Chawwa Wijnberg – Echo van de roos

chawwa wijnbergCHAWWA WIJNBERG
Echo van de roos

Nederlands / Poëzie
Ingenaaid, 80 blz. 13,50
ISBN 90-6265-552-1
Eerste druk 2003

De verhuizing van Chawwa Wijnberg enkele jaren geleden van Midden-Nederland naar Zeeland lijkt een nieuwe ontwikkeling in haar werk te hebben losgemaakt. Waar haar blik eerst vooral naarbinnen was gericht – naar haar leven, haar verleden en de sporen daarvan in haar omgeving – richt die zich nu met Echo van de roos naar buiten, op Zeeland. En als een kind ziet ze de schoonheid van het alledaagse, de rust van de stad waar ze de stadsdichter van mag zijn: Middelburg. Chawwa Wijnberg toont doorkijkjes, frietkotten, grachten en parken. Oude pijn lijkt draagbaar door de vreugde die ze in Zeeland mag beleven.

Chawwa zou Chawwa niet zijn als ze niet kritisch om zich heen bleef kijken: ze volgt de wereld en reageert op dat wat er gebeurt. En zo wisselen liefdesliedjes en stadsoden elkaar af maar is er ook ruimte voor de elfde september, de wandelende jood of het eigen ego. Deze zo van elkaar verschillende onderwerpen vormen een eenheid in Echo van de roos waarmee Chawwa Wijnberg door het precies gekozen detail, de liefde voor het kleine aandacht geeft aan datgene waaraan anderen voorbijgaan.

Chawwa Wijnberg (1942) is beeldend kunstenaar en dichter. Zij was als joods kind een onderduikkind. Haar vader zat in het verzet en werd in de oorlog door de Duitsers gefusilleerd.
Zij debuteerde in 1989 met Aan mij is niets te zien. “Het niet-doordeweekse debuut van een authentiek dichteres” (Standaard der Letteren). In 1993 verscheen Handboek voor de joodse kat, waarover Poëziekrant schreef: “Een van de opmerkelijke dichteressen uit de Nieuwe Wilden. Deze bundel bevestigt haar talent. Kenmerkend voor haar poëzie zijn de weerbaarheid en de humor.”
In haar derde bundel Matses en monsters (2001) vindt Wijnberg de woorden om te beschrijven wat overlevenden van de holocaust nog dagelijks ervaren. “Zang en dans dus, tot op de laatste bladzijde. De poëzie van Chawwa Wijnberg is onontkoombaar uitnodigend. Wie haar leest gaat met haar mee op reis” (Paul Gellings).

Begin dit jaar werd Chawwa Wijnberg voor 2003 benoemd tot stadsdichter van Middelburg. Als dichter trad zij inmiddels vijf keer op in de Nacht van de Poëzie.

De pers over Echo van de roos
“CHAWWA WIJNBERG is van 1942. Voor de meeste mensen een jaar als zoveel andere, maar niet voor haar, voor het meisje dat alleen als onderduikster de oorlog kon overleven. Zestig jaar later is het nog altijd 1942. Haar geheugen zorgt dat het vandaag gewoon gisteren is. Nooit, nooit gaat de oorlog meer over. Van die obsessie getuigt ze in haar poëzie in Echo van de roos. Dit is Chawwa Wijnberg op haar best, in meer dan één opzicht herinnert ze aan Judith Herzberg. Woorden ter bezwering. Woorden om met het verleden in het reine te komen. Woorden die een beklemmend beroep op de lezer doen: ‘De echo van de roos/wandelt als de jood voorbij/was ze er ooit/en waar was jij.'” – uit: Provinciale Zeeuwse Courant

“Een ware taalkunstenares is Chawwa Wijnberg. Je ziet haar in sneltreinvaart, van bundel tot bundel, veranderen en zichzelf onverwisselbaar trouw blijven. Hier ligt de nadruk op het luchtige en het exotische. Toch is het niet allemaal zo lieflijk als het wellicht bij eerste lezing lijkt. Want wie Echo van de roos leest, moet er rekening mee houden dat doornen ook hun echo hebben en dat deze poëzie ontegenzeglijk bijtende kanten heeft. Zoals tederheid en een donkere humor elkaar afwisselen, zo wisselen ook het rijm en het vrije vers elkaar af, wat niet betekent dat wat niet rijmt niet zingt. Er zijn zelfs gedichten waarin het metrum de suggestie van rijm wekt en daarin schuilt het hart van de poëtica van Chawwa Wijnberg: zingende taal. Hier is iemand aan het woord die zonder zelfherhaling steeds authentieker wordt en daarvan steeds meer laat zien in gedichten die geen moment vervelen.” – uit: Paul Gellings in NIW

