«Zijn zinnen zweefden boven het papier.» – Frank Kromer

VoorplatWiegKringN.a.v. ‘In de kring van menselijke warmte. Hommage aan Rogi Wieg’ van Peter de Rijk (sam.) in NIW, 12 juni 2017:
(…) Wieg was een geboren dichter. Zijn zinnen zweefden boven het papier. In elk antiquariaatje dat ik bezocht, spitte ik door de kasten, op zoek naar bundels en ander werk van mijn literaire ontdekking. Een van mijn favoriete boeken is nog steeds de korte verhalenbundel ‘Souffleurs van de duivel’, waarin Lou Cyfer en duiveneieren prachtrollen spelen. Mocht u het tegenkomen in een tweedehandsboekwinkel: aanschaffen is het advies, zonder na te denken. Hoe meer ik van Rogi las, hoe meer ik hem wilde spreken. Ik had meer bekende Joodse schrijvers voor het NIW geïnterviewd, dus waarom Wieg niet? Waar hij was, wist ik niet. Hij had al een paar jaar niks meer gepubliceerd. Maar toen, alsof het zo moest zijn, verscheen een e-mail in de redactie-inbox met als kop: “Vroege lof voor Rogi Wiegs ‘Afgekapt dichtwerk’.” Wieg leefde, Wieg schreef weer en ik moest hem spreken. Toch is het er niet van gekomen. Via zijn uitgever kreeg ik te horen dat hij weer in een kliniek zat. (…) Hij plofte op de deurmat zoals alleen de best verpakte pakketjes dat doen. ‘In de kring van menselijke warmte’, zo heette het boek dat in de enveloppe met bubbeltjesplastic zat. De ondertitel stond steriel boven aan de kaft: ‘Hommage aan Rogi Wieg’. (…) Alweer twee jaar geleden overleed hij. Een zelfgekozen dood. Het boek dat achter mijn voordeur lag was een soort gedenkbundel van collega-dichters, vrienden en uitgevers.
Lees hier de recensie
Meer over ‘In de kring van menselijke warmte. Hommage aan Rogi Wieg’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Royale bloemlezing uit het werk van Rogi Wieg laat zien dat hij een natuurtalent was.» – Arjan Peters

Opmaak 1Over ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg in De Volkskrant, 10 oktober 2015:
Ontwrichte sonnetten, daar leken veel van de verzen op in de bundel Toverdraad van dagverdrijf waarmee Wieg in 1986 officieel debuteerde. In de jaren daarvoor had hij bij kleine uitgeverijen een paar bundels uitgebracht waarin hij ook al treurde om het verlies van zijn jeugd – let wel, toentertijd zelf nog een jongeling van 19, 20 zijnde. ‘Ben niet meer een metertje leven,/ zacht slapend voor de kachel,’ dichtte hij in Tijd is als een nekschot (1982): ‘Ergens liggen nog kleine pyjama’s/ geurend naar ouderwets waspoeder./ En speelgoedbootjes voor in bad,/ potjes met chemische stoffen van later,/ ondeugende boekjes, gele postzegels,/ tranen, hechtingen, vader, moeder,/ dag en nacht.’ De achteloze voltreffer van ‘hechtingen’, dat zowel kan wijzen op afleesbare kwetsuren als op bindingen met dierbaren, laat zien dat Wieg een groot natuurtalent was. (…) Na een groot aantal jaren van malaise en verzen die kreunden onder de woorden dood, zelfmoord, isoleer en bajes publiceerde Wieg de laatste jaren enkele opzienbarende bundels, Khazarenbloed (2012), Afgekapt dichtwerk (2014) en een paar sterke losse verzen in de catalogus met beeldend werk De kleine schepper en in het tijdschrift Extaze (beide 2015). De gedichten liepen weer soepel, waren soms bij alle pijn ronduit humoristisch, en er stonden duurzame regels tussen: ‘We hebben, als we niet te vroeg/ sterven, allemaal de jeugd van ons/ leven’, ‘Ik haal de lijnen leeg met natte, doorgehuilde was’, en ‘Vandaag weer een eerste vers. Ik/ ben in leven als pijn waaruit/ de vlammen slaan op een veld/ dat brandt en de nachthemel bijlicht’, een slotstrofe uit mei van dit jaar.
Lees hier meer uit de recensie in De Volkskrant
Meer over ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

