«Het is belangrijk dat mensen van alle generaties dit boek lezen. Het is helder en feitelijk geschreven.» – Estefania Pampin Zuidmeer

VoorplatServus-75Over ‘Servus. Macht slavernij uitbuiting en verzet’ van Fred de Haas op La Chispa, 14 december 2021:
Het onderwerp slavernij is een ingewikkeld onderwerp. In Nederland hebben we er te lang over gezwegen, tot de afstammelingen van tot slaaf gemaakten kritische vragen gingen stellen over die stilte. Geen onterechte vragen, gezien het gedeelde slavernijverleden. (…) Wanneer is een gebeurtenis in de geschiedenis dermate relevant en traumatisch, dat het op een deel van de bevolking drukt? En dat erkenning, herdenking en excuses nodig zijn om verlichting te bieden? De Haas weet dit op heldere wijze uit te leggen. (…) Eeuwenlang was slavernij de normaalste zaak in Europa en iedereen kon in handen komen van slavenhandelaren. Hier werd de basis gelegd voor de Trans-Atlantische slavenhandel. Ook de rol van het christendom en de islam – die de slavernij faciliteerden – komt sterk naar boven. De Haas legt de historische en religieuze processen uit, die verklaren waarom juist zwarte mensen het slachtoffer werden van de slavenhandel: eerst in Europa – met name Portugal, Spanje en islamitische landen – en later in het Caribisch Gebied. (…) Het boek eindigt in het heden, waar het reflecteert op verschillende vormen van hedendaagse slavernij. Het boek laat zien dat onderdrukking en slavernij van alle tijden is. Het ligt in de menselijke aard, en alles moet gedaan worden om het te bestrijden. (…) Het boek is helder en feitelijk geschreven, waardoor jongeren kennis kunnen maken met het onderwerp zonder de meest gruwelijke details te krijgen. De feiten spreken hierin voor zichzelf. Maar het is belangrijk dat mensen van alle generaties dit boek lezen. Want de stilte komt vaak voort uit onwil maar ook gebrek aan kennis van de geschiedenis. En dit boek biedt de handvatten die nodig zijn om deze ingewikkelde maar noodzakelijke discussie op weg te helpen. Tegelijkertijd zal de lezer beseffen dat de geschiedenis ons allemaal aan slavernij verbindt op de meest onverwachte manieren.
La Chispa is een journalistiek platform over Latijns Amerika.
Lees hier de recensie
Meer over ’Servus’
Meer over Fred de Haas bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over slavernij op deze site

Gedicht van Henry Habibe siert wand van het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties.

Habibe Foto met dank aan Bookish Publishers

Over ‘Lanta para, watapana! / Recht je rug, watapana!’ van Henry Habibe, 6 september 2021:
In het gebouw waarin de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie en Veiligheid zijn gehuisvest (Turfmarkt 147 te Den Haag), zijn onlangs voor de duur van vijf jaar de vergaderzalen voorzien van een ode aan waardevol Nederlands literair erfgoed. Iedere zaal draagt de naam van een geografisch gebied in Nederland: een provincie, een stad, een (wadden)eiland, een rivier of een streek. Per zaal is een geschikte tekst gezocht die over de plek gaat of er een bepaalde relatie mee heeft. De selectie van teksten, geschreven door dichters, (tekst)schrijvers en artiesten van uiteenlopende generaties, met verschillende culturele achtergronden, jong tot oud, opkomende tot zeer gerenommeerde talenten, geven de rijkdom van de Nederlandse taal weer, toegespitst op aspecten uit het Nederlandse landschap. Voor Aruba viel de eer te beurt aan dichter en linguïst Henry Habibe. Behalve het gedicht is ook een korte biografie van de betreffende dichter van die zaal te lezen en een foto te zien van het geografisch gebied met enige geografische informatie. De zalen worden gebruikt door ministers, staatssecretarissen, (hoge) ambtenaren en hun gasten afkomstig uit alle hoeken van de samenleving. Het geselecteerde gedicht is te lezen in de door Uitgeverij In de Knipscheer uitgegeven bloemlezingen ‘De navelstreng van mijn taal’ van Anton Claassen en ‘Grenzenloos – 40 jaar Knipscheer poëzie’ van Klaas de Groot. Van Henry Habibe verscheen eveneens bij In de Knipscheer de Nederlandstalige bundel ‘Vulkanisch samenzijn’.
Klik hier voor de foto’s van Mike Bink
Meer over Henry Habibe bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over ‘Vulkanisch samenzijn’
Meer over ‘De navelstreng van mijn taal’
Meer over ‘Grenzenloos – 40 jaar Knipscheer poëzie’

