Alfred Birney – Rivier de IJssel

Alfred Birney
Rivier de IJssel

Novelle. Nederland
Gebonden, 112 blz.,
ISBN 978-90-6265-650-9 € 16,50
Eerste druk 2010

Een muzikant hoopt op een wilde nacht met een zangeres die hij moet begeleiden. Maar er is een derde in het spel: een dubbelganger die hem een vervreemdend gevoel geeft over zijn afkomst en een grote kennis van het Nederlands koloniaal verleden aan de dag legt. De muzikant krijgt het idee te moeten kiezen tussen de liefde en zijn zucht naar historische kennis. Wellicht zal hij zijn vaders motieven leren doorgronden: een politiek vluchteling onder de vlag van Nederland anno 1950. Met dit boek toont de schrijver dat migratie geen eenrichtingsverkeer is en dat racisme overal op de loer ligt. Rivier de IJssel is geschreven door iemand die weet hoe het voelt te leven in een land waar de mensen jou vertrouwd zijn maar jij hun niet.

‘Weet je wat het is met rivieren? Ze migreren niet. Ze raken vervuild, vergiftigd, drogen uit, lopen weer vol, stromen over, wat dan ook, maar ze blijven op hun plaats. Hun mysterie is dat ze stromen. Dát is dus waar het om gaat: op je plaats blijven en tegelijk blijven stromen.’

Rivier de IJssel is de follow-up van Rivier de Lossie, maar kan ook gemakkelijk zelfstandig, of in omgekeerde volgorde gelezen worden.

Schitterend geschreven novelle… Arnhem aan Zee.

Chapeau voor de auteur die zijn familiegeschiedenis weet te overstijgen en een universeel verhaal neerzet. Den Haag Centraal.

Birney heeft een heldere stijl van schrijven die erg plezierig aandoet. – NBD/Biblion.

Leo Stappers – Jongens toch, drie romans

Leo StappersLEO STAPPERS
JONGENS TOCH

Drie afzonderlijke, genaaid-gebrocheerde romans, 112, 112 en 104 blz. in boekenhuls. 29,50
ISBN 90 6265 540 8
Eerste druk 2003

Het DRIEvoudige romandebuut JONGENS TOCH van LEO STAPPERS.

Het thema van JONGENS TOCH – boeken van geloof, hoop en liefde – wordt bepaald door het dilemma dood versus leven en loopt daarmee vooruit op het thema van de Boekenweek 2003 (vanaf 12 maart): STYX – LEVEN EN DOOD IN DE LETTEREN. De ingrediënten zijn kunst, esoterie, religie.

Leo Stappers
Met de liefde, de grootste van deze drie, begint JONGENS TOCH. Tegen de klippen op, want neerslachtig zijn ze, verstaan de jongens in RIJM VAN OUDE LIEFDE, de kunst te leven. Zelfmoord wordt wel overwogen, maar afgewezen. Lessus, de hoofdpersoon, schrijft een verhaal. Maar in RIJM VAN OUDE LIEFDE wordt over dat verhaal enkel gepraat. Via allerlei invallen komt de liefde ter sprake, komt liefde tot stand.

Leo Stappers
GROEN GLOORT DE HOOP is het middendeel van het drieluik, een soort divertissement. Spannend en met eenzelfde erotische spanning als `Rijm van oude liefde’. GROEN GLOORT DE HOOP is het verhaal van een driehoeksverhouding. De hoofdpersoon is, zo blijkt langzaamaan, een gewezen prostitué met bijzondere belangstelling voor esoterische kunstvormen. En er is de taal waaraan alle personages duidelijk plezier beleven. Die taal, vooral, laat zien dat de jongens levensvatbaar zijn.

Leo Stappers
In EEN WANKEL GELOOF, EN NOG EEN gaan de jongens met ernst en passie diep in op het overkoepelende thema van JONGENS TOCH, vervat in Heines vers: Schlafen is gut, der Tod ist besser, aber am besten währe: nicht sein. De handeling wordt gegeven in de vorm van een interview. De taal, ook als die in citaten tot hen komt, blijkt voor hen eens te meer een levensvoorwaarde, een manier van leven.

Is de verhaalontwikkeling in de roman episch, op het cerebrale af, de taal is lyrisch, poëtisch, zinderend. En er is volop humor en zelfrelativering. De couleur locale van het Limburgse klinkt door in de bijzondere taal. Leo Stappers (1948), – filosoof, schilder, kenner van de middeleeuwen, bibliothecaris en verzamelaar – zet met JONGENS TOCH een tot nu toe onbekend schrijverschap neer.

“De landschappelijke en stedelijke passages dragen een sterk Peter Handke-handschrift, de bibliofiel-theologische exercities zouden Umberto Eco niet mishagen. Da’s alvast niet niks voor een debuut, maar het knappe moet nog komen. Als een bekwaam vakman heeft Stappers namelijk gezorgd voor een tegenstem in het verhaal. De literatuur heeft er een stem bij gekregen.” – Dagblad De Limburger

Lex van de Haterd (red.) Bloemen in het zand. Pieter Wiegersma, een oeuvre

Lex van de HaterdLex van de Haterd (red.)
Bloemen in het zand
Pieter Wiegersma, een oeuvre

Nederland. Kunst
Ing. groot formaat, 50 zw. ill., 37 kleurill, 104 blz.
Eerste druk, 2000, € 52,50
Tweede druk € 29,50
ISBN 978-90-6773-024-2

Pieter Wiegersma wordt vaak aangeduid als ‘de zoon van’ Hendrik Wiegersma, het vermaarde dubbeltalent, arts en schilder uit Deurne. Die aanduiding is een beetje de tragiek van zonen en dochters van alle beroemde vaders. Het is ook waar dat een deel van Pieter Wiegersma’s werk in het teken staat van en zelfs gewijd is aan zijn vader: diverse publicaties en het oprichten van Gemeentemuseum De Wieger, waar hij zelf tien jaar lang artistiek directeur was.

Echter, Pieter Wiegersma (1920) is vooral zelf ook beeldend kunstenaar van met name monumentaal werk (glas-in-lood, wandtapijten, mozaïek), en heeft daarnaast ook naam gemaakt met zijn sieraden, als schilder en tekenaar, en als schrijver.

Zijn solotentoonstellingen en groepsexposities van de laatste zestig jaar zijn misschien op een pagina te noemen. Toch is een belangrijk deel van zijn werk voortdurend te zien en openbaar toegankelijk op een kleine honderd locaties: (gebrandschilderd) glas-in-lood in talrijke kerken en kapellen (waaronder de St. Janskathedraal in Den Bosch), keramiek, mozaïek, wandtapijten in onder meer provinciehuizen, gemeentehuizen, ziekenhuizen, scholen en banken.

Bloemen in het zand bevat vier inleidingen (door de kunstpublicisten Lex van de Haterd, Rob Smolders, Maarten Beks en Jef van de Sande), die elk een aspect van Wiegersma’s veelzijdigheid belichten, gevolgd door ruim 50 pagina’s reproducties van zijn werk, waarvan 37 in vierkleuren, en besloten met een uitgebreide appendix.

Pieter Wiegersma – Postbode van de hemel

Pieter WiegersmaPIETER WIEGERSMA
Postbode van de hemel

Nederland. Verhalen
Luxe paperback met flappen, 222 blz., € 15,75
ISBN 90-6265-439-8
Eerste druk 1997

In de jaren dertig, en in vele jaren daarna, kende Nederland een unieke plek waar, toen nog onbekende, kunstenaars van binnen en van ver over de grenzen elkaar troffen, zoals de Zwitserse schrijver Charles Albert Cingria, de Belgische schilder en beeldhouwer Constant Permeke en de uit Rusland afkomstige Franse beeldhouwer Ossip Zadkine.
Plaats van samenkomst was niet Amsterdam of Den Haag, maar Deurne, middenin de Brabantse Peel ten huize van Hendrik Wiegersma, de schilder en legendarische arts op wie Anton Coolen zijn roman Dorp aan de rivier baseerde.
Meer dan eens vertrok het gezelschap naar Parijs om ook daar te duelleren met het potlood of het woord.

Pieter Wiegersma (1920), zoon van en zelf beeldend kunstenaar, groeide op in deze kunstanaarsscene en maakte hen allen van jongs af mee. Sindsdien heeft hij een open oog en oor voor de kwaliteiten van anderen, weet hij als geen ander dat ook de clochard of de vergeten kunstenaar zijn verhaal heeft en staat zijn leven in het teken van de kunst. Zo is hij initiatiefnemer van museum De Wieger in Deurne.

«Dat eens zo grote beroemdheden in onze tijd uit de vergetelheid te voorschijn gehaald worden is een grote verdienste van zulke vertellers als Pieter Wiegersma.» – Albert Helman in 1996

Vijftien verhalen over kunstzaken, zoals de stoel van Van Gogh, de bronzen penning van keizer Haile Selassie, De Zeug van Rik Wouters, over Solemis en andere ‘postboden van de hemel’, zoals de kunstenaars Ossip Zadkine, Constant Permeke, Charles Albert Cingria en Hendrik Wiegersma, opgetekend door Pieter Wiegersma, de ooggetuige die hen overleefde.