«**** In deze gesproken columns is al de grote schrijver te ontwaren die hij later zou worden.» – Tommy Wieringa

VoorplatVerWegDichtbij75Over ‘Ver weg dichtbij’ van Boeli van Leeuwen in De Volkskrant, 4 november 2017:
Boeli van Leeuwen (1922-2007) besloot zijn oeuvre met een serie columns in de Curaçaosche Courant, die werden gebundeld in het magistrale slotakkoord ‘Geniale Anarchie’. Tot voor kort was onbekend dat hij zijn schrijversleven er ook zowat mee begon: columns die hij veertig jaar eerder schreef voor de Wereldomroep werden onlangs door literatuurwetenschapper Jos de Roo uit het archief van de Wereldomroep gevist, aangevreten door waterschade en zilvervisjes. Ze verschenen niet eerder in druk en waren slechts bedoeld om te worden uitgesproken voor de radiomicrofoon. Van Leeuwen schreef ze tussen 1951 en 1954, jaren waarin hij in Nederland verbleef, ver weg van zijn eiland, dat hij zowel als een gevangenis in zee als een vrolijk toneel vol geniale anarchisten beschouwde. (…) In de bundel eerstelingen ‘Ver weg dichtbij’ zien we een paar van zijn latere romanfiguren optreden in hun werkelijke gedaante, zoals zijn zwarte min, de geitenhoeder Pedro en opzichter Cornees van plantage Santa Martha, welke eigendom was van Van Leeuwens grootmoeder; eenvoudige mensen zonder enige boekenkennis, die door Van Leeuwen liefdevol worden getekend als natuurfilosofen die de taal van de aarde spreken. (…) In zijn stukken volgen we een rusteloze zoeker, iemand die altijd positie moet bepalen tussen hier en daar. Prachtig beschrijft hij zijn vertrek van Curaçao, wanneer hij op een Franse pakketboot de Sint Anna-baai verlaat en de lichtjes van de Isla-raffinaderij ziet opgloeien in de warme nacht. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Ver weg dichtbij’

«Het carnaval van Ricardo Bonifacio.» – Ko van Geemert

Opmaak 1Interview met Chesley Rach over ‘De terugkeer van Ricardo Bonifacio’ in Ñapa Literatuur (Amigoe), 11 maart 2017:
En dan verscheen een paar maanden geleden uit het niets een roman. ‘Ik teken en schilder eigenlijk al veel langer dan dat ik schrijf, maar dat schilderen heb ik lang niet meer gedaan. Het schilderij dat op het omslag van het boek staat, dateert uit 1994. Ik begon rond die tijd met een drietal verhalen over uiteenlopende onderwerpen, maar het verhaal over Ricardo Bonifacio boeide mij het meest. Daar ben ik mee doorgegaan. Het was een figuur die ik bedacht had, een jongen die in een wijk op Curaçao opgroeit en allemaal avonturen beleeft, om mijn kinderen verhaaltjes te vertellen voor het slapen gaan toen ze nog klein waren. Mijn oudste dochter merkte als tiener een keer op dat ze benieuwd was hoe het de kinderen uit de verhalen vergaan was. Toen was het zaadje geplant.’
Lees hier het interview
Meer over ‘De terugkeer van Ricardo Bonifacio’

«Ben je eenmaal begonnen met lezen dan blijf je lezen.» – Ezra de Haan

VoorplatRooPraatjes_Opmaak 1.qxdOver ‘Praatjes voor de West’ van B. Jos de Roo op Literatuurplein, 19 december 2015:
In 2014 promoveerde B. Jos de Roo op een dissertatie die zowel door de Antilliaanse als door de Surinaamse literatuurcritici zeer goed werd ontvangen. Het onderwerp betrof de radio-uitzendingen van de Wereldomroep naar de West (Suriname en de Antillen) in de periode 1947-1958. De wereldomroep liet voor deze uitzendingen zowel Antilliaanse als Surinaamse auteurs verhalen schrijven. Deze verhalen werden door de schrijver zelf voorgelezen. Van de 267 literaire bijdragen wist Jos de Roo er 173, van de op schrift bewaard gebleven verhalen, terug te vinden. Een belangrijke vondst, vooral omdat er niets van de radio-opnames bewaard is gebleven. (…) Men noemde het in die dagen causerieën, of een babbeltje. Ze wisten immers niet dat sommige teksten door schrijvers van belang geschreven werden. Dat bleek pas veel later toen Boeli van Leeuwen, Frank Martinus Arion, John Leefmans, Jules de Palm, Henk Dennert en nog vele anderen hun literaire waarde hadden bewezen. Maar tussen de draaiboeken zaten meer teksten die aan de vergetelheid onttrokken moesten worden: de spinverhalen van Johan Ferrier en Raúl Römer, de verhalen over Sint Maarten van Irving Plantz. Ook wat betreft de Surinaamse geschiedenis kwam het nodige boven tafel. Zo bleek de Surinaamse nationalistische beweging Wie Eegie Sanie maandelijks zendtijd te hebben gehad om haar ideeën over taal, cultuurpolitiek en literatuur te verkondigen. Een bijdrage van Eddy Bruma, de leider van Wie Eegie Sanie kan zelfs als een beginselverklaring worden beschouwd.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Praatjes voor de West’

