‘Overlappen’ van Inge Nicole op Laurens Jz. Coster

VoorplatMaanbrief-75Laurens Jz. Coster plaatst sinds jaar en dag onder redactie van Raymond Noë iedere werkdag een gedicht op het gelijknamige blog. Het gedicht wordt ook geplaatst op Neerlandistiek.nl. Op 17 februari 2020 is het gekozen gedicht ‘Overlappen’ van Inge Nicole (1968) uit haar dit jaar verschenen debuutbundel ‘Maanbrief aan het getij’. Een aantal gedichten uit de bundel is geïnspireerd op kunstwerken. ‘Overlappen’ is geschreven bij Black gradients (17 x India) van Carina Ellemers.

Overlappen

‘Het zijn geen grijzen,’ zegt ze, in de golven
van het laken langs de lijn zweemt bleek oker
zigzagt stipsgewijs het denken door, ‘voel aan

dit tere weefsel rondom een houten geraamte
zie mensen plooien en blijven steken of stikken
in wat uiteen dreigt te vallen.’ Doorschijnend zijn

de sleetse rafelranden over nerven gevouwen
‘raak mij gerust aan – graag zelfs – misschien
dat wij elkaar in onregelmatigheden treffen’

het gaat om details; weeffoutjes en onderhuidse
schaduwplekken, laat de leegloop maar los
na verloop van tijd vallen er vanzelf gaten.

Meer over ‘Maanbrief aan het getij’
Meer over Inge Nicole bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Mystiek-realisme in imposante constructies.» – Brede Kristensen

VoorplatGrenstekens-75Over ‘Grenstekens’ van Scott Rollins in Ñapa (Amigoe Curaçao), 1 februari 2020:
(…) Rollins, afkomstig uit New York, studeerde Nederlands en kwam zodoende als student naar Nederland. Met zijn Curaçaose vrouw komt hij ook regelmatig naar Curaçao. Zijn poëzie getuigt daarvan. En getuigt van nog veel meer. (…) Poëzie waarover we als lezer moeten nadenken, waarvan de strekking pas langzamerhand tot ons doordringt. Ik heb de bundel twee keer doorgelezen en sommige gedichten vaker. Het laatste gedicht ‘Landschap van verlangen’ sprong er bij me uit: schitterend. (…) Welk gedicht fascineert mij het meest? (…) ‘Ici repose Celestine August’ (hier rust Celestine August). (…) Het gedicht ontroerde me zeer, het contrast tussen het aardse verval dat zo verschrikkelijk helder ons bestaan verbeeldt en aan de andere zijde de hemelse bestemming van deze onbekende vrouw Celestina August. (…) Wat een onvergetelijk gedicht. Wat een voorbeeld van mystiek-realisme. Voor mij kon de bundel niet meer kapot. (…) Scott Rollins kijkt en prikt graag door onze dagelijkse maniertjes en pleziertjes heen. Ontnuchterend geeft hij ons als lezers heel wat te denken. (…) Scott Rollins is geen dichter van gevoelens. Eerder een dichter van gezichten en gedachten die gevoelens oproepen. Tenminste, als de lezer zich de moeite getroost om ‘door te denken’ wanneer de dichter zich lijkt in te houden. (…). Maar dat betekent geenszins dat de gedichten niet ‘af’ zouden zijn. Dat zijn ze juist in hoge mate. Het zijn vaak zelfs imposante constructies, waarbinnen de lezer kan ronddwalen. (…)
De ‘Amigoe’ heeft liever niet dat we de gehele recensie via internet openbaar maken. Belangstellenden buiten Curaçao kunnen evenwel de recensie opvragen bij de uitgever indeknipscheer@planet.nl
Meer over ‘Grenstekens’
Meer over Scott Rollins bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Inge Nicole ziet schoonheid ook in lelijke dingen.» – Hettie Marzak

