«Een verstild gedicht van Stefaan van den Bremt is mij het liefst. Door de taal, door het pure en de eerbied voor het kleine.» – Ezra de Haan

VoorplatBlauwSlikOver ‘Blauw slik’ van Stefaan van den Bremt op Literatuurplein, 4 november 2013:
Stefaan van den Bremt stelt hoge eisen aan zichzelf en aan zijn lezers. Zijn gedicht De poëzielezer zou je als een handleiding bij het lezen van gedichten kunnen zien.(…) De bundel bestaat uit drie afdelingen: Staande voor de sfinx, Een smaak van tijd en Ga maar er is geen weg. De woorden die je in de gedichten tegenkomt, tonen een Vlaming en de taalrijkdom die daarbij hoort. Zet je de mooiste woorden op een rij dan ontstaat al een gedicht. Orewroet, steltletters, stuifwater en zuurte. Knarrentijd, knoeselvoeten en kribbebijt. Meteen denk je als Hollander aan Guido Gezelle. (…) Maar ook als de dichter het zonder zijn voorbeelden moet stellen, schrijft hij heerlijke poëzie. Wat genoot ik van het titelgedicht Blauw slik met zijn ‘kwijlt kwelders’, ‘schorre kleibank’ en ‘slikopwaarts’.

Lees hier de recensie

Meer over ‘Blauw slik’

«We zouden Shrinivási de dichter van de illuminatie kunnen noemen.» – Brede Kristensen

Over ‘Hecht en Sterk’ van Shrinivási in Ñapa/Amigoe, 2 maart 2013:
Uniek kenmerk van Shrinivási trouwens, al die talen vervlochten met elkaar, zonder dat het storend is. De ontmoeting tussen mensen en talen gaat hand in hand. Niemand hoeft zijn taal ontrouw te worden. Onze werkelijkheid is meertalig. (…) Met het klimmen der jaren is zijn poëzie aan eenvoud gaan winnen. Het komt mij voor dat deze late gedichten, zoals nu gebundeld, tevens zijn meest fascinerende zijn. Waarom? Wanneer het vele overbodige is opgeruimd, ligt de weg tot de kern en daarmee tot inzicht open.

Lees hier de recensie of in Ñapa/Amigoe

Meer over deze bundel