«Aya Zikken kon heel goed schrijven.» – Maria Bastiaens

VoorplatTanimbar75Over ‘De Tanimbar-legende’ van Aya Zikken in Boekblad, 21 mei 2017:
Ter gelegenheid van het jubileum brachten jullie in samenwerking met uitgeverij In de Knipscheer een herdruk van ‘De Tanimbar-legende’ van Aya Zikken uit. ‘Dat is ook een schrijver die hier goed past. Aya Zikken kon heel goed schrijven en laat je in haar verhalen echt voelen en ruiken aan een land. Het is soms zo jammer dat boeken in Nederland zo snel worden verramsjt. Na twee jaar zijn titels vaak al niet meer leverbaar. Uitgeven is een soort ratrace geworden, de drang om een bestseller te scoren is zo groot dat de meeste boeken maar een korte levensduur hebben. Van een goede Nederlandse schrijfster als Aya Zikken was niets meer te krijgen, daarom hebben we het initiatief genomen voor een herdruk. Tegelijk verscheen bij Rainbow ook een heruitgave van reisverhalen van Kees Ruys, de biograaf van Aya Zikken (‘Alles is voor even’).’
Lees hier het interview
Meer over ‘De Tanimbar-legende’
Meer over ‘Alles is voor even. Het bewogen schrijversleven van Aya Zikken. Biografie’

«Een grote scheppingsdrang en een enorme durf.» – Jan Brokken

voorplatwarburg75Over ‘Het dilemma van Otto Warburg’ van Eric de Brabander in Huize de Pinto, 12 oktober 2016:
Ik vraag me af waarom ik niet heb zien aankomen dat Eric de Brabander de grote thema’s zelf zou gaan beschrijven, in zijn romans Het hiernamaals van Dõna Lisa, Hot Brazilian Wax en De supermarkt van Vieira. En waarom hij me telkenmale maar weer vroeg naar dat dagenlange interview dat ik met Gabriel García Marquez maakte, en waarin hij herinneringen ophaalde aan Willemstad. Of waarom hij opeens alle boeken van Alvaro Mutis wilde lezen nadat ik hem verteld had over de verpletterende indruk De boeken van de onstuimige zuidenwind op me gemaakt hadden. Het is allemaal terug te vinden in die boeken van hem, want als er nu twee schrijvers zijn die passen bij het temperament van Eric de Brabander dan zijn het García Márquez en Mutis. (…) Na die drie romans dacht ik dat Eric de Brabander een echte Caribische schrijver zou worden met een Caribische thematiek. In zijn vierde roman, Het dilemma van Otto Warburg, verbreedt hij zijn onderwerp echter aanzienlijk, duikt hij de geschiedenis in en stuit hij op universele dilemma’s. En dat vind ik getuigen van een grote scheppingsdrang en een enorme durf.
Meer over ‘Het dilemma van Otto Warburg’
Meer over Eric de Brabander op deze site

«Boeli van Leeuwen is voor mij de Gabriel García Márquez van het Nederlandse taalgebied.» – Sheila Sitalsing

Vreemdeling op aardeOver ‘Een vreemdeling op aarde’ van Boeli van Leeuwen in De Volkskrant, 21 juli 2012:
De beste klassieker is Een vreemdeling op aarde van de Curaçaose schrijver Boeli van Leeuwen. Ik heb dit boek voor het eerst gelezen toen ik 16 jaar was. Van Leeuwen is voor mij de Gabriel García Márquez van het Nederlandse taalgebied. Hij gebruikt een hoop woorden en beeldspraak en schrijft prachtig. In dit boek praat hij over de eenzaamheid van de tropen; heel zwaarmoedig maar ook ontzettend mooi. Van Leeuwen is nu al een tijdje dood. Ik heb ‘m ooit mogen interviewen voor de schoolkrant. Dat was een hoogtepunt uit mijn carrière.
Lees hier verder
Meer over Sheila Sitalsing op deze site
Meer over ‘Een vreemdeling op aarde’

«Boeli van Leeuwen is een ‘literaire vader’ van Tommy Wieringa.» – Ana van Leeuwen