VoorplatMaanbrief-75Over ‘Maanbrief aan het getij’ van Inge Nicole op MeanderMagazine, 3 februari 2020:
(…) De bundel is onderverdeeld in drie afdelingen van elk veertien gedichten. De afdelingen refereren aan de stand van de getijden van de zee: Hoogwater, Springtij en Doodtij. Ze lopen daarmee parallel aan de levensloop van elk mens. (…) Inge Nicole heeft de dood dan ook geenszins geschuwd in haar gedichten: de dood van haar vader is een terugkomend onderwerp, maar ook het rottingsproces van een dode vis wordt in ‘Neerslag in een spoelbak’ akelig nauwkeurig beschreven, net als een veld met gesneuvelde soldaten in de Eerste Wereldoorlog in ‘Rekwisiet in landschap’. De dichter kijkt met de blik van de beeldende kunstenaar en ziet daarom de schoonheid ook in lelijke dingen. Ze heeft de gave om zich heel goed in een ander te kunnen verplaatsen, of dat nu een ding, een dier of een mens is en ze schroomt niet om daarbij duidelijk in detail te treden, zoals in het beklemmende gedicht ‘Geknakt’ bij een foto van een Japans meisje. (…) Kwalitatief gezien maakt het niet uit of de gedichten gemakkelijk te doorgronden zijn of niet: de moeilijkheidsgraad bepaalt niet de intensiteit. Een relatief duidelijk en eenvoudig gedicht als ‘Geknevelde knuffels’ bij een afbeelding van een speelgoedbeest met een zak over zijn kop en een riem strak aangetrokken om zijn ledematen blijkt heel goed in staat om een wrange en onbehaaglijke indruk achter te laten. (…) De titel van de bundel brengt de aantrekkingskracht van de maan op het water in gedachten en de wisselwerking tussen maan en aarde. Zo beïnvloeden zij elkaar wederzijds, zoals ook de gedichten in deze bundel zich beurtelings met het ‘hogere’ en het ‘lagere’ bezighouden. Op het eerste gezicht lijkt de poëzie van Inge Nicole onschuldig; pas bij nadere beschouwing wordt een onderhuidse dreiging waarneembaar. Zoals ook de schoonheid van het getij verraderlijk kan zijn.
Lees hier de recensie ‘Twee keer kijken’
Meer over ‘Maanbrief aan het getij’
Meer over Inge Nicole bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Beurtelings huiveren en genieten.» – André Oyen

VoorplatMaanbrief-75Over ‘Maanbrief aan het getij’ van Inge Nicole op Lezers tippen lezers, 9 januari 2020:
(…) Haar novelle ‘De tranen van de zeegans’ werd in 2012 bekroond met de Rabobank Cultuurprijs Letteren. (…) Inge Nicole werkt vaker met beeld. Zo exposeerde ze in 2018 bij de Kunstuitleen van Alkmaar met werk van haar romanpersoon uit ‘De blauwdruk van Capgras’. En nu is er haar debuutdichtbundel ‘Maanbrief aan het getij’. (…) Veel gedichten belichten het menselijk tekort en onze sterfelijkheid. De linken die de dichter legt tussen woord en beeld zijn soms heel confronterend zoals bijvoorbeeld bij het gedicht ‘Rekwisiet in het landschap’ waar de combinatie woord en beeld schrijnend confronterend is. Het is beurtelings huiveren en genieten in deze bundel.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Maanbrief aan het getij’
Meer over Inge Nicole bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Treffende, beeldrijke poëzie van fijnzinnige dichter.» – Janine Jongsma

VoorplatHuisHuid30075Over ‘Huis Huid’ van Theo Monkhorst op MeanderMagazine, 23 december 2019:
(…) De gedichten in ‘Huis Huid’ getuigen van een fijnzinnige dichter die aansprekend schrijft. Als lezer dwaal je met de ‘ik’ mee door het huis, zie je de schilderijen en de foto’s. Hoor je de klanken van de muziek en loop je met hem mee over de ‘O, eeuwenoude Okergele Planken, warm als zand (…) waarop mijn nest rust (…)’. Treffende, beeldrijke poëzie.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Huis Huid’
Meer over Theo Monkhorst bij Uitgeverij In de Knipscheer

