«Grensverleggende verhalen uit het Caribisch gebied.» – Cilla Geurtsen

De laatste paradeOver de nominatie van ‘De laatste parade’ van Ruth San A Jong voor De Inktaap 2014 op Literair weblog Tzum, 21 september 2013:
Waar sommige Vlaamse en Nederlandse werken vast en zeker behoorlijk vervreemdend hebben moeten zijn voor Caribische scholieren, gaan nu ook de Nederlandse en Vlaamse leerlingen dat ervaren, want anders dan anders is de verhalenbundel De laatste parade zeker. (…) ‘De laatste parade’ is vanuit die invalshoek een uitstekende keuze voor dit project. Het boek zal veel leerlingen een kijkje geven in een wereld waar ze geen weet van hebben. (…) Qua stijl zal het zeer vlot geschreven boek geen moeilijkheden opleveren voor de bovenbouwers van havo en vwo en de Surinaamse zinsneden zijn niet te overheersend om het begrip van de tekst in de weg te staan, maar qua thematiek staat dit boek ongetwijfeld soms ver van leerlingen af. En misschien moet men ook wel wennen aan de directheid van sommige passages.
Lees hier het artikel
Meer over ‘De laatste parade’ van Ruth San A Jong
Meer over De Inktaap

«Een uitermate sympathiek en geslaagd debuut.» – Eric de Brabander

VoorplatDrijfzand1KleinOver ‘Bouwen op drijfzand’ van Ronny Lobo in Antilliaans Dagblad, 14 september 2013:
Ronny Lobo studeerde bouwkunde in Nederland en keerde terug naar Curaçao, waar hij architect werd met een speciaal oog voor klimatologische omstandigheden. De ingrediënten die nodig zijn voor de onvermijdelijke botsingen tussen architect en opdrachtgevers worden in ‘Bouwen op drijfzand’ subtiel ingevoerd door de auteur, die net als Kenzo behalve bouwkundige ook een bevlogen en kunstzinnig architect is. (…) Lobo weet zijn roman met verrassende wendingen te doorweven en deze af te wisselen met wat filosofische beschouwingen over tropische architectuur, over de relatie tussen bouwkunst en natuur, en over de noodzaak respectvol met deze natuur om te gaan.

Lees hier de recensie

Meer over Ronny Lobo

«Zorgvuldig wikkend en wegend zoekt ze naar woorden en synoniemen, naar metaforen die de gevoelswereld versterken.» – Eric de Brabander

VoorplatRodeAppel75dpiKleinOver ‘De rode appel’ van Giselle Ecury in Antilliaans Dagblad, 14 september 2013:
Giselle Ecury is een taalkunstenaar. Zorgvuldig wikkend en wegend zoekt ze naar woorden en synoniemen, naar metaforen die de gevoelswereld versterken, en naar zinsconstructies totdat de bladzijden gewoon ‘kloppen’. Een vrouwelijk boek? Doen vrouwen dat meer dan mannen? Ik vroeg me dat af. En liep langs mijn boekenkast, hield mijn hoofd schuin en liet mijn ogen over de titels en auteurs glijden. Ik vond wat ik zocht: de Hongaarse schrijver Sándor Márai. Tussen de twee wereldoorlogen schreef hij zijn meesterwerken, die pas in de jaren negentig van de vorige eeuw vertaald werden en wereldbekendheid kregen, met name Gloed en De erfenis van Eszter. Dezelfde broeierigheid, dezelfde traag stromende taal. En dan… de muziek die van tijd tot tijd uit de bladzijden opstijgt. De brutaal romantische zomerhitjes van Julien Clerc. Of Melanie, met Beautiful People. Ik was terug in de tijd waar Giselle Ecury dat zo bedacht had.

