«De sfeer die De Brabander neer weet te zetten, is treffend.» – Mark Weenink

Over ‘Het hiernamaals van Doña Lisa’ van Eric de Brabander in La Chispa, 1 juli 2010:
De Brabander vertelt het verhaal van drie boezemvrienden, mannen op leeftijd. Tandarts Boyo Raven, Kai en JonJon, die in een rolstoel zit. Het verhaal speelt tegen de achtergrond van 30 mei 1969, een van de roerigste perioden uit de geschiedenis van Curaçao. (…) Centrale thema´s van de roman zijn ouderdom, vriendschap en vergankelijkheid. De drie vrienden gaan per boot naar Venezuela om een nieuwe boot te kopen, Curaçao achterlatend in smeulende puinhopen. Onderweg overpeinzen de mannen het leven. Het aardige van De Brabanders werk is dat het Curaçao in een grotere, Zuid-Amerikaanse context plaatst. In Nederland bestaat nogal eens de neiging om het eiland af te doen als geïsoleerd en in zichzelf gekeerd. Niets is minder waar. Op een steenworp afstand ligt Venezuela. Vele latino´s bevolken de Antillen. Qua schrijfstijl is de roman onderhoudend.

Lees hier de recensie

Meer over ‘Het hiernamaals van Doña Lisa’

Jacques Thönissen – Devah

Jacques Thönissen
Devah

Roman. Nederland
Ingenaaid, 320 blz.,
ISBN 978-90-6265-652-3 € 19.50
Eerste druk 2010

Ik bracht de foto dichter bij mijn ogen en focuste op het verlegen
lachend meisje op de achtergrond. Haar gezichtje lichtte op, en als door mijn oog ingezoomd, vergrootte het zich uit, kwam als het ware op mij af. Ik draaide de foto om. De datering stond in pa’s typische, aan de voet afgeplatte blokschriftletters. Devah 22-8-85, las ik. 22 augustus: mijn geboortedag, 1985: toen werd ik acht. Mijn mond viel open.

Een net afgestudeerde student aan de kunstacademie treft op een rommelmarkt een tekening van een jong meisje aan, gesigneerd door zijn vader. Wanneer hij zijn vader met het portret confronteert, valt deze dood neer. Om de identiteit van het meisje te achterhalen begint de ik-persoon een zoektocht die hem door verschillende Oost-Europese landen voert. Daarbij wordt hij gestuurd en geïnspireerd door Sirene, een figuur uit zijn droomwereld, met wie hij van kinds af aan is meegegroeid naar volwassenheid.

Devah is een boek waarin de herinnering wedijvert met droombeelden, en droombeelden aanschurken tegen de werkelijkheid van het heden. Wie vergeten was wat het magisch realisme ook alweer inhield, wordt met Devah op zijn wenken bediend. Thönissen toont het, ontvouwt het.

Aruba is sinds een halve eeuw het tweede vaderland van Jacques Thönissen. Na zijn carrière in het onderwijs als o.a. leraar Spaans aan en directeur van het Augustinus College in San Nicolas, wijdt hij zich aan het schrijven met drie Arubaans-Caraïbische romans: Tranen om de ara, Eilandzigeuner en De roep van de troepiaal. Vanaf 2000 schrijft hij tevens drie kinder- en jeugdboeken die ook in het Papiaments zijn verschenen.

Annel de Noré – Stem uit duizenden

annel noréANNEL NORÉ
Stem uit duizenden
Suriname Roman
Ingenaaid, 320 blz., € 18,90
ISBN 978-90-6265-586-1
Eerste druk 2007


‘Zou ik… Henk… mogen spreken?’
Susans hart springt op en galoppeert in haar borstkas. Vroeger had Henk haar met dit soort grapjes geplaagd. Ze scant de mogelijkheden. Een practical joke? Uitgesloten! Zelfs een zonderling met een absurd gevoel voor humor zou dit niet grappig noemen. Trouwens wie zou haar zo’n valse streek flikken? Bovendien, van alle mensen die ze kent, lijkt geen enkele stem zoveel op die van Henk als deze. Een gelaagde stem. Lagen die achter elkaar aan vibreren zodat van elke klank echo’s natrillen door de lucht.
‘Bent u er nog?’
‘Met wie spreek ik?’ Tevergeefs probeert ze haar stem en hart te beteugelen.