«Boeli van Leeuwen mag niet worden vergeten.» – Job van Schaik

Vreemdeling op aardeOver ‘Een vreemdeling op aarde’ van Boeli van Leeuwen in Dagblad van het Noorden/Leeuwarder Courant, 6 november 2015:
Nu ik het opnieuw gelezen heb, begrijp ik weer iets beter waarom het oeuvre van Van Leeuwen me zo aanspreekt: het is – afgezien van de grote stilistische en compositorische kwaliteiten – op een heel vanzelfsprekende manier tegelijk uitbundig aards-lichamelijk en diepreligieus-filosofisch. Dat is een combinatie die je in de Nederlandse literatuur nauwelijks tegenkomt (alleen bij die andere grote Curaçaose schrijver, Tip Marugg, vind je hetzelfde). In de romans van Van Leeuwen wordt altijd groots gedacht en geleefd. Naast een heftig gevoelsleven tref je een intellectuele diepgang die zeldzaam is in de schone letteren. Maar de filosofische en religieuze bespiegelingen zijn altijd heel concreet; er wordt een verhaal van gemaakt. Het denken is ingebed in het leven. En dat leven is voor de personages in zijn werk doorgaans een worsteling, met op de achtergrond altijd de dood als diepste waarheid. De mens is in eenzaamheid op aarde geworpen, gedoemd om te verlangen naar een paradijselijke staat van zijn, die voor altijd verloren is gegaan.
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘Een vreemdeling op- aarde’

Hans Vaders – Bij wijze van In Memoriam

HansVaders1(foto Jan-Reinier van der Vliet)

Het is nog geen twee maanden geleden dat het bericht kwam dat Hans Vaders was overleden. Als afscheid werd op 1 augustus in landhuis Bloemhof een In Memoriam georganiseerd. Ik stuurde als condoleance een brief die bij die gelegenheid werd voorgelezen door Jeroen Heuvel.

Beste aanwezigen,

U allen van harte gecondoleerd met het overlijden van uw mede-Curaçaoënaar Hans Vaders. U zult hem vooral kennen als krantenmaker pur sang: de journalist, de eindredacteur, de hoofredacteur, net zo’n gigant als zijn ‘voorganger’ Johan van de Walle een generatie eerder was. Beiden vertrokken als twintigers naar ‘de West’ en bleven er als journalist én als schrijver. Hans Vaders is de journalist die zowel verslag doet van een staatsgreep op Haïti als een rubriek over eten schrijft, want de krant komt elke dag en moet gevuld. Ik wist wie Hans Vaders was. Hij was voor de uitgeverij In de Knipscheer de man die in 1988 en 1989 van Boeli van Leeuwen een columnist maakte, een geniale zet die in 1990 zou resulteren in Boeli van Leeuwens meest succesvolle boek Geniale anarchie. Alleen al om die reden heeft Hans Vaders zich een blijvende plek veroverd in het literaire landschap van Curaçao en Nederland.
Toch was en is Hans Vaders voor mij vooral de schrijver. Het zal in 2000 zijn geweest toen ik hem ontmoette. Hij was in Nederland op familiebezoek, ik meen in Alkmaar. En dan is Haarlem dichtbij. Onder zijn arm een manuscript, Tropische winters. Ik viel als een blok voor die roman. Het boek voldeed bepaald niet aan de literaire spelregels en structuren die doorgaans gelden in het huis van vooral de Europese literatuur. Hans Vaders vraagt namelijk wel wat van zijn lezers, daagt hen uit. Hij laat de lezer alle hoeken van zijn kamer zien. Maar wát een rijk beeld wordt in amper 128 bladzijden geschetst van de hoofdpersoon Alex Lee, die Hans Vaders op het lijf geschreven moet zijn, de observerende oorlogsverslaggever in de turbulente Cariben van grofweg de jaren tachtig van de vorige eeuw, die zijn verhalen in de plaatselijke kroeg schrijft, het romantische archetype van wat ooit ‘de journalist’ was. Dat was een niet al te vrolijke tijdgeest. Die somberte resoneert in Tropische winters, maar is voor de lezer goed te verteren door de plezierige manier van schrijven. Tropische winters wordt in Nederland opvallend veel gerecenseerd. Hans Vaders is een nieuwe naam die met zijn thematiek en schrijfstijl in de traditie lijkt te staan van Curaçaose schrijvers als Boeli van Leeuwen en Tip Marugg. Erich Zielinski en Eric de Brabander moeten dan hun eerste boeken nog schrijven. Misschien maakte Hans Vaders wel de weg vrij voor hen.