«De betekenis van een huis haast visueel gemaakt.» – André Oyen

VoorplatHuisHuid30075Over ‘Huis Huid’ van Theo Monkhorst op Lezers tippen lezers, 2 december 2019:
(…) In zijn nieuwe dichtbundel ‘Huis Huid’ beschrijft de dichter in zesentwintig gedichten het huis als leefvorm voor mensen en andere wezens. Dat huis hoeft beslist niet van steen of hout te zijn maar kan ook een huid zijn. (…) ‘Huis Huid’ is een prachtbundel waarin de poëtische verbeelding alle ruimte krijgt om de betekenis van een huis haast visueel te maken.
Lees hier het signalement
Meer over ‘Huis Huid’
Meer over Theo Monkhorst bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Tot aan zijn dood, ruim een halve eeuw later, zou ze zijn Muze en ‘Princesse lointaine’ zijn.» – Fred de Haas

Opmaak 1Presentatie ‘Blijf nog wat’ van Elis Juliana en Margarita Molina door Fred de Haas tijdens Welkom in het Kleurrijk, 8 september 2019:
(…) De onderzoekende blik in haar ogen verried, ondanks de gevorderde leeftijd, een scherpe intelligentie. In de kamer, behalve het gebruikelijke, ook vele herinneringen aan de tropen, waaronder pentekeningen en werken van Elis Juliana. Gedichten in het Nederlands van Elis die aan haar waren opgedragen en die het onderwerp zouden zijn van mijn bezoek aan haar. (…) Zij ontmoette hem toen ze in 1963 haar eerste schreden zette op de roodbruine aarde van Curaçao. (…) Tot aan zijn dood, ruim een halve eeuw later, zou ze zijn Muze en ‘Princesse lointaine’ zijn, een tijd die zij later in schitterend Nederlands proza zou beschrijven onder de titel Schaduwvrouw. (…) Nu ligt er, jaren later, een bundel voor me waarin Elis Juliana zijn Muze bezingt in toegankelijke liefdespoëzie. In het Nederlands, dat hij even goed beheerste als zijn moedertaal, het Papiaments waarin hij zijn volk zoveel moois heeft geschonken.
Lees hier de hele tekst van de presentatie door Fred de Haas in Podium Mozaïek
Meer over ‘Blijf nog wat’
Meer over ‘Schaduwvrouw’
Meer over Elis Juliana op deze site
Meer over Margarita Molina op deze site

Hilda de Windt Ayoubi – Geef me je taal. Dat ik je beter versta. Gedichten

Opmaak 1Hilda de Windt Ayoubi
Geef me je taal. Dat ik je beter versta
Duna mi bo idioma. Pa mi por komprondé bo mihó

gedichten
Curaçao
gebrocheerd in omslag met flappen, 238 blz.,
€ 22,00
eerste uitgave 2019
ISBN 978-90-6265-781 0

Taal is alles voor Hilda de Windt Ayoubi. Als kind van Libanese ouders groeide ze op te Curaçao. Desalniettemin noemt ze zichzelf ‘analfabeet in het Libanees’. Met name ‘minderheidstalen’ zoals het Papiamentu draagt ze een warm hart toe. Haar interesse voor tweetaligheid, meertaligheid, codewisseling, taalcontact, mediataal, en de sociale en emotionele implicaties van het behoud of verlies van moedertalen, vormde de basis voor deze indrukwekkende, deels tweetalige dichtbundel. Geef me je taal. Dat ik je beter versta is een ode aan taal en aan hen die zich daarvoor inzetten. In het bijzonder de twee linguïsten die veel betekenden voor het Papiamentu: Frank Martinus Arion en, tevens voor andere inheemse talen, Pieter Muysken. Arion die de eerste school met Papiamentu als instructietaal heeft opgericht, Muysken die vele inheemse talen van Zuid-Amerika voor de ondergang behoedde, door ze te onderzoeken en te registreren.

