Michiel van Kempen – Wat geen teken is maar leeft. Gedichten

Wat geen teken is
MICHIEL VAN KEMPEN
Wat geen teken is maar leeft

Nederland
Ingenaaid, 56 blz., € 15,–
september 2012
ISBN 978-90-6265-698-1

Presentatie 23 september 2012 in Vereniging Ons Suriname in Amsterdam

Op de grens van poëzie en proza schrijft Michiel van Kempen vaak lange gedichten die hoogst persoonlijk van toon zijn. Niet voor het eerst wordt de liefde in de literatuur bezongen en ook het einde daarvan, maar wat deze bundel zo bijzonder maakt is het beschrijven van de breuklijn daartussen. Hoe er toch nog iets tussen mensen kan zijn als het overduidelijk voorbij is. De ooit zo begeerde wordt haast een vreemde. Zelfs woorden krijgen een nieuwe betekenis. Een bed wordt lits-jumeaux.

Hoe kan een taal die wij beiden
vanaf de eerste aai blindelings spraken
met open ogen zo ontregeld raken.

Van Kempen beschrijft de totale ontluistering na het verlies en spaart de ‘ik’ daarbij geen moment.

Thuis is niet waar jij je hebt verbeeld dat thuis was
Aankomst is gesmolten sneeuw en vreemdheid die verdampt

Hij laat zien dat het menselijk bedrijf slechts de spelers ervan betreft. De wereld draait door alsof er niets aan de hand is en ook de natuur laat zich nog steeds van haar beste kant zien.

en wij die binnen de klanken van dit waterland
wonen, laten geen traan, want wat niet zinkt
en wat niet drijft en wat niet zweeft
en wat geen teken is maar leeft
en is en is en is, begraaft de waan
het is van geen betekenis geweest

Michiel van Kempen is wetenschapper en schrijver. Hij is de auteur van verschillende bloemlezingen en essaybundels over Surinaamse literatuur en van diverse romans en verhalenbundels. Wat geen teken is maar leeft is zijn eerste dichtbundel.

Glenn Pennock – Als gitaren schreeuwen. Novelle

Als gitaren schreeuwenGlenn Pennock
Als gitaren schreeuwen
Novelle
Nederland
Genaaid gebonden met stofomslag 136 blz., € 17,90
oktober 2011
ISBN 978-90-6265-683-7

Er is een mysterieuze plek tussen leven en dood waar alle vraagstukken over verloren liefdes en bevroren ambities in je leven worden beantwoord.
Als gitaren schreeuwen, is een modern surrealistisch verhaal, dat heen en weer schakelt tussen droom, werkelijkheid en de visioenen van de hoofdfiguur Joe. Pennock speelt met thema’s als muziek, de cultus van verlichting, seks, geweld, familiebanden en vooral onbereikbare liefde. Met zijn liefde voor de gitaar als uitgangspunt en metafoor orkestreert hij een wanhopige zoektocht naar gevoelens en oplossingen die hem kunnen helpen om zijn diepgewortelde depressies en zijn hang naar de dood en onbeantwoorde liefde een plaats te geven in zijn leven.

In Als gitaren schreeuwen krijgt Joe in visioenen en dromen een hint van een universele sleutel. Het vinden en het gebruik van deze sleutel zal hem helpen, heilig te worden: heel. Het zal hem kunnen verlossen van de diepste pijnen die hem tergen; de druk die hem door de som van gebeurtenissen noodt tot terugtrekking. In deze terugtrekking flirt hij niet alleen met de dood in al zijn facetten, maar daagt hij De Creator, God, uit om hem te helpen al die zware en duistere gedachten te verbannen. Joe krijgt geen hulp van God, in dit verhaal de Bandleider genoemd. God, vindt dat hij dat zelf kan.
Op deze queeste krijgt Joe wel hulp van overleden mensen, zoals een oud klasgenootje. Maar ook in zijn dromen van beroemdheden zoals Jeff Healy, Jim Morisson en Jimi Hendrix – allen behorend tot de rij van reeds overleden gitaarhelden die hem hebben geïnspireerd. En ook van een vrouw op wie hij op afstand wanhopig verliefd is. De enige liefde die hij als onvoorwaardelijk ervaart is zijn gitaar. De gitaar die zijn innerlijke manipulaties tot bezwerende, schreeuwende tonen omzet. Een vraag om aandacht voor zijn pijnen en liefde.

