«Soulmuziek sleept Surinaamse tiener door pubertijd heen.» – Anita Zijlstra

VoorplatBijlmerliedje-75Over ‘Een Bijlmerliedje’ van Diana Tjin op Leeskost, 2 april 2019:
In hun oude buurt in Amsterdam waren ze het enige gekleurde gezin. In de Bijlmermeer vallen ze niet op, hoopt Sheila als ze met haar ouders en drie broers naar de pas opgeleverde flat Dennenrode verhuizen.
(…) Sheila, net begonnen op de middelbare school, ziet het daar in die nieuwe wijk wel zitten. (…) Sheila sluit nieuwe vriendschappen maar moet ook knokken de oude te behouden. Want lang niet iedere vriendin mag na school bij haar komen in die ‘enge’ buurt. Langzaam vindt Sheila haar weg in de nieuwe wereld, waarin zij zich ontwikkelt van schuchtere brugpieper tot een zelfbewuste jonge vrouw. (…) En ook ervaart de puber dat het, ondanks ze nu in multiculturele wijk woont, nog lang niet gedaan is met discriminatie, seksuele intimidatie en het verschil tussen arm en rijk. Het is de muziek die haar indirect helpt volwassen te worden. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Een Bijlmerliedje’
Meer over Diana Tjin

«In helder proza schetst Diana Tjin een tijdsbeeld.» – Jannie Trouwborst

VoorplatBijlmerliedje-75Over ‘Een Bijlmerliedje’ van Diana Tjin op Mijn Boekenkast, 16 november 2018
(…) De jaren zeventig herleven in deze coming-of-age roman over een Surinaams meisje dat opgroeit in een warm gezin in de Bijlmer. In dat gezin (vader, moeder, drie broers en een zus), maar ook in de omgeving, speelt soulmuziek een belangrijke rol. Sommige van de in het verhaal genoemde titels zullen wellicht bekend in de oren klinken, maar voor de volledigheid heeft Diana Tjin achterin het boek een lijst opgenomen met alle songs die een rol spelen in het boek. De opgroeiende kinderen uit het gezin vinden in de teksten van de songs een weerklank van hun gevoelens: twijfel, hoop, boosheid of verlangen. (…) In fragmentarische hoofdstukken, vrijwel chronologisch gerangschikt, maken we mee hoe Sheila zich ontwikkelt van timide brugklasser op het gymnasium tot een zelfbewuste jonge vrouw. Stapje voor stapje schildert Diana Tjin in helder proza hoe Sheila ontdekt wie ze is en wat ze wil. Een verhaal over vriendschappen die onder druk komen te staan, over verliefdheden, over het zoeken naar erkenning als een meisje met een Surinaamse achtergrond, over het aftasten van de door haar ouders opgelegde grenzen. Maar ook over haar verzet tegen discriminerende taal, over het besef van klassenverschil en de ergernis over leugens en afwijzing. (…)
Waar Karin Amatmoekrim met ‘Het Gym’ in de eerste plaats een belangrijk thema (discriminatie) onder de aandacht wilde brengen, wil Diana Tjin vooral een tijdsbeeld schetsen (opgroeien in De Bijlmer in de jaren zeventig). Zo bekeken zijn ze allebei geslaagd in hun opzet. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Een Bijlmerliedje’
Meer over Diana Tjin

«Maryse Condé vervreemdt haar lezers van het vertrouwde en maakt ze vertrouwd met het vreemde.» – Aart G. Broek

MaryseCondeOver Maryse Condé op Literair Nederland, 30 oktober 2018:
Dit jaar werd de Nobelprijs voor Literatuur niet uitgereikt. Als alternatief werd een respectabele prijs in het leven geroepen: ‘the New Academy Prize for Literature’ (Alternatieve Nobelprijs voor Literatuur). Deze prijs werd toegekend aan de Afro-Caribische Maryse Condé, geboren op Guadeloupe in 1937. Condé is een weldaad voor de Cariben én de rest van de wereld. Zij beantwoordt als geen ander uit de archipel aan de eisen die aan hedendaagse auteurs gesteld kunnen worden: ze schept personages met wie lezers zich wereldwijd kunnen identificeren om hun menselijk handelen, denken en voelen. Die personages zijn grillig, ontembaar en overschrijden steevast etnische grenzen. Condé rukt zich in haar literatuur los van voorgebakken groepsidentiteit. Zij weet overtuigend de veelzijdigheid van ervaringen en van nieuwe identificatiemogelijkheden onder woorden te brengen. Het gelauwerde werk van Maryse Condé vormt zodoende een scherpe kritiek op voormalige en hedendaagse zwarte-identiteitsbewegingen. (…) In ‘Tituba, de zwarte heks van Salem’ worden aspecten van de westerse, in het bijzonder joodse beschaving, in een alleszins gunstig licht geplaatst en tegenover gerechtvaardigde kritiek op weer andere aspecten. Enerzijds worden mensenrechten door dik en dun verdedigd, anderzijds is er intolerantie en discriminatie. Condé’s bestseller, de dubbeldikke roman ‘Ségou’, onderspoelt het door literaire en wetenschappelijke stereotyperingen dichtgegroeide beeld van de slavernij. Zij realiseert dit door in detail de invloed van het Arabische expansionisme en van de Afrikaanse collaboratie bij de slavenhandel – plundering, verkrachting, verkoop, terreur, opstanden en wat dies meer zij – te beschrijven. Zodoende vervreemdt Condé haar lezers van het vertrouwde en maakt ze vertrouwd met het vreemde. (…)
Lees hier het essay
Meer over Maryse Condé op deze site

