Hans Vaders – Bij wijze van In Memoriam

HansVaders1(foto Jan-Reinier van der Vliet)

Het is nog geen twee maanden geleden dat het bericht kwam dat Hans Vaders was overleden. Als afscheid werd op 1 augustus in landhuis Bloemhof een In Memoriam georganiseerd. Ik stuurde als condoleance een brief die bij die gelegenheid werd voorgelezen door Jeroen Heuvel.

Beste aanwezigen,

U allen van harte gecondoleerd met het overlijden van uw mede-Curaçaoënaar Hans Vaders. U zult hem vooral kennen als krantenmaker pur sang: de journalist, de eindredacteur, de hoofredacteur, net zo’n gigant als zijn ‘voorganger’ Johan van de Walle een generatie eerder was. Beiden vertrokken als twintigers naar ‘de West’ en bleven er als journalist én als schrijver. Hans Vaders is de journalist die zowel verslag doet van een staatsgreep op Haïti als een rubriek over eten schrijft, want de krant komt elke dag en moet gevuld. Ik wist wie Hans Vaders was. Hij was voor de uitgeverij In de Knipscheer de man die in 1988 en 1989 van Boeli van Leeuwen een columnist maakte, een geniale zet die in 1990 zou resulteren in Boeli van Leeuwens meest succesvolle boek Geniale anarchie. Alleen al om die reden heeft Hans Vaders zich een blijvende plek veroverd in het literaire landschap van Curaçao en Nederland.
Toch was en is Hans Vaders voor mij vooral de schrijver. Het zal in 2000 zijn geweest toen ik hem ontmoette. Hij was in Nederland op familiebezoek, ik meen in Alkmaar. En dan is Haarlem dichtbij. Onder zijn arm een manuscript, Tropische winters. Ik viel als een blok voor die roman. Het boek voldeed bepaald niet aan de literaire spelregels en structuren die doorgaans gelden in het huis van vooral de Europese literatuur. Hans Vaders vraagt namelijk wel wat van zijn lezers, daagt hen uit. Hij laat de lezer alle hoeken van zijn kamer zien. Maar wát een rijk beeld wordt in amper 128 bladzijden geschetst van de hoofdpersoon Alex Lee, die Hans Vaders op het lijf geschreven moet zijn, de observerende oorlogsverslaggever in de turbulente Cariben van grofweg de jaren tachtig van de vorige eeuw, die zijn verhalen in de plaatselijke kroeg schrijft, het romantische archetype van wat ooit ‘de journalist’ was. Dat was een niet al te vrolijke tijdgeest. Die somberte resoneert in Tropische winters, maar is voor de lezer goed te verteren door de plezierige manier van schrijven. Tropische winters wordt in Nederland opvallend veel gerecenseerd. Hans Vaders is een nieuwe naam die met zijn thematiek en schrijfstijl in de traditie lijkt te staan van Curaçaose schrijvers als Boeli van Leeuwen en Tip Marugg. Erich Zielinski en Eric de Brabander moeten dan hun eerste boeken nog schrijven. Misschien maakte Hans Vaders wel de weg vrij voor hen.

In zijn tweede boek, het in de Caribische regio bekroonde Otrobanda, meer journalistiek dan fictie, is de hoofdpersoon Hans Vaders zelf die zijn veelkleurige stadsgenoten met liefde portretteert. Otrobanda wordt in Nederland nauwelijks besproken in de literaire media, want van oorsprong columns en dus – kennelijk – geen ‘echte’ literatuur. Niettemin roemt Michiel van Kempen Vaders’ verhalen in Otrobanda. Hij noemt ze ‘juweeltjes van beschrijvingskunst’ en schrijft: ‘Als stadsschrijver moet Tip Marugg zijn meerdere erkennen in Hans Vaders’. Otrobanda zal zijn weg naar de Nederlandse lezer uiteindelijk wel vinden als hét literaire handboek voor elke Curaçaoganger.
Hans Vaders was ook dichter. Hij debuteert als dichter in 2005 in het Nederlandse literaire tijdschrift De Tweede Ronde en het Curaçaose literair tijdschrift Kristòf. Zes jaar later, in 2011, komt zijn eerste dichtbundel uit, Kate Moss in Mahaai, een co-productie van Mon Art Productions en Uitgeverij In de Knipscheer, weergaloos geïllustreerd door Herman van Bergen. In deze bundel zingt ook een zekere zwaarmoedigheid. In ‘Terugkeer’, het slotgedicht, vertelt de ik waarschijnlijk ooit begraven te worden in ‘het mistig land van overzee/ dat niet en nooit meer het mijne zal zijn.’
[…]
Maar wie zal mijn begrafenis bekostigen?

