«Een belangrijk thema in het boek is magie.» – Ko van Geemert

Opmaak 1Over ‘Duizend leugens bruidstaart’ van Diana Lebacs in Ñapa Literatuur (Amigoe), zaterdag 11 februari 2017:
Ik koos voor de bruidstaart als beeld voor verwachting, liefde en teleurstelling. (…) Je hebt witte magie die uitgaat van het spirituele, en zwarte magie, beter bekend als brua, die gericht is op wraak, afrekening, genoegdoening. Mijn opa was kruidendokter, kurandero, hij gaf ook consult. (…) In deze wereld ben ik opgegroeid. Niet dat ik dit onmiddellijk in mijn boeken verwerkte. Maar op een zeker moment, in 2008, ontmoette ik de schrijver Erich Zielinski. Hij zei tegen me: je zou die magisch-realistische kant op moeten gaan, lees ‘De doem van de maïs’ van Miguel Angel Asturias uit Guatamala, in 1967 kreeg hij de Nobelprijs voor literatuur. Ik deed dat en was verkocht. Die magie is onlosmakelijk verbonden met Zuid-Amerika, met Curaçao. Of ik daar nu echt zelf in geloof weet ik niet. Wel in intuïtie, ik verdiep me in boeddhisme, katholicisme. Er is meer dan deze harde wereld, ik geloof in spiritualiteit.
Lees hier het interview
Meer over Diana Lebacs op deze site

«Alle reden deze bomvolle maar prikkelende en met vaart geschreven biografie te lezen.» – Esther Wils

Opmaak 1Over Rusteloos en overal. Het leven van Albert Helman door Michiel van Kempen op Athenaeum, 3 oktober 2016:
(…) Helman doet in verschillende opzichten denken aan twee begaafde, bereisde Indische schrijvers-polemici: Tjalie Robinson en Rudy Kousbroek. Robinson en Helman hadden beiden, naast een machokarakter, ook een lerareninborst en voelden een groot maatschappelijk engagement. Hun literaire ambitie – waarmee ze onder andere de unieke mengculturen waarin ze opgroeiden hebben vereeuwigd – moest vechten om de aandacht met hun emancipatoire drang. Kousbroek en Helman (die zijn studie Nederlands aan de wilgen hing) verwierven beiden als autodidact een eredoctoraat, maar bleven hun hele leven in een haat-liefdeverhouding tot de wetenschap staan. Alle drie waren ze overal en nergens thuis, en zowel kritisch op als verslingerd aan hun land van herkomst. (…) Alle reden deze bomvolle maar prikkelende en met vaart geschreven biografie te herlezen. Helman heeft een zeer toegewijde biograaf getroffen in Michiel van Kempen (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Rusteloos en overal’
Meer over Michiel van Kempen op deze site
Meer over Albert Helman op deze site

Ronny Lobo over zijn roman ‘Tirami sù’ op Amsterdam FM-Radio

Opmaak 1Over ‘Tirami sù’ van Ronny Lobo op Amsterdam FM-Radio, 19 september 2016:
Peter de Rijk spreekt met Ronny Lobo, eventjes over uit Curaçao, over zijn beroep van architect en over zijn schrijverschap, met name over zijn tweede roman ‘Tirami sù’. Het gesprek vond plaats in het boekenuur van 16.00 tot 17.00 uur in het programma ‘Kunst & Cultuur’ van Radio Amsterdam-FM.
Luister hier naar de uitzending [start op 6.10 op de tijdbalk]
Meer over ‘Tirami sù’
Meer over Ronny Lobo bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een nummer dat je literaire vleugels kan geven om je vakantie aan zee of in het water het nodige aroma te geven.» – André Oyen

VoorplatExtaze17-18-75Over ‘Extaze 17/18 – Water-Zee’ op Ansiel, 29 mei 2016:
De redactie van dit prachtig literair tijdschrift tracht verrukking en verwondering op te roepen door de kracht van het woord en de verbeelding. En deze pogingen van de Extaze-redactie levert telkens een boekwerk af dat je heel gulzig proeft en waardeert. Zwakke nummers ben ik persoonlijk nog niet tegengekomen, maar de absolute hoogvlieger was toch wel het Frans Kellendonknummer dat een huiveringwekkend mooi literair eerbetoon was. ‘Extaze 17/18’ is uitzonderlijk een dubbelnummer waarin Water-Zee duidelijk dominant aanwezig, zowel in essay, kortverhaal als gedicht. Er wordt gemijmerd en gefilosofeerd over diverse items gaande van het zeemanslied van de Deense Lale Andersen tot de poëzie van Slauerhoff met immer en altijd water/en of zee op de achtergrond. (…) Een nummer dat je literaire vleugels kan geven om je vakantie aan zee of in het water het nodige aroma te geven.
Lees hier de recensie
Meer over Extaze

«Met ‘Tirami sù’ bewijst Ronny Lobo dat hij gegroeid is als schrijver.» – Jerry Dewnarain

