Peter (H.) van Lieshout (71) overleden.

Peter van Lieshout 1976[foto Frans de la Cousine]

Op vrijdag 27 oktober 2017 is Peter H. van Lieshout (Den Bosch, 1946) in Amsterdam overleden. In 1966 debuteerde hij als 19-jarige bij Uitgeverij Querido met de roman ‘De Generalenrepetitie’. Zijn tweede roman ‘Slow Motion’ verscheen in 1974 bij Uitgeverij Agathon. Hij publiceerde vanaf de jaren zestig vooral poëzie in vele literaire tijdschriften. Hij was mede-oprichter van de poëziestroming De Brabantse School. Daarnaast manifesteerde hij zich als vertaler van moderne Amerikaanse literatuur (o.a. Jack Kerouac, William S. Burroughs voor o.m. Poetry International) en als recensent van Amerikaanse en Nederlandse literatuur, o.a. voor De Volkskrant. Samen met Harry Hoogstraten en Jos Knipscheer begon hij in 1975 het tijdschrift voor etno- en avantgarde literatuur ‘Mandala’, waaruit in 1976 Uitgeverij In de Knipscheer voortkwam. Met Leon de Winter en Craig Strete debuteerde hij bij deze uitgeverij in november 1976 met de bundel ‘Zo goed als nieuw. Bewaarde gedichten 1966 – 1976’. Met Mandala en Uitgeverij In de Knipscheer was hij betrokken bij de befaamde One World Poetry-festivals eind jaren zeventig en begin jaren tachtig in Amsterdam. Zijn intensieve en inspirerende werk als vertaler, recensent en redacteur zou een groter eigen oeuvre in de weg staan. Zijn aangekondigde roman ‘Bossche Getijden’ zou nooit verschijnen. Peter van Lieshout is een van de geportretteerden in het boek ‘Dit gaat nooit meer voorbij; Bossche popmuziek en literatuur in de sixties’.
Meer over Peter van Lieshout

Koninklijke Onderscheiding voor Franc Knipscheer

lintjeOver Uitgeverij In de Knipscheer in Persbericht Gemeente Haarlem, 1 oktober 2017:
De Haarlemse uitgever Franc Knipscheer (70) is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Via zijn Haarlemse uitgeverij In de Knipscheer heeft Franc Knipscheer zich in sterke mate ingezet voor de verspreiding van de Nederlands-Caraïbische literatuur. Burgemeester Jos Wienen reikt hem op zondag 1 oktober de bijbehorende versierselen uit. De literatuur van Suriname, Curaçao, Aruba en Bonaire zou er compleet anders hebben uitgezien zonder de inzet van Franc Knipscheer. Reeds in de jaren ’70 gaf hij werken uit van Astrid Roemer, die vorig jaar nog werd onderscheiden met de P.C. Hooftprijs en van Edgar Cairo. Sindsdien lanceerde hij titels van tal van andere inmiddels niet meer weg te denken vertegenwoordigers van de Nederlands-Caraïbische literatuur. Voorbeelden zijn Boeli van Leeuwen, Albert Helman, Shrinivási, Michaël Slory, Elis Juliana en Nydia Ecury. Uitgeverij In de Knipscheer onderscheidt zich ook met werken van schrijvers die graag het literaire experiment zoeken en niet onderhevig zijn aan de mode van de dag. Met een passie voor het onaangepaste, het opstandige en het niet-voorspelbare. Ook op deze wijze heeft Franc Knipscheer in belangrijke mate bijgedragen aan de verrijking van de Nederlandstalige literatuur. Uitgeverij In de Knipscheer viert dit jaar haar veertigjarig bestaan.
Zie persbericht Gemeente Haarlem
Klik hier voor bericht Haarlems Dagblad
Klik hier voor Facebookreacties
Lees hier, hier en hier meer over 40 jaar Uitgeverij In de Knipscheer

