«Rake typeringen van de Curaçaose maatschappij.» – Fred de Haas

VoorplatWooncirkel-75Over ‘De wooncirkel’ van Joseph Hart in Antilliaans Dagblad, 2 november 2017:
Het zich in deze tijd afspelende Curaçaose verhaal gaat over de poging van een groep sociaal voelende (zwarte) Curaçaoënaars om, ondanks de tegenwerking van een corrupte politicus en een frauderende bankier, een landhuis te restaureren en geschikt te maken voor onder andere de opvang van achterstandskinderen. De plek staat bekend als de ‘Kurá di Shon Janchi’ (De Tuin van Johannes), een woonerf waar ‘meesters en slaven’ vroeger samenwoonden. (…) De vroegere Nederlandse kolonisator krijgt er in het boek van verschillende kanten flink van langs. De Nederlanders zouden er door hun arrogante houding vooral de oorzaak van zijn dat de bevolking zo’n negatief zelfbeeld heeft ontwikkeld, een zelfbeeld dat nog werd bevestigd door de leer van de katholieke kerk die gehoorzaamheid en geloof predikte. (…) Ook de zwarte Curaçaoënaar ontkomt, evenmin als de blanke protestant en de Nederlander, niet aan kritiek. Een kritiek die bovendien afkomstig is uit de eigen klasse. (…) Het boek staat vol met dat soort rake typeringen van de Curaçaose maatschappij die Joseph Hart kent als geen ander, een samenleving die genadeloos maar met veel mededogen door hem wordt gefileerd. Joseph Hart is overigens wel een vurig pleitbezorger van het bewustmaken van de bevolking van hun Afrikaanse verleden. (…) Om aan dit gebrek aan bewustzijn tegemoet te komen, heeft de schrijver een poging gewaagd om het slavernijverleden op te roepen door de hoofdpersoon een regressietherapie te laten ondergaan waardoor we, naar men beweert, honderden jaren kunnen teruggaan in de geschiedenis. De hoofdpersoon, Armani, reïncarneert tijdens verschillende therapeutische sessies onder andere als Dalila en Malaika totdat ze uiteindelijk terechtkomt op Curaçao als de persoon ‘Armani’ en ‘geneest’ van haar traumatische ervaringen in heden en verleden. (…) Essay-achtige stukken wisselen af met – vaak mooie – sfeertekeningen. Het staat buiten kijf dat Joseph Hart kan schrijven. (…)
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘De wooncirkel’
Meer over Joseph Hart bij Uitgeverij In de Knipscheer

«De Atlantische Slavernij en wat dat voor Curaçao heeft betekend.» – Joseph Hart

VoorplatWooncirkel-75Lezing n.a.v. van ‘De wooncirkel’ door Joseph Hart in Tilburg, 9 september 2017:
«(…) Feit is dat de bakermat van wat wij de Europese cultuur noemen zijn oorsprong heeft in het oude Afrika, lang voordat Engeland en Nederland met de zeer lucratieve Atlantische slavenhandel waren begonnen. Dit besef alleen al moet bij iedere Curaçaoënaar of Caribische mens een gevoel van trots geven.(…) West-Afrika is één van de meest interessante plekken op aarde. Vooral door de enorme diversiteit aan culturen, die hier samenleven. Deze diversiteit is ontstaan vanuit de rijke stamgeschiedenis. (…) De afgelopen 500 jaar heeft vooral de koloniale tijd hun sporen nagelaten op de West-Afrikaanse cultuur. De Europeanen hebben in het koloniale tijdperk vooral hun eigen cultuur en religie meegebracht naar West-Afrika, waarbij zij vooral hun eigen wil en gezag aan de lokale bevolking wilden opleggen. (…) Nogmaals: de Afrikaanse afkomst van het grootste deel van onze bevolking is beslist geen negatief historisch verleden! Integendeel, wij hebben wel degelijk een rijke historische achtergrond, waar we trots op kunnen zijn. Maar dan moeten we wel dat historisch verleden kennen, en dat, beste mensen is goeddeels afhankelijk van onze beleidsbepalers, die weer afhankelijk zijn van de publieke opinie. Van u en van ons allemaal.»

