«Hier schrijnt de zon en knipoogt de pijn.» – Matthijs Smits

Over Nachtvlinders door het kattenluik van Chawwa Wijnberg , 21 maart 2012 :
In haar werk duiken thema’s op die dikwijls wederkerend zijn. Vrouwen, haar grote liefde M., katten, Mam, het jodendom c.q. Jodin zijn en de zware erfenis. En – ik refereerde er al aan – de dood. Het alles geknutseld en gekneed in een wonderlijk en steeds wisselend mengsel van frivool tot loodzwaar.
En waar het frivool oogt, ligt er toch nog vaak een tweede bodem onder en waar het zwaar schijnt, glimt door een kier frivoliteit.

Matthijs Smits is oud-journalist van Financieel Dagblad.

Lees

Op 21 maart 2012 werd Chawwa Wijnbergs zesde bundel door Matthijs Smits gepresenteerd in De Drvkkery in Middelburg.

Zie

Tjeerd Ybeles Smit – Sterven doe je zo. Novelle

Sterven doe je zo
TJEERD YBELES SMIT
Sterven doe je zo.
Novelle
Nederland
Genaaid gebonden met stofomslag en met leeslint,
128 blz., € 17,50
september 2012
ISBN 978-90-6265-805-3

Presentatie 30 september 2012 in Pletterij Haarlem m.m.v. o.a. J.P. den Tex

Sterven doe je zo is het literaire debuut van Tjeerd Ybeles Smit.

Tjeerd Ybeles Smit kan schrijven. De helderheid en ook de personage Huidenkoper doen direct denken aan Lijmen/ Het been van Elsschot. Toch is dit boek van een heel andere orde, want Sterven doe je zo is een novelle over de dood. Tjeerd Ybeles Smit speelt met dit thema en de angst daarvoor, en hij doet dat zo natuurlijk dat je de novelle niet anders dan met veel plezier kunt lezen. Wat dat betreft is de titel uitstekend gekozen, het doet aan een ‘doe het zelf’-cursus denken en is dat misschien ook.

Sterven doe je zo staat met beide benen op de grond. Het verhaal is doordacht, heeft diepgang en is tegelijkertijd humoristisch. Tjeerd Ybeles Smit heeft een literair kleinood geschreven, een boek, dat zeker over dit onderwerp, nog geschreven moest worden.

De tijd is gekomen voor het tweede deel van de methode Sterven Doe Je Zo. Ik heb er zevenentwintig jaar over gedaan om deze schriftelijke cursus in elkaar te zetten, dus profiteert ervan. Nog nooit zijn mensen voor minder gestorven! Sterven voor niks! Zorg dat je erbij komt!

We verrijken ons leven met geleerdheid, maar van een cursus ‘sterven, hoe doe je dat?’ heb ik nog nooit gehoord. Als je vrouw een kind krijgt ga je als echtgenoot mee naar zwangerschapsgymnastiek om te leren persen, maar er is nergens een school waar je leert solidair te zijn met de stervenden. Laat staan dat er ergens een buurthuis is waar je onder het toeziende oog van een gediplomeerde leraar zelf een beetje kunt oefenen in doodgaan.

Inge Nicole – De tranen van de zeegans

inge bakINGE NICOLE
De tranen van de zeegans
Novelle. Nederland
Genaaid gebonden, 88 blz.
ISBN 978-90-6265-663-9 ca. € 16,50
Te verschijnen in 2011

Met De tranen van de zeegans beproeft Inge Nicole haar talent op het genre van de novelle. Juist in deze vorm, die wat omvang betreft precies tussen de roman en het kortverhaal inzit, komt haar poëtische taalgebruik tot zijn recht. De secuur gekozen woorden roepen krachtige beelden op. Hierdoor ontrolt het levensverhaal van Aleida zich voor de lezer tot in ieder detail.

Driewegen 1863. Als haar moeder in haar zevende kraambed sterft, trekt de veertienjarige Aleida Vleijshouwer noodgedwongen naar de stad en gaat ze op zoek naar een betrekking. Ze vindt werk bij de visafslag en wordt als de dagen korten, opgepikt door Pons die haar werk binnenshuis aanbiedt. ‘Pons was klein van stuk maar had iets in zich waardoor weigeren niet in haar opkwam. Hij was een zeeduivel in hermelijnbont. Zijn stekels moest je mijden.’
Aleida denkt als huisbediende aan het werk te gaan maar wordt de prostitutie ingeleid. Verwarring ontstaat als Pons gevoelens voor haar krijgt. Aleida weet haar plaats niet meer.

