«Op hoge leeftijd onthult hij zich als poëet.» – Pauline Kruithof

VoorplatWEG-75Over ‘Waar weg weg is en stilte stiller nog’ van Eric Schneider in Friesch Dagblad, 22 september 2021:
Eric Schneider (1934) (…) werd geboren in Batavia, maar kam naar Nederland en verwierf bekendheid als toneelspeler, regisseur en schrijver (…) Op hoge leeftijd onthult hij zich als poëet. (…) Schneider verhaalt van de onrust en strijd die over de toenmalige Nederlandse kolonie valt. (…) Hij blijft weg van (…) gevoelige politiek (…) en focust op ogenschijnlijk onbeduidende persoonlijke ervaringen. Die weten de sfeer waarin hij opgroeide, die hem vormde, extra scherp neer te zetten. (…) De dichter koppelt zijn eigen wederwaardigheden aan de lotgevallen van mythische en dramatische figuren. (…) De thema’s worden naar een universeel niveau getild en de vertelsels krijgen een extra plot. (…) De dichter komt tot de conclusie dat opgroeien een illusie is, terwijl het steeds minder duidelijk is wat het betekent iemands kind te zijn. Wie waren zijn ouders precies. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Waar weg weg is en stilte stiller nog’
Meer over Eric Schneider bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Het is de nietsontziende oprechtheid die deze gedichten indrukwekkend maakt.» – Hettie Marzak

VoorplatWEG-75Over ‘Waar weg weg is en stilte stiller nog’ van Eric Schneider op Meander Magazine, 10 september 2021:
(…) De gedichten laten zich op het oog al gauw onderbrengen in drie thema’s: de gedichten die handelen over karakters uit toneelstukken die al dan niet door Schneider zelf vertolkt zijn, (…) vervolgens gedichten die gaan over zijn familie en zijn verleden en de gedichten die spelen in de tegenwoordige tijd. In de gedichten die de titel dragen van een toneelpersonage geeft Schneider de invulling van die rol weer zoals hij die ziet, maar ook kan de rol of de mythologische figuur aanleiding zijn tot uitdrukking van een gevoel dat niet rechtstreeks met de mythe te maken hoeft te hebben. Eurydike I (…) heeft een ritme dat de lezer mee stuwt met de stroom, die in korte zinnen steeds sterker wordt opgezweept om te eindigen in de climax en dan uit te vloeien in langere regels, waarin rust en stilte eindelijk drijven zonder doel. Ademen, hijgen, stil worden. Het rijm dat gehanteerd wordt, is onnadrukkelijk, onvolkomen en functioneel. (…) De gedichten over de toneelkarakters komen samen in het gedicht ‘Eindspel’. Dit gedicht vormt de overgang van het toneel en de diverse rollen naar de gedichten over de biografische werkelijkheid en het verleden van de dichter. De dichter heeft zijn hart binnenstebuiten gekeerd en zichzelf daarbij niet gespaard. Het is de nietsontziende oprechtheid die deze gedichten indrukwekkend maakt. De maskers van het toneel zijn afgerukt en het naakte gezicht van de dichter kijkt ons aan.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Waar weg weg is en stilte stiller nog’
Meer over Eric Schneider bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Indringende en klassiek getoonzette poëzie.» – André Oyen

VoorplatWEG-75Over ‘Waar weg weg is en stilte stiller nog’ van Eric Schneider op Ansiel, 29 juni 2021:
Eric Schneider is in 1934 geboren, in Batavia, de hoofdstad van het toenmalige Nederlands-Indië . (…) In openhartige gedichten en intieme portretten geeft Schneider vorm aan een trauma dat hij met vele andere individuen van zijn generatie, en hun families, deelt. Er is een moeder die in een Japans interneringskamp op Java een lied zingt voor haar zoon (zoals Ophelia na de dood van Polonius in haar onstelpbare verdriet onbegrijpelijke liedjes zong). (…) ‘Waar weg weg is en stilte stiller nog’ is een bundel indringende en klassiek getoonzette poëzie, die de vinger voorzichtig drukt op een wond die nog schrijnt. Eric Schneider schrijft al bijna zijn hele leven poëzie, maar met Waar weg weg is en stilte stiller nog is voor het eerst een aantal van zijn gedichten verzameld in een bundel. (…)
Klik hier voor het bericht op Ansiel
Meer over ‘Waar weg weg is en stilte stiller nog’
Meer over Eric Schneider bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Gebalanceerd boek dat uitblinkt in de sobere maar zeer accurate beschrijvingen.» – Marjan Bex