De bundel bestaat uit drie onderdelen: ‘Taal staat nooit stil’, waar in gedichten het belang van taal en het behoud van met name de kleine talen wordt behandeld; ‘Wond en balsem’, het deel dat ingaat op Arions leven, zijn poëzie en zijn roman Dubbelspel, Muyskens conserveren van talloze Indiaanse, Zuid-Afrikaanse en Creoolse talen van Suriname en zijn bijdrage aan het Papiamentu van de Benedenwindse Eilanden, en ‘Papiamentu voor altijd’, het haast vanzelfsprekende sluitstuk van deze bundel in tweetalige gedichten: Duna mi bo idioma. Pa mi por komprondé bo mihó.

Het boek bevat ook een bibliografie en een omvangrijk deel met notities. ‘Een taal is niet dood, een taal leeft, groeit, neemt over van andere talen, leent aan andere talen. Hoewel elke taal regels heeft, kan niets dit natuurlijk proces stoppen’, leerde Hilda de Windt Ayoubi van Arion en Muysken. Dat ze hun wijze woorden ten harte heeft genomen blijkt uit deze imposante dichtbundel: Degene die de taal en cultuur der minderheden helpt conserveren helpt tevens bij de herleving van de wereldvrede.

Hilda de Windt Ayoubi (Curaçao, 1951) hield zich haar hele leven bezig met Taal. Ze was 30 jaar lang leraar Spaanse Taal aan de middelbare school en acht jaar docent Communicatie en Pedagogiek op de Universiteit van Curaçao. Op Curaçao is zij bekend om haar jarenlange publicaties van gedichten in vier talen in de krant Amigoe en om haar vertaling E Profeta in het Papiamentu van het wereldbekende boek The Prophet van de Libanees-Amerikaanse schrijver Kahlil Gibran. Ze kreeg er in 2015 de Award van de George and Lisa Zakhem Kahlil Gibran-leerstoel aan de Universiteit van Maryland voor: ‘The most outstanding achievement of the last ten years.’ In 2018 verscheen haar eerste dichtbundel Gedicht, een selectie van haar Nederlandse gedichten, geïllustreerd met eigen schilderijen. Ook publiceerde ze korte verhalen. Als beeldend kunstenaar nam ze met haar schilderijen deel aan vier groepsexposities. In 2019, het internationale Jaar van de Inheemse Talen, ontving Hilda de Windt Ayoubi als erkenning voor haar inzet voor de Papiamentse taal op 21 februari (Internationale Moedertaaldag ) de Unesco Certificate of Merits.
Meer over Hilda de Windt Ayoubi

Elis Juliana – Blijf nog wat. Gedichten

Opmaak 1Elis Juliana
Blijf nog wat
Liefdespoëzie

Curaçao / Nederland
bezorgd door Margarita Molina
voorwoord Fred de Haas
met 14 tekeningen van de auteur
gebrocheerd met flappen, 68 blz.,
€ 16,50
Eerste uitgave 2019
ISBN 978-90-6265-950-0

‘De Curaçaose kunstenaar Elis Juliana (1927) behoort met Luis Daal en Pierre Lauffer tot de ‘Grote Drie’ van de Antilliaanse dichtkunst in het Papiaments.’ Zo luidt de aanhef van de flaptekst op Hé Patu/Waggeleend, de bloemlezing uit 2011 met 21 Papiamentse gedichten van Elis Juliana, samengesteld en in het Nederlands vertaald door Fred de Haas. Juliana dichtte echter ook in het Nederlands. Vanaf 1963 kreeg zijn Nederlandse muze bijzondere liefdesgedichten, waarvan er nu 25 verzameld zijn in Blijf nog wat: 23 gedichten in het Nederlands en twee ook in het Papiaments. Juliana voorzag ze soms van wat hij ‘krabbels’ noemde, waarvan een zestal sommige gedichten sieren. Daarnaast schonk hij zijn muze ook originele werken, waarvan er acht in deze bundel op aparte pagina’s zijn afgebeeld. Zes hiervan zijn getekend in zijn zo bekende pointillistische stijl.

Elis Juliana (Curaçao 1927-2013) was een Curaçaos dichter, schrijver, beeldend kunstenaar en archeoloog. Vanaf 1959 tot zijn pensionering in 1987 hield hij zich bezig met volkskunde en archeologie. Zijn belangstelling hiervoor leidde tot de oprichting van Fundashon Zikinzá, waarvan de collectie bewaard wordt in het Centraal Historisch Archief in Willemstad. Hij vertegenwoordigde Curaçao meerdere keren op internationale exposities met beeldhouwwerken en schilderijen. Voor zijn literaire werk werd hij o.a. in Cuba bekroond met de Premio José María Heredia.