In zijn tweede boek, het in de Caribische regio bekroonde Otrobanda, meer journalistiek dan fictie, is de hoofdpersoon Hans Vaders zelf die zijn veelkleurige stadsgenoten met liefde portretteert. Otrobanda wordt in Nederland nauwelijks besproken in de literaire media, want van oorsprong columns en dus – kennelijk – geen ‘echte’ literatuur. Niettemin roemt Michiel van Kempen Vaders’ verhalen in Otrobanda. Hij noemt ze ‘juweeltjes van beschrijvingskunst’ en schrijft: ‘Als stadsschrijver moet Tip Marugg zijn meerdere erkennen in Hans Vaders’. Otrobanda zal zijn weg naar de Nederlandse lezer uiteindelijk wel vinden als hét literaire handboek voor elke Curaçaoganger.
Hans Vaders was ook dichter. Hij debuteert als dichter in 2005 in het Nederlandse literaire tijdschrift De Tweede Ronde en het Curaçaose literair tijdschrift Kristòf. Zes jaar later, in 2011, komt zijn eerste dichtbundel uit, Kate Moss in Mahaai, een co-productie van Mon Art Productions en Uitgeverij In de Knipscheer, weergaloos geïllustreerd door Herman van Bergen. In deze bundel zingt ook een zekere zwaarmoedigheid. In ‘Terugkeer’, het slotgedicht, vertelt de ik waarschijnlijk ooit begraven te worden in ‘het mistig land van overzee/ dat niet en nooit meer het mijne zal zijn.’
[…]
Maar wie zal mijn begrafenis bekostigen?

En welke verloren zoon wrikt het zilver
voor de veerman op mijn kille tong en
ontsteekt het vagevuur van mijn brandstapel?

Het doet poëziecriticus Joop Leibbrand in MeanderMagazine verzuchten: ‘Lezers, help Vaders nu het nog kan, koop die bundel. Hij stort je midden in de andere wereld die Curaçao is en verloochent de Nederlandse wortels niet. Het levert een boeiende synthese op.’

Hans Vaders zou in september 2012 naar Amsterdam komen voor de presentatie van zijn novelle Terug tot Tovar. Een ernstige val een paar maanden daarvoor gooit roet in dit publicitaire eten, waardoor de novelle in Nederland tussen wal en schip raakt. En dat is zó jammer, want Terug tot Tovar is misschien wel Hans Vaders beste en meest ambitieuze boek en zal mettertijd uitgroeien tot een Antilliaanse klassieker. Hoe beknopt van omvang, hoe boordevol van inhoud: een net van verhalen waarin alles en iedereen, hoe uitgewaaierd ook over de wereld, een relatie heeft met Curaçao. Curaçao als het middelpunt van de wereld en de wereldgeschiedenis waarin oude en nieuwe continenten over elkaar heenschuiven, een Boeliaanse dimensie.
In datzelfde jaar, herstellend van die ernstige val, schrijft hij ook het verhaal De vodkadrinker, dat alleen op Curaçao als gelegenheidsuitgave bij Mon Art Productions verschiint en inmiddels ook gepubliceerd is in Nederland op de digitale evenknie van het literair tijdschrift Extaze. Het lijkt een voorbode te zijn, van wat nog in het vat zit. Dat is het niet geworden. Mogelijk is de val een klap geweest die hij nooit echt meer te boven is gekomen.
Hans Vaders heeft te lang van pen moet wisselen, te vaak die van de journalist moeten kiezen, immers het brood op de plank, en te weinig die van de schrijver kunnen hanteren. Begint Boeli van Leeuwen na zijn pensionering nog een rijk derde schrijversleven met Schilden van leem, Het teken van Jona en Geniale anarchie, dié mogelijkheid om vól voor zijn schrijverschap te gaan, is Hans Vaders niet gegund geworden. En dat is een gemis.
Rest in peace, Hans.
franc knipscheer