In Memoriam Rogi Wieg

Rogi en Abysfoto: Stephan Raaijmakers

Begraafplaats Buitenveldert, 21 juli 2015:

“Beste aanwezigen,
Allen van harte gecondoleerd met het verlies van Rogi Wieg, 52 jaar oud. Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar die dag in februari 1997, toen mijn broer Jos Knipscheer overleed, ook 52 jaar, ook decennialang noodgedwongen volgepropt met medicatie, in zijn geval om zijn nieren aan de gang te houden, die uiteindelijk zijn hoofd inwendig deed uiteenspatten. Rogi met heel lang de doodswens, Jos met heel lang de levenswens.

Rogi kende de uitgeverij al vanaf de begintijd. In 1978 , 1979, 1980 en 1981 gaf de uitgeverij verschillende Hongaarse dichters en schrijvers in Nederlandse vertaling uit. Rogi, als zoon van Hongaarse ouders, wist dat, volgde dat. Rogi kende ook het eerste literaire tijdschrift van de uitgeverij, Mandala, waarvan het eerste nummer in voorjaar 1975 verscheen. Hij vroeg aan Jos Knipscheer of hij in Mandala gedichten kon publiceren, nét op het moment dat, na vier uitgerekte jaargangen, het allerlaatste nummer van Mandala in 1981 al was afgesloten. De paden van In de Knipscheer en Rogi Wieg kruisten elkaar sindsdien vaker, al was het alleen maar omdat In de Knipscheer vanaf eind jaren tachtig voor langere tijd de uitgeverij was van enkele van zijn dichtersvrienden zoals Frank Starik en Pieter Boskma.

Uitgeverij In de Knipscheer heeft Rogi in overtreffende trap mogen meemaken vanaf april 2011. Het was een overdachte keuze die Rogi maakte in een e-mail aan de uitgeverij: ‘Ik heb genoeg van Amsterdam met zijn uitgevers. Jullie uitgeverij is klein maar goed en bevalt me wel. Ik wil graag bij jullie uitgeven.’ Hij wilde kennelijk de luwte in. In de Knipscheer heeft nooit echt deel uitgemaakt van wat ‘hét literaire wereldje’ heet, toen niet, nu niet. Twee weken later, nadat we zijn gedichten-in-portefeuille hadden gelezen, zaten we in Haarlem gevijfen aan de tafel: Rogi, Abys, Peter de Rijk, mijn partner Anja en ik, en werd de herstart beklonken. En geen van ons heeft die betreurd. In die paar jaren maakten we diverse crises van Rogi mee. Ik herinner me de keer dat hij me vroeg naar Amsterdam te komen om afscheid te nemen. Ik zag de wanhoop in zijn ogen. Ik kreeg handgeschreven notitieboekjes mee, die ik later, toen het weer wat beter ging, heb teruggegeven. Ik kwam die avond aangeslagen terug in Haarlem. Bij een volgende afspraak bij hem thuis, alweer een paar jaar later, reisde ik met lood in de schoenen af, maar keerde met een glimlach terug, want Rogi bleef, toch, met de pijn op het gezicht, inmiddels ook van lichamelijk lijden, een gemakkelijk en vermakelijk verteller.

De wederzijdse loyaliteit was vanzelfsprekend en totaal. Het was ‘lieve vrede, verre liefde’ om een dichtregel van lang geleden van Huub Oosterhuis te citeren. De uitgeverij heeft het genoegen gehad in die jaren Rogi uitsluitend mee te maken als een hoffelijk een beminnelijk man. In goede en in slechte tijden. Dat zal, dat moet een reden hebben: de liefde. En is liefde niet ook een oefening in beheersen? Twee mensen, Rogi en Abys, die verliefd op elkaar worden — voor het eerst bijna twintig jaar geleden — elkaar enkele keren jarenlang uit het oog verliezen door de loop van het leven, maar elkaar toch weer vinden en dan vasthouden ondanks de pijnlijke mechanismen van aantrekken en afstoten die een relatie met een man met dwangneurose, met paniekaanvallen en met depressies onvermijdelijk kenmerken. Veel gedichten heeft Rogi aan zijn Abys opgedragen, zoals het tweede deel in de bundel Khazarenbloed, de bundel Afgekapt dichtwerk en de gedichten die in overtijd werden geschreven en opgenomen werden in de catalogus De kleine schepper.