geniale anarchieTommy Wieringa over zijn jeugd op Aruba en Curaçao en over Boeli van Leeuwen in Amigoe, dinsdag 20 januari 2015:
Wieringa’s uitverkochte lezing, vorige week in de Belle Alliance van het Avila Hotel op Curaçao, ging vooral over zijn mooie jeugd op Aruba, waar hij meer dan lyrisch over is. (…) Hij kwam in de jaren negentig als twintiger naar Willemstad, waar hij een bestaan wilde opbouwen. Op Curaçao begon Wieringa toen ook met de eerste exercities om ‘serieus te schrijven’. Een nieuwe droom was geboren. Misschien ging dat in het begin zeker niet best, maar het proces, dat niet meer te stoppen was, was begonnen en later kwam daar ook de grote liefde voor Boeli van Leeuwen en zijn werk bij. Deze auteur is een ‘literaire vader’ van Wieringa geworden. ‘Als je iemand écht bewondert, wil je hem aanraken, een stukje van hem hebben, hem verorberen en hopen dat je iets van dat talent kan stelen. Dat wilde ik met Boeli van Leeuwen. (…) Ik wist niet dat de Nederlandse taal zó mooi kon zijn tot ik zijn werk las. Ik heb gehuild bij het verhaal ‘The rest is silence’ [uit: Geniale Anarchie].’
Lees hier het artikel of hier in de Amigoe
Meer over Tommy Wieringa op deze website
Meer over Boeli van Leeuwen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Over tradities, manipulatie, list, bedrog en levenswater dat moet vloeien.» – Janneke Siebelink

DuivelsklauwVoorplat75Felicita Vos over ‘Duivelsklauw’ in een interview op bol.com/boekenredactie, 18 september 2014:
‘Ik heb eerst de verhaallijn uitgebroed, daarna volgde een periode van research. Zo heb ik alle plaatsen uit het boek bezocht, ben ik in archieven gedoken, heb ik met experts op het gebied van WO II gesproken, maar ook met mensen die in wijken wonen waar het verhaal zich afspeelt, ik heb geput uit mijn eigen kennis rondom de Romacultuur, tradities en gebruiken en ga zo maar door. Na de onderzoeksfase ga ik schrijven, lezen, schrappen, herschrijven net zo lang tot er een eerste versie ligt.’
Lees hier het artikel of hier
Kijk hier naar de trailer
Meer over ‘Duivelsklauw’

«Suïcideslachtoffers gaan twee keer dood.»

Azijn in mijn aderenOver ‘Azijn in mijn aderen’ van Orchida Bachnoe in interview met Sehrish Hussain in Virtual Beauty, juli-augustus 2014:
‘Azijn in mijn aderen’ is expliciet gericht op jongeren. Ik wilde hun een stem geven omdat ze vaak zo worstelen met het leven en daar moeilijk over kunnen praten. Bovendien rust er op het onderwerp van suïcide een groot taboe in de Hindostaanse gemeenschap. Suïcideslachtoffers gaan daarom twee keer dood; de eerste keer na hun overlijden en de tweede keer doordat ze worden doodgezwegen.
Lees hier het interview
Meer over ‘Azijn in mijn aderen’
Meer over Orchida Bachnoe

«Ik zoek dat ook in mijn werk. Het schuren, culturen die haaks op elkaar staan, die wankelen.»

Felicita Vos_21Klein‘De favoriete literaire bestemmingen van Felicta Vos’ op De literaire toerist, 25 maart 2014:
Mario Vargas Llosa nam me in zijn roman Het woord van de verteller mee naar Florence. Hij wist me te betoveren toen hij schreef dat zijn personage naar Florence was gekomen om Peru en de Peruanen even te vergeten. Dat wat hij ontvluchtte, vond hem in Florence, in de Santa Margheritasteeg en juist dat schuren, het in de war schoppen van plannen die bij hem een klein innerlijk bloedbad tot stand brachten en zijn leven weer eens op zijn kop zette, vind ik zo mooi.
Ik zoek dat ook in mijn werk. Het schuren, culturen die haaks op elkaar staan, die wankelen. In mijn nieuwe roman Duivelsklauw, die zich overigens niet in Italië, maar op verschillende plaatsen in Nederland, Duitsland en België afspeelt, is dat ook een thema.

Lees hier het interview

Meer over Felicita Vos

Mooie woorden (4) over Devah van Jacques Thönissen

De pers over ‘Devah’:

«Deze roman is een zoektocht van de hoofdpersoon door Oost-Europese landen naar de zigeunerin Devah, een mysterieus persoon. In eerste instantie is Devah simpelweg de aangenomen dochter van Leo, de vader van hoofdpersoon van het boek. Toen Louise, de vrouw van Leo, Devah niet in huis tolereerde, is zij opgevoed door Leo’s boezemvriend Herr Müber die in Wenen woont. Naarmate het boek vordert wordt gesuggereerd dat Devah en de hoofdpersoon elkaar al kennen uit een eerder leven. Hij was toen een tempelier-monnik die Gregorio heette en Deva een zigeunermeisje dat Egipta heette. Ook lijkt Sirene, een vrouw die vanaf de kindjaren van de hoofdpersoon aan hem verschijnt in zijn dromen, steeds meer samen te vloeien met Devah. De auteur voert ons door een spannende speurtocht met verrassende wendingen. Een spannend boek dus.» – Walter Palm voor NBD/Biblion

