Afscheidsgedichten Rogi Wieg

Rogi Wieg 1992[ Foto: tijdens een interview met Theo van Gogh, november 1992 ]

Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962) balanceerde decennialang op de rand van het bestaan en deed verslag van zijn verlangen naar zelfdood in dichtbundels en romans. Al die tijd heeft Rogi Wieg zijn strijd tegen de pijnen met vallen en opstaan en met de moed der wanhoop gestreden, maar onlangs besloot hij dat hij niet meer verder kan. ‘Ik deugde nergens voor en heb toen hopelijk een paar mooie dingen gemaakt die mijn signatuur tonen. Als ik ergens voor had gedeugd, zouden ze niet gemaakt zijn.’ Zelfs nu het einde onafwendbaar wordt, en de lichamelijke pijnen de geestelijke langzamerhand inhalen, kan Rogi Wieg het dichten niet laten. Vanaf 15 april 2015 stuurt hij met tussenpozen zijn uitgever zijn laatste gedicht(en). Het is beider wens deze afscheidsgedichten met zijn lezers te delen door ze te publiceren op het digitale platform van het literair tijdschrift Extaze. Op het moment van plaatsing van dit bericht telt de reeks 5 gedichten.
Lees hier de laatste gedichten van Rogi Wieg
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Stefaan van den Bremt vertaald in het Indonesisch

VoorplatKromzang75Over het gedicht ‘Moeders ver gezicht’ van Stefaan van den Bremt uit ‘Kromzang’, 1 juni 2015:
Op het digitale platform ‘Suara Suara Dari Utara’, een initiatief van Albert Hagenaars, wordt sinds 2013 met regelmaat (inmiddels meer dan honderd gedichten) Nederlandstalige poëzie in Indonesische vertaling gepresenteerd. Onlangs werd uit de recente dichtbundel Kromzang van Stefaan van den Bremt het gedicht ‘Moeders ver gezicht’ gekozen voor een vertaling door Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars met de titel ‘Wajah jauh ibuku‘.
Lees hier het gedicht in het Nederlands en in Indonesische vertaling
Meer over ‘Kromzang’
Meer over Stefaan van den Bremt bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Zorgvuldig gecomponeerd.» – Jan van Gilst

VoorplatKromzang75Over ‘Kromzang’ van Stefaan van den Bremt bij de presentatie in Grijpskerke, 8 mei 2015:
Ook in Kromzang worden verhalende gedichten afgewisseld met meer beschouwende, met suggestieve maar heldere beelden. En ook nu wordt de anekdotische aanleiding vaak overstegen door een meer universele, mythisch geladen symboliek. Geen landschapsgedichten dit keer, maar het conflict tussen enerzijds het streven naar verstaanbaarheid en anderzijds de complexiteit van de werkelijkheid is ook nu weer in de zorgvuldig gekozen woorden van Stefaan van den Bremt ervaarbaar. Net als bij de vorige bundel Blauw slik is het omslag van Kromzang van Solange Abbiati.
Lees hier de toelichting van Jan van Gilst
Meer over ‘Kromzang’

«Hij is in staat tot het spelen van heerlijke preludes.» – Ezra de Haan

VoorplatTemepelsWoestijnen75Over ‘Tempels in woestijnen’ van Boeli van Leeuwen in Antilliaans Dagblad, 19 januari 2015:
De grote Curaçaose schrijver Boeli van Leeuwen gaf ruiterlijk toe dat, ook hij, ooit poëzie had geschreven. (…) Hij, en ook Frank Martinus Arion, waren zich er vast van bewust dat die poëzie de kraamkamer van hun latere oeuvre was. Daar was het ooit begonnen. Wanneer je, met de boeken van Van Leeuwen in gedachten, Tempels in woestijnen leest, herken je de taal. Net zoals je de toets en de kleur van een schilder herkent. Deze gedichten komen onmiskenbaar van de hand van Boeli van Leeuwen. Je leest strofen en voorziet de werken die later zijn geschreven: De rots der struikeling, Een vreemdeling op aarde, De eerste Adam, Schilden van Leem, Het teken van Jona. Hij is in staat tot het spelen van heerlijke preludes.
Lees hier de bespreking in de krant
Meer over ‘Tempels in woestijnen’
Meer over Boeli van Leeuwen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«De poëzie is het dubbel en dwars waard!» – Fred de Haas