Meer over Hans Vaders bij Uitgeverij In de Knipscheer

Ilse Marrevee*Curaçao. Geschiedenissen

MarreveeILSE MARREVEE
Curaçao. Geschiedenissen

Nederlandse Antillen. Geschiedenissen
Ingenaaid, groot formaat met 80 kleurenfoto’s/illustraties
Omslag met foliedruk en flappen
Imprint: Stichting Elisabeth, 2004
Tweede ongewijzigde oplage 2015
174 blz., van € 59,95 voor € 29,95
ISBN 978-90-7780-801-6

Acht bewoners van het eiland Curaçao met verschillende achtergrond vertellen in Curaçao Geschiedenissen over hun familiegeschiedenis, leven en ideeën. Aan het woord komen antropologe Rose Mary Allen, dichter/performer Gibi Bacilio, ondernemer en consul honoraire van India Ram Boolchand, directeur haven Willemstad Agustin Diaz, hoogleraar multiculturaliteit en sociale cohesie Valdemar Marcha, bestuurslid van het Joods Cultureel Historisch Museum Michèle Russel-Capriles, oud-president van het hof, oud-gouverneur, hoogleraar, voorzitter Stichting Economische Ontwikkeling, Jaime Saleh en pianist, componist en topambtenaar Wim Statius Muller. Via de individuele verhalen wordt het verhaal en de actualiteit van het eiland verteld.
Aan de orde komen onder meer de volgende thema’s: migratiestromen, cultuur van de volksklasse, nanzi-verhalen, calypso, West-Indische Compagnie, blanke protestanten, plantages, Afrikaanse oorsprong, geschiedenis en actualiteit joodse gemeenschap, geschiedenis en actualiteit Libanese gemeenschap, geschiedenis en actualiteit Indiase gemeenschap, slavernij, slavenopstanden, Tula, positie katholieke kerk, sociale verhoudingen, cultuur van de angst, 30 mei 1969, ontwikkeling van de Curaçaose muziek, de wals, de tumba, de tambu, Vrije Zone, off-shore, Papiaments, sociaal-economische ontwikkelingen.
Als intermezzo’s tussen de verhalen zijn van schrijver Boeli van Leeuwen fragmenten uit De rots der struikeling, Een vreemdeling op aarde, Schilden van leem en Geniale anarchie opgenomen.

«Een album met familieverhalen vertelt de geschiedenis van Curaçao: slavernij, politiek gedoe en vrolijk potverteren. Authentieke geschiedenissen zijn het geworden met boeiende, nog maar weinig getoond beeldmateriaal. Gelardeerd met puntige citaten uit het rijke oeuvre van Boeli van Leeuwen.» – Trouw

«Zo is de ingekleurde prentbriefkaart (ca.1930) met bananenverkopers een van de vele interessante illustraties uit Curaçao Geschiedenissen.» – NRC
Ilse Marrevee, Curaçao Geschiedenissen, Rose Mary Allen, Gibi Bacilio, Ram Boolchand, Agustin Diaz, Valdemar Marcha, Michèle Russel-Capriles, Jaime Saleh Wim Statius Muller, Boeli van Leeuwen, De rots der struikeling, Een vreemdeling op aarde, Schilden van leem, Geniale anarchie,

‘Geniale Anarchie’ in Curaçaos archief

geniale anarchieKlaas de Groot over ‘Geniale Anarchie’ in collectie ‘Hans Vaders’ op Caraïbisch Uitzicht, 14 mei 2015:
Het Nationaal Archief van Curaçao heeft de originele typoscripten van Boeli van Leeuwens veelgelezen verhalenbundel Geniale Anarchie verkregen. Hans Vaders, de oud-hoofdredacteur van de Curaçaosche Courant, nu werkzaam bij het dagblad Amigoe, heeft de stukken aan het Nationaal Archief overgedragen. Ze liggen daar ter inzage voor het publiek. De bekende Curaçaose auteur van romans, verhalen, gedichten en een filmscenario Boeli van Leeuwen (1922-2007) schreef gedurende een jaar (1989) een wekelijkse column in de Curaçaosche Courant. Deze columns werden later, op één na, verzameld in het beroemd geworden boek Geniale Anarchie. De eerste druk verscheen in 1990, de zevende druk kwam dit jaar uit bij uitgeverij In de Knipscheer te Haarlem. Hans Vaders was destijds de man die intensief met Van Leeuwen samenwerkte. De laatste kwam elke week met de getypte versie van zijn column en besprak die met de hoofdredacteur. Het creatieve proces van redigeren tussen auteur en hoofdredacteur is te zien op deze typoscripten. Ze tonen de aantekeningen in de marges, doorhalingen en bijvoegingen. Dit maakt deze stukken bijzonder waardevol, tot authentieke archiefstukken. Het Nationaal Archief is trots deze collectie binnen gehaald te hebben. De collectie wordt ondergebracht in het Letterkundig Documentatie Centrum, in de collectie ‘Hans Vaders’.
Lees hier het artikel van Klaas de Groot op ‘Caraïbisch Uitzicht’
Meer over ‘Geniale Anarchie’

«Het leven verlengen van deze schrijver moet mogelijk zijn.» – Klaas de Groot

geniale anarchieOver het gedicht van Gerrit Achterberg dat Lily van Leeuwen koos ter nagedachtenis aan haar vader op Caraïbisch Uitzicht, 4 april 2015:
In de maanden na het overlijden op 28 november 2007 verschijnen er in diverse Curaçaose kranten in memoriamgedichten (…) op Caraïbisch Uitzicht te lezen in de reeks ‘gedichten voor Boeli van Leeuwen’.
Op 28 januari 2008 verschijnt er in de Amigoe nog een gedicht in deze sfeer. Dochter Lily van Leeuwen koos van Gerrit Achterberg het volgende gedicht ter nagedachtenis aan haar vader: ‘Wie ik nu nog zal worden…’ De lezer van dit ‘ingezonden’ gedicht kan zich afvragen waarop deze keuze is gebaseerd. Voor een antwoord op die vraag is misschien dat wat Van Leeuwen schreef een mogelijke mijn om in te hakken.
Wat dan opvalt, is dat het gedicht eindigt zoals het begint, namelijk met een zeer beleefde dood: ‘gaat u mee, mijnheer’. Dit doet sterk denken aan de derde strofe van het gedicht ‘Moeder van mijn moeder’ uit de bundel Tempels in woestijnen. (…). Ook de opening van het gedicht wordt herhaald: ‘Wie ik nu nog worden zal is eender’. De ik bedoelt misschien dat de dood hem niet zal veranderen. Maar ook klinkt een adagium van Van Leeuwen door, namelijk ik ben die ik ben. Een echo van deze gedachte valt te lezen in de laatste regel van de derde strofe: ‘opdat ik des te meer / mijzelve wezen zoude’. Deze strofe begint met de ik als geheimhouder van het leven ‘in eigen beheer’. (…) In het prachtige verhaal ‘The rest is silence’, verschenen in Geniale anarchie, wordt de mens zelf een geheim genoemd en een universum.
Lees hier het hele artikel
Lees hier ‘Kleine chaos’ van Tommy Wieringa
Lees hier Klaas de Groot over gedicht Shrinivási voor Boeli van Leeuwen
Lees hier Klaas de Groot over gedicht Hans Vaders voor Boeli van Leeuwen
Lees hier Klaas de Groot over gedicht Walter Palm voor Boeli van Leeuwen
Lees hier Klaas de Groot over gedichten Helen Lashley en Coco Rais voor Boeli van Leeuwen

«Gedicht ‘Castilië’ van Walter Palm opgedragen aan Boeli van Leeuwen.» – Klaas de Groot

