«Een van de grootste troeven van ‘Ik wordt’ is ongetwijfeld het onteugelbaar taalgebruik.» – André Oyen

VoorplatIkwordt-75Over ‘Ik wordt’ van Harry Vaandrager op Ansiel, 30 juni 2018:
(…) Een boek van Harry Vaandrager lees ik persoonlijk heel graag voor onder meer zijn uniek taalgebruik en dat geldt heel zeker voor zijn laatste roman ‘Ik wordt’ waar je in nog geen zestig pagina’s een onvoorstelbare woordenvloed, gemarineerd, in woord- en taalkunst over je heen krijgt. ‘Ik wordt’ bestaat uit drie redevoeringen die een smid geeft omdat hij zich moet zich verantwoorden voor de verdwijning van ene Kiki, een vrouw die hij naar eigen zeggen slechts viermaal ontmoette. Hij windt er geen doekjes om en pleit schuldig, tegenover zijn onzichtbare en onhoorbare toehoorders (het is een monoloog) geregeld aansprekend met ‘heren’, ‘mijne heren’ of ‘meneer de rechter’. (…) Harry Vaandrager geeft in de vlijmscherp gebalde roman ‘Ik wordt’ met mokerende en tegelijk vloeiende zinnen vorm aan de paradox van de ik-figuur. Tussen breuk en versmelting twijfelt zijn hele zelfonderzoek, dat een hellevaart wordt. Aan de ene kant wil hij het nu scheiden van het toen, aan de andere kant wil hij dat verleden voortdurend opnieuw beleven. Een van de grootste troeven van ‘Ik wordt’ is ongetwijfeld het onteugelbaar taalgebruik van de auteur waarin hij zijn zinnen met een haast baldadige kracht visueel maakt.
Lees hier en hier de recensie
Meer over ‘Ik wordt’
Meer over Harry Vaandrager bij Uitgeverij In de Knipscheer

«‘We begrepen elkaar’: Harry Vaandrager en Samuel Beckett.» – Ewoud Goethals

VoorplatIkwordt-75Over het proza van Harry Vaandrager als masterproef literatuurwetenschappen KU Leuven, juli 2018:
(…) Sinds 2011 schrijft Vaandrager enkel nog fictioneel proza. Dat proza is zeer donker maar humoristisch, zowel gebald als lyrisch en bijna uitsluitend in monoloog-vorm geschreven. (…) Vanaf de verhalenbundel ‘Koprot’ (2013) worden zijn boeken gezamenlijk uitgegeven door ‘het balanseer’ en ‘In de Knipscheer’. Recent verschenen nog de romans ‘Maskerade’ (2016) en ‘Ik wordt’ (2018). Zo wordt Vaandrager stilletjes aan de auteur van een klein maar interessant oeuvre. Ik richt mij in dit artikel op zijn proza. Dat proza vertoont namelijk opvallende gelijkenissen met het werk van Samuel Beckett. (…) Zijn vertellers modificeren soms hun verhaal. (…) Op bepaalde momenten negeren Vaandragers personages hun hele voorafgaande verhaal. (…) De ik-verteller van ‘Ik wordt’ stelt meermaals zijn verhaal bij, bijvoorbeeld: ‘Laten we het gezegde lankmoedig als ongezegd beschouwen. Vooruit, dus helemaal opnieuw beginnen.’ (…) Daarnaast speelt Vaandrager ook op een andere manier een spel met het voornaamwoord ‘ik’, in het bijzonder in zijn laatste roman ‘Ik wordt’. Op de eerste pagina van die roman is dat voornaamwoord vreemd genoeg nergens te bespeuren. Het zit echter wel verstopt in heel wat woorden op die pagina: ‘verschrikkelijk’, ‘hartstikke’, ‘getikt’, ‘verschrikkingen’, ‘grinniken’, ‘zeik’, ‘niks’, ‘niksend’. (…) Samuel Beckett en Harry Vaandrager vertellen zichzelf verhalen om gezelschap te creëren en zo hun eenzaamheid te bezweren, anderzijds lijkt hun hoofd bevolkt door allerlei mysterieuze stemmen. Zij zijn niet de meest eenvoudige auteurs. Lezers begrijpen hen waarschijnlijk niet altijd, maar een ding is zeker: zij begrijpen elkaar.
Lees hier de vergelijkende literatuurstudie
Meer over ‘Ik wordt’
Meer over Harry Vaandrager bij Uitgeverij In de Knipscheer

