«Gebiologeerd door de verscheurdheid tussen oud en nieuw.» – Bart Vonck

Opmaak 1Over ‘De oude wereld moe. Over vernieuwers en voortzetters in de literatuur’ van Stefaan van den Bremt in Poëziekrant (2015-1), 24 januari 2015:
Wie een inleiding wil in vele aspecten van de Frans-Belgische, de Spaanse, maar vooral de Latijns-Amerikaanse poëzie, vindt hier zijn gading. De essays stoelen bovendien op een grondige kennis van de geschiedenis van de poëzie en van de behandelde dichters en hun poëtica. (…) Een thematisch uitwaaierend boek dat vele jaren vertaalarbeid overspant en aan de hand van een vaak herhaald dilemma zowel ingaat op de teksten en hun auteurs zelf als op hun artistieke, maatschappelijke en filosofische context. Is trouw aan ‘zijn’ dichters niet het diepste engagement van de vertaler?
Meer over ‘De oude wereld moe’
Meer over Stefaan van den Bremt bij Uitgeverij In de Knipscheer

Extaze 10 [2014-2] Zomer(sport). Literair tijdschrift

VoorplatExtaze10Extaze 10
Zomer(sport)
Genaaid gebrocheerd, geïllustreerd, 96 blz.
15,00
juni 2014
ISBN 978-90-6265-856-5

Het zomernummer van Extaze 10 gaat ook over zomer (en over zomersporten): Een zonnig, zomers nummer met blauwe luchten, een luchtig liedje, een kleine boulevard, tubes, wickets en rackets… en schaduwen. Met essays, korte verhalen, gedichten en beeldende kunst.

Voor Marc Van den Bossche is wielrennen geen zomersport. Voor hem is hard fietsen op smalle tubes een levenskunst die vier seizoenen duurt. Afzien in regen, wind en sneeuw, en dan, na een urenlange kwelling, de gloed, de extase, het buiten jezelf raken, het moment waarop gedachten, ideeën en schrijfprikkels vorm lijken te krijgen.

Theo Bollerman raakte geïntrigeerd door het tennisballet Jeux, gechoreografeerd door Vaslav Nijinski, met muziek van Claude Debussy en uitgevoerd door Ballets Russes, met Nijinski in de hoofdrol. Is de tennissport hier meer dan entourage? vroeg hij zich af. Is hij een metafoor? En zo ja, waarvan?

Arjen Duinker en Wim Noordhoek bezochten historische cricketplekken in Den Haag en mijmerden over de aard, de ziel en de bekoorlijkheid van het spel.

Korte verhalen van Johan Bordewijk, Peter J. van Dijk, Lisette Erdtsieck, Hein van der Hoeven, Annette van ’t Hull, Lucy Huybregts,
Christien Kok, Joubert Pignon, Nicolette Smabers en John Toxopeus. Gedichten van Erika De Stercke, Rinske Kegel, Herman Rohaert, Jos Versteegen en Niels Vonberg. Beeld (collages) van Diederik Gerlach.
De presentatie van dit nummer zal plaatsvinden in Pulchri, Lange Voorhout 15, Den Haag (Extaze in Pulchri 9), op donderdag 5 juni 2014, aanvang: 20.00 uur.
Meer over Extaze

«De positie van de jeugd in de moderne cultuur. Een interessant nummer.» – Gerard Oevering

VoorplatExtaze9Over Extaze 9 voor NBD Biblion, 01-05-2013:
Extaze is een literair tijdschrift dat het begrip ‘literair’ zeer ruim neemt. Naast poëzie, proza en literaire essays worden ook beschouwingen over beeldende kunst, muziek en film opgenomen. In dit 9e nummer (2014-1) staat in de essays de positie van de jeugd in de moderne cultuur centraal. Boomkens (cultuurfilosoof) vraagt zich af of de voortgaande vernieuwing van het neoliberale marktdenken sterker zal zijn dan de authenticiteit van de jeugd. Oosterling (filosoof) hoopt op een ‘mediale verlichting’ in de opvoeding van de jeugd tot burgerschap in deze wereld van de communicatiemedia. Bakker (mediadeskundige) onderzoekt in ‘De digitale generatie’ het verband tussen mediagebruik, geletterdheid en intellectuele achteruitgang en morele ontreddering. Verder bevat dit nummer verhalen en gedichten van Nederlandse en Vlaamse auteurs over de jeugd, proza van o.m. Breukers, Bruyneel, Gertrude Kunze en poëzie van Delphine Lecompte, Stelle Boelsma. De meesten hebben publicaties in boekvorm op hun naam staan. De sfeervolle illustraties zijn van Stefan Serneels. Een interessant nummer.»
Meer over ‘Extaze 9’
Meer over ‘Extaze’