Ik eindig, uiteraard, met een gedicht. Want de begrafenis van Rogi Wieg kan niet anders zijn dan ook een viering van de poëzie. Het is een gedicht van Rogi voor Abys uit Afgekapt dichtwerk. Het heet ‘Iets anders’. Rogi schreef het twee jaar geleden.

Hier is het verhaal uit,
het was geen oefening
in doodmaken, maar
iets anders. Ik wacht op
haar, eet dan iets met haar
en slaap, later in de nacht,
met haar. Ze leest op bed, in
de woonkamer doe ik Taak.

Zij wacht daar op mij, is bij mij,
zoals haar en mijn uitgestrekte
God op ons wacht en bij ons is,
hoog en laag. Ik schrijf vandaag

al 32 jaar mijn verzen. Dat is
64% van tijd die ik tot aan deze
avond toe besta. Zij weet hiervan,
kent procenten, volgemaakt getal.

En ik heb geen verbrijzeld, gekapt,
of afgebroken werk gemaakt.
Niet over haar, of onze God.
En ook niet over al dat andere.

Rogi, bedankt dat je bij ons was en blijft.
Abys, fijn dat je bij ons bent en blijft.”

franc knipscheer

Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Beter wordt het in de Nederlandstalige poëzie niet.» – Chrétien Breukers

Rogi Wieg 2011Foto: Harry van Kesteren, 21 september 2011
Over Rogi Wieg op literair weblog Tzum, 19 juli 2015:
Na het bericht van zijn dood blader ik door zijn laatste bundels, Khazarenbloed en Afgekapt Dichtwerk, allebei uitgegeven door In de Knipscheer. Deze twee zwanenzangen werden begin dit jaar nog gevolgd door ‘De Abys-gedichten’, een cyclus van vijf gedichten in de catalogus De kleine schepper, verschenen als publicatie bij een tentoonstelling van Wiegs schilderijen in Arti et Amicitiae van 30 januari tot 1 februari 2015 (niet echt lang, dus) en door ‘De laatste gedichten’ die op de website van Extaze verschenen. (…) Ik merk dat ik geen ‘grip’ op dit werk krijg, niet zo kort na zijn overlijden, en waarschijnlijk zal het me nooit helemaal lukken om grip op Wiegs gedichten te krijgen. Ik hou er wel van, en ik vind ze erg goed. Toch glippen ze, elke keer als ik er iets over probeer te zeggen, door mijn vingers heen, weg, alsof ze zich zelf voor één lezer niet vast kunnen leggen. Daarom vind ik ze soms, als ik zin heb om onredelijk te zijn, niet goed, heel kort maar, bijna als daad van verzet. Maar zijn twee Knipscheerbundels en die tien laatste gedichten zijn op zichzelf al een monument; beter wordt het in de Nederlandstalige poëzie niet, al is ‘beter’ niet het goede woord, omdat je altijd wel wat te miepen kunt hebben over gedichten of regels van Wieg. Oprechter, authentieker, interessanter… hoe je het ook wil noemen, maar toch, beter gaat het niet worden. Wieg stookte een uniek poëtisch oeuvre uit een troebele bron. Iets anders zat er, voor hem, in alle vormeloosheid, niet op.
Lees hier het artikel
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Rogi Wieg overleden, 15 juli 2015

Rogi leestRogi Wieg bij zijn laatste optreden op 21 september 2011 in Pletterij Haarlem.
Foto Harry van Kesteren

