«Zijn grootste literaire ontdekking is Edgar Cairo.» – Sander Becker

Over ‘Kollektieve schuld’ van Edgar Cairo in interview met Rasit Elibol in Trouw, 25 maart 2021:
(…) Rasit Elibol, redacteur bij ‘De Groene Amsterdammer’, stelde vanuit deze vragen ‘De nieuwe koloniale leeslijst’ samen. De bundel bevat 22 essays waarin schrijvers en letterkundigen beroemde boeken uit de koloniale tijd tegen het licht houden. Ze plaatsen er onbekender werk tegenover om een completer beeld te krijgen van de geschiedenis. (…) De Turks-Nederlandse Elibol kwam zelf met de koloniale geschiedenis in aanraking via zijn vriendin, die een Surinaamse achtergrond heeft. Dankzij haar ging hij veel over Suriname lezen. Keuze genoeg. Denk aan het werk van Anil Ramdas, Astrid Roemer of Albert Helman. Maar zijn grootste literaire ontdekking is Edgar Cairo. Deze zwarte, biseksuele schrijver emigreerde uit Suriname naar de Bijlmer. In 1976 publiceerde hij ‘Kollektieve schuld’, een levendig boek waarmee je volgens Elibol ‘direct op een achtererf in Paramaribo belandt’. De roman is een speelse familieschets waarin een grote familie bijeenkomt voor een reeks wintirituelen. Ze willen een collectieve schuld wegwassen. Oom Rudi arriveert vanuit Nederland, samen met zijn witte echtgenote. “Er zitten veel grappige dialogen in.” (…) Bijzonder is dat Cairo een heel eigen proza gebruikt: een mix van Surinaams-Nederlands met Sranantongo en eigen woorden. De vertalingen onder aan elke pagina zijn volgens Elibol geenszins overbodig. Opmerkelijk is verder dat Cairo zich eind jaren zeventig al uitsprak tegen Zwarte Piet en dat hij niet schroomde om witte recensenten van racisme te betichten. (…) “De tragiek is dat hij uiteindelijk echt gek werd. Hij werd psychotisch en heeft daarna niets coherents meer geschreven.”
Lees hier het interview in Trouw
Meer over Edgar Cairo bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over de koloniale leeslijst op deze site

Michiel van Kempen op Radio 1 in De Nieuws BV

MichielKlein300Bijzonder hoogleraar Caraïbische letteren prof. dr. Michiel van Kempen was op dinsdagmiddag 27 oktober 2020 te gast bij presentator Natasja Gibbs in De Nieuws BV. Aanleiding was de commotie over het al dan niet voortbestaan van zijn leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam, maar vrijwel onmiddellijk ging het gesprek over ‘de ontzettend mooie literatuur uit die hoek’ en wordt het interview tot een mini-college Caraïbische literatuur. In de ruim 11 minuten van het item worden geluidsfragmenten ten gehore gebracht van de Antilliaanse dichters Elis Juliana (Hé Patu) en Nydia Ecury en een door Denise Jannah gezongen gedichtfragment van de Surinaamse dichter Michaël Slory. Zoals Nederland zijn Grote Drie kent, zo heeft ook Curaçao die: Tip Marugg, Frank Martinus Arion en Boeli van Leeuwen en ook Suriname met o.a. Astrid H. Roemer en Edgar Cairo, over wiens talenten als schrijver (‘Kollektieve schuld’), als ‘eerste zwarte columnist’ (bij de Volkskrant) en als performer hij opmerkt: ‘die man zou nu een star zijn, hij was zijn tijd ver vooruit’.
Kijk en luister hier naar de uitzending ‘Ritmische poëzie en de pijn van slavernij: een lesje Caribische literatuur’
Lees ook het interview met Van Kempen door John Jansen van Galen en Rudie Kagie in Argus van 27 oktober 2020
Meer over de leerstoel Caraïbische letteren op deze site
Meer over Elis Juliana op deze site
Meer over Nydia Ecury op deze site
Meer over Michaël Slory op deze site
Meer over Astrid H. Roemer op deze site
Meer over Michiel van Kempen op deze site

«Met ‘Kollektieve schuld’ schreef Edgar Cairo in 1976 een boek waar uitgevers nu naar snakken.» – Rasit Elibol

Over ‘Kollektieve schuld’ van Edgar Cairo in De koloniale leeslijst, (Dichters & Denkers) De Groene Amsterdammer, nr. 37, 10 september 2020:
Na het lezen van het werk van Edgar Cairo (1948-2000) kun je maar één ding concluderen: Nederland was nog niet klaar voor een schrijver als hij, met zijn eigen taal, zijn eigen woorden, zijn eigen vertelstructuren. Een Afro-Surinaamse man die vond dat de kolonisator geen alleenrecht had op de taal en dat de eigen taal niet onder mocht sneeuwen. (…) Misschien kun je ook wel zeggen dat Cairo zijn tijd te ver vooruit was. Zijn boodschappen zouden vandaag de dag hier in veel betere aarde vallen. Eigenlijk is het gek en opvallend dat Cairo niet ontdekt is door de huidige generaties die opkomen en gelijkheid eisen voor zwarte levens. (…) Met ‘Kollektieve schuld’ schreef Cairo een speelse familieschets waarvan het verhaal ogenschijnlijk simpel is: een Surinaamse familie – niet zomaar een uiteraard, maar een met allerlei gebreken – wordt bijeengeroepen om een reeks winti-rituelen te organiseren om de ‘collectieve schuld’ uit het verleden af te wassen en zo de problemen en ziektes weer onder controle te krijgen. (…) De verhouding die het boek heeft met de winti-praktijken is nogal ambivalent en je voelt al snel aan dat het helemaal misgaat. Gruwelijk mis zelfs. Winti is een typisch Surinaamse religie, een samensmelting van verschillende Afrikaanse religies die op plantages samen werden gebracht door tot slaaf gemaakten. Tot het begin van de twintigste eeuw was het verboden, net als de eigen taal dus. (…) Die wat vreemde eigen taal van die grote Afro-Surinaamse man die voor anderen speels was en voor Cairo niks minder dan een statement: als zwart persoon moet je jezelf niet verloochenen.
Lees hier het artikel van De Groene-redacteur Rasit Elibol
Meer over ‘Kollektieve schuld’
Meer over Edgar Cairo bij Uitgeverij In de Knipscheer
Lees ook over andere In de Knipscheer-auteurs in ‘De koloniale leeslijst’