«Niet open en niet dicht.» – Otti Thomas

VoorplatSchutkleur_Opmaak 1.qxdOver ‘Schutkleur’ van Bernadette Heiligers in Amigoe, zaterdag 26 september 2015:
De kaft van ‘Schutkleur’ is eenvoudig, maar veelzeggend. Hij toont een ritssluiting tussen de kleuren blank en bruin. De afbeelding roept de vraag op of de rits op het punt staat om beide kleuren dichter bij elkaar te brengen of verder van elkaar te verwijderen. Of misschien blijft die ritssluiting wel permanent op dezelfde plaats; niet open en niet dicht. “De ritssluiting verwijst naar een samenleving die maar niet in elkaar lijkt te passen”, zei auteur Bernadette Heiligers bij de presentatie van haar boek in Amsterdam. ‘Schutkleur’ is de debuutroman van Heiligers, die in 2008 de verhalenbundel ‘Flecha’ schreef en in 2012 de biografie ‘Pierre Lauffer – Het bewogen leven van een bevlogen dichter’. In ‘Schutkleur’ krijgt hoofdpersoon Corina de opdracht om een vriendenboek samen te stellen voor haar neef Harold. Op zoek naar anekdotes, stuit Corina op de spanningen binnen de familie en kring van vrienden. Aan de basis liggen gevoelens van schaamte of trots voor de eigen cultuur of sociale status en bewondering, afkeer of onbegrip voor andere culturen. Heiligers verduidelijkte dit met een fragment, waarin Corina zich de eerste ontmoeting herinnert tussen haar eigen moeder en Gerda, de Nederlandse vrouw van Harold. “Geertruida”, stelde Gerda zich voor en stak haar hand recht voor zich uit. Mamai liet haar gespreide armen zakken en schudde beduusd haar hand. “Welkom Geertruida”, stamelde ze. “Ik ben tante Zoyla. Kom binnen, kom binnen.” Gerda nam Mamai aandachtig op. “Tante Zoyla? Maar u ben mijn tante toch niet?” Vertederd boog ze door haar knieën om onze hond een knuffel te geven en zich lachend in het gezicht te laten likken. Tevergeefs probeerde Mamai het misnoegen te onderdrukken dat haar mondhoeken naar beneden trok. Als blijk van herkenning, reageerde het publiek met instemmend gegniffel en gezucht. “Er is veel in de samenleving waar niet over gepraat wordt. Ik ben opgegroeid in dat spanningsveld. Het vriendenboek is alleen een instrument om dit te belichten”, aldus Heiligers.
Lees hier en hier het verslag van Otti Thomas in de Ñapa /Amigoe
Meer over ‘Schutkleur’
Meer over Bernadette Heiligers bij Uitgeverij In de Knipscheer

Bernadette Heiligers (Curaçao) te gast op Radio Amsterdam FM

VoorplatSchutkleur_Opmaak 1.qxdOver ‘Schutkleur’ van Bernadette Heiligers op Radio Amsterdam FM, maandag 21 september 2015:
Bernadette Heiligers publiceerde eerder fictie in het Papiaments en in het Nederlands een biografie over een van de belangrijkste Papiamentstalige dichters van Curaçao, Pierre Lauffer. ‘Schutkleur’ is haar Nederlandstalige romandebuut. Thema, en de titel verwijst ernaar, is de (huids)kleurgevoeligheid in de Antilliaanse maatschappij. De hoofdpersoon in de korte roman heeft echter geen zin om van alles achter iedere teint te zoeken en laveert tussen de klippen van de sociale en raciale gevoeligheden die onder de oppervlakte in elkaar grijpen.
Luister hier naar de uitzending
Meer over ‘Schutkleur’
Meer over Bernadette Heiligers bij Uitgeverij In de Knipscheer

Meine Fernhout – De blinde kamer. Roman

Opmaak 1Meine Fernhout
De blinde kamer. Roman

Nederland
Paperback met flappen, 328 blz., € 19,50
Eerste druk november 2015
ISBN 978-90-6265-881-7

‘Wie het licht stil zet, haalt de adem uit het leven.’