VoorplatNjaiInem75Over ‘Njai Inem’ van Barney Agerbeek op De Leeswolf en MappaLibri, 2014, 2020:
Barney Agerbeek werd geboren in Surabaya, bracht er zijn eerste levensjaren door en keerde later terug naar zijn geboorteland om er enkele jaren als bankier te werken. Dit inspireerde hem tot verscheidene dichtbundels en één verhalenbundel (‘Schaduw van schijn’, 2013). Nu is er de roman ‘Njai Inem’. Het jonge Javaanse meisje Inem wordt omstreeks 1930 gedwongen op de plantages van Sumatra te werken als de persoonlijke bediende (‘njai’) van een Nederlandse opzichter. Op dat moment maakt Indonesië nog deel uit van de Nederlandse koloniën. Hoewel Inem naar de afgelegen gebieden gelokt was met de belofte contractarbeider te worden, dwingen de plaatselijke verantwoordelijken haar om in te trekken bij de Europese rubberplanter. In de praktijk betekent dat dat zij hem in alles van dienst moet zijn, en dat zij dus zijn geliefde moet worden. Barney Agerbeek geeft in zijn eerste roman beurtelings het woord aan de njai en de ‘toean’ en probeert zich in te leven in de eenzaamheid van beiden, en in het misbruik dat er jarenlang gemaakt werd van de inlanders. Het resultaat is gebalanceerd boek dat uitblinkt in de sobere maar zeer accurate en gedetailleerde beschrijvingen van de sfeer en het landschap van het Nederlands-Indië van voor de Tweede Wereldoorlog. (…) Deze zeer indringende roman is een boek dat je niet zomaar opzij legt.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Njai Inem’
Meer over Barney Agerbeek bij Uitgeverij In de Knipscheer

Boeken van In de Knipscheer op Tong Tong Fair

AdvertentieIndischAndersweb-75Zoals altijd veel (nieuwe) boeken van Uitgeverij In de Knipscheer op de Tong Tong Fair (v/h Pasar Malam Besar) op het Malieveld in Den Haag van 28 mei t/m 5 juni 2016 op de stands van Boekhandel Van Stockum en/of op de stand van Tong-Tong-Theater.
O.a. ‘Koude Sambal’ van Peter Andriesse (‘een zeer mooie verhalenbundel, die schittert in zijn eenvoud!’) en ‘Rood en wit met blauw’ van Barney Agerbeek (‘Indo’s in Holland: opnieuw is een standbeeld voor u opgericht.’) en ‘Chris Hinze – Een autobiografie’ van Kees Ruys (‘de nu bijna 78-jarige Indische dirigentenzoon, die kind was op Java en daarna in Europa een onwaarschijnlijke carrière maakte.’) en een handvol titels van de onvolprezen tweede generatie Indoschrijver Alfred Birney. Laatstgenoemde en Barney Agerbeek, alsook letterkundige Michiel van Kempen, zijn geprogrammeerd in het Tong-Tong-Theater.
Meer over Peter Andriesse
Meer over Barney Agerbeek
Meer over Kees Ruys / Chris Hinze
Meer over Alfred Birney

«De eerste jazzmuzikant die zijn zaken als een popmuzikant regelde.» – Kees Ruys

CoverHinzeDef2.inddOver ‘Chris Hinze. Een biografie’ van Kees Ruys in Den Haag Centraal, 13 november 2015:
Het is vooral de Indische achtergrond van Chris Hinze die mijn belangstelling wekte (…). Ik ontdekte al snel dat Chris Hinze een reiziger was. Een extreem rusteloze man met een gebroken geschiedenis, vele woonplaatsen en relaties, talloze conflicten en een grenzeloze muzikale belangstelling. Daarmee werd hij voor mij een intrigerend onderwerp voor een biografie.
Lees hier het interview
Meer over ‘Chris Hinze. Een biografie’
Meer over Kees Ruys bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Het voordeel van een late roeping als auteur is de rijpheid en wijsheid van een volledig leven.» – Albert Hagenaars

VoorplatNjaiInem75Over ‘Njai Inem’ van Barney Agerbeek op ‘De verborgen hoek’, 27 februari 2015:
Agerbeeks belang als romancier schuilt behalve in zijn vermogen om technisch verfijnd en geloofwaardig te schrijven ook in zijn gedrevenheid om waarden door te geven, begrip te vergroten tussen culturen in het algemeen en de verstrengelde in hemzelf in het bijzonder. ‘Njai Inem’ verrijkt de lezer zowel historisch als actueel want het gaat niet alleen om koloniale misstanden maar ook, nogmaals, om de nog steeds groeiende mensenhandel, die we elke dag in de vorm van overvolle wrakke boten en benauwde confectiebarakken op onze schermen zien. En al komen nogal wat van zijn zinnen elegant, zelfs ronduit esthetisch over; hun taalspel is nooit vrijblijvend, het roept altijd op tot morele waakzaamheid, die van onszelf in een wereld die heel wat meer bedreigingen kent dan vulkanen en aardbevingen. Niet voor niets luidt de tot meerdere eindes leidende slotzin van deze gedurfde en geslaagde roman: “Ik voel me hopeloos ver verwijderd van allen die ik liefheb en telkens stel ik dezelfde vragen, tot er één overblijft: Mag ik nog hoop hebben?” Agerbeek hoeft deze vraag in elk geval niet meer te stellen over de mogelijkheden van zijn schrijverschap. Zoals zijn eerste verhalenbundel al een schot in de roos was, toont zijn eerste roman dat het voordeel van een late roeping als auteur de rijpheid en wijsheid van een volledig leven is, in Agerbeeks geval: van een bijna zeventigjarig bestaan dat in binnen- en buitenland, in westerse en niet-westerse beschavingen (de schrijver bezocht veel landen) werd beproefd, geschuurd en gepolijst. Nooit echter zal deze auteur zich laten voorstaan op glans en afronding want in zijn denkwereld gisten kiemen in alle denkbare eindes.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Njai Inem’

«De prestatie van Lutgard Mutsaers valt dan ook moeilijk in woorden vast te leggen.» – Ezra de Haan

VoorplatRoepdervertenOver ‘Roep der verten. Krontjong van roots naar revival’ van Lutgard Mutsaers op Literatuurplein.nl, 12 november 2014:
‘Roep der verten’ is een heerlijk boek dat tot lezen of doorbladeren uitnodigt. Tientallen illustraties, steevast uniek materiaal, en mooie anekdotes vullen pagina na pagina. Eindelijk lees ik eens iets over het lied ‘Terang boelan’, een lied dat iedereen kent, al was het alleen al door de pijnlijke scène in de film ‘Soldaat van Oranje’. Mutsaers levert de tekst, de vertaling en het achtergrondverhaal. In 1915 staat de eerste, geromantiseerde krontjongende Indo op de planken in Nederland. (…) Het begrip krontjong werd door de Hollandse amusementsmuziek omarmd, zij het in de vorm van liedjes die over Indië gingen en geschreven werden door Pisuisse en Max Blokzijl. Een voorbeeld daarvan is het lied ‘Krontjong One-Step’ uit de muzikale revue ‘De Jantjes’. En ook de literatuur bevat krontjong. In ‘Het land van herkomst’ van E. du Perron lezen we over de muziek en de vertolkers ervan; op de radio was het te horen en in de film te zien. Krontjong was overal. (…) De prestatie van Lutgard Mutsaers valt dan ook moeilijk in woorden vast te leggen. Immens is de hoeveelheid informatie die ‘Roep der verten’ bevat. Ondanks al die informatie blijft het een heerlijk leesboek, bol van historisch materiaal en vol met bijna vergeten geschiedenis. Gelukkig heeft de auteur alles vastgelegd in dit kloeke boek waarin het heden en verleden van een unieke muzieksoort samenkomen. Voor iedereen met Indische roots en/of liefde voor krontjong is dit een onmisbaar standaardwerk.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Roep der verten’

Gewaagd onderwerp integer verteld

VoorplatNjaiInem75Over ‘Njai Inem’ van Barney Agerbeek in Moesson, november 2014:
Barney Agerbeek waagde zich aan een onderwerp waarvan het makkelijk is om in een cliché te vervallen, maar dat deed hij gelukkig niet. In ‘Njai Inem’ beschrijft hij een periode in het leven van Inem, een Javaans meisje dat als contractkoeli naar Sumatra vertrekt maar door de planter wordt uitgekozen zijn njai te worden. Het verhaal wordt beurtelings verteld door Inem en de planter.
Meer over ‘Njai Inem’
Meer over Barney Agerbeek

«Deze schrijver laat ons eindeloos genieten!» – Karel Wasch

VoorplatNjaiInem75Over ‘Njai Inem. Kroniek van een steen’ van Barney Agerbeek op Leestafel.nl, 7 november 2014:
In ‘Njai Inem’ schetst Agerbeek het trieste verhaal van een jong meisje dat als njai komt te werken. Het speelt rond 1930. Een njai was de huidhoudster/concubine van meestal blanke kolonisten, die uit de dagarbeiders een meisje uitkozen, dat hun bed moest delen, hun rug moest wassen en hun drank moest inschenken. Maar er was de meer, de njai moest ook een luisterend oor lenen aan de ‘toean’ haar baas. Daarbij kon ze soms haar eigen mening te berde brengen, maar dat moest uiterst behoedzaam gebeuren. Wekte zij de ergernis op van haar meester en gebieder dan waren de gevolgen meestal afschuwelijk. Een positie van gegijzelde dus. Van iemand, die niet kan bewegen in vrijheid, kortom een steen. (…) Een stukje onvervalste Oosterse mystiek weeft Agerbeek knap door het verhaal in de gedaante van een blinde muzikant. Hij laat een waarschuwing horen in het voorbijgaan. Het verhaal heeft de structuur van de Wajangvertellingen en weet Agerbeek dat meesterlijk te doen als een volleerd jongleur. (…) Agerbeek weet sentimentaliteit te omzeilen, vooral door zijn gestileerde stijl en zijn vermogen situaties ‘uit te sparen.’ Deze schrijver laat ons eindeloos genieten!
Lees hier de recensie
Meer over ‘Njai Inem’
Meer over Barney Agerbeek