De weduwe Susan Tersluys-Jones verzorgt thuis haar ernstig zieke moeder. Op een dag rinkelt de telefoon. Omdat ze verwacht dat een van haar beide dochters in Nederland belt neemt ze op. Aan de lijn is een man die zich een goede vriend noemt van haar overleden echtgenoot en ook haar dochters zegt te kennen. Hoe de vrouw ook haar best doet zich de ‘vriend’ te herinneren, ze kent hem niet. De raadselachtige telefonische kennismaking verbreekt haar eenzaamheid. Maar wat met ‘zijn stem uit duizenden’ onschuldig begint loopt uit op een situatie geladen met onderhuidse spanning waarin de hoofdpersoon meent te verliezen wat haar het meeste lief is.

Annel de Noré schaarde zich met De bruine zeemeermin (2000) bij de nieuwe generatie schrijfsters die het Suriname van nu als belangrijkste thema heeft. In haar van passie, wreedheid en magie doordrenkte verhalen, gebundeld in Het kind met de grijze ogen (2004), toonde zij deel uit te maken van een Caribische verteltraditie.

Lees hier de recensie van Joost Minnaard in ‘OSO, tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied’
Meer over Annel de Noré op deze site

Netty Simons wint met gedicht tweede prijs

465px-AnneldeNorePoëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart in Teylers Museum Haarlem, 4 juli 2004:
Onder haar eigen naam Netty Simons is de Surinaamse schrijfster Annel de Noré (‘De bruine zeemeermin’ en ‘Het kind met de grijze ogen’) tweede geworden op de poëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart. De finale vond zondag 4 juli plaats op De Dag van het Gebroken Hart in het befaamde Teylers Museum in Haarlem rondom de tentoonstelling ‘Het hart, een teken van leven’. Uit de meer dan honderd inzendingen uit Nederland, België, Zuid-Afrika en Suriname nomineerde de jury twintig dichters voor tien eervolle vermeldingen plus oorkonde. Onder de tien prijswinnaars bevonden zich onder meer de bekende dichteres Carla Bogaards en schrijfster Inge Bak, die dit voorjaar bij Uitgeverij In de Knipscheer debuteerde met de roman ‘Zon in het haar’. De prijzen werden overhandigd door de Haarlemse stadsdichter en juryvoorzitter George Moormann. De eerste prijs ging naar dichteres Sylvia Hubers, van wie in oktober een tweede bundel uitkomt bij de Amsterdamse uitgeverij Fagel. Netty Simons, die nog niét eerder poëzie publiceerde, werd verrassend tweede.

Gebroken: een oeroud stenen hart

Wekker, computer, afwasmachien,
douche, haardroger, wasmachien,
sleutel in slot, pinpas in automaat,

roltrap op,
trein in.
Fluit!

Rust…

Omlijst door driedimensionaal dagduister
reist in vlakke, onthullende, flitsvlagen
een ijl, vreemdbekend spiegelbeeld mee…

en ’t gisternacht doorgeseind noodsignaal
wreekt de gigabeet links onder het borstbeen
die eerst in, nu door de wind wordt geslagen.

Gevangen in technologie, digitaal en staal
breekt verweerd, oeroud, ’t hart van steen
alsnóg en weigert – uiterst banaal – dienst.

Meer over Annel de Noré bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Omdat mijn hoofd in de wolken is zie ik soms te weinig.» – Annel de Noré

465px-AnneldeNoreAnnel de Noré in gesprek met Marieke Visser over schrijven in De Ware Tijd Literair, 21 augustus 2004:
Ze was even terug in Suriname, Netty Simons, tegenwoordig ook bekend als Annel de Noré auteur van de roman ‘De bruine zeemeermin’ (2000) en van de verhalenbundel ‘Het kind met de grijze ogen’ (2004).

“Als ik een goed verhaal wil schrijven, dan moet ik een begin en een einde hebben, en zo’n beetje weten hoe het verhaal loopt. Dan ga ik schrijven en gebeurt er van alles. Je hebt personages waarover je nadenkt, en je ziet iemand op straat die er heel aardig uitziet en dan opeens heel naar uitvalt, onverwacht. Dat gebruik je dan. Bij ‘De bruine zeemeermin’ hebben heel wat mensen zich in mijn personages herkend: onterecht, want het boek gaat niet over bestaande personen. Het moet zelfs niet echt zijn, want het blijft een spel. Schrijvers liegen de waarheid. Als je een leugen vertelt kan het nooit over de realiteit gaan.”