Lees hier de recensie

Meer over De rode appel

«Het ‘wij-gevoel’ ís er op Curaçao.» – Joseph Hart

VoorplatVerkiezingsdans75KleinJoseph (Jopi) Hart in interview over ‘Verkiezingsdans’ op Baat013.nl, 11 september 2013:
Jopi Hart werkte aan het begin van zijn carrière als leraar Engels in Tilburg. Toch bleef Hart destijds niet in Tilburg. “Curaçao trok heel hard. Ik ben een nationalist, begaan met mijn eiland, en met de wijk Otrobanda.” Zijn nieuwe boek ‘Verkiezingsdans’ speelt zich dan ook helemaal af op Curaçao. (…) “Hoofdpersoon Matthew Bartels is een idealist, heeft een visie en draagt die uit. Hij komt in de politiek en kan dan zijn idealen verwezenlijken. Het is moeilijk, want ook hij wordt geconfronteerd met corruptie. Maar het is mogelijk.” (…) “Heb je wel eens Oud & Nieuw gevierd op de Emmabrug, de pontjesbrug op Curaçao? Daar heerst dan een saamhorigheid om u tegen te zeggen. Het ‘wij-gevoel’ ís er op Curaçao. Maar je hebt een Matthew nodig om het eruit te trekken. En het moet eerst slechter worden voordat het beter wordt. Echt, het wordt beter!”

Lees hier het interview

Meer over Joseph Hart

Nederlandse presentatie van ‘Bouwen op drijfzand’ op YouTube

VoorplatDrijfzand1KleinVideo van Ivar Hiwat en Frank Sardjoe met fragmenten uit de Antilliaanse boekpresentatie op 8 september 2013 in Podium Mozaïek rond de nieuwe boeken van Joseph Hart en Ronny Lobo uit Curaçao, Jacques Thönissen uit Aruba en Giselle Ecury, muzikaal omlijst door Izaline Calister.

Kijk

Meer over Bouwen op drijfzand

«De tekst is belangwekkend omdat er zo weinig over de Tula-opstand is geschreven. Vooral de psychologische nuances in het slaaf/meester-verhaal worden getoond.» – Michiel van Kempen

VoorplatSlaaf75Over ‘Slaaf en meester – Katibu di shon’ van Carel de Haseth voor NBD/Biblion, 04-09-2013:
Op 17 augustus 1795 vond op Curaçao een grote slavenopstand plaats onder leiding van de inmiddels legendarische Tula en Karpata. In die tijd speelt deze korte roman, die wordt verteld vanaf het moment dat de slaaf Louis wacht op zijn berechting in het fort in Willemstad. Hij en zijn meester Wilmoe vertellen om beurten hun versie van de gebeurtenissen. Zij zijn exact even oud, hebben hun jeugd samen doorgebracht en hebben beiden gedongen naar de gunsten van de mooie Anita. Wilmoe wint dankzij zijn overwicht als meester, maar verkracht het meisje toch. De tekst is belangwekkend omdat er zo weinig over de Tula-opstand is geschreven. Vooral de psychologische nuances in het slaaf/meester-verhaal worden getoond: zowel slaaf als meester kennen goede en slechte trekken. Beiden kennen woede, onredelijkheid en trots. Uiteindelijk biedt de meester, bewogen door het lot van de slaaf die hij zelf zo gruwelijk behandelde, hem een mes om zelfmoord te plegen en zo de galg te ontlopen. De meester blijft in wroeging achter, moederziel alleen, want zijn vrouw Anita en kind sterven. In deze herdruk is nu ook (op de linkerbladzijden) de tekst in het Papiaments opgenomen.