Walter PalmUit ‘Boeli van Leeuwen, gezien door Walter Palm’ op Caraïbisch Uitzicht, 21 maart 2015:
Het tweede deel van Een vreemdeling op aarde ‘Dialoog met Maria’ opent met een indringend beeld van Spanje. Die tien bladzijden zouden zo een eigen leven kunnen leiden in Geniale anarchie, de verzameling verhalen waarmee Van Leeuwen in 1992 voorgoed zijn schrijverschap bewees. Het stuk begint als een lofzang met de opsommende stijl die kenmerkend is voor van Leeuwen. Spanje is het ‘país de santos y de cantos’, het land van ‘stier en maagd, muilezel en gitaar. En het land van Basken en Catalanen, Galiciërs en Valencianen, Andalusiërs en Castilianen. (…) Spanje en de Spaanse poëzie zullen beslist onderwerpen geweest zijn tijdens het gesprek dat Walter Palm in 1977 had met Boeli van Leeuwen. (…) Het wat en het hoe van het gesprek bracht Palm ertoe het gedicht ‘Castilië’ aan Boeli van Leeuwen op te dragen. Het gedicht staat in de verzamelbundel Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker (2002). Het is een gedicht over droog en golvend land dat door de opeenvolging van beelden en de herhaling in de zinsopbouw de dichtershand van Walter Palm verraadt.
Lees hier het artikel mét het gedicht ‘Castilië’
Meer over ‘Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker’
Meer over ‘Een vreemdeling op aarde’

Boeli van Leeuwen – Geniale anarchie (7de druk)

geniale anarchieBoeli van Leeuwen
Geniale Anarchie

Antillen, Columns
Gebrocheerd, 200 blz. 15,00
ISBN 978 90 6265 325 6
Eerste druk 1990
Zevende druk 2015

De Curaçaose auteur Boeli van Leeuwen (1922) schreef gedurende een jaar een wekelijkse column in de Curaçaosche Courant. De neerslag van zijn ‘bloed, zweet en tranen’ is nu gebundeld in Geniale Anarchie en toont Van Leeuwen in topvorm. Op zijn kenmerkende onnavolgbare wijze schetst de auteur een messcherp beeld van zijn geboorte-eiland: fascinerend, soms keihard, maar altijd diepmenselijk. Curaçao, eens een ‘isla inutil’ en voor velen ‘De rots der struikeling’ in de letterlijke betekenis, is volgens de schrijver de laatste wijkplaats voor geniale anarchisten in een wereld die beheerst wordt door technocraten. Geniale anarchisten, die van niets toch altijd nog iets wonderbaarlijks weten te maken.

Mooie woorden over Geniale anarchie:
“Dat Boeli van Leeuwen een overtuigd auteur is van grote thema’s als doodsangst en existentiële twijfels bewees hij reeds in zijn vijf romans; dat hij ook onder druk van een wekelijkse deadline in staat is in de beperkte ruimte van een column literatuur van gehalte te produceren, is met deze bundel uit 1990 bewezen.” – NRC Handelsblad
“Boeli van Leeuwen blijkt het genre tot in de perfectie te beheersen. Hier is iemand aan het werk die houdt van schrijven. Dat werkt aanstekelijk, want niet alleen houdt hij ervan, hij kan het als de besten. Boeli van Leeuwen lees je voor het genot van het lezen.” – Cees Zoon in De Volkskrant
“Met Geniale Anarchie is duidelijk dat Boeli van Leeuwen zoniet zijn eigen ziel dan toch wel de ziel van Curaçao heeft blootgelegd. Geniaal? Jawel: ze zijn onmisbaar voor een beter begrip van de anarchie die Curaço is en van de geniale anarchist die Van Leeuwen is.” – Jos de Roo in Trouw
“Geniale Anarchie geeft een mooi beeld zowel van de samenleving op Curaçao als van de beschouwer daarvan, een sterk betrokken beeld vol zelfspot.” — Koos Hageraats in de De Tijd
“Er is veel meer in te vinden dan een ironische beschrijving van de positie van het eiland Curaçao. Veel meer dan in zijn eerste werken is Boeli van Leeuwen de auteur geworden, die in een beeldende en knap gereconstrueerde taal een samensmelting bereikt tussen de Nederlandse literaire tradities en opvattingen en de Latijnsamerikaanse evocatieve en hartstochtelijke literatuur, waarin de verbeelding vande auteur door alle grenzen van werkelijkheid en de ordening heen moet breken.” – Jan Verstappen
Meer over Boeli van Leeuwen en Geniale anarchie