«Wat onmiddellijk opvalt aan deze bijzonder knap geschreven roman, is de heldere, no nonsens stijl. In de roman gaat het niet om de landen en de beschrijvingen van die landen, maar om de mensen en hun verhoudingen. Langzaam wordt duidelijk dat er een relatie tussen Devah en de hoofdpersoon bestaat die zowel horizontaal als verticaal de tijd doorklieft. Ik zou me kunnen voorstellen dat een Europees-Nederlandse recensent deze roman direct zou vergelijken met het werk van de grote Zuid-Amerikaanse magisch realistische auteurs, ware het niet dat het Zuid-Amerikaanse continent in Devah niet aangedaan wordt. Maar Thönissen overstijgt een dergelijke vergelijking. Hij heeft het magisch realisme van de twintigste eeuw in een nieuw jasje gestoken. Sterker nog, hij heeft een nieuw soort magie uitgevonden. Voor zover Harry Mulisch dat nog niet gedaan had in ‘De ontdekking van de hemel’. » – Eric C. de Brabander in Amigoe

«Veel van de handelingen van de hoofdpersoon, die net de kunstacademie heeft afgerond, worden gestuurd door Sirene, een vrouw die alleen in zijn dromen bestaat. Hij vindt op een rommelmarkt een door zijn vader gemaakt meisjesportret, koopt het en brengt het naar hem terug. Als deze de tekening ziet, zakt hij ineen en kan alleen nog maar ‘Lviv… Lviv…’ en ‘Devah… Devah…’ uitbrengen voor hij sterft. Die laatste woorden zetten de zoon aan tot een lange zoektocht naar Devah – het meisje op het portret – die hem onder meer in Oekraïne en Indonesië brengt. (…) Thönissen slaagt er in zijn roman in om droom en werkelijkheid geloofwaardig bijeen te brengen. Toch blijft het een duidelijk magisch-realistisch boek. Net als de boeken van Zuid-Amerikaanse schrijvers als Gabriel Garcia Marquez en Paulo Coelho, die hij bewondert.» – Adri Gorissen in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad

«Jacques Thönissen richtte zich met zijn schrijven aanvankelijk op Aruba en enkele sociaal-economische problemen van dit eiland, maar heeft zich in de loop van zijn schrijverschap veel meer gericht op persoonlijke algemeen menselijke problemen ten opzichte van de totale wereld waarin we leven: de thematisering van ‘a sense of belonging’. (…) Ook in Devah is er sprake van een geheimzinnige speurtocht naar een persoonlijk verleden en een geheimzinnige familiegeschiedenis. Die zoektocht neemt de lezer mee naar relatief recente politieke problemen in Oost-Europa, maar voert ook – via een uitvoerig ingelast verhaal van een oude herder – terug tot de historische kruistochten. Het belangrijkste is dat de hoofdpersoon niet van opgeven weet en doorgaat tot de oplossing er uiteindelijk is, waarbij hij voortdurend gebruik weet te maken van zijn kunstzinnig tekentalent.» – Wim Rutgers in Antilliaans Dagblad

«Denk alleen maar aan Spaanstalige schrijvers als Gabriel García Márquez en Isabel Allende, beiden belangrijke vertegenwoordigers van het magisch realisme. Net als zijn illustere voorgangers is ook Thönissen een meesterverteller. Hij laat op overtuigende wijze zien dat er meer is tussen hemel en aarde en dat de dingen niet gebeuren zonder reden. Ook heeft hij zijn verhaal omgeven met een prettig uitgebalanceerde raadselachtigheid en ontvouwt het verhaal zich op precies het juiste tempo. Thönissen neemt de lezer mee in een wondere wereld zonder te haasten of te verwachten van de lezer dat deze het bovennatuurlijke als waar aanneemt.» – Rosalien Koster op Literairnederland.nl

Mooie woorden (7) over Het hiernamaals van Doña Lisa van Eric de Brabander

«Na de onlusten op 30 mei 1969 op Curaçao waarbij de hoofdstad Willemstad in brand werd gestoken kiezen Boyo Raven (tandarts), Kai Drop (oom van Boyo) en JonJon (monteur en halfzijdig verlamd) het ruime sop. Ze koersen naar Venezuela om een nieuwe polyesterboot te kopen, maar dan treedt een onverwachte wending in het verhaal op als Bebé, de bouwer van de boot, per ongeluk een man doodt. In allerijl vertrekken Boyo, Kai en JonJon naar Curaçao met de polyesterboot op sleeptouw. Dramatische gebeurtenissen volgen. Opmerkelijk van dit uitstekend geschreven boek is dat Dertig Mei niet alleen symbool staat voor een afgebrande stad, maar ook wordt geportretteerd als de voorbode van een nieuw tijdperk waarin de samenleving minder gesegmenteerd is naar kleur en afkomst. Deze roman is uniek in de Curaçaose literatuur omdat ze gaat over het eiland Curaçao, over de zee die het eiland omringt en over het vasteland aan de overkant.» – drs. O. Bachnoe voor NBD/Biblion

«Lang, erg lang werd de Antilliaanse literatuur bepaald door drie auteurs: Boeli van Leeuwen, Tip Marugg en Frank Martinus Arion. Toch werd er reikhalzend naar een nieuwe generatie Antilliaanse schrijvers uitgekeken. Het wachten werd in 2003 beloond met De engelenbron van Erich Zielinski. Eric de Brabander is de tweede auteur die voor nieuwe Antilliaanse literatuur gaat zorgen. Net als bij het debuut van Zielinski merk je direct de invloed van de Zuid-Amerikaanse literatuur in zijn roman Het hiernamaals van Doña Lisa. Hier schrijft een verhalenverteller, iemand die vanaf de eerste regel weet hoe hij de lezer bij zijn kladden moet pakken, hem overal heen sleurt en zodanig weet te boeien dat hij het liefst meteen weer opnieuw zou beginnen met het lezen van de roman. Ik moest bij het lezen aan Kroniek van een aangekondigde dood van Gabriel García Márquez denken. Met eenzelfde onontkoombaarheid begint de roman, alles ligt al vast, de rol van de personages, het toeval, het lot. En toch blijf je geboeid tot de laatste regel.» – Ezra de Haan op Literatuurplein.nl

«De Brabander vertelt het verhaal van drie boezemvrienden, mannen op leeftijd. Tandarts Boyo Raven, Kai en JonJon, die in een rolstoel zit. Het verhaal speelt tegen de achtergrond van 30 mei 1969, een van de roerigste perioden uit de geschiedenis van Curaçao. (…) Het aardige van De Brabanders werk is dat het Curaçao in een grotere, Zuid-Amerikaanse context plaatst. In Nederland bestaat nogal eens de neiging om het eiland af te doen als geïsoleerd en in zichzelf gekeerd. Niets is minder waar. Op een steenworp afstand ligt Venezuela. Vele latino’s bevolken de Antillen. Qua schrijfstijl is de roman onderhoudend, hoewel de auteur soms ingaat op de geschiedenis van Venezuela, zonder dat dit in het geheel van het verhaal past. De sfeer die De Brabander neer weet te zetten, is wel treffend.» – Mark Weenink op Chispa.nl

Meer over ‘Het hiernamaals van Doña Lisa’

Jacques Thönissen – Devah

Jacques Thönissen
Devah

Roman. Nederland
Ingenaaid, 320 blz.,
ISBN 978-90-6265-652-3 € 19.50
Eerste druk 2010

Ik bracht de foto dichter bij mijn ogen en focuste op het verlegen
lachend meisje op de achtergrond. Haar gezichtje lichtte op, en als door mijn oog ingezoomd, vergrootte het zich uit, kwam als het ware op mij af. Ik draaide de foto om. De datering stond in pa’s typische, aan de voet afgeplatte blokschriftletters. Devah 22-8-85, las ik. 22 augustus: mijn geboortedag, 1985: toen werd ik acht. Mijn mond viel open.

Een net afgestudeerde student aan de kunstacademie treft op een rommelmarkt een tekening van een jong meisje aan, gesigneerd door zijn vader. Wanneer hij zijn vader met het portret confronteert, valt deze dood neer. Om de identiteit van het meisje te achterhalen begint de ik-persoon een zoektocht die hem door verschillende Oost-Europese landen voert. Daarbij wordt hij gestuurd en geïnspireerd door Sirene, een figuur uit zijn droomwereld, met wie hij van kinds af aan is meegegroeid naar volwassenheid.

Devah is een boek waarin de herinnering wedijvert met droombeelden, en droombeelden aanschurken tegen de werkelijkheid van het heden. Wie vergeten was wat het magisch realisme ook alweer inhield, wordt met Devah op zijn wenken bediend. Thönissen toont het, ontvouwt het.

Aruba is sinds een halve eeuw het tweede vaderland van Jacques Thönissen. Na zijn carrière in het onderwijs als o.a. leraar Spaans aan en directeur van het Augustinus College in San Nicolas, wijdt hij zich aan het schrijven met drie Arubaans-Caraïbische romans: Tranen om de ara, Eilandzigeuner en De roep van de troepiaal. Vanaf 2000 schrijft hij tevens drie kinder- en jeugdboeken die ook in het Papiaments zijn verschenen.