“Het leven is een spel. Een boek is een spel dat geschreven is over een spel: dubbelop een spel dus.” Gevraagd naar het plezier dat het spelen van het spel haar brengt, begint de schrijfster te stralen. “Ongelofelijk! Het ís heerlijk! Je bent als schrijver in een bevoordeelde positie. Je moet ’t niet te vaak doen, maar je kan je eigen frustraties kwijt in je verhalen. Je kan iemand van repliek dienen.”

Een andere reden waarom zij zo geniet van haar schrijverschap is dat ze al schrijvend de wereld om haar heen lijkt te verklaren. “Ik ben een idealistische realist. Ik loop met mijn hoofd in de wolken, maar sta met mijn voeten op de grond. Omdat mijn hoofd in de wolken is zie ik soms te weinig. Ik verwacht altijd redelijkheid, terwijl die er niet is, niet bestaat. In mijn verhaal ‘De vloek’ probeer ik aan te geven waarom mensen dingen doen. Mensen zijn gewoon niet redelijk. Ik probeer situaties te creëren in mijn verhalen waar beweegredenen, motieven duidelijk worden. Op jezelf heb je niet goed zicht. Vandaar mijn lievelingsspreekwoord: advocaat voor jezelf, rechter voor de ander.”

Voelt zij zich méér schrijfster nu ze gepubliceerd heeft? “Mijn grootste droom is in vervulling gegaan. Ik dacht dat ik nooit iets zou durven laten lezen aan een ander. Dat heb ik nu wel gedaan en dat voelt goed.” Simons heeft haar hele leven geschreven, zolang als ze zich kan herinneren. Zelfs bij de sommetjes schrijf je een verhaal, zei een onderwijzer op de lagere school tegen de kleine Netty. “Ik heb dat nooit zo gezien. Het schrijverschap, en in het bijzonder het publiceren, is – behalve natuurlijk mijn kinderen – het beste dat me overkomen is.”
Meer over Annel de Noré bij Uitgeverij In de Knipscheer

Bea Vianen – Sarnami, hai

90-6265-289-1Bea Vianen
Sarnami, hai.

Roman, Suriname
Uitgebreid met Nawoord van Jos de Roo
Paperback, 176 blz., € 13,50
ISBN 90-6265-289-1
Derde, verbeterde druk november 1988
Uitgeverij In de Knipscheer, uitverkocht

Sarnami, Hai (Suriname, ik ben) is een klassieke roman over volwassen worden en het zoeken naar identiteit. De hoofdpersoon, het meisje Sita, is de kleindochter van de uit India afkomstige contractarbeiders, maar veel meer over haar verleden weet ze niet. Het zoeken naar haar eigen geschiedenis wordt in de loop van het verhaal (via gewone gebeurtenissen in het ongewone Suriname van de jaren vijftig) steeds meer een gevecht voor een toekomst, die met een studie in Nederland moet beginnen.
Bea Vianen (Paramaribo, 1935 – RK Hindu) debuteerde in 1966 met het dichtbundeltje Cautal. In de periode 1969-1974 publiceerde zij behalve Sarnami, Hai drie romans en een dichtbundel: Strafhok (1970), Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972, 1984*), Het paradijs van Oranje (1973, 1985*) en in 1974 Liggend stilstaan bij blijvende momenten. In 1979 verscheen nog de roman Geen onderdelen en in 1986 en 1989 de dichtbundels Over de grens* en Op het laatst krijgen wij met z’n allen donderop*.]

(*) Ook verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Meer over Bea Vianen op deze site

Bea Vianen – Het paradijs van Oranje. Roman

ParadijsvanoranjeBea Vianen
Het paradijs van Oranje

roman
Suriname /Nederland
gebrocheerd, 157 blz.
ISBN 978-90-6265-187-0
Tweede druk november 1985
Uitgeverij In de Knipscheer, uitverkocht

Deze roman speelt kort voor de onafhankelijkheid van Suriname. Via de hoofdfiguur, een in Nederland wonende Surinaamse schrijver, wordt een beeld gegeven van de moeilijke situatie van Suriname, door de slechte samenwerking van de verschillende groeperingen en de onverschilligheid van Nederland. Net als haar eerdere romans gaat ook dit boek over wat de schrijfster zelf het ‘ophangen van de vuile was’ genoemd heeft. Maar deze keer wordt Suriname-in-Nederland beschreven, vanaf de aankomst met de Bijmerexpres op Schiphol tot en met het werkelijke beeld van de Surinamer in Nederland: de binnenkant van de Surinaamse mens, vol heimwee en frustraties. De ik-figuur, een mannelijke auteur van Surinaams-hindostaanse origine, laat ons achter de schermen van het schijngeluk kijken, schrijvend en piekerend over vriendschap, familiebetrekkingen, woontoestanden, tolerantie en eerlijkheid, maar vooral over het zoeken naar zichzelf in een vreemde omgeving.