Betty Roos – Galila van Galilea

978-90-6265-488-8BETTY ROOS
Galila van Galilea

Roman
€ 14,50
Eerste druk 2001
ISBN 978-90-6265-488-8

In het niemandsland tussen Israël en Libanon schrikken Israëlische soldaten van een Arabische kreet om hulp. Een van de soldaten verliest zijn zelfbeheersing en gooit een handgranaat. Een zwangere vrouw komt om het leven. Haar dochtertje raakt een hand en een oog kwijt. Arjeh de commandant, doet alles om het meisje te redden en zorgt voor het vervoer per helikopter. En van hem krijgt ze ook een naam: Galila van Galilea.

In het hospitaal ontmoet Arjeh Margareta, een vrijwilligster. Het is het begin van een bijzondere relatie met de Arabische, die hem meer dan eens confronteert met de onmogelijke situatie waarin zijn land verkeert. We volgen Arjeh in de Gaza, leven mee met Margareta en haar vriendin Fatima en maken ook de zinloze zoektocht van de moslimherder naar zijn omgekomen christen-echtgenote meer.

Galila van Galilea is een indrukwekkende korte roman over hoe mensen (samen-)leven in een anno 2000 verscheurde regio.

Over Bonsai-kinderen, haar debuutroman uit 1995, schreef NRC Handelsblad: «In intensiteit, gevoeligheid en beeldende kracht een opmerkelijk boek over aangrijpende ervaringen.»

Betty Roos werd geboren in voormalig Nederlands-Indië, belandde als vijfjarig joods meisje in 1941 in het jappenkamp, kwam direct na de oorlog als ‘Indisch’ kind naar joods-Amsterdam en vond in de jaren zestig haar thuis in Israël. Ze schrijft direct in het Nederlands, nu haar tweede taal, in een stijl en met een woordkeus waarmee ze heel effectief een beklijvende sfeer oproept.

Leon de Winter – La Place de la Bastille. Vertelling

Leon de WinterLEON DE WINTER
La Place de la Bastille

Nederland, Vertelling
Gebonden, 160 blz., 14,75
ISBN 90-6265-404-5
Achtste druk 2001

Op 1 november 1976, debuteerde In de Knipscheer als uitgever en Leon de Winter als auteur met de bundel ‘prozateksten’ Over de leegte in de wereld met, inderdaad, als ISBN 90 6265 001 5. Al met al een mooie aanleiding om zijn uit de voorraad gelopen romantitels te herdrukken in de gebonden edities.

Heeft de mens een geschiedenis, en als hij die heeft, waaruit bestaat die dan? Met dergelijke vragen worstelt Paul de Wit, de hoofdpersoon van La Place de La Bastille. Daar, op dat plein in Parijs, heeft hij een drietal foto’s gemaakt van zijn vriendin Pauline. Als hij de foto’s later bekijkt, ziet hij dat naast Pauline iemand staat die sprekend op hem lijkt. Hij brengt zichzelf in de waan dat dit zijn tweelingbroer Philip is, die dus leeft en niet, zoals waarschijnlijk leek, in de oorlog is omgekomen. Het vinden van zijn ‘dubbelganger’ wordt de drijfveer van Pauls leven.

Leon de Winter is uitgegroeid tot een van de belangrijkste schrijvers van Nederland. Van La Place de la Bastille zijn inmiddels bijna 90.000 exemplaren verkocht in de diverse edities. Het boek werd verfilmd door Rudolf van den Berg in een productie van George Sluizer.

La Place de la Bastille is een beklemmende en toch ook tedere vertelling, omdat het verdriet en het isolement van de hoofdpersoon bestreden worden met verlangens en verwachtingen.

De pers over La Place de la Bastille
«Het boeiende bij De Winter zit hem niet alleen in de thematiek, maar ook en vooral. in de vertelstructuur – het experiment zo je wil – die perfect past op de voorgestelde levensvisie. Hij is nogal sceptisch over de geldigheid van verhalen, zelfs en in de eerste plaats over de geldigheid van het verhaal bij uitstek, de geschiedenis. Dit scepticisme zoekt naar thema’s en structuren die telkens weer de geldigheid van het vertelden in vraag stellen. Dat wordt bij deze auteur geen steriel taalspelletje, geen experiment in het luchtledige, maar het staat direct in verband met bijvoorbeeld de jodenuitroeiing. La Place de la Bastille is daarvan een uitmuntend voorbeeld. Geschreven in de sierlijke, welhaast klassieke stijl van de betere literatuur, doorbreekt het de eigen grenzen, waarbinnen het zich nochtans moet bewegen. De grenzen zijn: de zoektocht van een historicus van joodse origine naar zijn herkomst… Hoe moet de man erachter komen tijdens zijn crisisjaren als mens, als man én als geschiedenisleraar, waar hij eigenlijk vandaan komt? La Place de la Bastille is de mooiste Nederlandse novelle sinds heel lang.» – De Nieuwe, Leo Geerts

«De zeer persoonlijke verwerking van het thema, en het verband dat wordt gelegd met het bankroet van de westerse cultuur, maken La Place de la Bastille tot het meest opmerkelijk boek van wat er de laatste tijd in Neder land verscheen.» – Haagse Post, Jaap Goedegebuure

«Een fascinerende vertelling, waarin de hoop het durft op te nemen tegen de berusting, waarin verdriet en eenzaamheid daadwerkelijk bestreden worden.» – Haarlems Dagblad, Wim Vogel

«De Winter weet het verloop van de gebeurtenissen zo te presenteren, dat er een spannend verhaal ontstaat… Een rijk en vol boek.» – Het Parool, Robert Anker

Leon de Winter – Zoeken naar Eileen W.

Leon de WinterLEON DE WINTER
Zoeken naar Eileen W.

Nederland, Roman
Gebonden, 288 blz., 17,50
ISBN 90-6265-413-4
Achttiende druk 2001

In 1981 breekt Leon de Winter (in 1979) bekroond met de Reina Prinsen Geerligsprijs voor zijn debuutroman De (ver)wording van de jongere Dürer definitief door naar het grote lezerspubliek met Zoeken naar Eileen W. De eerste druk van de luxe paperbackeditie (met een omslag in zeven kleuren) bedraagt in 1981 meteen 10000 exemplaren, waarna vele herdrukken in diverse edities volgen.
In 1995, het jaar waarin Leon de Winter met Serenade auteur is van het Boekenweekgeschenk, verschijnt Zoeken naar Eileen W. voor het eerst in een gebonden editie. Inmiddels bedraagt de totale drukoplaag 125.000 exemplaren.

De verteller in Zoeken naar Eileen W. drijft een winkel in tweedehandsboeken in de Londense wijk Clapton en brengt zijn dagen door met het beschrijven van een zoektocht naar een zekere Eileen, een Iers meisje dat hij bij toeval heeft ontmoet maar dat plotseling van de aardbodem verdwenen lijkt te zijn. Wie was zij? Wat heeft haar bewogen om van de ene op de andere dag te verdwijnen? En waarom wordt hij zo door haar geobsedeerd?

In Noord-Ierland overziet hij stukje bij beetje de intrigerende en complexe positie waarin Eileen zich heeft bevonden. Op basis van deze inzichten en de summiere gegevens die hij over haar verzameld heeft schrijft hij haar `biografie’ – een klassiek geconstrueerd liefdesverhaal rond een meisje dat langzaam bezwijkt onder de druk van de omstandigheden. Zijn speurtocht naar Eileen is tevens een tocht door zijn eigen verbeeldingswereld, en naar het einde toe zijn deze twee steeds minder van elkaar te scheiden.

De pers over Zoeken naar Eileen W.
«Zoeken naar Eileen W. wordt gekenmerkt door twee belangrijke tegenstellingen: die tussen beweging en stilstand, en die tussen fantasie en werkelijkheid. Ze geven de vertelling een bijzondere dynamiek. Dat tot de werkelijkheid de Noord-Ierse actualiteit van twee elkaar op leven en dood bevechtende religies behoort, geeft de roman bij alle symboliek en complexiteit van de chronologie, een toets van ‘suspense’ die hem soms op een thriller doet lijken. De Noord-Ierse realiteit leidt geen eigen leven, maar is opgenomen in het geheel van de tegenstellingen die zorgvuldig en precies worden uitgewerkt, waardoor ze heel concreet een andere tegenstelling in het leven roepen: die tussen de enkeling en zijn omgeving. Het accent op de fantasie in dit boek benadrukt hoe schrijnend groot de afstand tussen eenling en maatschappij ervaren wordt… Vooral heb ik bewondering voor dit boek, omdat het een machtig pleidooi is voor de verbeelding, wier kracht in het huidige tijdsgewricht toch al te zeer gekortwiekt dreigt te worden.» – Volkskrant, Willem Kuipers

