Diana Lebacs – De langste maand

Diana LebacsDIANA LEBACS
De langste Maand

Curaçao, Roman
Ingenaaid, 226 blz., 14,75
ISBN 90 6265 388-x
Eerste druk 1994
Tweede druk 2005

De langste maand vertelt het verhaal van Biriña Faneyte, beter bekend als ‘Bir van op de heuvel’, en haar steun en toeverlaat Evy, een jongen die zijn school heeft afgemaakt, maar geen werk kan vinden. Bir komt tot de ontdekking dat haar zo vertrouwde, stabiele wereld als een kaartenhuis aan het instorten is. Intussen eisen de voorbereidingen voor het carnaval ieders aandacht op. Tijdens de Gran Marcha, in de bedwelmende roes van het carnaval, dansen Bir en Evy langzaam maar zeker hun ondergang tegemoet.

«Dit verhaal is zo onvervalst Curaçaos, zo levendig en met zoveel hart geschreven, dat de schrijfster wat mij betreft de hoofdprijs toekomt voor het beste literaire werk van het jaar. Het knappe en ontroerende is dat De langste maand afsluit met een symbool van hoop.» – Pim Heuvel in Beurs- en Nieuwsberichten

«Diana Lebacs weet een levendig beeld te geven van Curaçao zoals het veranderde en nog verandert.» – Jos de Roo in Trouw

«Geschreven vanuit de traditie van een Edward de Jongh, Earl Lovelace, Jamaica Kincaid, Grace Hallworth en Venezolaanse telenovelas.» – Chispa

De Curaçaose schrijfster Diana Lebacs geniet in Nederland vooral faam dank zij haar kinderboeken en jeugdromans, zoals het met een Zilveren Griffel bekroonde Nancho van Bonaire. De langste maand is haar eerste roman voor volwassenen. In dit verhaal van Bir en Evy, en dat van de vele personages om hen heen, laat Diana Lebacs ons de jungle zien waarin het leven op Curaçao verstrikt is geraakt.

De pers over De langste maand
«Mijn moeder is creools-Surinaams, mijn vader Indisch-Antilliaans. Na een tijd van verwarring over mijn identiteit heb ik die als pluriform aanvaard. Zo kon ik de vermenging van die meerdere culturen als verrijking ervaren. Antilliaans is per definitie gemengd. Veel mensen zien de wereld in geografische hokjes. De Antillen zijn niet te vangen in een hokje. Zij dragen een eindeloze smeltkroes van culturen in zich. Dat wordt ook weerspiegeld in onze literatuur. De langste maand is schrijnend actueel als je de werkelijkheid van het Curaçao van nu tot je door laat dringen. Bir is als romanpersonage ontstaan uit mijn eigen gevoel van pijn en onvermogen om in de maatschappij van vandaag als vrouw van tegen de vijftig mijn draai te vinden. Vrouwen als Bir, een oudere vrouw met zo’n schat aan ervaring en kennis, waren vroeger de spil van de samenleving, het kloppend hart van het eiland. Bir is `Cursao’, wat `hart’ betekent. Vandaag de dag wordt de waarde van vrouwen als Bir vaak niet meer gezien of onderkend. Als het zover is, moet er iets heel grondig mis zijn met een samenleving.» – Diana Lebacs in een interview met Veronica van Roon voor Surplus, 1994

«De langste maand is de eerste roman van Diana Lebacs voor volwassenen en misschien ook wel haar beste werk tot nu toe. Dit verhaal is zo onvervalst Curaçaos, zo levendig en met zoveel hart geschreven, dat de schrijfster wat mij betreft de hoofdprijs toekomt voor het beste literaire werk van het 1994. De roman gaat over de snelle veranderingen in het Curaçaose leven van alledag. Lebacs beschrijft die niet tegen te houden ontwikkeling niet op een huilerige, verongelijkte toon, maar verpakt in een dramatisch verhaal vol hoogtepunten. Ze is een geboren vertelster. De winst van haar roman is de spanning die ze haar roman weet te geven, die ze ondanks het ernstige onderwerp knap weet af te wisselen met schilderachtige en geestige beschrijvingen van taferelen rond bijvoorbeeld de dierenvriendverkiezing, waarvan de organisatie op een burleske manier helemaal uit de hand loopt. Die schrille tegenstelling van ernst en humor doet voor mijn gevoel echt Caraïbisch aan. Het knappe en ontroerende is dat De langste maand afsluit met een symbool van hoop.» – Pim Heuvel in Beurs- en Nieuwsberichten

«Centrale figuur in De langste maand is de oudere Biriña, die model staat voor de traditie. Zij ziet met lede ogen de oude, vertrouwde behoedzaamheid in de omgang met elkaar verdwijnen in het verlangen naar gemakkelijk materieel gewin. Symbool van de nieuwe tijd zijn de verslaafde Evy en de niemand ontziende journalist Malus. In de carnavalstijd lopen de onderlinge spanningen op met een fatale afloop voor Malus en met redding voor Evy die eindelijk persoonlijke aandacht krijgt. Diana Lebacs weet een levendig beeld te geven van Curaçao zoals het veranderde en nog verandert. De trotse Biriña die haar eigen boontjes wil doppen, is een levensechte figuur, die de Nederlandse lezer een heel bijzondere manier van denken toont.» – Jos de Roo in Trouw

