«Droom van bloemrijke poëzie (…).» – Eric van Loo

VoorplatTussenhondenwolf72Over ‘Tussen hond en wolf’ van Klaas Jager op MeanderMagazine, 14 september 2016:
(…) Met ‘iemand’ heeft de dichter het woord ‘ik’ vermeden, maar erg onpersoonlijk is dit personage niet. Het lijkt ook geenszins op de hoofdpersoon van het beroemde ‘Iemand stelt de vraag’ van Remco Campert, want in dat gedicht is ‘iemand’ telkens iemand anders, waardoor tenslotte een massa ‘iemanden’ in verzet komt. ‘Iemand’ heeft meer weg van het ‘men’ van Kouwenaar. In Tussen hond en wolf is ‘iemand’ bovenal een eenling, die worstelt met zijn relatie tot de wereld. (…) In de laatste afdeling –‘Het andere gezicht’– slaat de dichter een geheel andere toon aan. Een aantal gedichten heeft een meer positieve, bijna mystieke sfeer. (…) De gedichten in deze afdeling zijn af en toe wat lyrischer, waarbij soms ook (half)rijm optreedt. Maar naarmate het einde van de bundel nadert, nadert ook dat andere einde, en lijkt de dichter zich verontrustend genoeg al vrijwel uit de bundel te schrijven, wanneer ‘de dag van morgen op niemand is berekend’.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Tussen hond en wolf’
Meer over Klaas Jager op deze site

«Een dichter om van te houden.» – Ezra de Haan

VoorplatTussenhondenwolf72Over ‘Tussen hond en wolf’ van Klaas Jager op Literatuurplein, 16 augustus 2106:
En er staan meer gedichten in (…) die bewondering oproepen. Met regels als: Overgeleverd aan een meningsuiting die nooit vrij kan zijn in andermans handen. Inderdaad, Klaas jager uit zich ook politiek in zijn laatste bundel. Neem het gedicht ‘In Godsnaam’ waarin hij schrijft: In Godsnaam wat voor wereld is dit,/ die jubelt voor een wapperende vlag,/ net zolang totdat hij bloed opgeeft. In ‘Zo vanzelfsprekend eenvoudig’ wast hij ons de oren met: Met het slagveld op veilige afstand/ is het kinderspel bloed te zien verspild,/ niemand ligt er echt wakker van. Liefst zou Klaas Jager weer het kind van weleer zijn dat voor het eerst sterren ziet. Vaker echter is hij zich bewust van ons ‘gelukzalig vergeten’. Met ‘Tussen hond en wolf’ heeft Klaas Jager voor de vierde keer laten zien dat hij een dichter is om van te houden. Wie zo dicht bij de natuur staat en zichzelf weet te blijven, kan haast niet anders dan dichter zijn. Klaas Jager opent ons de ogen voor de wereld in wonderschone, soms pijnlijke strofen.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Tussen hond en wolf’
Meer over Klaas Jager op deze site

Klaas Jager, Tussen hond en wolf, Nederlandse literatuur, poëzie, Windwakken in de tijd, Klipgeiten, De wereld heeft geen overkant, Jan Mankes, Gerrit Kouwenaar, Leonard Nolens, Oranjewoud,

«Klaas Jager maakt abstracte begrippen op een heel aparte manier visueel.» – André Oyen

VoorplatTussenhondenwolf72Over ‘Tussen hond en wolf’ van Klaas Jager op Ansiel, 30 juli 2016:
(…) In ruim 90 gedichten neemt de auteur de lezer mee in zijn wereld, een wereld waarin de ‘ik-figuur’ uit zijn vorige bundels ‘iemand’ is geworden. Toch blijft de dichter Jager ook nu weer over persoonlijke ervaringen schrijven maar dan op een manier dat elk iemand er iets van zichzelf in kan herkennen. Bijzonder in deze bundel is het drieluik over de (…) kunstenaar Jan Mankes, die op 32-jarige leeftijd (…) overleed; van 1909 tot 1915 woonde hij met zijn ouders in Het Meer en hier ontwikkelde hij zijn liefde voor de natuur (…). Uit andere gedichten waaronder ‘Zoals iemand’ gericht aan Tolstoi blijkt zijn literaire passie. En er is ook sociaal en politiek engagement in het gedicht ‘Nu pas kleur bekennen’ dat opgedragen is aan Mandela. Klaas Jager heeft een mooi en beeldend taalgebruik dat abstracte begrippen als liefde, pijn, en aanvoelen op een heel aparte manier visueel maakt en het geeft de bundel ook een bijzondere artistieke glans.
Lees hier en hier de recensie
Meer over ‘Tussen hond en wolf’
Meer over Klaas Jager op deze site