De muziek die in Als gitaren schreeuwen zo’n belangrijke rol speelt is via de kleurrijke tag op het boekomslag op smartphone te beluisteren.

Klik hier voor het menu van de tag

Ernst Jansz – Dromen van Johanna. Boek + CD

ernst janszERNST JANSZ
Dromen van Johanna
Bob Dylan, vertaald
Brieven aan een vriend. Boek en CD
Ingenaaid, met flappen, geïll., 240 blz.
ISBN 978-90-6265-655-4 € 28,50
Eerste druk oktober 2010
Tweede druk januari 2011

Uit Molenbeekstraat, dat zijn Amsterdamse jeugd beschrijft van 1948 tot 1970, weten we dat Ernst Jansz in 1964 zijn eerste Bob Dylan-singletje kocht en dat hij in 1969 te vinden was op het Isle of Wight om het optreden van Bob Dylan en The Band mee te maken. En in CCC Inc. Een band lezen we dat door Jansz c.s. al op de vroegste opnames van CCC Inc. uit 1967 nummers van Bob Dylan worden gezongen.
Bob Dylan is een rode draad in Ernst Jansz’ muziekleven. Het enige nummer op Molenbeekstraat (2006) dat hij niet zelf schreef was Huiswaarts, zijn eerste vertaling van een Dylan-lied: Tomorrow’s a long time. Pas een paar jaar later probeerde hij het een tweede keer en vanaf dat moment raakte Ernst Jansz opnieuw in de ban van Bob Dylan’s fenomenale songs en hij vertaalde in anderhalf jaar tijd twaalf van zijn teksten voor

Dromen van Johanna

Aan een goede vriend heeft Jansz nauwgezet verslag gedaan van zijn twijfels, zijn enthousiasme en zijn zoektocht naar de beste interpretatie van soms onbegrijpelijke en onvertaalbaar geachte teksten en naar achtergrondverhalen bij de liedjes die voor zo velen zoveel betekenen: Visions of Johanna, Sad Eyed Lady of the Lowlands, Just like a woman, Boots of Spanish leather, To Ramona en andere. Gaandeweg komt hij bij elk lied telkens iets meer te weten over Dylan en over de geliefden Suze Rotolo, Sara Lownds en Edie Sedgwick die wellicht voor deze liedjes model hebben gestaan, en ontdekt hij wie uiteindelijk de ware liefde is in Red River Shore / Het meisje van de Rode Rivier. De uitvoering van het boek wordt gelijk aan de jongste edities van Molenbeekstraat en De Overkant, d.w.z. met een aansprekend omslag van Peter van Dongen en inclusief de officiële CD van V2 Records.

Op basis van het boek en de CD heeft Ernst Jansz een gelijknamig theaterprogramma samengesteld waarmee hij in najaar en voorjaar 2011 op tournee gaat. Hij wordt tijdens de optredens bijgestaan door krontjong-gitarist Guus Paat. Na Doe Maar trok Ernst Jansz als producer en bandleider van Bram Vermeulen en Boudewijn de Groot jarenlang langs schouwburgen en concertzalen in Nederland en Vlaanderen. Nu is hij er te zien met zijn tweede eigen programma.

ernst jansz

Fotografie: Hugo Rikken

Giselle Ecury – Vogelvlucht

Giselle Ecury
Vogelvlucht

Gedichten. Nederland Aruba
Ingenaaid, 48 blz.
ISBN 978-90-6265-659-2
€ 12,50
oktober 2010

