Boeken van In de Knipscheer op Tong Tong Fair

AdvertentieIndischAndersweb-75Zoals altijd veel (nieuwe) boeken van Uitgeverij In de Knipscheer op de Tong Tong Fair (v/h Pasar Malam Besar) op het Malieveld in Den Haag van 28 mei t/m 5 juni 2016 op de stands van Boekhandel Van Stockum en/of op de stand van Tong-Tong-Theater.
O.a. ‘Koude Sambal’ van Peter Andriesse (‘een zeer mooie verhalenbundel, die schittert in zijn eenvoud!’) en ‘Rood en wit met blauw’ van Barney Agerbeek (‘Indo’s in Holland: opnieuw is een standbeeld voor u opgericht.’) en ‘Chris Hinze – Een autobiografie’ van Kees Ruys (‘de nu bijna 78-jarige Indische dirigentenzoon, die kind was op Java en daarna in Europa een onwaarschijnlijke carrière maakte.’) en een handvol titels van de onvolprezen tweede generatie Indoschrijver Alfred Birney. Laatstgenoemde en Barney Agerbeek, alsook letterkundige Michiel van Kempen, zijn geprogrammeerd in het Tong-Tong-Theater.
Meer over Peter Andriesse
Meer over Barney Agerbeek
Meer over Kees Ruys / Chris Hinze
Meer over Alfred Birney

«De eerste jazzmuzikant die zijn zaken als een popmuzikant regelde.» – Kees Ruys

CoverHinzeDef2.inddOver ‘Chris Hinze. Een biografie’ van Kees Ruys in Den Haag Centraal, 13 november 2015:
Het is vooral de Indische achtergrond van Chris Hinze die mijn belangstelling wekte (…). Ik ontdekte al snel dat Chris Hinze een reiziger was. Een extreem rusteloze man met een gebroken geschiedenis, vele woonplaatsen en relaties, talloze conflicten en een grenzeloze muzikale belangstelling. Daarmee werd hij voor mij een intrigerend onderwerp voor een biografie.
Lees hier het interview
Meer over ‘Chris Hinze. Een biografie’
Meer over Kees Ruys bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Het voordeel van een late roeping als auteur is de rijpheid en wijsheid van een volledig leven.» – Albert Hagenaars

VoorplatNjaiInem75Over ‘Njai Inem’ van Barney Agerbeek op ‘De verborgen hoek’, 27 februari 2015:
Agerbeeks belang als romancier schuilt behalve in zijn vermogen om technisch verfijnd en geloofwaardig te schrijven ook in zijn gedrevenheid om waarden door te geven, begrip te vergroten tussen culturen in het algemeen en de verstrengelde in hemzelf in het bijzonder. ‘Njai Inem’ verrijkt de lezer zowel historisch als actueel want het gaat niet alleen om koloniale misstanden maar ook, nogmaals, om de nog steeds groeiende mensenhandel, die we elke dag in de vorm van overvolle wrakke boten en benauwde confectiebarakken op onze schermen zien. En al komen nogal wat van zijn zinnen elegant, zelfs ronduit esthetisch over; hun taalspel is nooit vrijblijvend, het roept altijd op tot morele waakzaamheid, die van onszelf in een wereld die heel wat meer bedreigingen kent dan vulkanen en aardbevingen. Niet voor niets luidt de tot meerdere eindes leidende slotzin van deze gedurfde en geslaagde roman: “Ik voel me hopeloos ver verwijderd van allen die ik liefheb en telkens stel ik dezelfde vragen, tot er één overblijft: Mag ik nog hoop hebben?” Agerbeek hoeft deze vraag in elk geval niet meer te stellen over de mogelijkheden van zijn schrijverschap. Zoals zijn eerste verhalenbundel al een schot in de roos was, toont zijn eerste roman dat het voordeel van een late roeping als auteur de rijpheid en wijsheid van een volledig leven is, in Agerbeeks geval: van een bijna zeventigjarig bestaan dat in binnen- en buitenland, in westerse en niet-westerse beschavingen (de schrijver bezocht veel landen) werd beproefd, geschuurd en gepolijst. Nooit echter zal deze auteur zich laten voorstaan op glans en afronding want in zijn denkwereld gisten kiemen in alle denkbare eindes.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Njai Inem’

«De prestatie van Lutgard Mutsaers valt dan ook moeilijk in woorden vast te leggen.» – Ezra de Haan

VoorplatRoepdervertenOver ‘Roep der verten. Krontjong van roots naar revival’ van Lutgard Mutsaers op Literatuurplein.nl, 12 november 2014:
‘Roep der verten’ is een heerlijk boek dat tot lezen of doorbladeren uitnodigt. Tientallen illustraties, steevast uniek materiaal, en mooie anekdotes vullen pagina na pagina. Eindelijk lees ik eens iets over het lied ‘Terang boelan’, een lied dat iedereen kent, al was het alleen al door de pijnlijke scène in de film ‘Soldaat van Oranje’. Mutsaers levert de tekst, de vertaling en het achtergrondverhaal. In 1915 staat de eerste, geromantiseerde krontjongende Indo op de planken in Nederland. (…) Het begrip krontjong werd door de Hollandse amusementsmuziek omarmd, zij het in de vorm van liedjes die over Indië gingen en geschreven werden door Pisuisse en Max Blokzijl. Een voorbeeld daarvan is het lied ‘Krontjong One-Step’ uit de muzikale revue ‘De Jantjes’. En ook de literatuur bevat krontjong. In ‘Het land van herkomst’ van E. du Perron lezen we over de muziek en de vertolkers ervan; op de radio was het te horen en in de film te zien. Krontjong was overal. (…) De prestatie van Lutgard Mutsaers valt dan ook moeilijk in woorden vast te leggen. Immens is de hoeveelheid informatie die ‘Roep der verten’ bevat. Ondanks al die informatie blijft het een heerlijk leesboek, bol van historisch materiaal en vol met bijna vergeten geschiedenis. Gelukkig heeft de auteur alles vastgelegd in dit kloeke boek waarin het heden en verleden van een unieke muzieksoort samenkomen. Voor iedereen met Indische roots en/of liefde voor krontjong is dit een onmisbaar standaardwerk.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Roep der verten’

Gewaagd onderwerp integer verteld

VoorplatNjaiInem75Over ‘Njai Inem’ van Barney Agerbeek in Moesson, november 2014:
Barney Agerbeek waagde zich aan een onderwerp waarvan het makkelijk is om in een cliché te vervallen, maar dat deed hij gelukkig niet. In ‘Njai Inem’ beschrijft hij een periode in het leven van Inem, een Javaans meisje dat als contractkoeli naar Sumatra vertrekt maar door de planter wordt uitgekozen zijn njai te worden. Het verhaal wordt beurtelings verteld door Inem en de planter.
Meer over ‘Njai Inem’
Meer over Barney Agerbeek

«Deze schrijver laat ons eindeloos genieten!» – Karel Wasch

VoorplatNjaiInem75Over ‘Njai Inem. Kroniek van een steen’ van Barney Agerbeek op Leestafel.nl, 7 november 2014:
In ‘Njai Inem’ schetst Agerbeek het trieste verhaal van een jong meisje dat als njai komt te werken. Het speelt rond 1930. Een njai was de huidhoudster/concubine van meestal blanke kolonisten, die uit de dagarbeiders een meisje uitkozen, dat hun bed moest delen, hun rug moest wassen en hun drank moest inschenken. Maar er was de meer, de njai moest ook een luisterend oor lenen aan de ‘toean’ haar baas. Daarbij kon ze soms haar eigen mening te berde brengen, maar dat moest uiterst behoedzaam gebeuren. Wekte zij de ergernis op van haar meester en gebieder dan waren de gevolgen meestal afschuwelijk. Een positie van gegijzelde dus. Van iemand, die niet kan bewegen in vrijheid, kortom een steen. (…) Een stukje onvervalste Oosterse mystiek weeft Agerbeek knap door het verhaal in de gedaante van een blinde muzikant. Hij laat een waarschuwing horen in het voorbijgaan. Het verhaal heeft de structuur van de Wajangvertellingen en weet Agerbeek dat meesterlijk te doen als een volleerd jongleur. (…) Agerbeek weet sentimentaliteit te omzeilen, vooral door zijn gestileerde stijl en zijn vermogen situaties ‘uit te sparen.’ Deze schrijver laat ons eindeloos genieten!
Lees hier de recensie
Meer over ‘Njai Inem’
Meer over Barney Agerbeek

«Toch blijft de auteur heel sober in zijn vertelling.» – André Oyen

VoorplatNjaiInem75Over ‘Njai Inem’ van Barney Agerbeek op iedereenleest.be, 7 oktober 2014:
De ‘njai’ is een inheemse vrouw die in Nederlands-Indië gedwongen werd samen te leven met een Europese man, haar ‘toean’. Zij was zijn persoonlijke verzorgster en uit hun relatie kwamen vaak kinderen voort. De njai kan daarom worden beschouwd als de oermoeder van vele Indische mensen. Zonder enige inspraak wordt er over het lichaam van Inem beschikt. Ze voelt zich vernederd tot en met. Doordat de planter Inem seksuele gunsten afdwingt heeft het meisje een vrij comfortabel leven op materieel vlak maar op emotioneel vlak voelt ze zich eenzaam en misbruikt. Toch blijft de auteur heel sober in zijn vertelling, het verdriet en de pijn wordt in alle stilte beleefd. Niet tegenstaande het mijden van het melodrama wordt de lezer wel degelijk geconfronteerd met een mensonterend systeem en de uitwas ervan.
Lees hier de recensie of hier op ansiel.cinebelblogs.be
Meer over ‘Njai Inem’
Meer over Barney Agerbeek

Barney Agerbeek – Njai Inem. Roman

VoorplatNjaiInem75BARNEY AGERBEEK
Njai Inem
Kroniek van een steen
Roman
Nederland – Indonesië
Genaaid gebrocheerd, 20 cm x 14,50 cm, met flappen
176 blz. € 17,50
ISBN 978-90-6265-864-0
oktober 2014

Door armoede gedreven besluit het Javaanse meisje Inem contractarbeider op een rubberplantage te worden. Zij wordt bij aankomst van haar dorpsgenoten gescheiden en door een mandoer naar het huis van de planter geleid.

‘Moet ik zijn njai worden, ibu?’ vraag ik met toegeknepen keel. ‘Kan ik niet zeggen dat ik op het land wil werken? Met mijn vrienden?’
Ibu glimlacht en schudt haar hoofd
.

De Indisch-Nederlandse schrijver Rob Nieuwenhuys gaf in zijn boek Komen en blijven (1982) bekendheid aan het begrip ‘njai’: een inheemse vrouw die in Nederlands-Indië gedwongen werd samen te leven met een Europese man, haar ‘toean’. Zij was zijn persoonlijke verzorgster en uit hun relatie kwamen vaak kinderen voort. De njai kan daarom worden beschouwd als de oermoeder van vele Indische mensen.

Met gevoel voor verhoudingen in de koloniale wereld weet Barney Agerbeek in Njai Inem tot in detail de omstandigheden te treffen, waarin een willekeurige njai omstreeks 1930 op een Sumatraanse plantage moet hebben verkeerd. Agerbeek nodigt de lezer uit om door de ogen van twee zeer diverse personages het schrijnende bestaan te doorvoelen van een ‘contractkoelie’. Het verhaal van de njai is doordrenkt met de geest van Midden-Java en geeft een overtuigend beeld van de ontreddering en het isolement van Inem, een sterke maar door het lot geknevelde vrouw.

‘De auteur weet zich verrassend goed te verplaatsen in zijn personages. De benadering van de Hollandse planter en de njai is uitermate genuanceerd.’ – Willem G. Weststeijn

Barney Agerbeek (1948) werd geboren in Surabaya en vertrok in 1952 met zijn ouders naar Nederland. Tijdens zijn lange, internationale bankloopbaan woonde en werkte hij in de jaren negentig gedurende vierenhalf jaar in Indonesië. Na zijn pensionering maakte hij de oversteek van de financiële wereld naar het domein van de literatuur en de beeldende kunst.
Hij is auteur van twee dichtbundels, Opzij van mensen (2003) en Elke dag is zondag (2005), en monografieën over Floris Meydam en Nelson Carrilho. Ook leverde hij bijdragen aan literaire tijdschriften als Nynade, Indische Letteren, Extaze en Avier. In 2013 debuteerde hij bij Uitgeverij In de Knipscheer met de verhalenbundel Schaduw van schijn.
Meer over Barney Agerbeek

«Hij toont met prachtige verhalen aan dat een Europeaan de ziel van Azië nooit zal kunnen doorgronden.» – Hans Ester

Pierre LaufferOver ‘Schaduw van schijn’ van Barney Agerbeek in Nederlands Dagblad, 2 augustus 2013:
In 1952 kwam de in Surabaya geboren Barney Agerbeek met zijn ouders naar Nederland. Agerbeek was toen vier jaar oud. Agerbeeks Nederlands-Indische ouders droegen de littekens van het Jappenkamp en van de gevaarlijke jaren tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van de Indonesiërs na 1945. (…) Tijdens een lange loopbaan als bankdirecteur kreeg Agerbeek de kans om op het kantoor van zijn bank in Jakarta gestationeerd te worden. Viereneenhalf jaar mocht de plekken van zijn jeugd en de cultuur die hij altijd in zijn hart koesterde weer zien. Knap en indringend weet Agerbeek de enorme levendigheid van de steden op Java en de bijzondere schoonheid van de bevloeide rijstvelden, de sawa’s weer te geven. (…) Hij staat met één been in Europa en met het andere in Azië en toont met prachtige verhalen aan dat een Europeaan de ziel van Azië nooit zal kunnen doorgronden.

Lees hier de recensie

Meer over ‘Schaduw van schijn’

«De lezer ziet Aya Zikken opgroeien tot een bekende Nederlandse schrijfster.»

Over ‘Alles is voor even’ over Aya Zikken van Kees Ruys op Avro Kunst & Cultuur, 1 april 2013:
Kees Ruys ontrafelt de geheimzinnige wereld van de schrijfster in de vele gesprekken die hij met haar voerde. Hij legt de verbinding tussen de door haar gecreëerde wereld en haar echte wereld door middel van brieven en documenten die de levensloop van de schrijfster op een intieme manier aan de lezer beschrijven. In de 800 pagina’s tellende biografie van Ruys worden de lezers meegenomen naar het sprookjesachtige en soms duistere Nederlands-Indië en zien zij Aya Zikken opgroeien tot een bekende Nederlandse schrijfster die haar hele leven een brug tussen droom en praktijk, fictie en non fictie probeert te creëren.

Lees hier verder

Meer over de biografie over Aya Zikken