«Waardevolle visies op taal en dichten.» – Johan Bordewijk

Opmaak 1Over ‘De oude wereld moe. Over vernieuwers en voortzetters in de literatuur’ van Stefaan van den Bremt op Extaze.nl: 6 april 2014:
In ‘De oude wereld moe’ heeft Stefaan van den Bremt een aantal essays gebundeld over grote dichters uit het eind van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. (…) De essays zijn te lezen als gedegen besprekingen van de afzonderlijke dichters. Van den Bremt stuit op interessante overeenkomsten, zoals die tussen ‘Zone’ van Apollinaire en ‘Awater‘ van Nijhoff. Ook is het lonend dichters zelf aan het woord te laten [zoals] de opmerking van Maeterlinck over de waarde van taal: ‘De woorden zijn uitgevonden voor het dagelijks gebruik in het leven en die zeldzame keer dat een of andere vorstelijke ziel hen naar andere oorden leidt, zijn ze ongelukkig, ongerust en verwonderd als landlopers rond een troon.’
De lezer kan in het boek op zoek naar meer van dergelijke waardevolle visies op taal en dichten, ze zijn zeker te vinden. Maar Van de Bremt doet meer dan de schrijvers over hun werk aan het woord laten: hij illustreert de besprekingen met citaten. En dan blijkt dat hoeveel je ook kan filosoferen en essayeren over dichtkunst, hoeveel gedegen duidingen je ook kan schrijven, de echte waarde in het werk zelf besloten ligt. Als voorbeeld een tijdloos citaat van Pablo Neruda over de Spaanse burgeroorlog. Ieder essay is ontoereikend bij deze zinnen als vuistslagen:

‘maar uit elk gedood kind steekt een geweer met ogen,
uit elke misdaad schieten kogels
die vroeg of laat de plek nog vinden
van jullie hart.’

Lees hier de recensie:

Meer over ‘De oude wereld moe’

Meer over Stefaan van den Bremt bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Zonder uitzondering indrukwekkende poëzie.» – Hans van der Heijde

Opmaak 1Over ‘De oude wereld moe. Over vernieuwers en voortzetters in de literatuur’ van Stefaan van den Bremt in Leeuwarder Courant, 7 februari 2014:
In ‘De oude wereld moe’ brengt Van den Bremt vijftien essays bij elkaar over dichters, die het besef gemeen hebben op een breuklijn tussen de oude wereld en moderniteit te staan. (…) Een zestiende essay gaat over het dilemma waar elke poëzievertaler mee worstelt: moet in de vertaling de vorm of de inhoud prevaleren? Aangezien in alle essays uitgebreid uit het werk van de behandelde dichter wordt geciteerd, kan de lezer zelf nagaan welke uitweg uit dat dilemma Van den Bremt geneigd is te kiezen. (…) Zoals gezegd, Van den Bremt voert veel van die, zonder uitzondering indrukwekkende poëzie op, in eigen vertaling. Waar in die dichtregels opgeroepen beelden voor ons, Europeanen van de oude en tegelijkertijd moderne wereld, moeilijk te begrijpen zijn, licht hij toe en verklaart.

Lees hier de recensie

Meer over ‘De oude wereld moe’

«Niets minder dan een verzameling teksten van de afgelopen decennia.» – Maarten Steenmeijer

Opmaak 1Over ‘De oude wereld moe. Over vernieuwers en voortzetters in de literatuur’ van Stefaan van den Bremt voor NBD Biblion, 22 januari 2014:
Bundel opstellen over met name Spaanstalige dichters. (…) Naast bekende dichters als Federico García Lorca, Pablo Neruda en Octavio Paz becommentarieert dichter, essayist en poëzievertaler Van den Bremt ook minder bekende dichters als Jaime Sabines (Mexico), Marco Antonio Campos (idem) en Juan Manuel Roca (Colombia). Daarnaast zijn er essays over Maeterlinck, Apollinaire en Nijhoff. Sommige essays hebben een specifiek thema (zo concentreert het stuk over García Lorca zich op Granada), andere zijn inleidend van aard. Tot slot moet het essay over het vertalen van poëzie genoemd worden.

Meer over ‘De oude wereld moe’

Meer over Stefaan van den Bremt

«Waarom niet eens wél een essaybundel gekocht?» – Chrétien Breukers

Opmaak 1Over ‘De oude wereld moe. Over vernieuwers en voortzetters in de literatuur’ van Stefaan van den Bremt op Dagelijkse Standaard, 21 december 2013:
Essays over dichters die zich in de traditie plaatsten, terwijl ze deze traditie ook ondersteboven haalden. Van den Bremts boek is nergens saai en zou het onder menige kerstboom een aanwinst betekenen. Dit klinkt ironisch, maar is het niet. Integendeel. Waarom niet eens wél een essaybundel gekocht? Nou?