«Portret van de beginjaren van de Amsterdamse Bijlmer.» – Theo Jordaan

VoorplatBijlmerliedje-75Over ‘Een Bijlmerliedje’ van Diana Tjin op Alles over boeken en schrijvers, 20 oktober 2018:
(…) In haar tweede roman ‘Een Bijlmerliedje’ schildert schrijfster Diana Tjin een portret van de beginjaren van de Amsterdamse Bijlmer. (…) In korte schetsen tekent Diana Tjin op aardige wijze een beeld van de eerste bewoners van de Bijlmer. Daarnaast slaagt ze er goed in om het gezinsleven van een jaren 70 familie op een prettige manier te beschrijven. Rode draad in het boek is de muziek. Bovenal de soulmuziek uit de jaren 70 die als een soort van soundtrack dient voor deze sympathieke roman. (…) Het grote en kleine leed van een ontluikende puber gecombineerd met een schets van de snelle teloorgang van de Bijlmer maken het boek lezenswaardig.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Een Bijlmerliedje’
Meer over Diana Tjin

«Verzet tegen discriminerende taal.»

VoorplatBijlmerliedje-75Over ‘Een Bijlmerliedje’ van Diana Tjin in Opzij, oktober/november 2018:
Tiener Sheila wordt bewust van wie ze is, van wat ze wil en denkt. Ze vraagt zich af waarom ze ‘typisch Aziatische benen’ en steil haar heeft. Een meisje dat de grenzen aftast van wat mag van haar ouders, dat zich verzet tegen discriminerende taal, klassenverschil haarscherp aanvoelt, zich ergert aan leugens en afwijzing omdat ze echt wil leven en de wereld wil ontdekken.
Lees hier het interview
Meer over ‘Een Bijlmerliedje’
Meer over Diana Tjin

«Boeiend puzzelwerk, nauwgezette en goed geschreven zoektocht naar feiten uit het verleden.» – André Oyen

Opmaak 1Over ‘Mallura’ van Clyde Lo A Njoe op Lezers tippen lezers, 3 september 2018:
(…) Het einde van zijn leven is een raadsel gebleven en allerlei speculaties deden de ronde. Clyde Lo A Njoe heeft zijn eigen ideeën over de dood van Poe, die hij uiteenzet in een spannende detective met als hoofdpersonen een plantagehouder Manos Mallura uit de Dominicaanse Republiek en een journalist uit New York Robert Q. Dempsey. Manos Mallura, zijn dagelijkse naam voor zijn officiële Franse naam Malheureux ontmoet Poe tijdens een van zijn zakenreizen naar de dan nog jonge Verenigde Staten in het hotel waar ze toevalligerwijze allebei verblijven en waar ze gezamenlijk diverse dagen optrekken met uitvoerige gesprekken, net voorafgaande aan de tragische en nooit opgehelderde dood van de schrijver. (…) In een vrij sobere stijl die past bij de tijd waarin het verhaal speelt, beschrijft Clyde Lo A Njoe de speurtocht van de twee mannen. Het is een boeiend puzzelwerk waarin de gebeurtenissen en leven werk van Poe allen hun juiste plaats krijgen. (…) ‘Mallura’ is een nauwgezette en goed geschreven zoektocht naar feiten uit het verleden.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Mallura’
Meer over Clyde Lo A Njoe bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Hecht doortimmerde roman in fraai gebeeldhouwde Nederlandse taal.» – Job ter Steege

Opmaak 1Over ‘Mallura’ van Clyde Lo A Njoe op LeesKost, 2 augustus 2018:
(…) Deze historische roman is een monumentaal werk waarin niet alleen het mysterie rond de dood van Edgar Allen Poe centraal staat. Het is ook een breed gedragen epos waarin de maatschappelijke situatie van blank en zwart in zowel het Caraïbische gebied als Noord Amerika aan de orde komt. (…) Manos Mallura is een planter uit Santiago de los Caballeros op het eiland Haïti. Hij was in 1849 voor zaken in Baltimore en raakte op 24 september zeer bevriend met Edgar Allen Poe. Tot zijn schrik werd de dichter van The Raven en de schrijver van The Fall of the House of Usher tien dagen later op 3 oktober onder erbarmelijke omstandigheden doodziek op straat aangetroffen. Enkele dagen later zou hij op 7 oktober in een ziekenhuis overlijden. (…) Nader onderzoek wijst uit dat Poe zojuist allerlei forse voorschotten had ontvangen en rondliep met een groot bedrag aan contanten. Dit geld is spoorloos. Werd de schrijver misschien vergiftigd en beroofd? Er zijn verschillende verdachten. (…) Het grootste raadsel is dat Poe tussen 28 september en 3 oktober spoorloos was. Niemand weet waar hij die dagen verbleef. Een hecht doortimmerde roman geschreven in fraai gebeeldhouwde Nederlandse taal. Mede hierdoor komt de situering van het verhaal rond 1850 prachtig tot haar recht.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Mallura’
Meer over Clyde Lo A Njoe bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Historische feiten geven dit boek bijzondere meerwaarde.» – C.H. Gajadin