«Verbazend knap geconstrueerd… Leon de Winter heeft een fascinerende manier gevonden om het proces van verbeelden de vorm te geven van een verhaal.» – Trouw, Tom van Deel

«De Winter wekt bewondering op door zijn vaardigheid om essentiële thema’s een menselijke vorm te geven.» – Vrij Nederland, Carel Peeters

«Wat bij W.F. Hermans de oorlog is, wordt in De Winters roman Noord-Ierland, waar ieder individueel gedrag politieke reikwijdte krijgt. Zoeken naar Eileen W. is ongetwijfeld het beste boek dat Leon de Winter tot nu toe schreef.» – Haagse Post, Jaap Goedegebuure

Betty Roos – Zamira een bedoeïnenkind

978-90-6265-411-6BETTY ROOS
Zamira een bedoeïnenkind

Roman, Israël
Paperback 128 blz., € 13,50
Eerste druk 1996
ISBN 90-6265-411-6

Zamira is een bedoeïnenmeisje dat leeft in een vrijwel kaal gebied aan de zee. In dit harde leven van alledag spelen kamelen, geiten en een dolfijn een even belangrijke rol als het handjevol mensen met wie ze omgaat en die haar met hun verhalen scholen. Aan de vanzelfsprekendheid van dit eenvoudige, eerlijke bestaan komt abrupt een einde, wanneer een totaal onvoorziene oorlog het gebied teistert. Vanaf dat moment ontwaakt Zamira haast dagelijks in een nieuwe situatie; ze wordt een vluchtelinge, en niet lang daarna een wees.
Het verhaal – door het element van herhaling en symboliek haast Arabisch van toon – lijkt ruimschoots materiaal te bieden voor pathetiek en tragiek, maar de schrijfster laat dit zeer bewust liggen: het gaat haar erom te laten zien hoe kinderen omgaan met zulke situaties, en ze rekent daarbij duidelijk op een grote dosis veerkracht van hun kant.
In Zamira, een bedoeïnenkind is gemakkelijk een echto te horen van Betty Roos’indringende debuut Bonsai-kinderen, waarin ze haar jeugd (als joods kind in een jappenkamp in Indie en daarna als ‘Indische’ in joods Amsterdam) beschrijft, eveneens vanuit de ervaring en in de taal van een kind.

Betty Roos – Bonsai-kinderen. roman

978-90-6265-412-3BETTY ROOS
Bonsai-kinderen. Roman

Genaaid gebonden, 252 blz., € 18,50
Eerste druk maart 1995
ISBN 90-6265-412-3

Bonsai-kinderen is de naam die Betty Roos gegeven heeft aan de kinderen, die zoals zijzelf, hun kinderjaren in een jappenkamp doorbrachten en na de oorlog naar Nederland kwamen. Net als bij bonsaiboompjes waren er zoveel wortels gesnoeid, dat ze wel konden blijven leven, maar niet konden groeien.

Betty Roos was vijf – toen ze samen met haar moeder, zusjes en broertje – geïnterneerd werd in het kamp Tjihapit in voormalig Nederlands-Indië. In simpele, directe bewoordingen beschrijft ze de bombardementen, de transporten, en het leven in het jappenkamp in Indië.

Na de bevrijding keert de moeder met de kinderen (de vader heeft het kamp niet overleefd) terug naar het ontredderde Nederland om een nieuw bestaan op te bouwen. Pas hier hoort Betty voor het eerst over Hitler, joodse onderduikers en gaskamers, en wordt ze haar eigen joods-zijn bewust. Tegelijkertijd ervaart ze de onwetendheid en het onbegrip over wat zij heeft meegemaakt aan de andere kant van de wereld.

Betty Roos emigreerde naar Israël en woont en werkt in Jeruzalem. 45 jaar lang zweeg ze over haar kampervaringen, maar de Intifada was voor haar de directe aanleiding om eindelijk te gaan vertellen.

‘Een gloednieuwe schrijfster met een verslag van hoe het was, geschreven door het kind dat ze was (…) met het gestolde verdriet dat lotgenoten kennen, maar waarvoor zij opnieuw woorden heeft gevonden.’ Joop van Tijn in het Voorwoord.

‘De waanzin van de oorlog, gezien door de ogen van een kind, maken het tot een ontroerend document.’ – Haagsche Courant

‘De benadering van Betty Roos maakt indruk door de onderkoelde, feitelijke weergave van de gebeurtenissen. Betty Roos heeft een bijzonder boek toegevoegd aan de reeks kamplitaratuur.’ – Intermediair