Meer over Katibu di shon

«Dit alles is in prachtige taal beschreven. Zowel historisch als verhalend is het een boek dat diepe indruk maakt.» – Dettie H. Hengeveld

VoorplatSlaaf75Over ‘Slaaf en meester / Katibu di Shon’ van Carel de Haseth op Leestafel, 19 juli 2013:
De mannen zijn samen opgegroeid, zij speelden samen en zagen het verschil in huidskleur niet totdat hun omgeving steeds meer om onderlinge afstand vroeg. Op gegeven moment staan ze zelfs recht tegenover elkaar in plaats van naast elkaar. De verbindende factor tussen beide mannen is slavin Anita, waar ze beiden een enorme liefde voor hebben opgevat. De confrontatie kan niet uitblijven. Anita kiest voor de slaaf, Louis, maar ze houdt in feite van beide mannen. (…) En nu zit Louis gevangen, vanwege zijn deelname aan de opstand, en zal de volgende dag terecht gesteld worden. Wilmoe gaat naar hem toe en wat volgt is het schrijnende en ontroerende gesprek tussen beide mannen die uiteindelijk de weg naar elkaar weer weten te vinden. Het is een verhaal dat je bijblijft.

Lees hier de recensie

Meer over Slaaf en Meester / Katibu di Shon

Mooie woorden (4) over Devah van Jacques Thönissen

De pers over ‘Devah’:

«Deze roman is een zoektocht van de hoofdpersoon door Oost-Europese landen naar de zigeunerin Devah, een mysterieus persoon. In eerste instantie is Devah simpelweg de aangenomen dochter van Leo, de vader van hoofdpersoon van het boek. Toen Louise, de vrouw van Leo, Devah niet in huis tolereerde, is zij opgevoed door Leo’s boezemvriend Herr Müber die in Wenen woont. Naarmate het boek vordert wordt gesuggereerd dat Devah en de hoofdpersoon elkaar al kennen uit een eerder leven. Hij was toen een tempelier-monnik die Gregorio heette en Deva een zigeunermeisje dat Egipta heette. Ook lijkt Sirene, een vrouw die vanaf de kindjaren van de hoofdpersoon aan hem verschijnt in zijn dromen, steeds meer samen te vloeien met Devah. De auteur voert ons door een spannende speurtocht met verrassende wendingen. Een spannend boek dus.» – Walter Palm voor NBD/Biblion

«Wat onmiddellijk opvalt aan deze bijzonder knap geschreven roman, is de heldere, no nonsens stijl. In de roman gaat het niet om de landen en de beschrijvingen van die landen, maar om de mensen en hun verhoudingen. Langzaam wordt duidelijk dat er een relatie tussen Devah en de hoofdpersoon bestaat die zowel horizontaal als verticaal de tijd doorklieft. Ik zou me kunnen voorstellen dat een Europees-Nederlandse recensent deze roman direct zou vergelijken met het werk van de grote Zuid-Amerikaanse magisch realistische auteurs, ware het niet dat het Zuid-Amerikaanse continent in Devah niet aangedaan wordt. Maar Thönissen overstijgt een dergelijke vergelijking. Hij heeft het magisch realisme van de twintigste eeuw in een nieuw jasje gestoken. Sterker nog, hij heeft een nieuw soort magie uitgevonden. Voor zover Harry Mulisch dat nog niet gedaan had in ‘De ontdekking van de hemel’. » – Eric C. de Brabander in Amigoe

«Veel van de handelingen van de hoofdpersoon, die net de kunstacademie heeft afgerond, worden gestuurd door Sirene, een vrouw die alleen in zijn dromen bestaat. Hij vindt op een rommelmarkt een door zijn vader gemaakt meisjesportret, koopt het en brengt het naar hem terug. Als deze de tekening ziet, zakt hij ineen en kan alleen nog maar ‘Lviv… Lviv…’ en ‘Devah… Devah…’ uitbrengen voor hij sterft. Die laatste woorden zetten de zoon aan tot een lange zoektocht naar Devah – het meisje op het portret – die hem onder meer in Oekraïne en Indonesië brengt. (…) Thönissen slaagt er in zijn roman in om droom en werkelijkheid geloofwaardig bijeen te brengen. Toch blijft het een duidelijk magisch-realistisch boek. Net als de boeken van Zuid-Amerikaanse schrijvers als Gabriel Garcia Marquez en Paulo Coelho, die hij bewondert.» – Adri Gorissen in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad

«Jacques Thönissen richtte zich met zijn schrijven aanvankelijk op Aruba en enkele sociaal-economische problemen van dit eiland, maar heeft zich in de loop van zijn schrijverschap veel meer gericht op persoonlijke algemeen menselijke problemen ten opzichte van de totale wereld waarin we leven: de thematisering van ‘a sense of belonging’. (…) Ook in Devah is er sprake van een geheimzinnige speurtocht naar een persoonlijk verleden en een geheimzinnige familiegeschiedenis. Die zoektocht neemt de lezer mee naar relatief recente politieke problemen in Oost-Europa, maar voert ook – via een uitvoerig ingelast verhaal van een oude herder – terug tot de historische kruistochten. Het belangrijkste is dat de hoofdpersoon niet van opgeven weet en doorgaat tot de oplossing er uiteindelijk is, waarbij hij voortdurend gebruik weet te maken van zijn kunstzinnig tekentalent.» – Wim Rutgers in Antilliaans Dagblad

«Denk alleen maar aan Spaanstalige schrijvers als Gabriel García Márquez en Isabel Allende, beiden belangrijke vertegenwoordigers van het magisch realisme. Net als zijn illustere voorgangers is ook Thönissen een meesterverteller. Hij laat op overtuigende wijze zien dat er meer is tussen hemel en aarde en dat de dingen niet gebeuren zonder reden. Ook heeft hij zijn verhaal omgeven met een prettig uitgebalanceerde raadselachtigheid en ontvouwt het verhaal zich op precies het juiste tempo. Thönissen neemt de lezer mee in een wondere wereld zonder te haasten of te verwachten van de lezer dat deze het bovennatuurlijke als waar aanneemt.» – Rosalien Koster op Literairnederland.nl

Verzoening met het slavernijverleden


Over ‘Slaaf en meester / Katibu di Shon’ van Carel de Haseth op Nieuwsuur, 27 juni 2013:
Nieuwsuur spreekt zowel mezzosopraan Tania Kross als auteur De Haseth over de totstandkoming van dit bijzondere project. De opera gaat op 1 juli in première in Amsterdam. Het is een van de evenementen die zijn georganiseerd rond de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Op 1 juli 1863, 150 jaar geleden, schafte Nederland de slavernij in de koloniën. Zo’n 35.000 slaven in Suriname en zo’n 12.000 op de Antillen verkregen, aangekondigd door kanonschoten vanaf Fort Zeelandia in Paramaribo, hun vrijheid. De slavenhouders ontvingen een compensatie voor elke vrijgestelde slaaf. Die moesten nog wel tien jaar op de plantages blijven werken, maar dan tegen een kleine vergoeding.

VoorplatSlaaf75

Lees hier de aankondiging van het onderwerp op de site van Nieuwsuur

Meer over Slaaf en Meester en de opera Katibu di Shon

«Langenfeld vertelt meer dan alle geschiedschrijvers ooit hebben kunnen hopen.» – Federico Besamusa

Over ‘Porto Marie 1738 – 1795 – 1888’ in La Chispa, Het Latijns Amerika Magazine, 24-06-2013:
‘Porto Marie’ leest als een trein. De opbouw is helder; het kolonialisme, de slavernij, de slavenopstand van Tula en de emancipatie vormen de context waarin een beperkt aantal personages wordt gevolgd. Langenfeld slaagt erin mannen en vrouwen van vlees en bloed neer te zetten, met eigen ideeën en ambities en doorbreekt zo het beeld van de vormloze zwarte massa. Met een goed verhaal toont ze dat zwart nooit automatisch solidair was met zwart. Flexibele loyaliteiten en eigengewin maakten de realiteit complexer dan de Grote Geschiedenis ons wil laten geloven. Langenfeld laat zien dat gedachten en handelingen van de kleine man ons meer vertellen over de geschiedenis dan alle bibliotheken en geschiedschrijvers ooit hebben kunnen hopen.

Lees hier de recensie

Meer over Porto Marie