«Uitgeverij met vizier op de wereld.» – Paul Lips

Hans PlompDeBesteOver ‘40 jaar In de Knipscheer’ met Pim Wiersinga, Peter Bruyn en Hans Plomp op ‘Vurige Tongen’ in Ruigoord in Haarlems Dagblad, 2 juni 2017:
Het ‘echte’ jubileumfeest gaat hoogstwaarschijnlijk dit najaar gevierd worden. ‘Maar eerst verschijnt in september een verzamelbundel waarin alle dichters vertegenwoordigd zijn die ooit bij ons hebben gepubliceerd’, verzekert Knipscheer. Ondertussen legt hij de poëziebundel ‘In de kring van menselijke warmte’ op tafel, waarin tal van dichters een poëtische hommage brengen aan de getormenteerde auteur Rogi Wieg (1962-2015). De bundel is donderdag 1 juni gepresenteerd tijdens Poetry International in Rotterdam. Verschillende auteurs van In de Knipscheer presenteren zich tijdens ‘Vurige Tongen’ in Ruigoord. Zaterdag 4 juni Pim Wiersinga en Peter Bruyn. Tweede Pinksterdag zal Ruigoord-coryfee Hans Plomp een bloemlezing uit vijftig jaar dichtwerk onder de titel ‘Dit is de beste aller tijden’ presenteren.
Lees hier of hier het artikel
Meer over ‘In de kring van menselijke warmte’
Meer over ‘Dit is de beste aller tijden’

«Ik ga, na al die jaren, álles van Van Leeuwen lezen.» – Chrétien Breukers

BoelivanLeeuwen8‘Van boek naar boek: Boeli van Leeuwen’ op Weblog van Chrétien Breukers, 3 mei 2017:
Ik herinner mij een gesprek met Jos Knipscheer. Eind jaren tachtig (van de vorige eeuw). Het ging over de romans van Tip Marugg en Boeli van Leeuwen. Volgens mij was Marugg net genomineerd voor een grote prijs. Dat vond Jos Knipscheer weliswaar terecht, maar toch beviel het hem niet dat Van Leeuwen niet genomineerd was. (…) Drie boeken las ik van Boeli van Leeuwen: Schilden van leem, De rots der struikeling en De eerste Adam. Jaren had ik niet aan hem, of aan zijn werk gedacht, tot gisteren. (…) Ik bekeek het slotstuk van de trilogie: De indiaan baarde een neger ( hier is een en ander terug te zien ) en haalde de boeken van Van Leeuwen tevoorschijn. Ik hoorde de stem van Knipscheer weer mopperen. (…) Gisteravond herlas ik Schilden van leem bijna helemaal. In één ademtocht, desgewenst. Ik ga, na al die jaren, alles van Van Leeuwen lezen. Het is zo ver. Lezen is iets vreemds: je springt van boek naar boek, zonder plan of systeem, en hoe je precies bij schrijvers terechtkomt, of om welke reden: het blijft een raadsel.
Lees hier het betreffende blog
Meer van Chrétien Breukers op deze site
Meer over Boeli van Leeuwen op deze site

«Een belangrijk thema in het boek is magie.» – Ko van Geemert

Opmaak 1Over ‘Duizend leugens bruidstaart’ van Diana Lebacs in Ñapa Literatuur (Amigoe), zaterdag 11 februari 2017:
Ik koos voor de bruidstaart als beeld voor verwachting, liefde en teleurstelling. (…) Je hebt witte magie die uitgaat van het spirituele, en zwarte magie, beter bekend als brua, die gericht is op wraak, afrekening, genoegdoening. Mijn opa was kruidendokter, kurandero, hij gaf ook consult. (…) In deze wereld ben ik opgegroeid. Niet dat ik dit onmiddellijk in mijn boeken verwerkte. Maar op een zeker moment, in 2008, ontmoette ik de schrijver Erich Zielinski. Hij zei tegen me: je zou die magisch-realistische kant op moeten gaan, lees ‘De doem van de maïs’ van Miguel Angel Asturias uit Guatamala, in 1967 kreeg hij de Nobelprijs voor literatuur. Ik deed dat en was verkocht. Die magie is onlosmakelijk verbonden met Zuid-Amerika, met Curaçao. Of ik daar nu echt zelf in geloof weet ik niet. Wel in intuïtie, ik verdiep me in boeddhisme, katholicisme. Er is meer dan deze harde wereld, ik geloof in spiritualiteit.
Lees hier het interview
Meer over Diana Lebacs op deze site

«Een bijzonder randje.» – Chrétien Breukers

knipjembleem‘Nadenken in mijn hoofd & Uitgeverij In de Knipscheer’ op Weblog van Chrétien Breukers, november 2016:
Nu Knipscheer 40 jaar bestaat, hebben ze een nieuwe vertaling van Craig Strete op de markt gebracht. Craig Strete is een native American. Vroeger zeiden we Indiaan, maar dat is niet langer de bedoeling. Deze keer is het geen verhalenbundel, maar een roman: De dronken detective. Ik ben benieuwd naar deze parodie op een genre. Strete is een van die auteurs die Knipscheer door de jaren heen is blijven uitgeven. De uitgeverij noemt zich nu ‘kleurrijk’ en dat is ook zo. Veel ‘wereldliteratuur’ is via Haarlem (en een tijdlang Amsterdam) voor het eerst tot Nederland gekomen. Maar Knipscheer is toch vooral dat ene bedrijf dat ervoor heeft gezorgd dat het titelaanbod jarenlang een bijzonder randje had en soms nog heeft.
Lees hier het betreffende blog