En welke verloren zoon wrikt het zilver
voor de veerman op mijn kille tong en
ontsteekt het vagevuur van mijn brandstapel?

Het doet poëziecriticus Joop Leibbrand in MeanderMagazine verzuchten: ‘Lezers, help Vaders nu het nog kan, koop die bundel. Hij stort je midden in de andere wereld die Curaçao is en verloochent de Nederlandse wortels niet. Het levert een boeiende synthese op.’

Hans Vaders zou in september 2012 naar Amsterdam komen voor de presentatie van zijn novelle Terug tot Tovar. Een ernstige val een paar maanden daarvoor gooit roet in dit publicitaire eten, waardoor de novelle in Nederland tussen wal en schip raakt. En dat is zó jammer, want Terug tot Tovar is misschien wel Hans Vaders beste en meest ambitieuze boek en zal mettertijd uitgroeien tot een Antilliaanse klassieker. Hoe beknopt van omvang, hoe boordevol van inhoud: een net van verhalen waarin alles en iedereen, hoe uitgewaaierd ook over de wereld, een relatie heeft met Curaçao. Curaçao als het middelpunt van de wereld en de wereldgeschiedenis waarin oude en nieuwe continenten over elkaar heenschuiven, een Boeliaanse dimensie.
In datzelfde jaar, herstellend van die ernstige val, schrijft hij ook het verhaal De vodkadrinker, dat alleen op Curaçao als gelegenheidsuitgave bij Mon Art Productions verschiint en inmiddels ook gepubliceerd is in Nederland op de digitale evenknie van het literair tijdschrift Extaze. Het lijkt een voorbode te zijn, van wat nog in het vat zit. Dat is het niet geworden. Mogelijk is de val een klap geweest die hij nooit echt meer te boven is gekomen.
Hans Vaders heeft te lang van pen moet wisselen, te vaak die van de journalist moeten kiezen, immers het brood op de plank, en te weinig die van de schrijver kunnen hanteren. Begint Boeli van Leeuwen na zijn pensionering nog een rijk derde schrijversleven met Schilden van leem, Het teken van Jona en Geniale anarchie, dié mogelijkheid om vól voor zijn schrijverschap te gaan, is Hans Vaders niet gegund geworden. En dat is een gemis.
Rest in peace, Hans.
franc knipscheer

Meer over Hans Vaders bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht ‘Dividivi’ van Giselle Ecury in Trouw

fp 20130805-190-2In Trouw van maandag 7 september 2014 werd in de rubriek ‘Duurzaamheid & Natuur’(De Verdieping) door Janita Monna in de columnrubriek ‘groengedicht’ het gedicht ‘Dividivi’ geplaatst van de Arubaans-Nederlandse auteur Giselle Ecury. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in haar debuutbundel ‘Terug die tijd’ (2005) en werd o.a. opgenomen in de bloemlezing ‘Wie ik ben / Ta ken mi ta’ met bijdragen van 13 auteurs van de Antilliaanse schrijversgroep Simia Literario (2011).
Lees hier het gedicht in Trouw
Meer over Giselle Ecury bij Uitgeverij In de Knipscheer

Rogi Wieg overleden, 15 juli 2015

Rogi leestRogi Wieg bij zijn laatste optreden op 21 september 2011 in Pletterij Haarlem.
Foto Harry van Kesteren

Woensdagavond 15 juli 2015 is in zijn woonplaats Amsterdam na een jarenlang ziekbed en heel veel lijden de dichter, schrijver, beeldend kunstenaar en muzikant Rogi Wieg overleden. Zo heeft zijn vrouw Abys Kovács laten weten. Rogi Wieg werd 52 jaar oud. Zijn ouders waren Hongaarse vluchtelingen die zich in 1957 in Nederland vestigden. Rogi Wieg (1962) debuteerde als dichter op 19-jarige leeftijd in 1981. Werk van hem werd in 1987 bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs en in 1988 met het Charlotte Köhler Stipendium. Zijn schrijversloopbaan werd gekenmerkt door ernstige depressies. Hij werd regelmatig opgenomen in psychiatrische ziekenhuizen, onderging elektroshocktherapie en deed driemaal pogingen tot zelfmoord. Zijn aanvraag eind 2014 voor euthanasie vanwege psychisch lijden werd in 2015 gehonoreerd. Het merendeel van zijn oeuvre kwam uit bij G.A. van Oorschot en Uitgeverij De Arbeiderspers. Vanaf 2011 verschijnt het werk van Rogi Wieg bij Uitgeverij in de Knipscheer, waar dit najaar een grote bloemlezing verschijnt uit Wiegs poëtisch oeuvre onder de titel ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’. De laatste vijf gedichten van Rogi Wieg, van april en mei 2015, werden gepubliceerd op het digitale supplement van het literair tijdschrift Extaze.