Woensdagavond 15 juli 2015 is in zijn woonplaats Amsterdam na een jarenlang ziekbed en heel veel lijden de dichter, schrijver, beeldend kunstenaar en muzikant Rogi Wieg overleden. Zo heeft zijn vrouw Abys Kovács laten weten. Rogi Wieg werd 52 jaar oud. Zijn ouders waren Hongaarse vluchtelingen die zich in 1957 in Nederland vestigden. Rogi Wieg (1962) debuteerde als dichter op 19-jarige leeftijd in 1981. Werk van hem werd in 1987 bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs en in 1988 met het Charlotte Köhler Stipendium. Zijn schrijversloopbaan werd gekenmerkt door ernstige depressies. Hij werd regelmatig opgenomen in psychiatrische ziekenhuizen, onderging elektroshocktherapie en deed driemaal pogingen tot zelfmoord. Zijn aanvraag eind 2014 voor euthanasie vanwege psychisch lijden werd in 2015 gehonoreerd. Het merendeel van zijn oeuvre kwam uit bij G.A. van Oorschot en Uitgeverij De Arbeiderspers. Vanaf 2011 verschijnt het werk van Rogi Wieg bij Uitgeverij in de Knipscheer, waar dit najaar een grote bloemlezing verschijnt uit Wiegs poëtisch oeuvre onder de titel ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’. De laatste vijf gedichten van Rogi Wieg, van april en mei 2015, werden gepubliceerd op het digitale supplement van het literair tijdschrift Extaze.

Lees hier de berichtgeving op nos.nl
Kijk hier naar het late NOS Journaal van 15-07-2015 van 6:11 – 6:45
Lees hier het artikel van Arjan Peters in ‘De Volkskrant’ op 16 juli 2015
Lees hier de laatste gedichten van Rogi Wieg
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Dichter-schrijver Rogi Wieg neemt afscheid van zijn lezers.» – Arjan Peters

Rogi-Abysfoto: Stephan Raaijmakers
Over ‘Rogi Wieg: De kleine schepper’ expositie in Arti et Amicitae, in de Volkskrant, 24 januari 2015:
‘Toen ik doorkreeg dat ik geen grote tennisser zou worden, ben ik gestopt. Klassiek piano heb ik gespeeld, jazzpianist geprobeerd, blues is mijn grote liefde, is ook niet gelukt. Je kunt zeggen dat ik rond mijn twintigste ben gaan schrijven omdat ik nergens anders voor deugde. Ineens was het er.’ (…) ‘Je kunt me uitbehandeld noemen. Ik ben een oude man van 52. Moe, morfinist geworden en doodziek. Mijn hele lichaam schokt van binnen. Het lijkt wel science-fiction.’ Ondraaglijk lijden, hebben de artsen die hem in de gaten houden bevestigd. (…) Afscheid van het schrijven heeft hij al genomen. De voorbode daarvan was af te lezen aan het gedicht ‘Good times’ in Afgekapt dichtwerk, met de slotregels: Lang geleden dat ik zo was,/ dat ik opstond, koffie zette en me boog over het heelal.(…) Het gekke is: de gedachte dat het leven niet lang meer duurt, is rustgevend. Het is snel gegaan, het leven. Veel sneller dan ik dacht. Het hele concept van leven en dood deugt niet. Het is zo idioot dat je verdwijnt. Ik deugde nergens voor en heb toen hopelijk een paar mooie dingen gemaakt die mijn signatuur tonen. Als ik ergens voor had gedeugd, zouden ze niet gemaakt zijn.
Lees hier het interview
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