«Olga Orman (1943-2021) laat meer achter dan een schim: de blijvende bekoring van haar poëzie.» – Fred de Haas

IMG_1954 Antilliaans boekenfeest 2015 1080p crop foto André Homan

In Memoriam Olga Orman door Fred de Haas in Antilliaans Dagblad, 9 maart 2021:
(…) Olga Orman was werkzaam in het onderwijs, eerst op Curaçao en vervolgens in Nederland in de meest multiculturele omgeving die men zich bedenken kan: de Amsterdamse Bijlmer. Hoe langer hoe meer drong het tot haar door dat kinderen zich verstikt konden voelen op school vanwege het feit dat ze zich moesten uitdrukken in een taal, het Nederlands, die niet de hunne was. (…) Dat verklaart waarom zij zich haar leven lang heeft ingezet voor het opheffen van deze geestelijke taalblessure door het ontwikkelen van lesmateriaal dat geschikt was om de schoolkinderen meer zelfvertrouwen te geven. In dit verband zou zij ook haar moedertaal, het Papiaments, blijvend gaan koesteren, niet in de laatste plaats hiertoe geïnspireerd door een van de eerste verdedigers van het gebruik van de moedertaal, de Curaçaose dichter Luis Daal. Olga Orman schreef prachtige, toegankelijke poëzie waarin zij altijd spreekt van hart tot hart. (…) Wie kennis wil nemen van haar poëzie kan genieten van de tweetalige bundel gedichten die zij in 2015 publiceerde bij Uitgeverij In de Knipscheer: ‘Cas di Biento / Doorwaaiwoning’ : “(…) Ik laat niets achter / dan mijn schim, / herinnering, wat geuren: / Een doorwaaiwoning met twee deuren.” (…)
Lees hier het I.M. op Caraïbisch Uitzicht
Meer over Olga Orman op deze site
Meer over Fred de Haas op deze site

I.M. Olga Orman

Olga Orman[Portret door fotograaf Nicolaas Porter met dank aan de Werkgroep Caraïbische Letteren.]

Op 7 maart 2021 is in Amsterdam de op Aruba geboren pedagoge en schrijfster Olga Orman (1943) op 77-jarige leeftijd overleden. Ze was lang actief in het onderwijs, zowel op Aruba en Curaçao als in Nederland op dat gebied publiceerde ze tal van boeken. Vanaf begin jaren tachtig publiceerde zij ook regelmatig gedichten in het Papiaments in tal van bloemlezingen en tijdschriften. Bij In de Knipscheer manifesteerde zij zich als dichter in 2011 in de door Fred de Haas samengestelde bloemlezing Wie ik ben / Ta ken mi ta op initiatief van de Antilliaanse schrijversgroep Simia Literario, van welke stichting zij ook jarenlang bestuurslid was. Pas in 2015 trad zij met een eigen bundel naar buiten: Cas di biento / Doorwaaiwoning, een door Fred de Haas in het Nederlands vertaalde bloemlezing uit haar verspreid gepubliceerde gedichten uit de periode 1981–2014 en ze oogstte daarmee lof en erkenning van onder anderen de Caribische literatuurkenner Wim Rutgers en de bekroonde Vlaamse dichter Stefaan van den Bremt. Het titelgedicht uit de bundel werd in 2018 door Klaas de Groot gebloemleesd in Grenzenloos – 40 jaar Knipscheer poëzie.

