Francisco Borja da Costa – De schreeuw van Maubere

Francisco Borja da Costa
De schreeuw van Maubere
Strijdliederen voor het volk van Oost-Timor

Oorspronkelijke titel Poesias Revolicionárias e de Luta Contra o Colonialismo
Oost-Timor, poëzie
Vertaling uit het Portugees
Paperback 32 blz.
ISBN 90-6265-17-1
Eerste editie in Mandalareeks 1979

Op 7 december 1975 vielen Indonesische troepen hun buurland Oost-Timor binnen. De onafhankelijkheid van Maubere, het volk van Oost-Timor, was toen negen dagen oud. Tijdens de invasie werd in Dili, de hoofdstad, een wreed bloedbad aangericht. Eén van de vele slachtoffers die dag was Francisco Borja da Costa.
Met Borja’s dood werd de stem van een groot dichter tot zwijgen gebracht. Zijn gedichten – deels in het Tetum, deels in het Portugees – tekenen de roerige periode sinds het einde van de Portugese overheersing (1974) tot aan de Indonesische invasie – een tijd van armoede, van bloedige interventies, maar ook van opbouw, van alfabetiseringscampagnes, van een groeiend besef van eigen kracht. Ze zijn de schreeuw van een volk dat na eeuwenlange koloniale onderdrukking vecht voor een eigen culturele en politieke identiteit.

Francisco Borja da Costa werd geboren op 14 oktober 1946 in Fatu Berliu, aan de zuidkust van Oost-imor, als zoon van een inheems dorpshoofd. Net als vele andere Fretilin-leiders genoot hij een opleiding aan een Jezuïeten-college. Al vroeg maakte hij deel uit van een anti-koloniale groep. Van 1973 tot midden 1974 verbleef Borja in Lissabon, waar de ontwikkelingen rond de Anjerrevolutie zijn politieke inzichten verdiepten. Na zijn terugkeer werd hij een van de leiders van het Fretilin. Op 7 december 1975, op 29-jarige leeftijd, werd hij tijdens de Indonesische invasie vermoord.