«De langste maand is een scherp portret en tekent de sfeer van de buurt waar `Bir van op de heuvel’ woont en de mensen in haar omgeving: Fooi, van het winkeltje, Evy, de gediplomeerde maar werkloze jongere, Malus de roddelpersjournalist, Rishaima, die uit de groep wordt gegooid omdat ze haar kostuum niet betaalt, Loudrid, Birs dochter die evenuit Nederland overwipt, Colombianen, werkzaam in haar `tuin’ die een handje toesteken bij de voorbereidingen voor Carnaval, ex-politieman Inesia, rechercheur Godvriend en zo meer. De langste maand is geschreven vanuit de traditie van een Edward de Jongh, Earl Lovelace, Jamaica Kincaid, Grace Hallworth en Venezolaanse telenovelas. Goed getroffen sfeertekeningen, een spannend verhaal, veel personages, een bezorgd woord over de verloedering van de maatschappij, deze ingrediënten heeft Lebacs samengevoegd tot een sterke Antilliaanse Nederlandse roman.» – Chispa

Boeli van Leeuwen – Geniale anarchie

geniale anarchieBoeli van Leeuwen
Geniale Anarchie

Antillen, Columns
Paperback 196 blz. 15,00
ISBN 90 6265 325 1
Eerste druk 1990
6e druk 2007

De Curaçaose auteur Boeli van Leeuwen (1922) schreef gedurende een jaar een wekelijkse column in de Curaçaosche Courant. De neerslag van zijn ‘bloed, zweet en tranen’ is nu gebundeld in Geniale Anarchie en toont Van Leeuwen in topvorm. Op zijn kenmerkende onnavolgbare wijze schetst de auteur een messcherp beeld van zijn geboorte-eiland: fascinerend, soms keihard, maar altijd diepmenselijk. Curaçao, eens een ‘isla inutil’ en voor velen ‘De rots der struikeling’ in de letterlijke betekenis, is volgens de schrijver de laatste wijkplaats voor geniale anarchisten in een wereld die beheerst wordt door technocraten. Geniale anarchisten, die van niets toch altijd nog iets wonderbaarlijks weten te maken.

Mooie woorden over Geniale anarchie:
“Dat Boeli van Leeuwen een overtuigd auteur is van grote thema’s als doodsangst en existentiële twijfels bewees hij reeds in zijn vijf romans; dat hij ook onder druk van een wekelijkse deadline in staat is in de beperkte ruimte van een column literatuur van gehalte te produceren, is met deze bundel uit 1990 bewezen.” – NRC Handelsblad

“Boeli van Leeuwen blijkt het genre tot in de perfectie te beheersen. Hier is iemand aan het werk die houdt van schrijven. Dat werkt aanstekelijk, want niet alleen houdt hij ervan, hij kan het als de besten. Boeli van Leeuwen lees je voor het genot van het lezen.” – Cees Zoon in De Volkskrant

“Met Geniale Anarchie is duidelijk dat Boeli van Leeuwen zoniet zijn eigen ziel dan toch wel de ziel van Curaçao heeft blootgelegd. Geniaal? Jawel: ze zijn onmisbaar voor een beter begrip van de anarchie die Curaço is en van de geniale anarchist die Van Leeuwen is.” – Jos de Roo in Trouw

“Geniale Anarchie geeft een mooi beeld zowel van de samenleving op Curaçao als van de beschouwer daarvan, een sterk betrokken beeld vol zelfspot.” — Koos Hageraats in de De Tijd

“Er is veel meer in te vinden dan een ironische beschrijving van de positie van het eiland Curaçao. Veel meer dan in zijn eerste werken is Boeli van Leeuwen de auteur geworden, die in een beeldende en knap gereconstrueerde taal een samensmelting bereikt tussen de Nederlandse literaire tradities en opvattingen en de Latijnsamerikaanse evocatieve en hartstochtelijke literatuur, waarin de verbeelding vande auteur door alle grenzen van werkelijkheid en de ordening heen moet breken.” – Jan Verstappen

Erich Zielinski – De engelenbron

erich zielinskiErich Zielinski
De Engelenbron
Curaçao, Nederland
Paperback, Ingenaaid, 254 blz., 15,75
ISBN 90-6265-561-0

In het oude stadsdeel Otrobanda op Curaçao meent Monchín zijn evenwicht te hebben gevonden. De Harley Davidson waarop hij als politieman reed is met keilbouten verankerd in een betonplaat op een oude waterput. Op die motorfiets vlucht Monchín uit de werkelijkheid en houdt hij existentiële monologen met zijn alter ego ‘Broeder Abt…’

Zielinski schildert met een gevarieerd pallet van emoties in De Engelenbron een wonderlijk en veelkleurig Caribisch decor waarin de mens te zien is, getekend door zijn noden en de verleidingen van het leven. De humor is nooit ver te zoeken, evenmin als de kritische ondertoon waar het penseel vluchtig overheen strijkt.

Handelen in drugs is een kunst, zoals balletdansen in een mijnenveld kunst is. Je moet goed opletten waar je je voeten neerzet en toch geen enkele noot missen van de muziek.

