Literaire Memorial: Bhai, Elly Purperhart, Shrinivási, Michaël Slory, Bea Vianen

verOnsSurOp zondag 17 maart 2019 vindt bij de Vereniging Ons Suriname een herdenking plaats van vijf schrijvers die ons de laatste maanden zijn ontvallen: Bhai, Elly Purperhart, Shrinivási, Michaël Slory en Bea Vianen. Programma met vijf sprekers: Maritha Kitaman, Rabin Baldewsingh, Hugo Fernandes Mendes, Michiel van Kempen en Geert Koefoed. Ook worden er van elk van de schrijvers filmfragmenten vertoond. Verder zijn er bijdragen van acteur Kenneth Herdigein en musici Denise Jannah, Raj Mohan en Ronald Snijders. De presentatie is handen van Tanja Jadnanansing. Er zijn boekentafels van Uitgeverij In de Knipscheer en van Naks Nederland.
Datum zondag 17 maart 2019, van 15.00 uur (stipt) tot 18.00 uur
Toegang €5,00; leden Ons Suriname vrij toegang
Graag vooraf aanmelden op info@veronsur.org / 020 693 50 57
Locatie Vereniging Ons Suriname, Hugo Olijfveldhuis, Zeeburgerdijk 19a, 1093 SK Amsterdam
Bron
Klik hier voor het programma
Meer over Shrinivási
Meer over Michaël Slory
Meer over Bea Vianen

Bea Vianen (1935-2019) op Laurens Jz. Coster

BeaVianen3Het poëzieblog Laurens Jz. Coster plaatste van Bea Vianen daags na haar overlijden op maandag 7 januari 2019 vier gedichten, te weten ‘Palmen’, ‘Afspraak’, ‘Enorme handen’ en ‘Positie’. Bea Vianen publiceerde. vijf romans en vijf dichtbundels. Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Lees hier de vier genoemde gedichten
Meer over Bea Vianen op deze site

‘Waren zij de trieste erfgenamen van het Nederlandse kolonialisme?”- John Jansen van Galen

BeaVianenMichaelSlory
Bij het overlijden van Michaël Slory en Bea Vianen in Argus (nr. 46), 22 januari 2019:
Kort na elkaar overleden twee iconen van de Surinaamse literatuur: dichter Michael Slory en schrijfster Bea Vianen, beiden 83 jaar oud, nazaten van de jaren zestig. Weerspiegelt zich in hun tragische levensloop de geschiedenis van hun geboorteland? John Jansen van Galen heeft hen gekend. (…) Slory bleef dichten, over het alledaagse leven in Suriname, over straatvuil en stakingen, over Nelson Mandela en Hillary Clinton, over kokospalmen en de onbereikbare schoonheid van de zwarte vrouw. (…) Gedichten als het poëtisch commentaar op de actualiteit van een ‘absolute dichter’, die zijn levensprogram samenvatte als ‘Ik zal zingen om de zon te laten opkomen’. Maar ook in de verzuchting, die de titel is van een documentaire over hem: ‘Als de droom over is….’. (…) Bea Vianen was in 1957 als 21-jarige onderwijzeres naar Nederland vertrokken. (…) Uit haar debuutroman ‘Sarnami hai’ blijkt wel hoe goed ze ook het verstikkende Hindoestaanse milieu kende. In ‘Strafhok’ heeft ze heel Suriname beschreven als een wemeling van volksgroepen waarbinnen men elkaar voortdurend controleert en beloert. De benauwenis slaat de lezer tegemoet. (…). Ze was in die tijd bevriend met Adriaan Morriën en Marte Röling, later geremigreerd en opnieuw uit Suriname gevlucht, altijd opgejaagd, rusteloos zwervend, cirkelend om het land heen, om er niet heen terug te hoeven keren en er uiteindelijk toch eindigend in een schamel hospitaal.
Lees hier het artikel
Meer over Bea Vianen op deze site
Meer over Michaël Slory op deze site

«Politiek, etniciteit, seksualiteit, ingeperkte vrijheid: het zijn vaste motieven in Vianens werk.» – Michiel van Kempen

Bea Vianen (copyright Els Kirst) (foto Els Kirst)
Over Bea Vianen (6 november 1935 – 6 januari 2019) in De Groene Amsterdammer, 23 januari 2019:
Bea Vianen zette als eerste vrouwelijke romanschrijver de Surinaamse letteren op de kaart als een literatuur die kon getuigen van kritisch zelfinzicht. Maar de scherpte van haar eerste romans loste gaandeweg op in het gruis van haar bestaan. Bea Vianen, geboren uit een gemengd-etnische relatie, groeide op in een omgeving van hindostanen en Javanen. Toen ze acht jaar was overleed haar moeder aan tuberculose en werd ze in een kostschool geplaatst. (…) Bea Vianen was een sensitieve vrouw die schreeuwde om onafhankelijkheid en vrijheid, gevormd door conflicterende religies en culturen, Nederland en het laat-kolonialisme en in heel die verwarrende kluwen verdwaald geraakt. ‘Sarnami, hai’ (Suriname, ik ben). Suriname is Bea Vianen. Michiel van Kempen is hoogleraar Nederlands-Caraïbische letteren aan de UvA.
Lees hier het artikel
Meer over Bea Vianen op deze site

Afscheid en uitvaart Bea Vianen

BeaVianen2 Foto Els Kirst

Op woensdag 16 januari 2019 vindt in Paramaribo de uitvaart plaats van de op zondag 6 januari overleden schrijfster Bea Vianen in de Congreshall aan het Onafhankelijkheidsplein. Van 14.30 uur tot 15.30 uur is er gelegenheid tot afscheid nemen. Aansluitend de uitvaartplechtigheid tot 16.00 uur met toespraken door Robby Parabirsing, voorzitter van S’77, en door drs. Lilian Ferrier, minister van OWC, een In Memoriam door Jerry Dewnarain en een dankwoord van de familie Vianen. Van 16.00 tot 16.30 uur is de uitvaartdienst o.l.v. ds. Michel Steward. De teraardebestelling is vanaf 17.00 uur op de RK Begraafplaats aan de Schietbaanweg. In Nederland vindt een bijeenkomst plaats op vrijdagavond 15 maart bij Vereniging Ons Suriname in Amsterdam ter herdenking van Bea Vianen, Michaël Slory en de dichter James ‘Bhai’ Ramlall (1935–2018), die eveneens op 83-jarige leeftijd overleed op 29 december 2018.
Meer over Bea Vianen op deze site

Bea Vianen is niet meer

data39982651-d7cddd Foto Els Kirst

Angst

Schrijven en dan wachten tot de schemering is ingetreden
Minder beschaamd om wat er mis ging met mimiek
En dat went. Misschien doe ik de kamer aan kant.
Haal ik wat boodschappen zoals twee eieren.
Misschien wel drie. Kan ik daarna vertrekken
Of zou het kunnen dat het mij nooit meer lukt?

De Surinaamse schrijfster Bea Vianen, geboren op 6 november 1935, is op 6 januari 2019 op 83-jarige leeftijd in Suriname overleden. Ik kreeg het vandaag te horen, zo kort nog na het overlijden van leeftijd- en landgenoot Michaël Slory. En toch schrik ik weer. Van 1969 t/m 1973 beleefde ze haar grote periode bij Uitgeverij Querido met de publicatie van vier romans waarin de Hindoestaanse migratie tot en met haar eigen komst naar Nederland een voornaam thema is. Vanaf 1984, toen we al tal van jongere Surinaamse schrijvers in ons fonds hadden, tot en met 1988 gaven we drie van deze vroege romans opnieuw uit. Immers, zij was een belangrijk schrijver, de vrouwelijke stem in de Surinaamse literatuur, die niet in de vergetelheid mocht raken. En natuurlijk in de hoop dat het heruitgeven van die drie romans tot nieuw proza zou kunnen leiden. Dat proza kwam er niet, wel twee dichtbundels Over de grens in 1986 en Op het laatst krijgen we met z’n allen donderop in 1989. De relatie tussen deze uitgeverij en haar was niet een heel gelukkige. In die jaren tachtig was zij nergens thuis en reisde ze in veel Zuid-Amerikaanse landen, Curaçao incluis, en raakte daar keer op keer in problemen. Dan werd ik midden in de nacht door de marechaussee gebeld of ik haar kon ophalen van Schiphol. En ik heb wat met haar in lange rijen voor loketten gestaan om het zoveelste paspoort of woonvergunning of uitkering te regelen. In de jaren negentig, toen de uitgeverij aan het Singel in Amsterdam huisde, stond ze ineens op de stoep met naast haar al haar schamele bezittingen. Nergens thuis, zeker niet meer in Nederland. Misschien dan toch het beste terug naar de moederschoot in Suriname. Strafhok of paradijs? Ik verscheepte haar gasfornuis, koelkast en andere huisraad naar Paramaribo en bracht haar letterlijk tot aan de deur van het vliegtuig. Ze was met mij te ver gegaan, over de grens. Dat voelde toen al als een noodzakelijk definitief afscheid en dat bleek het ook te zijn. Ik reageerde allergisch op haar, kon de telefoon niet opnemen als ze belde. Ik ben er niet fier op. Zo vervaagde ons rechtstreekse contact, zoals haar vele faxen hun kleur en leesbaarheid zijn kwijtgeraakt. Niet meer gesproken, niet meer gezien. Wél nog steeds gelezen: twee gedichten met trots gebloemleesd door Klaas de Groot in Grenzenloos, dat nog geen maand geleden het licht zag. Want wat een schrijfster was ze! En met recht verklaren vele van haar inmiddels talrijke opvolgers van latere generaties zich schatplichtig aan haar. Niet voor niets was Bea Vianen een van de auteurs aan wie Astrid H. Roemer in 2016 haar P.C. Hooftprijs opdroeg.

franc knipscheer

Meer over Bea Vianen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Geraffineerd.» – André Oyen

coverE19voorDEF.inddOver ‘Extaze 19 – Vrouw en Literatuur’ op Ansiel, 29 december 2016:
(…) ‘Extaze’ is er op een geraffineerde maar niet te drammige manier in geslaagd om belangrijke vrouwelijke literatoren in de schijnwerpers te plaatsen. (…) Marlene de Vries geeft een pittige schets van Betje Wolff en Aagje Deken. (…) Elisabeth Leijnse beperkt zich hier tot Cécile de Jong van Beek en Donk, die de ‘encyclopedische’ tendensroman ‘Hilda van Suylenburg’ schreef waarin alle aspecten van de vrouwenkwestie werden belicht. (…) Jacques Sicking confronteert ons met het wel aparte werk van Carry van Bruggen, schrijversnaam van Caroline Lea de Haan, zuster van Jacob Israël de Haan. (…) Joke Linders heeft de dankbare taak om grootheid Annie M.G. Schmidt, die spot met van bovenaf opgelegde regels en opvattingen, te doorlichten. (…) Michiel van Kempen duidt op de hang naar vrijheid van de Surinaamse Bea Vianen (…) zij beschrijft Suriname lyrisch, maar is uiterst kritisch over de sfeer van benauwenis.
Lees hier en hier de recensie
Meer over Extaze 19

Literair tijdschrift Extaze 19 ‘Vrouw en Literatuur’ [Jrg. 5, nr. 3]

coverE19voorDEF.inddExtaze 19 – Vrouw en Literatuur
vijfde jaargang nr. 3
Gebrocheerd, geïllustreerd, 112 blz.
€ 15,00
Presentatie 6 oktober 2016
ISBN 978-90-6265-940-1

De rode draad in dit nummer van literair tijdschrift Extaze: vrouwen in de Nederlandstalige literatuur die de gemoederen van hun lezers in beroering hebben gebracht en in verschillende opzichten baanbrekend zijn geweest. Uit negen eeuwen literatuurgeschiedenis koos de redactie in acht essays:

Hadewijch, de dertiende-eeuwse schrijfster en mystica, die de balans zoekt tussen ketterij en christelijke verering (Charlotte D’Eer);

Anna Maria van Schurman (1607–1678), vrouw van de wetenschap en de letteren, die in woord geschrifte haar onvrede uit over stad (Utrecht), kerk en universiteit (Pieta van Beek);

Betje Wolff (1738–1804) en Aagje Deken(1741–1804), die strijden tegen intolerantie en dogma’s van gereformeerd Nederland (Marleen de Vries);

Johanna Grobbelaar, de Zuid-Afrikaanse (begin negentiende eeuw), die wil meehelpen aan de opbouw van haar land (Annemarié van Niekerk, Pieta van Beek);

Cécile de Jong van Beek en Donk (1866–1944), die een ‘encyclopedische’ tendensroman schrijft waarin alle aspecten van de vrouwenkwestie moeten worden belicht (Elisabeth Leijnse);

Carry van Bruggen (1881–1932), die zich verzet tegen groepsgedrag en groepsdenken (Jacques Sicking);

Annie M.G. Schmidt (1911–1995)) die spot met van bovenaf opgelegde regels en opvattingen (Joke Linders);

Bea Vianen (1935), die in haar poëzie smacht naar vrijheid, waarbij het Surinaamse een niet weg te denken element vormt (Michiel van Kempen).

Korte verhalen van Marc Colsen, Elke De Klerk, Heidi Koren, Trudy van Rooij-van Mil, John Toxopeus, Ilona Verhoeven, Jan Zwaaneveld. In Archief gedichten van Lorine Niedecker (1903–1970) vertaald door Jeroen van den Heuvel en een selectie uit de dagboeken en brieven van Aya Zikken (1919–2013), gekozen en ingeleid door Kees Ruys. Gedichten van Jos Versteegen. Het beeld in dit nummer is van
Wendela de Vries.

De presentatie van Extaze 19 zal plaatsvinden op donderdag 6 oktober 2016 in de Houtrustkerk in Den Haag (hoek Houtrustweg/Beeklaan).
Lees ook nieuwe verhalen, gedichten (o.a. van Astrid H. Roemer), interviews en recensies op het digitale supplement van Extaze
Meer over Extaze

«Sporadisch duiken er toch nieuwe namen op in het Surinaamse schrijverslandschap.» – Pieter van Maele

VoorplatGeenwegterug75 VoorplatLachmisingOver o.a. Karin Lachmising en Iraida van Dijk-Ooft in Trouw, 18 mei 2016:
Terwijl Astrid H. Roemer morgen de prestigieuze P.C. Hooftprijs voor letterkunde in ontvangst neemt, verkeert de literaire wereld in haar geboorteland Suriname in crisis. Er zijn amper schrijvers, amper lezers, en er is amper literair vuur. (…) Karin Lachmising: ‘Ik heb veel respect voor de auteurs uit de jaren zestig en zeventig, maar op zich was dat vanuit literair oogpunt een makkelijke tijd. Er was één duidelijke vijand, de witte man. Hoe geweldig is het niet om als schrijver een kolonisator te hebben, te kunnen schrijven over de zucht naar vrijheid en zo grote massa’s ter been te brengen? Nu die staatkundige onafhankelijkheid is verwezenlijkt, moeten we nog van zoveel andere dingen vrijkomen. We moeten vooral leren vrijkomen van onszelf, we moeten durven met elkaar het conflict aan te gaan en de gevestigde orde te veranderen. Als ik een alomvattend thema moet noemen waar de Surinaamse literatuur mee aan de slag moet gaan, dan is dat het wel.’ (…) Iraida van Dijk-Ooft: ‘Het klinkt ontzettend idealistisch, maar zelfs in zulke tijden van grote twijfel heeft de literatuur een taak te vervullen. Het zal mij niet lukken het systeem te veranderen. Dat is ook niet mijn bedoeling. Ik wil door te schrijven wat veranderen bij de mens, al is het maar bij één lezer. Ik wil Surinamers doen inzien dat we in deze multi-etnische samenleving veel te veel langs elkaar heen leven, we leven erop los, zonder na te denken over het waarom. Wat zijn de oorzaken van onze angsten, ons verdriet, ons gebrek aan zelfvertrouwen? Daar wil ik het over hebben. Mij maakt het niet uit dat ik niet aan de wieg zal staan van een massabeweging. Als er bij iemand maar een vonkje is.’
Lees hier het artikel/interview
Meer over Karin Lachmising
Meer over Iraida van Dijk-Ooft
Meer over Astrid H. Roemer

«Deze P.C. Hooftprijs laat ons weer eens naar het Westen kijken en dat is goed.» – Arjen Fortuin

90-6265-289-1Over o.a. Astrid H. Roemer, Bea Vianen, Iraida van Dijk-Ooft, Karin Lachmising, Sakoentela Hoebba, Mala Kishoendajal in NRC Handelsblad, 20 mei 2016:
(…) Een van de auteurs aan wie Astrid Roemer haar P.C. Hooftprijs opdroeg, was Bea Vianen, een nog veel vergetener schrijfster. Schrijvers helemaal niet kennen is een beschamende zaak voor een criticus, dus ging ik snel naar een klein antiquariaat om Vianens debuut ‘Sarnami, hai’ te kopen. (Het is vrij recent herdrukt, maar zo klinkt het iets minder beschamend). Voorlopig vind ik het geweldig. In het openingshoofdstuk beschrijft Vianen hoe een jonge Surinaamse vrouw op bezoek gaat bij een buitengewoon onaangenaam oudje dat een twijfelachtige rol heeft gespeeld in haar familiegeschiedenis. De kakkerlakken lopen bijna over het papier, zo indringend toont Vianen de viezigheid. ‘De vrouw houdt haar hoofd gebogen. Haar gezicht wordt bijna geheel door de gore witte sluier bedekt. Haar blouse is net zo vuil als het laken en de slopen op het planken bed […] De zilveren armbanden rinkelen lui, telkens wanneer zij een blaadje afplukt of een stengeltje wegplukt.’ Het is een fascinerend soort realisme dat Vianen beoefent: hard, soms overwritten, maar met een hoofdpersoon die veel meer wordt gedreven door nieuwsgierigheid dan door missiedrang. (…)
Lees hier het artikel