Lees hier verder

Meer over ‘De oude wereld moe’

Meer over Stefaan van den Bremt

«Stefaan van den Bremt koos voor vele monumenten.» – Ezra de Haan

Opmaak 1In deze essaybundel houdt Van den Bremt zich bezig met de vernieuwers en voortzetters in de literatuur. Als goed vertaler heeft hij zich verdiept in het oeuvre van de dichters die hij vertaalde. Soms resulteerde dat in eigen gedichten waarvan de inhoud, taal of gedachte tot door hem vertaalde dichters te herleiden is. Juist doordat hij inzicht geeft in dichters als Nijhoff, Roca, Apollinaire, Paz of Neruda wordt hun werk nog interessanter. Blauw slik en De oude wereld moe vormt een twee-eenheid en daarom horen deze boeken ook naast elkaar in de boekenkast van iedere poëzieliefhebber te staan. Juist de combinatie zal keer op keer tot herlezen leiden. Waar de Colombiaanse dichter Juan Manuel Roca een monument voor Niemand schreef, koos Stefaan van den Bremt voor vele monumenten voor Iemand.

Lees hier de recensie

Meer over “De oude wereld moe’

Meer over Stefaan van den Bremt

«Van den Bremt onderzoekt de houding van schrijvers en dichters tegenover de moderniteit.» – Hugo Brems

Opmaak 1Over ‘De oude wereld moe. Over vernieuwers en voortzetters in de literatuur’ van Stefaan van den Bremt:
In 16 essays onderzoekt de auteur de houding van schrijvers en dichters als Nijhoff, Maeterlinck, Verhaeren, Ocavio Paz, Federico Garcia Lorca en tal van anderen, tegenover de moderniteit, tegenover de breuk tussen de oude en de nieuwe wereld. Die essays en vertalingen vormen het complement van zijn eigen poëzie. (…) Zij fungeren als elementen van een dialoog tussen Van den Bremts denken en dichten en dat van wie hem omringen of zijn voorgegaan. Hun woorden zijn aangeslibd in zijn eigen taal.

Lees hier
verder
Meer over “De oude wereld moe’

Meer over Stefaan van den Bremt

Jo Otten*Kritisch en verhalend proza. Verzameld werk, deel 2

edgar cairo
JO OTTEN
Kritisch en verhalend proza
Verzameld werk, deel 2

Ingenaaid met flappen, 248 blz. € 18,50
2013
ISBN 978-90-6265-818-3

Bezorgd en ingeleid door
Rob Groenewegen

«Wankel is het bestaan, wankel is de mens
en zekerheid is nooit zekerheid»
– Jo Otten (1901-1940)

In zo’n twintig jaar tijd schreef de Rotterdamse auteur Jo Otten (1901-1940) verhalen, kritieken en essays waarin hij zijn ‘mobiliserende’, maar bij tijden ook pessimistische wereldbeeld op een modernistische wijze wist vorm te geven. De romanticus Otten gebruikte het gevoel, de intuïtie, de droom en de verbeelding in zijn werk om zich staande te kunnen houden in een wereld die aan wetten en conventies onderworpen was. Op die manier dreigde het leven volgens hem aan voorspelbaarheid ten onder te gaan, en in een starre wereld van gelijkvormigheid weigerde Otten te leven.
Hij protesteerde ook tegen een samenleving waarin men elkaars ideeën en opvattingen deelde. Zo’n wereld van eensgezindheid en gebrek aan spanning was in zijn optiek van een dodelijke saaiheid. Er waait steevast een frisse wind in Ottens universum: oude denkbeelden vallen er na verloop van tijd als bladen van de boom, nieuwe groeien in ijltempo aan. Grenzen zijn in zijn dynamische gedachtegang van betrekkelijke betekenis. In Ottens verhalend proza hangt de angst als een
constante nevel over het onzekere bestaan van zijn verhaalfiguren. Die angst bepaalt het grondthema van zijn diverse verhalen en daarmee feitelijk het spectrum van Ottens onrust. Maar hoezeer het tegendeel ook het geval lijkt, de angst ervoer hij tevens als troost, als een ‘dierbare vijandin’, die juist sturing aan het leven van deze eigenzinnige wereldreiziger gaf.
Wie de moeite neemt om nader toe te zien, ontdekt in dit uitzonderlijke werk Ottens eigenheid en authenticiteit. Wie geen aandacht krijgt, die bestaat immers niet, zelfs niet wanneer hij leeft op duizend plaatsen.

«De angst is voor deze auteur een ongeneeslijke,
wurgende ziekte en tegelijk een soort huisdier
waar hij niet meer buiten kan.»
– Victor E. van Vriesland (1892-1974)