De personages in het boek ontkomen niet aan de dans. Petchie, Monchín en Hendrik van Alsum raken verstrikt in een mislukte drugsaffaire waarin twee vrouwen uiteindelijk de touwtjes in handen hebben: Aura die opgroeide in een sloppenwijk in Santo Domingo waar het instinct tot zelfbehoud sterker is dan alle deugden bij elkaar, en Rona. Zij was een Hindoestaanse, en dat alleen al omringde een deel van het huis met mystiek alsof daarin knielende mensen wierook offerden. Zij had een non kunnen zijn; een kloosterlinge die alleen nog haar God diende.
In dat huis ligt de invalide Hendrik en luistert naar Piaf: Et on danse, on danse, on danse

Erich Zielinski, zoon van een Duitse vader en een Curaçaose moeder, werd in 1942 geboren op Bonaire, maar groeide op in het oude stadsdeel Otrobanda op Curaçao. Na zijn opleiding in Nederland keerde Zielinski terug naar de Nederlandse Antillen waar hij werkzaam was als onderwijzer. Hij werd in die tijd oprichter en redacteur van het tijdschrift Vitó dat in de woelige jaren zestig als `kritisch tijdschrift tegen het establishment op de Nederlandse Antillen ageerde. Op Curaçao voltooide hij zijn rechtenstudie en vestigde hij zich als advocaat. Begin jaren zeventig was hij korte tijd hoofdredacteur van het voormalige dagblad Beurs- en Nieuwsberichten, waarna hij toch weer koos voor de advocatuur. De Engelenbron is zijn eerste roman.

De pers over De engelenbron
«Monchín, bijna gepensioneerd politieagent op Curaçao, houdt er een merkwaardige gewoonte op na: met regelmaat kruipt hij op zijn Harley Davidson die met keilbouten is verankerd boven een put, en terwijl hij de motor laat brullen, praat hij tot zijn betere ik, ‘Broeder Abt’. Hij woont in het grote huis De Engelenbron, waar ook de Dominicaanse prostituée Aura met haar dochter woont, en de verlamde zakenman Hendrik met wiens vrouw Monchín de liefde bedrijft. Er ontspint zich een intrige rond de drugsdealer Petchie die tot een dramatisch hoogtepunt komt wanneer Aura’s dochter overlijdt aan het slikken van drugsbolletjes. Deze eerste roman van Zielinski (Bonaire, 1942) is een schot in de roos. Aan de actuele drugsproblematiek van Curaçao geeft hij trefzeker een rijk decor als van een grote Latijns-Amerikaanse roman. Hij bouwt de spanning voortreffelijk op, schrijft soepel, geestig en met veel menselijk medeleven. Het lijdt geen twijfel: dit is het belangrijkste Antilliaanse romandebuut sinds Frank Martinus Arion.» – Michiel van Kempen voor Biblion

«Er is voor de lezer veel te beleven in De Engelenbron. Zo speelt een aantal intrigerende motieven op mysterieuze wijze door en met elkaar, wat het lezen ervan tot een spel maakt en wat zijn uitdrukking in het lichtvoetige taalgebruik vindt. Ik kan u verzekeren dat met het debuut van Erich Zielinski het eiland Curaçao een schrijver rijker is geworden, omdat De Engelenbron inhoudelijk interessant is en bovendien een originele vorm heeft met een knappe structuur en persoonlijke stijl». – Wim Rutgers in Amigoe

«Deze eerste roman van Zielinski (Bonaire, 1942) is een schot in de roos. Aan de actuele drugsproblematiek van Curaçao geeft hij trefzeker een rijk decor als van een grote Latijns-Amerikaanse roman. Hij bouwt de spanning voortreffelijk op, schrijft soepel, geestig en met veel menselijk medeleven. Het lijdt geen twijfel: dit is het belangrijkste Antilliaanse romandebuut sinds Frank Martinus Arion.» – Michiel van Kempen voor Biblion

«Een roman doordesemd van drugs, niet van de verslaving eraan maar van hun maatschappelijke invloed, is tamelijk uniek – en over Curaçao al helemaal. Wat de Nederlandse lezer ogenblikkelijk treft is het karakter van smeltkroes dat Otrobanda in de onnadrukkelijke weergave van Zielinski heeft. De lezer ziet het bonte en verwarrende leven in de hellende steegjes van Otrobanda met hun pastelkleurige huisjes voor zich, decor voor moord en overspel met humor. In De Engelenbron ontkracht Zielinski het cliché dat van drugs alleen een paar superdealers profiteren: de oneervol ontslagen politieman kan er zijn schamele zolderwoning van opknappen, de oudere Dominicaanse prostituee verwerft een pand al verliest ze haar dochter aan de bolletjesslikkerij. De plot is een thriller waardig, een oningewijde moet goed opletten om de deals in drugs en onroerend goed te volgen.» – John Jansen van Galen in Het Parool

«Boeiend beeld van de Antilliaanse ‘escape’-mentaliteit.

«De eerste keer dat de argeloze Nederlander het boek ‘De Engelenbron’ van de Antilliaanse schrijver Erich Zielinski leest, raakt hij wellicht geschokt. Prostitutie, buitenechtelijke kinderen als een geaccepterd verschijnsel, drugshandel, moord; het komt er allemaal in voor. Een boek om van je af te schuiven, zeker vanwege het lugubere slot, waarin een lijk met man en macht van een zolder naar beneden wordt gesjord om buiten in een put gedumpt te worden. Wanneer de lezer echter een tweede keer naar het werk grijpt, raakt hij onder de indruk van de gevoelig uitgebeelde personages, die tezamen een indringend tijdsbeeld geven van het leven op het zonnige rijksdeel Curaçao.» Uit: Haagsche Courant, 13 juli 2004

«De Engelenbron is zéér de moeite waard
Ik krijg regelmatig per mail ontzettend wervende aanbiedingen van boeken van de relatief kleine uitgeverij In de Knipscheer en nu heb ik al een paar keer zo’n aangeprezen boek gelezen en telkens blijkt dat de moeite waard.
Zo las ik een heel bijzondere roman van een Antilliaanse schrijver, van Erich Zielinski, geboren op Bonaire, maar opgegroeid in de volkswijk Otrobanda in Willemstad op Curaçao. Eerst was hij onderwijzer, later advocaat. Hij heeft altijd geschreven, vooral poëzie en dan in het Papiaments. Nu is er zijn eerste roman De Engelenbron, op zijn 61ste, een laat debuut dus. Hij schreef het in het Nederlands en het zou best eens de laatste Antilliaanse schrijver kunnen zijn die dat doet, want de nieuwe generatie op de Antillen beheerst het Nederlands steeds minder. Curaçao is meer en meer een smeltkroes van nationaliteiten: natuurlijk veel Surinamers, wat Nederlanders, maar ook veel Venezolanen, Colombianen en mensen uit de Dominicaanse Republiek enz. en dat zie je mooi weerspiegeld in de roman, die zich ook in Otrobanda afspeelt. Drugs spelen een grote rol, het speelt zich tenslotte af op Curaçao, en het is echt fascinerend om te zien hoe enorm de maatschappelijke invloed ervan op de eilandbewoners is. Ze zijn er niet aan verslaafd en toch heeft iedereen er op een bepaalde manier wel mee te maken, want uiteindelijk sijpelt dat grote drugsgeld door naar de onderste regionen, niet alleen naar die arme bolletjesslikkers, maar ook bijvoorbeeld naar die oude politieman die door zijn kop in het zand te steken een kleine tegemoetkoming ontvangt. In ieder geval realiseer je je dat dat drugsgeld ondertussen een economische en sociale factor van belang is geworden. Erich Zielinski bevolkt zijn roman met kleurrijke types en bouwt zijn plot zorgvuldig en spannend op. Het boek is een beetje een thriller en in het juryrapport van de Gouden Strop dit jaar werd zijn debuut ook met name genoemd en geprezen en zelfs aanbevolen, maar de jury vond het om duistere redenen nú niet voldoen aan hun thrillermaatstaven. Hoe dan ook, De Engelenbron is zéér de moeite waard.» Uit: Adeline van Lier tipt boeken, KRO-radio Dolce Vita 25 juni 2004

«De slechtste mens heeft nog iets goeds
Caribische schrijvers denken niet zwart-wit

Hoe schrijvers in het Nederlandstalig Caribisch gebied tegen hun omgeving aankijken, weten we eigenlijk niet, omdat hun werk nauwelijks tot Nederland doordringt. Er is hier wel een uitgebreide migrantenliteratuur, maar daaruit komen we vooral te weten wat de migrant in Nederland ervaart. Twee nieuwe boeken uit het Caribisch gebied zelf (‘Het kind met de grijze ogen’ en ‘De Engelenbron’) laten zien dat schrijvers dáár (Annel de Noré en Erich Zielinski) heel andere oriëntatiepunten hebben.
[…]
Realistischer is ‘De Engelenbron’, het debuut van de 62-jarige Curaçaose advocaat Erich Zielinski. Met duidelijk plezier beschrijft hij het bruisende leven in de Curaçaose volksbuurt Otrobanda. Centrale figuur is Monchín, een voormalig motoragent, die ontslagen is omdat hij naakt uit een bordeel de straat opliep. Dat was op zichzelf niet zo erg, maar de kranten gingen erover schrijven, zodat het een politiek gevoelige zaak werd. De macho Monchín heeft groteske trekken die hem onvergetelijk maken. Zo heeft hij zijn motor verankerd op een cementen sokkel, elke maand start hij hem om denkbeeldige ritten op de stilstaande motor te maken. Zielinski’s levendige debuut is ook een eerbetoon aan een volk dat zelf de handen uit de mouwen steekt om rond te komen, ook al gaat dat op een manier die de officiële wereld niet accepteert – bijvoorbeeld via de handel in drugs.
Kennelijk leeft bij deze twee Caribische schrijvers het besef dat goed en kwaad met elkaar zijn verbonden. Ze omarmen hun werkelijkheid, al zien ze de fouten van hun landgenoten ook. Ze wijzen niet met een beschuldigende vinger naar Nederland: die werkelijkheid speelt in hun verhalen geen rol.» – Jos de Roo in Trouw

Walter Palm – Met lege handen ging ik slapen…

Walter PalmWALTER PALM
Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker

Poëzie
Nederland / Curaçao
Ingenaaid, royaal formaat, 128 blz.
€ 16,90
Eerste druk 2002, uitverkocht
ISBN 90 6265 537 8

“Met de bundeling van deze gedichten presenteert een van de belangrijkste moderne Antilliaanse dichters zich nu voor het eerst aan een Nederlands lezerspubliek.” – uit het Voorwoord van Wim Rutgers

WALTER PALM (Curaçao, 1951), sinds 1980 in Nederland, debuteerde op twintigjarige leeftijd in het Antilliaanse tijdschrift WATAPANA en schrijft en publiceert sindsdien gedichten in het Papiaments, het Engels en het Nederlands. Zijn Nederlandse gedichten brengt hij nu voor het eerst in 6 afdelingen bijeen.

Over de bijna honderd gedichten die in deze bundel verzameld zijn schrijft Wim Rutgers: “Een klein poëzisch oeuvre [waarin] de woordprecisie vergezeld gaat van talrijke metaforen in een rijkdom aan beelden die het karige woordgebruik compenseert.”

De pers over Met lege handen ging ik slapen, …
Dichters liegen

Aan Bertus Aaafjes wordt de uitspraak toegeschreven Dichters liegen de waarheid. Hij wilde daarmee een essentieel verschil tussen proza en poëzie aangeven.
Proza berust op waarheid, of om het sterker uit te drukken, proza dient om de waarheid vorm te geven. En als proza leugenachtig zou zijn, verwerpen we het. Dat houdt niet in dat proza niet een fantasiebeeld zou mogen weergeven, maar dan weten we dat. Als iemand een sprookje vertelt, denken we er niet aan om het verhaaltje af te keuren en als leugenachtig te bestempelen.
Met poëzie is het anders gesteld. Poëzie schept via taal een andere wereld, een tweede werkelijkheid wordt die wel eens genoemd, waarvan de waarde berust op het feit dat we ons bewust zijn van het feit dat die in de eerste werkelijkheid niet bestaat.
Het verschijnen van de nieuwe bundel poëzie van de Antilliaanse dichter Walter Palm, getiteld Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker, toont de geldigheid van het aforisme van Aafjes aan. We kunnen het ook anders formuleren. Poëzie heft de tegenstellingen op, of nog beter poëzie verzoent de tegenstellingen. Dat is in de wereld van de werkelijkheid van het proza niet mogelijk, dat zou de geloofwaardigheid van het proza aantasten.
Op blz. 76 staat een voorbeeld van wat we bedoelen met de bewering dat poëzie tegenstellingen verzoent.

De hemel is zee, de zee is hemel

In zeeblauwe hemel.
trekken straaljagers schuimwitte strepen.
In hemelsblauwe zee
trekken spierwitte zeilschepen als wolken voorbij.

De tegenstelling zee – hemel wordt hier ontkend en verzoend. Speels gebruikt de dichter in r. 1 als versierend bijvoeglijk naamwoord bij het woord hemel zeeblauwe. en in regel 3 wordt zee hemelsblauwe genoemd. Die twee woorden bepalen het gedicht. Door de hemel zeeblauw te noemen en de zee hemelsblauw is de tegenstelling op poëtische wijze opgeheven.
Het is een gedicht waar de lezer lang bij stil blijft staan. Regel 2 is een voorbeeld van poëtische klankverwerking. Niet alleen de alliteratie van de s in drie woorden, maar ook de assonantie van de tr in trekken en straaljagers brengt een welluidende harmonie, die in het laatste woord van de regel zijn voltooiing vindt. Eerst zit je als lezer te luisteren en te kijken naar die twee regel tot je opeens de alliteratie en de assonantie toegepast ziet en hoort. Een regel om nooit te vergeten. De afsluitende regel van dit kwatrijn completeert het klankenspel. De w in wolken, stoort niet, omdat die w al voorkomt in de tweede regel. Schuimwitte in r. 1 en spierwitte in r. 4 bereiden de w als eerste letter in wolken al voor. Trouwens de w in zeeblauwe zorgt in r. 1 en r. 3 ervoor dat in elke regel de w-klank aanwezig is.
Misschien denken sommige lezers nu dat dat allemaal wel vergezocht is, dat je een gedicht zo niet moet lezen. Als echter na deze kleine klankanalyse al blijkt hoe vernuftig de klanken zijn opgebouwd, groeit wel de bewondering voor de dichter.
Naast dit gedicht, dat zal nu wel duidelijk zijn, blijken ook de andere met grote zorg geschreven. De dichter zelf zegt het al in het gedicht van blz. 47

Geschenk van dromen, maanlicht en ochtenddauw

Met lege handen
ging ik slapen,
met een gedicht
werd ik wakker.

Ik koesterde het,
poetste het,
tot het glom
als de eerste ochtendstraal.

Niet voor niets is de titel van dit gedicht gekozen tot de titel van de hele bundel. De eerste strofe geeft aan dat de inspiratie uit het onbewustzijn de bron is van de gedichten. De tweede strofe omschrijft in een metafoor de werkwijze van de dichter. Het gedicht wordt pas voltooid na zijn intensieve, ambachtelijke werk.
Het gebruik van beeldspraak is ontleend aan elementen die te maken hebben met wind, water, lucht en hemel, en die de mens op een eiland sterker aanspreken dan de bewoner van een groot continent. Dat ligt voor de hand, zijn we achteraf geneigd te concluderen. Telkens komt de verbondenheid van die elementen weer ter sprake. Een groot uitgestrekt land wordt een zee van land genoemd, bergen zijn versteende golven. Geen wonder dat de dichter in het openingsgedicht reeds getuigt van het besef dat de mens, die zich het centrum voelt van het levende, later ontdekt dat hij toeschouwer is die op een afstand waarnemer wordt. Het voortdurende besef in de gedichten van de onvolmaaktheid van de mens verhoogt de geloofwaardigheid van de bundel.
Wim Rutgers leidt deze gedichten in met een voorwoord, waarin hij onder meer stelt dat Walter Palm zich nu voor het eerst richt tot een Nederlands lezerspubliek. Daarom is het verantwoord dat een aantal oudere gedichten van Walter Palm in deze bundel zijn opgenomen. Elke poëzieliefhebber, waar dan ook in het koninkrijk, kan nu kennis nemen van deze rijke aanwinst van Nederlandstalige poëzie. In de moderne Nederlandse poëzie ben ik nog geen bundel tegengekomen die zozeer de aandacht verdient van lezers van diverse pluimage of die nu in het Europese deel of het Antilliaanse deel van het Koninkrijk wonen. Juist de universele gerichtheid zal een diversiteit van lezers aanspreken.

Pim Heuvel

Walter Palm: Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker Deze bundel Verzamelde gedichten, kwam in 2002 uit bij uitgeverij In de Knipscheer te Haarlem, Nederland, ISBN 90 6265 5378 NUR 306. De bundel is gelukkig ook verkrijgbaar op Curaçao.

Meer over Walter Palm bij Uitgeverij In de Knipscheer

Hans Vaders – Tropische winters. Roman

Hans VadersVADERS, HANS
Tropische winters

Nederlandse Antillen Roman
Paperback 128 blz., 13,50
ISBN 90-6265-520-3
Eerste druk 2001

Verward door zijn van goedkope wodka doordrenkte dromen kijkt Alejandrino Horace Lee terug op zijn leven. Hij is stervende, en op het harde matras van zijn klamme ziekenhuisbed in de tropen herhalen zich telkens weer de hallucinaties die verhalen over zijn verleden en dat van zijn vader, grootvader en overgrootvaders.

Het begint allemaal in 1812 met de vluchtende William Lee die zijn moederland, Schotland, moest verlaten omdat hij bij een ongelukkig uitgevallen braspartij zijn vriend een uitbeenmes tussen de schouderbladen had gedrukt. Het is de start van een ontheemd zijn dat generaties doorgaat. In de kleinschalige wereld van het eiland Curaçao vindt Lee zijn vaderland.

Ook Curaçaoënaar Alex Lee, als mulat in Nederland geboren, heeft het rusteloze van zijn voorouders. Als journalist reist hij veel en schrijft hij over wat hij tegenkomt. Zijn ooggetuigenverslag van de bloedige rellen in het Haïti ten tijde van Baby Doc Duvalier is beklemmend en hilarisch tegelijk.

Maar ook de verhalen van toevallige passanten, vaak opgedaan in een bruine kroeg of rokerig stamlokaal, zijn zo indrukwekkend dat ze een caleidoscopisch beeld schetsen van de afgelopen eeuw: beelden van stinkende regenwouden, giftige serpenten en de rammelende Fokker die daarboven steigert tijdens het behoedzame dalen in alweer een nieuwe luchttrog; gedachten over Dachau en de vrouw die hij niet krijgen kon, maar ook aan de dominospelende grijsaards in het koele café aan het plein van Moncofar.

Hans Vaders (1949) woont op Curaçao en is neerlandicus. Hij is docent, maar werkte en werkt tevens als eindredacteur bij diverse Curaçaose kranten.

De pers over Tropische winters
«Sleutelfiguur in Tropische winters is Alex Lee. Terwijl hij ligt te creperen krioelen herinneringen als maden in zijn hoofd. Lee’s beroep, journalist, maakt hem tot een ideaal doorgeefluik voor andermans verhalen. Een breed scala aan eilanders legt in korte, krachtige episodes de ziel bloot.» – Eindhovens Dagblad

«Op zijn sterfbed in een Curaçaos ziekenhuis overdenkt een in Nederland geboren curaçaoënaar, die nazaat is van een in de 19de eeuw naar Curaçao gevluchte Schot, in een roes van alcohol zijn rusteloze leven. Het gevoel ontheemd te zijn vormt het grondthema. Vaders‘ vlotte, bij vlagen amusante stijl, maakt dat het boek blijft boeien.» – Biblion

«Vaders schetst een caleidoscopisch beeld van Alex’ laatste nacht. De verhalen afgewisseld met reisverslagen onder andere naar het oerwoud van Mexico, ademen een zekere moedeloosheid en vergeefsheid uit. Wat men ook doet, alles blijft bij het oude, alle idealen verdampen onder de hete zon.» – Leeuwarder Courant

«De verhalen die verteld worden zijn legio en in hun verscheidenheid beslist de moeite waard. Mooie verhalen over Alex’ voorouders, over zijn mede-eilandbewoners. Alles kan bij Vaders. En het is nog sympathiek ook.» – Haagsche Courant

«De hoofdstukken over Haïti en de al en vlucht van Jean Claude Duvalier in februari 1986 en de daarop volgende volksopstand tegen de gehate tontons macoute, de sfeer van onheil en het gewelddadige herstel van rust, orde en militaiche macht vond ik tot het beste deel van Tropische winters behoren.» – Wim Rutgers in Amigoe

«Boeiend van opzet. Geschiedenis en verzinsels wisselen elkaar haast ongemerkt af. In de losse, schijnbaar nauwelijks iets met elkaar te maken hebben alinea’s valt genoeg te bleven. Voral op het gebied van beschrijvingenen observaties.» – Algemeen Dagblad.

Carel de Haseth – Zolang er kusten zijn. Gedichten

Carel de HasethCAREL DE HASETH
Zolang er kusten zijn

Curaçao, Gedichten
Ingenaaid, 40 blz. 12,50
ISBN 90-6265-524-6
Eerste druk 2001

langs de zoom van de zee
zullen wij hem ongetwijfeld vinden
mensen van onbekende streken
langs kusten van goud, ivoor of slaven
of al was het maar in simpele hutten
aan de monding van een modderrivier
of op overigens nutteloze eilanden

mensen zullen wij zeker vinden
zolang er kusten zijn
waar vis uit het water spoelt
waar schepen komen

en waar wij mensen treffen
zullen wij met hen spreken
in taal, gebaar of daad
: van mens tot mens

Carel de Haseth (Curaçao, 1950 debuteerde in 1969 met de dichtbundel 2 dagen vóór Eva. Hij schrijf zowel in het Papiaments als in het Nederlands. Zolang er kusten zijn is zijn vijfde (en tweede geheel Nederlandstalige) bundel. Over Bida na koló/Kleuren van Leven (1981) schreef Jos de Roo in Trouw: ‘onafhankelijkheidspoëzie van hoog gehalte.’
Voor zijn prozadebuut Katibu di Shon ontving De Haseth in 1989 de Cola Debotprijs van het Eilandgebied Curaçao.

Boeli van Leeuwen – De rots der struikeling

Boeli van LeeuwenBOELI VAN LEEUWEN
De rots der struikeling

Nederlands / Curaçao
Paperback, 176 blz. 12,50
ISBN 90 6265 119 4
Zesde editie 2001
Uitverkocht; heruitgave in voorbereiding

De rots der struikeling, in 1960 bekroond met de Vijverbergprijs, is met recht een klassieker uit de Nederlandse literatuur. De roman is wellicht het enige werk dat, behalve in de originele gebonden en paperbackedities, in drie pocketreeksen werd gepubliceerd, te weten als Salamander pocket, als Rainbow pocketboek en als Ooievaar.

De rots der struikeling is het verhaal van Eddy Lejeune, die in Curaçao opgroeit, in Nederland studeert, in een concentratiekamp belandt en in Venezuela op raadselachtige wijze aan zijn eind komt bij het zoeken naar diamanten.

Deze opmerkelijke roman vertelt dit relaas in een sterke dagboekvorm en begint bij het einde van zijn leven. Daarvóór wordt zijn schooltijd beschreven, zijn opgroeien in een pleeggezin, de oorlog die hem als student overvalt, het kamp. Met name zijn oorlogservaringen blijken van grote invloed te zijn op zijn denken.

De pers over De rots der struikeling
«Het directe taalgebruik, hard, soms grof; de plastische taferelen geschilderd met meesterhand en met een strenge soberheid van woorden, scheppen een nerveus, snijdend verhaal. Je leest het in één adem uit.» – F. Castillo in El Dia, Mexico, 1964

«Dit boek bevestigt het idee dat literatuur en cultuur heden ten dage universele geldigheid hebben. Hoewel de achtergrond waartegen het verhaal zich afspeelt Curaçao voor de meesten van ons onbekend is, identificeren wij ons met de fundamentele waarden van de mens, zijn onveranderlijke karaktertrekken, ongeacht tijd, afstand, gewoontes en belangen.» – Angelina Muétz in Excelsior, Mexico, 1964

«Een schrijver, met een zeer eigen stijl, een eigen visie, een bewonderenswaardige taalbeheersing en het vermogen om van de stof, die hem zo na aan het hart ligt, afstand te kunnen nemen.» – Miep Diekmann

«Levendig en met evenveel vaart als intelligentie geschreven. – Vrij Nederland

«De romans van Boeli van Leeuwen zijn fascinerend en irriterend tegelijk, grillig van compositie met razendknappe gedeelten: meeslepende dichterlijke passages worden afgewisseld door de droge opmerkingen van de kroniekschrijver. Een waardevolle aanwinst voor onze literatuur.» – Ab Visser

Aart Broek – Het zilt van de passaten

aart broekAART BROEK
Het zilt van de passaten
Caribische literatuur in de twintigste eeuw

Cariben, Nederlands, Essays
Paperback, 232 blz., € 15,75
ISBN 978-90-6265-463-5
Tweede, geheel herziene en uitgebreide editie 2000

Het zilt van de passaten geeft inzicht in de belangrijkste motieven en thema’s van de Caribische literatuur in de 20ste eeuw. Vooral (of: pas!) in de jaren negentig kreeg deze veeltalige literatuur mondiale erkenning doordat de belangrijkste literaire prijzen, zoals de Nobelprijs en de Prix Goncourt, ten deel vielen aan Caribische schrijvers, resp. Derek Walcott en Patrick Chamoiseau, vertegenwoordigers van het Engelse en Franse taalgebied in de Cariben, waartoe verder – naast de Caribische creoolse talen – ook het Spaans en Nederlands behoren.

Behalve van de genoemde auteurs komt het werk van vele andere belangrijke schrijvers ter sprake: V.S. Naipaul, Jean Rhys, Earl Lovelace, Maryse Condé, Simone Schwarz-Bart, Reinaldo Arenas, Alejo Carpentier, Caryl Phyllips, maar ook van Frank Martinus Arion, Boeli van Leeuwen, Tip Marugg en Anil Ramdas – en dat maakt Het zilt van de passaten tot een bijzonder boek – in samenhang met elkaar en in relatie tot tal van andere culturele en maatschappelijke uitingen als reggae, calypso, rastafarianisme, carnaval, voodoo. Niet eerder werd de Caribische literatuur zo overkoepelend en over de taalgrenzen heen beschouwd.

Boeli van Leeuwen – De ruïne van een kathedraal. Verhalen

Boeli van LeeuwenBoeli van Leeuwen
De ruïne van een kathedraal

Curaçao – Verhalen
Ingenaaid, 156 blz., € 13,50
ISBN 90 6265 432 0
Eerste uitgave 1996

Boeli van Leeuwen lees je voor het genot van het lezen. Hier is iemand aan het werk die houdt van schrijven. Dat werkt aanstekelijk, want niet alleen houdt hij ervan, hij kan het als de besten,’ schreef De Volkskrant over zijn vorige, vele malen herdrukte verhalenbundel Geniale Anarchie uit 1990. Ook in de twaalf verhalen in De ruïne van een kathedraal is die macht van het woord, in elke zin voelbaar, is een schrijver aan het woord bij wie elke observatie raak is, die voortdurend op het scherp van de snede de lezer niet alleen de denkers toont, maar ook de dichters, niet alleen de zonzijden maar ook de schaduwkanten van zowel de nieuwe wereld (het Latijnse Amerika: Venezuela, Puerto Rico, Curaçao, Aruba) als de oude (Europa: Amsterdam, Berlijn), niet alleen de sterken maar ook de zwakken en hun bieder rijkdom en armoede, niet alleen de kathedraal maar ook haar ruïne.
Met deze verhalen, vaak op reis geschreven aan boord van een ferry of in een kajuit van een vrachtboot en nu voor het eerst in boekvorm gebundeld, neemt Boeli van Leeuwen, ook door hun opeenvolging, zijn lezers op sleeptouw – als waren het brieven van een zwervend schrijver die tenslotte terugkeert op zijn vertrekpunt Curaçao om daar de ogen even te kunnen sluiten die zoveel gezien hebben – in het prachtige proza dat zo typerend is voor al zijn boeken: beschouwingen die even verhalend zijn als zijn romans beschouwend.
Het merendeel van zijn werk is recentelijk opnieuw uitgegeven in pocket: Een vreemdeling op aarde, Schilden van leem en Het teken van Jona als Globe pocket.

De pers over De ruïne van een kathedraal
«Meer dan vijfendertig jaren schrijvervaring zijn in deze ene bundel samengebald. Het is verrassend te constateren dat een dozijn verhalen die over zo’n grote tijdsspanne en onder geheel verschillende omstandigheden geschreven werden met elkaar toch een organische eenheid vormen. Meer nog dan de romans dragen deze verhalen het stempel van de schrijverspersoon in zich. Van Leeuwen is een van de weinige auteurs in wie ik me keer op keer van verdiepen, met vaak zelfs meer plezier dan bij de eerdere lezing. Het lezen van deze verhalen was voor mij een feest der herkenning.» – Wim Rutgers

«Van Leeuwen leidt je als een ervaren gids door de erfenis van Europa, Latijns-Amerika en de Benedenwindse Eilanden. Hij knoopt werelden op luchtige wijze aan elkaar, verbindt draden van onverwachte details met kabels van flamboyante schilderingen.» – Algemeen Dagblad

«Voor mij zou Boeli van Leeuwen – indien hij in het Engels of Spaans schreef – allang in de eredivisie van de wereldliteratuur spelen. Dit prachtige proza staat borg voor puur leesgenot.» – Frank Spoelstra in Ego

«De ‘geniale anarchist’ Boeli van Leeuwen, de grote chroniqueur van Curaçao, gedenkt zijn ervaringen met Europa.» – Nieuwsblad van het Noorden

Boeli van Leeuwen – Een vreemdeling op aarde

Diana OzonBoeli van Leeuwen
Een vreemdeling op aarde

Curaçao – Roman
Pocket 208 blz., € 7,50
ISBN 90 6265 715-x
Eerste druk als Globe Pocket 1993

Kai komt naar Nederland – weg van het mislukte huwelijk van zijn ouders op Curaçao, weg van zijn blanke wortels in een zwarte samenleving – maar verkilt er, ook al speelt hij mee in het Amsterdamse Leidsepleinleven van de jaren vijftig. Op de vlucht voor verslaving aan drank en vrouwen hervindt Kai in Spanje zijn geschonden vertrouwen in de liefde en in de medemens, en dat maakt de uiteindelijke terugkeer naar Curaçao mogelijk.

«Het behoort tot de merkwaardigste en boeiendste boeken die men nu lezen kan. Ongewoon goed, omdat het in zijn bewonderenswaardige gedeelten iets zo verbijsterend eigens heeft dat men er nog lange tijd door gefascineerd blijft.» – J. Greshoff

«Nuchter, helder en ironisch beschrijft Boeli van Leeuwen de gespleten samenleving van Curaçao. Hij is in staat in een enkele zin een heel menselijk lot te tekenen.» – Vrij Nederland

«Van zo’n overtuigende allure dat men voor Boeli van Leeuwen gaarne een plaats vooraan in de rij van Nederlandse schrijvers inruimt.» – De Telegraaf

«Een vreemdeling op aarde is geen werk dat in de kast der ongelezen meesterwerken thuishoort; het is een gruwelijk boek, een gruwelijk goed geschreven boek.» – Jos de Roo