‘Afgekapt Dichtwerk’ van Rogi Wieg in ANSIEL Toppers Poëzie 2014

VoorplatAfgekaptDichtwerk75Het blog ‘ANSIEL – Andere sinema, literatuur, dvd’ (België) heeft uit de honderden besproken dichtbundels van 2014 een keuze gemaakt en een top-14 samengesteld:
Geert Buelens * De 100 Beste Gedichten van Wereldoorlog I
Remco Campert * Licht van mijn leven
Yannick Dangre * Met terugwerkende kracht
Maarten Embrechts * Dagen van koffie en brood
Andy Fierrens * Wonderbra’s & Pepperspray
Piet Gerbrandy * Vlinderslag
Hester Knibbe * Archaïsch de dieren
Sylvie Marie * Altijd een raam
Mark Meekers * Salto Vitale
Leonard Nolens * Opzichtige Stilte
Osmaanse Poezie * Reisgenoten & Wijnschenkers
Runa Svetlikova * De zachte witte kamers
Geert Vanhassel * Wie geen schaduw blijft
Rogi Wieg * Afgekapt Dichtwerk

Meer over ANSIEL
Meer over ANSIEL Toppers Poëzie 2014
Meer over ‘Afgekapt Dichtwerk’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Wat een vreemde, aangename bundel.» -Laurens Ham

VoorplatAfgekaptDichtwerk75Over ‘Afgekapt Dichtwerk’ van Rogi Wieg in Awater, 26 oktober 2014:
Wieg gaat niet mee in de poëziemodes van dit moment. Terwijl bundels steeds samenhangender en conceptueler lijken te worden verzamelt hij niet meer dan 28 vrij beknopte gedichten, geordend in drie willekeurig aandoende afdelingen. In ‘Good times’, een van mijn favorieten, wordt de kindertijd in het schrijven geïdealiseerd; prachtig worden zoetsappige jeugdherinneringen uitgedrukt met de woordcombinatie ‘snoepen en groeien’. De tweede strofe bevat de omslag: van al dat moois blijft niets over, ‘alleen wat achtergrondruis’. Na een fraaie poging om de losgeraakte bloembladeren met de terugspoelknop weer in een intact bloemenveld te veranderen, kijkt de ik-figuur nog één terug op de tijd dat hij ‘zo’ was, zo tegelijk pretentieloos en pretentieus ‘dat ik opstond, koffie zette en me boog over het heelal.’ Wat een raar en raak gedicht.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Afgekapt dichtwerk’
Meer over Rogi Wieg bij In de Knipscheer

«Rogi Wieg heeft een godgegeven talent om jaloers op te zijn.» – Ezra de Haan

VoorplatAfgekaptDichtwerk75Over ‘Afgekapt dichtwerk’ van Rogi Wieg op Literatuurplein.nl, 16 juli 2014:
Rogi Wieg kijkt naar zichzelf en schetst de wereld als een God. Wanneer je het gedicht ‘Datering 2013’ leest denk je aan Willem Kloos en aan T.S. Eliot. Hun stemmen en ideeën klinken door, worden onderdeel van weer zo’n typisch Rogi Wieg gedicht, vol verwijzingen, fijne metaforen en onlogische logica. Kortom de dingen die je alleen met poëzie duidelijk kunt maken. Wieg legt de vinger op de pijnlijke plek(ken), klinkt als een profeet en is tegelijkertijd modern en uiterst tijdloos. Hij geeft vorm aan het vormeloze, maakt het abstracte tastbaar. Gedurende het tijdsbestek van een gedicht krijgt de lezer inzage in de wereld van Rogi Wieg. (…) Zijn gedichten blijven van uitzonderlijke klasse.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Afgekapt dichtwerk’
Meer over Rogi Wieg bij In de Knipscheer

«Een van Wiegs meest navrante werken.» – Albert Hagenaars

VoorplatAfgekaptDichtwerk75Over ‘Afgekapt dichtwerk’ van Rogi Wieg voor NBD/Biblion: 2 juni 2014
Elk gedicht is wel goed voor minstens een paar tot nadenken stemmende regels en beelden. Zoals de traditie inmiddels wil, zijn er ook weer tal van verwijzingen naar onder andere religie en wetenschap. De bundel (weet met dergelijke vertakkingen – soms meteen zinvol passend, vaker raadsels oproepend – alsnog een groter bereik te krijgen. (…) Deze bundel is door de nadruk op dood en verlies, het verlangen naar verlossing, veelal laconiek verwoord, een van Wiegs meest navrante werken.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Afgekapt dichtwerk’
Meer over Rogi Wieg