«Het wonderkind van de Nederlandse literatuur.» – Ruud van Weerdenburg

Hans PlompRGB3Over de literatuur van Hans Plomp in Onderstroom boven (nr. 7.0, april 2015)*, 30 mei 2017:
Het wonderkind van de Nederlandse literatuur (….) Hans Plomp werd op handen gedragen als een interessante jonge schrijver die zich naar Nederlandse maatstaven ergens tussen G.K van het Reve, Bordewijk en Mulisch voortbewoog.(…) ‘De ondertrouw’ trad bij de Vlaamse uitgeverij Manteau aan het daglicht en Plomp – 23 jaar jong – werd op slag als een groot schrijver ontvangen. (…) Zijn dope-scene verslag ‘Amsterdams Dodenboekje’ viel alom in de hoofdstad in goede aarde. Decennia later hebben nog illustere figuren als Jeroen Brouwers en Adriaan Venema in hun boek vastgelegd hoeveel gewicht dit juweeltje voor hen had. (…)
*Met toestemming van de auteur op deze site geplaatst ter gelegenheid van het verschijnen van ‘Dit is de beste aller tijden. Een bloemlezing uit vijftig jaar dichtwerk’.
Lees hier het artikel
Meer over ‘Dit is de beste aller tijden. Een bloemlezing uit vijftig jaar dichtwerk’
Meer over Hans Plomp bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Puur leesgenot.» – André van Leijen

CoverStromenvoorDef.inddOver ‘Stromen die de zee niet vinden’ van Rob Verschuren op Trefpunt Thailand, 26 november 2016:
(…) Rob Verschuren is een rasverteller, iemand die je meesleept. Iemand aan wie je vraagt om nog een verhaal te vertellen. En daarna nog eentje. (…) ‘De bar en de leuning van de trap waren van barok houtsnijwerk, op maat gekruld door een lang gestorven artisan en dof van een stoffig patina, de zes tafels hadden bladen van beukenfineer en de houten stoelen waren recht en onversierd.’ Beukenfineer…je zit gelijk in een melaatse kroeg in een uithoek van België. Hostellerie du Château. ‘De Muur’ heet het verhaal, het enige verhaal dat neigt naar magisch realisme. De kroegbaas vertelt: ‘Elke steen is doortrokken van de universele energie die sommige mensen “God” noemen en andere “chi”. In een goede muur zijn de stenen zo gerangschikt dat deze energie wordt versterkt.’ Wat een prachtig contrast met de doodsheid van het beukenfineer. ‘Schroeven’ is een stuk realistischer. Het gaat over het leven in schroevenfabriek. Rob Verschuren aarzelt zelfs niet het verschil tussen een schroef en een bout te beschrijven. ‘Een bout is een ding met een kop… Van “een schroef” spreken we wanneer de mogelijkheid tot aandraaiing wordt verkregen door een uitsparing in de kop.’ En dan volgt het contrast: ‘Het stampen van de fabriek verandert in de hartslag van een blind en hersenloos beest, de hoelameisjes worden heidense priesteressen met wilde toermalijnen ogen en glanzende panterlijven, die in opperste extase rond barbaarse vreugdevuren springen. Er marcheert ook een doedelzakband voorbij.’ (…) Of het nu een schroevenfabriek is, een Belgisch café, een huis met drie jonge meiden in Goa of een dorpje in Vietnam, elke keer weet Rob Verschuren door te dringen tot in het beenmerg van de samenleving. Sommigen vergelijken Rob Verschuren met Slauerhoff of met Bordewijk. Dat mag zo zijn, mij doen zijn verhalen vooral denken aan Rob Verschuren. En dat betekent voor mij puur leesgenot.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Stromen die de zee niet vinden’
Meer over Rob Verschuren op deze site