Meine Fernhout vraagt zich in zijn debuutroman De blinde kamer af hoe dat zit: materie en geest. Rick Alting von Geusau doet niet veel anders sinds hij als puber in ‘de blinde kamer’ kennismaakte met de boekenkast van zijn grootvader. Zijn obsessie betreft de relatie tussen goddelijk licht en natuurlijk licht. In de bizarre geschiedenis die deze vierenveertigjarige neurotische filosoof in afwachting van zijn proces beschrijft, maken we kennis met de villa in Bergen aan Zee waar hij opgroeide. In deze omgeving heeft het licht de goede intensiteit gehad om zijn illusies te voeden. Tijdens een bijbaantje als taxichauffeur vervoert Rick geleerden van luchthaven naar congres. Hij krijgt zicht op de grote vragen van vandaag. De overmoed van de materialisten die alles tot stof willen reduceren irriteert hem mateloos. In Parijs bezoekt hij de inspirerende colleges van Lacan, een hippe psychiater die een heel ander geluid horen laat.

Terug in Amsterdam ontspoort een taxirit met een Belgisch psychiater volledig. Dan overlijdt zijn moeder. Juist in deze periode vol frustraties wordt een congres gewijd aan het experiment van het ‘stil gezette licht’. Het Teylers Museum, waar hij werkt, lijkt de ideale plek voor de afsluiting daarvan. Rick pleit tijdens zijn speech voor een natuurkunde die zichzelf zo oprekt dat er plaats komt voor zoiets als de geest. Vervolgens neemt hij ontslag en reist naar het Noorden. Onderweg leest hij in de krant dat hij wordt gezocht. De vrouwelijke natuurkundige die het lukte om ‘het licht stil te zetten’ blijkt in het Spaarne, de rivier waaraan het museum ligt, verdronken te zijn. Ricks toespraak en contacten met haar leiden tot zijn verdenking. Hij belandt in een cel van de Koepel, het Huis van Bewaring te Haarlem.

‘Hoe ons lichaam zich verhoudt tot dat wat denkt, praat, schrijft, is een buitengewoon twijfelachtig geheel. Wat praat en doet, zoekt zijn manifestatie langs de wetten van de stof en de wetten van de straling. Een eeuw geleden is er voor de relatie tussen beide een formule gevonden. Dat heet wetenschap; het wordt op grote schaal toegepast en niemand begrijpt er echt iets van.’

Meine Fernhout (Velsen, 1946) maakte zijn school niet af en werd gitarist in de Bintangs. Hij studeerde daarna sociale wetenschappen met filosofie als bijvak in Amsterdam en Utrecht alsmede museologie in Leiden. Hij was vervolgens werkzaam als kunstcriticus, maker van tentoonstellingen in het Frans Halsmuseum in Haarlem, docent in het kunstonderwijs en ten slotte als directeur van de Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam. Hij woont afwisselend in Frankrijk en Nederland.
Meer over ‘De blinde kamer’
Meer over Meine Fernhout bij Uitgeverij In de Knipscheer

Peter De Voecht – Slachtvlinders. Roman

SlachtvlindersOmslag2_Opmaak 1.qxdPeter De Voecht
Slachtvlinders. Roman

België
Paperback met flappen, 224 blz., € 17,50
ISBN 978-90-6265-871-8
oktober 2015

Op een kruispunt tussen A Clockwork Orange en The Road ligt Slachtvlinders, de bijzondere debuutroman van Peter De Voecht. Niets zal nog hetzelfde zijn. Wat als de persoon van wie je het meest houdt – je eigen vrouw – een vreemde voor je is geworden? Wat als je kleine zus, het laatste lichtpunt in je bestaan, met longkanker in het ziekenhuis ligt? Het zijn de problemen waar Döppeler en E., de twee hoofdpersonages van Slachtvlinders, mee om moeten gaan, in een donkere, dystopische versie van Antwerpen, waar oorlog voortdurend op de loer ligt, en waar het onverbiddelijke ritme van eindeloze herhaling de scepter zwaait. Slachtvlinders is een zoektocht naar licht, naar liefde, naar hoop, in een inktzwarte wereld.