Ik kies hier voor het slotgedicht:

Als een schelp

Ik lig
aan zee,
mijn mond halfopen,
voel hoe golfjes langs mijn lichaam lopen:
heen en weer, weer heen en weer,
ik wentel, kantel, draai en keer,
Ze kietelen me telkens weer.

Wat mij als uitgever vooral bij zal blijven is haar onvoorwaardelijke betrokkenheid bij de Antilliaanse letteren én bij deze uitgeverij: vanaf 2011 was zij trouw bezoeker van onze jaarlijkse Caraïbische boekpresentaties in Podium Mozaïek (waar zij in 2015 een van de optredende podiumgasten was) – en dat was negen jaar lang een weerzien dat telkens hartverwarmend was.

franc knipscheer, Haarlem

Meer over Olga Orman bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Doorleefde poëzie, in een trefzekere stijl. Een meesterlijke bundel.» – Ko van Geemert

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in Parbode, 1 maart 2021:
De meeste mensen zullen bij het horen van de naam Michiel van Kempen (1957), hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam, niet direct aan de dichter Van Kempen denken. Hij is toch vooral bekend geworden met publicaties als het standaardwerk over de Surinaamse literatuur (2003) en de biografie van Albert Helman (2016) en als onvermoeibare promotor van Surinaamse en Caraïbische literatuur. Toch publiceert hij wel degelijk ook poëzie, zo verscheen in 2012 de dichtbundel ‘Wat geen teken is maar leeft’. De onlangs verschenen bundel ‘Het eiland en andere gedichten’ opent met het indrukwekkende titelgedicht ‘Het eiland’, over Aruba. Het telt zeven pagina’s, zit boordevol beelden. (…) De toon is gezet. Er volgen vijf afdelingen (de bundel telt totaal 37 verzen). (…) De een na laatste afdeling heet ‘Genen’, met daarin onder meer twee ontroerende gedichten over Van Kempens vader en zijn moeder. De laatste afdeling, met de rake titel ‘Verzoeke geen rouwbeklag’, is een prachtig eerbetoon aan acht mensen die Van Kempen tijdens hun leven geraakt hebben en die in 2018 en 2019 overleden, zoals de Surinaamse schrijvers Bea Vianen, Shrinivási, Orlando Emanuels, Bhai, Michaël Slory. (…) Van Kempen schrijft doorleefde poëzie, in een trefzekere stijl. Een meesterlijke bundel.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Lyriek van een zelden aangetroffen soort en een zeldzame onnadrukkelijke intensiteit.» – Wilbert Voets

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen op De Leesclub van Alles, 23 februari 2021:
(…) Dichten is het soortelijk gewicht van de taal zo veranderen dat er uitdrukkingsmogelijkheden ontstaan die voorheen onbekend waren. Ik noem hier twee werkwijzen die scharnieren rond een door de dichter beoogd effect. In de eerste modus operandi zoekt de dichter naar het unieke woord of beeld dat perfect uitdrukt wat hij wil zeggen, door precieze selectie uit het woordenboek, door combinatie, door ‘externe’ nadruk via rijm, ritme, ruimtelijke positie en typografie. De tweede modus doet in feite het tegenovergestelde: het laat zoveel mogelijk ruimte vrij die door de lezer zelf ingevuld moet worden, door verbreking van de syntaxis, het weglaten van elementen, semantische ongerijmdheid, niet inlossen van gedane suggesties. Michiel van Kempen beheerst beide technieken, in afwisseling en in combinatie. (…) De mooiste gedichten in deze tweede, eclectische bundel zijn ongetwijfeld die waarin de dichter op de valreep het wezen en eigene van zijn ouders aftast en probeert te doorgronden (…) Het levert (…) lyriek op van een zelden aangetroffen soort en een zeldzame onnadrukkelijke intensiteit waarin de beaamde versmelting van het eigen bestaan met het eeuwig voort wentelen van de evolutie op het moment suprême betrapt wordt. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«De gedichten over de vader en de moeder lieten mij als lezer sprakeloos. Zo origineel van opzet en vooral ontroerend.» – Brede Kristensen