Klik hier voor de lezing
Meer over ‘De wooncirkel’
Meer over Joseph Hart bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Van begin tot eind zó ontroerend.» – Rob Molin

VoorplatBitterdagen-72Over ‘Bitterdagen’ van Peter Lenssen op Literair Nederland, 7 september 2017:
Bitterdagen is goed geschreven en de opbouw van het verhaal over de geestelijk verminkte hoofdpersoon met de ironische naam Sjef Sonneschein is voorbeeldig. Deze zonderlinge gepensioneerde geschiedenisleraar, geboren in 1927, is vanaf de eerste bladzijde van Bitterdagen aan het woord als een causeur. Zijn leven lang heeft hij gezwegen over het trauma van zijn jeugd. Bij stukjes en beetjes ontrolt zijn persoonlijke geschiedenis die tegelijk het ‘totale’ verhaal is over kolonialisme, Tweede Wereldoorlog, steenkolenmijnen en door overheid en geestelijkheid in stand gehouden maatschappelijk onrecht. Het verhaal tevens over de mens die nooit leert van de geschiedenis, zijn naaste niet liefheeft en hartgrondig haat. Lenssen moet al jong gefascineerd zijn geraakt door getuigenissen van zijn ouders en grootouders over de Duitse bezetting en de daaraan voorafgaande roerige jaren. De jaren dertig en veertig van de vorige eeuw roept hij via de hoofdfiguur namelijk op alsof hij er zelf middenin gestaan heeft. (…) Een van de hoogtepunten in Bitterdagen is de brutale schoffering van een straataccordeonist als aankondiging van grootschalige nazistische misdaden tegen de menselijkheid. Via de vertellende ik-figuur bouwt Lenssen in de roman een spanning op die de lezer doet snakken naar de ontknoping van de treurige geschiedenis, naar Sonnescheins afrekening met zijn intense verbittering. Bovendien vraagt de geleidelijk aangescherpte sfeer van dood en verderf om een catharsis. (…) Vanaf de eerste bladzijde ontsnapt aan de hoofdpersoon een eigenzinnige toon. (…) In de slotfase verzuimt Lenssen het aangrijpend relaas te voegen in het verloop van de romanwerkelijkheid die hij tot dan toe rond Sonneschein heeft gesponnen. Maar Bitterdagen is van begin tot eind zó ontroerend dat zulks voor het eindoordeel over het boek nauwelijks gewicht in de schaal mag leggen.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Bitterdagen’
Meer over Peter Lenssen op deze site

Aya Zikken – De Tanimbar-legende. Roman

VoorplatTanimbar75Aya Zikken
De Tanimbar-legende

Roman
Met een Nawoord van Kees Ruys
Nederland – Nederlands-Indië
Vormgeving Els Kort
gebrocheerd in omslag met flappen,
228 blz., € 17,50
Presentatie 12 mei 2017
ISBN 978 90 6265 960 9

In De Tanimbar-legende, unaniem geprezen als een van Aya Zikken beste romans, arriveren kort na de Tweede Wereldoorlog drie mannen op een afgelegen eiland in de Zuidoost-Molukken. De nuchtere werktuigbouwkundige Jasper Jens komt vers uit Nederland, controleur Haantjes en de idealistische onderwijzer Johannes Morse zijn in Japanse kampen geïnterneerd geweest. In een paradijselijke omgeving, ver van het roerige Java waar het Nederlandse leger tevergeefs probeert om de kolonie te herstellen, ontrolt zich een drama van drie mannen die te zeer door hun verleden zijn getekend om elkaar daadwerkelijk te kunnen bereiken. Dat geldt uiteindelijk ook voor hun omgang met de Indonesiërs, beseft Jens: ‘Je hoort ze praten, ziet ze bewegen. Je ruikt ze, je raakt ze aan, kijkt in hun ogen, denkt dat je contact maakt. […] Maar de mensen hier zijn decor in het door ons veroverde hof van Eden.’ In deze belangrijke roman klinkt het geweten van een natie door die in zal moeten zien dat haar koloniale dromen grotendeels op een illusie hebben berust.

Het initiatief tot deze heruitgave is genomen door Literaire Reisboekhandel Evenaar, om te vieren dat de boekhandel 25 jaar geleden in Amsterdam werd opgericht door Marre van Dantzig en Maria Bastiaens. Deze editie is uitgebreid met een tweeledig Nawoord door Kees Ruys, de biograaf van Aya Zikken: ‘Het zoekende leven van Aya Zikken’ en ‘Over het ontstaan van De Tanimbar-legende’.