‘Mijn vader is Cornelis Vleijshouwer, hij leeft van varkens en soms een oud paard. En mijn moeder is dood. Ze had een lichaam als van een garnaal en toch kwam steeds dat varken en bij het zevende kind brak ze in tweeën. Ik wil geen kinderen. Nooit.’
‘Nou, dat komt goed uit. Hier is geen plaats voor kinderen.’

Joan Leslie – De bloeiende flamboyant

joan leslieJOAN LESLIE
De bloeiende flamboyant
Nederlandse Antillen. Verhalen
Ingenaaid, 96 blz. € 11,50
ISBN 90-6265-581-6
Eerste druk 2007

«De grote, bloeiende flamboyant als een brandende fakkel vol vurige liefde, zwaaiend met zijn kruin boven hen. Als een stille getuige meedelend in het geheim dat die dag was ontstaan.»

De fascinatie van Joan Leslie voor de gedragingen van de mens in verschillende situaties klinkt veelvoudig door in de twaalf korte verhalen die zijn bijeengebracht in De bloeiende flamboyant.

De verhalen belichten tal van psychologische aspecten van ziekte (In de wachtkamer) en dood (Verbondenheid) tot travestie (Golden delicious) en zijn afwisselend amusant (De macho), spannend (Strijdvaardigheid) of wrang (Noodlot), en steeds verrassend.

Joan Leslie (1953) werd geboren op Aruba, het eiland waarnaar haar ouders, komend van Barbados, in de jaren veertig van de vorige eeuw emigreerden. Hierdoor groeide zij meertalig op: naast haar moedertaal, het Engels, leerde zij spelenderwijs ook Papiaments, Nederlands, Spaans en Frans. In 2003 ontving zij de eerste prijs voor proza (met als jury Paulette Smit, Walter Palm en Henry Habibe) in een schrijfwedstrijd die door de Stichting Simia Literario werd uitgeschreven. Ter gelegenheid van de viering van 50 jaar Statuut voor het Koninkrijk, werd in 2004 de gedichtenbundel Met de wil elkander bij te staan uitgebracht. Hierin zijn twee gedichten van haar opgenomen. Eveneens in 2004 werden twee verhalen van haar in het Papiaments gepubliceerd in de bloemlezing Bentana Habri (Open Raam). De bloeiende flamboyant is haar eerste boekpublicatie.

Carel de Haseth – Sklave und Herr/Katibu di Shon. Novelle

carel de hasethCAREL DE HASETH
Sklave und Herr/Katibu di Shon. Novelle
Tweetalig. Papiaments en Duits
Imprint: Edition VA bENE
Ingenaaid, geïllustreerd 128 blz., € 17,90
ISBN 3-85167-197-1
Eerste druk 2007

Katibu di Shon verscheen oorspronkelijk in het Papiaments. Carel de Haseth kreeg er de hoogste Curaçoase culturele onderscheiding voor, de Cola Debrot-prijs. De novelle gaat over de slavernij op de Nederlandse Antillen en is een fictief verhaal van ‘slaaf en meester’, Louis en Shon Wilmoe, gebaseerd op een kern van historische gegevens, met name de slavenopstand van 17 augustus 1795 op Curaçao.

In zes hoofdstukken vertellen zij beurtelings over de verschrikkingen van en na de opstand. Bij de aan de veroordeling voorafgaande verhoren van de gevangen genomen opstandelingen wordt gebruikgemaakt van de pijnbank om bekentenissen af te dwingen. Tientallen slaven worden op gruwelijke wijze geëxecuteerd. Hoewel zijn meester sympathie kan opbrengen voor de motieven van de opstand, kan hij Louis niet meer redden van de galg. Dankzij het mes dat Shon Wilmoe aan Louis geeft kan Louis laten zien dat hij zelfs wat de dood betreft de vrijheid verkiest boven slavernij en sterft hij door eigen hand.

De originele Papiamentu-uitgave van Katibu di Shon is al lang niet meer verkrijgbaar. Dankzij de Duitse vertaling van Jan A. van der Brugge is de novelle ook weer te lezen in het Papiaments, want tweetalig uitgegeven, mede mogelijk gemaakt door de Curaçaose stichting Fundashon bon Intenshon.

Leo Stappers – Jongens toch, drie romans

Leo StappersLEO STAPPERS
JONGENS TOCH

Drie afzonderlijke, genaaid-gebrocheerde romans, 112, 112 en 104 blz. in boekenhuls. 29,50
ISBN 90 6265 540 8
Eerste druk 2003

Het DRIEvoudige romandebuut JONGENS TOCH van LEO STAPPERS.