“Een miniem ogenblik hangt ze tussen deze wereld en de wereld waar ze vandaan kwam, om dan te beseffen waar ze is en naar me te glimlachen. Ze steekt haar dunne armen naar me uit en ik neem haar in bescherming, leg mijn armen als vraagtekens rond een uitdovende zon, kus haar voorzichtig op haar koortswarme wang. Haar adem ruikt naar doffe rozen.”

“Dit is een heel leesbaar, ingenieus en emotioneel werk dat in mijn ogen veel beter is dan tachtig procent van de debuten die de laatste jaren verschenen.” – Bart Vervaeck

Meer over ‘Slachtvlinders’

Iraida van Dijk-Ooft – Geen weg terug. Roman

Opmaak 1Iraida van Dijk-Ooft
Geen weg terug. Roman

Nederland / Suriname
Paperback met flappen, 224 blz., € 17,50
ISBN 978-90-6265-878-7
Presentatie 25 oktober 2015

Precies 50 jaar nadat de Afobakadam gesloten werd en het Brokopondostuwmeer zich met water begon te vullen, zoekt Alex naar goud op de plek waar zijn moeder Bé ooit is geboren. Daar waar de oude kankantri stond. Sinds hij daarmee bezig is heeft hij al zijn naasten verloren. Eiste de mma fu doti een terugbetaling? Het begon allemaal op de vooravond van de dood van zijn moeder Béate. ‘Alex, ga. Ga zoeken. Weet waar we vandaan komen.’

Het duurt negentien jaar voordat hij aan haar woorden gevolg geeft. Hij leert zijn verleden kennen en dat van vele anderen in zijn omgeving. Dembeston, eerst een woord, later een vergeten plaats, blijkt het sleutelwoord dat via een droom tot hem komt. Niets van zijn jeugd blijkt te zijn zoals Alex dacht. Het samenwonen, met zijn moeder, bij opa John en oma Suze, het is allemaal gebaseerd op leugens en verzwijgen.

Geen weg terug schetst de periode van 1962 tot 2014, een belangrijke periode voor Suriname, met name voor al die bewoners van het gebied dat later een stuwmeer werd. Nooit is hun leven meer normaal geworden. Vooral omdat ze niet alleen hun huis en verleden verloren maar ook hun dierbare gestorvenen op de begraafplaatsen achterlieten. Alles viel immers ten prooi aan het water. Geen weg terug beschrijft het zwijgen van generaties en de grote gevolgen ervan.

Iraida Martha van Dijk-Ooft (1974) woont en werkt in Paramaribo. Zij studeerde in 2014 af aan de Schrijversvakschool in Paramaribo. Met haar debuutroman Geen weg terug wil zij het respect tonen dat zij heeft voor het leven zoals het is… en zoals het soms kan worden.
Meer over ‘Geen weg terug’

«Met volle teugen heb ik genoten van dit zéér inventieve boek.» – André Oyen

BouwenopdrijfzandOver ‘Bouwen op drijfzand’ van Ronny Lobo op Iedereenleest.be, 1 september 2015:
Ik hou van de liefde voor het Caribisch gebied die in deze boeken ook al zijn ze soms duister en donker, zo mooi verwoord wordt. Die passie vond ik ook weer zo treffend terug in ‘Bouwen op drijfzand’ van Ronny Lobo. Het is een boek waarvan de eerste druk in 2013 verscheen en in 2015 een tweede druk kende. Ronny Lobo, een met de Cola Debrotprijs onderscheiden architect, schreef een roman waarin zijn beroep architectuur en passionele liefde een belangrijke rol spelen. Het hoofdpersonage uit deze roman is net zoals de auteur een zeer succesvolle architect, Kenzo Schmidt, die in een moeite een huis op Curaçao voor een Hollands echtpaar uit Mexico en een nog ongetrouwd stel op Bonaire bouwt. Kenzo Schmidt mag dan wel een goede vakman en een goed zakenman zijn toch beschikt hij ook over een klimaatbewuste en esthetische denken dat vaak botst stuit met de persoonlijke gedachtewereld van zijn cliënten. (…) Met volle teugen heb ik genoten van dit zéér inventieve boek waarvan het verhaal zich heel visueel beurtelings situeert op de droomeilanden Bonaire en Curaçao.
Lees hier en hier de recensie
Meer over ‘Bouwen op drijfzand’
Meer over Ronny Lobo bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Prachtig hoe vorm en inhoud een eenheid vormen.» – Els Moor

VoorplatNjaiInem75Over ‘Njai Inem’ van Barney Agerbeek in De Ware Tijd Literair, 18 april 2015:
Een roman over contractarbeiders in Nederlands-Indië die de historische realiteit vanuit alle partijen weergeeft. (…) Een ‘njai’ was in de koloniale plantagetijd in Nederlands-Indië een inheemse vrouw die gedwongen werd samen te leven met een Nederlandse man, haar ‘toean’ (meester). (…) Het bijzondere van de roman is dat het leven van de inheemse arbeiders op de plantages niet vanuit de Nederlandse kolonialen beschreven wordt, maar vooral vanuit het perspectief van de inheemse contractarbeiders zelf. De thematiek, hoe onmenselijk de inheemse contractarbeiders vaak behandeld werden op plantages van rijke Hollanders, is er een waarover Hollanders niet graag schrijven en al helemaal niet vanuit het perspectief van de ‘slachtoffers’! Hier gebeurt dat wel. (…) Maar aan ieder goed verhaal zitten altijd menselijke en onmenselijke kanten en zo is het ook met deze roman. De ‘toean’ met wie Inem het bed moet delen, al wil ze dat absoluut niet, heeft ook zijn goede kanten, kan heel menselijk zijn. (…) Prachtig hoe in deze korte roman vorm en inhoud een eenheid vormen. Agerbeek schrijft beeldend. Het boek leest prettig. De mensen hun ervaringen beleven we mee en het tropische landschap, dat prachtig is, wordt zo beschreven dat we het voor ons zien.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Njai Inem’

«Het voordeel van een late roeping als auteur is de rijpheid en wijsheid van een volledig leven.» – Albert Hagenaars

VoorplatNjaiInem75Over ‘Njai Inem’ van Barney Agerbeek op ‘De verborgen hoek’, 27 februari 2015:
Agerbeeks belang als romancier schuilt behalve in zijn vermogen om technisch verfijnd en geloofwaardig te schrijven ook in zijn gedrevenheid om waarden door te geven, begrip te vergroten tussen culturen in het algemeen en de verstrengelde in hemzelf in het bijzonder. ‘Njai Inem’ verrijkt de lezer zowel historisch als actueel want het gaat niet alleen om koloniale misstanden maar ook, nogmaals, om de nog steeds groeiende mensenhandel, die we elke dag in de vorm van overvolle wrakke boten en benauwde confectiebarakken op onze schermen zien. En al komen nogal wat van zijn zinnen elegant, zelfs ronduit esthetisch over; hun taalspel is nooit vrijblijvend, het roept altijd op tot morele waakzaamheid, die van onszelf in een wereld die heel wat meer bedreigingen kent dan vulkanen en aardbevingen. Niet voor niets luidt de tot meerdere eindes leidende slotzin van deze gedurfde en geslaagde roman: “Ik voel me hopeloos ver verwijderd van allen die ik liefheb en telkens stel ik dezelfde vragen, tot er één overblijft: Mag ik nog hoop hebben?” Agerbeek hoeft deze vraag in elk geval niet meer te stellen over de mogelijkheden van zijn schrijverschap. Zoals zijn eerste verhalenbundel al een schot in de roos was, toont zijn eerste roman dat het voordeel van een late roeping als auteur de rijpheid en wijsheid van een volledig leven is, in Agerbeeks geval: van een bijna zeventigjarig bestaan dat in binnen- en buitenland, in westerse en niet-westerse beschavingen (de schrijver bezocht veel landen) werd beproefd, geschuurd en gepolijst. Nooit echter zal deze auteur zich laten voorstaan op glans en afronding want in zijn denkwereld gisten kiemen in alle denkbare eindes.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Njai Inem’