‘In die passages van geluk, schoonheid en ontroostbaarheid om wat men aan het verliezen is, ligt de grote kracht van deze roman.’ – Doeschka Meijsing
‘Na haar veelgeprezen roman De atlasvlinder schreef Aya Zikken met De Tanimbar-legende een even knappe als ontroerende roman over het einde van het Hollands kolonialisme in de Indische archipel.’ – Hans Visser

Aya Zikken (Epe 1919 – Norg 2013) woonde van haar zesde tot haar negentiende jaar in Nederlands- Indië, een periode die van grote invloed op haar werk en leven is geweest. Ze debuteerde in 1953 met de novelle Het godsgeschenk onbegrepen en bouwde sindsdien aan een groot en eigenzinnig oeuvre van romans, reisverhalen en memoires, waarbinnen de roman De atlasvlinder (1958) een centrale plaats inneemt.
Terugkerende thema’s in Zikkens werk zijn de invloed van ervaringen uit het verleden, het conflict tussen vrijheid en intimiteit en de onmacht om een ander te bereiken. In 1997 werd haar oeuvre bekroond met de Anna Bijns Prijs.
Meer over Aya Zikken op deze site
Meer over Kees Ruys op deze site

«Een inhoudelijk interessante biografie.» – Aleid Truijens

Opmaak 1Over ‘Rusteloos en overal. Het leven van Albert Helman’ van Michiel van Kempen in De Volkskrant, 5 november 2016:
Niets uit dit overvolle, lange leven lijkt biograaf Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur, te zijn ontgaan. Hij weet bewonderenswaardig veel over zijn onderwerp. (…) Albert Helman werd vooral bekend door De stille plantage, een roman over kolonialisme en slavernij. Maar hij deed zoveel meer, blijkt uit dit boek. Hij was componist, muziekrecensent, theatermaker, amateurwiskundige, taalkundige, vertaler, literair criticus en journalist voor alle mogelijke kranten en bladen. Zijn leven lang reisde Lichtveld de wereld rond. Hij woonde in Barcelona en deed verslag van de Spaanse Burgeroorlog. In Suriname was hij minister en hoofd van de Rekenkamer, daarna was hij jarenlang diplomaat. Vanaf de jaren twintig was hij actief in het Nederlandse literaire leven. Hij kende Slauerhoff, Ter Braak, Du Perron, Vestdijk, Roland Holst en Marsman, werkte met Joris Ivens en was bevriend met George Orwell en Frida Kahlo. Het interessantst aan deze biografie is dat het een internationale (cultuur)geschiedenis is van de 20ste eeuw. (…) Van Kempen uit zijn kritiek en bewondering terloops, in beschrijvingen en ironische terzijdes. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Rusteloos en overal’
Meer over Michiel van Kempen op deze site
Meer over Albert Helman op deze site

Indrukwekkend portret van Edgar Cairo uit 1980!

Cairo
Ik geef mijn mond het woord te eten’ door Jan Venema van Edgar Cairo in NOS Beeldspraak.
Sinds augustus 2015 staat op internet deze aflevering (42:39) van het in de jaren zeventig en tachtig toonaangevende kunstprogramma op televisie ‘Beeldspraak’. ‘Ik geef mijn mond het woord te eten’ laat een jonge Edgar Cairo (32) zien op het toppunt van zijn creativiteit: begeesterd romanschrijver, dichter, theatermaker, columnist, performer. Het televisieportret is een welkome aanvulling op de documentaire ‘Edgar Cairo: “Ik ga dood om jullie hoofd” ’ van Cindy Kerseborn uit 2010, want geeft ook jongere generaties de kans Edgar Cairo (1948-2000) op volle kracht en in volle glorie te aanschouwen.
Meer over Edgar Cairo op deze site
Kijk hier naar ‘Edgar Cairo: “Ik ga dood om jullie hoofd”’

Tweede trailer film over Astrid H. Roemer

Persfoto Auteur Astrid H. Roemer  door Kunstenaar ©  Iris Kensmil 2015Beeld Iris Kensmil

Op maandag 7 december 2015 gaat in OBA Amsterdam de film ‘De wereld heeft gezicht verloren’ over Astrid H. Roemer van Cindy Kerseborn in première:
Astrid H. Roemer is een van de grote zwarte feministische vrouwen in Nederland. In de jaren ’70 kwam ze uit Suriname naar Nederland. Haar boeken, dichtbundels en toneelstukken kaartten schurende onderwerpen aan, zoals seksisme, discriminatie, racisme en homoseksualiteit. Geen enkele schrijver uit de koloniën heeft deze thema’s in Nederland zo scherp neergezet in de literatuur. Roemer denkt niet in hokjes; de wereld is van ons allemaal. Haar thema’s zijn nu actueler dan ooit. De première begint om 20.00 uur (zaal open vanaf 19.30 uur) en vindt plaats in het Theater van ’t Woord van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam. Toegang € 10,- (met oba pas, stadspas en studenten: € 5,- )
Bestel hier kaarten (telefoon 020 523 0900.)
Klik hier voor de eerste trailer
Meer over deze film
Meer over Cindy Kerseborn op deze site
Meer over Astrid H. Roemer op deze site

« Zinderende roman. Onze literatuur is nog lang niet afgelopen na Boeli van Leeuwen, Tip Marugg en Frank Martinus Arion.» – Eric de Brabander

VoorplatSchutkleur_Opmaak 1.qxdOver ‘Schutkleur’ van Bernadette Heiligers in Antilliaans Dagblad, woensdag 11 november 2015:
Het boek eindigt met de onthulling van een verrassend (voor wie ‘Mijn zuster de negerin’ niet gelezen heeft) familiegeheim, waarmee de vele pijnlijkheden en frustraties verklaard worden. Bernadette Heiligers is een metaforenkoningin. Ik heb het niet zo op het te pas en te onpas gebruiken van metaforen. (…) Maar Bernadette Heiligers vergeef ik al haar metaforen. (…) Het is Nederlands van grote klasse. (…) Bernadette Heiligers beschrijft op een gevoelige manier in prachtig proza de verborgen pijnlijkheden die zo kenmerkend zijn voor de Curaçaose gemeenschap.
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘Schutkleur’
Meer over Bernadette Heiligers bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Fijngevoelig en genuanceerd verhaal.» – Ko van Geemert

VoorplatSchutkleur_Opmaak 1.qxdOver ‘Schutkleur’ van Bernadette Heiligers in Parbode, november 2015:
‘Schutkleur’ is haar eerste roman in het Nederlands. In dit tamelijk korte verhaal (173 pagina’s) volgen we de hoofdrolspelers Corine (de ik-figuur) en haar neef Harold, beiden op Curaçao geboren. Corine wordt gevraagd een vriendenboek voor Harold te maken. (…) In de loop van het verhaal krijgt Corine steeds sterker het vermoeden dat er dingen voor haar verborgen worden gehouden, geheimen die andere leden van de familie wel kennen. (…) Hoewel het boek grote thema’s aansnijdt, wordt het gelukkig nergens gelijkhebberig of boodschapperig. Integendeel, ‘Schutkleur’ is een bescheiden, fijngevoelig en genuanceerd verhaal, over een maatschappij waarin – naast overspel en familiegeheimen – ook (nog altijd) kolonialisme, het zoeken naar culturele identiteit en huidskleur een rol spelen. Zoals op Curaçao, of in Suriname.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Schutkleur’
Meer over Bernadette Heiligers bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Elis Juliana heeft zoveel moois nagelaten. » – Fred de Haas

ElisJulianaFdHkleinElis Juliana enkele dagen voor het eredoctoraat op 18 juni 2013. © Foto: Henna M. Mulders )

Over Elis Juliana in Ñapa/Amigoe, 29 juni 2013:
Wat Elis Juliana zo bijzonder maakt en wat hem onderscheidt van andere dichters is het onweerlegbare feit dat hij in zijn werk niet zozeer met zichzelf bezig is als wel met de Ander. (…) In 2003 schreef hij: ‘wat nog maar een paar eeuwen geleden is gebeurd en wat ik, zelf afkomstig uit Afrika, nooit zal kunnen vergeten en wat tot op de dag van vandaag mijn bloed vergiftigt, is de vernedering die Europese piraten – men leze: ook de Hollanders – de gekochte, gestolen of gevangen slaven hebben doen ondergaan door hen met een letter te brandmerken met gloeiend ijzer op de kust van Fort Elmina’. Elis Juliana was een bewust levend mens. En hij was niet haatdragend. Hij was niet uit op een mentale afrekening met de oude kolonisator die zich nauwelijks bewust was van wat er zich in het verleden had afgespeeld.

Lees hier het artikel

Meer over Elis Juliana bij In de Knipscheer