«Boeken zijn van onuitsprekelijk belang voor onze mentale vermogens.» – Astrid H. Roemer

Astrid RoemerInterview door Otti Thomas in Ñapa (Amigoe), 28 mei 2016:
‘Als auteur leid ik een ongemakkelijk bestaan en auteurs met wie ik mij verwant voel, zijn op tragische wijze uit het publieke domein geraakt: ziekte, zelfdoding. Er is veel mentaal geweld gebruikt tegen mij en ik mag blij zijn dat ik nog leef,’ zegt ze. Roemers aanwezigheid bij de uitreiking van de P.C. Hooftprijs zorgt voor evenwicht. Ze wilde weliswaar dat de stoel naast haar gereserveerd werd voor haar kat, die overigens niet aanwezig was. ‘Ze wilde niet mee,’ meldt Roemer. Maar het is vooral een mooie gedachte dat ze de stoel aan haar andere zijde vrij wilde houden voor ‘een persoon die gemist wordt’. (…) ‘De P.C. Hooftprijs heeft het makkelijker gemaakt voor mij om mijn werkplan verder uit te voeren en aldus via mijn nieuwe publicaties meer zichtbaar te worden voor het publiek.’
Lees hier het gehele interview
Meer Meer over Astrid H. Roemer

Gedicht van Astrid H. Roemer voor Jos Knipscheer

Jos1988Astrid H. Roemer schreef dit gedicht op 12 februari 1997 (Den Haag-Kijkduin) naar aanleiding van het overlijden van Jos Knipscheer op 10 februari 1997. Het werd in een Engelse vertaling van Nancy Forest-Flier gepubliceerd in Callaloo [A Journal of African-American and African Arts and Letters], Volume 21, No. 3, Summer, 1998, voorafgaand aan een door haar geschreven in memoriam met de titel ‘An Angel Among Publishers’. De trilogie Gewaagd leven (1996), Lijken op Liefde (1997) en Was Getekend (1998) is door de auteur postuum opgedragen aan Jos Knipscheer (1945-1997).

voor Jos Knipscheer

Schrijf, zei je. Laat desnoods jouw
nachtmerries draven over het papier. Troost je
met de schoonheid van hun wervelende beelden. Raak
bevrucht, zei je.
Open je lijf voor het zaad van het woord.
Jij moet het blanke vel met verhalen vullen.
Maak de wonden die de ervaring je slaat tot merktekens
van wijsheid: houd hoe dan ook de leegte in toom.

Niemand zegent je.
Zegen jezelf, zei je.
Niemand lauwert je. Maak van wintergroen je
eigen kransen.
Twijfel wordt nooit drukinkt.
Twijfel niet, zei je. Leef op de scherpe snede van het vel
en bouw jouw kastelen tussen de regels
in de herfst, zei je.

Lees hier de Engelse vertaling
Lees hier het IM ‘An Angel Among Publishers’

In Memoriam Rogi Wieg

Rogi en Abysfoto: Stephan Raaijmakers

Begraafplaats Buitenveldert, 21 juli 2015:

“Beste aanwezigen,
Allen van harte gecondoleerd met het verlies van Rogi Wieg, 52 jaar oud. Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar die dag in februari 1997, toen mijn broer Jos Knipscheer overleed, ook 52 jaar, ook decennialang noodgedwongen volgepropt met medicatie, in zijn geval om zijn nieren aan de gang te houden, die uiteindelijk zijn hoofd inwendig deed uiteenspatten. Rogi met heel lang de doodswens, Jos met heel lang de levenswens.

Rogi kende de uitgeverij al vanaf de begintijd. In 1978 , 1979, 1980 en 1981 gaf de uitgeverij verschillende Hongaarse dichters en schrijvers in Nederlandse vertaling uit. Rogi, als zoon van Hongaarse ouders, wist dat, volgde dat. Rogi kende ook het eerste literaire tijdschrift van de uitgeverij, Mandala, waarvan het eerste nummer in voorjaar 1975 verscheen. Hij vroeg aan Jos Knipscheer of hij in Mandala gedichten kon publiceren, nét op het moment dat, na vier uitgerekte jaargangen, het allerlaatste nummer van Mandala in 1981 al was afgesloten. De paden van In de Knipscheer en Rogi Wieg kruisten elkaar sindsdien vaker, al was het alleen maar omdat In de Knipscheer vanaf eind jaren tachtig voor langere tijd de uitgeverij was van enkele van zijn dichtersvrienden zoals Frank Starik en Pieter Boskma.

Uitgeverij In de Knipscheer heeft Rogi in overtreffende trap mogen meemaken vanaf april 2011. Het was een overdachte keuze die Rogi maakte in een e-mail aan de uitgeverij: ‘Ik heb genoeg van Amsterdam met zijn uitgevers. Jullie uitgeverij is klein maar goed en bevalt me wel. Ik wil graag bij jullie uitgeven.’ Hij wilde kennelijk de luwte in. In de Knipscheer heeft nooit echt deel uitgemaakt van wat ‘hét literaire wereldje’ heet, toen niet, nu niet. Twee weken later, nadat we zijn gedichten-in-portefeuille hadden gelezen, zaten we in Haarlem gevijfen aan de tafel: Rogi, Abys, Peter de Rijk, mijn partner Anja en ik, en werd de herstart beklonken. En geen van ons heeft die betreurd. In die paar jaren maakten we diverse crises van Rogi mee. Ik herinner me de keer dat hij me vroeg naar Amsterdam te komen om afscheid te nemen. Ik zag de wanhoop in zijn ogen. Ik kreeg handgeschreven notitieboekjes mee, die ik later, toen het weer wat beter ging, heb teruggegeven. Ik kwam die avond aangeslagen terug in Haarlem. Bij een volgende afspraak bij hem thuis, alweer een paar jaar later, reisde ik met lood in de schoenen af, maar keerde met een glimlach terug, want Rogi bleef, toch, met de pijn op het gezicht, inmiddels ook van lichamelijk lijden, een gemakkelijk en vermakelijk verteller.

De wederzijdse loyaliteit was vanzelfsprekend en totaal. Het was ‘lieve vrede, verre liefde’ om een dichtregel van lang geleden van Huub Oosterhuis te citeren. De uitgeverij heeft het genoegen gehad in die jaren Rogi uitsluitend mee te maken als een hoffelijk een beminnelijk man. In goede en in slechte tijden. Dat zal, dat moet een reden hebben: de liefde. En is liefde niet ook een oefening in beheersen? Twee mensen, Rogi en Abys, die verliefd op elkaar worden — voor het eerst bijna twintig jaar geleden — elkaar enkele keren jarenlang uit het oog verliezen door de loop van het leven, maar elkaar toch weer vinden en dan vasthouden ondanks de pijnlijke mechanismen van aantrekken en afstoten die een relatie met een man met dwangneurose, met paniekaanvallen en met depressies onvermijdelijk kenmerken. Veel gedichten heeft Rogi aan zijn Abys opgedragen, zoals het tweede deel in de bundel Khazarenbloed, de bundel Afgekapt dichtwerk en de gedichten die in overtijd werden geschreven en opgenomen werden in de catalogus De kleine schepper.

Ik eindig, uiteraard, met een gedicht. Want de begrafenis van Rogi Wieg kan niet anders zijn dan ook een viering van de poëzie. Het is een gedicht van Rogi voor Abys uit Afgekapt dichtwerk. Het heet ‘Iets anders’. Rogi schreef het twee jaar geleden.

Hier is het verhaal uit,
het was geen oefening
in doodmaken, maar
iets anders. Ik wacht op
haar, eet dan iets met haar
en slaap, later in de nacht,
met haar. Ze leest op bed, in
de woonkamer doe ik Taak.

Zij wacht daar op mij, is bij mij,
zoals haar en mijn uitgestrekte
God op ons wacht en bij ons is,
hoog en laag. Ik schrijf vandaag

al 32 jaar mijn verzen. Dat is
64% van tijd die ik tot aan deze
avond toe besta. Zij weet hiervan,
kent procenten, volgemaakt getal.

En ik heb geen verbrijzeld, gekapt,
of afgebroken werk gemaakt.
Niet over haar, of onze God.
En ook niet over al dat andere.

Rogi, bedankt dat je bij ons was en blijft.
Abys, fijn dat je bij ons bent en blijft.”

franc knipscheer

Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer