«Hartverscheurende details in kraakheldere taal.» – Gerlof Leistra

Frans Lopulalan1Over Frans Lopulalan 1953-2020 in Elsevier Weekblad, 14 november 2020:
(…) In ‘Onder de sneeuw een Indisch graf’ beschrijft Frans Lopulalan zijn jeugd in het kamp in Woerden en de rol van zijn dominante vader, een voormalig KNIL-militair die model staat voor alle Molukse vaders. Het boek werd een klassieker in de Indische literatuur. (…) Ernst Jansz: ‘Na het overlijden van Hugo Claus en Jan Wolkers was Frans Lopulalan voor mij de grootste nog levende Nederlandstalige schrijver. Natuurlijk heeft hij niet véél geschreven, maar het gaat erom wat die woorden met je doen.’ (…) Jos Knipscheer was voor hem meer dan een mentor. Ze maakten samen lange strandwandelingen en spraken uitvoerig over het literaire werk. Toen Knipscheer in 1997 overleed, was Lopulalan volgens partner Cindy Smits zijn maatje en sparringpartner kwijt. Alfred Birney: ‘Hij stelde een briefwisseling voor, maar dat hield ik niet vol.’ (…) ‘Frans leed aan een writer’s block, maar heeft met zijn debuut een monument nagelaten.’ (…)
Lees hier het artikel in EW
Meer over Frans Lopulalan op deze site

Jan Arends vrijgezel. Gedicht van René Stoute

Kale TijdIn zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (26 oktober 2020) is het de geboortedag van onder anderen Jan Wolkers, Harry van de Vijfeijke, Renée Stoute (1950-2000), Janine Jongsma, Sacha Blé en Anna de Bruyckere. Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Sacha Blé; uitgeverij In de Knipscheer kiest voor het gedicht ‘Jan Arends vrijgezel’ van Renée Stoute (1950-2000) uit zijn (toen nog René Stoute) bij deze uitgeverij verschenen bundel ‘De kale tijd’ (1987). Dit gedicht werd ook geselecteerd door Klaas de Groot in zijn bloemlezing ‘Grenzenloos; 40 jaar Knipscheer Poëzie’ (2018).

Jan Arends vrijgezel

een oude man
in een kale kamer
staart verbitterd
op zijn leven
dat verpulverd
in de asbak
tot het laatst
nog schaamte geeft

met een afgebrande lucifer
roert hij dode peuken om
en schrijft de eerste letters
van zijn naam
ze klinken niet
er blijft niets dan
grijze as

oude man
kale kamer
een
venster in de muur
hoe lang, hoe vaak geaarzeld
tot die allerlaatste zin?

vandaag verschijnt zijn tweede boek
de prijs van as en schaamte
leugens proeft hij aan zijn lippen
strenge winters in zijn hart
geen saxofoon geen romantiek
zijn hoofd is zwart en vol
oude kale man aan
venster
stapt de leegte in

Meer over René Stoute bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over ‘Grenzenloos’

«Eén groot woordfestijn.» – André Oyen

Kaft zondagOver ‘Katapult. Oproer in Amsterdam’ van Ton van Reen op Ansiel , 6 mei 2018:
(…) Zijn oeuvre voor de volwassen lezer speelt zich deels af in Noord-Limburg, de streek waar Van Reen opgroeide. Zijn schildering van het naoorlogse dorpsleven en katholicisme is een equivalent van wat Jan Wolkers en Maarten ’t Hart deden voor het strenge en bekrompen protestantisme van hun jeugd; bij Van Reen echter ontbreekt iedere rancune. Met de echo van zijn prachtige roman ‘Dochters’ nog in mijn hoofd, ben ik de vierde druk van zijn zwarte sprookje ‘Katapult’, dat zich afspeelt in Amsterdam, uit 1979 gaan herlezen. De zeventienjarige David Meyer schiet met een katapult een brandende scherf van de zon en zet zo hotel-restaurant Americain in de fik. Dit is de start van een flinke oproer in Amsterdam en staat letterlijk en figuurlijk in brand. (…) De fantasie die de auteur op de lezer afvuurt zit boordevol symboliek en historiek. Het boek is één groot woordfestijn dat je langzaam moet savoureren!
Lees hier en hier de recensie
Meer over ‘Katapult’
Meer over ‘Dochters’
Meer over Ton van Reen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Van begin tot eind zó ontroerend.» – Rob Molin