Margarita Molina begon na verschillende werkzaamheden en een studie pedagogiek na de Tweede Wereldoorlog een loopbaan in de journalistiek en bij het onderwijs. Dit brengt haar in 1963 ook naar Curaçao, het eiland dat haar niet meer los zal laten. Zij reist met haar Nederlandse partner de wereld rond. Haar avontuurlijk en kosmopolitisch leven staat model voor de biografische roman Schaduwvrouw (2016). Hierin gaat haar Curaçaose geliefde schuil achter het personage Roy.

Meer over Elis Juliana op deze site
Meer over Margarita Molina op deze site

Barney Agerbeek – Een Poolse Saga / Een Poolse Liefde. Gedichten

VoorplatPoolseliefde75Barney Agerbeek
Een Poolse Saga / Een Poolse Liefde

gedichten
Nederland, Indonesië, Polen
vormgeving Jan van Waarden
gebrocheerd met flappen,
104 blz., deels in kleur,
€ 19,90
Eerste uitgave augustus 2019
ISBN 978-90-6265-765-0

Een Poolse Saga opent met het Molotov-Ribbentrop Pact (23 augustus 1939) en verhaalt in de vorm van poëzie de belangrijkste gebeurtenissen, welke tot de vorming van het hedendaagse Polen hebben geleid.
De tragische en heroïsche geschiedenis, en de positie van het land in Centraal Europa geven betekenis aan de breed gedeelde behoefte van de bevolking aan erkenning, aan een sterk Polen en een sterk leiderschap. Dit eerste deel van deze dichtbundel, las Barney Agerbeek in september 2018 voor op het Lviv Book Forum and International Literature Festival. In de cyclus Een Poolse Liefde vertolkt elk gedicht een vorm van liefde in verschillende nuances. In een stoet van beelden passeren thema’s als vrouwenemancipatie, het multiculturele huwelijk, kameleontisch gedrag en het rijpen van een relatie.

Barney Agerbeek (Surabaya, 1948) schreef over Floris Meydam en Nelson Carrilho. Hij leverde bijdragen aan diverse literaire tijdschriften en verzamelbundels als Avier, Als een zwerfkei, Ode aan Oote en In een kring van menselijke warmte. In 2013 debuteerde hij bij Uitgeverij In de Knipscheer met de verhalenbundel Schaduw van Schijn, in 2014 gevolgd door de roman Njai Inem. Daarna verschenen de dichtbundels rood en wit met blauw (2015) en Een warme oostenwind (2017).

Herman Vuijsje over Schaduw van schijn: ‘Agerbeek is vertrouwd met de positie van buitenstaander. Zijn verhalen zijn zonder ophef geschreven en laten je niet los.’ Albert Hagenaars over Een warme oostenwind: ‘Als geboren verteller weet Agerbeek zijn zinnen een aansprekende melodie te geven. Ook al is de zegging bedrieglijk eenvoudig, dit alles zit ingenieus in elkaar. De vakmatige, vooruit artistieke aanpak valt niet op, maar vervult wel juist hierdoor z’n taak.’ NICC Magazine over Njai Inem: ‘Stijgt uit boven de gemiddelde literatuur over Ons Indië. Het boek geeft eigenlijk aan dat grote romans als Heren van de thee van Hella Haasse langzaam maar zeker uit de tijd raken. Er valt immers over die periode ook een ander verhaal te vertellen dan alleen over de planters. Een verhaal waar je koud van wordt.’ Duco van Weerlee over rood en wit met blauw: ‘Ik heb nog niet eerder met zoveel compassie over erotische verhoudingen in tijden van slavernij gelezen. In al zijn publicaties tref ik dezelfde intelligente verdraagzaamheid aan, zijn specialiteit.’

Meer over Barney Agerbeek bij Uitgeverij In de Knipscheer