«De Surinaamse schrijver Sirdjal Singh gaat met zijn neef naar Schiphol om een familielid af te halen. Op Schiphol wordt Sirdjal geconfronteerd met de schijnwereld waarin veel Surinamers in Nederland leven. Firoz, een vroegere leerling van hem, is vrijwel de enige waarmee Sirdjal contact heeft. Als Firoz naar Suriname vertrekt en binnen 3 weken weer terug is in Nederland, beseft Sirdjal dat ook hij, ondanks zijn heimwee, vermoedelijk nooit naar Suriname zal terugkeren. Bea Vianen is een Surinaamse schrijfster, die vanaf 1969 een aantal romans heeft gepubliceerd. Haar boeken hebben alle als centraal thema: het vinden van een eigen identiteit. Deze roman probeert een beeld te geven van de gedachtewereld van Surinamers (Hindostanen) in Nederland, waarbij deze gedachtewereld vaak wat verwrongen overkomt. Bepaalde situaties echter zullen veel Surinaamse lezers zeer bekend voorkomen.» – Marijke van Geest, NBD | Biblion

Meer over Bea Vianen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Clyde Lo-A-Njoe– Dansen/Baliamentu. Gedichten en grafiek

DansenBaliamentuCLYDE LO-A-NJOE
Dansen/Baliamentu

Nederland, Aruba
Gedichten. Tweetalig Nederlands-Papiamentu
Gebrocheerd, 104 blz., incl. 8 blz. grafiek in 4-kleuren
1982
ISBN 90-6265-058-9
Uitverkocht

Clyde Roël Lo-A-Njoe (1948) werd geboren te Santa Cruz, Aruba. Na zijn opleiding tot tekenaar-schilder werkte, woonde en reisde hij in vele landen van Europa en Azië. Uit zijn recente grote exposities in het Caribisch gebied (1981), op de Hannover Messe (1982, als enig exposerend beeldend kunstenaar), en in ’t Speelhuis, Helmond (eveneens 1982) blijkt hoe hij met grote trefzekerheid een volstrekt eigen grafische uitdrukkingswijze bereikt, steeds meer teruggebracht tot geometrische en kinetische concepten; een artistiek proces waarmee hij steeds meer internationale erkenning vindt. Proeven van zijn nieuwste grafisch werk zijn als illustraties opgenomen in Dansen/Baliamentu, zijn eerste dichtbundel.
Deze gedichten, ontstaan tijdens zijn omzwervingen door de Oude Wereld, en onmiskenbaar producten van een beeldend kunstenaar, zijn echter oneindig meer dan uitvloeisels van het grafisch werk. In effectieve beelden en klanken, verwijzend naar dans en muziek als nog absoluter en nog lichamelijker kunstvormen dan grafiek of taal, zoekt de kunstenaar zichzelf tussen dodendansen, ballroom-geschuifel en wervelende Caribische ritmen en geeft hij, zichzelf, eenmaal gevonden, weer prijs, aan anderen of aan ‘de doordringende helderheid van de duisternis’ (A Capella)

Luis H. Daal (1919-1997) heeft zich zijn hele leven gewijd aan de emancipatie en consolidatie van het Papiamentu. Hij deed dat als journalist (onder meer als hoofdredacteur van La Prensa, 1947-1950), als filoloog (als romanist en nederlandist had hij met zijn spellingsvoorstellen voor het Papiamentu grote invloed), als uiterst productief vertaler, als dichter (Kosecha di Maloa, 1963; KuAwa naWowo, 1971; Sinfonia di Speransa, 1975; en de verzamelbundel Te Juister Stonde/Na Ora Oradu, 1976), en sinds 1975 ook als hoofd van de afdeling Kulturele Zaken van het Kabinet van de gevolmachtigde minister van de Nederlandse Antillen, Den Haag.
De dichter van Dansen/ Baliamentu kon zich geen groter compliment wensen dan dat Luis Daal bereid bleek deze in het Nederlands geschreven gedichten te herscheppen in hun beider moedertaal. De precisie en de poëtische kracht waarmee de vertaler zich van zijn zelfopgelegde taak gekweten heeft, maken Dansen/ Baliamentu tot een authentieke bijdrage aan de Antilliaanse literatuur.