Stefaan van den Bremt – Van een. Gedichten

Stefaan van den Bremt
Van een. Gedichten
België
Paperback, 68 blz.,
ISBN 90-6265-212-3
Eerste uitgave september 1986

Van een is een gedichtenbundel in twee cycli: het eerste deel, ‘Het onpare paar’ is een monoloog van de dichter over liefde, erotiek en de ambiguïteit binnen een liefdesrelatie; het tweede deel, ‘Zwermcel’, is geschreven in de vorm van een dialoog tussen de muze die opdrachten geeft, en de dichter die hierop reageert. Het onderwerp wordt daarmee uitgebreid tot een zoeken naar de betekenis van de inspiratie van buitenaf.
De toonzetting van Van een is muzikaal en beheerst, waarbij het sentiment door een strakke vorm in toom wordt gehouden.

Stefaan van den Bremt (1941, Aalst) heeft Romaanse filologie gestudeerd en doceert literatuur in Antwerpen. Als dichter debuteerde hij met de bundel Sextant in 1968; later verschenen Een valkuil in de wolken (1971), Lente in Vorst (1976), Andere gedichten (1980), Op een bordje volgt de rekening (1982) en Mijn verbeelding is jouw slaaf niet (1982), een verzameling essays over Latijns-Amerikaanse literatuur.
Stefaan van den Bremt vertaalde poëzie van Emile Verhaeren, Nicolas Guillén en Bertolt Brecht, evenals proza van Marie Gevers en Maryse Condé.
Hij is redacteur van het tijdschrift Kreatief en secretaris van het pen-centrum Vlaanderen. Voor zijn literair werk werd hem o.m. de Louis Paul Boonprijs (1980) toegekend.
Meer over Stefaan van den Bremt

Marie Gevers – Vrede over het land

Marie Gevers
Vrede over het land
Oorspronkelijke titel Paix sur les champs
Vertaling Stefaan van den Bremt
België, Vlaanderen
Paperback met stofomslag, 246 blz.,
ISBN 90-6265-165-8
Uitgeverij In de Knipscheer/Zuid
Eerste uitgave april 1986

Vrede over het land speelt vlak na de Eerste Wereldoorlog in de Antwerpse Kempen. De erfenis van een bloedvete tussen twee families drukt op de nieuwe generatie. In een vlaag van verstandsverbijstering had de zoon van een rijke boer de dochter van een arme pachter doodgestoken. Uit angst voor beheksing durfde niemand de schuldige aan te geven, zodat de misdaad ongewroken is gebleven.
De liefde van de zoon van de moordenaar voor het jonge zusje van het slachtoffer wordt door dit drama overschaduwd. De wrok die voortleeft bij de moeder van het slachtoffer, de angst van de moordenaar om alsnog te worden aangeklaagd en ht feit dat de jongeman eerst een ander meisje zwanger heeft gemaakt, zijn evenveel obstakels die het bijleggen van de vete in de weg staan.

Marie Gevers (1883-1975) stamde uit een Franstalige patriciërs familie. Zij groeide op het domein Missenburg nabij Antwerpen op, waar zij privé-onderwijs kreeg en al op vroege leeftijd begon te schrijven. Met haar eerste gedichten en verhalen won zij erkenning en steun van Maurice Maeterlicnk, Emile Verhaeren en Max Elskamp. Haar eerste belangrijke roman kon zij pas veel later aan het grote publiek voorstellen: in 1931 verscheen in Parijs La Comtesse des Digues, daarop in 1933 Madame Orpha ou la Sérénade de Mai, waarvoor zij de Prix populiste kreeg. In 1938 werd Marie Gevers opgenomen in de Koninklijke Academie voor Franse Taal en Letteren.
Haar werk omvat romans en bundelingen van verhalen, essays en gedichten, die haar veelzijdige leven weerspiegelen. Zij heeft tot op hoge leeftijd gepubliceerd en is daarbij steeds blijven zoeken naar nieuwe inzichten en ervaringen van andere volkeren en culturen.
‘Ik brand van verlangen om iets te schrijven over de Kempen,’ noteerde Marie Gevers in een brief van 1935.
Uit dit verlangen is de tweeluik De levenslijn (1937) en Vrede over het land (1941) ontstaan. Met technieken en stijl van de hedendaagse documentaire roman legde Marie Gevers een facet van de volksgeschiedenis vast dat tot dan toe alleen via mondelingen overlevering was doorgegeven.
In 1971 werd Vrede over het land door Jacques Boigelot verfilmd.
Meer over Marie Gevers

Marie Gevers – De levenslijn. Roman

Marie Gevers
De levenslijn
Oorspronkelijke titel La ligne de vie
Vertaling Marie-Claire De Meyer
België, Vlaanderen
Paperback met stofomslag, 258 blz.,
ISBN 90-6265-201-8
Uitgeverij In de Knipscheer/Zuid
Eerste uitgave november 1985

De levenslijn speelt ruim een eeuw geleden in de Kempen. De enige rijkdom van de mensen is hun magische verbeelding. Fortuin, waanzin en ziekten worden aan bovennatuurlijke krachten toegeschreven.
In deze roman draait al het geluk en ongeluk van een familie rond een boerin die over buitennormale gaven beschikt; ze kan gebeurtenissen voorzien en vele zaken ten goede of ten kwade keren. Slechts een enkele ingewijde kan haar begrijpen of haar en haar omgeving helpen wanneer de ongecontroleerde krachten in het gezin en verder in het dorp een eigen leven gaan lijden.

Marie Gevers (1883-1975) stamde uit een Franstalige patriciërs familie. Zij groeide op het domein Missenburg nabij Antwerpen op, waar zij privé-onderwijs kreeg en al op vroege leeftijd begon te schrijven. Met haar eerste gedichten en verhalen won zij erkenning en steun van Maurice Maeterlicnk, Emile Verhaeren en Max Elskamp. Haar eerste belangrijke roman kon zij pas veel later aan het grote publiek voorstellen: in 1931 verscheen in Parijs La Comtesse des Digues, daarop in 1933 Madame Orpha ou la Sérénade de Mai, waarvoor zij de Prix populiste kreeg. In 1938 werd Marie Gevers opgenomen in de Koninklijke Academie voor Franse Taal en Letteren.
Haar werk omvat romans en bundelingen van verhalen, essays en gedichten, die haar veelzijdige leven weerspiegelen. Zij heeft tot op hoge leeftijd gepubliceerd en is daarbij steeds blijven zoeken naar nieuwe inzichten en ervaringen van andere volkeren en culturen.
‘Ik brand van verlangen om iets te schrijven over de Kempen,’ noteerde Marie Gevers in een brief van 1935.
Uit dit verlangen is de tweeluik De levenslijn (1937) en Vrede over het land (1941) ontstaan. Met technieken en stijl van de hedendaagse documentaire roman legde Marie Gevers een facet van de volksgeschiedenis vast dat tot dan toe alleen via mondelingen overlevering was doorgegeven.
Meer over Marie Gevers