VoorplatGrunwald75Over ‘Het geheim van mevrouw Grünwald’ van Diana Tjin voor NBD | Biblion, 3 november 2017:
In 1940 wordt in Suriname een welvarend gezin van Duitse komaf geïnterneerd in Kamp Copieweg. Hoe het hun vergaat, vertelt mevrouw Grünwald in 1990 aan de jonge Anna. De gruwelijke ontberingen duren zeven jaar, maar na hun vrijlating blijkt de man rijp voor het gesticht. Na zijn dood vertrekt zij met drie kinderen naar Amsterdam. Surinaams en Duits, dus wordt ze dubbel gediscrimineerd. Parallel aan Grünwalds relaas loopt een tweede verhaallijn, namelijk die van Anna zelf, afkomstig uit een gezin waarin kindermishandeling orde van de dag is. Zal Anna door mevrouw Grünwalds verhaal in staat zijn haar eigen leven te relativeren? Over de internering van Duitsers in Suriname is weinig bekend. Historische feiten geven dit boek bijzondere meerwaarde. De leesbare schrijfstijl moedigt aan om door te lezen. Met bronvermelding. Debuutroman.
Meer over ‘Het geheim van mevrouw Grünwald’

«Groots en beklemmend.» – Job ter Steege

VoorplatBitterdagen-72Over ‘Bitterdagen’ van Peter Lenssen op Leeskost, 6 oktober 2017:
(…) Alcoholisme is nog het minste. Seksuele repressie. Kinderen worden mishandeld of sterven aan kanker. Jonge meisjes verhangen zich bij ongewenste zwangerschap. Inlanders worden door Indische Nederlanders gemarteld. Om te voorkomen dat hun kinderen hetzelfde lot treft worden de eigen kampongkinderen gedood. Joden worden verraden en vermoord. Kinderen worden van hun moeders afgepakt. Mijnwerkers worden niet alleen de mijnen, maar ook de dood ingejaagd. Voor Sjefs ogen worden van een accordeonist twee vingers afgehakt. Hij mag van zijn vader de vingers oprapen en in zijn broekzak stoppen. De muziek is gestopt. Sjef is een gruwelijke kinderervaring rijker. Auschwitz. Atjeh. Repatriëring. Onmenselijke discriminatie. Nederlands racisme op de troon. Eén van de Nederlandse slachters heet Colijn. Hij kreeg uit Indië een bak medailles mee en zal vijf kabinetten leiden. De Nederlandse wreedheid. (…) Het is een stroom treurige gebeurtenissen uit het leven van Sjef Sonnenschein die culmineren in gebeurtenissen gedurende de Tweede Wereldoorlog wanneer het kwaad de dienst uitmaakt. De auteur bouwt rustig aan een smartelijke spanningsboog met een onvermijdelijk dramatisch einde in onze tijd. Groots en beklemmend.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Bitterdagen’
Meer over Peter Lenssen op deze site

«De rijkdom van deze dichtbundel komt volledig tot zijn recht.» – Ezra de Haan

VoorplatNicolaas75Over ‘Als de aloë sluimert / Cucuisa cabisha’ van Quito Nicolaas op Literatuurplein, 2 maart 2016:
Met ‘Als de aloë sluimert is een belangrijk deel van de poëzie van Quito Nicolaas eindelijk in vertaling verkrijgbaar. Het levert een gedichtenbundel die meer inzicht geeft in de geschiedenis van en het leven op Aruba dan menig dikke roman zou kunnen bewerkstelligen. (…) De voorbeeldige vertaling, het uitgebreide voorwoord en het notenapparaat van Fred de Haas, en ook de uitleg met betrekking tot de schrijfwijzen van het Antilliaans zorgen ervoor dat de rijkdom van deze dichtbundel volledig tot zijn recht komt. Ook voor de niet-Papiamentstalige Nederlander. De gedichten van Quito Nicolaas kenmerken zich door hun toon. De dichter legt niets uit, let vooral op de schoonheid van de taal en verwacht dat de lezer begrijpt wat hij tussen de regels door vertelt. Waar een dichter als Walter Palm het regelmatig van de alliteratie moet hebben, kiest Nicolaas, in de originele Papiamentstalige gedichten deels voor het eindrijm, maar nog vaker voor de woorden zelf en de beelden die ze oproepen. Een gedicht als ‘Golven’, uit de afdeling ‘Creolisering’ in deze bundel, wordt ook echt door golven gedragen. Steeds weer komt de tekst in beweging door de gedachten die Nicolaas er aan toevoegt. Als water dat golft, omslaat, terugstroomt.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Als de aloë sluimert / Cucuisa cabisha’