Het thema van JONGENS TOCH – boeken van geloof, hoop en liefde – wordt bepaald door het dilemma dood versus leven en loopt daarmee vooruit op het thema van de Boekenweek 2003 (vanaf 12 maart): STYX – LEVEN EN DOOD IN DE LETTEREN. De ingrediënten zijn kunst, esoterie, religie.

Leo Stappers
Met de liefde, de grootste van deze drie, begint JONGENS TOCH. Tegen de klippen op, want neerslachtig zijn ze, verstaan de jongens in RIJM VAN OUDE LIEFDE, de kunst te leven. Zelfmoord wordt wel overwogen, maar afgewezen. Lessus, de hoofdpersoon, schrijft een verhaal. Maar in RIJM VAN OUDE LIEFDE wordt over dat verhaal enkel gepraat. Via allerlei invallen komt de liefde ter sprake, komt liefde tot stand.

Leo Stappers
GROEN GLOORT DE HOOP is het middendeel van het drieluik, een soort divertissement. Spannend en met eenzelfde erotische spanning als `Rijm van oude liefde’. GROEN GLOORT DE HOOP is het verhaal van een driehoeksverhouding. De hoofdpersoon is, zo blijkt langzaamaan, een gewezen prostitué met bijzondere belangstelling voor esoterische kunstvormen. En er is de taal waaraan alle personages duidelijk plezier beleven. Die taal, vooral, laat zien dat de jongens levensvatbaar zijn.

Leo Stappers
In EEN WANKEL GELOOF, EN NOG EEN gaan de jongens met ernst en passie diep in op het overkoepelende thema van JONGENS TOCH, vervat in Heines vers: Schlafen is gut, der Tod ist besser, aber am besten währe: nicht sein. De handeling wordt gegeven in de vorm van een interview. De taal, ook als die in citaten tot hen komt, blijkt voor hen eens te meer een levensvoorwaarde, een manier van leven.

Is de verhaalontwikkeling in de roman episch, op het cerebrale af, de taal is lyrisch, poëtisch, zinderend. En er is volop humor en zelfrelativering. De couleur locale van het Limburgse klinkt door in de bijzondere taal. Leo Stappers (1948), – filosoof, schilder, kenner van de middeleeuwen, bibliothecaris en verzamelaar – zet met JONGENS TOCH een tot nu toe onbekend schrijverschap neer.

“De landschappelijke en stedelijke passages dragen een sterk Peter Handke-handschrift, de bibliofiel-theologische exercities zouden Umberto Eco niet mishagen. Da’s alvast niet niks voor een debuut, maar het knappe moet nog komen. Als een bekwaam vakman heeft Stappers namelijk gezorgd voor een tegenstem in het verhaal. De literatuur heeft er een stem bij gekregen.” – Dagblad De Limburger

Craig Strete – Grootvaders reisdoel

Craig StreteCRAIG STRETE
Grootvaders reisdoel

Amerika, Indiaans, Jeugdroman
Vertaling: Jos Knipscheer
Illustraties Harriet Damave
Gebonden, 60 blz.,
ISBN 90-6265-471-1
Derde editie, eerste druk 1999

Grootvaders reisdoel gaat over een heel bijzondere vriendschap, tussen de schooljongen Kleine Donder (Little Thunder) en zijn in het reservaat levende grootvader Tayhua. Op zijn sterfbed, aan het einde van zijn levensreis, vraagt Tayhua om met zijn kleinzoon alleen te mogen zijn. En als Tayhua ten slotte zijn reisdoel heeft bereikt laat hij Little Thunder niet alleen een prachtig wild paard na, dat hij in een rodeo voor hem heeft gewonnen, maar ook en vooral de kennis en wijsheid waarmee Little Thunder, trots op wat hij zelf is, zijn eigen levensreis pas echt kan beginnen.

De pers over Grootvaders reisdoel
«Een heerlijk en tegelijkertijd ook erg aanvaardbaar wijs boek.» – Lektuurgids

«Ik heb maar weinig goede kinderverhalen over de dood gelezen. Het titelverhaal is er één van. Een waardevolle bundel die voor zowel volwassenen als voor kinderen zeer de moeite waard is.» – En nu over jeugdliteratuur

«Een prettig leesbaar, ontroerend boek. Aanbevolen voor alle leeftijden.» – Prisma Lektuurvoorlichting