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in Ñapa / Amigoe, 30 januari 2021:
(…) In zijn nieuwste dichtbundel is zijn verbeelding soms knap extreem en regelmatig steekt hij de draak met onze verwachtingen. Te beginnen met een lang beschrijvend gedicht over Aruba. Ik heb ervan genoten. Jammer dat het slechts 7 pagina’s lang is. Wat mij betreft had hij nog wel wat pagina’s door kunnen schrijven. (…) Na het overrompelende prozagedicht over Aruba, volgt een reeks kleinere gedichten, getiteld ‘Eilanden’. Ze bevatten verbeelde herinneringen aan de eilanden en vooral Suriname. (…) Na de reeks ‘Eilanden’, volgen nieuwe reeksen en dan krijgt de bundel weer vaart en diepgang. Dat begint al met de reeks ‘Stupor Mundi’: verbazing der wereld. Tussen haakjes, naar mijn gevoel had de hele bundel zo getiteld mogen zijn. (…) Dan volgt, bijna logischerwijze, de reeks ‘Efemeer’. Het kortstondige. Hier gaat het over liefde en relaties, o zo kwetsbaar, o zo vluchtig. (…) Wat hierna volgt zijn herinneringen, van familie in ‘Genen’ en van vrienden in ‘Verzoeke geen rouwbeklag’. Hier lijken schijn en verbeelding te zijn weggeblazen door de verhevigde werkelijkheid van verlies. De gedichten over de vader en de moeder lieten mij als lezer sprakeloos. Zo origineel van opzet en vooral ontroerend. (…). In de laatste reeks probeert hij in de geest van de overleden dichters zijn herinneringen aan hen te verwoorden. Daarin slaagt hij wonderwel. Het is alsof ze zelf nog even spreken door Van Kempens pen. (…) Misschien geldt dit het sterkst voor Shrinivási, die bescheiden dichter die met een minimum aan woorden zoveel wist te zeggen. Het korte kwatrijn van Van Kempen drukt het feilloos uit, de herinnering aan hem. (…) Wat een onvergetelijk inzicht in vriendschap. Alles overziende denk ik dat deze bundel van Van Kempen inderdaad een gedenkwaardig voorbeeld van ‘ultraïsme’ is in zijn diverse gedaanten. Eerst het scheutje surrealisme dat onze beleving van de vreemde werkelijkheid verhevigt en dan, geleidelijk aan, het besef van een ‘ stupor mundi’, om te besluiten met verlies en de ervaring van het niets dat ons bewustzijn van het ongrijpbare verhevigt, van dat ‘iets’ dat niet meer is.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Er valt veel te genieten bij het lezen van deze schilderachtige bundel.» – Herbert Mouwen

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen op MeanderMagazine, 29 januari 2021:
Michiel van Kempen is naast hoogleraar Nederlands-Caraïbische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam ook dichter. Zijn grote kennis van en zijn liefde voor deze boeiende én bloeiende zijtak van de Nederlandse letterkunde vinden we terug in zijn poëzie, zeker in zijn bundel ‘Het eiland en andere gedichten’. (…) De thema’s van de afdelingen zijn zo verschillend, dat ‘Het eiland en andere gedichten’ meer is dan een dichtbundel over de Nederlandstalige Caraïbische gebieden. (…) De dichter heeft in een aantal verzen een aantrekkelijke lichtvoetige, humoristische toon. (…) Er is veel plaats ingeruimd voor nauwkeurige, zintuiglijke waarnemingen en reflectieve gedachten over allerhande onderwerpen. Dierbare herinneringen sturen ook het denken van de dichter. De woordkeus in zijn poëzie is bijzonder. (…) Een ander in het oog springend kenmerk van de poëzie van Michiel van Kempen is de ogenschijnlijk speelse terloopsheid, maar pas op: oppervlakkig zijn deze gedichten zeker niet. ‘Het eiland en andere gedichten’ geeft de lezer op een andere wijze toegang tot de veelkleurige literatuur, cultuur en samenleving van het Caraïbisch gebied dan we in het algemeen via de nieuwsmedia gewend zijn. Er valt veel te genieten bij het lezen van deze schilderachtige bundel, die soms rumoerig en opwindend, dan weer rustig en verstild is. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Schudt schijnbaar achteloos jamben rond in een kwatrijn met omarmend rijm.» – Jeroen Heuvel