Opmaak 1Over ‘Tirami sù’ van Ronny Lobo in De Ware Tijd Literair, 7-8 mei 2016:
‘Tirami sù’ gaat kortgezegd over een spannende zoektocht van twee tieners naar hun afkomst, een bekend thema in de Caribische literatuur. Bovendien kaart Lobo ook een ander thema aan, namelijk ‘adoptie’. Binnen de Caribische Nederlandstalige literatuur is Lobo een van de weinige schrijvers die het thema ‘adoptie’ bespreekt. (…) ‘Tirami sù’ is een moderne versie van Cola Debrots boek ‘Mijn zuster de negerin’, dat in 1935 uitkwam. De toepassing van internet, het gebruik van mobiele telefoons, sms’jes en laptops maken het verhaal heel modern voor de jonge lezers. Het is ongetwijfeld een boek dat de jeugd, vooral de Caribische jeugd, zal boeien vanwege de herkenbaarheid van het thema – zoektocht naar afkomst of identiteit (queeste). De schrijver bouwt bovendien de spanning van de plot ‘steen-voor-steen’ op om tot de ontknoping te komen. Met de ruimte (waar het verhaal zich afspeelt: Nederland-Aruba-Curaçao-Bonaire; de connectie tussen moederland Nederland en zijn eilanden) en zijn beeldend taalgebruik, overigens een sterk wapen van de schrijver Lobo, metselt hij zijn bouwsel tot een boeiend verhaal.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Tirami sù’
Meer over Ronny Lobo bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Genoeg literair spel voor een speurlezer.»

VoorplatLichtkamer75Over ‘De lichtkamer’ van Henriettte de Mezquita in Antilliaans Dagblad, 16 januari 2016:
Taal leeft, letterkunde ook. Vroeger leerde je op de recensentenopleiding dat in ‘echte literatuur’ alles betekenis moest hebben, dat er geen woord teveel in een literair werk mocht staan, zoals je vroeger door de etiquette wist dat je geen bruine schoenen onder een donkerblauw pak mocht aantrekken, tegenwoordig (…) is dat juist wel mode. Mode in de literatuur verandert ook, nu mogen er zinnen in een roman staan die voor het volgen van het verhaal overbodig schijnen, zinnen waarin het spel van letters, woorden belangrijker is, alsof het muzieknoten zijn die stemming oproepen, maar geen ‘betekenis’ zouden hebben, dan het logisch, of erger nog psychologisch, kunnen volgen van de personages in de handeling, zeg maar een traditie – om het lokaal te houden van een Debrot of om het internationaal te maken van een Bolaño – hoe dan ook De Mezquita is op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de Spaanstalige wereldliteratuur, kortom zinnen die, ehm, een vleug aan het palet toevoegen, als ingrediënten in een gerecht. (…) Speuren naar de ware identiteit van De Mezquita levert niet veel op. (…) Er staat in het boek ook een epiloog geschreven door de kinderen van Henriette de Mezquita en, alsof dat niet genoeg literair spel is voor een speurlezer, na het nawoord staat er nog een ‘tijdsbeeld’ in over ‘de schrijfster’ die in 1930 (sec) geboren zou zijn. (…) Het mysterie rond de auteur (of auteurs) wordt groter als blijkt dat de reguliere recensenten voor het ‘Antilliaans Dagblad’ bedankten voor de eer, omdat ze te dicht bij het ontstaan van het boek zijn geweest om er een onbevooroordeeld leesverslag over te kunnen schrijven. Vandaar dat ‘een onzer verslaggevers’ dit doet.
Lees hier het artikel in ‘Antilliaans Dagblad’
Meer over ‘De Lichtkamer’

« Zinderende roman. Onze literatuur is nog lang niet afgelopen na Boeli van Leeuwen, Tip Marugg en Frank Martinus Arion.» – Eric de Brabander

VoorplatSchutkleur_Opmaak 1.qxdOver ‘Schutkleur’ van Bernadette Heiligers in Antilliaans Dagblad, woensdag 11 november 2015:
Het boek eindigt met de onthulling van een verrassend (voor wie ‘Mijn zuster de negerin’ niet gelezen heeft) familiegeheim, waarmee de vele pijnlijkheden en frustraties verklaard worden. Bernadette Heiligers is een metaforenkoningin. Ik heb het niet zo op het te pas en te onpas gebruiken van metaforen. (…) Maar Bernadette Heiligers vergeef ik al haar metaforen. (…) Het is Nederlands van grote klasse. (…) Bernadette Heiligers beschrijft op een gevoelige manier in prachtig proza de verborgen pijnlijkheden die zo kenmerkend zijn voor de Curaçaose gemeenschap.
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘Schutkleur’
Meer over Bernadette Heiligers bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Verrassend boek, knappe constructie.» – Walter Palm

Opmaak 1Over ‘Tirami sù’ van Ronny Lobo in Antilliaans Dagblad, 5 november 2015, en op Caraïbisch Uitzicht, 6 november 2015:
De vraag naar de biologische vader is een terugkerend thema in Antilliaanse romans. In Tirami sù van Ronny Lobo staat opnieuw dit thema centraal. Even lijkt het erop dat Tirami sù de kant uitgaat van Mijn zuster de negerin van Cola Debrot, maar in tegenstelling tot Mijn zuster de negerin, dat druipt van zwaarmoedigheid, blijft de toon in Tirami sù licht en luchtig als een Curaçaose wals. Drama’s over vaderschap worden weggewuifd onder het genot van een tiramisù. (…) Tirami sù is te beschouwen als een vervolg op de roman Bouwen op drijfzand dat van dezelfde auteur is verschenen in 2013. Hoofdpersoon in Bouwen op drijfzand is de architect Kenzo Schmidt. (…) Een belangrijk verschil tussen Tirami sù en Bouwen op drijfzand is dat in Tirami sù Elroy en Silvana de hoofdpersonen zijn en niet Kenzo. Dat heeft ook als consequentie dat er geen architectonische uitweidingen plaatsvinden zoals in Bouwen op drijfzand. Architectuur komt in Tirami sù wel op een andere manier tot uitdrukking namelijk in de knappe constructie van deze roman.
Lees hier en hier de recensie + hier
Meer over ‘Tirami sù’
Meer over ‘Bouwen op drijfzand’

«Genieten van de ‘rode draad’ én de rijkdom aan details.» – Wim Rutgers

VoorplatSupermarktKlein72Over de drie romans van Eric de Brabander in Kristòf, 22 december 2014:
‘De supermarkt van Vieira’ vertelt het historische verhaal van de kaping van het luxueuze Portugese passagiersschip Santa Maria door een aantal Portugese dissidenten die daarmee publieke aandacht vragen vóór en protesteren tégen de dictatuur van de Spaanse dictator Franco en de Portugese dictator Salazar. Hoofdpersoon João leeft met een persoonlijke schuld door het ‘per ongeluk’ doden van een Angolese dwangarbeider en met de woede dat zijn vader door het fascistische bewind is vermoord. Hij sluit zich bij de kaping aan om een dubbele rekening uit het verleden te vereffenen. Zo lees ik deze roman als een verhaal van schuld en boete oftewel misdaad en wraak. Maar in zekere zin is er ook sprake van schuldeloze schuld als in een klassiek drama, want terwijl João zijn schuld delgt en zich wreekt, maakt hij zich opnieuw schuldig ten opzichte van zijn eigen gezin dat hij voor de rest van zijn leven in de steek laat.
Lees hier het artikel
Meer over ‘De supermarkt van Vieira’
Meer over Eric de Brabander bij Uitgeverij in de Knipscheer

«Giselle Ecury is in dit opzicht illustratief.» – Eric Mijts en Wim Rutgers

VoorplatRodeAppel75dpiKleinOver o.a. ‘De rode appel’ van Giselle Ecury in ‘De diaspora van de identiteit’ in Ons Erfdeel, augustus 2014:
Er is in deze eeuw weer een groep auteurs ontstaan die op de ABC-eilanden en in Nederland werk van kwaliteit afleveren in het Nederlands: een nieuwe generatie Nederlands-Caribische auteurs. (…) In het werk van Giselle Ecury lezen we de dominante want steeds terugkerende thema’s als gemengde afkomst, interculturele relaties, het raadsel van de oorsprong en de zoektocht naar identiteit. We zien de steeds terugkerende dubbele setting in Nederland en het Caribisch gebied. Het perspectief ligt bij de uit dat gebied afkomstige personages. Ze vertellen hun levensverhaal in een taal die tegen het Papiaments aanleunt door het gebruik van met de eilanden gebonden specifieke woorden. Uit de thematiek vloeit een dubbelstructuur voort, waarbij verleden en heden elkaar raken en verzoend moeten worden. (…) ‘De rode appel’ (2013), is inhoudelijk opgebouwd als een tweeluik met de dubbelgeschiedenis van de twee hoofdpersonen Elisabeth en Nicki, die beiden het product zijn van een interculturele relatie, waarmee ze in het reine moeten zien te komen. Verleden en heden blijken onlosmakelijk met elkaar verbonden door een dubbele terugblik: die van Elisabeth op haar au-pairtijd als jong meisje in Zuid-Frankrijk, waarnaartoe ze na dertig jaar terugreist om opheldering te krijgen over wat er toentertijd precies gebeurd is, en vervolgens van haar vriend Nicki, die haar zijn levensverhaal over zijn Curaçaose jeugd toevertrouwt, waarna ze dat opschrijft. (…) Voorlopig [zal deze groep] hun kracht nog zoeken in eigen kring om via die positie een brug te slaan, ook al worden deze auteurs nog (te) weinig opgemerkt of hooguit weggezet in het minderhedencircuit.
Lees hier het artikel
Meer over Giselle Ecury bij Uitgeverij In de Knipscheer