Harry Vaandrager – Ik wordt. Roman

VoorplatIkwordt-75Harry Vaandrager
Ik wordt

roman
Nederland
grafische vormgeving Danny Dobbelaere
genaaid gebrocheerd, 72 blz., € 15,00
co-uitgave met Uitgeverij het balanseer, Gent
Eerste uitgave 2018
ISBN 978-90-6265-995-1

Ik wordt is een nieuwe zwarte parel in het oeuvre van Harry Vaandrager.

“Niks meer te zeggen. Geen doen. Klaar en uit. De brui eraan. Niets meer te zeggen. Mijn woorden zijn uitgedanst. Mijn tong verroest. Maar, er moet gesproken worden. Helaas. Desnoods met stijve kaken en een droge mond.”

Harry Vaandrager geeft in de vlijmscherp gebalde roman Ik wordt met mokerende en tegelijk vloeiende zinnen vorm aan de paradox van de ik-figuur. Enerzijds bestaat de ik-figuur uit verschillende ikken die allemaal afzonderlijk gehoord willen worden, anderzijds wil hij één worden, opgaan in al wat bestaat en vloeit. Tussen breuk en versmelting twijfelt zijn hele zelfonderzoek, dat een hellevaart wordt. Aan de ene kant wil hij het nu scheiden van het toen, aan de andere kant wil hij dat verleden voortdurend opnieuw beleven.

“Heb geen fut voor verzet. Waarom mij verweren? Dus vooruit, zal over mijzelf vertellen. Maar met tegenzin. En, heel graag, stel niet zoveel vragen, ze lopen mijn antwoord voor de voeten. Waarschuw u echter op voorhand heren, mijn herinneringen zijn ongeschoren en slecht gekapt. Ze zijn, ook dat nog, op praalwagens vol met meisjes van de lichtste zeden en aanpalende billenknijpers de woestijn ingereden.”

Harry Vaandrager (1955) debuteerde in 1978 met de dichtbundel Langs toendra’s (De Bezige Bij). In 2010 verscheen zijn tweede bundel Wat telt is van niets gemaakt (Nijgh & Van Ditmar). Zijn romandebuut Aan barrels (het balanseer/ Nijgh & Van Ditmar) verscheen in 2011, gevolgd door de verhalenbundel Koprot en de roman Maskerade (resp. 2013 en 2016, het balanseer/ In de Knipscheer). Voor het Poëziecentrum stelde hij met kunstenaar Carine Weve de bloemlezing Niets te verbergen/Alles te verbergen (Gent, 2014) samen.

«Harry Vaandrager vormt een avant-garde in z’n eentje.» – Vic van de Reijt

Over Maskerade:
«Een groots boek. De thematiek is van alle tijden, maar lijkt nieuw door de bijzondere vorm. De grote kracht van Vaandrager ligt echter in zijn weergaloos goede stijl.» – Meander Magazine
«Maskerade is een meesterlijke oefening in het verhullen en onthullen van de dood die – om het einde van een vitalistisch epos te perverteren – ‘ons allen boeien blijft in dit aardse leven’.» – De Reactor

«Weergaloos goede stijl.» – Hans Puper

Opmaak 1 Over ‘Maskerade’ van Harry Vaandrager op MeanderMagazine, 11 januari 2017:
(…) Taal speelt een essentiële rol: de verhouding met het onzegbare bijvoorbeeld. Ada, een ander personage, schrijft daarover in haar brief die aan de vertelling vooraf gaat: ‘Er schijnen lieden te zijn, die daar levenslang over neuzelen. Anderen verhangen zich erom. Dichters krijgen er woorddiarree van. Overloop. Hoe miezerig, hoe kleinzielig. Is er een erfzonde, dan is dat de taal.’ Van dat geneuzel is ook dit boek gelukkig niet vrij; het had anders ongeschreven kunnen blijven. Zo zegt Ben – zie hieronder – bijna aan het slot: ‘Bob, ik kan niet anders dan verstillen. Stilte, het is het onvermogen om het onzegbare te benaderen. Ik heb een leven van zwijgen in te halen.’ Hij is de enige niet. (…) Een groots boek. De thematiek is van alle tijden, maar lijkt nieuw door de bijzondere vorm. De grote kracht van Vaandrager ligt echter in zijn weergaloos goede stijl.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Maskerade’
Meer over Harry Vaandrager op deze site

«Harry Vaandrager is een woordkunstenaar pur sang.» – André Oyen

Opmaak 1Over ‘Maskerade’ van Harry Vaandrager op Ansiel, 6 januari 2017:
‘Ik zal afdalen naar mijn eigen onderwereld, om de woorden te vinden die ik al zo lang zoek. Ik moet eerst verdwijnen, om te kunnen leven. Er is geen weg terug.’ (…) Alle sprekers van ‘Maskerade’ vertellen in de ik-vorm en ze wijzen er stuk voor stuk op dat ze misschien niet bestaan. Het zijn stemmen en schimmen in plaats en ze lijken op elkaar. De personages draaien steeds in elkaars wereld rond en ze weten niet of ze de ander verzonnen hebben dan wel of ze door hem/haar verzonnen zijn. (…) Harry Vaandrager is een woordkunstenaar pur sang die met metaforen, taalkronkels en beeldtaal een literair vuurwerk in mekaar knutselt dat nog heel lang in het lezershoofd blijft nakreunen.
Lees hier en hier de recensie
Meer over ‘Maskerade’
Meer over Harry Vaandrager op deze site

«Unicum in Nederlands taalgebied.» – Bart Smout

Opmaak 1Over ‘Maskerade’ van Harry Vaandrager op Passionate Platform, 21 december 2016:
Lezers die op zoek zijn naar herkenbare hoofdpersonen waar ze zich fijn mee kunnen identificeren, kunnen ‘Maskerade’ beter mijden. Ada, Bob en Ben zijn geen ronde personages. Ze zijn eerder stemmen uit een schimmenrijk die om elkaar heen dansen. Vraag is of ze überhaupt bestaan of dat ze elkaar verzinnen, niet meer zijn dan maskers die worden opgezet en afgezet. (…) Waarom zou je het bestaan überhaupt verheerlijken, die trage en pijnlijke weg naar de ondergang? (…) Maar de afkeer gaat gepaard met verlangen. De personages hunkeren alle drie naar een gebied voorbij woorden en betekenis, naar een plek waar stilte de scepter zwaait. (…) De wereld kan misschien niet vernietigd worden, maar vaste betekenissen wel. (…) Ergens lijkt Vaandrager in zijn schrijven op de Roemeense essayist Emil Cioran, die stelt dat geboorte een ziekte is waarvan niemand herstelt. Soms waart de geest van middeleeuwse mystici door zijn schrijven, die eveneens werden gedreven door het verlangen zichzelf te verliezen en op te lossen in het niets. Ook de absurde wereld van de Ierse modernist Samuel Beckett klinkt door in ‘Maskerade’. Maar de geschiedenis nog eens dunnetjes overdoen, dat is niks voor Vaandrager. Zijn stijl heeft voldoende eigen smoel om voor zichzelf te spreken. Daarmee laat de Rotterdamse schrijver opnieuw zien dat hij een unicum is binnen het Nederlandse taalgebied. Eentje om te koesteren.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Maskerade’
Meer over Harry Vaandrager op deze site

«Met elk nieuw boek wordt zijn eigenheid duidelijker én verrassender.» – Bart Vervaeck

Opmaak 1Over ‘Maskerade’ van Harry Vaandrager op De Reactor.org, Platform voor literaire kritiek, 3 november 2016:
Als je de appendix buiten beschouwing laat, zie je een haast symmetrisch opgebouwd bolwerk. Aan de buitenkant daarvan zit het verhaal van Ada Brink. Zij zorgt voor een voor- en een nawoord. Aan de binnenkant wisselen twee verhalen elkaar af: dat van Bob en dat van zijn ongeboren tweelingbroer, de dode en versteende foetus Ben Boëtius. Bob is zelf nog eens opgesplitst in twee stemmen: in romein is hij de verteller, cursief is hij het vertelde personage dat zich beklaagt over alle leugens, verzinsels en ‘verzwijgsels’ van zijn verteller. Die laatste blijkt Vaandrager te heten, waardoor de drie traditionele instanties van het verhaal in het kluwen opgenomen worden: auteur, verteller en personage. Wie de achtergrond en de vroegere versies van deze stemmen wil leren kennen, kan het feuilleton lezen dat Vaandrager op de site van het Rob Scholtemuseum plaatste. Daar heet Ben Boëthius nog Bob Scholte en is Bob Boëthius Rob Scholte. De gedaanteverwisseling kent geen einde. (…) Aan het woord is de ongekuiste taal. In haar nawoord zegt Ada ‘dat mijn woorden vieze nagelriemen hebben vanwege het pulken aan mijn eenzaamheid’. Maar zelfs ongekuist blijft de taal ontoereikend: ze kan het leed en de dood niet vatten, ze kan ze niet voelen of iets invoelbaar maken en ze kan ze al evenmin verzachten. De taal kan niet zwijgen, maar evengoed kan ze niet anders dan verzwijgen. Alle beelden, vloeken en ongecensureerde vertellingen blijven verhullingen. ‘Maskerade’ is een meesterlijke oefening in het verhullen en onthullen van de dood die – om het einde van een vitalistisch epos te perverteren – ‘ons allen boeien blijft in dit aardse leven’.
Lees hier en hier de recensie
Meer over ‘Maskerade’
Meer over Harry Vaandrager op deze site

«Een unicum in het hedendaagse literaire landschap.» – Lucas van der Deijl

Pierre LaufferOver o.m. ‘Koprot’ van Harry Vaandrager in Vooys (32/1), voorjaar 2014: Vaandragers werk is één groot oedipuscomplex, en barst van de bloedende navelstrengen, odes aan moeders, scheldkanonnades gericht aan vaders, erotische scènes met moeders – zelfs blindheid is een motief. En de penisnijd is nooit ver weg. (…) Vaandrager is een unicum in het hedendaagse literaire landschap. Hij is een schrijver die weer eens de dialoog aandurft met de stromingen en auteurs die decennia en eeuwen terug al vooruitliepen op de linie. (…) Deze literatuur combineert geestige spot met een cynische afkeer van het leven, een toon waarmee Groten als Reve en Hermans de Nederlandse literatuur eerder opgevrolijkt hebben. Vaandrager confronteert de literatuur met de eigen taligheid en reduceert haar thema’s tot de meest fundamentele: leven en dood.
Lees hier het hele artikel
Meer over ‘Koprot’

«Stilistische virtuositeit.» – Christophe Van Eecke

Pierre LaufferOver ‘Koprot’ van Harry Vaandrager in De Leeswolf, 10 september 2013:
Het minste wat je van Harry Vaandrager kunt zeggen, is dat hij een weerbarstig auteur is. Wat blijft, is de brutale materialiteit van Vaandragers werk, uitgedrukt in een directe en plastische taal die vaak sterke en stuitende metaforen vindt. In de consistente brutaliteit van zijn taal is Vaandrager uiteindelijk ook een interessanter stilist dan Peter Verhelst. Sommige stukken tekst, vooral die passages waarin Vaandrager met korte regels, ultrakorte zinnen en soms zelfs geïsoleerde woorden werkt, lijken te twijfelen tussen poëzie, theatertekst en proza. (…) De stilistische virtuositeit van Vaandrager is als een ontpoppend insect.

Lees hier de recensie

Meer over ‘Koprot’

«Het intense, bikkelharde proza van een auteur die zijn eigen weg volgt en het aandurft de diepte in te duiken.» – Leonor Jonker

Pierre LaufferOver ‘Koprot’ van Harry Vaandrager in Gonzo (circus) # 116, augustus 2013:
De personages begeven zich in gebieden waar woorden geen betekenis meer hebben, waar woorden ‘tot stilstand zijn gekomen’. ‘Koprot’ is een verkenning van die staat van zijn, een weergave van de interne monoloog waarvoor woorden eigenlijk ontoereikend zijn. Door in de huid te kruipen van een sprinter op weg naar de finish, een ‘dove blinde’, een grafschenner en andere ‘outsiders’ slaagt Harry Vaandrager erin deze geestestoestand griezelig dicht te benaderen.

Lees hier nog een fragment uit deze recensie

Meer over Koprot