Lees hier de berichtgeving op nos.nl
Kijk hier naar het late NOS Journaal van 15-07-2015 van 6:11 – 6:45
Lees hier het artikel van Arjan Peters in ‘De Volkskrant’ op 16 juli 2015
Lees hier de laatste gedichten van Rogi Wieg
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Clyde Lo A Njoe leest gedichten op de radio

Clyde Lo A NjoeUit ‘Mijn lief mijn leed’ op Amsterdam FM Radio, 25 mei 2015:
Beeldend kunstenaar Clyde R. Lo A Njoe in gesprek met Peter de Rijk leest tijdens het interview twee gedichten uit zijn nieuwste bundel Mijn lief mijn leed: ‘Wat voor altijd bleef’ en ‘Socrates’. ‘Literat-uur’ is het boekenuur van het programma Kunst & Cultuur op Amsterdam FM-Radio dat op maandagen live vanuit de OBA (Openbare Bibliotheek Amsterdam) wordt uitgezonden tussen 16.00 en 17.00 uur.
Luister hier naar de uitzending
Meer over ‘Mijn lief mijn leed’

Chawwa Wijnberg – Matses & monsters. gedichten (2de druk)

Chawwa WijnbergCHAWWA WIJNBERG
Matses & monsters

Nederland / Poëzie
Gebrocheerd, 76 blz., 13,50
ISBN 978-90-6265-491-8
Eerste uitgave 2001
Tweede druk 2015
Rechtstreeks te bestellen bij Uitgeverij In de Knipscheer

‘Ik probeer een ademhaling te schrijven, lucht tegen het stikken.’ – Chawwa Wijnberg in een interview in de PZC 2001.
Welke woorden kunnen beschrijven wat overlevenden van de holocaust nog dagelijks ervaren. Chawwa Wijnberg vond ze en schreef een bundel aangrijpende poëzie. In deze gedichten draait alles om dit ene thema. het is het onaanvaardbare, het onbespreekbare dat iedere keer weer om woorden vraagt. Telkens wanneer een lege plek of een brief datgene oprakelt wat nooit had mogen gebeuren, maar ook nooit vergeten mag worden.
Chawwa Wijnberg (1942) is beeldend kunstenaar en dichter. Ze was een onderduikkind. Haar vader zat in het verzet en werd in de oorlog gefusilleerd. Zij debuteerde in 1989 met Aan mij is niets te zien.

De pers over Matses en monsters
‘Zang en dans dus, tot op de laatste bladzijde. De poëzie van Chawwa Wijnberg is onontkoombaar uitnodigend. Wie haar leest gaat met haar mee op reis.’ – Paul Gellings
‘Deze bundel is meer; meer doorleefd, met meer verfijning en tederheid, maar ook harder.’ – Margriet Hogewind
‘In korte, heldere verzen tracht de auteur de pijn van dit verleden van zich af te schrijven. De gedichten willen een antwoord bieden op de vraag naar het waarom van dit lijden. Deze bundel beschrijft bij momenten heel mooi de vreselijke oorlogsjaren.’ – Yves Joris in Meander 196

Hans Plomp in Suriname

Hans PlompRGB2Op dinsdag 4 maart is de Nederlands schrijver/dichter Hans Plomp te gast in ‘Skrifiman Taki ‘ op Radio SRS 96.3 Paramaribo. Hij is o.m. bekend van de provobeweging uit de jaren zestig en van zijn rebelse activiteiten tegen de gevestigde orde, o.a. op het gebied van geestverruimende middelen. Hij treedt nog steeds op tijdens grote schrijversfestivals.
‘Skrifiman Taki’ wordt elke dinsdagavond uitgezonden en begint tussen 21.00 uur en 21.15 uur Surinaamse tijd. Dit is Nederlandse tijd vanaf 01.00 uur op woensdagnacht 5 maart. Het programma is ook wereldwijd te beluisteren via internet op www.suritunes.com/srs of via de link naar radiostations op www.andasuriname.nl . U kunt tijdens de uitzending bellen naar het programma.