«Een verhaal waar je koud van wordt.» – Ezra de Haan

VoorplatNjaiInem75Over ‘Njai Inem’ van Barney Agerbeek op Literatuurplein, 8 januari 2015:
Als in een film trekken de ervaringen van de drie jonge contractarbeiders aan ons voorbij. Wat ze voelen komen we via Inem te weten. In deel vier komt daar een interessante component bij: het denken van de planter waarbij Inem terecht is gekomen en aan wiens wensen ze moet voldoen. Zonder van deze man een karikatuur te maken, wat overigens al te makkelijk was geweest, beschrijft Agerbeek niet alleen de dilemma’s waar hij voor komt te staan maar ook zijn gevoelens daarbij. Juist daardoor wordt het een mens van vlees en bloed. Natuurlijk maakt hij wreed misbruik van de situatie van meisjes als Inem, dat staat buiten kijf. En ook de wijze van handelen op de plantage is hard… maar regelmatig rechtvaardiger dan je zou verwachten. Net zoals je verbaasd bent over het geduld dat hij met zijn njai heeft en de privileges die hij haar geeft. Juist door dat ‘grijs’ te tonen stijgt het verhaal boven het zoveelste boek over ‘ons Indië’ uit. Eigenlijk toont een roman als die van Barney Agerbeek aan dat grote romans als Heren van de thee van Hella S. Haasse langzaam maar zeker uit de tijd raken. Er valt immers over die periode ook een ander verhaal dan dat van de planters alleen te vertellen. ‘Njai Inem’ is daar een goed voorbeeld van.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Njai Inem’
Meer over Barney Agerbeek bij Uitgeverij In de Knipscheer

Barney Agerbeek 5 januari 2015 live op radio over zijn romandebuut ‘Njai Inem’

VoorplatNjaiInem75 In 2013 werd 150 jaar afschaffing slavernij herdacht. Tal van nieuwe boekuitgaven over Suriname en Curaçao belichtten toen deze zwarte bladzijde uit de vaderlandse geschiedenis. Wat we ons niet of te weinig realiseren is dat de slavernij niet alleen in ‘de West’ maar ook in ‘de Oost’ bestond. Barney Agerbeek schrijft in het nawoord bij zijn roman ‘Njai Inem’: «Slavernij in de Oost begon eerder dan in de West en was grootschaliger, profijtelijker en de praktijken eindigden later. Daarom is het onbegrijpelijk dat deze episode onderbelicht is gebleven, zo niet vrijwel genegeerd is, zulks in tegenstelling tot de slavernijpraktijken in de West welke (terecht) een prominente plaats in de geschiedenis hebben. (…) Wereldwijd zijn er ongeveer drieduizend wetenschappelijke boeken over koloniale slavernij verschenen. Nederlands-Indië vormt daarin een blinde vlek.» De njai, ofwel het concubinaat in Nederlands-Indië, maakt deel uit van die geschiedenis. In een interview met Peter de Rijk en Bert van Galen vertelt Barney Agerbeek over het onderzoek voor en het schrijven van zijn roman ‘Njai Inem’. Het boekenuur in het programma Kunst & Cultuur op Amsterdam FM-Radio wordt live vanuit de Openbare Bibliotheek Amsterdam uitgezonden tussen 16.00 en 17.00 uur. De uitzending kan (op de 4de etage van de OBA, op loopafstand van Centraal Station) door belangstellend publiek worden bijgewoond.
Luister hier naar de uitzending
Meer over ‘Njai Inem’
Meer over Barney Agerbeek bij Uitgeverij In de Knipscheer