Vogelvlucht is de tweede dichtbundel van de op Aruba geboren en nu in Nederland woonachtige Giselle Ecury. Haar succesvolle debuutbundel Terug die tijd (2004) schreef ze aan het ziekbed van haar moeder. Daarna publiceerde ze twee romans: Erfdeel (2006) en Glas in lood. (2009)

De titel Vogelvlucht verwijst naar het gelijknamige gedicht waarmee Ecury haar bundel opent. Daarmee toont ze zich kwetsbaar en stoutmoedig tegelijk.

vliegen op vleugels van draad en van veren
wieken op wind boven water
al wat passeerde,
kan me niet deren
want al doende
wordt vroeger toch later

Giselle Ecury laat vele kanten van zichzelf in vogelvlucht zien. Die van de hartstocht, de verboden en voorbije liefdes en de jeugdherinneringen. Ze geeft woorden aan dat wat anderen overkwam, maakt parti-culiere ervaringen daarmee universeel.en behoedt ze zo voor de vergetelheid. Als een vogel strijkt Ecury neer op de mooie, soms moeilijke momenten van het leven, krast ze op papier en vliegt vervolgens weer op om dat wat komen gaat, hoog vanuit de hemel, te observeren en te beschrijven. Soms luchtig, soms diepzinnig, maar altijd met passie.

waarom vogel vlucht?
misschien voor jou – voor mij
gedragen op dons door de wind

Aart Broek – Het lichten van de jaren

Aart Broek
Het lichten van de jaren
Gedichten Nederland-Curaçao
Ingenaaid, 46 blz.
ISBN 978-90-6265-649-3
Prijs: € 14,50
Verschijningsdatum november 2010

Het eiland Curaçao bood Aart G. Broek twintig jaar geborgenheid. In 2001 kwam hij terug naar Nederland. Het nam enkele jaren om weer enigszins vertrouwd te raken met de samenleving waarin hij was geboren en opgegroeid. In de overgang van de ene naar de andere samenleving kwamen hartstocht, liefde en vriendschap onder dwarse druk te staan. Die weerbarstige ervaringen resulteerden in Het lichten van de jaren: een verzameling tedere én toornige gedichten, steevast gedreven en dikwijls uitzonderlijk zinnelijk.

‘Wat een geweldig beeldende woordenschat gebruikt deze dichter. Bij het lezen en herlezen ontstond ontroering door de keuze van woorden en beelden die tot een prachtige symbiose samenvloeien. Het geheel laat een onvergetelijke indruk achter.’ – Elma Lindenbergh, Leiden

‘De spanning die je opbouwt, de verrassingen die je brengt, de misleiding die je bereikt […]. Ja, waardering is hier gewoon op zijn plaats en heeft niets te maken met de eilandelijke beleefdheidsvormen!’ – Carel de Haseth, Curaçao

Aart G. Broek is de auteur van onder meer de essays De terreur van schaamte (2007) en Het zilt van de passaten (2000)

‘De terreur van schaamte is een belangrijk boek dat iedereen is aan te raden die ook maar enigszins geïnteresseerd is in hedendaagse debatten over allochtonen en criminaliteit, nature/nurture-problematiek, de botsing van culturen, of in filosofische vragen op het breukvlak van psychologie en moraal.’ – Tijdschrift voor Filosofie

‘In het Nederlandse taalgebied is er geen ander boek dat zo breed erudiet en goed gedocumenteerd de weg wijst in de Caribische literatuur [als Het zilt van de passaten.’ – Michiel van Kempen

Helena Engelbrecht-Fornara – Manchi

Helena Engelbrecht-Fornara
Manchi

Poëzie, Nederland-Aruba
Ingenaaid 48 blz., € 13,50
ISBN 978-90-6265-654-7
Eerste uitgave 2010

Manchi is een ode van Helena Engelbrecht-Fornara aan haar echtgenoot. Alles op Aruba en zelfs in Nederland herinnert aan hem, aan de jaren toen ze nog samen waren, aan de strijd tegen zijn ziekte en aan het verlies dat ze daardoor beiden leden. In deze bundel vol weemoed en verdriet komt niet alleen Manchi weer tot leven maar ook Aruba, het eiland waar ze hun liefde beleefden. Hij is er en hij is er niet in de geur van zijn overhemden of sigarettenrook, als honden huilen en ze naar zijn graf op Sabana Basora loopt. Zelfs als ze in de ogen van een hagedis kijkt, ‘hun’ Vallenato hoort of een broodje bakelauw voor de truck van Papillon bestelt.

Ik had nooit gedacht dat het zou gebeuren dushi
maar je begint te vervagen
je aanwezigheid als een tweede huid om me heen
begint losser over mijn vel te zitten

Helena Engelbrecht-Fornara bracht haar jeugd grotendeels door op Aruba. Op haar achttiende kwam ze naar Nederland, maar door haar liefde voor Manchi keerde zij vele jaren later terug naar Aruba om er ook na zijn dood voorgoed te willen blijven.

Hanneke van der Hoeven – Ik ben weer in Berlijn geweest

Hanneke van der Hoeven
Ik ben weer in Berlijn geweest

Beeldroman. Nederland
Ingenaaid in omslag met flappen
144 blz., waarvan 94 blz. met tekeningen in 4 kleuren
Formaat 18x 26 cm € 29,50
ISBN 978-90-6265-653-0

Na twintig jaar keert Hanneke van der Hoeven, op uitnodiging van haar vriendin Gerdien, terug naar Berlijn. In 1988 was ze er voor het laatst. Hun vriend, de kunstenaar Thijs, werd toen begraven. Als ze door de stad loopt, waarvan de muur nu gevallen is, vertelt ze Thijs over de jaren dat ze nog met z’n drieën waren, in kraakpanden woonden en werkten en alles zo anders was. De Oost-Duitse controleurs, de honden, de schijnwerpers en het angstgevoel zijn verdwenen. Ze mijmert over hun vriendschap, hoe die in Groningen op de kunstacademie ontstond en hoe onvervangbaar Thijs voor haar bleek toen hij veel te jong stierf. Schrijvend en door het Berlijn van nu lopend brengt ze de jaren van toen in kaart. De krakersrellen, hun visie op kunst, politiek, liefde en emancipatie, de eindeloze discussies, de demonstraties, de feesten en de muziek. De Hinterhöfe zijn gebleven, de penetrante kolengeur is weg, Die Wende is geschiedenis, net als Thijs, haar geestverwant. Maar de herinneringen en de tekeningen van Hanneke, die het nieuwe Berlijn schetsen, brengen alles weer samen.

Hanneke van der Hoeven (1955) is schilder.
Zij voltooide de kunstacademie in Groningen, publiceerde strips in onder meer de Groene Amsterdammer en maakte kinderboeken voor Querido, o.a. Staartenboek en het bekroonde Gijsbrecht.

De Volkskrant over In Afrika (2001):
«Bijzondere tekeningen en trefzekere ‘bijschriften’. De sobere impressies in zwart-wit vormen een sterke reeks.»

Alfred Birney – Rivier de IJssel

Alfred Birney
Rivier de IJssel

Novelle. Nederland
Gebonden, 112 blz.,
ISBN 978-90-6265-650-9 € 16,50
Eerste druk 2010

Een muzikant hoopt op een wilde nacht met een zangeres die hij moet begeleiden. Maar er is een derde in het spel: een dubbelganger die hem een vervreemdend gevoel geeft over zijn afkomst en een grote kennis van het Nederlands koloniaal verleden aan de dag legt. De muzikant krijgt het idee te moeten kiezen tussen de liefde en zijn zucht naar historische kennis. Wellicht zal hij zijn vaders motieven leren doorgronden: een politiek vluchteling onder de vlag van Nederland anno 1950. Met dit boek toont de schrijver dat migratie geen eenrichtingsverkeer is en dat racisme overal op de loer ligt. Rivier de IJssel is geschreven door iemand die weet hoe het voelt te leven in een land waar de mensen jou vertrouwd zijn maar jij hun niet.

‘Weet je wat het is met rivieren? Ze migreren niet. Ze raken vervuild, vergiftigd, drogen uit, lopen weer vol, stromen over, wat dan ook, maar ze blijven op hun plaats. Hun mysterie is dat ze stromen. Dát is dus waar het om gaat: op je plaats blijven en tegelijk blijven stromen.’

Rivier de IJssel is de follow-up van Rivier de Lossie, maar kan ook gemakkelijk zelfstandig, of in omgekeerde volgorde gelezen worden.

Schitterend geschreven novelle… Arnhem aan Zee.

Chapeau voor de auteur die zijn familiegeschiedenis weet te overstijgen en een universeel verhaal neerzet. Den Haag Centraal.

Birney heeft een heldere stijl van schrijven die erg plezierig aandoet. – NBD/Biblion.

Dirk Johan Stromberg – Tropendrift / Tropical Drift CD

Dirk Johan StrombergDirk Johan Stromberg
Tropendrift / Tropical Drift
(2006)
music, USA / poetry, The Netherlands – Indonesia
Dubbel-CD (57:00 en 44:00), 18 nummers
€ 18,00, ISBN 90-6265-601-3

Hagenaars/Stromberg
Tropendrift / Tropical Drift
Boek + CD’s in buikband
€ 29,50 set, ISBN 90-6265-600-5

Kijk hier naar de poëzievideo van het gedicht ‘Singapore: Bugis Street’

Indonesië staat centraal in Tropendrift (zie Fonds 2003), een bundel die door zijn terugkerende personages en opvallende compositie (berustend op de structuur van de Borobudur) het verhaal terugbrengt in de poëzie: 48 gedichten van elk driemaal vier regels. Belangrijkste thema’s zijn de liefde en het besef dat oorlog niet ophoudt bij het sluiten van vrede, dat voor verwerking van leed inzicht nodig is.

Tropendrift is tweetalig uitgegeven, de vertaling Tropical Drift is van John Irons.

In 2005 zette de Amerikaanse geluidskunstenaar Dirk Johan Stromberg 18 gedichten op muziek (bedoeld als een performance) die later in 2006 op DUBBEL-CD officiëel worden uitgebracht. Speciaal voor de Nederlandse liefhebbers een kleine ‘voor-editie’ gemaakt.

«Ik las Tropendrift voor het eerst in december 2004. Ik voelde me er meteen toe aangetrokken door de seksualiteit, het verlangen en de schoonheid. Ik reisde af naar Azië om een beter begrip te krijgen van de principes die aan het boek ten grondslag liggen. Het werk nam het ritme over waarin vrienden voor me zongen, alsmede de andere tijdservaring en alle nieuwe geluiden om me heen – die van tuk-tuks, natte markten en talen vol monotone melodieën. Gedurende dit proces was ik telkens verbaasd over de diepte van het boek.» – Dirk Johan Stromberg

Dirk Johan Stromberg is een Amerikaanse geluidskunstenaar die in Europa opgroeide. Zijn muzikale interesse reikt van klassiek en improvisaties tot industriële en computermuziek. Geboeid door intieme optredens, schrijft hij tevens kamermuziek met behulp van computers en een sleutelrol voor geautomatiseerde diffusie en ‘artificial intelligence’. Hij haalde zijn kandidaats Muziek aan de Texas Tech University en zijn doctoraal examen aan het Brooklyn College in New York. Momenteel doceert hij aan de Bilgi Universiteit in Istanbul. Aan Tropendrift / Tropical Drift werken verder mee de musici Douglas Cohen (stem), Andrea La Rose (fluit en piccolo), Christopher Bacas (saxofoon en fluit), Alfredo Marin (gitaar) en Andrew Livingston (bas). Douglas Cohen studeerde compositie bij o.a. Louis Andriessen, Chris Bacas speelde o.a. in de band van Buddy Rich en op North Sea Jazz Festival. Meer informatie over de musici op «Composer Dirk Johan Stromberg and personel».

Albert Hagenaars
Tropendrift / Tropical Drift
(2003)
Boek, ing. 128 blz.
€ 16,90, ISBN 90-6265-538-6

Hagenaars/Stromberg
Tropendrift / Tropical Drift
Boek + CD’s in buikband
€ 29,50 set, ISBN 90-6265-600-5

De pers over Tropendrift/Tropical Drift«Dirk Johan Stromberg reisde naar Azië om de sfeer te proeven en voorzag achttien gedichten uit Albert Hagenaars ‘Tropical Drift’ van muziek. Hoewel akoestische instrumenten zijn gebruikt, is het eindresultaat van deze ‘gesproken opera’ zozeer met de computer bewerkt dat het zich toch vooral laat beluisteren als elektronische muziek. De gedichten worden gesproken door Douglas Cohen. De muziek is in hoofdzaak opgevat als een sfeertekening en is dus sterk programmatisch. Persoonlijk heb ik hierbij de neiging uitsluitend nog naar de klankschildering te luisteren en de inhoud van de teksten aan mij voorbij te laten gaan, maar als muzikale productie vind ik deze interpretatie van ‘Tropendrift’ wel degelijk een mooi geheel.» – Lauran Toorians in Brabant Cultureel-Brabant Literair. Tijdschrift voor kunst, cultuur en literatuur (jrg. 55, nr. 4) – Brabant Cultureel

Annel de Noré – Het kind met de grijze ogen

annel de noréAnnel de Noré Het kind met de grijze ogen
Suriname. Verhalen
Paperback, 220 blz., € 15,00
ISBN 90-6265-563-7 
Eerste druk 2004

Het kind met de grijze ogen bevat twee korte en zes lange verhalen. Annel de Noré smelt de taal samen met welhaast redeloze gebeurtenissen geladen met passie, wreedheid en magie in een Latijns-Amerikaanse sfeer. Alle personages kampen met intermenselijke relaties door wederzijds onbegrip en wantrouwen. Ze worden uiteengerukt door het verlangen naar aandacht, liefde en door de grillen van het lot.

Met een intense drang haar personages transparant te maken verhaalt zij over het alledaagse dat omslaat in een drama (Made in heaven, De deur, De fluit) of gaandweg een fictieve werkelijkheid wordt (Stella Ursina, De vloek).

De verhalen spelen zich af in een auto op het platteland, in een jong gezin, in een koloniaal verleden (Het kind met de grijze ogen) of in een spookachtige jungle waarin dingen gebeuren die doen denken aan historische feiten (De zwarte wolk).
Het kind met de grijze ogen is het tweede boek van Annel de Noré Haar debuutroman De Bruine Zeemeermin (2000), in de literaire kritiek het beste Caribisch debuut sinds Bea Vianen en Astrid Roemer genoemd, bleek het beginpunt van een nieuwe generatie schrijfsters, die betrokken is bij het wel en wee van de Surinamer en het Suriname van nu.

Het titelverhaal is een allegorie over het kolonialisme: hoe uit de verkrachting van een indiaanse door de blanke kolonisatoren nieuw, hoopvol leven komt, al schreeuwt het volk om wraak. Liefde en wreedheid die tegen elkaar aanschuren: daar draait het in bijna alle acht verhalen om. In het eerste verhaal neemt een shagrijnige vrouw een zwangere liftster mee, die de minnares van haar eigen man blijkt te zijn; de liftster bekoopt het met de dood. In het tweede neemt een jongen in een pleeggezin wraak voor de mishandeling van zijn moeder. ‘De fluit’ is geschreven vanuit een kinderperspectief, waardoor de pedofiele neigingen van ‘Oom Ed’ schrijnend uitkomen. Alle verhalen gaan – net als de succesvolle debuutroman ‘De bruine zeemeermin’ van deze Surinaamse auteur – over dromen, gefrustreerde verwachtingen. Het schrijnt soms hoe de auteur doordringend pijnlijke relaties weet neer te zetten. Dit boek weet zich door de stilistische kwaliteiten moeiteloos te nestelen tussen de beste verhalenbundels die het Caribisch gebied ooit voortbracht. – Biblion, Michiel van Kempen

Literatuur op zijn best.

Veelal geldt, na een opvallend debuut, een tweede publicatie als een soort van lakmoesproef. Een proef die Annel de Noré voor mijn gevoel, op wat kleinigheden na, glansrijk weet te doorstaan. De verhalenbundel Het kind met de grijze ogen laat in literair opzicht een grote verscheidenheid zien: realistisch, anekdotisch aandoend, verhalen die elementen van een parabel of mythe hebben, en tenslotte een verhaal met magisch-realistische kenmerken. Met deze staalkaart van haar kunnen laat Annel de Noré zien wie ze is: een schrijfster die de moeite van het lezen meer dan waard is.
‘Made in heaven’ laat een vrouw zien, die een buitensporige bewondering voor haar man heeft. Een zwangere, Braziliaanse, aan wie ze een lift geeft naar het ziekenhuis, blijkt uitgerekend van haar (en ik heb het over de hoofdpersoon van het verhaal) man in verwachting te zijn. De hoofdpersoon raakt totaal gedesillusioneerd en ‘gedesoriënteerd’ met alle gevolgen van dien.
In ‘Stella Ursina’, waarin Stella Ursina een metafoor is van het onafhankelijk geworden Suriname, laat Annel de Noré op indringende wijze de literatuur de lezer in Nederland en Suriname een spiegel voorhouden. Middels de literatuur geeft zij aan vertrouwen te hebben in de nieuwe generatie, en daarmee impliciet ook in het land.
In ‘De zwarte wolk’ trekt een groep van onderofficieren de jungle in om het land te zuiveren en het bestuur over te nemen. Met de eenheid en de zuivere bedoelingen van de groep is het echter gauw gedaan. Wantrouwen, machtswellust en hebzucht gaan de boventoon voeren. De revolutie eet zijn eigen kinderen op. Het verhaal heeft wat weg van een sleutelverhaal waarin we bestaande personen kunnen herkennen. De ik-figuur tracht tenslotte te ontkomen, maar hij geraakt op pijnlijke wijze tot een eenheid met de bomen in het oerwoud. ‘Vingers breken af. Krakend scheuren mijn lendenen uiteen. Mijn binnenste staat in brand. Ik schreeuw het uit. Schreeuw, Schreeuw, Schreeuw.’ Het einde van het verhaal vertoont aldus trekjes van het magisch-realisme, hetgeen sporadisch voorkomt in de Surinaamse literatuur.
Samenvattend, indrukwekkende verhalen, die de lezer aan het denken zetten over intermenselijke relaties, over historische en actuele politieke en maatschappelijke zaken. Literatuur op zijn best. – geciteerd uit ‘Een schitterende, maar enigszins schrijnende staalkaart!’
– Joost Minnaard in Leydraden, juni 2004

“De schrijfster verrast nu opnieuw met haar korte verhalen. Ze hebben alle als kenmerk dat ze geladen zijn met menselijke dramatiek waarbij de personages worstelen met de grillen van het (nood)lot. De Noré toont in haar schrijven ook een grote betrokkenheid met het hedendaagse Suriname.
In meerdere verhalen slaat een alledaags gebeuren op een gegeven moment om in een tragedie. ‘De deur’ is daar een mooi voorbeeld van. Het einde doet denken aan een Roald Dahl-achtig verhaal. In het ongezegde schuilt het drama. Meer nog dan in ‘De deur’ wordt in het verhaal ‘De fluit’ een kinderperspectief gehanteerd. Het is het mooiste verhaal dat ik ooit heb gelezen over een seksueel getinte relatie tussen een volwassene en een kind.
Het gewone kan bij De Noré op een sluipende manier iets magisch krijgen, zoals ze in ‘De vloek op een haast hallucinerende manier laat zien. Ook in het andere lange verhaal, ‘Stella Ursina’, speelt de auteur met een fictieve werkelijkheid. De Noré laat vooral in dit verhaal zien dat ze een vorser is op psychologisch en emotioneel gebied.
Een ware uitsmijter is het slotverhaal ‘De zwarte wolk’. Dit toont op een belangwekkende manier dat de literatuur kan gaan waar de historici nooit zullen komen.
Annel de Noré heeft met deze collectie verhalen op een overtuigende manier een plek veroverd in de hedendaagse Surinaamse literatuur.”
– Chandra van Binnendijk in De Ware Tijd (29 mei 2004)

De slechtste mens heeft nog iets goeds
Caribische schrijvers denken niet zwart-wit

Hoe schrijvers in het Nederlandstalig Caribisch gebied tegen hun omgeving aankijken, weten we eigenlijk niet, omdat hun werk nauwelijks tot Nederland doordringt. Er is hier wel een uitgebreide migrantenliteratuur, maar daaruit komen we vooral te weten wat de migrant in Nederland ervaart. Twee nieuwe boeken uit het Caribisch gebied zelf (‘Het kind met de grijze ogen’ en ‘De Engelenbron’) laten zien dat schrijvers dáár (Annel de Noré en Erich Zielinski) heel andere oriëntatiepunten hebben.
De Surinaamse Annel de Noré bewijst met de bundel ‘Het kind met de grijze ogen’ dat haar mooie debuutroman ‘De bruine zeemeermin’ van vier jaar geleden geen toevalstreffer was. Haar verhalen kennen één opvallende constante: geen van de personages is wat hij lijkt te zijn. Slachtoffers worden daders en keiharde zakenlui veranderen in romantische kunstenaars. Mensen kennen hun ware aard niet, suggereert De Noré want die begeeft zich tussen tegenpolen: “Er is zoveel goeds in de slechtste van ons en zoveel slechts in de beste van ons, dat geen van ons iets kan zeggen over één van ons.”
Een verklaring voor dit antipolisch gedrag is te vinden in het titelverhaal ‘Het kind met de grijze ogen’. Daarin wordt verteld over de Indiaanse, mythologische figuur Amanna, symbool voor het leven dat telkens in een andere vorm doorgaat. Toen de Europeanen Zuid-Amerika veroverden, kreeg Amanna een kind van een conquistador en dat heeft ze bij hen achtergelaten. “Dit weeskind met onzuiver dubbel bloed werd alleen gelaten bij en tussen zijn bloedeigen vijanden. Maar hij was de eerste van een nieuw volk. Hij zat vol leven.” Zo maakt De Noré duidelijk dat die mysterieuze spanning tussen tegengestelde polen Surinamers een vitale levenskracht verleent. Die mengvorm van mythe en alledaagse realiteit tekent ook het verhaal ‘De zwarte wolk’. Het speelt zich af tijdens de militaire dictatuur van Bouterse en begint bij een uit de hand gelopen arbeidsconflict, waarbij de sergeanten de macht grijpen. Al gauw krijgt het verhaal een mythologische dimensie. Dat de armoede niet verdwijnt, zou door de bosgeesten komen, die als zwarte wolken de hoofden van hebzuchtige types binnensdringen. Pas tijdens een expeditie die bedoeld is om deze geesten uit te schakelen beseft Boss, de expeditieleider, dat het kwaad uit de expeditieleden zelf voortkomt.
[…]
Kennelijk leeft bij deze twee Caribische schrijvers het besef dat goed en kwaad met elkaar zijn verbonden. Ze omarmen hun werkelijkheid, al zien ze de fouten van hun landgenoten ook. Ze wijzen niet met een beschuldigende vinger naar Nederland: die werkelijkheid speelt in hun verhalen geen rol.
– Jos de Roo in Trouw