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in Antilliaans Dagblad, 9 januari 2021:
(…) ‘Het eiland en andere gedichten’, 75 bladzijden, 6 afdelingen. (…) Versregels die opvallen bij deze letterkunstenaar zijn ‘die natie kent noch taal’ en ‘verraderlijk glad / voor wie de tekens niet verstaat’, wat verdomd lijkt op de titel van Van Kempens eerste dichtbundel ‘Wat geen teken is maar leeft’ van acht jaar geleden. Daarin ook al prachtige regels, ‘Hoe toch kan een taal die wij beiden / vanaf de eerste aai blindelings spraken / met open ogen zo ontregeld raken.’ over de tragedie van de onbegrepen communicatie tussen een letterkundige en zijn geaaide. Wat heb je er aan om literatuur zo grondig te begrijpen, of dat te vermoeden in ieder geval, maar de huistaal mis te verstaan? (…) Van Kempen heeft een eigen stijl, is zeer belezen en kent alle kneepjes van het ambt, schudt schijnbaar achteloos jamben rond in een kwatrijn met omarmend rijm voor Shrinivási, maar is ook vrij om te experimenteren – met vorm en inhoud – wanneer hij in de donkere kamer filmpjes en foto’s ontwikkelt en fixeert. Van Kempen hoort als artiest thuis in de categorie Hieronymus Bosch, en als poëet tussen de twee dichters (…) Lucebert en Jan Campert. In de zesde en laatste afdeling, ‘Verzoeke geen rouwbeklag’ 8 afscheidsgedichten voor vrienden, al dan niet artiesten, van Michiel die in 2018 of 2019 zijn overleden, bijvoorbeeld het eerder genoemde kwatrijn voor de van oorsprong Surinaamse maar lang in Curaçao geleefd hebbende Shrinivási. Bijzondere gedichten, die beklijven. (…).
Lees hier of hier de recensie ‘Een ACB van Michiel van Kempen’
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Hij zingt hen toe in hun eigen stemkleur. Dat ontroert.» – Hilde Neus

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in De Ware Tijd Literair, 12 december 2020:
De nieuwe bundel van Michiel van Kempen ‘Het eiland en andere gedichten’ is een zeer persoonlijke neerslag van afscheidsmomenten. (…) Het eiland is het eerst gedicht in de bundel, een ode aan Aruba. (…) In het tweede deel, getiteld Eilanden, richt hij zich tot de voormalig Nederlandse Antillen en tot Suriname, maar ook het eiland waarop de Bijlmer drijft, en nog kleiner, de klas waar Van Kempen later lesgaf. In het deel Stupor Mundi zijn gedichten over religie opgenomen. Een thematiek die van Kempen nogal heeft geraakt schijnt te hebben, in die zin dat de verzen doorspekt zijn met hypocrisie. Efemeer is de kwaliteitsbepaling tussen twee mensen in een liefdesrelatie. (…) Hoe relaties teloor kunnen gaan weet de auteur. De metafoor van zijn eigen woning, in ‘Twee huizen’, herinnert aan hoe de mens in een deel zijn hoofd laat spreken, door middel van de bibliotheek, en kennis. (…) De afdeling Genen spreekt van de vader en de moeder, die beiden hun sporen hebben nagelaten in de zoon, maar hem ook hebben gemaakt tot wat hij in het heden is. (…) In Verzoeke geen rouwbeklag keert Michiel van Kempen weer deels terug naar de tropen, in zijn eulogieën voor enkele Surinaamse schrijvers die vorig jaar zijn overleden. Opvallend hier is dat hij poëzie voor hen schrijft en hen toezingt in hun eigen stemkleur. Dat ontroert, want het laat zien dat hij kan invoelen, hun werk goed kent en de ruimte en moeite neemt om deze grote Surinamers een afscheid te bezorgen, zo waardig aan hen.
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer