«Boeiende reis in prettig leesbaar verslag: een van Helmans beste werken.» – Jan Joosse

VoorplatHelmanEindvandekaart75Over ‘Het eind van de kaart’ van Albert Helman voor NBD/Biblion, 12 september 2019:
In 1955 werd Albert Helman (ps. van Lou Lichtveld, 1903-1996) door zijn vriend Bob gevraagd om mee te gaan op een tocht door het toen nog vrijwel onbekende oosten van Suriname. Omdat wegen ontbraken, moest de weg zuidwaarts over de rivieren gevonden worden. Deze zaten vol watervallen en stroomversnellingen die meestal alleen overwonnen konden worden door de bagage te voet daarlangs te dragen. Het werd een boeiende reis waarin de reizigers vaak doornat werden, maar waarbij Helman voortdurend bewonderend naar de handige bosnegers keek, die met grote vaardigheid de boten rond obstakels wisten te manoeuvreren. Omdat hij als stedeling lichamelijk op achterstand stond kreeg hij met fysiek ongemak te doen, dat echter na behandeling door een oudere indiaan langzaam minderde. Het is een prettig leesbaar verslag geworden dat bijna dag voor dag beschrijft waar de reizigers mee te maken kregen. Daarnaast geeft het in zelfbespiegelingen goed weer hoe het de auteur te moede was. Hoewel dit algemeen beschouwd wordt als een van Helmans beste werken, duurde het tot 1980 voor het gepubliceerd werd.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eind van de kaart’
Meer over Albert Helman bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Conclusie: een buitengewoon boeiend boek.» – Ko van Geemert

VoorplatHelmanEindvandekaart75Over ‘Het eind van de kaart’ van Albert Helman in Parbode nr. 161, september 2019:
Lou Lichtveld (1903-1996), de later onder het pseudoniem Albert Helman beroemd geworden Surinaamse schrijver, werd in 1955, hij was net de 50 gepasseerd, door de vijftien jaar jongere en buitengewoon ambitieuze ingenieur Bob Zonneveld gevraagd mee te gaan om het binnenland te verkennen. Doel van deze expeditie was te onderzoeken of de vorming van een kunstmatig stuwmeer mogelijk zou zijn, in verband met het opwekken van elektriciteit. (…) De Afobakadam en het meer – aanvankelijk Van Blommesteinmeer en nu Brokopondostuwmeer genoemd – werden in de jaren zestig werkelijkheid. (…) Helman houdt een dagboek bij waaruit blijkt dat de reis, die enkele weken zou gaan duren, hem zwaar valt. (…) De ontberingen brengen hem tot zelfinzicht: ‘Ik ben een ander mens geworden, in wie het laatste restje bijgeloof in al de fraaiigheden van westerse beschaving, van geleerdheid of techniek, van sociale en economische functies zoals me die van jongs af aan zijn aangepraat, volledig vernietigd zijn.’ (…) ‘Dat is het,’ schrijft Helman aan het einde van zijn dagboek, ‘We moeten nog ontdekken wat er bestaat aan het eind van de kaart. Nu alles achter de rug is, zie ik pas de zin van deze reis, die zo vaag begon: een grens te overschrijden, mijzelf te confronteren met het ongewisse van een nog niet getraceerde, onbeschreven wereld.’ Conclusie: een buitengewoon boeiend boek voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van Suriname. En in Helman uiteraard.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eind van de kaart’
Meer over Albert Helman bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Scherp waarnemer in spannend verslag.» – John Jansen van Galen

VoorplatHelmanEindvandekaart75Over ‘Het eind van de kaart’ van Albert Helman uitgeleid door Michiel van Kempen in Argus (57, jrg. 3), 25 juni 2019:
(…) ‘Renaissancemens’ wilde Lou Lichtveld, alias Albert Helman, zijn, van alle markten thuis: als musicus, componist, taalkenner, schrijver, politicus, activist in de Spaanse Burgeroorlog, minister, diplomaat. (…) Hij heeft weinig om handen als hem in 1955 gevraagd wordt mee te gaan op een expeditie naar de witte plekken achter ‘het einde van de kaart’. (…) Helman schrijft een spannend verslag van de tocht, waarbij met kunst- en vliegwerk de talloze woeste soela’s of stroomversnellingen gepasseerd moesten worden die telkens opnieuw opdoemen. Hij is een scherp waarnemer van de Indianen en bosnegers (mocht je toen nog zeggen) die langs de rivieren leven, van hun voorkomen, hun gedrag en hun gewoonten. (…) Op de terugweg belijdt hij reeds zijn afkeer van ‘het steeds gedoe’ dat hem weer te wachten staat: “Inwendig ben ik weer een ‘wilde’ geworden, zoals ik oorspronkelijk als nog niet ‘opgevoed’, nog ongeconditioneerd klein kind moet zijn geweest.” (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eind van de kaart’
Meer over Albert Helman bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een boek dat eeuwig jong blijft!» – André Oyen

VoorplatHelmanEindvandekaart75Over ‘Het eind van de kaart’ van Albert Helman op Lezers tippen lezers, 16 juni 2019:
(…) Als auteur debuteerde Albert Helman in 1926 met ‘Zuid-Zuid-West’, een roman over Suriname en de verwaarlozing en uitbuiting ervan door de Nederlandse kolonisator, gevolgd door een vergelijkbaar boek qua thema, ‘De Stille Plantage’. Vele andere romans, essays en gedichten zouden volgen. Ook hield hij zich bezig met film. Zo schreef hij o.a. de muziek voor ‘Regen’ (1929) van Joris Ivens. In 1932 (…) vocht Helman aan republikeinse zijde mee in de Spaanse Burgeroorlog. Voor de kranten NRC en de Groene Amsterdammer schreef hij verslagen over de overlevingsstrijd (…) tegen de fascisten van generaal Francisco Franco. (…) In 1939 keerde hij terug in Nederland. (…) Helman dook aan het begin van de oorlog onder omdat hij zo bekend was als antifascist dat hij niet langer in het openbaar kon verschijnen. Actief in het verzet vervalste hij persoonsbewijzen, publiceerde verzetsverzen en protesteerde bij rijkscommissaris Seyss-Inquart tegen de oprichting van de zogenaamde Kultuurkamer waar kunstenaars lid van moesten worden. (…) Het reisjournaal ‘Het eind van de kaart’ schreef hij in 1955. Het zou een boek blijken dat eeuwig jong blijft!
Lees hier de aankondiging
Meer over ‘Het eind van de kaart’
Meer over ‘Verdwenen wereld’
Meer over Albert Helman bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Na lezing van dit dagboek stel ik opnieuw vast: Albert Helman is een uitzonderlijke schrijver.» – Brede Kristensen

VoorplatHelmanEindvandekaart75Over ‘Het eind van de kaart’ van Albert Helman in Ñapa [Amigoe], 18 mei 2019:
In 1955 nodigt een vriend in Suriname Albert Helman uit mee op excursie te gaan naar de bovenloop van de Marowijne rivier. (…) Gebruik makend van de natuurlijke wegen van Suriname, de immense rivieren, varen ze de Surinaamse binnenlanden in. Hij besluit een dagboek bij te houden om de dagelijkse ervaringen te verwerken. Pas 25 jaar later zal het dagboek, getiteld ‘Het eind van de kaart’ verschijnen. Veel aandacht kreeg het niet. Deze weken liet uitgeverij ‘In de Knipscheer’ het opnieuw verschijnen en schreef Michiel van Kempen een krachtig nawoord bij de heruitgave. (…) Wie een vakantie in Suriname overweegt, zou ik zo’n reis per boot het bos in, zeker aanraden. Het maakt je tot een ander mens omdat je het universum daar anders beleeft. Niet alleen ter voorbereiding van zo’n reis is dit dagboek van Helman waardevol, het is sowieso een gedenkwaardig document. Het kan gelezen worden als een introductie in de onbekende natuur die in wezen overal is. Het kan gelezen worden als een ontdekkingsreis, een odyssee, vol onverwachte belevenissen (…) Na lezing van dit dagboek stel ik opnieuw vast: Albert Helman is een uitzonderlijke schrijver, een uitzonderlijk mens, die ons altijd weer aan het denken zet.
Meer over ‘Het eind van de kaart’
Meer over Albert Helman bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Helman werpt het westerse cynisme van zich af.» – Margot Poll

VoorplatHelmanEindvandekaart75Over ‘Het eind van de kaart’ van Albert Helman in NRC Handelsblad, 17 mei 2019:
Het opnieuw uitgegeven ‘Het eind van de kaart’ van de Nederlands-Surinaamse schrijver Albert Helman (pseudoniem van Lou Lichtveld, 1903-1996) is een dagboek uit 1955 over een avontuurlijke tocht van bijna zes weken door de binnenlanden van Suriname. Het verscheen pas in 1980 voor het eerst in de Privé-domein-reeks van De Arbeiderspers. Het is een verslag van een expeditie om ook ‘voorbij het eind van de kaart’ de mogelijkheden te onderzoeken voor een kunstmatig stuwmeer. Naast deze ontdekkingstocht waar hij als ‘gast’ mee mocht gaan, is het een zoektocht naar de psyche van Helman; hij werpt het westerse cynisme van zich af, schikt zich naar zijn expeditie-genoten en beweegt zich als de inheemse volkeren in het ruige oerwoud – ook buiten de kaart. Hij kan het weer waarderen gewoon ‘naar bos en mos’ te ruiken zoals zijn moeder dat vroeger noemde. Met uitgebreid nawoord van prof. dr. Michiel van Kempen, die in 2016 ook de biografie van onderwijzer, schrijver en politicus Helman schreef.
Lees hier het signalement
Meer over ‘Het eind van de kaart’
Meer over Albert Helman bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Literair tijdschrift Extaze 30 ‘Dagboek’ [Jrg. 8, nr. 2]

VoorplatExtaze30Extaze 30– Dagboek
achtste jaargang nr. 2, mei 2019
redactie Cor Gout, Els Kort (vormgeving)
genaaid gebrocheerd, geïllustreerd, 96 blz.,
€ 15,00
presentatie 16 mei 2019
ISBN 978-90-6265-766-7

Waarom worden dagboeken geschreven en wat kun je er nu precies in lezen? Deze vragen stelt Monica Soeting in haar essay ‘Dagboeken’. In ‘Ik is een ander’ beantwoordt Jaap Goedegebuure de dubbele vraag als volgt: mensen schrijven dagboeken om zichzelf te doorgronden, de maat te nemen, zichzelf vermanend toe te spreken. Of ze vullen het boek met aantekeningen die dienen als geheugensteuntje, die soms worden uitgewerkt tot iets essentieels. Monica Soeting zal het met Goedegebuure eens zijn, maar weet dat dit persoonlijk aspect pas laat in de geschiedenis van het dagboek tot uitdrukking is gekomen. Goedegebuure’s overtuiging dat een gepubliceerd dagboek pas de moeite waard is als het de lezer laat delen in de innerlijke verkenningen van de auteur krijgt bevestiging van het in 1957 uitgegeven dagboek van J. Slauerhoff. In ‘Flarden van een zelfportret’ haalt Hein Aalders de criticus Johan van der Woude aan, die in dat dagboek een dynamische verschijning herkent, scherpziend, dromerig, rancuneus en idealistisch.
Een beschrijving die aansluit bij het beeld dat Aalders van de schrijver schetst. Een citaat uit Harry Haarsma’s korte essay over beeldende dagboeken sluit onbedoeld aan op het essay van Clara Bolle: ‘Het dagboek is een donkere kamer, het licht wordt spaarzaam toegediend want licht vreet aan de waarheid’. Clara Bolle’s essay, dat verder reikt dan het genre van het dagboek, leidt langs poëtische wegen naar de moeilijkheid van het wijkende woord: de schrijver geeft woorden aan het bestaan, hij wil de essentie grijpen, maar op het moment dat hij het wil vastpakken is het verdwenen.

In dit nummer verder korte verhalen van Chrétien Breukers, Evelien Flink, Leonie Pas, Lydi Groenewegen, Pieter Drift en gedichten van Hanz Mirck, Jeanet Kingma, Job Degenaar, Mart van der Sterre, Mattijs Deraedt, Willem van Toorn en Steven Van Der Heyden. Het beeld is van Arpaïs Du Bois.

De presentatie van ‘Extaze 30’ vindt plaats op donderdag 16 mei 2019. Locatie: Houtrustkerk, Beeklaan 535, Den Haag (hoek Houtrustweg). Parkeren kan gratis op het erf van de internationale school aan de overzijde. Aanvang: 20.15 uur precies. Deur open van 19.45 uur tot 20.10 uur, dus graag op tijd aanwezig zijn. Entree: € 10,00 (alleen contant te betalen). Reserveren: redactie@extaze.nl. Presentatie: Cor Gout. Licht en geluid: Anton Simonis (Adesign).
Meer over presentatie Extaze 30
Lees ook het digitale supplement van ‘Extaze’
Meer over ‘Extaze’

«De Haan schetst ook een bemoedigend beeld van Suriname.»

VoorplatZoekennaarSlory75Over ‘Zoeken naar Slory’ van E. de Haan in Straatjournaal, 1 januari 2015:
Ezra de Haan heeft van ‘zijn cultuurshock’, zijn eerste roadnovel gemaakt, getiteld ‘Zoeken naar Slory’. De Haan heeft voor vertrek ook het plan opgevat om tijdens zijn bezoek de legendarische Surinaamse dichter Michaël Slory te ondervragen. De kleurrijke markt bezoekt hij vrijwel dagelijks. Daar zou Slory regelmatig dichtbundeltjes van eigen hand proberen te slijten en de krant waar hij ook voor schreef, ‘De Ware Tijd’, ophalen. Maar Slory treft hij niet. (…) De tijd verstrijkt sneller dan gedacht – hoewel de uren met broeiende hitte en slagregens lijken voort te kruipen – en Slory is nog steeds niet gevonden. De Haan is inmiddels met de boot en met taxi’s het land af geweest. Hij heeft de geboortegrond, het district Coronie, en de binnenlanden verkend. Hij heeft zijn nummer achtergelaten bij de krant, heeft bij het schamele woonhuis van Slory tevergeefs aangeklopt. Het versterkt het boek.
Straatjournaal is de maandelijkse dak- en thuislozenkrant van Bollenstreek, Haarlemmermeer, Kennemerland, West-Friesland, de Kop van Noord-Holland en Texel.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Zoeken naar Slory’
Meer over E. de Haan bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer