Onder alle speelsheid heb je in ‘Aan mij is niets te zien’ nog een schrijnende, pulserende laag van angst, pijn en woede die in ‘Het ontbreken hoor je niet’ weliswaar eveneens voelbaar is maar: anders. (…) Haar spel met natuur, seizoenen, dieren, kinderen, taal (vaak zelf verzonnen of omgetoverd), liefde, herinneringen is en blijft weergaloos. Net als haar tekeningen – die er ook niet om liegen – zijn haar verzen flitsende schetsen, waarin woorden de perfecte lijnen vormen. (…)
Lees hier de bespreking ‘Hoe het moet en hoe mooi het is’
Meer over ‘Het ontbreken hoor je niet’
Meer over Chawwa Wijnberg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een fascinerende bundel.» – Frank Decerf

VoorplatHoorneDikkemeisje-75Over ‘Het dikke meisje en de ziener’ van Philip Hoorne op De Schaal van Digther, 28 april 2019:
(…) Hoorne is in wezen een woordgoochelaar met heel diepe mouwen. Hij tovert en zet ons steeds op het verkeerde been. Bij hem veel verrassende wendingen. Zijn gedichten zijn volgroeid en vrij van banaliteiten. Hij duffelt zijn verzen zeer goed in. Ze moeten elke aanval doorstaan. Wat banaal lijkt, wordt eigenlijk speciaal. Wat voorspelbaar schijnt, wordt een heerlijke verrassing. Hij creëert afstandelijke personages in een even afstandelijke setting. Alter ego’s die een cryptische boodschap meedragen. Hoorne voelt zich aangetrokken tot al wie geen contact wil. Hij doorboort het harnas van de oppervlakkigheid. Het absurde mag wel welig tieren. Hoorne staat – gewapend met zijn vakmanschap – ten dienste van de taal. Daarnaast hanteert hij vaak humor en ironie als bovenlaag voor verdere diepgang. (…) Philip Hoorne is de meester van de poëtische hypnose; zijn lezers zullen hem volgen. Zij weten nooit waar het zal eindigen. Dat is een sterkte die aanzet tot meer. Het verhalende karakter wentelt als een tornado. Deze poëzie zit vol schijnbewegingen. Het begint simpel, maar eens op die roetsjbaan, snel je naar een einde dat onvoorspelbaar was. (…).
Lees hier de recensie ‘Goed gecamoufleerd en in oorlogskleuren’
Meer over ‘Het dikke meisje en de ziener’
Meer over Philip Hoorne op deze site