VoorplatBitterdagen-72Over ‘Bitterdagen’ van Peter Lenssen op Literair Nederland, 7 september 2017:
Bitterdagen is goed geschreven en de opbouw van het verhaal over de geestelijk verminkte hoofdpersoon met de ironische naam Sjef Sonneschein is voorbeeldig. Deze zonderlinge gepensioneerde geschiedenisleraar, geboren in 1927, is vanaf de eerste bladzijde van Bitterdagen aan het woord als een causeur. Zijn leven lang heeft hij gezwegen over het trauma van zijn jeugd. Bij stukjes en beetjes ontrolt zijn persoonlijke geschiedenis die tegelijk het ‘totale’ verhaal is over kolonialisme, Tweede Wereldoorlog, steenkolenmijnen en door overheid en geestelijkheid in stand gehouden maatschappelijk onrecht. Het verhaal tevens over de mens die nooit leert van de geschiedenis, zijn naaste niet liefheeft en hartgrondig haat. Lenssen moet al jong gefascineerd zijn geraakt door getuigenissen van zijn ouders en grootouders over de Duitse bezetting en de daaraan voorafgaande roerige jaren. De jaren dertig en veertig van de vorige eeuw roept hij via de hoofdfiguur namelijk op alsof hij er zelf middenin gestaan heeft. (…) Een van de hoogtepunten in Bitterdagen is de brutale schoffering van een straataccordeonist als aankondiging van grootschalige nazistische misdaden tegen de menselijkheid. Via de vertellende ik-figuur bouwt Lenssen in de roman een spanning op die de lezer doet snakken naar de ontknoping van de treurige geschiedenis, naar Sonnescheins afrekening met zijn intense verbittering. Bovendien vraagt de geleidelijk aangescherpte sfeer van dood en verderf om een catharsis. (…) Vanaf de eerste bladzijde ontsnapt aan de hoofdpersoon een eigenzinnige toon. (…) In de slotfase verzuimt Lenssen het aangrijpend relaas te voegen in het verloop van de romanwerkelijkheid die hij tot dan toe rond Sonneschein heeft gesponnen. Maar Bitterdagen is van begin tot eind zó ontroerend dat zulks voor het eindoordeel over het boek nauwelijks gewicht in de schaal mag leggen.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Bitterdagen’
Meer over Peter Lenssen op deze site

«Vaandrager heeft het bed van onze gezapigheid opgeschud. Waarvoor dank! Veel dank!» – Karel Wasch

Pierre LaufferOver ‘Koprot’ van Harry Vaandrager op Pomgedichten.nl, 5 mei 2013:
‘Koprot’ door Harry Vaandrager is eindelijk verschenen. Waarom is dat groot nieuws? Omdat we hier eindelijk eens met een schrijver te maken hebben met een persoonlijk geluid. Een geluid dat in de verte echo’s draagt van de Franse virtuoos Céline. (…) Vaandrager rekent uiterst behendig af met de mythe van de vooruitgang. Vooruitgang in het denken, in de loop der gebeurtenissen. De lezer moet zich onveilig gaan voelen. Hij moet na het lezen van dit boek nooit meer hetzelfde zijn. (…) De lezer mag zelf bepalen, wat hij na het consumeren van dit boek heeft ervaren. Vreemd is wel dat we het eigenlijk alleen over een ervaring kunnen hebben niet over het keurige leesbeurt. Daarvoor heeft Vaandrager het bed van onze gezapigheid te veel opgeschud. Waarvoor dank! Veel dank!

Lees hier de recensie

Meer over Koprot

«Ernst Jansz schreef drie boeken bedoeld als verwerking van het verleden.» – Rob Gollin

Ernst Jansz over ‘Gideons Droom’, ‘De Overkant’, ‘Molenbeekstraat’ in De Volkskrant (‘Mensen van 2012’), maandag 17 december 2012:
Het schrijven was een analyse. Stap voor stap. Woord voor woord. Het gaf lucht. Ruimte. Ik kon het letterlijk wegzetten. In de kast. Baf. (…) Ik ben nu bezig aan het schrijven over de periode van CCC Inc., het was een waanzinnig interessante periode, de tijd van de wereldverbeteraars.

Lees hier het interview

Meer over Ernst Jansz bij In de Knipscheer