Hans Plomp (1944; op 29 januari jl. zeventig geworden), o.a. auteur van ‘India – heilig en hels’) is tot 8 maart in Suriname.

Meer over Hans Plomp bij Uitgeverij In de Knipscheer

Tekst van Giselle Ecury vereeuwigd in de bibliotheek.

Kleed mw. Ecury 1Uit inzendingen voor een door Bibliotheek Kennemerwaard uitgeschreven wedstrijd is onderstaande tekst van Giselle Ecury gekozen voor een kleed in de hoofdvestiging Alkmaar Centrum:
‘Hier ligt de wereld overzichtelijk aan je voeten. Op de achtergrond verslaat de bronzen klok van de Grote Kerk gestaag de eeuwigheid, waartegen niemand in Alkmaar zich verzet. Want hier vind je rust in duizenden woorden in dit luisterrijk, heerlijk heden.’

Meer over Giselle Ecury

«Van den Bremt bevestigt zijn gerespecteerde dichterschap ten volle.» – T. van Deel

VoorplatBlauwSlikOver ‘Blauw slik’ van Stefaan van den Bremt voor NBD/Biblion, 27-11-2013:
Van den Bremt (1941) behoort tot de oudere generatie Vlaamse dichters, die zich uitdrukt in een betrekkelijk vaste vorm en zich bedient van een traditioneel vocabulaire. Dat daarin van alles mogelijk is en daarmee heel verrassende resultaten kunnen worden bereikt, is bekend. Van den Bremt is zeer attent op de klank, wat tot regels leidt als ‘Stroomafwaarts dwalend naar slikwadden / loopt de blik vast in het aangeslibde land’. Zijn gedichten hoeven niet per se te rijmen, ze kunnen ook losjes door de versregels meanderen: De bundelcompositie is doordacht in drieën: variaties op ‘staan’, rondgang door het jaar, en uitnodigingen tot ‘gaan’. Na ruim twintig bundels bevestigt Van den Bremt met deze evenwichtige nieuwe bundel zijn gerespecteerde dichterschap ten volle.

Lees hier de recensie

Meer over ‘Blauw slik’

Ghanese dichter en schrijver Kofi Awoonor gedood bij aanslag in Nairobi

KofiAwoonorOp zaterdag 21 september 2013 is op 78-jarige leeftijd de schrijver en dichter Kofi Awoonor om het leven gekomen bij een aanslag in de Keniaanse hoofdstad Nairobi.
Kofi Awoonor (1935) behoorde met onder anderen Chinua Achebe tot de groten van de Afrikaanse letteren. Hij maakte vooral naam als dichter en trad ook op in 1994 op Poetry International in Rotterdam. In dat jaar verscheen ook in de Afrikaanse Bibliotheek de Nederlandse vertaling zijn roman Komt de reiziger weerom. Relaas van de terugkeer naar Afrika uit 1992. De Nederlandse uitgave is voorzien van een uitgebreid nawoord van Jan Kees van de Werk, die de hoofdredactie voerde van de Afrikaanse Bibliotheek: ‘Alle elementen uit het leven en werk van de schrijver komen in dit literaire hoogtepunt bijeen. De roman beschrijft de reis van de als slaaf gevangengenomen hoofdpersoon naar Amerika en zijn terugkomst in Afrika enige generaties later.’
Kofi Awoonor was ambassadeur van Ghana in Cuba en Brazilië en, van 1990 tot 1994, bij de Verenigde Naties.

Meer over Kofi Awoonor

Elis Juliana † 23 juni 2013

Fotocompilatie bij lied ‘Hé Patu/Waggeleend’ door Dick Drayer (van Persbureau Curaçao), 26 juni 2013:
Elis Juliana heeft het gedicht geschreven voor zijn dochter Mayra en – via haar – voor alle kinderen van Curaçao, Aruba en Bonaire. Met zijn andere ritmische gedichten is ‘Hé Patu’ toch wel de merknaam van Elis Juliana geworden, hoewel het natuurlijk niet kenmerkend is voor de inhoud van zijn totale oeuvre. De muziek van ‘Hé Patu’ is van Padú del Caribe (Padú Lampe). De uitvoerende zangers en instrumentalisten zijn Mayra en Fred de Haas (zang, harp, gitaar).

Lees hier de oorspronkelijke tekst in het Papiaments en de de vertaling van Fred de Haas

Meer over Elis Juliana en Hé Patu/Waggeleend bij Uitgeverij In de Knipscheer