«Ik moest gelijk aan Slauerhoff denken.» – Bert Vos

CoverStromenvoorDef.inddOver ‘Stromen die de zee niet vinden’ van Rob Verschuren op Aziatische tijger, 21 november 2016:
Toen ik ‘Stromen die de zee niet vinden’ van Rob Verschuren las, moest ik gelijk aan Slauerhoff denken. Zijn boeken verslond ik als 19-jarige jongvolwassene. Ik ervoer bij Verschuren hetzelfde gevoel van ontheemd zijn, het hebben van een eeuwig verlangen en de vereenzelviging met de buitenstaander die ineens opdoemt. En schrijven, dat kan hij wel. Verveling, wanhoop, liefde, twee krabben die in dezelfde pot terechtkomen versus de liefde tussen een Vietnamees stel, schoonheid en wreedheid in een Aziatische gevangenis. In de elf verhalen, waarin elke zin klopt en waarin hij alles beeldend en oogstrelend beschrijft, weet Rob Verschuren een bijna surrealistische werkelijkheid te creëren.
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘Stromen die de zee niet vinden’
Meer over Rob Verschuren op deze site

Ik maak het verschil in proza. (…) Misschien is het Céline in het kwadraat.

Pierre LaufferOver ‘Koprot’ van Harry Vaandrager in Literat-uur (Radio AmsterdamFM), 15 april 2013:
Peter de Rijk in gesprek met Harry Vaandrager.
Luister hier naar de uitzending (van 15: 28:45 tot 16:58:52). Wilt u proeven van de verhalen van Harry Vaandrager? Hij leest drie korte fragmenten, van 36:00 tot 38:10 uit het laatste verhaal De man van ver, van 44:35 tot 46:02 uit het eerste verhaal Het zwart en van 52:28 tot 53:53 uit Hatchi Kenatchi.

Meer over Koprot

«Zijn regels te lezen is puur genot.» – Ezra de Haan

Over ‘Alles is voor even’ over Aya Zikken van Kees Ruys op Literatuurplein.nl, 10 april 2013:
Eigenlijk komen in Alles is voor even twee schrijftalenten met een gemeenschappelijk liefde, die voor Indonesië, samen. Aya Zikken heeft het oude Nederlands-Indië nog meegemaakt, Ruys probeert het weer tot leven te wekken. Beiden willen het beschrijven zonder in larmoyante nostalgie te verzinken. Dat Kees Ruys schrijven kan, weet de liefhebber. Met deze biografie laat hij zien ook dit genre te beheersen. Zijn regels te lezen is puur genot. De 23 pagina’s lange brief aan Aya Zikken waarmee het boek besluit zie ik dan ook als het verbindingsstreepje tussen de twee oeuvres. (…) Het eindresultaat is een boek dat er wezen mag. Zikkens hele oeuvre komt ter sprake. Haar leven was bewogen genoeg en zorgt ervoor dat de lezer blijvend geboeid tot de laatste pagina doorleest. Alles is voor even is de biografie geworden die Aya Zikken verdiende: een gedenksteen met het patina dat alleen door het voortschrijden van tijd ontstaat. Ruys veegde het mos eraf en toont ons de schoonheid ervan.

Lees hier de hele recensie

Meer over de biografie over Aya Zikken

«‘Te leven op duizend plaatsen’ is het lezen zeker waard.» – Joost van der Vleuten

Rob GroenewegenOver ‘Te leven op duizend plaatsen. Jo Otten 1901 – 1940’ van Rob Groenewegen op Literair Nederland, 26 januari 2012:
Groenewegen doet alle moeite doet om de wereld van de schrijver tot leven te wekken. Hij geeft een beeld van Rotterdam in de eerste decennia van de twintigste eeuw, dat zich schoksgewijs ontwikkelde tot wereldhaven. Hij beschrijft het culturele leven: het was de tijd van de filmliga, de charleston en de grammofoonplatenfeestjes, de tijd ook van nieuwe zakelijkheid, vitalisme en futurisme. Groenewegen schetst de gecompliceerde veelvormigheid van de Nederlandse literatuur uit die tijd, met allerlei avant-gardebewegingen die over elkaar heen tuimelen. En hij doet een verdienstelijke poging de waardering van Otten en vele anderen voor het fascisme en andere autoritair-populistische stromingen te begrijpen in de context van hun tijd. (…) Rob Groenewegen heeft het allemaal grondig uitgezocht, opgeschreven en met gulle hand van illustraties voorzien.

Lees hier de recensie

Meer over deze biografie