VoorplatBelumbe-Waterlijn75Over ‘Belumbe / De waterlijn’ van Diana Lebacs, 25 december 2014:
Haar Nederlandse poëzie is onvergelijkelijk veel mooier dan in het Papiaments.
Meer over ‘Belume / De waterlijn’
Meer over Diana Lebacs bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een interessant debuut.» – Michiel van Kempen

VoorplatTemepelsWoestijnen75Over ‘Tempels in woestijnen’ van Boeli van Leeuwen voor NBD/Biblion, 29 december 2014:
Boeli van Leeuwen (1922-2007), nu bekend van zijn romans en columns, debuteerde in 1947 met een bundeltje met 9 gedichten. Dat boekje was zo goed als onvindbaar: een deel van de kleine oplage werd vernietigd. Nu is het dan eindelijk herdrukt. (…) Het was wel een interessant debuut waarin alle motieven van Van Leeuwen al bij elkaar komen: een zonverschroeid eiland dat door een onbarmhartige God verdoemd is te vergaan, moeder en vrouw als brengster van leven en erotiek, droomeiland van alle wereldculturen en absurde werkelijkheid. Het indrukwekkendste gedicht is tevens het langste, ‘Isla di Makuaku’, een aankondiging in verzen van Van Leeuwen barokke romans. Ook een mooi verhaal over de man die de bundel drukte is opgenomen. Een zeer welkome uitgave, prachtig vormgegeven.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Tempels in woestijnen’
Meer over Boeli van Leeuwen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een ode van de dichter aan zijn vrouw.»

VoorplatSheherezade75Over ‘Een serenade voor mijn Shéhérazade’ van Walter Palm in Antilliaans Dagblad, 24 december 2014:
De titel van ‘Een serenade voor mijn Shéhérazade’ verwijst naar de legendarische verhalenvertelster Shéhérazade uit ‘Duizend en één nacht’. Zij deed verwoede pogingen om de sultan gedurende duizend en een nacht te boeien met grandioze verhalen, en wat voor een verhalen waren dat! Wie kent ze niet? ‘Aladdin en de wonderlamp’, ‘Sinbad de zeeman’ en ‘Ali Baba en de veertig rovers’. ‘Duizend en één nacht’ inspireerde velen. Zo inspireerde het de Russische componist Nicolai Rimsky-Korsakov tot de symfonische suite ‘Shéhérazade’ waarin een sprankelende vioolsolo de stem van Shéhérazade verbeeldt. In ‘Een serenade voor mijn Shéhérazade’ waagt Walter Palm het om de rollen, zoals die waren in ‘Duizend en één nacht’, om te draaien. Het is nu de dichter die zijn Shéhérazade probeert te bekoren met tweeënvijftig betoverend bedoelde liefdesgedichten, voor elke week van het jaar een gedicht. De bundel is als in een serenade een ode van de dichter aan zijn vrouw Orchida Bachnoe. Het zijn liefdesgedichten die hij in de loop der jaren dat zij samen zijn voor haar schreef. Het grote poëtische voorbeeld voor Walter Palm hierbij was ‘Cien sonetos de amor’, honderd liefdessonnetten dus, van de Chileense Nobelprijswinnaar Pablo Neruda.
Meer over ‘Een serenade voor mijn Shéhérazade’
Meer over Walter Palm bij Uitgeverij In de Knipscheer

12 december 2014: Shrinivási 88 jaar

Shrinivasi januari 2009 - 2 - Copyright foto Usha MarheFoto Usha Marhé

Wim Rutgers over het gedicht ‘Toen realiseerde hij zich’ in Antilliaans Dagblad, donderdag 11 december 2014:
In Fort Nieuw-Amsterdam bevindt zich een plaquette met daarop een gedicht en foto van de Surinaamse, inmiddels al jaren op Curaçao wonende, dichter Shrinivási, pseudoniem van M.H. Lutchman (Suriname, 1926). Het eenvoudig uitgevoerde tableau bevindt zich bij de steiger waar de korjalen de verbinding tussen Leonsberg en het fort onderhouden, een betekenisvolle plek die als metafoor voor de poëzie van Shrinivási zou kunnen gelden. Hij wordt immers algemeen gezien als de dichter van de verbinding, de verzoening, in het zo cultureel verscheiden Suriname. Op de plaquette staat een gedicht dat voor het eerst in 1991 in de bundel ‘Sangam’ (ontmoeting) verscheen, in 2013 herdrukt werd in ‘Hecht en sterk’, en nogmaals in de prachtig uitgevoerde bundel ‘De stilte van het ongesproken woord’ (2014), waarin naast Shrinivási ook de dichters Dobru en Trefossa geëerd worden met kleurrijke gedrukte en gezongen teksten.

Toen realiseerde hij zich
dat de rivier
toch maar één oever had
waarop hij stond
en naar de verte keek
waarin een beeld
uit vroegere dagen
langzaam maar zeker
was opgelost
zodat er toekomst
noch verleden was
verlangen niet
en eindelijk geen verdriet.

Ook hier is een schrijver van de ‘verzoening’ aan het woord, dit keer geen verzoening tussen de bevolkingsgroepen, zoals in veel vroeger werk, maar een verzoening met het eigen ik. Shrinivási schreef een heel persoonlijk maar niet zo gemakkelijk te interpreteren gedicht. De dichter zegt er zelf over in ‘De stilte van het ongesproken woord’, dat hij met dit gedicht ‘afscheid genomen’ heeft ‘van het pijnlijke en destructieve in mijn leven’. Maar dat maakt het raadsel voor mij alleen maar groter.
Lees hier of hier over ‘Het raadsel van de poëzie’
Meer over ‘Hecht en sterk’
Meer over ‘Een weinig van het andere’
Meer over ‘De stilte van het ongesproken woord’

«Eens te meer toont zij zich een vakvrouw.» – Joop Leibbrand

VoorplatWaaraan het vlees ontsnaptOver ‘Waaraan het vlees ontsnapt’ van Margreet Schouwenaar op MeanderMagazine, 11 december 2014:
De oproep tot het bewust ervaren van de continuïteit van de processen van leven en dood, van voortgang, groei en verval en de positie van de ik hierin, echoot door de hele bundel heen. (…) Naast de betrokkenheid op tijd en eeuwigheid valt in de bundel de gerichtheid op taal op, en dat in de ruimste zin. In bijna de helft van de gedichten is er wel sprake van poëzie, gedicht, woorden, taal, bladzijden, boeken, verhaal, pen en papier en ook zonder die directe begrippen wordt de taligheid opgeroepen. (…) Margreet Schouwenaar schreef met ‘Waaraan het vlees ontsnapt’ een gevarieerde bundel. Eens te meer toont zij zich een vakvrouw.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Waaraan het vlees ontsnapt’

«Wat een diepte en een gedurfde inhoud.» – Karel Wasch

VoorplatTemepelsWoestijnen75Over ‘Tempels in woestijnen’ van Boeli van Leeuwen op Poëzie Leestafel, 9 december 2014:
De gedichten Moeder van mijn moeder, Soldaten, Nacht en Luchtgevechten boven het krankzinnigengesticht zijn klassieke sonnetten. Er is een kleine overpeinzing, motto, ik ben zoals ik ben en er is een drietal grote verzen: Oorlog, Otrobanda en Isla de Makuaku. (…) Van Leeuwen probeert in het gedicht Soldaten het onbenoembare te benoemen. In de droom in de diepten van de zee gesitueerd, ziet de dichter bevroren vissen, stil naast het koraal en verder soldaten die misschien zijn overleden (let op de rode krans). Eenmaal boven water worden we met God geconfronteerd, die de stormen scheert, een prachtig beeld voor de Grote Kapper (J.W. van der Molen gebruikte dit beeld letterlijk al eens in een vers) die met een handomdraai, storm, wind, laat ontstaan en verdwijnen. En tenslotte: in een zoutkristal, een van de kleinste mineralen op deze aarde wordt het bloed dat in de zee ligt, door oorlogen o.a. opgezogen. Wat een indrukwekkend gedicht.
Bij de grote gedichten viel me Isla di Makuaku (Eiland der Fregatvogels) op. De fregatvogel heeft een spanwijdte van twee meter en kan uren zweven op de thermiek. De boodschap van het gedicht is eigenlijk, dat we op de stroom mee moeten varen, zweven, deinen. ‘Go with the flow,’ zou je kunnen zeggen. En Van Leeuwen laat de taal ook zweven, als een lang aangehouden sitarklank. Inhoud en vorm vallen samen.
Ik verbaasde mij over de hoge kwaliteit van deze – terecht opnieuw uitgebrachte – bundel. Wat een heerlijke verzen, wat een diepte en een gedurfde inhoud. Ik heb ouder werk van hem weer uit de kast gehaald.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Tempels in woestijnen’
Meer over Boeli van Leeuwen bij Uitgeverij In de Knipscheer